CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. Ontheffing Wet natuurbescherming 2 april 2020.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 10 juni 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan De Kandelaar, Ameide5.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERZONDEN DZ APR 2020 PROVINCIE:: UTRECHT

BESLUIT van GS van Utrecht

DATUM

2 april 2020

TEAM

ZAAKKENMERK

Z-WNB-RI-REG-2019-2515 82055BCF 16 december 2019

REFERENTIE

- voorschriften en beperkingen - kaart planlocatie

ONDERWERP

NUMMER UW BRIEF VAN UW NUMMER BIJLAGE(N)

DOORKIESNUMMER FAX E-MAILADRES

Vergunningverlening Natuur en Landschap Servicebureau 030-2583311 030-2583139 Servicebureau@provincie-utrecht.nl Ontheffing ruimtelijke ingrepen Meidoornlaan 2, Ameide

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht op de aanvraag van 16 december 2019 van RPS advies- en ingenieursbureau B.V., namens Gemeente Vijfheerenlanden, om ontheffing in het kader van artikel 3.8 eerste lid van de Wet natuurbescherming (hierna: wet). I. Besluit Gelet op het bepaalde in de wet, het Beleidskader Wet natuurbescherming en Verordening Natuur en Landschap hebben wij besloten u ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid, van de wet, voor zover dit betreft het opzettelijk doden of vangen, het opzettelijk verstoren en het beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis voor de periode tussen de verzenddatum van dit besluit en 31 december 2021. ll. Omschrijving van de aanvraag Uw aanvraag heeft betrekking op activiteiten op de locatie Meidoornlaan 2 te Ameide. Het plangebied bestaat uit een leegstaand schoolgebouw van een verdieping hoog, wat gesloopt zal worden om plaats te maken voor 22-25 woningen. U vraagt ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 van de wet voor wat betreft de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) voor de periode tussen de verzenddatum van dit besluit en 31 december 2021. Ill. Procedure De aanvraag is afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Op 27 februari 2020 en op 19 maart 2020 heeft u deze aanvraag aangevuld. IV. Toetsingskader De ruige dwergvleermuis is beschermd ingevolge artikel 3.5 van de wet. V.

Toetsing Ruimtelijke Ingreep

Motivering Ruige dwergvleermuis Aan de zuidoostkant van het gebouw is een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis vastgesteld. Deze verblijfplaats kan bij milde temperaturen ook gebruikt worden als winterverblijfplaats voor enkele individuen van ruige dwergvleermuis. Vanwege het type gebouw wordt niet verwacht dat het projectgebied een functie kan hebben als

PROVINCIE-UTRECHT.NL

Domein Landelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH, Utrecht Telefoon 030-2589111

17766

massa-winterverblijfplaats. Het gaat om een laag gebouw met slechts een verdieping. Andere verblijfplaatsen zijn niet waargenomen. De bomen binnen het projectgebied hebben geen geschikte holtes en daarmee geen functie als vaste rust- en verblijfplaats. Door het uitvoeren van de werkzaamheden kunnen echter exemplaren van de ruige dwergvleermuis door hun verborgen levenswijze worden gedood, een voortplantingsplaats en/of rustplaats van de ruige dwergvleermuis beschadigd en vernield en kunnen exemplaren van de ruige dwergvleermuis worden verstoord. Als tijdelijke mitigerende maatregel zijn vier vleermuiskasten, model VK-PL-01 opgehangen aan de te behouden bomen rondom het projectgebied, aan bomen aan de westkant langs de Aaksterveld, en aan de bomen aan de zuidkant langs De Tol, rondom het grasveldje (zie bijlage 2). De kasten zijn opgehangen binnen 100 m (optimaal) à 200 m (suboptimaal) van de oorspronkelijke verblijfplaats,

binnen geschikt leefgebied en buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden, met verschillen in microklimaat; door de verblijfplaatsen in verschillende windrichtingen te hangen. Het ophangen vond plaats onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen. Voor de tijdelijk vervangende paarverblijfplaatsen geldt een gewenningsperiode van een maand (in de periode april tot en met oktober) waarin de ruige dwergvleermuizen in staat zijn om de nieuwe verblijfplaatsen te vinden en te inspecteren omdat ze niet in winterrust zijn. De tijdelijke verblijfplaatsen blijven hangen tot de permanente verblijfplaatsen functioneren. In de laatste maand van de gewenningsperiode dient de oorspronkelijke verblijfplaats langzaam ongeschikt gemaakt worden in de toegestane periode (tussen half april en half augustus) op basis van de volgende punten: • Het ongeschikt maken vindt plaats onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog. • In de zijkanten van het gebouw worden minimaal 5 dagen (met een avondtemperatuur van minimaal 10 °C) voorafgaand aan de werkzaamheden openingen in de gevel en dakbedekking gemaakt, bij voorkeur over de volle breedte en op de hoeken. Hierdoor ontstaat tocht waardoor het microklimaat verstoord wordt en wordt de verblijfplaats ongeschikt.

• Nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen, moet het minimaal drie dagen met avondtemperaturen van meer dan 10 °c ongemoeid blijven staan voordat wordt overgegaan tot de daadwerkelijke werkzaamheden. Dit is noodzakelijk om vleermuizen die zich toch nog onverhoopt ergens in het gebouw bevinden de kans te geven het gebouw te verlaten. • Als tijdens de werkzaamheden onverhoopt vleermuizen aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden direct te worden stopgezet en moet een ter zake kundige ecoloog worden geraadpleegd. De werkzaamheden mogen pas voortgezet worden wanneer de vleermuizen uit zichzelf vertrokken zijn. In geen geval mogen deze worden gevangen of verplaatst. Voor de realisatie van de permanente verblijfplaatsen worden tenminste vier vleermuiskasten ingemetseld in de muren van de te realiseren woningen. Deze worden verspreid over vier verschillende woningen en op verschillende windrichtingen om zo een verschil in microklimaat te creëren. Ze dienen een locatie te hebben die gelijk is aan, of beter van kwaliteit dan de oorspronkelijke situatie wat betreft hoogte (bij voorkeur minimaal 3 m hoogte), aanvliegroute en vrije vliegruimte, vrij van verstoring van onder andere kunstlicht en buiten bereik van predateren. De permanente verblijfplaatsen dienen zoveel mogelijk dezelfde eigenschappen te hebben als de oorspronkelijke verblijfplaats.

Dit dient te worden gerealiseerd door gebruik te maken van een vergelijkbare materiaalsoort en volume en met een vergelijkbare bufferwaarde wat betreft opwarmen en afkoelen. Voor de woningrealisatie is nog geen ontwerpplan vastgesteld. Bovenstaande uitgangspunten zijn leidend in het te maken ontwerp voor de woningen. Het verloop van de ecologische begeleiding wordt vastgelegd in een logboek. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. In de bijlage zijn extra voorschriften opgenomen om de negatieve effecten van de werkzaamheden te mitigeren. De ruige dwergvleermuis komt algemeen in Nederland voor-en wordt met name in noordwest Nederland waargenomen. De mannetjes verblijven jaarrond in Nederland, de vrouwtjes alleen gedurende de trek- en paartijd en in de winter. De aantallen in de trektijd, worden geschat op 50.000 tot 100.000 dieren. Er zijn geen gegevens bekend over de trend in de aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen, het dichten van kieren en gaten in gebouwen en kap van bomen met geschikt holtes (Bron: Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, BIJ12). Het uitvoeren van de werkzaamheden betreft een ingreep met een negatief effect op één paar- en winterverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis.

Door het naleven van de voorzorgs- en compenserende maatregelen wordt voorzien in nieuwe geschikte verblijfplaatsen. Geschikt foerageergebied en vliegroutes blijven aanwezig in het projectgebied. Gezien het voorgaande worden geen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding op de lokale, dan wel regionale populatie ruige dwergvleermuis verwacht.

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

2 van 14

Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de werkzaamheden. Belang van de aanvraag U heeft ontheffing aangevraagd op grond van het belang van het project voor de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Hiervoor heeft u de volgende onderbouwing aangeleverd:

Op de locatie staat momenteel een leegstaand gebouw waar sinds de jaren zestig een school voor basisonderwijs was gehuisvest. De school is in de zomer van 2019 verhuisd naar een nieuwe accommodatie elders in het dorp Ameide. Het gebouw is verouderd en voldoet niet meer aan de moderne eisen voor een school of enige andere functie. In september 2019 is door RPA-advies een asbestinventarisatie gehouden waaruit bleek dat in het gebouw asbest aanwezig is. Zoals algemeen bekend is, is asbest schadelijk voor de volksgezondheid. Gebruik van asbesthoudend materiaal is daarom al geruime tijd verboden. Desondanks is er in (oude) gebouwen nog veel asbest aanwezig. Asbest kan zijn toegepast in plaatmateriaal, dakbedekking, kitten, veil, isolatiemateriaal etc. Asbest kan vrijkomen wanneer asbesthoudende materialen worden bewerkt of wanneer er brand ontstaat. Vooral bij een brand kunnen asbestdeeltjes zich over een groot gebied verspreiden wat een gevaar vormt voor de openbare veiligheid en gezondheid. De aanwezigheid van asbest en het daarmee gepaard gaande risico maken dat de ontheffing nodig is in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang van het project zwaarder mag wegen dan het beschermingsbelang van de ruige dwergvleermuis.

