Bijlage bij toelichting 3 - quickscan Wnb
Tekst van het document
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Lekdijk 88 Hagestein
IN OPDRACHT VAN
QUICKSCAN Wet Natuurbescherming Lekdijk 88 Hagestein
R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2023/10 Bergambacht, maart 2023 Auteur : R.J.S. Terlouw In opdracht van : Verstoep BV Schoonhoven Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
INHOUDSOPGAVE
1]
Inleiding en doel
3.
2]
Locatie plangebied
4.
3]
Doel en centrale vraagstelling
5.
4]
Criteria 4.1. Algemene criteria 4.2. Reikwijdte
6. 6. 6.
5]
Werkwijze
7.
6]
Voorgenomen ontwikkeling
9.
7]
Bureaustudie & veldonderzoek 7.1. Beschermde natuurwaarden 7.2. Beknopte levering NDFF 7.3. Raadpleging overige bronnen 7.4. Locatie bezoeken
10. 10. 11. 12. 12.
8]
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en –situaties 8.1. Algemeen 8.2. Habitat 8.3. Soorten en omstandigheden
17. 17. 17. 18.
9]
Conclusies
20.
10]
Gebruikte literatuur en bronnen
21.
BIJLAGEN. 1. 2.
Verantwoording ecologische deskundigheid – Bui-TeGewoon | groenprojecten Beknopte levering NDFF
1
2
1]. Inleiding en doel Op de locatie Lekdijk 88 Hagestein is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. Momenteel wordt een ontwikkeling voorbereid waarin alle voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd, inclusief mestkelders, silo’s, betonverhardingen etc. Ter compensatie wordt een nieuwe woning in de 2e bebouwingslijn opgericht. De bestaande woning met een schuur wordt behouden. Voorafgaand aan een ruimtelijke procedure is ecologische informatie nodig om te beoordelen of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk is. Hiervoor is het noodzakelijk om een QuickScan Wet natuurbescherming op te stellen. De QuickScan moet inzicht geven in het mogelijk voorkomen van beschermde natuurwaarden op de te ontwikkelen locatie, alsmede of het ontwikkelingsplan effecten heeft op beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen maatregel. Wanneer het aannemelijk is dat er beschermde soorten en/of situaties aanwezig zijn kan aanvullend onderzoek noodzakelijk blijken alvorens ontheffing kan worden aangevraagd. Bij ruimtelijke ontwikkeling geldt dit voor soorten die zijn geplaatst in tabel 1 (beschermingsregiem soorten vogelrichtlijn), tabel 2 (beschermingsregiem soorten habitatrichtlijn) of tabel 3 (beschermingsregiem andere soorten) van de Wet Natuurbescherming of soorten en situaties die anderszins een vergelijkbare beschermde status hebben.
Voor de verstoring of aantasting van beschermde natuurwaarden kan een ontheffing ex. artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming nodig zijn. Een QuickScan Wet natuurbescherming heeft een verkennend karakter, dit houdt in dat bij mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten aanvullend onderzoek noodzakelijk kan zijn in de activiteitperiode van de soort. Voor sommige soorten zijn hiertoe meerdere bezoeken noodzakelijk en/of is onderzoek in een vastgestelde periode van het jaar vereist. Verstoep Bouwadvies en Architectuur heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht een QuickScan Wet natuurbescherming uit te voeren voor bovenvermelde locatie om de mogelijke aanwezigheid van soorten te verkennen en de effecten op beschermde gebieden te beoordelen. De onderhavige rapportage geeft de resultaten van deze QuickScan weer.
3
2]. Locatie plangebied Lekdijk 88 Hagestein. De projectlocatie is kadastraal bekend Vianen sectie F nummer 578. De locatie is gelegen binnen kilometerhok 138-442. De projectlocatie is weergegeven in onderstaand topografisch en kadastraal kaartbeeld.
Figuur 1. Ligging plangebied en kadastrale situatie
De projectlocatie betreft het achtererf van een bedrijfswoning met een aantal aan elkaar gekoppelde schuren en een caravan. De opstallen zijn van een nummercodering voorzien ten bate van de QuickScan opname.
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied met opstalnummering (bron: Google earth)
4
3] Doel en centrale vraagstelling De QuickScan Wet natuurbescherming wordt uitgevoerd om te bepalen of de geplande ontwikkeling passend kan worden uitgevoerd, of eventueel aanvullend onderzoek noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen eventueel moeten worden toegepast om tot een passende uitvoering te kunnen komen. De centrale vraagstelling is vierledig en luidt als volgt: Zijn er voldoende ecologische gegevens beschikbaar omtrent het voorkomen van (zwaarder) beschermde flora en fauna in het projectgebied; Is er in het gebied habitat aanwezig waar (zwaarder) beschermde soorten voor kunnen komen; Heeft de voorgenomen ontwikkeling effect op beschermde gebieden in de invloedsfeer van het projectgebied; Zijn de beoogde werkzaamheden en maatregelen passend binnen de Wet natuurbescherming uitvoerbaar.
5
4] Criteria 4.1. Algemene criteria Op de onderhavige QuickScan zijn de volgende criteria van toepassing: Het onderzoek dient onafhankelijk te worden uitgevoerd. Bui-TeGewoon | groenprojecten verklaart geen belangen te hebben bij de uitkomst van het onderhavige onderzoek; Het onderzoek dient te worden uitgevoerd door een deskundige ecoloog die voldoet aan de hiervoor gestelde criteria. Het onderhavige onderzoek is uitgevoerd door Bui-TeGewoon | groenprojecten, de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft 35 jaar ervaring in verschillende functies als ecoloog en als regiohoofd terreinbeheer bij een natuurbeherende organisatie (bijlage 1); Gegevens gebruikt ten bate van het onderzoek dienen objectief te zijn verkregen en uit betrouwbare bronnen voort te komen; De kwaliteit van het onderzoek dient aan de hand van de rapportage te kunnen worden beoordeeld door het bevoegd gezag; Omtrent de uitkomsten van het onderzoek dient begrijpbaar voor opdrachtgever en/of gebruiker te worden gerapporteerd; Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum. 4.2. Reikwijdte In deze ecologische Quick Scan wordt getoetst aan de soortbescherming en gebiedsbescherming van de Wet Natuurbescherming. Daarnaast wordt getoetst of er negatieve effecten zijn te verwachten op anderszins te beschermen gebieden.
