CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 IF Technology rapport

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 4 maart 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel Gemeentelijke Regierol Energiecoöperatie Huibertstroom Everdingen8.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verdiepend onderzoek Everdingen Variantenstudie voor warmtevoorziening in Everdingen.

Datum Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 Variantenstudie & documentatie van werksessies voor warmtevoorziening in Everdingen. J. Smolenaars, C. Schutte & T.van der Velden F. Niewold 2.0

OPDRACHTGEVER Energiecoöperatie Huibertstroom UA Graaf Florisstraat 4b 4121 EL Everdingen T 06 4185 9301 bestuur@huibertstroom.nl Contactpersonen: Ide Engelsma Peter ten Have

ADVISEUR IF Technology B.V. Velperweg 37 6824 BE Arnhem Contactpersoon: Tom van der Velden t.vandervelden@iftechnology.nl

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 3/34

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel onderzoek en aanpak 1.3 Leeswijzer 2 Verfijnen schetsontwerp & BuCa 2.1 Risicoanalyse - werksessie 1 2.2 Inpassing en optimalisaties ontwerp – werksessie 2 & 3 2.2.1 Toepassen van Buffervat 2.3 Business case 2.3.1 Impact buffervat op BuCa 3 Financieel vergelijk tussen de collectieve energiesystemen 3.1 Investeringskosten (CAPEX) 3.2 OPEX 3.3 Inkomsten 3.4 Subsidies 3.5 Exploitatiemodel 3.6 Gevoeligheidsanalyse 3.6.1 Subsidies 3.6.2 Energietarieven 4 TCO op woningniveau 4.1 Referentiewoningen 4.2 bewonerslasten (TCO) - collectieve systemen 4.2.1 Jaarlijkse vaste en variabele kosten warmtelevering 4.2.2 Bijdrage aansluitkosten (BAK) 4.2.3 Woningaanpassing 4.2.4 Subsidies 4.2.5 TCO-bewoners bij een collectief systeem 4.3 bewonerslasten (TCO) – individuele lucht/water warmtepomp 4.3.1 Investeringskosten installatie en aanpassingen woning 4.3.2 Beschikbare subsidies 4.3.3 TCO-bewoners 4.4 bewonerslasten (TCO) – individuele gasketel 4.5 Samenvatting vergelijk TCO 4.6 Conclusie Bijlage 1 Uitgangspunten energieconcepten 1.1 Uitgangspunten financiële uitgangspunten WKO met TEO 1.2 Uitgangspunten financiële uitgangspunten collectieve lucht-/waterwarmtepomp Bijlage 2 Toelichting prijsscenario 2.1 Elektriciteitsprijs 2.2 Warmtetarief

5 5 5 5 6 6 6 7 7 8 9 9 10 11 12 12 14 14 14 15 15 15 15 16 16 17 18 19 19 19 20 21 21 22 23 23 24 26 26 26

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 4/34

Bijlage 3 Grafiek prijsscenario tegen indexatie Bijlage 4 COP’s warmtepomp collectieve systemen Bijlage 5 Verfijning ontwerp

28 31 32

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 5/34

1 Inleiding 1.1

AANLEIDING In april 2022 heeft IF Technology voor Energie coöperatie Huibertstroom de haalbaarheid van een collectief energiesysteem onderzocht, waarin de technieken thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en warmte-/koudeopslag (WKO) worden toegepast. Het onderzocht richtte zich daarbij op de woningen in de kern van Everdingen. Naar aanleiding van het haalbaarheidsonderzoek is geconcludeerd dat er mogelijkheden zijn om Everdingen collectief te verwarmen. Echter zijn er nog een aantal onzekerheden die Huibertstroom in meer detail onderzocht wil hebben, alvorens zij definitieve beslissingen nemen.

1.2

DOEL ONDERZOEK EN AANPAK Huibertstroom heeft IF Technology gevraagd om een bijdrage te leveren aan de volgende onderdelen: 1. 2.

Directe ondersteuning bij: vergelijking met alternatieven, bewonersperspectief, gevoeligheidsanalyse. Verdiepen conceptontwerp: keuzes maken locaties en inpassing, toekomstige aansluitingen en warmtevraag, optimalisaties, verfijnen schetsontwerp en business case.

In spoor 1 vindt een verdiepings- en verbredingsslag plaats op de financiële resultaten uit het haalbaarheidsonderzoek van 2022 (referentie: 70379/FN/20220405). Ter verbreding wordt het collectieve WKO met TEO energieconcept vergeleken met andere collectieve en individuele warmte oplossingen. Ter verdieping worden de resultaten geüpdatet, doorgerekend naar bewonerslasten en wordt de impact van belangrijke parameters inzichtelijk gemaakt in een gevoeligheidsanalyse. In spoor 2 ligt de focus op het conceptontwerp. Na de uitwerking van dit spoor kan antwoord worden gegeven op de volgende hoofdvraag: “Met welke potentiële technische, financiële en juridische risico’s moet rekening worden gehouden tijdens het ontwerp & realisatie van een warmtevoorziening in Everdingen?” Tijdens deze fase worden een drietal werksessie georganiseerd, waarin ontwerpkeuzes omtrent locaties, inpassing & risico’s worden besproken. Daarnaast wordt tijdens spoor 2 meer aandacht besteed aan de business case (BuCa). IF Technology simplificeert haar BuCa en deelt deze met Huibertstroom, zodat samen gekeken kan worden naar financiële optimalisaties.

1.3

LEESWIJZER De nieuw bedachte uitgangspunten gedurende de uitwerking van spoor 2 hebben invloed op de resultaten van spoor 1. Daarom behandelen we in hoofdstuk 2 eerst de belangrijkste technische & financiële verfijningen die zijn opgesteld tijdens spoor 2 van ons onderzoek. Hoofdstukken 3 tot en met 5 bevat vervolgens de resultaten uit spoor 1. Zo wordt in hoofdstuk 3 het basisconcept (WKO en TEO) vergeleken met een alternatieve collectieve oplossing. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het vergelijk gemaakt met individuele oplossingen. Dit vergelijk vindt plaats op woningniveau middels een Total Cost of Ownership (TCO) berekening. Hoofdstuk 5 bevat de gevoeligheidsanalyse en is daarmee het einde van spoor 1.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 6/34

2

Verfijnen schetsontwerp & BuCa Het tweede spoor dat samen is bewandeld met Huibertstroom is de verdere verfijning van het schetsontwerp en business case. Allereerst hebben een drietal werksessies plaatsgevonden, waarbij alle mogelijke risico’s inzichtelijk zijn gemaakt en het beoogde ontwerp in meer detail is bekeken. Met de nieuwe uitgangspunten is de business case verder uitgewerkt en is BuCa-tool gedeeld met de projectgroep. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen/conclusies verwerkt uit spoor 2.

2.1

RISICOANALYSE - WERKSESSIE 1 Tijdens de risico inventarisatie waren naast de leden van Huibertstroom, meerdere experts vanuit IF Technology aanwezig. Belangrijke expertises zoals een geohydroloog, civiel techneut, werktuigbouwkundige en energiespecialisten sloten aan bij dit overleg. Het eindresultaat was een lijst met mogelijke risico’s voor het project.