Alternatievenafweging Alternatieve locatie In de voormalige gemeente Zederik, waar Ameide tot voor kort toe behoorde, is besloten om geen nieuwe uitbreidingslocaties aan kleinen kernen toe te voegen, maar gebruik te maken van herontwikkeling van vrijkomende locaties om te kunnen voldoen aan de lokale woningbehoefte. Daarbij gaat het altijd om beperkte aantallen. Met de sloop van de school De Kandelaar aan de Meidoornlaan 2 ontstaat er ruimte in het dorp om 22 tot 25 woningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Er is behoefte aan deze woningen voor doorstromers en ouderen die graag gelijkvloers willen wonen. Met de herontwikkeling van deze locatie ontstaat er perspectief om deze mensen binnen de dorpsgemeenschap te kunnen huisvesten. Dat draagt bij aan het draagvlak voor de aanwezige voorzieningen en de leefbaarheid in het dorp. Met de ontwikkeling van de locatie ontstaat ook een kostendrager voor de bouw van de brede school. De sloopwerkzaamheden dienen om die reden uitgevoerd te worden aan het betreffende gebouw. Het betreft een inbreiding, dus uitsluitend op het terrein van het projectgebied worden werkzaamheden uitgevoerd. Een alternatieve locatie voor het uitvoeren is daarom niet aan de orde. Alternatieve inrichting Renovatie van het huidige gebouw is geen optie, vanwege de huidige niet praktische indeling van het gebouw.

De nieuwbouw wordt, conform de voorschriften voor permanente maatregelen, geschikt gemaakt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Gezien het voorgaande is een alternatieve inrichting niet aan de orde. Alternatieve uitvoeringsperiode en werkwijze De uitvoeringsperiode wordt gekoppeld aan de voorschriften die opgenomen zijn in het mitigatieplan en daarmee wordt de meest gunstige periode gehanteerd. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt en vanwege de slechte staat waarin het gebouw zich bevindt is het niet mogelijk om dit sterk verouderde gebouw, wat niet meer aan de huidige eisen voldoet, te behouden. Bij de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de kwetsbare periode van de ruige dwergvleermuis. De planning van de werkzaamheden wordt afgestemd op de kwetsbare periode van de ruige dwergvleermuis. Ook zijn en worden er ruim van tevoren alternatieve verblijfplaatsen in de•omgeving geplaatst zodat er te allen tijde geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn. De gekozen werkwijze is daarmee een alternatief met zo min mogelijk schadelijke effecten op de ruige dwergvleermuis. Er is geen reëel alternatief voor de ingreep, waarbij effecten op de ruige dwergvleermuis kunnen worden voorkomen. Door de gekozen werkwijze is het effect van de werkzaamheden op beschermde soorten tot een minimum beperkt.

De gekozen werkwijze wordt dan ook gezien als het alternatief met de minste effecten op (beschermde) natuurwaarden.

I

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

3 van 14

Gezien het bovenstaande zijn er geen redelijke alternatieven mogelijk die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. Vl. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij u ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de wet. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden, deze treft u aan in de bijlage bij dit besluit. VII. Bezwaar U kunt binnen zes weken na de dag waarop deze beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt een bezwaarschrift bij Gedeputeerde Staten van Utrecht indienen: • Digitaal: gebruikt u hiervoor het formulier "Bezwaar tegen beslissing provinciaal bestuur met DigiD". Uw DigiD geldt als ondertekening. U vindt het formulier via: www .provincie-utrecht.nl onder loket/ klacht, bezwaar of melding doorgeven / bezwaar tegen beslissing provincie; • Schriftelijk: t.a.v. de secretaris van de Awb- adviescommissie van PS en GS, postbus 80300, 3508 TH Utrecht. Het bezwaarschrift moet in ieder geval bevatten: uw naam en adres; de datum; een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht (indien mogelijk, onder vermelding van het besluitnummer); de reden van bezwaar; ondertekening. Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn voor de indiener geen kosten verbonden. Overigens schort het indienen van een bezwaarschrift de werking van het besluit niet op.

Als u niet kunt wachten op de normale behandeling van uw bezwaarschrift, hebt u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U moet op dat moment ook al een bezwaarschrift hebben ingediend. Het verzoek om een voorlopige voorziening richt u aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, Sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. VIII. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op het moment van bekendmaking door uitreiking of verzending aan de aanvrager. Van het besluit wordt mededeling gedaan op de website www .officielebekendmakingen.nl IX. Overleg en informatie Er kan tevens vergunning of ontheffing nodig zijn op grond van andere wetten of verordeningen. Wij adviseren u zo nodig contact op te nemen met uw gemeente en/of milieudienst, als u dit nog niet heeft gedaan. Als u vragen heeft over de procedure en de inhoud, kunt u contact opnemen met ons Servicebureau via servicebureau@provincie-utrecht.nl, of op telefoonnummer 030-2583311. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze website www .provincie-utrecht.nl. X. Verzending Dit besluit wordt verzonden aan de aanvrager van de ontheffing. Een afschrift van deze ontheffing wordt verzonden aan de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD) ..