Soortbescherming Onderzocht wordt of mogelijk verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming worden overtreden bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden of gebiedsontwikkeling. De toetsing vindt plaats op vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5), andere soorten uit de wet Natuurbescherming (artikel 3.10) en het zorgplichtartikel (artikel 1.11). Gebiedsbescherming Er wordt onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. In de Wet Natuurbescherming gaat dat om Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) of bijzondere nationale gebieden. Daarnaast wordt rekening gehouden met provinciaal beleid zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de provinciale verordening belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur. Een wat grotere afstand tussen projectgebied en beschermd gebied betekent niet altijd dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soorten die buiten een beschermd gebieden verblijven (externe werking) of effecten door depositie van stikstof. Indien negatieve effecten op beschermde gebieden niet uitgesloten kunnen worden, is vervolg onderzoek nodig, zoals een ‘voortoets’ of ‘NNN-toetsing’. Deze nadere toetsing maakt geen onderdeel uit van deze Quick Scan.
Ook het aanvragen van een ontheffing maakt geen onderdeel uit van een ecologische Quick Scan. Beoordeling Indien negatieve effecten op beschermde soorten of gebieden niet uitgesloten kunnen worden, wordt in eerste instantie beoordeeld of deze kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd, Ook wordt beoordeeld of effecten kunnen worden voorkomen door de werkzaamheden onder een ecologisch protocol uit te voeren. Hiervoor worden adviezen verstrekt die ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt wordt dit vermeldt. De criteria waaraan dit dient te voldoen worden hierbij benoemd. Eventueel nadere onderzoek maakt geen onderdeel uit van de onderhavige Verkenning Wet Natuurbescherming. Ook het aanvragen van een ontheffing maakt hier geen onderdeel van uit.
6
5]. Werkwijze Ten bate van de Quick Scan heeft zowel een bureauonderzoek als locatieonderzoek plaatsgevonden. Nadat een opdracht tot Quick Scan is verkregen wordt in een oriënterend gesprek met bewoner en/of opdrachtgever de voorgenomen ontwikkeling verkend en worden plandocumenten als aanwezige bouw- en inrichtingstekeningen, etc. ingezien. Aansluitend vindt een bureaustudie plaats waarbij het gebied topografisch wordt verkend aan de hand van topografische atlassen, de websites “OpenTopo” en “Google Earth”. Gelet wordt op aanwezige gebieden, elementen en habitats als kleine landschapselementen, watergangen, en structuren als bijvoorbeeld bomenrijen, die aanwijzingen kunnen geven voor mogelijk gebiedsgebruik door fauna. Aan de hand van de bodemkaart en de website van het waterschap worden o.a. drooglegging, vigerend waterpeil en bodemsituaties beoordeeld. Speciale aandacht wordt besteed aan de aanwezigheid van mogelijk ingraafbare bodem als stroomruggen en zandopduikingen, die bijvoorbeeld in verband met het voorkomen van rugstreeppad kunnen worden gebracht en gebieden met een geringe drooglegging of extensief grondgebruik die habitat kunnen bieden aan beschermde flora en fauna.
Om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden effect kunnen hebben op beschermde natuurgebieden, wordt gekeken of het projectgebied planologisch beschermd is en of er beschermde gebieden rond het projectgebied aanwezig zijn. De ligging wordt bepaald door gebruik te maken van de kaartmachines van het ministerie van Economische Zaken m.b.t. wettelijk beschermde gebieden en het raadplegen van de websites van de provincie Utrecht. Om het mogelijk voorkomen van flora en fauna te beoordelen wordt bij aanvang standaard een zogenaamde “beknopte levering” bij het NDFF geraadpleegd. Naast de beknopte levering wordt via verschillende zoekfuncties gericht gezocht naar mogelijke inventarisaties en rapportages van natuur en landschap uit het recente verleden. De website waarneming.nl wordt gecheckt op vermelde waarnemingen van soorten uit de Habitat- en Vogelrichtlijn alsmede Rode lijst soorten voor een periode tot vijf jaar terug. Verspreidingsatlassen van gegevens verzamelende organisaties worden geraadpleegd waarbij er rekening mee wordt gehouden dat de onderzoeksperiode van deze atlassen, voorafgaand aan publicatie, veelal leidt tot gegevens ouder dan 5 jaar die in sommige situaties als onvoldoende recent moeten worden beoordeeld. In diverse archieven en zoekmachines is gezocht naar relevante informatie met betrekking tot natuur en landschap in de afgelopen vijf jaar.
De resultaten worden benut voor het opstellen van een checklist met mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of situaties. De op deze wijze verkregen lijst van mogelijk aanwezige soorten wordt vergeleken met de vermelde aantallen per soortgroep uit de beknopte levering NDFF. Bovenstaande activiteiten leidt tot de definitieve lijst met mogelijk aanwezige soorten en habitats die als checklist wordt gehanteerd bij het locatiebezoek. Op basis van de volgens bovenstaande systematiek opgestelde lijst van (mogelijk) aanwezige soorten wordt een locatiebezoek gepland en uitgevoerd waarbij rekening wordt gehouden met tijdens het bureauonderzoek gevonden specifieke aandachtsvelden. Het terreinbezoek wordt opgesplitst in twee delen. In het eerste deel wordt de feitelijke situatie van het projectgebied en de aanwezige habitat gekarteerd. Hierbij worden (indien aanwezig) aantekeningen gemaakt van de verschijningsvorm, materialen en bouwstijlen van aanwezige opstallen, breedte en diepte van watergangen, aanwezige vegetatietypen waarbij, indien relevant, ook de kruidenrijkdom van graslanden, de botanische kwaliteit van oevervegetaties en de aanwezigheid van watervegetaties wordt beoordeeld.
