Bijlage Algemeen Locatiebeleid
Tekst van het document
Bijlage: Algemeen locatiebeleid Het Evenementenbeleid VHL 2023 voorziet in stimulerende en regulerende kaders voor evenementen. Om gevaar en hinder voor bezoekers en de omgeving van evenementen te minimaliseren, stelt de overheid regels en voorwaarden bij de organisatie van evenementen. Die regels zien in essentie op twee (overlappende) aspecten: openbare orde en veiligheid, en bescherming van de fysieke leefomgeving. Deze bijlage richt zich op de elementen van een evenement die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving op een locatie. Tevens wordt aan deze bijlage het locatieprofiel van Recreatiegebied Put Middelwaard toegevoegd. In de Apv worden 0-evenementen, A evenement (regulier evenement), B evenement (aandacht evenement) en C evenement (risico evenement) onderscheiden. Deze indeling is vooral gebaseerd op het openbare orde en veiligheidsaspect van een evenement. Bij het bespreken van de fysieke leefomgeving dient er eerder gesproken te worden over kleine (tot 750 mensen), middelgrote (tot 3000 mensen) en grote (meer dan 3000 mensen) evenementen. In de regel is een C evenement ook een groot evenement. Het hangt van de bestemming van de locatie af en van de omvang van het evenement of er een omgevingsvergunning nodig is. De aspecten fysieke leefomgeving hebben betrekking op: •
Geluid
•
Op- en afbouw
•
Ecologie/natuur
•
Externe Veiligheid
•
Verkeer
Naast een evenementenvergunning kan er dus tevens een omgevingsvergunning vereist zijn. Op grond van artikel 2:25 lid 3 Apv kan de beslissing op een aanvraag van een evenementenvergunning worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met een andere vergunningplichtige activiteit, zolang op die andere vergunningaanvraag nog niet is beslist.
1.1 Geluid Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op de omgeving zo laag mogelijk is. De organisator dient niet meer geluid te produceren dan nodig is voor het evenement, te werken met de best beschikbare technieken en ook maatregelen en voorzieningen te treffen om hinder te voorkomen of in ieder geval te verminderen. Om de hoeveelheid geluid bij evenementen meetbaar en handhaafbaar te maken wordt het geluidsniveau voor de gehele gemeente, gebaseerd op advies van de Omgevingsdienst Utrecht (ODRU). Om het geluidsniveau te kunnen vaststellen wordt gebruik gemaakt van A-weging (dB(A)) en de C-weging (dB(C)). Het gemiddelde van de gehoorde geluidssterkte over alle toonhoogtes (frequenties), op basis van het menselijk gehoor, noemt men dB(A). Geluid wordt tegengehouden door muren, ramen en deuren. Of dat effectief is hangt ook af van de toonhoogte: lage tonen dringen veel sterker door dan hoge tonen. Om die reden wordt ook de dB(C) toegepast, een gemiddelde over alle toonhoogtes waar lage tonen sterker worden meegerekend. Tevens mag op zondag niet eerder versterkte muziek worden gespeeld dan 13.00 uur in verband met de Zondagswet. Bij uitzondering kan hiervan een ontheffing worden verleend.
Bij evenementen met een hoog maatschappelijk belang, bijvoorbeeld Koningsdag, wordt het aanvaardbaar geacht om op plekken waar dit niet anders kan, een uitzondering toe te laten op de maximaal toegestane gevelnorm, tot een uiterste waarde van 95 dB(C). De beoordeling hiervan ligt bij de vergunningverlener in overleg met de Omgevingsdienst Regio Utrecht.
1.2 Op- en afbouw • De op- en afbouw van een evenement dient altijd zo kort mogelijk te zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergt, gelden de volgende richtlijnen; • De op- en afbouw dient veilig plaats te vinden en schade aan het terrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen; • De op- en afbouw vindt niet plaats na 23.00 uur óf voor 7.00 uur (geluidsarme activiteiten uitgezonderd); • Tijdens de op- en afbouwperiode dient het gebruik van de openbare ruimte in de directe omgeving zo lang mogelijk toegankelijk te blijven voor publiek; om dit te realiseren en toch ook veilig te kunnen werken, worden voorzieningen getroffen; • De op- en afbouw van evenementen tot 3000 bezoekers mag niet langer dan 3 dagen duren; • Bij de op- en afbouw mag geen versterkte muziek worden afgespeeld;
• De op- en afbouw van evenementen met meer dan 3000 bezoekers mag niet langer duren dan 7 dagen; • De organisator dient bij zijn aanvraag een op- en afbouwschema aan te leveren en daarmee aan te tonen dat sprake is van een efficiënte en veilige op- en afbouw; • Afwijkende aanvragen voor wat betreft het aantal dagen worden van geval tot geval beoordeeld door de gemeente in afstemming met de terreinbeheerder.
1.3 Ecologie/Natuur In het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is het van belang om te weten of het geplande evenement daar niet mee in strijd is. Bij een evenement op een groene locatie moet daarom tijdig een natuurtoets worden uitgevoerd. Deze maakt inzichtelijk of er beschermde planten- en/of dierensoorten aanwezig zijn, op basis waarvan wordt bepaald of het evenement al dan niet door kan gaan. De uitvoering van de deze toets ligt bij de organisator van het evenement en wordt bij voorkeur minimaal twee maanden voorafgaande aan het evenement beschikbaar gesteld. Mede op basis hiervan worden door de gemeente, in afstemming met de beheerder, de mitigerende maatregelen bepaald die nodig zijn. Basisgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kunnen door de gemeente worden aangeleverd. Daar waar dit in de praktijk nog niet vanzelfsprekend is, gaat het erom dat er een actuele natuurtoets - en indien van toepassing de eraan verbonden mitigerende maatregelen- als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningsaanvraag wordt aangeleverd. In het kader van de vergunningstoetsing moet hier aandacht voor zijn. Een natuurtoets is drie jaar geldig en vooraf aan het evenement dien er een veldbezoek plaats te vinden. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan een extern bureau.
Deze natuurtoets worden getoetst door Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) in een ROM advies. Dat laat onverlet dat schade door evenementen altijd vergoed moet worden door organisatoren. De expertise van beheerders, ecologen en bodem- en bomenexperts wordt hiervoor gebruikt. NNN Conform het vigerend beleid zijn er in het algemeen evenementen mogelijk in parken en het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het uitgangspunt is wel dat evenementen alleen kunnen plaatsvinden indien de organisator alle nodige maatregelen treft ter bescherming van voorzienbare schade aan flora en fauna en bodem, in het bijzonder ten aanzien van eventuele kwetsbare soorten en plekken, zoals de NNN-verbindingszones.
1.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. Bij het toelaten van evenementen op een locatie speelt externe veiligheid soms een rol. Dit is het geval bij een groot evenement in de open lucht of een evenement in een gebouw met een bijeenkomstfunctie. Bij evenementen dient er een risicoverantwoording en een veiligheidsplan door de organisator ingediend te worden om de risico’s aanvaardbaar te maken. Dit veiligheidsplan wordt getoetst door de adviserende partners.
1.5 Verkeer Evenementen kunnen door hun omvang en inhoud invloed hebben op het verkeer. Wegen kunnen worden afgesloten, extra parkeervoorzieningen zijn soms nodig, omleidingen, etc. Daarom dient bij het aanvragen van een evenementenvergunning een mobiliteitsplan te worden opgesteld.