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, aam~

Mevr. mr. S.L. Munsel Teamleider Vergunningverlening Natuur en Landschap Domein Landelijke Leefomgeving

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

4 van 14

ONTHEFFING Naar aanleiding van het verzoek van RPS advies- en ingenieursbureau B.V. op 16 december 2019, namens Gemeente Vijfheerenlanden en de aanvulling hierop van 27 februari 2020 en 19 maart 2020, gelet op artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming, Verlenen Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht hierbij aan: Naam: Gemeente Vijfheerenlanden Adres: Postbus 11 Postcode en woonplaats: 4140 AA Leerdam Ontheffing 82055BCF voor het tijdvak tussen de verzenddatum van dit besluit en 31 december 2021 van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5, eerste, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor zover dit betreft het opzettelijk doden, het opzettelijk verstoren en het beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Het gebied waarvoor de ontheffing geldt, betreft locatie Meidoornlaan 2 te Ameide (zie bijlage 1). Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1. De ontheffing wordt slechts voor de hierboven genoemde soorten en beschreven verboden handelingen verleend. 2. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. 3.

De ontheffinghouder dient onverwijld contact op te nemen met het Servicebureau van de provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrecht of via servicebureau@provincieutrecht.nl indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen als bedoeld in voorschrift 1 noodzakelijk zijn. 4. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en de bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. 6. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen met daarin minstens de voorschriften uit deze ontheffing. Het werkprotocol dient (aanvullend) de volgende aspecten te omschrijven: a. Omschrijving van het plangebied, inclusief kaart; b. Activiteiten/werkzaamheden die uitgevoerd worden (inclusief planning); c. Maatregelen die getroffen zijn/worden (locatie op kaart en datum/tijd); d.

Wie is de begeleidend ecoloog (inclusief contactgegevens); e. Welke activiteiten zijn/worden door de ecoloog begeleid; f. Hoe er wordt/is omgegaan met onverwachte (beschermde) soorten binnen het plangebied. 7. De ontheffinghouder dient, twee weken voorafgaand aan de datum waarop de werkzaamheden zullen aanvangen, het meldingsformulier 'aanvang werkzaamheden' volledig in te vullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/startwerkzaamhedenwnb. Bij de melding dient het werkprotocol zoals omschreven in voorschrift 6 bijgevoegd te zijn. 8. Tijdens de werkzaamheden dient een logboek te worden bijgehouden. In het logboek dienen gemaakte ecologische keuzes vastgelegd te worden zoals goedkeuring/ vrijgeven door een ecoloog, afwijkingen van het ecologisch werkprotocol en gekozen mitigerende maatregelen en de locatie daarvan. In het logboek worden in ieder geval de relevante resultaten van de uitgevoerde handelingen, omschreven in de voorschriften 10 tot en met 15 geregistreerd. 9. Na afronding van de werkzaamheden dient de ontheffinghouder het meldingsformulier 'einde werkzaamheden' volledig in te vullen op https://rudutrecht.formulierenserver.nl/eindwerkzaamhedenwnb. Het logboek zoals omschreven bij voorschrift 8 dient bijgevoegd te worden.

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

5 van 14

Specifieke voorschriften

10. De maatregelen, genoemd in hoofdstuk 6 van de Natuurtoets vleermuis en huismus - De Kandelaar Ameide", Ref.: 1900369A00-R19-1174, (zie bijlage 3) dienen te worden opgevolgd. 11. Het ongeschikt maken vindt plaats onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog. 12. In de zijkanten van het gebouw worden minimaal 5 dagen (met een avondtemperatuur van minimaal 10 °C) voorafgaand aan de werkzaamheden openingen in de gevel en dakbedekking gemaakt, bij voorkeur over de volle breedte en op de hoeken. Hierdoor ontstaat tocht waardoor het microklimaat verstoord wordt en wordt de verblijfplaats ongeschikt. 13. Nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen, moet het minimaal drie dagen met avondtemperaturen van meer dan 10 °c ongemoeid blijven staan voordat wordt overgegaan tot de daadwerkelijke werkzaamheden. Dit is noodzakelijk om vleermuizen die zich toch nog onverhoopt ergens in het gebouw bevinden de kans te geven het gebouw te verlaten. 14. Als tijdens de werkzaamheden onverhoopt vleermuizen aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden direct te worden stopgezet en moet een ter zake kundige ecoloog worden geraadpleegd. De werkzaamheden mogen pas voortgezet worden wanneer de vleermuizen uit zichzelf vertrokken zijn. In geen geval mogen deze worden gevangen of verplaatst. 15.