Aanwezigheid van bomen en houtopstanden en hier binnen eventuele aanwezigheid van holte bomen (als mogelijke verblijfplaats voor fauna), jaarrond beschermde nesten, slaap- en verblijfplaatsen of lijnvormige structuren (migratieroute voor vleermuizen) worden eveneens geregistreerd. Nadat het projectgebied is verkend op basis van de aanwezige habitat wordt een tweede ronde door het projectgebied gemaakt. Tijdens deze rondgang wordt op voor beschermde soorten geschikt beoordeelde locaties/habitats, gericht naar tabel 1, 2 en 3 soorten volgens de Wet natuurbescherming, gezocht. Opstallen en kunstwerken als bijvoorbeeld bruggen worden gecheckt op muurplanten, holten en aanwezige nesten (bijv. voor huismussen geschikten daken, boerenzwaluwen onder bruggen, etc.) en bereikbare ruimten (plafonds/spouwmuren) en/of mestsporen van bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Houtopstanden worden gecheckt op (jaarrond) beschermde nesten en geschiktheid als broedhabitat. Holtebomen worden met een spiegellamp of boomcamera gecontroleerd.
7
Indien watergangen onderdeel uitmaken van de ontwikkelingslocatie wordt de geschiktheid voor beschermde soorten visueel beoordeeld. Indien watergangen waarin mogelijk beschermde soorten aanwezig kunnen zijn tot het projectgebied behoren, wordt met behulp van een standaard steeknet een eerste proefbemonstering uitgevoerd conform de hiervoor geldende protocollen van RAVON (amfibieën & vissen) en mollusken (Stichting Anemoon). Hierbij worden o.a. specifiek geschikte habitats voor beschermde vissoorten en mollusken bemonsterd. Van gevonden schijfhoren- en/of korfslakken wordt thuis een monster met behulp van een binoculair (10-30x) gedetermineerd om eventuele aanwezigheid van beschermde soorten vast te kunnen stellen. Graslanden en oevervegetaties worden beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde plantensoorten en als broedhabitat. Indien (zwaarder) beschermde soorten mogelijk voorkomen op de ontwikkelingslocatie kan aanvullend onderzoek worden geadviseerd. Wanneer het voorkomen van beschermde soorten of situaties wordt aangetoond of op voorhand niet valt uit te sluiten, worden afhankelijk van de bevindingen voorstellen opgesteld voor aanvullend onderzoek of de aanvraag van een ontheffing. Ook kan het treffen van mitigerende maatregelen of uitvoering volgens een ecologisch werkprotocol worden geadviseerd.
Dit kan zowel gericht zijn op soorten, situaties als de uitvoeringswijze van de werkzaamheden.
8
6]. Voorgenomen ontwikkeling Op de locatie Lekdijk 88 Hagestein is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd, wat al geruime tijd niet meer als zodanig in gebruik is. De opstallen en loodsen worden al geruime tijd benut als berging voor materialen en machines. Voor een deel zijn ze in de afgelopen jaren aangepast en zijn asbest daken gesaneerd. Momenteel wordt een ontwikkeling voorbereidt waarin alle bedrijfsbebouwing, met uitzondering van de bedrijfswoning en één schuur aan de zuidzijde worden gesloopt. Ook betonverhardingen en bestratingen zullen worden verwijderd. Ter compensatie wordt een nieuwe woning in de 2e bebouwingslijn opgericht.
Figuur 3. Bestaande en voorgenomen situatie
9
7]. Bureaustudie en veldonderzoek 7.1] Beschermde natuurwaarden Natuurbeschermingswet De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van natuurgebieden in Nederland. Het gaat daarbij om de bescherming van gebieden van nationaal belang (Beschermde Natuurmonumenten) en van internationaal belang (Natura 2000). In een groot aantal gevallen overlappen Beschermde Natuurmonumenten de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De waarden die behoren bij het Beschermd Natuurmonument zijn dan meegenomen in het Natura 2000 ontwerp of concept aanwijzingsbesluit. Meest nabij gelegen Beschermd Natuurmonument in de zin van de wet in de omgeving van de projectlocatie betreft: N2000 Lingegebied en Diefdijk zuid op 4320 meter in zuidelijke richting (figuur 4). Het gebied is aangewezen voor de Habitattypen: Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150), Ruigten en zomen (H6430A), Glanshaver en vossenstaarthooilanden (H6510A), Kalkmoerassen (H7230), Vochtige- en alluviale bossen (H91E0A - B & C) Het gebied wordt beoordeeld als stikstof gevoelige natuur. De habitatrichtlijnsoorten waarvoor het gebied is aangewezen zijn: Bittervoorn, Grote modderkruiper, Kleine modderkruiper, Kamsalamander en Bever. Geen van de aangewezen soorten maken gebruik van foerageergebieden buiten de N2000 begrenzing.
Er zal geen “externe werking” op soorten binnen de N2000 begrenzing optreden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, tussenliggende gebieden, wegen en waterwegen en het niet optreden van aspecten zoals bedoeld onder de “externe werking” worden geen effecten verwacht op N2000 gebieden. Nationaal Natuur Netwerk (voorheen EHS) Het meest nabij gelegen NNN-gebieden is gelegen op circa 200 meter ten noorden van de projectlocatie. Het betreft het NNN Gebied Lekuiterwaarden Utrecht. Tussen de projectlocatie is Lekdijk met verspreid aanwezige bebouwing gelegen. De natuurbeheertypen waarvoor dit gebied is begrenst betreffen: Riviernatuur (N02.01), Nat- en droog schraalland ( N10.01 & N11.01). Kruiden- en faunarijkgrasland (N12.02) en Moeras (N05.01) Op basis van afstand, tussenliggende infrastructuur en de begrenzing met weinig verstoring gevoelige natuurbeheertypen zal geen effect optreden op het NNN gebied vanuit de voorgenomen ontwikkeling (figuur 4). Er zal geen effect optreden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op het NNN gebied Begrenzing weidevogelleefgebied Utrecht Provincie Utrecht begrenst kansrijke gebieden voor weidevogels in twee categorieën, namelijk weidevogelkerngebied en weidevogelrandzone.