2.2

INPASSING EN OPTIMALISATIES ONTWERP – WERKSESSIE 2 & 3 De belangrijkste aanpassingen in het energieconcept na aanleiding van deze overleggen zijn als volgt: •

•

•

•

•

•

•

In het nieuwe ontwerp hanteren we een aansluitpercentage van 75%. Dit komt neer op 274 woningen en 11 utiliteitspanden. o De utiliteitspanden zijn in de business case meegenomen als normale woningen. De totale warmtebehoefte van het project betreft 13.126 GJ per jaar. o Woningen: 11.396 GJ per jaar. o Utiliteit: 1.730 GJ per jaar. De locatie van de TEO-leiding is verder naar het westen verlegd. De leidingen lopen in het nieuwe ontwerp door een smalle strook die eigendom is van het Waterschap Rivierenland. o Zie het nieuwe ontwerp in Bijlage 5. o Het TEO-leidingwerk ligt in het nieuwe ontwerp verwerkt in het weiland ten westen van de dorpskern. Het aantal meter TEO-leidingwerk is toegenomen van 480 meter naar 1.236 meter. De locatie van de WKO-bronnen is gewijzigd. o Zie het nieuwe ontwerp in Bijlage 5. o Ten opzichte van de vorige studie is het totale WKO-leidingwerk toegenomen van 180 meter naar 755 meter. De locatie van de technische ruimtes is veranderd. Deze wordt nu buiten het dorp geplaatst in de buurt van de voetbal- en tennisclub. o Zie het nieuwe ontwerp in Bijlage 5. Het warmtenet is opnieuw ingetekend. De lengte is daarbij toegenomen van 2.600 meter naar 3.600 meter. Dit verschil komt doordat de locatie van TR is gewijzigd en enkele woningen zijn meegenomen die in eerste instantie buiten de scope lagen.

In het energieconcept is een buffervat verwerkt, zie ook paragraaf 2.2.1.

Datum Referentie Pagina

2.2.1

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 7/34

Toepassen van Buffervat In samenspraak tussen de netbeheerder en Huibertstroom is een plan bedacht waarmee het mogelijk is om een grootaansluiting voor elektriciteit te verkrijgen. Voorwaarde om de aansluiting te krijgen is dat er op piekmomenten wordt afschaalt in het gevraagd elektrisch vermogen. Het piekmoment van de netbeheerder vindt plaats tussen 16:00 - 20:00. Huibertstroom is voornemens om een buffervat te verwerken in het energieconcept om daarmee de warmtepompen te kunnen uitzetten gedurende de afgesproken tijdstippen. Het beoogde buffervat slaat warmte op rond de 70 °C en kan daardoor zonder tussenkomst van een warmtepomp warmte leveren aan het warmtenet. We gaan hierbij uit van een buffervat waarin warmte op systeemdruk wordt opgeslagen. In een verdere uitwerking van het systeem kan dat nog worden gewijzigd in warmte opslaan op atmosferische druk. Uit onze berekeningen komt naar voren dat ongeveer 4,8 MWh aan energie opgeslagen moet kunnen worden om gedurende 16:00 – 20:00 de functie van de warmtepomp te kunnen overnemen. We gaan uit van 70/40 °C opslag en een aftapbaarheid van 95%. De aftapbaarheid is het aandeel van de inhoud van het buffervat dat is af te tappen zonder dat de temperatuur substantieel zakt. Volgens de ISSO 55 is een aftapbaarheid van 95% haalbaar. Op basis van 70/40 °C en 95% aftapbaarheid is een buffervat nodig van 145 m³.

De volgende uitgangspunten liggen aan onze berekening ten grondslag: • • • •

2.3

Het buffervat vervangt tussen 16:00 – 20:00 het vermogen van de warmtepomp. In de voorgaande 20 uur moet het buffervat gevuld kunnen worden met duurzame warmte afkomstig uit de warmtepomp. De gasketel wordt dus niet ingezet om de buffer te vullen. Met een buffervat van 145 m³ kan in 99% van de gevallen de volledige warmtevraag geleverd worden. Het vermogen van de gasketel blijft hetzelfde als in de variant zonder buffer.

BUSINESS CASE Naast aanpassingen in het energetisch model & energieconcept hebben we ook samen de business case verder gefinetuned. Uit de werksessies zijn de volgende verfijningen naar voren gekomen: • • • • • • • • •

De CAPEX kosten hebben we geïndexeerd naar prijspeil 2024. Rente op lening bedraagt 3,5% (dit was 2,5% in vorige studie) en de duur van een lening gezet op 30 jaar (dit was 15 jaar in vorige studie). ACM-tarief zetten we op 90%. BAK gelijk aan de ISDE subsidie voor aansluiting op een warmtenet (€ 3.775 inc. btw, zie paragraaf 4.2.4) en NCW als sluitposten gebruiken in de Business Case. Het project, de technische installaties, wordt in 2 jaar gerealiseerd. Gedurende een periode van 6 jaar sluiten alle partijen aan. We rekenen in de basisvarianten niet met het prijsscenario zoals toegelicht Bijlage 2. Het aandeel vreemd vermogen op 100% gezet. Kosten voor aanpassingen in de woning die nodig zijn om het warmtenet aan te sluiten toegevoegd aan de business case. Deze kosten namen we eerst mee in de TCO berekening maar na overleg zijn die kosten toegevoegd aan de business case. Het gaat om ongeveer € 3.900 exc. BTW per woning. Hierin zijn niet de kosten voor de afleverset opgenomen.

Datum Referentie Pagina

2.3.1

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 8/34

Impact buffervat op BuCa Het toevoegen van een buffer heeft weinig effect op de CAPEX en OPEX van de andere onderdelen van het energieconcept. De hoeveelheid warmte die geproduceerd moet worden is namelijk ongeveer gelijk als de situatie zonder buffer. De warmte wordt alleen op andere momenten geproduceerd. Verder treedt er warmteverlies op in de buffer waardoor de warmteproductie hoger zal liggen en het elektriciteitsverbruik van het systeem dus iets hoger ligt. Wat betreft de CAPEX verandert er ook niet veel voor bijvoorbeeld de warmtepompen. Deze hebben nog steeds een even groot vermogen nodig als zonder buffer. Dit is nodig voor momenten als de buffer niet gebruikt wordt en om de buffer te laden.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 9/34

3 Financieel vergelijk tussen de collectieve energiesystemen In dit hoofdstuk vindt de financiële vergelijking plaats tussen het collectieve WKO met TEO energieconcept (basisvariant) en een collectief systeem met een collectieve lucht-/waterwarmtepomp. In bijlage 1.1 zijn de uitgangspunten van de geüpdatete businesscase TEO met WKO gegeven. In bijlage 1.2 staan de uitgangspunten van de collectieve lucht-/waterwarmtepomp.

3.1

INVESTERINGSKOSTEN (CAPEX) In Tabel 3.1 zijn de investeringskosten van beide energieconcepten weergegeven. Zoals in de tabel zichtbaar zijn bij de WKO met TEO variant meer onderdelen nodig. Dit verklaart grotendeels waarom dit energieconcept hogere investeringskosten kent. Het verschil is niet heel groot, de warmtepompen voor de collectieve lucht-/waterwarmtepomp zijn namelijk een stuk duurder. Dit heeft meerdere redenen. Allereerst heeft de collectieve lucht-/waterwarmtepomp (LW-WP) meer onderdelen in de technische ruimte in vergelijk met de water-/waterwarmtepomp. Denk bijvoorbeeld aan de ventilatoren. Daarnaast worden dergelijke oplossingen geleverd in grote skids, waardoor ook de kosten van het gebouw zijn meegenomen in de kostenpost. De laatste reden voor de hogere kosten per kW zit in de COP van de warmtepomp. Op koude dagen moet het grootste vermogen geleverd worden, terwijl het geleverde vermogen door de LW-WP bij lage temperaturen juist afneemt. Hierdoor moet meer vermogen opgesteld worden dan dat het geval is bij een WW-WP.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 10/34

Tabel 3.1 | Kosten realisatie WKO en TEO en collectieve lucht-/waterwarmtepomp. Parameter

Eenheid

WKO en TEO

Collectieve LWWP

CAPEX

3.2

distributie (warmtenet)

€

3.959.000

3.959.000

distributie (WKO)

€

415.000

-

distributie (TEO)

€

680.000

-

gestuurde boring (INPUT IDE)

€

192.000

-

WKO/open bodemenergiesysteem

€

329.000

-

TEO/regeneratiesysteem

€

289.000

-

warmtepompen collectief (inclusief TSA, pompen, etc.)