De werkzaamheden en bovengenoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. Deze dient in ieder geval bij de start van de werkzaamheden aanwezig te zijn op de planlocatie. 16. Deze ontheffing kan, conform artikel 5.4 van de wet, worden ingetrokken, indien blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. Contactgegevens Aanspreekpunt in het kader van deze ontheffing en de daaruit voortvloeiende voorschriften is het Servicebureau van de provincie Utrecht, Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrecht, bereikbaar op telefoonnummer 030 - 258 33 11 of e-mailadres servicebureau@provincie-utrecht.nl.

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

6 van 14

Bijlage 1: kaarten planlocatie \

'

IJ 1u (1lfH!

I \

L(l1~jk

.

; I

.

r Legenda c:J Pro;ee tgeblêd

---

0

250

500

I.ODO

1,soom

Figuur 1, Globale ligging van het gebied

Figuur 2, Overzicht plangebied

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

7 van 14

Bijlage 2: overzicht tijdelijke mitigerende maatregelen

figuur 1: tocaties van geplaatste vleermulskas1en (genummerde oranje slipper,) en de huidige verb!l)fplaats van ruige clwergvleermuls (rode stip).

figuur 2: Foto's van vleermuiskast 1.

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

8 van 14

figuur 3: Foto's van vleermuiskast 2.

figuur 4: Foto's van vleermuiskast 3.

figuur 5: Foto's van vleermuiskast 4.

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

9 van 14

Bijlage 3: Mitigerende maatregelen vanuit het activiteitenplan (hoofdstuk 6) uit de Natuurtoets vleermuis en huismus - De Kandelaar Ameide", Ref.: 1900369A00-R19-1174

6

VOORZORGSMAATREGELEN EN M:ITIGA TIEP:LAN

Negatieve effecten op beschermde soorten dienen zo veel mogefjjlc te worden voorkomen. l!n dit hoofdsll!l k zijn algemene voorzorgsmaatregelen opgenomen ter voorkoming: van veratoring of schade aan besc.hefmde mrtU.l!.UWaarden. Hiermee wordt de functionaliteit van de voortplamings- en.laf vaste rust- en vefblijfplaats gegarandeerd. Voor alle soorten, ongeacht bescnerming via 11afuwwetge\rililg af niet, geldt de zorgplicht waarbij eeflieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wid levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het nemen van de opge111omen voo12orgsmaalregelen in de volgende paragrafen is niet afdoende om een overtreding van de verbodsbepafingen van de Wet natu:urbesc hermfi,g le veerkomen ten aanzien van rui9e dwergvleemn.iis. Voor het orxiemavige project dient daarom ook een mîögatiep4an verder uitgewe rkt te worden. De maiatregelen dienen oog verder uitgewerkt te WOJden in een mitigatieplan voor ruige dvt'elgY!eeITT1UÏS en een ecologisch werkprotocoL

6.1

Zoryplicht

-na

Voor aJle soorten, onge.aoht bescherming natuurwelgeving of niet, geld! te alen tijde de zorgpficht waartlij eenieder voldoende zorg m acht dient te nemen voor de in het wild levende meren en planten en mm directe leefomgeving. Een maatregel die aanvulling geeft aan de algemene zorgplicht is: • Bif het vervnjderen van matenalen en vegetalie rondom het project.gebied dier1t onnodig dodef1 van algemene grondgebonden zoogdieren te woeden voorkomen: hel verwijderen van ,maierialen wordt bij voorkeur uitgevoerd in de periode apn°Hiovember. In die. periode zijn deze soorten hel minst kwetsbaar en in staat om zelf weg te vluchten.

6.2

Broedende vogels

Het verstoren van broedende vogels en het wegr,emern of vemieten van eieren 2ijn niet toegestaan onder de Wet. natuurbescherming. Een vaste broedperiooe of -seizoea bestaat riiet, de kans op aanwezigheid van broedende vogels is het grootst in de periode maart-augustus. De pertode en duur van 'het broeden zijn afflankelijk van de vogelsoort en de weersomstaridiglieden. Kap- en rooiwerkza.amheden WOfden bij voorn,eur uitgevoerd in de pertode september-februari. De .kans dat nesten in gebruik zijn, is in die periode minimaal Voorafgaand aan net vernijderen van de ,begroeiing .met aanv.-e;jge nesten dienl een ter zake kundige ecoloog een oonlrole uït te voeren op aamrre.zighe«f vart broedende vogels. Orn overtreding van de v~rbodsbepafüigen te voorkomen, dienen de volgende voorzorgsmaahe,gelen te worden nagieleefd: • Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden moet het terrein gecontroleerd worden op de aamvezigheid van broederlde vogels. • l'ncfien broedende vogels aar;iwezig zijn, zal in het overleg met een ter zake kundige ecofoog worden bepaald op welke afstand tol de •biroedlocmie aangehouden moet worden. • Wanneer geen broedende vogels iiMI Wezig zijn, ·kan het projectgebied oogesctiil<I vromen gemaald door ttet verwijderen van de aa:11wezige vegetatie.