In weidevogelkerngebieden kunnen pakketten Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer (ANLb) worden gesloten. Deze gebieden zijn actueel waardevol voor weidevogels. De weidevogelrandzone gebieden vormen een schil weidevogelkerngebieden. Bij onderbouwde en/of aantoonbare actuele of potentiele waarden kunnen hier pakketten ANLb worden gesloten. Met ingang van 2023 zijn aanvullende begrenzingen vastgesteld die deels overlappen met weidevogelkerngebieden. Het betreft gebieden die zijn begrenst vanuit het “aanvalsplan Grutto”, waar naast beheerbudget aanvullende middelen beschikbaar zijn voor habitat versterkende maatregelen. De projectlocatie grenst aan een gebied wat is begrenst als weidevogelrandzone. Weidevogelkerngebied en / of gebieden begrenst vanuit het aanvalsplan Grutto zijn niet in de directe omgeving aanwezig. Het gebied met de aanduiding weidevogelrandzone heeft actueel geen tot een geringe potentie als weidevogelgebied. Het wordt aan de noordzijde begrenst door de lint bebouwing langs de Lekdijk. Beschikbare informatie uit de vogelatlas is hier een lage tot zeer lage weidevogeldichtheid aanwezig (SOVON, 2020). Op basis van verstoringsafstanden onderzoek wordt voor dit type weg met lint bebouwing een verstoorde afstand voor weidevogels van circa 250 meter berekend (Bruinzeel L.W. en A.G.M. Schotman, 2011).
Op basis van de voorgenomen ontwikkeling ‘wonen’ in relatie tot de huidige bestemming wordt geen vergroting van de effecten op weidevogels verwacht. Er zal geen effect optreden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op de voor weidevogels begrensde gebieden.
10
Figuur 4. Ligging projectgebied ten opzichten van beschermde natuurgebieden
7.2] Beknopte levering NDFF Via het raadplegen van de beknopte levering bij het Natuurloket vanuit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) is beoordeeld welke informatie over het voorkomen van beschermde soorten aanwezig is en met welke volledigheid soorten in het gebied zijn onderzocht. De geleverde gegevens hebben betrekking op het voorkomen van soorten gedurende de periode 2002–2022. De NDFF rapportage van de kilometerhok 138-442 waarbinnen de projectlocatie is gelegen betreft nummer HNL-2023-10 d.d. 18 februari 2023. Atlasblok 138 - 442 is voor vaatplanten, broedvogels, wintervogels, amfibieën, vissen, dagvlinders en libellen als goed onderzocht beoordeeld. Als redelijk onderzocht wordt de soortgroepen vleermuizen en landzoogdieren vermeld in de beknopte levering. Alle overige soortgroepen scoren een slechte of onbepaalde onderzoekintensiteit. Op basis hiervan moet de vanuit de NDFF beschikbare ecologische informatie voor het atlasblok 138-442 waar binnen de projectlocatie is gelegen als ecologisch goed onderzocht worden beoordeeld. Er worden uit de groep van de vleermuizen (3), landzoogdieren (1) en amfibieën (2) soorten uit de Habitatrichtlijn voor het atlasblok vermeld. Voor de ‘Wet Natuurbeschermingandere soorten’ wordt landzoogdieren (5) en amfibieën (6) vermeld. Voor de vogelrichtlijn zijn 61 soorten broedvogels en 146 soorten wintervogels vastgesteld.
Als rode-lijst soorten worden vaatplanten (118), vleermuizen (1), landzoogdieren (2), broedvogels (12), amfibieën (1) en dagvlinders (2) soorten vermeld. De resultaten van de beknopte levering zijn samengevat in tabel 1. De rapportage is integraal opgenomen als bijlage 2. soortgroepen
Vaatplanten Mossen Korstmossen Paddenstoelen Land zoogdieren Vleermuizen Vogels - broedvogels wintervogels Amfibieën Reptielen Vissen Dagvlinders Macronachtvlinders Micronachtvlinders Libellen Sprinkhanen/krekels Over. ongewervelden
Onderzoek status NDFF
goed slecht slecht onbepaald redelijk redelijk goed goed goed niet goed goed slecht niet goed onbepaald niet
Rode lijst
18 0 0 0 2 1 12 0 1 0 0 2 0 0 0 0 0
Wet Natuurbescherming
Vogelrichtlijn
0 0 0 0 5 0 0 0 6 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 61 146 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Habitat richtlijn
0 0 0 0 1 3 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 1. Voorkomen van beschermde soorten per soortgroep in kilometer hok 138 - 442 volgens NDFF
11
7.3.] Raadpleging overige bronnen Naast het beoordelen van de beknopte levering is de website Waarnemingen.nl bezocht en is gericht gezocht op voor het plangebied relevant geachte soorten voor de periode 01 januari 2017 tot heden en meer in detail naar de NDFF database voor het gehele grondgebied van de gemeente Vianen gekeken. Uit deze database komen als beschermde soorten die van belang kunnen zijn voor de onderhavige QuickScan zes soorten vleermuizen, twee amfibieën en twee zoogdieren naar voren. Voor de soortgroepen broedvogels, zoogdieren, vleermuizen, vissen en amfibieën zijn de verspreidingskaarten op de websites van RAVON, SOVON, VZZ, Vleermuisnet & EIS-Nederland beoordeeld en zijn de verspreidingsatlassen van deze soorten geraadpleegd. Opgemerkt wordt dat de periode van gegevens verzamelen voor veel publicaties en atlassen langer dan vijf jaar terug is geweest. Via gerichte zoektermen is actief gezocht naar publicaties en rapporten met betrekking tot inventarisaties en soorten uit het gebied. Er werden geen specifiek op de projectlocatie en /of de direct aangrenzende locaties toegespitste rapporten of verslagen aangetroffen. Vanuit de bebouwde kom van Vianen waren meerdere rapporten voornamelijk in de vorm van QuickScans en aanvullend onderzoek Wet natuurbescherming digitaal beschikbaar.
Hieruit komt naar voren dat de bebouwde kom van Vianen relatief rijk is aan vleermuizen. De meeste waarnemingen die zijn vermeld voor de directe omgeving van de projectlocatie zijn gebaseerd op het aangrenzend buitendijks gebied. Hierbij ligt de nadruk op vogels en hogere planten. 7.4.] Locatie bezoek Op 21 februari 2023 heeft een omgevingsbezoek plaatsgevonden in de ruime omgeving van de projectlocatie om te beoordelen of mogelijke effecten van het ontwikkelingsplan op natuurwaarden in de directe omgeving kunnen optreden. Aansluitend is de projectlocatie bezocht, waarbij de betrokken locatie en opstallen, zowel in- als uitwendig, zijn geïnspecteerd en beoordeeld op aanwezige of mogelijk aanwezige (beschermde) soorten en habitats. A – Opstallen Bij het beoordelen van de opstallen zijn deze van nummercode voorzien om de beschrijvingen te koppelen aan de individuele locaties. Deze nummercodering is weergegeven in figuur 2 op pagina 4. Opstal 1 betreft een loods opgetrokken uit afgesmeerd metselwerk, met een plankhouten opbouw en een dak van asbest golfplaten. De golfplaten liggen vrij op de dak regels zonder plafond of inkruipbare ruimte. De voorzijde van de opbouw is half open, waardoor wind en weer en daglicht vrije invloed hebben. De bovenbouw is hierdoor ongeschikt voor vleermuizen.