€

832.000

2.005.000

collectieve gasketel als piekvoorziening en back-up

€

122.000

122.000

Afleversets

€

456.000

456.000

aansluiten woningen op warmtenet

€

1.122.000

1.122.000

gebouw TR

€

362.000

-

aansluitkosten nutsvoorzieningen

€

94.000

94.000

Buffervat

€

384.000

384.000

ontwerp- & advieskosten (15%)

€

1.385.000

1.221.000

onvoorzien (10%)

€

924.000

814.000

verzekeringen (2%)

€

185.000

163.000

Totaal

€

11.730.000

10.342.000

OPEX In Tabel 3.2 zijn de exploitatiekosten van de twee energieconcepten weergegeven. Hierin is te zien dat de OPEX van de collectieve lucht-/waterwarmtepomp lager liggen dan die van de WKO met TEO maar het verschil is klein. De variant met WKO en TEO heeft lagere elektriciteitskosten vanwege een betere COP van de warmtepomp (zie Bijlage 4). De onderhoud en beheerkosten zijn echter hoger omdat het systeem uit meerdere onderdelen bestaat die onderhouden moeten worden.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 11/34

Tabel 3.2 | Kosten exploitatie WKO, TEO en warmtenet en collectieve lucht-/waterwarmtepomp. Parameter

Eenheid

WKO en TEO

Collectieve LWWP

elektriciteit variabel distributie

€/jaar

14.000

7.000

elektriciteit variabel WKO

€/jaar

18.000

0

elektriciteit variabel TEO

€/jaar

6.000

0

elektriciteit variabel warmtepompen

€/jaar

217.000

259.000

elektriciteit vaste kosten

€/jaar

53.000

59.000

elektriciteit warmteverlies buffervat

€/jaar

3.000

3.000

gas variabel piekvoorziening

€/jaar

25.000

25.000

gas vaste kosten

€/jaar

4.000

4.000

onderhoud en beheer distributie

€/jaar

56.000

43.000

onderhoud en beheer WKO

€/jaar

7.000

0

onderhoud en beheer TEO

€/jaar

17.000

0

onderhoud en beheer warmtepompen collectief

€/jaar

25.000

40.000

onderhoud en beheer gasketel

€/jaar

5.000

5.000

onderhoud en beheer afleversets

€/jaar

9.000

9.000

onderhoud en beheer buffervat

€/jaar

2.000

2.000

management/administratie/facturatie

€/jaar

91.000

90.000

Totaal

€/jaar

557.000

552.000

OPEX

3.3

INKOMSTEN In Tabel 3.3 zijn de inkomsten voor de exploitant weergegeven. De inkomsten zijn berekend op 90% ACM-tarief (prijspeil 2024). In beide concepten is de vraag naar warmte en aantal afnemers gelijk. Hierdoor zijn ook de bedragen gelijk. Tabel 3.3 | Opbrengsten exploitatie WKO, TEO en warmtenet uitgaande van de maximale tarieven voor warmte in 2024 vastgesteld door de ACM voor WKO en TEO en collectieve lucht-/waterwarmtepomp. Parameter

Eenheid

WKO en TEO

Collectieve LWWP

warmtelevering

€/jaar

456.000

456.000

vastrecht warmte

€/jaar

124.000

124.000

meetkosten

€/jaar

7.000

7.000

huur afleverset

€/jaar

34.000

34.000

totaal

€/jaar

621.000

621.000

Inkomsten

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 12/34

3.4

SUBSIDIES In de voorliggende studie zijn een tweetal subsidies meegenomen voor de warmte leverancier. Er zijn ook nog subsidies beschikbaar voor particulieren en verhuurders, zie daarvoor paragraven 4.2.4 en 4.3.2: •

Sinds 2023 is het mogelijk om een SDE++ subsidie aan te vragen voor collectieve lucht-/waterwarmtepompen en collectieve projecten met WKO & TEO. De SDE++ vergoedt het verschil tussen het door RVO nodig geachte bedrag voor een levensvatbaar project (basisbedrag) en de marktwaarde van de geproduceerde warmte (correctiebedrag). Het basisbedrag is gebaseerd op tarieven voor de aankomende 15 jaar. Het correctiebedrag hangt af van de energietarieven in de toekomst en wordt elk jaar na afloop vastgesteld. De Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) is een nieuwe regeling vanaf 2023 die bedoeld is om met name de aanleg van warmtenetten in de bestaande bouw te versnellen. De subsidie heeft als doel om de onrendabele top bij de aanleg van warmtenetten te verkleinen of helemaal weg te nemen. De subsidie is maximaal 45% van de investeringskosten van het warmtenet of een maximaal bedrag per kleinverbruikersaansluiting afhankelijk van welke lager is. Het maximale bedrag is € 6.000 inclusief btw (€ 4.959 exc. btw) voor huurwoningen en € 7.000 inclusief btw (€ 5.785 exc. btw) voor overige kleinverbruikersaansluitingen zoals woningen en winkeltjes. De WIS kan alleen gebruikt worden om een onrendabele top te financieren en dus niet om een hogere winst te behalen.

•

3.5

EXPLOITATIEMODEL In Tabel 3.4 is de financiële output weergegeven. Net als in de studie van 2022 zijn de inkomsten niet hoog genoeg om de business case sluitend te krijgen. In vergelijk met de voorgaande studie is de onrendabele top toegenomen. De oorzaak is voornamelijk de afname van de SDE ++ subsidie. Uit de onderstaande tabel blijkt ook dat de SDE++ subsidie flink verschilt tussen beide technieken 1. Dit heeft te maken met het toegekende basisbedrag en correctiebedrag berekend door het PBL. Voor de WIS subsidie zijn we ervan uitgegaan dat 17% van de woningen in het projectgebied huurwoningen zijn en dus een lagere WIS subsidie verkrijgen2. Tabel 3.4 | Financiële output business case WKO en TEO en collectieve lucht-/waterwarmtepomp.

1

•

Parameter

Eenheid

WKO en TEO

Collectieve LWWP

projectrendement (IRR)

%

3,5

3,5

Weighted average cost of capital (WACC)

%

3,5

3,5

SDE++ subsidie

€/jaar

211.000

161.000

WIS

€

1.609.000

1.609.000

onrendabele top

€/WEQ

15.900

17.000

totale onrendabele top

€

4.537.000

4.849.000

netto contante waarde (NCW)

€

0

0

Bronnen: PBL, Onrendabele-Top-model (OT-model) 2024 voor de berekening van de basisbedragen behorende bij de SCE en SDE++ (1 maart 2024) Excel: pbl-2024-Onrendabele-top-model-eindadvies-SDE-plus-plus-2024-5041

•

PBL: SDE++: Oriënteren

•

TNO, EINDADVIES BASISBEDRAGEN SDE++ 2024

2 https://allecijfers.nl/woonplaats/everdingen

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 13/34

In Figuur 3.1 en Figuur 3.2 zijn de kasstromen van de twee concepten weergegeven.

Figuur 3.1 | Kasstromen gedurende 30 jaar WKO en TEO.