• Wanneer verstoring van ,broedende vogels en het wegnemen of vernielen van eieren niet voorkomen kan worden, diem het werk uitges teld te worden tot de jonge vogels zijn uilgevfogen en het nest niet meer gebru ikt word!. rps.nl Ref.: 1000300AOO-R19-1174

I 12 decemb~r2D·19 Pa~na 17 ,<all :Z-J

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

10 van 14

6.3

Rugstreeppad

Wanneer zanderig lelre.in mei p,lassen waler tijdens de ~amheden in de voor1plamingspeode van rugstreeppad (april tol en met jUll) riet afgesci1eondof opgeruimd wonft,. is tbet ~ ctat de rugsfreeppad dit gebied zal bevolken. He1 creëren van geschild leefgebied kan voorkomen worden door het projectgebied goed afte schermen, QP te ruimen en te vooo:omen dm ,plasseci water aanwezig ZÏJII. Daarnaast tan voorkomen vromen dal rugstreeppaddefl het gebied gaan gebruilcen door zo mo mogeijk tijdens óe werkzaamheden zandropeo aan te brengen. Dil zijn VOOli rugstreeppadden geschïkle leefgebieden {bijvoorbeeld als ovewlirrteringslocaöe in de pefiodellatf· oktober tot en me'f maart}. Indien de rugstreeppad a.am!'e2:ig 'ÎS {~ }. dient een ecoloog geraadpleegd te worden over de voortzeffi!'lg va11 de vrerkzaamhedell ..

Miügatieplan ruige dwerg:vleennuis

6.4

Het mmgatieplan beschrïjfi de rna.megelefldie genomen moeten ¥«JRlefl om negatieveeffecten te imgeren ten aanzien vam hetvetloren gaan van één paar- en ~vi111lewerblijfplaats van~~Op basis van staod.aamvoorachrtften uit het keooisd oeument van ruige dweryvleemJLis {6"'12} women specifieke .projeclgericilte maatregaer, opgesteki. Met öeze maatregelen wordt voorzien in tï_jdet~lce eri permanente locaties die funcöonerenals voortplantingsplaats of ~ams voor ruige d\.vergvleermais. De ie treffen voorziiemflgeA voor een v~plaals of rustpaats (rowel tijdelijk als pennanenf} die 'hîetrondel" v.lOfdefl voorgeschreven 23JII gerid1t op vervanging van een paar- en mmerverolijfptaats. Mitigatie v.oor een roassawïnterv.erbijfp}aals .is niet aan de orde, aangezien deze in de huicfige smialie miet aa!IWe2ig is.

6-4.1

Voorke-ursperiode

De vo01geoomefil 'ó\leázaamfleden dienen in de minst k\\\letsbare ,penooe van de ,ruige <hr~uifge\/Oefd te warden en mogen pas gestart wooren a~ de ~aats vertaten ls. Omdat de vertilijf:plaas in de paar:tijc! en winl:enust Ïil gebruit. kan zijA, door vteermwzen, dienen de werlczaamh.eden gestart te women vanaf tot en met hlllf alilgustus. In dezie periode zijn de vteerml!.lizen het meest mobïe!I ea lexibelwat betreft boo verolijfplaa!s.

am

6,.4.2

lnzet verlichting

De volgende v~E geldt ten aarlièÎen van~= • Orn de ~i:rwezige foeragerende en passerende vlee~o niet te verstoren en mclirect schade toe '!e brengen aan kraamkolonies , mag Ïl1 de periode april tot en met nwemberbij v!'efkza'amheden gee«'! g.ebruifl'. gemaakt woroen van bool'IVel!icil.1ïng russen zoosooo~ ·eA -opkomst Door niet tijdens de nachtelijke uren te \~efil (aciieve periode van vlieemuzen} 1'i'Olidl ¥et:Sl<Jlffl9 .geheel ~meo. • Hel is niet toeqestaan vOOIZieningen WO£ pemlailJ,e veflidmlilgvan bet projectgebied aan te brengen. anders dan overeenkomstig met ,de huidige aillîl\!reZÏge van de ~• Veciïchfing aan en ïn bet gei)ou\r,• moel dusdanig ziïn dal de fldltbtmdel iidleen ffil'M beneden is gerichl en zo veel mogetijk met een rooé-kleurapeebum (~o bepedd· mogeijk wil ~*~~).

venmting

rps.al R,;,L W\iroa!BA•il!O-R11l-l i14 I 12 deJ;em1:i,,...120lêJ

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

11 van 14

6.4.3

Tijdelijke vemlijfplaatsen aanbied~n

Uitgangspunten Voor elke aan te tasten of te verwijderen vernlijfplaals moelen meerdere .alternatieve veltiijfplaatsen aanwezig zijn die voor minimaal eenzetfd'e aantal ruige d\lreFgV!eemruizen dezelfde h.mctie kunnen verwlien ~ de oorspronkelijke plaats. Door meerdere verblijfpl:aatseó te plaatsen, wordt. de leans groter dat een van de verblijfplaatsen geschild blijkt VOOJ de vleermuissOQrt. • Het aantaJ verbfijtpblatsen is afhankelijk van de hoeveelheid potentiële verblijfplaatsen .in de omgeving en wordt bepaald door een vleermuisdeskundige. • Voor de tijdelijk vervangende paarvernlijf.plaa.l:setl gefdt een ge.wén:ningsperiode van 1 maand (in de periode april tot en met oktober} waarin de gewone d\irergweermuizefi. in staat zijn om de nieuwe verbftjfplaalsen te 1Jinden en te inspecteren omdal ze lliet in vnnterrust zijn_ .. De lijdelijke verblïJfplaalsen t>lijven hangen tot de permanente verbiijfplaatse:n ·tuncöoneren. • De lijdelijl(:e verblijfplaatsen dienen van model klein bol, •klein plat of meervoudig (plat) te zijn bij tijdelijke verva.ngmg van een paarverblijfpfaals_ Deze kasten zijn bij voorkeur gemaald van hoolbeton.

De keuze van het materiaal is gericht QP beslendigheid tegen weerainViloeden, • Voor de r.uige dwergvleermuis is hel van be!aAQ dlat deze vertllijfplaatsen bïlilnen 100 m (optim,;.af) à 200 m (suboplimaal) van de oorspronkelijke verblijfplaats, binnen geschilctleefgebied en bl!liien de invloedssf~, van die wer1czaamtieden geplaatst worden err versctlillen in microkllmaat; dit tan gecreëerd worden door de verblijfpfaalsen in verschillende windrichtingen te hangen. een vrije aanvlregr-oute hebben_ bij voorteur op minimaal 3 m hoogte bevestigd wooien. aan een gebouw of bomen bevestigd 11rorden; buiten het bereik van kunstmatige beiictlliflgsbronn.en hangen. Vf'Îj van verstoring en buiten het bereik van- predateren. Realisatie li:/deiiike mBfl!regel en

Vier vleermuiskasten1 modef VK~PL-01, worden opgehangen aan de te behouden bomen rondom het

pr-ojeclgebied. De kasten woroeo volgens bovenstaande uilgangspunten opgehangen. In het veld worden de locaties voor het ophangen van de kasten bepaald. De ka.sten wordetil aan de bomen aan de westkant langs de Aaksterveld, en aan de. bomen aan de zuidkant langs de De Tol, rondom oot grasveldje aangebracht Van de andere bomen kan niet met zekerheid aangegeven woreen of deze behouden blijven. Ter plaatse worden de juiste locaties voor de vle.eRT1uislcasten gek.oz.en.

Het ophangen vindt plaats onder 'begeleiding van een deskundige op hel gebied van vleermuËZen. Het verloop van de ecologische begeleiding wordt vaslgelegd in een logboek. De kasten vromen indien mogelijk mei een ladder, tol maximaal 6 meter hoogre -~ eharlgell_ Indien dil niet mogelijk is wordt gebruik gemaakt van een hoogwerker (lot max. 16 m h~).

6.4.4

permanente verblijf1plaatsen aanbieden

Uitgangspunten De te faciliteren permanente verblijfplaatsen dienen, conform het kennisclooumefill., aan de volgende purn:en te voldoen. Deze eienen: • Binnen het ~bied van de aanwezige vleemu.izenpo:pulatie, binnen geschild leefgebied en bt.men de invloedssfeer van de v~ heden geplaatst te worden. De vervangende verolijfpla.alsen women

rps,nl Ref.: 1000300AOO-R19-1174 I 12decernbes2'01Q Pagir,a 19 ••ail 21

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

12 van 14

•

• •

bij \IOOfkear zo didlt mogefijk,, maar attï,!di bmen 100 à 200 m v-an de oorspmnkeilijk:e vemlij.fpla als geplaatst Een locatie te hebben die geijk is aan of beier van kwaäreit is d11i!l de oorspronkelijke situalie wat betreft hoogt e (bij voorkeur minimaal 3 m hoogle}, aaowiegrout e en vrije \lliegruîm.te, •mt Vall ve,s loring van onder .andere k1JJ1Sffictlt en buiten bereik van preda!OFen.. Te verachilen in micrrofdi'T:laal. Dit kan gecreëerd worden door de vemapplaa!sen aan de veraehilende zijden van het geboow te facilïleren. Zoveel mogelijk dezf:lfde eigenschappen te hebben als de oorspronkelijke va~. door gelbrm1c te maken Wf1 een vergelijkbare mat eriaals oort en volume en mei een ~ ootrew raaroe wat beb'efl: opwarmen e:i afkoelen_

