CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij toelichting 5 - aanvullende memo bij quickscan Wnb

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 4 juli 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan Lekdijk 88 in Hagestein1.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Standaard Format : D. Buisman 07.2013 / © Bui-TeGewoon I groenprojecten

BTG.P.2023/xx BTG.M.20230922…/RT Betreft: Beantwoording opmerkingen ODRU inzake QS Wnv Lekdijk 88 Hagestein

Zuidbroek 149a 2861 LL Bergambacht Tel. 06 – 10301196 Mail info@bui-tegewoon.nl www.bui-tegewoon.nl

Aanleiding Op de locatie aan de Lekdijk 88 in Hagestein is initiatiefnemer voornemens om een groot deel van de voormalige agrarische bebouwing te slopen, verharding te verwijderen en daarvoor in de plaats één extra woning te realiseren. Ten bate van de ontwikkeling heeft in maart 2023 een QuickScan Wet natuurbescherming plaatsgevonden (Terlouw R.J.S., 2023-BTG.RAPP.2023/10). Op basis van de QuickScan heet de Omgevingsdienst regio Utrecht in haar beoordeling enkele vragen en opmerkingen geplaatst met betrekking tot het onderdeel Vleermuizen. De onderhavige memo voorziet in vraag beantwoording van de RUD. Vragen en opmerkingen ODRU De conclusie van ODRU luidt als volgt: “De onderbouwing in het verkennende onderzoek is onvoldoende en moet worden aangevuld ten aanzien van schuur 1. Het is nog niet uit te sluiten dat nader onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen nodig zal zijn”. Uit deze conclusie volgt het advies: “De toelichting ecologie van het bestemmingsplan eventueel aan te laten passen o.b.v. de aangepaste onderbouwing voor vleermuizen”. De conclusie en het advies worden als volgt onderbouwd: “Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen worden op basis van een visuele inspectie uitgesloten en de onderbouwing hiervoor is erg summier.

De provincie Utrecht (= bevoegd gezag) is bijzonder kritisch op het uitsluiten van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen op basis van slechts een visuele inspectie. Als hier een poging toe wordt gedaan, dan moet dit in detail worden onderbouwd en beargumenteerd voor verschillende delen van de bebouwing (dakranden, dak, spouw, gevelbetimmeringen, etc.). Vleermuizen kunnen door zeer kleine openingen in een pand kruipen. Uit de foto’s lijkt het bij schuur 1 te gaan om een gebouw met wegkruipmogelijkheden, bijvoorbeeld onder de dakrand en golfplaat. Er lijkt een gat in de muur te zitten en kieren naast de deurkozijnen. Het uitsluiten van vleermuisverblijfplaatsen is dan ook lastig en in het rapport onvoldoende beschreven”. Beantwoording opmerkingen en aanvullende onderbouwing De opmerking van de omgevingsdienst met betrekking tot een kritische benadering van vleermuizen is op zich terecht. Dat bij een visuele inspectie voor het onderdeel vleermuizen kritisch moet worden beoordeeld onderschrijven wij. Echter in duidelijke situaties kan een visuele beoordeling naar onze ervaring wel degelijk tot een beoordeling van geen bezwaar voor het aspect vleermuizen leiden. Wij hebben onze rapportage nogmaals doorgenomen op het onderdeel vleermuizen. Een belangrijk deel van de gevraagde informatie is al in de rapportage aanwezig, maar staat wat verspreid.

Wij realiseren ons dat dit in de samenvattende beoordeling bij de paragraaf vleermuizen onvoldoende is samengevat ter onderbouwing van onze conclusie: “geen aanvullend onderzoek noodzakelijk”. De beoordeling van de Omgevingsdienst dat uitsluitend in de opstal in de rapportage benoemd als opstal 1 mogelijk locaties die toegang bieden voor vleermuizen aanwezig zijn is correct. Alle overige locaties zijn strak gesloten en hebben golfplaten met aan gespoten isolatielagen, waardoor er geen toegankelijkheid of onderkruipbare delen aanwezig zijn. We lichten daarom uitsluitend onze beoordeling op de opstal met nummercode 1 nader toe. De opstal zelf hebben wij als ontoegankelijk beoordeeld. De Omgevingsdienst noemt drie kritische punten, namelijk: De bogen van de golfplaten (a), een gat in de muur rechts van de deur (b), c een kier langs het kozijn van deur aan de rechterzijde (c). Wij hebben ook deze aspecten gesignaleerd en beoordeeld. We realiseren ons dat we dit minder gedetailleerd hebben beschreven dan gewenst voor een beoordeling op afstand. Ter toelichting: a) In de rapportage is vermeld: “De golfplaten liggen vrij op de dak regels zonder plafond of inkruipbare ruimte”. Het niet vrij toegankelijk zijn heeft betrekking op de ingebrachte opvulling van d ebogen van de golfplaten. Op foto 1, in de bijlage is dit, zij het beperkt, zichtbaar bij d egeplaatste pijl.

b) Het vierkante gat in de muur rechts van de deur aan de binnen zijde afgeschermd met zwart foliedoek. Dit is nagenoeg niet fotografeer baar.

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.M.20230922 – Beantwoording opmerkingen ODRU inzake QS Wnv Lekdijk 88 Hagestein

1

MEMO Standaard Format : D. Buisman 07.2013 / © Bui-TeGewoon I groenprojecten

c) Dergelijke kieren, zo ook hier beoordelen wij op diepte en breedte en indien gewenst met een endoscoop of spiegellamp. In veel gevallen wordt ok de diepte van de opening gemeten om de functie als verblijfslocatie te kunnen beoordelen. De kier aan de rechterzijde van het deurkozijn is waarschijnlijk ontstaan door krimp van het hout van het kozijn. Deze is kleiner aan de bovenzijde van het kozijn en neemt toe naar beneden. De totale lengte bedraagt circa 20 cm. De kier bevindt zich op circa 1.80 meter hoogte. Dit hebben wij beoordeeld als erg laag voor invliegende vleermuizen, maar niet onmogelijk. De breedte van de kier is ruim voldoende voor een vleermuis. In dit geval betrof dit een verlopende breedte van circa 5 naar circa 12 mm. De diepte van de kier was echter gering en bedroeg op de grootste diepte 22 mm. Dit hebben wij beoordeeld als te ondiep voor gebruik als (tijdelijke) verblijfplaats / incidentele dag overbrugging voor een vleermuis. Naast de feitelijke toegankelijkheid en/of gebruiksmogelijkheid voor vleermuizen betrekken we mede de omgevingsfactoren bij een advies om al dan niet een aanvullend vleermuis onderzoek uit te voeren. In de onderhavige situatie is vastgesteld dat: De overige opstallen ongeschikt zijn voor vleermuizen.

Het erf vrijwel geen beplantingen of anderszins groenelementen en geleidende structuren voor foerageerhabitat en vliegroutes bevat (paragraaf “erf”-pagina 15). De ruime omgeving een open lint bebouwing met weinig erfbeplantingen heeft en geen geleidende beplanting langs het dijk lichaam. Ten zuiden van de locatie is een open polder landschap zonder beplantingen en geleidelijke structuren aanwezig (paragraaf ömgeving”-pagina 165). Op basis hiervan is als totaal beoordeling gekomen tot het niet noodzakelijk achten van een aanvullend vleermuis onderzoek. Bijlage foto opstal 1.

Hier is afdichting

zichtbaar

Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.M.20230922 – Beantwoording opmerkingen ODRU inzake QS Wnv Lekdijk 88 Hagestein

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=17ed4d90-f8bd-41e7-a368-991fd0b9e7b7