Figuur 3.2 | Kasstromen gedurende 30 jaar collectieve lucht-/waterwarmtepomp.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 14/34

3.6

GEVOELIGHEIDSANALYSE In deze paragraaf onderzoeken we de gevoeligheid van belangrijke parameters op de business case. De te onderzoeken parameters zijn subsidies en de impact van energietarieven.

3.6.1

Subsidies In deze afweging wordt gekeken naar de invloed van de SDE++ en WIS subsidie op de businesscase. In Tabel 3.5 laat het effect op de onrendabele top zien als de SDE++ of WIS subsidie niet verleend wordt. Tabel 3.5 | Effect SDE++ en WIS subsidie op onrendabele top.

3.6.2

Resultaat BuCa

Eenheid

WKO met TEO

Lucht-/water WP

Met SDE++ en WIS

[€]

4.537.000

4.849.000

Met SDE++

[€]

6.146.000

6.458.000

Met WIS

[€]

6.364.000

5.920.000

Zonder SDE++ & WIS

[€]

7.973.000

7.529.000

Energietarieven In de standaard businesscase zijn verschillende jaarlijkse energietarieven doorberekend met een indexatiepercentage van 2% per jaar. Echter laten de laatste jaren zien dat energieprijzen niet altijd deze trend volgen. Daarom is een prijsscenario bepaald. In Bijlage 2 is een toelichting op het prijsscenario gegeven en in Bijlage 3 zijn grafieken te zien met vergelijkingen tussen de indexatie en het prijsscenario. Belangrijk is om te weten dat het correctiebedrag van de SDE++ subsidie ook bepaald wordt aan de hand van de gasprijs. Als de gasprijs daalt, daalt het correctiebedrag mee en is hierdoor meer subsidie beschikbaar. In Tabel 3.6 is het effect van het prijsscenario op de businesscase te zien. Het effect van de prijsscenario’s is groter voor de variant met LW-WP. Dit komt doordat de SDE++ subsidie meer toeneemt bij de prijsscenario’s voor de LW-WP dan voor WKO met TEO. Het verschil wordt veroorzaakt door een verschil in de definitie van de correctiebedragen voor beide SDE++ categorieën. Tabel 3.6 | Effect prijsscenario op onrendabele top. Resultaat BuCa

Eenheid

WKO met TEO

Lucht-/water WP

Onrendabele top - zonder prijsscenario

[€]

4.537.000

4.849.000

Onrendabele top – met prijsscenario

[€]

2.541.000

1.871.000

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 15/34

4 TCO op woningniveau In dit hoofdstuk worden de twee collectieve technieken vergeleken met twee individuele oplossingen. Om een inzicht te krijgen in de kosten op woningniveau wordt voor elke techniek een Total Cost of Ownership (TCO) berekening opgesteld. De volgende warmteoplossingen zijn verder uitgewerkt: • collectief systeem met WKO en TEO; • collectief systeem met een centrale lucht-/waterwarmtepomp; • individuele lucht-/waterwarmtepompen; • behouden bestaande gasaansluiting (referentie).

4.1

REFERENTIEWONINGEN In de TCO-berekeningen is gerekend met drie verschillende voorbeeldwoningen voor Everdingen. In Tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de verschillende types. Tabel 4.1 | Overzichtstabel met de belangrijkste karakteristieken van de drie woningtypes.

Woningtype Aantal bewoners

Type 1

Type 2

Type 3

Vrijstaand

2-onder-1 kap

Tussenwoning

4

4

3

182 m²

162 m²

107 m²

Huidig energielabel

D

C

B

Huidig gasverbruik

2200 m³

1650 m³

1350 m³

Oppervlak

Een TCO-berekening houdt in dat de kosten teruggebracht worden naar een kostenplaatje voor een gemiddelde woning over 30 jaar. In dit kostenplaatje zijn alle aanpassingen meegenomen die per concept nodig zijn. Hiermee kan een eerlijkere vergelijking gemaakt worden tussen de concepten. Per concept is een opsomming gegeven van de kosten en mogelijk te gebruiken subsidies.

4.2

4.2.1

BEWONERSLASTEN (TCO) - COLLECTIEVE SYSTEMEN De bewonerslasten in de collectieve variant bestaat uit verschillende componenten. Zo betaalt de bewoners vaste & variabele kosten voor de afname van warmte, moet de bewoner mogelijk een aansluitbijdrage betalen en zijn enkele woningaanpassingen nodig om van het gas te gaan. Om de totale Total Cost of Ownership inzichtelijk te maken nemen we ook de beschikbare subsidies mee. Jaarlijkse vaste en variabele kosten warmtelevering In Tabel 4.2 staat weergegeven welke jaarlijkse kosten de bewoners hebben bij de verschillende woningtypes. In de voorliggende studie hanteren we 90% ACM-tarief als uitgangspunt. Tabel 4.2 | Jaarlijkse vaste en variabele kosten bewoner bij aansluiting op warmtenet. Bedragen zijn inclusief btw. 90% ACM

Vrijstaand

2-onder-1 kap

Jaarlijkse vaste kosten

€702

€702

Tussenwoning €702

Jaarlijkse variabele kosten

€2.860

€2.150

€1.760

Totaal

€3.565

€2.845

€2.455

Datum Referentie Pagina

4.2.2

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 16/34

Bijdrage aansluitkosten (BAK) Om het project financieel rendabel te krijgen kan aan de bewoners éénmalig een bijdrage gevraagd worden. Het maximale bedrag dat gevraagd mag worden aan bewoners is €5.250 (incl. BTW). In samenspraak met Huibertstroom is besloten om de bijdrage aansluitkosten voor de bewoners op 3.775 (incl. BTW) te zetten. Dit is gelijk aan het bedrag dat er aan ISDE subsidie verkregen kan worden voor aansluiting op een warmtenet. Door niet een hogere BAK te vragen hoopt de werkgroep een hoog aansluitpercentage in het dorp te behalen. Tabel 4.3 | Eenmalige bijdrage aansluitkosten (BAK). Bedragen zijn inclusief btw.

BAK per aansluiting

4.2.3

Vrijstaand

2-onder-1 kap

Tussenwoning

€3.775

€3.775

€3.775

Woningaanpassing De kosten die een bewoner betaalt aan de exploitant van de warmtelevering is maar een deel van de kosten die de bewoner maakt. De demarcatie van de exploitant loopt van bron tot afleverset maar in deze studie neemt de exploitant ook de inpandige aanpassingen voor haar rekening. Voor de panden die aansluiten op het warmtenet is dit bijna nooit het volledige plaatje. Een bewoner zal ook in zijn woning nog het nodige moeten aanpassen om de overstap te maken van warmtelevering met een gasketel naar warmtelevering met duurzame warmte met een afleverset. Deze aanpassingen komen niet voor rekening van het warmtebedrijf en zijn om die reden niet meegenomen in de business case, maar ze moeten wel inzichtelijk gemaakt worden om het totaalplaatje voor de bewoners en voor de onrendabele top te kunnen schetsen. Een bewoner zal, afhankelijk van het type huis en voorzieningen die al getroffen zijn, de volgende aanpassingen moeten doen om over te stappen: •

•

•

Verwijderen van de gasketel. Voorheen lagen de kosten voor het afsluiten van het gas volledig bij de bewoner, sinds 1 maart 2021 kunnen consumenten een verzoek doen bij de netbeheerder om de gasaansluiting kosteloos te laten verwijderen. Er is in juni 2023 een uitspraak gedaan door Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) waarin het besluit van het ACM om de gasaansluitingen kosteloos te laten verwijderen is vernietigd3. Huibertstroom heeft offertes opgevraagd over de kosten voor het aansluiten op een warmtenet. In deze berekening zijn de kosten opgenomen voor het verwijderen van een cv-ketel. Deze kosten zijn meegenomen in de kosten voor inpandige aanpassingen. Het verwijderen van de gasaansluiting is buiten beschouwing gehouden. Aansluiten elektrische kookvoorziening. Koken kan niet langer op gas zonder gasaansluiting, en dus is een overstap naar elektrisch koken noodzakelijk. Dit betekent dat er een nieuwe kookplaat en pannenset gekocht moet worden, en dat er een extra elektriciteitsaansluiting naar de keuken aangelegd moet worden. Deze stap kan tussen de € 1.000 en € 3.000 inclusief btw kosten. Bij het bepalen van de TCO gebruiken we een bedrag van 1.452 inclusief btw gebaseerd op het Dashboard eindgebruikerskosten (bron: TNO4). Inpandige aanpassingen.