Re6/fsstie permanente verofiffpfaatsen Tenminste '1'ier \deermuiskasten dienen ingemetseld te worden in de muren v.an de vi'Oflingen_ Deze ytordefl ver.;;preicl o-.rer vier verschilende woningen en op verschillende vrinélrTchfingefl geplamt om ze een vefSChil in microklimaat te creër en. Voor de woningrealisatie is nog gee n ontwerpplan vastgesteld. Bove nstaande uitg:angs punta, zijn leidend in

liet re maken -0ntwe,p voor de won ingen.

6.4.5

Vert>lijfptaats ongeschikt maken en werkzaamheden uitvoeren

In de la11ltste ma-and van die gewemingspeoode mag de oor.;pronlrel ijike verbijfplaals. langz:a am ongesdjfd . gemaakt worden in de toegest ane peood e (russen h.alif apri l en lla!f augustus) op basis van. de 1rofge nde

pumen: •

Het ongeschild maken vmdt plaats onder begeleiding van een. te.. zake kundige ecofoog.

•

In de zijkarden van het gebouw worden minimaaJ 5 da!}e.ll (met een av0111dtemperatuw- van mnmaal 10 '"C) voorafgaaoo aan de welkzaarnmeden openingen in de gevel en dakbedekking gemaald, bij voorkeur over de volle breedte en op de hoeken. Hierdoor omstaat tocht me het meroldïmaat verstoon en wordt de vertilïflplaats oogesch iM gemaakt Nadat het gebou:w onges chikt gemaald ,is voor v.feennuizen, moet het mîl'lima-al ctie dagen mei avoodtempe: r.aturen van meer dan 1,0 'C ongemoeid blÏJl'fflll staan voomat w.ordl overgeg aan ilot de daad\'lefkelijke werkzaamheden. Dit is noodzalceijk om vleem11:1izen <ie zieh IDcl1 nog .oovernoqpt ergens in :het gebouw bevinden de kans te geven het geDO IJ\l't re valatoo. Als 1ijdefls de ,Yertzaamheden >Aeermuilz.en aangetr offen worden , dienen de werkzaamhed en dïred: te women stopgezet en moet een Ier zake kw:dg;e ecol oog worden geraadpfeegd . De wefkz aannhedefl mogen p~ voorlgezel women wanneer de \lieesmuizen uit zichzelf Yelfrokken ZIJil- {n geen ,geval mogen deze worden gevangen of verplaa:1st.

•

•

rpanl Rei.· 1 ~r,3e,·~J>£)'J-R19-t 1:-~

I tl dei,e.rnb-er 2-019

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

13 van 14

RPA-advies

~

20tliOll71

~;

1eii'l~Wti

1.0. Samenvatting ff~er11 specifiie.ilie. Y.Ml d1, geidlik;tliieid '\Qll hei nbei.ti!'IWfll.lm~~pport De gc1~1lill:l!heöd v.111n llet r!lppÓ,r.t betféft 'VOO< ~e ret10v,'iie of IOtáill5lbap"_

N~ere speçffigiie v.m de reikwijdte va;n de nbes.timrentffls.1!,e; 011: ttikwijdle vän de invenbri~t~~ft ~"' ~cf o~·.

1

Beschrijvinv 'ti!n hei ilf te :b;illeflen $1@b.ied of de .t1 ill! bmnen n:iimte bij de nbes.t'f.er,,ijd1,ri~;

1

'H et $e1.~ MngShëdrijf UI op, b.ise. v.lin dil tiippórt. inelusio!:f pl.;.~ en mä..tt,Oèiîng,en, :..;;If hét .ä! le bá'liéMtl ~i~

bepaletl.

,Xehil-

l~ie\i'ffSÎf,-

1B~p:e~ 20 19

I

a.ie

Op bö(~ Wl!fl de1,i.-.i,,;:ti. ¥9'1,hwvd; ,e n ~bor.>'lorii.!m i!~ -rdt g~ n<::ludfl. rd dllt qi /ff 110ige nde Joç-~ l!:i.bt-i;,thouditrnf• to,ep.Ms.ingen zijn ~gel't<:ffen. ·

~arie,

roAcl . anit ·!\Çll"l(i

Verv

!abel 1; Res11lwtmot!!Swmames m ,:is,icot_lasun

_8JM; ".

l'JOZ &03

·

,Ç

niuehl -luch't

Behoort bij briefnummer: 82055BCF

2

2

Sii.

14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=a2ed1ed9-0f52-4c2d-90c6-354755a2ff60