De bovenbouw is geïnspecteerd op aanwezigheid van sporen die wijzen op (recent) gebruik door dieren (vogels). Deze zijn niet aangetroffen. In de basis kunnen vogels de ruimte benutten. Indien slopen van de opstal in de periode die wordt aangemerkt als broedseizoen plaatsvindt, is het noodzakelijk een vogelcheck uit te voeren. De beneden verdieping is geheel gesloten en heeft geen spouwen, kieren, open stootvoegen of anderszins toegang biedende openingen. Aan beide kopgevels van de schuur is zowel een loopdeur als rij-deur aanwezig en een klein kozijn. De deuren en kozijnen sluiten strak aan op de gevels. De vloer is van gegoten beton. Ook de beneden verdieping is hierdoor niet toegankelijk. Aan zuidzijde (rechts op eerste foto) staat deze schuur strak tegen de te handhaven schuur. Inpandig is de benedenverdieping geïnspecteerd op sporen die wijzen op (recent) gebruik door dieren deze zijn niet aangetroffen.
Figuur 5. Fotoregistratie opstaldeel 1,
12
Opstal 2 betreft een schuur zonder verdieping waarvan zowel het dak als de wanden zijn opgetrokken van staalplaat met aan gespoten isolatiemateriaal. De vloer betreft een gegoten betonvloer. De overgang van wand naar dak is afgewerkt met een trespa plaat. De kozijnen zijn strak aangesloten op het plaatwerk. Het geheel is niet toegankelijk voor dieren. Inpandig zijn zowel dak als wanden geheel strak gesloten als gevolg van het aan gespoten isolatie materiaal. Tijdens een inpandige inspectie is gelet op aanwezigheid van (jaarrond) beschermde nesten, restanten en sporen van voormalige nesten, mestsporen van vogels en vleermuizen, afgebeten vleugels die wijzen op vleermuizen en bruine verkleuringen bij mogelijke hangplekken. Deze zijn niet aangetroffen.
Figuur 6. Fotoregistratie opstal 2
Opstal 3 is de grote loods met vierkant grondvlak aan de westzijde van het perceel. Ook deze loods is opgebouwd van staalplaten wanden en dakbedekking met aangespoten isolatie. In een deel van de loods is een tussenwand aanwezig, deze is strak afsluitend tegen de dakisolatie. De enige toegang betreft de garagedeur aan de voorzijde deze sluit als roldeur in een goot en is niet onderkruipbaar of heeft kieren langs wanden. Het afgeschotte deel heeft enkele kleine ramendie zonder naden, kieren of anderszins inkruipbare ruimten voor dieren zijn aangebracht. Tussen opstal 2 en 3 bevindt zich een smalle opening.
13
Figuur 7. Fotoregistratie opstal 3
Opstal 4 is een tussen geplaatst deel waardoor opstal 3 en 5 worden geschakeldOok dit betreft een opbouw van staalplaat met aan gespoten isolatie, afwerking met een strip en een plat dak. Ook deze opstal is daarmee geheel gesloten en niet toegankelijk voor dieren. De opstal is inpandig geinspecteerd op sporen van dieren die niet zijn aangetroffen.
Figuur 8. Impressie opstal 4, tussen geplaats verbindend element
Opstal 5 betreft de zuidelijke opstal die een vergelijkbare opbouw heeft als de overige opstallen. Een basis van betonvloer met kleine opgemetselde rand waarop wanden van staalplaat profiel zijn geplaatst. Ook hier is het geheel van aangespoten isolatie voorzien, waardoor de golfplaten niet toegankelijk of inkruipbaar zijn. De kozijnen van loopdeur, roldeur en enkele kleine ramen zijn strak afgewerkt zonder inkruipbare randen of kieren. Er is geen plafond aanwezig. Ook deze ruimte is inpandig gecontroleerd op sporen die wijzen op (recent) gebruik door dieren. Deze zijn niet aangetroffen.
Figuur 9. Opstal 5
14
Opstal 6 betreft een caravan die met de achterzijde tegen de zijwand van opstal 5 is geplaatst. De caravan is geheel gesloten en niet toegankelijk voor dieren. Tegen een zijwand is een grote conifeer aanwezig die mogelijk broedgelegenheid biedt aan zangvogels of duiven.
Figuur 10. Opstal 6, vrij staande caravan.
B] - Erf Het erf heeft slechts zeer beperkte beplanting en bestaat merendeels uit beton en grind verharding. De initiatiefnemer streeft er naar bestaande beplanting zoveel als mogelijk te handhaven (mond.med. de heer Kasbergen). Aangetroffen beplanting betreft een haag met poort van klimop (hedera) aan een draad gaas mat tussen de zij gevels van opstal 1 en opstal 2. Tegen de zijwand van opstal 2 is een Skimmia aanwezig. Bij opstal 6, de caravan zijn enkele coniferen aanwezig, waaronder één groter exemplaar. Aan de achterzijde van opstallen 3, 4 en 5 zijn tenslotte enkele solitaire stuikwilgen aanwezig. Alle beplanting is geïnspecteerd op aanwezigheid van (jaarrond) beschermde nesten om mogelijke verstoring van werkzaamheden in de directe omgeving te beoordelen. Er zijn geen nesten aangetroffen. In de basis bieden echter alle aangetroffen beplantingen broedgelegenheid aan algemene soorten uit de erfvogelgemeenschap (merel, winterkoning, heggenmus, duiven, etc.) Hoewel het streven is dat zoveel mogelijk beplanting gespaard blijft bij het slopen en herbouwen dient indien wordt gesloopt in het broedseizoen vooraf een vogelcheck te worden uitgevoerd. Indien tijdens de vogelcheck in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot dat de nesten geheel verlaten zijn.