In de meeste huizen staat de Cv-ketel op zolder, maar de afleverset voor duurzame warmte wordt typisch zo dicht mogelijk bij de voordeur geplaatst. Dit kan betekenen dat er inpandig leidingen moeten worden omgelegd om de leidingen naar beneden te verleggen. Ook moet het nieuwe systeem ingeregeld worden en moeten er

3 https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-onderzoekt-hoe-vergoeding-verwijderen-gasaansluitingen-binnen-huidige-

wetgeving-geregeld-kan-worden#:~:text=Printen-,ACM%20onderzoekt%20hoe%20vergoeding%20verwijderen%20gasaansluitingen%20binnen%20huidige%20wetgeving%20geregeld,van%20het%20verwijderen%20van%20gasaansluitingen. 4 https://energy.nl/tools/dashboard-eindgebruikerskosten/

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 17/34

•

mogelijk nieuwe kamerthermostaten geplaatst worden. Huibertstroom heeft meerdere offertes opgevraagd voor de kosten van het verwijderen van de CV-ketel, het plaatsen van een afleverset en andere aanpassingen die gemaakt moeten worden om ruimteverwarming te kunnen leveren. Deze kosten zijn toegevoegd aan de business case van de exploitant en dus niet meer van toepassing in de TCO berekening. Extra isolatie. Het warmtenet levert warmte van 75 ºC. Huizen met label D of beter kunnen met 75 ºC comfortabel verwarmd worden. Dit betekent dat huizen die nu slecht geïsoleerd zijn extra geïsoleerd moeten worden. Ook kan het nodig zijn om oude radiatoren te vervangen voor nieuwere versies. Deze stap kan, afhankelijk van de staat van de woning en het benodigde energielabel, duizenden tot tienduizenden euro’s kosten. De kosten kunnen fors verschillen per woningtype en label. Zoals Tabel 4.1 laat zien zijn alle 3 de type woningen al op label D. Hierdoor hoeven er geen extra kosten gemaakt te worden om de woningen op een label D te krijgen.

Tabel 4.4 | Kosten gerelateerd aan woningaanpassingen. Bedragen zijn inclusief btw. Vrijstaand

2-onder-1 kap

Tussenwoning

€1.452

€1.452

€1.452

Inpandige aanpassingen

-

-

-

Extra isolatie (energielabel D)

-

-

-

€1.452

€1.452

€1.452

Elektrische kookvoorziening

Totaal

4.2.4

Subsidies Voor de aansluiting van bestaande woningen op een warmtenet zijn verschillende subsidies beschikbaar. Het gaat om de volgende subsidies: •

•

5

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE5) o Aansluiting warmtenet. Met de ISDE-subsidie kunnen woningeigenaren € 3.775 subsidies krijgen voor de aansluiting op een warmtenet. Een vereiste hierbij is dat na de aansluiting op een warmtenet de woning helemaal aardgasvrij is. Deze subsidie is niet beschikbaar voor verhuurders. Sinds 2023 is het ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor elektrisch koken. Het is echter niet toegestaan om de subsidie voor elektrisch koken aan te vragen als ook een subsidie voor aansluiting op het warmtenet wordt aangevraagd of al is aangevraagd. o Isolatie. Voor isolatiemaatregelen geldt dat ongeveer 30% van de kosten gesubsidieerd wordt. Per isolatiemaatregel is er een maximum oppervlakte aan gevel, vloer, dak etc. dat gesubsidieerd wordt. Deze grens licht echter zo hoog dat het grootste deel van de woningen in Everdingen onder die grens blijven. Deze subsidie is alleen beschikbaar voor woningeigenaren en niet voor verhuurders. Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH6) Met de SAH krijgen verhuurders subsidie voor de aansluiting van huurwoningen op een extern warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet. 40% van de kosten die worden gemaakt voor aanpassingen in de woning worden vergoed met een maximum van € 1.200 subsidie per woning.

30% van de kosten om een woning op een warmtenet aan te sluiten worden vergoed tot een maximum van € 3.800 per woning.

https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde

6 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sah

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 18/34

•

Subsidieregeling verduurzaming en onderhoud huurwoningen (SVOH7) De SVOH-subsidie is alleen beschikbaar voor institutionele en particuliere verhuurders maar niet voor woningbouwcorporaties. Er kan maximaal €6.000 per woning worden aangevraagd. Voor isolatiemaatregelen geldt dat ongeveer 60% van de kosten gesubsidieerd wordt.

Tabel 4.5 | Kosten gerelateerd aan woningaanpassingen. Bedragen zijn inclusief btw. Vrijstaand

2-onder-1 kap

Tussenwoning

€3.775

€3.775

€3.775

-

-

-

SAH – inpandige aanpassingen

-

-

-

SAH – aansluiting warmtenet

€1.130

€1.130

€1.130

Subsidies woningeigenaren ISDE-aansluiting warmtenet ISDE-isolatie Subsidies verhuurders

4.2.5

TCO-bewoners bij een collectief systeem In Tabel 4.6 is een overzicht gegeven van alle uitgaven en subsidies die gelden voor de referentiewoningen. Tabel 4.6 | Alle uitgaven behorende bij de aansluiting op een collectief warmtenet. Bedragen zijn inclusief btw. Vrijstaand

2-onder-1 kap

Tussenwoning

Uitgaven Jaarlijkse vaste kosten – 90% ACM

€702

€702

€7-2

Jaarlijkse variabele kosten – 90% ACM

€2.860

€2.150

€1.760

BAK per aansluiting

€3.775

€3.775

€3.775

Elektrische kookvoorziening

€1.452

€1.452

€1.452

Inpandige aanpassingen

-

-

-

Extra isolatie (energielabel D)

-

-

-

€3.775

€3.775

€3.775

-

-

-

Subsidies particulieren & verhuurders Particulier - ISDE-aansluiting warmtenet Particulier - ISDE-isolatie Verhuurders - SAH–inpandige aanpassingen

-

-

-

Verhuurders – SAH-aansluiting warmtenet

€1.130

€1.130

€1.130

De bovenstaande gegevens resulteren in een TCO zoals weergegeven in Tabel 4.7. Daarbij is gerekend met een disconteringsvoet van 2%. Tabel 4.7 | TCO voor verwarmen via een collectief warmtenet inclusief subsidies. De bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2024. TCO

Eenheid

Vrijstaande woning

2-onder-1 kap

Tussenwoning

WKO en TEO Woningeigenaar inclusief subsidie

[€]

108.000

87.000

75.000

Verhuurders inclusief subsidie

[€]

111.000

90.000

78.000

Collectieve Lucht-/waterwarmtepomp Woningeigenaar inclusief subsidie

[€]

108.000

87.000

75.000

Verhuurders inclusief subsidie

[€]

111.000

90.000

78.000

7 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svoh

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 19/34

4.3

BEWONERSLASTEN (TCO) – INDIVIDUELE LUCHT-/WATER WARMTEPOMP Het meeste voor de hand liggende alternatief voor het collectieve warmtenet is de individuele lucht/waterwarmtepomp. Een vereiste bij deze individuele toepassing is dat alle woningen met lage temperaturen verwarmd kunnen worden. Denk daarbij aan temperaturen tussen de 40 °C en 50 °C. In dit hoofdstuk maken we alle kosten en mogelijke subsidies inzichtelijk.

4.3.1

Investeringskosten installatie en aanpassingen woning Een bewoner moet, afhankelijk van het type woning en soort voorzieningen die al getroffen zijn, de volgende aanpassingen doen om over te kunnen stappen op een individuele warmtepomp: • Verwijderen van de gasketel. Voor de verwijdering van de cv-ketel is het bedrag vanuit de opgevraagde offertes van Huibertstroom aangehouden. Dit is bij iedere woning €71,20. Verwijderen van de gasaansluiting is buiten beschouwing gelaten. • Aanschaffen warmtepomp. De kosten van de aanschaf van een warmtepomp zijn gebaseerd op het type woning. De kosten voor de vrijstaande woning is €18.000, de kosten voor een twee-onder-een-kap woning is €16.250 en de kosten voor een tussenwoning zijn €14.500. De kosten zijn opgebouwd uit een post voor de pomp met buitenunit, een post voor een buffervat, een post voor besturingsappendages en installatiekosten. De kosten voor de pomp, het buffervat en de appendages zijn de gemiddeldes uit offertes van leveranciers. Voor de installatiekosten is gerekend met twee installateurs die een dag bezig zijn (€150 per uur) inclusief voorrijkosten. Na 15 jaar is een herinvestering nodig in een nieuwe warmtepomp. De jaarlijkse onderhoudskosten van de warmtepomp worden geschat op 4% van de aanschafkosten. • LT-afgifte systeem en nieuw ventilatiesysteem.

Een warmtepomp verwarmt de woning op ongeveer 40-50 °C, oftewel lage temperatuur. Om dit mogelijk te maken, moet er in de woning een LT-afgifte systeem zoals vloerverwarming of speciale radiatoren aanwezig zijn. Daarnaast is er vanwege de verbeterde isolatie een nieuw ventilatiesysteem nodig om frisse lucht in de woning te verzorgen. Aangezien er alleen bij de vrijstaande en twee-onder-een kap woning wordt geïsoleerd hebben alleen die woningen extra kosten voor een nieuw ventilatiesysteem. De kosten voor het LT-afgifte systeem komen in een gemiddelde eengezinswoning uit op € 3.034 en voor een nieuw ventilatiesysteem op € 3.740. • Aansluiten elektrische kookvoorziening. Dit is hetzelfde als bij een collectief systeem, zie paragraaf 4.2. • Extra isolatie. Een warmtepomp verwarmd de woning op ongeveer 40-50 °C. Huizen met label B of beter kunnen met 40-50 ºC comfortabel verwarmd worden. Dit betekent dat huizen die nu slechter geïsoleerd zijn extra geïsoleerd moeten worden. Dit geldt in onze casus voor de vrijstaande en twee-onder-een-kap woning. De kosten voor een vrijstaande woning zijn € 23.000 en voor een twee-onder-een-kap woning € 9.800.

4.3.2

Beschikbare subsidies Voor het verwarmen van woningen met een individuele warmtepomp zijn verschillende subsidies beschikbaar. Het gaat om de volgende subsidies: • Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE8) o Aanschaf warmtepomp. Bij de aanschaf van een warmtepomp wordt ongeveer 30% van de aanschafprijs gesubsidieerd. Deze subsidie geldt voor lucht-/waterwarmtepompen, bodemwarmtepompen en hybride warmtepompen. Deze subsidie is zowel beschikbaar voor woningeigenaren als verhuurders. 8 https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 20/34

o

4.3.3

Isolatie. Voor isolatiemaatregelen geldt dat ongeveer 30% van de kosten gesubsidieerd wordt. Per isolatiemaatregel is er een maximum oppervlakte aan gevel, vloer, dak etc. dat gesubsidieerd wordt. Deze grens licht echter zo hoog dat het grootste deel van de woningen in Everdingen onder die grens blijven. Deze subsidie is alleen beschikbaar voor woningeigenaren en niet voor verhuurders.

TCO-bewoners In Tabel 4.8 is een overzicht gegeven van alle uitgaven en subsidies voor een bewoner die komen kijken bij het verwarmen met een individuele lucht-/waterwarmtepomp. Deze uitgaven zijn meegenomen in de berekening van de TCO. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen de TCO voor een woning in particulier bezit en een woning als eigendom van een woningcorporatie. Voor beide partijen gelden namelijk andere subsidies die zorgen voor een verschil in de TCO. De elektriciteitskosten hebben een indexatiepercentage van 2% per jaar. Tabel 4.8 | Uitgaven behorende bij verwarmen met een individuele lucht-/waterwarmtepomp. De kosten zijn inclusief btw. Uitgaven

Eenheid

Vrijstaande woningen

2-onder-1 kap

tussenwoning

Jaarlijkse variabele kosten elektriciteit

[€/jaar]

Kosten pomp en buitenunit

[€]

1.562

1.269

1.141

9.500

8.500

Kosten warmtebuffer

7.500

[€]

3.500

3.000

2.500

Kosten besturingsappendages

[€]

1.000

1.000

1.000

Installatiekosten

[€]

4.000

3.750

3.500

Verwijderen cv-ketel

[€]

71,20

71,20

71,20

Jaarlijkse onderhoudskosten warmtepomp

[€/jaar]

720

650

580

[€]

6.775

6.775

3.030

1.452

1.452

1.452

[€]

23.013

9.802

-

ISDE-warmtepomp

[€]

5.400

4.875

4.350

ISDE-isolatie

[€]

6.904

2.941

-

[€]

5.400

4.875

4.350

Uitgaven

Aanpassingen aan woning voor verwarmen op lage temperatuur Aanpassingen benodigd voor elektrisch ko-

[€]

ken Isolatiekosten Subsidies woningeigenaren

Subsidies verhuurders ISDE- warmtepompen

De bovenstaande gegevens resulteren in een TCO zoals weergegeven in Tabel 4.9. Daarbij is gerekend met een disconteringsvoet van 2%. Tabel 4.9 | TCO voor woningeigenaren inclusief subsidie voor verwarmen via individuele lucht-/waterwarmtepompen. De bedragen zijn inclusief btw. TCO

Eenheid

Vrijstaande woningen

2-onder-1 kap

tussenwoning

Woningeigenaar inclusief subsidie

[€]

120.000

97.000

77.000

Verhuurders inclusief subsidie

[€]

126.000

100.000

77.000

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 21/34

4.4

BEWONERSLASTEN (TCO) – INDIVIDUELE GASKETEL Bij het behouden van de bestaande gasketels hoeven er geen aanpassingen aan de woning gemaakt te worden. In deze berekening is wel rekening gehouden met aanschaf en vervangen van de gasketel iedere 15 jaar en onderhoudskosten. De gasprijs heeft een indexatiepercentage van 2% per jaar. Tabel 4.10 | Alle uitgaven behorende bij verwarmen met een individuele gasketel. De kosten zijn inclusief btw. Uitgaven

Eenheid

2-onder-1 kap

tussenwoning

Jaarlijkse variabele kosten gas

[€/jaar]

Vrijstaande woningen 3.630

2.723

2.228

Jaarlijkse vaste kosten gas

[€/jaar]

314

314

314

Investeringskosten gasketel

[€]

2.066

2.066

2.066

Jaarlijkse onderhoudskosten gasketel

[€/jaar]

268

268

268

De bovenstaande gegevens resulteren in een TCO zoals weergegeven in Tabel 4.11. Daarbij is gerekend met een disconteringsvoet van 2%. In deze TCO is de uitkomst voor de woningeigenaar en verhuurder gelijk. Tabel 4.11 | TCO voor woningeigenaren voor verwarmen via individuele gasketels. De bedragen zijn inclusief btw.