Op basis van de zeer beperkt aanwezige opgaande beplanting wordt het erf als ongeschikt beoordeeld voor foeragerende of migrerende vleermuizen. Het gehele terrein is voorzien van een verharding van beton en klinkerbestratingen. Tussen de klinkers is lokaal vegetatie opgegroeid. Dit betreft uitsluitend algemene grassen en kruiden. Op enkele plaatsen is materiaal opgeslagen in de vorm van gestapelde steen, betonblokken en plank en balkhout. Tussen deze opgeslagen materialen kunnen dieren als egels en amfibieën zich in het winterhalfjaar ophouden. Verwijderen van de opgeslagen materialen dient daarom buiten de periode van winterrust (oktober-maart) plaats te vinden
Figuur 11. Beplantingen en opgeslagen materialen
15
C] - Omgeving De projectlocatie is gelegen in de lintbebouwing van de Lekdijk ten zuiden van de rivier de Lek. De Lekdijk is een weg van lokaal belang zonder beplanting langs de randen en met verspreid aanwezige bebouwing van vrijstaande woningen en voormalige boerderijen. Het geheel heeft een vrij open landschappelijk karakter (figuur 12).
Figuur 12. Lekdijk - Links naar west, rechts naar oost
Aan de buitenzijde van de dijk is een uiterwaarden gebied gelegen met waterpartijen en graslanden (figuur 13) met de status van NatuurNetwerk Nederland.
Figuur 13. Uiterwaard langs de Lek ten oosten van de projectlocatie
Aan de westzijde grenst de projectlocatie aan de graslanden (figuur 14). Het direct aan de projectlocatie grenzende polderdeel heeft een ondiepe eerste verkavelingsslag waardoor de verstoorde zone van erflint met dijklichaam tot een verstoorde zone leidt. Het polder deel is daarnaast intensief in gebruik voor rantsoen beweidingen en/of meerdere maaisneden per jaar met mestgiften op derogatieniveau. Het aangrenzende polder deel is hierdoor als ongeschikt als weidevogelbroedgebied beoordeeld.
Figuur 14. Graslandgebied ten westen van de projectlocatie
16
8].
Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 8.1.] Algemeen In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van uitgevoerd bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Deze tijdens de Quick Scan te onderzoeken soortgroepen en soorten zijn met een korte onderbouwing weergegeven in tabel 2 en vormde de basis voor het onderzoeksplan tijdens het locatiebezoek. Onderzoek status NDFF
Check uitvoeren
Mogelijk aanwezige beschermde soorten en/of omstandigheden op basis van landschapstypen (laagveen en rivierengebied)
goed Vaatplanten ja Let ook op muurplanten slecht Mossen nee Geen wet NB soorten te verwachten slecht Korstmossen nee Geen wet NB soorten te verwachten onbepaald Paddenstoelen nee Geen wet NB soorten te verwachten redelijk Vleermuizen ja Check op verblijf-, paar-, voortplantings- & foerageerhabitat redelijk Landzoogdieren ja Check op verblijfplaatsen en habitat goed Vogels broedvogels ja Check opstallen en begroeiingen op broedvogels en beschermde nesten goed wintervogels nee Geen wet NB soorten te verwachten goed Amfibieën ja Let op overwinteringshabitat niet Reptielen nee Geen reptielen bekend uit wijde omgeving goed Vissen nee Geen water in plangebied betrokken goed Dagvlinders nee Geen habitat beschermde soorten aanwezig slecht Geen wet NB soorten te verwachten Macronachtvlinders nee niet Geen wet NB soorten te verwachten Micronachtvlinders nee goed Libellen nee Geen water in plan betrokken (larven), geen habitat imago’s aanwezig onbepaald Sprinkhanen/krekels nee Geen geschikt habitat aanwezig niet Over. ongewervelden nee Uitsluitend platte schijfhoren mogelijk, maar geen water in plan betrokken ja Algemene Zorgplicht ja Vast onderdeel QuickScan Wet Natuurbescherming Tabel 2. Onderzoeksplan bij locatie bezoek mogelijk aanwezige beschermde soorten en situaties
Op basis van deze analyse is tijdens het bureauonderzoek gericht gezocht naar aanvullende informatie en waarnemingen uit de periode 01-01-2017 tot heden via de website Waarneming.nl. Uit deze controle is geen aanvullende informatie verkregen anders dan vermeld in paragraaf 7.3. Tijdens het locatiebezoek is, naast het totaal beeld, extra gelet op habitat en/of omstandigheden waarbij mogelijk aanwezige soorten uit deze soortgroepen zouden kunnen voorkomen. 8.2.] Habitat Zoals beschreven in paragraaf 7.5 zijn onderstaande biotopen niet in het projectgebied aanwezig of worden niet door de voorgenomen ontwikkeling beïnvloed: Water gerelateerde fauna (vissen, larven libellen en amfibieën, platte schijfhoren); Sprinkhanen (geen schrale en bloemrijke vegetaties aanwezig); Dagvlinders, libellen (geen habitat aanwezig). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect zal hebben op soorten uit bovengenoemde soortengroepen of die zijn gebonden aan genoemde habitats. De aanwezige habitat waar mogelijk effecten kunnen optreden bij de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten en situaties vanuit de Wet Natuurbescherming betreffen vaatplanten (muren, grasvegetaties), winterschuilplaatsen (amfibieën, vleermuizen, landzoogdieren), broedvogels (gebouwen, beplantingen) en vleermuizen (foerageer-, migratie-, paar-, verblijfs- & voortplantingshabitat).
Onderstaand worden de als relevant beoordeelde soorten en soortgroepen besproken.
17
8.3.] Soorten en omstandigheden Planten en vegetaties De muren van de aanwezige opstallen zijn gecontroleerd op aanwezigheid van muurplanten, deze zijn niet aangetroffen. Er behoren geen graslanden of anderszins vegetatietypen tot het projectgebied r zijn geen begroeide oeverdelen betrokken in het projectplan. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel vaatplanten zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Landzoogdieren Het terrein is niet geschikt voor zwaarder beschermde soorten landzoogdieren. Algemene soorten zoogdieren als muizen en bruine rat kunnen (lokaal) aanwezig zijn binnen de projectlocatie. Voor niet zwaarder beschermde, maar als kwetsbaar beoordeelde soorten als bijvoorbeeld de egel, zijn uitsluitend mogelijkheden onder of tussen het opgeslagen hout en stenen. Op basis van de afwezigheid van beplanting, rommelhopen, etc. zijn er geen andere burchtplaatsen of overwintering habitats beschikbaar. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen vanuit het onderdeel landzoogdieren zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Vleermuizen Voor het atlasblok waarbinnen de projectlocaties is gelegen worden drie vleermuissoorten gemeld in de NDFF documentatie.