4.5

TCO

Eenheid

Woningeigenaar of verhuurder

[€]

Vrijstaande woningen

2-onder-1 kap

tussenwoning

130.000

103.000

88.000

SAMENVATTING VERGELIJK TCO In Tabel 4.12 is per referentiewoning en per techniek weergegeven met welke indicatieve TCO de bewoners rekening moeten houden. In de praktijk liggen voor sommige type woningen de kosten hoger en voor andere lager. Dit hangt onder andere af van het huidige isolatieniveau, bouwkundige eigenschappen van de woningen en hoe geschikt ze zijn voor lage temperatuur warmte. Tabel 4.12 | TCO voor verschillende scenario’s inclusief subsidies. De bedragen zijn inclusief btw. TCO

Eenheid

Woningeigenaren

Verhuurders

Collectief net met WKO en TEO

[€]

108.000

111.000

Collectief net met lucht-/waterwarmtepompen

[€]

108.000

111.000

Individuele lucht-/waterwarmtepompen

[€]

120.000

126.000

Individuele gasketels

[€]

130.000

130.000

Collectief net met WKO en TEO

[€]

87.000

90.000

Collectief net met lucht-/waterwarmtepompen

[€]

87.000

90.000

Individuele lucht-/waterwarmtepompen

[€]

97.000

100.000

Individuele gasketels

[€]

103.000

103.000

Collectief net met WKO en TEO

[€]

75.000

78.000

Collectief net met lucht-/waterwarmtepompen

[€]

75.000

78.000

Individuele lucht-/waterwarmtepompen

[€]

77.000

77.000

Individuele gasketels

[€]

88.000

88.000

Vrijstaande woning

Twee-onder-een-kap woning

tussenwoning

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 22/34

4.6

CONCLUSIE Uit Tabel 4.12 valt op te maken dat aansluiten op een collectieve warmtenet het goedkoopst is voor de bewoners. Dit komt mede doordat de bewoners een lage BAK hoeven te betalen om aan te sluiten op het warmtenet en de inpandige kosten worden betaald door de exploitant. Of dit een realistisch scenario is moet verder worden uitgewerkt door Huibertstroom. De huidige business case van de collectieve varianten laten namelijk een grote onrendabele top zien, die in andere projecten doorgaans deels met een bijdrage van de bewoners wordt gedekt. Een andere reden waarom aansluiten op het warmtenet goedkoper is voor veel woningen komt doordat de woningen niet eerst grondig geïsoleerd hoeven te worden. Bij het collectieve warmtenet worden de woningen namelijk met 70 °C verwarmd en is energielabel D voldoende. Bij de individuele lucht-/waterwarmtepomp is energielabel B minimaal benodigd, aangezien met lage temperaturen verwarmd wordt. Zoals ook uit Tabel 4.8 duidelijk naar voren komt drukken de isolatiekosten aanzienlijk op de totale TCO. Het uitgangspunt bij referentiewoning “tussenwoning” is dat deze energielabel B heeft (zie Tabel 4.1). Voor dit type referentiewoning zijn daarom geen isolatiekosten nodig en daarmee is de TCO grotendeels gelijkwaardig aan de TCO van de collectieve varianten.

Het verschil in TCO tussen particulieren en verhuurders is grotendeels gelijk aan elkaar. Het marginale verschil ontstaat door de verschillende subsidies die beschikbaar zijn.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 23/34

Bijlage 1 Uitgangspunten energieconcepten 1.1

UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN WKO MET TEO

Tabel 13 | Uitgangspunten financiële analyse WKO en TEO 2024. parameter

eenheid

waarde

vereist rendement op eigen vermogen

%

7,5

rente op lening

%

3,5

aandeel eigen vermogen

%

0

aandeel vreemd vermogen

%

100

Projectrendement (IRR)

%

3,5

disconteringsvoet

%

3,5

indexering investeringskosten

%

2,0

project looptijd

jaar

30

startjaar investering

jaar

0

Distributie (warmtenet)

jaar

50

Distributie (WKO)

jaar

50

Distributie (TEO)

jaar

50

Gestuurde boring (INPUT IDE)

jaar

50

WKO/open bodemenergiesysteem

jaar

30

TEO/regeneratiesysteem

jaar

30

Warmtepompen collectief (inclusief TSA, pompen, etc.)

jaar

15

collectieve gasketel als piekvoorziening en back-up

jaar

15

Afleversets

jaar

30

Gebouw TR

jaar

50

buffervat

jaar

50

Algemeen

CAPEX

Levensduur/afschrijving

Herinvestering Distributie (warmtenet)

100%

Distributie (WKO)

100%

Distributie (TEO)

100%

Gestuurde boring (INPUT IDE)

100%

WKO/open bodemenergiesysteem

100%

TEO/regeneratiesysteem

100%

Warmtepompen collectief (inclusief TSA, pompen, etc.)

70%

collectieve gasketel als piekvoorziening en back-up

50%

Afleversets

100%

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 24/34

Gebouw TR

100%

Buffervat

100%

OPEX indexering operationele kosten

%

1,5

startjaar operatie

jaar

1

Realisatie project

jaar

2

volloopscenario

jaren

6

elektriciteitsprijs zakelijk

€/kWh

0,15

gasprijs zakelijk

€/m3

1,09

indexering omzet

%

2,0

startjaar omzet

jaar

1

volloopscenario

jaren

6

SDE++ subsidie per jaar

€/jaar

€ 211.000

tarief als percentage van het maximum volgens warmtewet 2024

%

90

aansluitpercentage

%

75

omzet

1.2

UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN COLLECTIEVE LUCHT-/WATERWARMTEPOMP

Tabel 14 | Uitgangspunten financiële analyse collectieve lucht-/waterwarmtepomp. parameter

eenheid

waarde

vereist rendement op eigen vermogen

%

7,5

rente op lening

%

3,5

aandeel eigen vermogen

%

0

aandeel vreemd vermogen

%

100

Projectrendement (IRR)

%

3,5

disconteringsvoet

%

3,5

indexering investeringskosten

%

2,0

project looptijd

jaar

30

startjaar investering

jaar

0

Distributie (warmtenet)

jaar

50

Warmtepompen collectief (inclusief TSA, pompen, etc.)

jaar

15

collectieve gasketel als piekvoorziening en back-up

jaar

15

Afleversets

jaar

30

Gebouw TR

jaar

30

Algemeen

CAPEX

Levensduur/afschrijving

Herinvestering Distributie (warmtenet)

100%

Warmtepompen collectief (inclusief TSA, pompen, etc.)

70%

collectieve gasketel als piekvoorziening en back-up

50%

Afleversets

100%

Gebouw TR

100%

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 25/34

OPEX indexering operationele kosten

%

1,5

startjaar operatie

jaar

1

realisatie project

jaar

2

volloopscenario

jaren

6

elektriciteitsprijs zakelijk

€/kWh

0,15

gasprijs zakelijk

€/m3

1,09

indexering omzet

%

2,0

startjaar omzet

jaar

1

volloopscenario

jaren

6

SDE++ subsidie per jaar

€/jaar

€ 161.000

tarief als percentage van het maximum volgens warmtewet 2022

%

90

aansluitpercentage

%

75

omzet

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 26/34

Bijlage 2 Toelichting prijsscenario 2.1 ELEKTRICITEITSPRIJS De zakelijke elektriciteitsprijs bestaat ook uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel hangt af van het beschikbare vermogen van de elektriciteitsaansluiting. Er is aangenomen dat de vaste kosten op hetzelfde niveau blijven als in 2024 en in de toekomst alleen indexeren. De variabele elektriciteitsprijs is opgebouwd uit de groothandelsprijs en belasting. Voor beide onderdelen is een scenario opgesteld voor de komende 30 jaar en samen bepalen die de variabele elektriciteitsprijs voor de komende 30 jaar. Voor de groothandelsprijs is het midden prijsscenario gebruikt uit de klimaat en energieverkenning 2022. Dit scenario geeft geschatte groothandelsprijzen tot en met 2030. Na 2030 is het tarief geschat op basis van de prijs in 2030 en een standaard indexatiepercentage. Het belastingtarief is gebaseerd op het Belastingplan 2024. In dit belastingplan worden de belastingen op gas en elektra voor de komende jaren tot en met 2030 gegeven. De belasting op elektriciteit zal de komende jaren dalen. Na 2030 is het tarief geschat op basis van de prijs in 2030 en een standaard indexatiepercentage.

2.2 WARMTETARIEF De tarieven voor gas, warmte en elektriciteit zijn nog steeds sterk aan elkaar gelinkt. In de wet staat dat de warmtetarieven aan de gasprijzen zijn gekoppeld. Deze koppeling tussen de warmtetarieven en de gasprijzen is gehanteerd in de doorrekening over 30 jaar. Langjarig zal de warmteprijs de gasprijs (NMDA) en elektraprijs (Wet Collectieve Warmtevoorziening) volgen. Waar de omslag plaatsvindt en of dat geleidelijk gebeurt, is op dit moment nog onduidelijk. Het is in ieder geval de bedoeling dat de in de Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) een kosten gebaseerde tariefsystematiek wordt gehanteerd. De nieuwe tariefsystematiek zal meer kosten gebaseerd worden met als gevolg dat warmtebedrijven meer zekerheid krijgen dat ze hun efficiënte kosten kunnen terugverdienen en de consument meer zekerheid dat hij niet meer betaalt dan de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de warmte die hij afneemt. Dit kan er wel voor zorgen dat er lokaal verschillen gaan ontstaan. ACM-tarief Warmteleveranciers rekenen voor de aansluiting op een warmtenet jaarlijks een vast bedrag per aansluiting en een warmtetarief per afgenomen eenheid warmte. Voor beide hebben we een scenario opgesteld voor hoe die zich in de komende 30 jaar ontwikkelen. Om te bepalen hoe het warmtetarief zich de komende 30 jaar zal ontwikkelen, is de methodiek van de ACM gevolgd9.

Dezelfde aanpak is gebruikt als de ACM heeft gedaan voor het opstellen van de maximale warmtetarieven in 2023. Eerst is een consumenten gasreferentie tarief bepaald. Dit gasreferentie tarief is omgerekend naar een warmtetarief. Het consumenten gasreferentie tarief bestaat uit de groothandelsprijs, overhead en belasting. Voor al deze drie onderdelen is een scenario voor de komende 30 jaar opgesteld en samen vormen ze het gasreferentie tarief: • Voor de groothandelsprijs is hetzelfde scenario gebruikt zoals beschreven bij de gasprijs. Dus op basis van de klimaat en energieverkenning 2022.

9 https://www.acm.nl/system/files/documents/tarievenbesluit-warmteleveranciers-2023_0.pdf

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 27/34

•

Voor de overhead is aangenomen dat die op hetzelfde niveau blijft als in 2022 en alleen wordt geïndexeerd voor de toekomst, net zoals gedaan door het ACM. • Voor het belastingtarief baseren we ons op het Belastingplan 2024. In dit belastingplan worden de belastingen op gas en elektra voor de komende jaren tot en met 2030 gegeven. Na 2030 is het tarief geschat op basis van de prijs in 2030 en een standaard indexatiepercentage. Deze drie onderdelen samen geven een prijsscenario voor het consumenten gasreferentie tarief. Dit gasreferentie tarief kan worden omgerekend naar een warmtetarief door gebruik te maken van de energetische waarde van gas (35,17 MJ/m3 gas) en rekening te houden met het rendement van een consumenten gasketel (87%). Dit is dezelfde systematiek als gehanteerd door de ACM. Percentage van het maximale ACM-tarief Het uiteindelijk berekende warmtetarief voor 30 jaar is een schatting van het maximale tarief dat het ACM elk jaar vaststelt. Dat is het maximale tarief dat warmteleveranciers mogen rekenen aan hun klanten. Ze mogen dus niet een hoger tarief vragen maar wel een lager tarief.

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 28/34

Bijlage 3 Grafiek prijsscenario tegen indexatie Warmtetarief [€/GJ] €60,00 €55,00 €50,00

€45,00 €40,00 €35,00

€30,00 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930 Indexatie

Prijsscenario

Figuur 1 | Grafiek warmtetarief indexatie en prijsscenario

Consumenten elektriciteitsprijs [€/kWh] €0,50 €0,45 €0,40 €0,35 €0,30 €0,25 €0,20 €0,15 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930 Indexatie

prijsscenario

Figuur 2 | Grafiek consumenten elektriciteitsprijs indexatie en prijsscenario

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 29/34

Consumenten gasreferentie tarief [€/m³] €2,15 €2,05 €1,95 €1,85 €1,75 €1,65 €1,55 €1,45 €1,35 €1,25 €1,15 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930 Indexatie

prijsscenario

Figuur 3 | Grafiek consumenten gasprijs indexatie en prijsscenario

Electriciteitsprijzen warmtebedrijf [€/MWh] € 260 € 240 € 220 € 200 € 180 € 160 € 140 € 120 € 100 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930 Indexatie

prijsscenario

Figuur 4 | Grafiek elektriciteitsprijs warmtebedrijf indexatie en prijsscenario

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 30/34

Gasprijzen warmtebedrijf [€/MWh] € 190

€ 180 € 170 € 160 € 150 € 140 € 130 € 120 € 110 € 100 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324252627282930 Indexatie

prijsscenario

Figuur 5 | Grafiek gasprijs warmtebedrijf indexatie en prijsscenario

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 31/34

Bijlage 4 COP’s warmtepomp collectieve systemen COP warmtepomp collectieve systemen 3,50 3,40 3,30 3,20 3,10 3,00 2,90 2,80 2,70 2,60 2,50 2,40 2,30 2,20 2,10 2,00 1-1

1-2

1-3

1-4

1-5

1-6

1-7

1-8

1-9

1-10

1-11

COP warmtepomp WKO en TEO

COP warmtepomp collectieve Lucht-/waterwarmtepomp

1-12

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 32/34

Bijlage 5 Verfijning ontwerp Onderstaande afbeeldingen zijn afkomstig van Huibertstroom en zijn verwerkt in het nieuwe ontwerp. Inpassing WKO-systeem: • Totale lengte 755 meter.

Inpassing TEO-systeem: • Totale lengte 1.236 meter

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 33/34

Inpassing warmtenet: • Totale lengte 3.600 meter

Datum Referentie Pagina

1 november 2024 PR09249/TV/20241101 34/34

Velperweg 37 6824 BE Arnhem Postbus 605 6800 AP Arnhem

T 026 35 35 555 E info@iftechnology.nl I www.iftechnology.nl

NL60 RABO 0383 9420 47 KvK Arnhem 09065422 BTW nr. NL801045599B01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=06bd7c6d-b77d-43c1-923a-851f1fe35d80