Vanuit diverse QuickScans Wet natuurbescherming n aanvullende vleermuisonderzoeken van de nabij gelegen kern Vianen die beschikbaar zijn vanuit de website https://www.planviewer.nl wordt een groter soortspectrum aan vleermuizen vermeld. De bij de locatie ontwikkeling betrokken opstallen zijn geïnspecteerd op het (mogelijk) gebruik door vleermuizen. Er zijn geen vleermuizen, geschikte locaties voor vleermuizen of sporen die wijzen op (recent) gebruik door vleermuizen binnen de opstallen op de projectlocatie aangetroffen. De locatie is daarnaast als ontoegankelijk en ongeschikt als vleermuis verblijfplaats beoordeeld. Als vliegroute en/of foerageergebied is het erf ongeschikt door de afwezigheid vegetatiestructuren waarlangs gemigreerd kan worden of waar voedsel in de vorm van insecten beschikbaar kan zijn. Voor de aanwezige opstallen wordt geconcludeerd dat deze ongeschikt zijn als winter-, kraam- & paarverblijfplaats of anderszins geschikt voor verblijvende vleermuizen. Foerageer- en migratiehabitat is op het erf afwezig door het ontbreken van beplantingen en/of anderszins geleidende structuren op het erf. Broedvogels en jaarrond beschermde nesten De projectlocatie is geïnspecteerd op de aanwezigheid en mogelijke vestigingshabitat voor broedvogels.
Alleen de bovenbouw met openfront van opstal 1 en de beperkt aanwezige beplantingen bieden potentiele nestgelegenheid voor algemene vogels van erven in het buitengebied. Tijdens de inspectie werden geen nesten, restanten van nesten of sporen van (recent) gebruik door vogels aangetroffen. Bij de sloop opstal 1 en/of het verwijderen van beplantingen in het broedseizoen dient vooraf te worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Bij aantreffen van broedende vogels dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot de nesten geheel zijn verlaten (DEFINITIE BROEDENDE VOGELS: in aanbouw, met eieren, jongen, nog door uitgevlogen jongen gebruikt, of anderszins regelmatig gebuikte nesten).
Op basis van regio, aanwezige habitat en potentieel soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 01 maart - 01 augustus. Op basis van de nabijheid van de rivier de Lek is vestiging van de soort oeverzwaluw niet ondenkbaar indien in de vestigingsperiode van deze soort (maart-juli) hopen zand of grond (bijvoorbeeld na het uitgraven van funderingen) op het terrein worden opgeslagen. Indien opslag van ingraafbaar materiaal wordt toegepast is het verstandig deze in een laag depot te plaatsen of van een flauw talud (< 30°) te voorzien zodat ze geen aantrekkelijke broedhabitat voor de soort oeverzwaluw opleveren. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn vanuit de Wet natuurbescherming voor de soortgroep (broed)vogels, mits buiten het broedseizoen opstal 1 en/of beplantingen wordt verwijderd en een vogelcheck voorafgaand aan werkzaamheden wordt uitgevoerd.
18
Amfibieën Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van geschikte habitat voor amfibieën. Er is geen water in het projectplan betrokken. Larvale stadia kunnen daardoor worden uitgesloten. Binnen de projectlocatie zijn op enkele plaatsen onderkruipbare materialen opgeslagen die een mogelijke overwinteringslocatie voor amfibieën vormen. Voor het verwijderen van deze materialen wordt geadviseerd dit buiten het overwinteringsseizoen (oktober-maart) uit te voeren. Geconcludeerd is dat er geen belemmeringen zijn van uit de soortgroep amfibieën met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden. 8.5. Algemene zorgplicht voor wilde flora- en fauna Conform de Wet Natuurbescherming geldt voor alle plant- en diersoorten een zorgplicht (artikel 1.11). Voor de voorgenomen werkzaamheden worden geen andere situaties verwacht dan bij de beoordeling van soortgroepen en situaties is beschreven. Er is dan ook geen aanleiding om extra maatregelen vanuit de algemene zorgplicht te treffen anders dan hier vermeld. Wel is het steeds raadzaam om tijdens de bouwactiviteiten alert te zijn op de vestiging van fauna. Indien dieren worden gesignaleerd dienen deze zorgvuldig te verplaatsen naar een veilige locatie in de omgeving op basis van advies in te winnen bij een ecoloog.
Als algemene beschermende en mitigerende maatregelen voor het onderhavige projectgebied worden de volgende onderdelen geadviseerd: Het steeds voorhanden hebben van enkele emmers of kuipen om eventueel aangetroffen dieren apart te kunnen zetten. Indien dieren tijdelijk worden opgeslagen dienen deze binnen maximaal één uur na de vondst te worden uitgezet op een geschikte locatie voor de soort buiten het projectgebied. De opgeslagen dieren in kuipen dienen op een beschutte en schaduwrijk plaats te worden bewaard; Het voorkomen of beperken van bouwplaats verlichting en indien dit noodzakelijk is het toepassen van een gerichte lichtbron met voorkoming van zij- of boven uitstraling; Het beperken van opslag van bouwmaterialen als grond, zand, etc. in hopen tijdens de bouwperiode. Indien tijdelijk in depot plaatsen van zand- en/of grond noodzakelijk is dient vestiging van fauna te worden voorkomen; Het laten uitvoeren van een broedvogelcheck indien werkzaamheden plaatsvinden in de periode 01 maart – 01 augustus; Het op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij aantreffen van mogelijk beschermde situaties m.b.t. de Wet natuurbescherming.
19
9]. Conclusies De ontwikkelingslocatie gelegen aan Lekdijk 88 Hagestein, gelegen op het kadastrale perceel Vianen sectie F nummer 578 is zowel administratief als door middel van veldonderzoek beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en situaties in het kader van de Wet Natuurbescherming en op de ligging ten opzichte van Beschermde Natuurgebieden. Gebleken is dat er geen effecten zullen optreden die van invloed zijn op beschermde gebieden. M.b.t. soortbescherming leiden de bevindingen niet tot de noodzaak tot het aanvragen van een ontheffingen en of een specialistisch vervolg onderzoek, mits aan mitigerende en compenserende voorwaarden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden wordt voldaan. De conclusies zijn onderstaand tabelmatig samengevat, aanbevelingen ten bate van preventieve of mitigerende maatregelen zijn bij de betreffende soortgroepen puntsgewijs weergegeven. Samenvattende tabel QuickScan Lekdijk 88 Hagestein Soortgroep (beschermde soorten) - algemeen Vaatplanten
- muurvegetaties Mossen & korstmossen
Broedvogels
Vleermuizen
Habitat geschikt
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffing
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee N.v.t.
Nee N.v.t.
Nee Nee
Nee Nee
- algemeen
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Nee
- jaarrond beschermd - vliegroute - foerageergebied - kraamverblijven
Nee
Nee Mogelijk Mogelijk Nee
Nee
Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
- winterverblijven
Nee
Nee
Nee
Nee
Grondgebonden zoogdieren
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Nee
Vissen Reptielen
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Vlinders & libellen Overige ongewervelden Algemene zorgplicht Wnb
N.v.t. Nee
N.v.t. Nee
Nee Nee
Nee Nee
Algemene zorgplicht flora & fauna
Gebiedsbescherming Natura 2000 Programmatische aanpak Stikstof (PAS) Natuur Netwerk Nederland Weidevogelkerngebied
Ja
Opmerkingen
Rooien van beplantingen en slopen van opstal 1 buiten het broedseizoen 1 maart – 1 augustus; Geen opslag van grond en zandhopen in het broedseizoen of afwerken in taludhelling < 45 graden; Voorafgaand aan uitvoeren van werken in de periode maart-aug een broedvogelcheck uitvoeren; Het voorkomen van uitstralend licht tijdens de bouw activiteiten
Het verwijderen van opgeslagen hout en stenen in buiten opslag uitvoeren buiten de periode okt- mrt
Algemene zorgplicht voor flora en fauna geldt voor alle in het wild levende planten en dieren in Nederland (art 1.11 Wnb). Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient dan ook steeds rekening te worden gehouden met flora en fauna. Bij aantreffen van dieren dienen deze voorzichtig buiten de projectlocatie op een geschikte plaats te worden gebracht. Bij twijfel dient ecologisch advies te worden ingewonnen. Geadviseerd wordt relevante genoemde maatregelen onder de paragraaf algemene zorgplicht toe te passen.
Afstand tot
Ingreep verstorend
Vergunning plichtig
4.415 m n.v.t. 1.330 m 520 m
Nee n.v.t. Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Opmerkingen
Overige relevante zaken N.v.t.
Tabel 3. Samenvatting bevindingen QuickScan Wet Natuurbescherming Lekdijk 88 Hagestein
20
10].
Gebruikte bronnen
Gebied specifieke Literatuur Bruijnzeel L.W. & L.G.M. Schotman [2011]: Onderbouwing verstoringsafstanden voor weidevogelpopulaties. A&W rapport 1642/Alterra rapport 2184 Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ahn4 www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.boerenlandvogelsnederland.nl www.bom.services.geodesk.nl/bom_2018/index. www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap www.collectiefAlblasserwaard&vijfheerenlanden.nl www.eis.nl www.googleearth.nl www.wsr.nl www.ndff.nl www.natuurcentrum.nl www.kenniscentrumweidevogels www.vianen.nl
www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl www.ravon.nl www.RUG/stikstofgevoeligenatuur www. ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/
21
BIJLAGEN BIJLAGE 1.
Verantwoording ecologische deskundigheid - Bui-TeGewoon | groenprojecten
Definitie deskundig ecoloog (Bron: Dienst Regelingen, van het Ministerie van Economische zaken). Het ministerie van Economisch zaken, verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soort specifieke ecologie. De ervaring en kennis moet zijn opgedaan doordat de deskundige: Op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of Op MBO niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt de Flora- en faunawet, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of Als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau wat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen, Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of Zich aantoonbaar actief inzet op het gebied voor soortenmonitoring en/of bescherming.
Verantwoording deskundigheid Bui-TeGewoon, groenprojecten. De ecologische begeleiding namens de opdrachtgever is uitbesteed aan bureau Bui-TeGewoon | groenprojecten. Vanuit dit bureau zullen de werkzaamheden worden gecoördineerd en het ecologisch deel worden uitgevoerd door de heer R.J.S. Terlouw. Terlouw heeft specialisatie ontwikkeld in inrichting en beheer van natuur en landschap in het algemeen. Ten opzichte van flora en fauna heeft Terlouw kennis van vrijwel het gehele soortspectrum, waarbij specialisatie is ontwikkeld in vogels, amfibieën, zoogdieren en ongewervelden. Terlouw is aangesloten bij o.a. SOVON, Vogelbescherming Nederland, RAVON, VZZ, KNNV, EIS Nederland en Stichting Partner. Voor deze organisaties is hij actief als vrijwilliger, waarvan voor SOVON gedurende 26 jaar een districtscoördinatorschap is vervuld. Vanuit zijn basisprofessie als medewerker van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en een dienstverband van 22 jaar als regiohoofd bij de Stichting het Zuid-Hollands Landschap heeft hij vanaf 1988 kennis opgedaan m.b.t. natuurbeheer en inrichting van natuurterreinen. Sedert 2012 voert Terlouw een zelfstandig ecologisch advies- en onderzoeksbureau waarvoor inmiddels voor meer dan zestig opdrachtgevers opdrachten zijn uitgevoerd. Administratieve taken rondom de ecologische begeleiding worden verzorgd door mevrouw A.
Buisman van Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman heeft ruim 12 jaar ervaring in administratie, verpachting, cartografie en bureaustudies in natuur en landschap gerelateerde projecten, die zijn opgedaan tijdens een dienstverband bij de Stichting Het ZuidHollands Landschap en bij Bui-TeGewoon | groenprojecten. Buisman is aangesloten en actief als vrijwillig inventarisatiemedewerker bij o.a. SOVON, voor welke organisatie zij 11 jaar als assistent districtscoördinator heeft opgetreden. Buisman is als mede-eigenaar verbonden aan Bui-TeGewoon | groenprojecten.
20
BIJLAGE 2. Beknopte levering NDFF
IN OPDRACHT VAN: