Bijlage 6 Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Gewijzigde versie 4 (incl. aanvulling OER)
projectnummer 0472188.100 30 oktober 2023
www.anteagroup.nl
Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden Gewijzigde versie 4 (incl. aanvulling OER) projectnummer 0472188.100 30 oktober 2023
Auteurs Lex Runia e.a.
Opdrachtgever Gemeente Vijfheerenlanden Postbus 11 4140 AA Leerdam
Gecontroleerd Just Verhoeven
datum 30 oktober 2023
beschrijving definitief
vrijgave Just Verhoeven
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
2.
Onderbouwing aanpak
7
2.1 2.2
Aanpak Beoordelingskader
7 7
3.
Uitgangspunten
9
3.1 3.2 3.3
Opgave van 15 MW (RES) Categorieën windturbines Beleidskader
9 9 10
4.
Beoordeling per thema
12
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3
Energie en circulariteit Vitaliteit en inclusiviteit Gezondheid en milieu Geluidhinder Slagschaduw Omgevingsveiligheid Groen en landschap Landschap Archeologie en cultuurhistorie Natuur
12 12 14 14 18 19 19 19 26 28
5.
Beoordeling per zoekgebied
37
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15
Zoekgebied 1: scoort relatief slecht op alle categorieën Zoekgebied 2: scoort niet goed op alle categorieën Zoekgebied 3: scoort zeer goed op de categorie Mens en Groen Zoekgebied 4: scoort gemiddeld op Groen en Energie maar relatief laag op Mens Zoekgebied 5 scoort slecht op de categorieën Groen en Energie Zoekgebied 6: scoort zeer goed op de categorie Energie Zoekgebied 7: scoort slecht op de categorieën Mens, Groen en Energie Zoekgebied 8: scoort het slechtst op de categorie Groen en ook relatief laag op Mens en Energie Zoekgebied 9: scoort gemiddeld in de drie categorieën Zoekgebied 10: scoort goed in drie gewichtensets Zoekgebied 11: scoort slecht op de categorie Energie en ook relatief laag op Mens en Groen Zoekgebied 12: scoort gemiddeld op de categorie Groen maar slecht op Mens en Energie Zoekgebied 13: scoort zeer goed op de categorie Energie Zoekgebied 14: scoort zeer goed op alle categorieën Gevoeligheidsanalyse
37 37 39 39 40 41 42 43 45 46 47 48 48 50 51
6.
Samenvattende beoordeling
56
6.1 6.2 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2
Over dit hoofdstuk Overzicht van de beoordelingen van de zoekgebieden De beoordelingen genormaliseerd Beoordeling met behulp van een gewichtensets Aanpak van de multicriteria-analyse Gewogen rangschikking van de zoekgebieden
56 56 57 58 58 58
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Bijlage 1 Memo ruimtelijke analyse zoekgebieden wind
64
Bijlage 2 Gevoeligheidskaarten van vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht
66
TOELICHTING OP VERSIE 4: AANVULLINGEN NAAR AANLEIDING VAN HET TOETSINGSADVIES VAN DE COMMISSIE M.E.R. Het locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden is in een aantal stappen tot stand gekomen en kent een aantal versies. Dit is beschreven in de toelichtende inleiding in versie 3 van het rapport. Dat is de versie die als onderdeel van het Omgevingseffectrapport (OER) gezamenlijk met de ontwerp-omgevingsvisie van Vijfheerenlanden vanaf 11 mei 2023 tot en met 22 juni 2023 ter visie is gelegd. In de zienswijzenperiode zijn ook zienswijzen ingediend over het OER. Deze zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota van Zienswijzen omgevingsvisie Vijfheerenlanden. In de zienwijzenperiode is ook een advies over het OER en het daartoe behorende locatieonderzoek wind ontvangen van Commissie m.e.r. Naar aanleiding van dit advies zijn in deze versie 4 van het locatieonderzoek enkele aanvullingen en aanpassingen gedaan. Het gaat om de volgende aanpassingen: de onderbouwing van de afbakening van de zoekgebieden is toegevoegd (als bijlage); de zoekgebieden zijn tot stand gekomen als onderdeel van het proces dat heeft geleid tot de Regionale Energiestrategie (RES) voor de U16 (het RES-gebied waartoe Vijfheerenlanden behoort). De zoekgebieden uit de RES waren het startpunt voor het locatieonderzoek, op grond van het raadsbesluit hierover.
Deze verwijzing naar de rapportage over de onderbouwing van de zoekgebieden is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit rapport; de effectanalyse is aangevuld met een gevoeligheidsanalyse voor de locaties 6 en 13. Hierin is gekeken in hoeverre de beoordelingen van deze zoekgebieden kunnen veranderen als de zoekgebieden kleiner worden gemaakt. Daarnaast is voor de overige zoekgebieden ook globaal bekeken of verkleinen van de zoekgebieden een gevolg kan hebben voor de beoordeling. De gevoeligheidsanalyse is opgenomen in paragraaf 5.15 van dit rapport; er is nadere aandacht besteed aan de mogelijke effecten op natuur en landschap die bij de 14 zoekgebieden aan de orde kunnen zijn. De aanvullende analyse natuur is opgenomen in paragraaf 4.4.3, de aanvullende analyse landschap is opgenomen in paragraaf 4.4.1 van dit rapport. Naar aanleiding van deze nadere informatie zijn de conclusies tegen het licht gehouden. De nadere analyse leidt niet tot aanpassingen van de conclusies van dit windonderzoek. De nadere analyses onderstrepen wel dat in het vervolgproces voor de geselecteerde zoekgebieden nader effectenonderzoek nodig is, waarbij naar de effecten van concrete opstellingen moet worden gekeken. Dit zal in de project-m.e.r.’s van de voorkeursgebieden meegenomen worden1.
De gemeenteraad heeft op 9 februari 2023 gekozen voor 3 zoekgebieden om nader te onderzoeken via een project m.e.r. In dat proces wordt samen met inwoners bezien en onderzocht hoe tot optimalisatie en inpassing kan worden gekomen van die zoekgebieden en of dit leidt tot de keuze voor het plaatsen van windturbines. 1
blad 4 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
1.
Inleiding De uitkomst voor de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 U16 voor de gemeente Vijfheerenlanden is, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 30 september 2021, een bijdrage van 0,072 TWh (streefgetal). Omdat binnen de gemeente Vijfheerenlanden bestuurlijk gekozen is om geen zonnevelden op agrarische gronden te willen faciliteren, dient de opgave ingevuld te worden door duurzame opwek van energie door middel van windturbines. Binnen de gemeente zijn in het kader van de RES veertien potentiële gebieden voor windenergie aangeduid. De zoekgebieden zijn tot stand gekomen als onderdeel van het proces dat heeft geleid tot de Regionale Energiestrategie (RES) voor de U16 (het RES-gebied waartoe Vijfheerenlanden behoort). De zoekgebieden uit de RES waren het startpunt voor het locatieonderzoek, op grond van het raadsbesluit hierover. In de memo ruimtelijke analyse zoekgebieden (Bureau Overmorgen, 19 juli 2021) is de afbakening van deze zoekgebieden voor wind binnen gemeente Vijfheerenlanden met gehanteerde criteria uiteengezet. De memo ruimtelijke analyse is in bijlage 1 opgenomen bij het windonderzoek. In dit rapport is de uitspraak van de gemeenteraad van september 2021 gehanteerd als het uitgangspunt voor de opgave voor windenergie. Inmiddels wordt overwogen om de inzet op zonne-energie te vergroten en de inzet op wind navenant te verkleinen.
Met deze mogelijke verschuiving in de opgave is in dit rapport geen rekening gehouden. In dit rapport zijn deze gebieden door middel van een omgevingstechnische analyse onderzocht op hun geschiktheid voor het plaatsen van windturbines, mede in relatie tot de pijlers van de omgevingsvisie en de omgevingseffecten die kunnen optreden als windturbines worden geplaatst. Daarbij zal – voor zover relevant ook worden gekeken naar verschillende types en afmetingen van windturbines. In het najaar van 2022 krijgen de inwoners een participatiegelegenheid om op basis van de onderzoeksresultaten van het verdiepend onderzoek naar zoekgebieden voor windturbines hun wegingsvoorkeuren aan te geven.
Figuur 1.1 De veertien zoekgebieden voor windenergie in Vijfheerenlanden
Plan-m.e.r.-onderzoek naar windzoekgebieden koppelen aan de o.e.r. bij Omgevingsvisie De raad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft besloten dat de zoekgebieden voor windenergie uit de RES, zowel de kansrijke en minder kansrijke, nader worden onderzocht in een plan-m.e.r. Omdat energie ook één
blad 5 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
van de opgaves is voor de omgevingsvisie en omdat de (mogelijke) keuze van zoekgebieden voor windenergie impact kan hebben op de leefomgeving en ruimtelijk relevant is, wordt het plan-m.e.r. voor de windzoekgebieden in samenhang uitgevoerd met de o.e.r. voor de omgevingsvisie. De zoekgebieden Bij het afbakenen van de zoekgebieden (onderdeel van het proces van RES 1.0) is onder andere gebruik gemaakt van afstandscriteria tot woningen en woonkernen. Het ging daarbij om een afstand van 900 m tot woonkernen en 500 m tot woningen buiten de woonkernen. In Figuur 1.2 is de ligging van de zoekgebieden ten opzichte van de woonkernen weergegeven. Rond de woonkernen (de stedelijke gebieden uit de verordening van de provincie) is de contour van 1.200 m afstand weergegeven. Deze is gebaseerd op het gemeentelijke Beleidskader Energietransitie dat op 10 november 2022 door de raad is vastgesteld en is van toepassing voor nieuwe windgebieden. Op basis hiervan kan worden geconstateerd dat een aantal zoekgebieden geheel of gedeeltelijk binnen deze contouren vallen. Voor de meest kansrijke zoekgebieden is het effect beperkt: zoekgebied 3 ligt geheel buiten deze contour en de van de zoekgebieden 14 en 10 vallen kleine delen af.
Figuur 1.2 Ligging van de veertien zoekgebieden ten opzichte van de woonkernen. Rond de woonkernen zijn contouren aangebracht met een afstanden van 1.200 m. Roze zijn de woonkernen (stedelijke gebieden conform de omgevingsverordening).
blad 6 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
2.
Onderbouwing aanpak
2.1
Aanpak De geschiktheid van de zoekgebieden voor windturbines en de effecten die bij de zoekgebieden kunnen optreden zijn onderzocht. Dit locatieonderzoek wind richt zich op het beoordelen van de geschiktheid van de zoekgebieden, zonder dat daarbij wordt gekeken naar concrete (mogelijke) opstellingen van windturbines. Deze aanpak is gevolgd omdat in de praktijk het ontwikkelen van plannen voor windparken wordt gedaan door private partijen – dat kunnen energiemaatschappijen, maar ook private personen, coöperaties of (lokale) overheden zijn. Dat stadium van het proces (het ontwikkelen van concrete plannen) is nog niet bereikt, omdat de zoekgebieden nog niet zijn vastgesteld. Bekend is dat grondposities – welke grondeigenaren stemmen in met het plaatsen van windturbines – een belangrijke factor zijn bij het ontwikkelen van plannen voor windparken. Er is daarom in dit rapport geen analyse gedaan aan de hand van de mogelijke opstellingen, maar wel indicatief gekeken naar de ruimte, de landschappelijke situatie van de zoekgebieden en de kansen die dat biedt en de schuifruimte die er is om een windpark in te passen. Doordat in dit rapport niet is gekeken naar concrete opstellingen van windturbines heeft de beoordelen van de mogelijke effecten deels het karakter van een beoordeling van kansen en risico’s.
Dit laat onverlet dat waar mogelijk de eigenschappen van de zoekgebieden zijn gekwantificeerd. Voor dit rapport zijn voor een aantal aspecten met behulp van GIS contouren rond de windturbines gemaakt (aangeduid als ringen), met verschillende afstanden. Afhankelijk van het beschouwde aspect zijn aantallen (bijvoorbeeld woningen) of oppervlaktes (bijvoorbeeld weidevogelkerngebied) berekend voor een bij het betreffende aspect passende (effect)afstand. In de betreffende paragrafen is aangegeven welke (effect)afstanden zijn gehanteerd. Daarnaast is voor kwalitatieve aspecten een schaal gehanteerd, waarbij een score is gegeven binnen de schaal 1 t/m 5. Daarbij is de volgende schaal gehanteerd: score
beoordeling
1
niet aan de orde / geen ruimtelijke overlap
2
kleine kans op negatieve effecten
3
kans op negatieve effecten
4
grote kans op negatieve effecten
5
grote kans op grote negatieve effecten, grote mate van strijdigheid met status/beleid
Het doel hiervan is om een heldere beschrijving te geven in hoeverre een zoekgebied vergelijkbaar, beter, of slechter scoort ten opzichte van de andere mogelijke zoekgebieden.
2.2
Beoordelingskader Voor het vraagstuk van de windzoekgebieden zijn niet alle onderdelen van het beoordelingskader uit het OER onderscheidend. Belangrijk zijn in ieder geval de effecten op energie (CO2-reductie, energieopbrengst/potentie), de leefomgeving (geluid, slagschaduw, omgevingsveiligheid), landschap, cultuurhistorie, archeologie en natuur (soorten, Natura 2000, NNN en weidevogelgebieden). Hiermee wordt in dit rapport een beoordeling gegeven voor de thema’s energie en circulariteit, vitaliteit en inclusiviteit, groen en landschap en gezondheid en milieu. Waar mogelijk zijn de effecten kwantitatief bepaald met behulp van GIS. In dit onderzoek is nog geen rekening gehouden met de eventuele beperkingen van de zoekgebieden in relatie tot de verstoring van de defensieradar. Bij een concreet voornemen voor het plaatsen van een windturbine moet een beoordeling van de radarverstoring worden gedaan door het ministerie van Defensie. Om die toets te kunnen doen is concrete informatie over de te plaatsen windturbines noodzakelijk. Gezien de ligging en
blad 7 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
afmetingen van de zoekgebieden en gezien de nog onzekere ontwikkelingen ten aanzien van een nieuw radarstation is er voor dit onderzoek van uitgegaan dat dit niet leidt tot onderscheid tussen de zoekgebieden. Tabel 2.1 Beoordelingskader OER omgevingsvisie Vijfheerenlanden.
Thema Energie en circulariteit
Vitaliteit en inclusiviteit
Economie
Mobiliteit
Groen en landschap
Gezondheid en milieu
Klimaatadaptatie
Aspecten CO2-uitstoot Energievraag Huidige en potentie duurzame energiebronnen Circulariteit (grondstoffengebruik, afval) Woningaanbod Voorzieningen Leefbaarheid Inclusiviteit Sociale cohesie Werkgelegenheid Werklandschappen Beroepsbevolking Bereikbaarheid Verkeersafwikkeling/knelpunten Modal split Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Kwaliteit openbare ruimte Gezonde leefstijl Geluid Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte Droogte Bodemdaling
blad 8 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
3.
Uitgangspunten
3.1
Opgave van 15 MW (RES) Uitgangspunt voor dit onderzoek is het bod van gemeente Vijfheerenlanden aan de RES U16 van 0,072 TWh (71.512 MWh), zoals gedaan in 2021. Hiervan is destijds – in 2021 – uitgegaan van 53.800 MWh opbrengst aan windenergie (dat is 24 MW vermogen)1. De bestaande windturbines van Windpark Autena tellen hierin mee. Dat zijn drie windturbines van ieder 3 MW. De rest van het bod van Vijfheerenlanden (15 MW opgesteld vermogen) wordt ingevuld door drie windturbines van ongeveer 5,6 MW. Daarnaast wordt er ook ingezet op grootschalige zonne-energie op daken. Dit bod is in het democratisch proces binnen de gemeenteraad tot stand gekomen. Inmiddels is er (zie ook de inleiding) een ontwikkeling binnen de gemeente om een groter deel van de opgave te realiseren met zonne-energie. De opgave voor windenergie wordt in dat geval kleiner. In dit rapport is echter de opgave zoals vastgesteld in september 2021 gehanteerd. De opgave voor de gemeente Vijfheerenlanden voor windenergie komt dit neer op: • Opbrengst: 33.625 MWh/jaar • Vermogen: 15 MW
3.2
Categorieën windturbines Zoals ook al beschreven in hoofdstuk 2 vindt de feitelijke planvorming en realisatie van windturbines in de meeste gevallen plaats door private partijen, zoals energiebedrijven of energiecoöperaties. Welke turbines worden geplaatst en waar, hangt af van veel factoren, zoals grondposities en de mogelijkheden om te beschikken over kapitaal en subsidie. In dit stadium van het proces is dus nog veel onzeker. Vanuit deze onzekerheid is er voor gekozen in dit onderzoek te kijken naar drie categorieën turbines (Tabel 3.1). Ook geeft dit inzicht in de consequenties van het (door de gemeente) stellen van eisen aan de afmetingen van de turbines. Doordat in dit onderzoek wordt gewerkt met drie categorieën ontstaat een beeld van de kansen en beperkingen van de zoekgebieden. De drie categorieën zijn gebaseerd wat op dit moment door windturbineleveranciers wordt aangeboden. Voor het kleinste type is gekeken naar een type windturbine dat (vooral) in het noorden van het land (veel) wordt geplaatst bij boerderijen, als onderdeel van een systeem om de boerderijen energieneutraal te maken (samen met zon). Het gaat om turbines met een ashoogte van circa 15 m, een rotordiameter van ongeveer 12 m en een vermogen van 0,015 MW.
Ter vergelijking: de drie windturbines bij Autena hebben een vermogen van 3 MW, tiphoogte 165,5 m, rotordiameter 131 m en ashoogte 100 m en een onderlinge afstand van ongeveer 310 m. Voor de grotere turbines zijn twee categorieën gehanteerd. De ene daarvan is iets groter dan de Autenaturbines. De maximale categorie is gebaseerd op de actuele stand van de markt van windturbines (nog groter en hoger, met meer vermogen). Voor de opbrengst is hoger en groter gunstig, omdat het op grotere hoogte meer waait en de opbrengst kwadratisch toeneemt met hogere windsnelheid. Een hogere turbine levert daardoor (per opgesteld vermogen) meer elektriciteit.
1
De relatie tussen opgesteld vermogen (in MW) en de jaarlijkse opbrengst (in MWh) wordt doorgaans berekend door het vermogen te vermenigvuldigen met het aantal uren dat een turbine jaarlijks op vol vermogen draait. Voor de opgave voor Vijfheerenlanden is uitgegaan van 2240 vollasturen per jaar
blad 9 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Tabel 3.1: De drie beschouwde categorieën windturbines
Categorie
Vermogen
Ashoogte
Rotordiameter
Tiphoogte
MW
m
m
m
Schatting vollasturen per jaar
Opbrengst per jaar MWh
klein
0,015
15
12
21
2000
30
Aantal benodigd voor opgave VHL (opbrengst) 1120
Aantal benodigd voor opgave VHL (vermogen) 1000
groot
4
120
130
185
2250
9.000
3,7
3,8
maximaal
6,2
150
160
230
2500
15.500
2,2
2,4
Voor de opbrengst en het ruimtebeslag houdt dit indicatief in dat ruim 1000 kleine turbines nodig zijn voor de opgave. Van de grotere turbines zijn tenminste drie of vier nodig (Tabel 3.2), waarmee dan overigens wel een groter vermogen wordt geplaatst dan de opgave. Bij de grotere (hogere) turbines wordt uitgegaan van een groter aantal vollasturen per jaar dan bij de kleinere (lagere) turbines. Mede hierdoor is de opbrengst van de grootste turbines het grootst. Dit komt ook doordat om aan de opgave van het opgesteld vermogen te kunnen voldoen er van is uitgegaan dat drie turbines nodig zijn (2,4 afgerond naar boven). Tabel 3.2: Benodigd aantal turbines per categorie en een indicatie van de benodigde ruimte en opbrengst.
Categorie Klein Groot Maximaal
aantal benodigd (naar boven afgerond) 1000 4 3
Tussenafstand m 35 400 450
lengte lijnopstelling m 34.965 1.200 900
oppervlak
Vermogen
opbrengst
ha 245 146 145
MW 15 16 18,6
GWh/jaar 30,0 36,0 46,5
NB voor de opbrengst hier uitgegaan van een gelijk aantal vollasturen voor de drie categorieën. Dit is waarschijnlijk niet helemaal correct.
3.3
Beleidskader Uitgangspunten Provinciaal beleid en RES In de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Interim omgevingsverordening zijn de volgende aspecten rondom windenergie relevant: Natura 2000-gebieden en Ganzenrustgebieden zijn uitgesloten voor zonnevelden en windenergie. De (Interim) Omgevingsverordening stelt regels en voorwaarden aan ontwikkelingen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene Contour, om de natuurwaarden in deze gebieden te beschermen. Zonnevelden en windenergie zijn hier niet uitgesloten, mits aan deze voorwaarden wordt voldaan. Als windturbines worden geplaatst binnen de Groene contour, moet nieuwe natuur worden gerealiseerd. Ontwikkeling van zonnevelden en windturbines in weidevogelkerngebieden is mogelijk, mits de kwaliteit van het leefgebied van de weidevogels aantoonbaar per saldo minimaal wordt behouden. In stiltegebieden gelden voorwaarden voor windturbines. Deze voorwaarden zijn onder andere dat windturbines in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines moeten worden opgesteld en dat de windturbines zodanig worden opgesteld dat de effecten op het stiltegebied zo beperkt mogelijk zijn.
Nieuwe Hollandse Waterlinie: Zonnevelden en windenergie kunnen hier alleen worden ingepast wanneer sprake is van bescherming en benutting van deze waarden, of van instandhouding en versterking van deze waarden (UNESCO gebieden). De ruimtelijke kenmerken van een gebied bepalen de mogelijkheden en knelpunten van nieuwe energievoorzieningen. Vijfheerenlanden behoort volgens de RES tot het landschapstype Waarden. Hier kan het opwekken van hernieuwbare windenergie het beste worden ingepast door: • Windturbines in lijnopstelling langs de snelweg; • Windturbines in lijnopstelling langs weteringen.
blad 10 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Bovenwettelijke voorwaarden De gemeente Vijfheerenlanden voegt de volgende voorwaarden toe (Memo Ruimtelijke analyse zoekgebieden, 2021). Deze voorwaarden zijn niet gehanteerd bij de beoordelingen in dit rapport. We beschermen natuurgebieden, daarom geen windturbines in Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden; als gemeente willen we de beschermde natuurgebieden in stand houden en we denken dat buiten deze gebieden nog voldoende mogelijkheden zijn. De haalbaarheid van realisatie is binnen deze gebieden al vrij laag vanwege de negatieve effecten op flora en fauna die in een latere fase in beeld komen. We willen de overlast voor inwoners beperken, daarom geen windturbines binnen 900 meter rondom woonkernen. Dit is circa 400 meter extra vergeleken met de wettelijke norm. Dit is ook de contour die vanuit de ruimtelijke ordening vaak als kernrandzone wordt aangeduid. We willen de overlast voor inwoners beperken, daarom geen windturbines binnen 500 meter van meer verspreide woningen. Dit is de ruime interpretatie van de maximale wettelijke geluidsbelasting en daarmee dus bovenwettelijk. Windturbines zoveel mogelijk plaatsen in de buurt van infrastructuur en/of grotere infrastructurele werken. Deze gebieden hebben al te maken met overlast en daardoor is de impact van windturbines minder groot dan in rustige gebieden.
Ook is het landschappelijk wenselijk om de infrastructuur te volgen. Naast de al aanwezige geluidsbelasting in delen van onze gemeente willen we in andere delen de rust bewaken. Daarom sluiten we de stiltegebieden uit voor windturbines. Windturbines in dit gebied sluiten ook niet aan bij het principe om de nabijheid te zoeken van infrastructuur. Weidevogelgebieden zijn onderdeel van de provinciale omgevingsverordening en sluiten we uit van windturbines. Bij deze gebieden moet wel altijd onderzocht worden welke vogelsoorten daadwerkelijk van het gebied gebruik maken. Het gebied is niet leidend, maar de vogels wel.
blad 11 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
4.
Beoordeling per thema Voor het vraagstuk van de windzoekgebieden zijn niet alle onderdelen van het beoordelingskader uit het OER onderscheidend. Hiermee wordt in dit hoofdstuk een beoordeling gegeven voor de relevante thema’s energie en circulariteit, vitaliteit en inclusiviteit, gezondheid en milieu en groen en landschap. Waar mogelijk zijn de effecten kwantitatief bepaald met behulp van GIS.
4.1
Energie en circulariteit Potentie opbrengst zoekgebieden Per zoekgebied is inzichtelijk gemaakt hoeveel windturbines er ongeveer zouden passen voor de twee categorieën grote turbines, groot en maximaal2. Dit is in beeld gebracht op basis van de tussenafstand die nodig is per turbine3. Hierbij is geen rekening gehouden met de landschappelijke inpassing en een goede lijnopstelling of een van de andere thema’s. Voor de categorie groot (vermogen van 4 MW) is de tussenafstand 400 meter. Voor de categorie maximaal (vermogen van 6,2 MW) is de tussenafstand 450 meter. Om in de opgave van 15 MW te kunnen voorzien zijn 4 grote windturbines of 3 maximale windturbines nodig. Er zijn drie zoekgebieden waarbij dit niet mogelijk is, namelijk zoekgebied 5, 11 en 12. Op zoekgebied 12 zijn al drie windturbines aanwezig. In de tabel is ook aangegeven wat de mogelijke gevolgen van de afstand van 1.200 m tot woonkernen is op de mogelijkheden om aan de vraag te voldoen. Tabel 4.1 Potentie per zoekgebied om te voorzien in de opgave van Vijfheerenlanden
4.2
Zoekgebied
Oppervlakte in hectare
In te passen turbines groot
In te passen turbines maximaal
Voldoende om de opgave in te passen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
38,0 33,4 20,5 20,3 11,4 69,2 13,9 23,8 26,0 71,6 9,5 37,1 63,7 23,1
Ca. 4 Ca. 3 Ca. 4 Ca. 4 Ca. 2 Ca. 9 Ca. 3 Ca. 3 Ca. 4 Ca. 8 Ca. 2 Ca. 1 Ca. 7 Ca. 4
Ca. 3 Ca. 3 Ca. 3 Ca. 4 Ca. 2 Ca. 8 Ca. 3 Ca. 3 Ca. 4 Ca. 7 Ca. 2 Ca. 1 Ca. 7 Ca. 4
Ja Ja Ja Ja Nee Ruimschoots Ja Ja Ja Ruimschoots Nee Nee Ruimschoots Ja
In geval rekening wordt gehouden met 1.200 contour conform BET Ja Nee Ja Nee Nee Ja Nee Nee Ja Ja Nee nvt Ja Ja
Vitaliteit en inclusiviteit Aantal woningen binnen 1.500 meter Een eerste indicatie van de effecten op de leefomgeving kan worden gegeven op basis van het aantal woningen in de omgeving. Per zoekgebied zijn de aantallen woningen binnen 1.500 m van de rand van de zoekgebieden in beeld gebracht. De tellingen zijn gebeurd door middel van GIS en BAG informatie. Daarbij valt de logische
2
Hierbij is geen rekening gehouden met de contour van 1.200 m tot woonkernen.
3
Deze tussenafstand is indicatief. In de praktijk kunnen ook kleinere of grotere afstanden worden toegepast. Dit is o.a. afhankelijk van de grondposities en de oriëntatie ten opzicht van de overheersende windrichting. Bij turbines die (te) dicht bij elkaar staan is er een negatief effect op de opbrengst doordat de ene turbine als het ware de wind afvangt van de andere.
blad 12 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
constatering te maken dat de aantallen in de ringen 500 t/m 1.000 m en 1.000 t/m 1.500 m (veel) groter zijn dan in ring 0 t/m 500 m4. De zoekgebieden 6, 4, 10, 9 en 5 hebben de meeste woningen in de directe omgeving. Daarentegen hebben de zoekgebieden 7, 8, 12 en 14 het kleinste aantal woningen in de directe omgeving. De grootste aantallen zijn op grotere afstand aanwezig bij de zoekgebieden 12 en 7.
Figuur 4.1 Aantal woningen in drie ringen rondom de zoekgebieden. Per ring gerangschikt naar aflopend aantal woningen.
4
In dit rapport zijn de begrenzingen van de zoekgebieden uit RES 1.0 gebruikt. In principe is daarbij – voor zover bekend – een afstand van 500m tot woningen gehanteerd. Dat nu toch een klein aantal woningen wordt geteld binnen de 500 m contour kan te maken hebben met de toename van het aantal woningen of (kleine) verschillen in de gehanteerde uitgangspunten in GIS.
blad 13 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
4.3
Gezondheid en milieu
4.3.1
Geluidhinder Aanpak kans op geluidhinder De geluidbelasting door windturbines en de eventuele hinder die daardoor bij woningen kan worden ervaren is afhankelijk van de geluidproductie van de windturbines, de afstand tussen woningen en de turbines, de ligging ten opzichte van de windrichting en de eventuele afscherming of demping van het geluid in het gebied tussen de woning en de windturbine. Deze factoren zijn voor de zoekgebieden grotendeels niet bekend. Om toch een beeld te kunnen geven van de mate waarin windturbines in de zoekgebieden kunnen leiden tot geluidhinder in de woonomgeving is met behulp van GIS het aantal woningen en woonboten rond de zoekgebieden geteld. Hierbij is gekeken naar schillen met een breedte van 250 m. Er is gekeken tot een afstand van 2 km tot de rand van zoekgebieden. Hierbij is gebruik gemaakt van de gegevens uit de BAG5. Vervolgens zijn deze aantallen woningen gecombineerd met een uit de literatuur en op basis van geluidberekeningen afgeleide relatie tussen de afstand en het aandeel van de bewoners dat hinder of ernstige hinder ervaart. Hierbij is gebruik gemaakt van geluidberekeningen voor de twee grote categorieën windturbines. Deze berekeningen laten zien op welke afstand van de turbines welk geluidniveau optreedt.
Op basis van literatuurgegevens over de relatie tussen geluidniveau en het aandeel van de populatie dat hinder of ernstige hinder ervaart is vervolgens de totale kans op hinder bepaald. Hierbij is een aanname gedaan voor het gemiddeld aantal inwoners per woning. Bij deze aanpak wordt dus niet gekeken naar de (inmiddels niet meer bestaande) norm uit het Activiteitenbesluit van de maximale geluidbelasting van 47 dB Lden, maar ook naar de hinder die kan optreden bij een lagere geluidbelasting. Deze aanpak heeft in zekere zin het karakter van een worst-casebenadering, omdat in feite het uitgangspunt is dat op alle punten van de grenzen van de gehele zoekgebied geluid wordt geproduceerd door windturbines. In de praktijk zal dat, zeker bij de grotere zoekgebieden en de zoekgebieden waar het mogelijk is turbines niet op of dichtbij de grens van het zoekgebied te plaatsen, niet het geval zijn. Daarnaast is geen rekening gehouden met afscherming die vooral in woonkernen van belang kan zijn. Om de uitkomsten te nuanceren is ook informatie toegevoegd over de aantallen gehinderden bij woningen als wordt gekeken tot 1.250 m. Een tweede kanttekening is dat de gehanteerde relatie tussen afstand en hinderpercentages is gebaseerd op een indicatieve berekening van de geluidemissie voor de twee turbinecategorieën.
Een derde kanttekening is dat de hinderpercentages zijn gebaseerd op onderzoeken van meer dan tien jaar oud. Recentere informatie is in deze vorm echter niet beschikbaar. Ondanks deze onzekerheden geeft de gehanteerde methodiek wel een beeld van de gevoeligheid van de zoekgebieden voor het optreden van geluidhinder. Kans op hinder De kans op hinder (A) en ernstige hinder (HA) kan worden weergegeven op grond van de uit literatuur bekende relatie tussen geluidbelasting door windturbines en het aandeel van de blootgestelden dat daarvan hinder of ernstige hinder ervaart. Hiervoor is de rapportage ‘Hinder door geluid van windturbines’ (Janssen, et al., 2008)6 gebruikt. Bij toenemende geluidbelasting neemt het percentage gehinderden en ernstig gehinderden sterk toe, maar ook bij relatief lage geluidniveaus ervaart een deel van de blootgestelden hinder of ernstige hinder. Op basis van de curves van Figuur 4.2 en praktijkervaring met de afstand van geluidcontouren tot windturbines zijn de percentages voor hinder en ernstige hinder bepaald als functie van de afstand (5).
5
Basisadministratie gebouwen, stand van zaken december 2022.
6
https://www.tno.nl/media/2187/hinder_door_geluid_van_windturbines.pdf; Dit is de meest actuele informatie over de dosiseffectrelatie. Deze gegevens worden ook vermeld in het rapport Windturbines: invloed op de beleving en Gezondheid van omwonenden: I. van Kamp et al, RIVM, 2013) en in WHO, 2018: Environmental Noise Guidelines for the European Region. Een review van de literatuur laat overigens zien dat de relatie tussen geluidniveau, hinderbeleving en gezondheid complex is (Van Kamp & Van den Berg, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM, 2021). Inmiddels is (naar aanleiding van de Nevele-uitspraak) een landelijk onderzoek gestart.
blad 14 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Figuur 4.2 Hinder door windturbines: relatie tussen geluidniveau en percentage (ernstige) gehinderden (Janssen, et al., 2008).
Relevante afstanden situatie Vijfheerenlanden Als onderdeel van de analyse voor de zoekgebieden in Vijfheerenlanden zijn indicatieve geluidberekeningen uitgevoerd voor de beschouwde categorieën grote windturbines en de windcondities in de gemeenten. In de geluidberekeningen is uitgegaan van lijnopstellingen van 3 of 4 turbines en gegevens van de geluidproductie van representatieve turbines. Vervolgens zijn de afstanden van de geluidcontouren gemeten haaks op de lijnen vanuit het midden van de lijnopstelling. Dat kan worden beschouwd als worst-case omdat aan de uiteinden van de lijnen de effectafstanden wat kleiner zijn (Figuur 4.3). Dit resulteert in een relatie tussen de afstand tot de lijn en de geluidbelasting (Figuur 4.4). Uit deze berekening blijkt dat het verschil tussen de twee grote turbinecategorieën voor wat betreft de afstand van de geluidcontouren erg klein is en er een groot verschil is met de kleinste turbinecategorie.
Figuur 4.3 Methodiek van het meten van de afstand van de geluidcontouren tot de windturbines.
blad 15 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Figuur 4.4 Relatie tussen afstand en geluidbelasting, zoals bepaald met behulp van de indicatieve geluidmodellering
Vertaling afstanden naar kans op hinder Als volgende stap in de analyse is de informatie van de relatie tussen hinder en geluidbelasting (Figuur 4.2) gecombineerd met de informatie over de afstand van de geluidcontouren tot de windturbines (Figuur 4.3). Dit resulteert in een relatie tussen afstand en de kans op het optreden van hinder of ernstige hinder (Figuur 4.4). Voor de berekeningen zijn de afgeleide percentages per afstandsklasse van telkens 250 m breed gehanteerd, zoals aangegeven in Figuur 4.5.
Figuur 4.5: Hinder door windturbines: afgeleide relatie tussen afstand en percentage (ernstige) gehinderden. In de berekeningen voor dit rapport zijn de percentages van de ‘treden’ in de figuur gehanteerd.
Aantal (ernstig) gehinderden per zoekgebied Voor elk zoekgebied voor windenergie is het aantal woningen (verblijfsobjecten met woonfunctie zoals gedefinieerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen) bepaald en in schillen met een breedte van 250 meter (gerekend vanaf de rand van de zoekgebieden) bepaald. De aantallen zijn vermenigvuldigd met een gemiddeld aantal bewoners per adres (2,3) en de hinderpercentages van Figuur 4.5. Uitgegaan wordt van deze hinderpercentages voor hinder buitenshuis. Het resultaat van deze berekeningen is weergegeven in de Figuur
blad 16 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
4.6 en Figuur 4.7. In Figuur 4.6 zijn de aantallen potentieel (ernstig) gehinderden per schil van 250 m rond de zoekgebieden weergegeven. Uit deze figuur blijkt dat ook op grotere afstanden hinder kan worden ervaren – bijvoorbeeld bij de zoekgebieden 7 en 12 zijn pieken aanwezig voor de afstand boven 1000 m. Dat komt doordat bij deze zoekgebieden op deze afstand relatief veel woningen aanwezig zijn, waardoor ondanks een relatief lage geluidbelasting en daardoor ook een relatief laag percentage (ernstig) gehinderden, het aantal potentieel (ernstig) gehinderden relatief groot is. Zoals hiervoor al aangegeven gaat het wel om een worst-case benadering (qua afstand en door niet rekening te houden met afscherming).
Figuur 4.6: Kans op hinder, per schil van 250 m rond de zoekgebieden
Een overzicht van de kans op (ernstige) hinder is opgenomen in Figuur 4.7, waarin de verdeling over hinder en ernstige hinder is weergegeven. Hier is de volgorde van de zoekgebieden aangepast op basis van (van links naar rechts) toenemend aantal (ernstig) gehinderden. Uit dit overzicht blijkt dat de kleinste kans op het optreden van hinder aanwezig is bij de zoekgebieden 8, 14, 5 en 3. De grootste kans op het optreden van (ernstige) hinder is aanwezig bij de zoekgebieden 7 en 12. Als alleen wordt gekeken naar (ernstige) hinder in woningen tot 1.250 m zijn de zoekgebieden 8, 3, 10, 1, 14 5 en 9 de meeste gunstige gebieden (Figuur 4.7, rechts).
Figuur 4.7 Indicatie van het potentieel aantal (ernstig) geluidgehinderden per zoekgebied. Links: voor woningen tot 2.000 m afstand, rechts: tot 1250 m afstand, met de verdeling in hinder en ernstige hinder (gerangschikt op oplopend aantal) Rechts: (ernstige) hinder tot 1.250 m en in de zone 1.250 – 2.000 m (gerangschikt op oplopend aantal in de zone tot 1.20 m)
blad 17 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Stiltegebieden Twee gebieden binnen de gemeente zijn aangewezen als stiltegebied, namelijk het gebied bij tussen de A27 en de Lek en het landelijk gebied tussen globaal de A27 en de N484. In het gemeentelijk beleid worden windturbines in de stiltegebieden in principe uitgesloten. Een aantal van de zoekgebieden grenst aan het stiltegebied en ligt in het aandachtsgebied.
Figuur 4.8 Stiltegebieden Vijfheerenlanden
4.3.2
Slagschaduw Aanpak hinder door slagschaduw Voor de bepaling van de kans op hinder door slagschaduw is gekeken naar het aantal woningen in een sector tot 1.200 m afstand van de zoekgebieden, uitgezonderd woningen ten zuiden van de zoekgebieden. Dat wil zeggen dat woningen ten westen, noorden en oosten zijn beschouwd. De afstand tot 1.200 m is een gebruikelijke afstand om te hanteren bij het beoordelen van slagschaduw. Met de beschouwde sector (west, noord en oost) wordt rekening gehouden met de overwegende stand van de zon en de richting van de slagschaduw. Meer concrete bepalingen van de kans op slagschaduw zijn niet mogelijk omdat voor de zoekgebieden geen windturbineopstellingen bekend zijn. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat effecten door slagschaduw goed mitigeerbaar zijn door stilstandsvoorzieningen. Resultaat De resultaten van de GIS-berekening zijn opgenomen in Figuur 4.9.
Figuur 4.9 Aantal woningen in sector ten westen, noorden en oosten van de zoekgebieden (tot 1.200 m afstand)
blad 18 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
4.3.3
Omgevingsveiligheid In onderstaande figuur zijn buisleidingen weergeven voor gevaarlijke stoffen met een verhoogd risico. Bij risicovolle buisleidingen gaat het om (hogedruk)transport van aardgas, olie, benzine, kerosine, chemische producten en industriële gassen. Door zoekgebied 2 en 13 loopt een buisleiding. Daarnaast grenst een buisleiding aan de zoekgebieden 1, 10, 12 en 14. Hiermee dient rekening gehouden te worden met eventuele positionering van windturbines en graafwerkzaamheden als voor een zoekgebied een concreet project wordt onderzocht. Daarbij is een beoordeling nodig van het risico voor de buisleidingen als gevolg van een calamiteit bij een turbine (bijvoorbeeld het losraken van een rotorblad). Dit kan als gevolg hebben dat bij het plaatsen van turbines afstand moet worden gehouden van de leidingen. Het gevolg hiervan is dat dan minder plaatsingsruimte beschikbaar is. Bij de zoekgebieden 10 en 14 ligt de buisleiding parallel aan de A2, de zoekgebieden 2 en 13 worden door leidingen doorsneden.
Figuur 4.10 Buisleidingen (rood) in Vijfheerenlanden en de zoekgebieden voor wind (risicokaart.nl)
4.4
Groen en landschap
4.4.1
Landschap Het aspect landschap is onderzocht aan de hand de structuur van het landschap. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040. Om te beoordelen of de geprojecteerde windmolens in het landschap passen is gebruik gemaakt van een kwalitatieve benadering. Daarbij wordt gekeken naar de landschappelijke elementen van elk landschapstype. In zijn algemeenheid kenmerkt het landschap van Vijfheerenlanden zich door de openheid en overwegend onbebouwde ruimte. Deze waarde van openheid geldt voor nagenoeg de gehele gemeente, waarmee er geen groot onderscheid te maken is in aantasting van deze waarde voor de verschillende zoekgebieden. Bij de daadwerkelijke inpassing van windturbines is het van belang dat de opstelling aansluit op de structuur en verkaveling van het landschap.
blad 19 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid is windturbines zoveel mogelijk plaatsen in de buurt van infrastructuur en/of grotere infrastructurele werken. Voor elke zoekgebied is in beeld gebracht in hoeverre dit mogelijk is. In het RES is aangegeven dat hernieuwbare windenergie het beste worden ingepast door: • Windturbines in lijnopstelling langs de snelweg; • Windturbines in lijnopstelling langs weteringen. Deze beoordelingen zijn de basis voor de beoordeling ‘geschiktheid opstelling’ in hoofdstuk 6. Tabel 4.2 Landschapstypen per zoekgebied (o.b.v. de Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040)
Zoekgebied
Landschapstypen
1
Halfopen griendenlandschap
2
Veenweidelandschap met rivierinvloeden
3
Stroomruggen
4
Veenweidelandschap met rivierinvloeden
5 6
13
Veenweidelandschap met rivierinvloeden Halfopen griendenlandschap en veenweidelandschap met rivierinvloeden Uiterwaarden Halfopen griendenlandschap en aangrenzend aan veenlint Veenweidelandschap met rivierinvloeden en aangrenzend aan veenlint Halfopen griendenlandschap Halfopen griendenlandschap Stroomruggen en aan een stads- en dorpsrand Halfopen griendenlandschap
14
Halfopen griendenlandschap
7 8 9 10 11 12
Aangrenzend aan infrastructuur?
Aangrenzend aan weteringen?
Grenst gedeeltelijk aan kleine Vliet Grotendeels aan Middelbroeksche Wetering Grenst aan Achthovensche Wetering Grenst gedeeltelijk aan de A27 Grenst aan de Bastaardkade
Grenst aan Overboeicopperwetering Grenst aan de A2 Grenst aan de A27 en A2 Grenst aan de Molenwetering Grenst aan de A2
rood: voldoet niet oranje: voldoet deels groen: voldoet
blad 20 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Figuur 4.11 Ligging zoekgebieden ten opzichte van hoofdinfrastructuur
Aanvulling landschap Vraagstelling in het advies van de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r vraagt in haar advies het volgende: Breng de landschappelijke impact concreter in beeld voor de verschillende zoekgebieden. Geef aan in hoeverre de kwaliteit van bepaalde landschapstypen beïnvloed wordt door de plaatsing van windturbines. Tabel 4.2 in de bijlage gaat in op de aanwezigheid van grote infrastructuur en keringen, maar toont niet aan in hoeverre de kwaliteiten van bepaalde landschapstypen beïnvloed worden door de plaatsing van windturbines. Landschapstypen in Vijfheerenlanden In het OER voor de Omgevingsvisie is een kaart opgenomen met de landschapstypen in de gemeente Vijfheerenlanden. Deze is hieronder overgenomen (Figuur 4.12). De landschappen in Vijfheerenlanden zijn de resultante van de eigenschappen van de fysieke ondergrond en het gebruik van die ondergrond door de mens. De ondergrond is gevormd door de grote rivieren en veenvorming. De karakteristieke van het huidige landschap zijn – vooral in de lagere delen - in belangrijke mate het gevolg van de ontginning en het gebruik van het landschap. Ontginningsassen en de opstrekkende verkavelingen haaks daarop zijn nog duidelijk aanwezig. De verschillen in draagkracht, subtiele hoogteverschillen en ontwatering hebben geleid tot de verschillende landschapstypen in de gemeente.
In grote delen van de gemeente (buiten de woonkernen) is het landschap nog relatief ongerept en over het algemeen open tot halfopen. De structuren in het landschap (dijken, linten, singels) zijn veelal langgerekt en gebaseerd op de oorspronkelijke structuren van ontginningsassen en verkaveling. De belangrijkste kenmerken van de landschapstypen die van belang zijn voor de zoekgebieden voor wind zijn (op basis van de beschrijving in het OER) samengevat in Tabel 4.3: Kenmerken van de landschapstypen in Vijfheerenlanden (exclusief de stadsranden en linten)
blad 21 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Figuur 4.12: Landschapstypen (bron: OER Omgevingsvisie/BügelHajema)
blad 22 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Tabel 4.3: Kenmerken van de landschapstypen in Vijfheerenlanden (exclusief de stadsranden en linten)
landschapstype
karakteristieken structuur
openheid/ maat en schaal
Integriteit
Uiterwaarden
doorgaande structuur van zomerbed, dijken en uiterwaarden onregelmatig
openheid overheerst
grotendeels integer, met lokaal ingrepen (zandwinning, kruisende hoofdinfra, recreatie)
Stroomruggen
kleinschalig en afwisselend, onregelmatig mozaïek
kleinschalig, weinig open
relatief intensief gebruik door relatieve hoge ligging en stabiele bodem
Halfopen griendenlandschap
kleinschalig en afwisselend met duidelijke, maar wisselende verkavelingsrichting (opstrekkende verkaveling
kleinschalig, maar ook met verschillen in openheid gerelateerd aan de verkavelingsrichting (coulissen)
rust en stilte op veel plekken nog aanwezig
Veenweidelandscha p met rivierinvloeden
grootschalig, duidelijke structuren door de ontginningsassen en verkavelingsrichtingen, daarnaast ook (onregelmatige) relicten zoals veenstroompjes en woonheuvels
zeer open, weids
grotendeels nog integer door de relatief lage en natte ligging en geringe draagkracht van de bodem
Zoekgebieden en landschapstypen Voor een beschouwing van de mogelijke effecten van windturbines op het landschap is van belang in welke landschapstypes de zoekgebieden zijn gesitueerd. In Tabel 4.4: Ligging van de zoekgebieden in de landschapstypen is per zoekgebied aangegeven in welk landschapstype ze liggen. Eén zoekgebied ligt in de uiterwaarde en twee zoekgebieden in het landschapstype stroomruggen. Zeven zoekgebieden liggen in het landschapstype halfopen griendenlandschap (waarvan één gedeeltelijk). In het zeer open veenweidelandschap (dat in de gemeente Vijfheerenlanden het grootste areaal heeft) liggen vier zoekgebieden (waarvan één gedeeltelijk). Naar de aard van het veenweidelandschap is de verwachting dat daar meer en/of grotere zoekgebieden aanwezig zouden zijn. Dit is het gevolg van het uitsluiten van stiltegebieden bij het afbakenen van de zoekgebieden (in het kader van de RES). Het gevolg van deze keuze bij het afbakenen van de zoekgebieden is dat het grootste deel van het landschapstype veenweidelandschap is gevrijwaard van zoekgebieden voor wind. De zoekgebieden in dit landschapstype zijn relatief klein (2, 4 en 5) of liggen op de overgang tussen het veenweidelandschap en het halfopen griendenlandschap (6, 9)
blad 23 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Tabel 4.4: Ligging van de zoekgebieden in de landschapstypen
Landschapstype
Zoekgebieden 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
Uiterwaarden Stroomruggen Halfopen griendenlandschap Veenweidelandschap met rivierinvloeden Stads- en dorpsranden Linten
Figuur 4.13 Stiltegebieden en de ligging van de zoekgebieden. (donkerroze = stiltegebied, lichtroze = bufferzone stiltegebied)
Landschappelijke effecten Een beschrijving van de effecten van een windpark is pas goed mogelijk als concrete opstellingen van de windturbines bekend zijn en bekend is wat de afmetingen van de turbines zijn (ashoogte, rotordiameter). Zonder deze concrete informatie is het wel mogelijk een indicatie te geven van de ‘gevoeligheid’ van het landschap voor het plaatsen van windturbines. Dat kan worden gedaan voor de onderscheiden landschapstypen in Vijfheerenlanden. Hierbij kan als uitgangspunt worden gehanteerd de range van turbinetype (afmetingen) waarop het locatieonderzoek zich heeft gericht. Bij de beoordeling van de effecten op het landschap gaat het om de volgende onderdelen: In hoeverre past een windpark bij de structuren, maat en schaal van het landschap; worden structuren versterkt en meer herkenbaar gemaakt of wordt afbreuk gedaan aan de structuren?
blad 24 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Hoe herkenbaar is de opstelling en in hoeverre wordt de herkenbaarheid beïnvloed door andere windparken? Wat is het effect op de openheid van het landschap? Wat zijn de visuele effecten, hoe zichtbaar zijn de windturbines? Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de zichtbaarheid op korte afstand (in de directe omgeving van het windpark) en de zichtbaarheid op grotere afstand.
In de tabellen Tabel 4.5 en Tabel 4.6 is dit per landschapstype beschreven. Tabel 4.5 Gevoeligheid van de landschapstypen voor effecten van windturbine (structuur en herkenbaarheid)
Landschapstype
Indicatoren landschappelijke impact: structuren en herkenbaarheid Passend bij structuur, maat en schaal
Herkenbaarheid en interferentie
Uiterwaarden
Maat en schaal van zomer- en winterbed is groot. Forse structuren (zoals windturbines) passen hier relatief goed. In uiterwaarden komen ook andere forse structuren voor (zoals de bruggen van snelwegen en spoorwegen). Qua maat zijn windturbines daarmee vergelijkbaar
Interferentie hangt af van de aanwezigheid van andere grote windparken in de omgeving. Deze zijn niet aanwezig, afgezien van het windpark bij knooppunt Everdingen (in landschapstype stroomruggen)
Stroomruggen
Minder passend bij het kleinschalige, mozaïek-karakter van dit landschap
In dit landschapstype is het gezien de schaal van de zoekgebieden minder eenvoudig om een herkenbare opstelling te realiseren. De interferentie wordt daardoor relatief sterk bepaald door de aanwezigheid van andere windparken (afstand, oriëntatie)
Halfopen griendenlandschap
De kleinere schaal van dit landschap (vergeleken met het veenweidelandschap) laat zich tamelijk goed combineren met windparken, ook als deze bestaan uit een klein aantal turbines
In dit landschapstype kunnen herkenbare opstellingen worden gerealiseerd, mede doordat deze kunnen bestaan uit een beperkt aantal turbines. Interferentie hangt af van andere windparken in de omgeving (afstand en oriëntatie). Een kleiner aantal turbines (wat bij dit landschapstype wat meer voor de hand ligt) is gevoeliger voor interferentie dan een grotere opstelling.
Veenweidelandschap met rivierinvloeden
Grootschalige windparken passen goed bij dit landschap. Dat geldt vooral voor opstellingen van meerdere turbines die qua oriëntatie aansluiten bij de structuur van het landschap. Kleinere opstellingen (van één of enkele turbines) zijn minder passend
De schaal van het landschap biedt kansen om heldere, éénduidige en herkenbare opstellingen te realiseren. Vanuit landschap is er een voorkeur om, als wordt gekozen voor een vast stramien (zoals een lijnopstelling) dat stramien strikte te hanteren en geen afwijkingen uit het stramien toe te staan. Het risico op interferentie is geringer in het geval een (lijn- of raster) opstelling wordt gerealiseerd die bestaat uit een groter aantal turbines.
blad 25 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Tabel 4.6 Gevoeligheid van de landschapstypen voor effecten van windturbine (visuele aspecten)
Landschapstype
Indicatoren landschappelijke impact: visuele effecten Effect op openheid van het landschap
Zichtbaarheid op korte afstand
Zichtbaarheid op langere afstand
Uiterwaarden
Windturbines kunnen de openheid van het landschap benadrukken
In de uiterwaarden zijn relatief weinig afschermende landschapselementen aanwezig. Daardoor is de kans groot dat windturbines ook van relatief korte afstand zichtbaar zijn.
Het open karakter van zomer- en winterbed van de rivier maakt dat windturbines over grote afstand zichtbaar kunnen zijn.
Stroomruggen
Relatief klein effect op de openheid doordat dit landschap weinig open is
Afschermende begroeiing kan windturbines op relatief korte afstand aan het oog onttrekken.
In dit landschap zijn windturbines ook op groter afstand zichtbaar.
Halfopen griendenlandschap
Klein effect op de openheid. Bestaande landschapselementen zijn meer bepalend voor de openheid.
Afschermende begroeiing kan windturbines op relatief korte afstand aan het oog onttrekken.
In dit landschap zijn windturbines ook op grotere afstand zichtbaar.
Veenweidelandscha p met rivierinvloeden
Windturbines kunnen de openheid van het landschap benadrukken
Door het ontbreken van afscherming ook van korte afstand zichtbaar
In het open, weidse landschap zijn windturbines vanuit de wijde omgeving zichtbaar.
Conclusie De beoordelingen in Tabel 4.5 en Tabel 4.6 leiden niet tot een voorkeur voor één van de zoekgebieden. Qua structuur en herkenbaarheid passen windturbines mogelijk beter in halfopen griendenlandschappen en veenweidelandschappen met rivierinvloeden, dan in uiterwaarden en stroomruggen. Qua visuele aspecten kunnen de windturbines per landschapstype verschillende effecten hebben op de openheid van het landschap en de zichtbaarheid (zie Tabel 4.6). Hierin is geen voorkeur aan te wijzen. Wel kan worden gesteld dat voor de locaties in het veenweidegebied er een voorkeur is om – als er een windpark komt – te kiezen voor grootschaligheid en een duidelijke, herkenbare en éénduidige opstelling. Dat pleit meer voor een groter zoekgebied dan voor kleinere zoekgebieden. Voor de zoekgebieden in de overige landschapstypen kunnen ook kleinere opstellingen goed landschappelijk worden ingepast. Voor een meer uitgebreid en meer gedetailleerd inzicht in de landschappelijke effecten (visueel-landschappelijk, structuren en karakteristieken) is onderzoek nodig aan de hand van concrete opstellingen van windturbines (locaties, afmetingen). Dit onderzoek zal worden uitgevoerd in de navolgende project-m.e.r.’s van de voorkeursgebieden.
4.4.2
Archeologie en cultuurhistorie Risico aantasting archeologische waarden Het risico op aantasting van archeologische is niet in de beoordeling van de zoekgebieden betrokken. Dit is gedaan vanwege het relatief geringe oppervlak dat voor het plaatsen van windturbines nodig is en de mogelijkheden om effecten op archeologische waarden te voorkomen (bijvoorbeeld door te schuiven met de exacte positie van de turbine) of te mitigeren (door eventueel aanwezige archeologische waarden te documenteren).
blad 26 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Risico aantasting cultuurhistorische waarden Belangrijke cultuurhistorische waarden in Vijfheerenlanden die in kaart zijn gebracht zijn rijksmonumenten, molens en eendenkooien. Bij eendenkooien moet mogelijk rekening worden gehouden met beperkingen als gevolg van het ‘paalrecht’. De zone waar paalrecht geldt, kan tot enkele honderden meters van de kooien leiden tot beperkingen voor het plaatsen van windturbines. Rondom de Diefdijk ligt het oude militaire landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit is in 2021 aangemerkt als UNESCO werelderfgoed. Naast de hoge Diefdijk zelf zijn Fort Everdingen, het inundatiekanaal, groepsschuilplaatsen en kazematten (oostzijde) en relicten van een batterij (westzijde) nog duidelijk herkenbaar. Er is in beeld gebracht in hoeverre in de zoekgebieden sprake is van rijksmonumenten, molens en eendenkooien en in hoeverre de gebieden overlappen met de Noord Hollandse Waterlinie. Er is een zoekgebied dat binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt, namelijk zoekgebied 11. Er is een zoekgebied waarbinnen een eendenkooi is gelegen, namelijk zoekgebied 1. Daarnaast grenst aan zoekgebied 2 een eendenkooi. In de zoekgebieden is geen sprake van rijksmonumenten of molens. Zoekgebied 8 en 9 zijn wel aangrenzend aan een veenlint.
Figuur 4.14 Ligging zoekgebieden ten opzichte van cultuurhistorische waarden (de blauwe gebieden zijn eendenkooien, lichtgroen is NHW en de punten molens en rijksmonumenten)
Afwegingskader energietransitie Hollandse Waterlinies (2021) De Liniecommissie heeft een afwegingskader opgesteld en geeft aan waar ruimte is voor energiewinning (zon en wind) zonder een negatief effect op de kernkwaliteiten van het werelderfgoed en waar energiewinning een hoog risico vormt voor de te beschermen werelderfgoedwaarden. Op basis van een zonering is aangegeven of sprake kan zijn van een significant negatief effect op de kernkwaliteiten. Rood staat voor een significant negatief effect. In de oranje zone zijn ontwikkelingen van hernieuwbare energie onder voorwaarden mogelijk, zonder de kernkwaliteiten significant aan te tasten. De gele
blad 27 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
zone heeft een signaalfunctie en geeft aan in welke gebieden ontwikkelingen een mogelijk negatieve visuele impact op de kernkwaliteiten van het werelderfgoed hebben. Voor het bepalen van de zones is onderscheid gemaakt tussen windturbines van 5,6 MW en 3,0 MW. Alleen zoekgebied 11 in Vijfheerenlanden valt binnen de rode, oranje of gele zone voor wind (Figuur 4.15). De zoekgebieden 10 en 14 vallen er net buiten. Hiermee is bij de ontwikkeling van windturbines in de zoekgebieden naar verwachting geen sprake van mogelijke negatieve effecten op de kernkwaliteiten van de Noord Hollandse Waterlinie.
Figuur 4.15 Zoneringskaarten voor opwekking windenergie in relatie tot mogelijke negatieve effecten op de Nieuwe Hollandse Waterlinie
4.4.3
Natuur Natuurgebieden De mogelijke impact van de plannen op natuurwaarden zijn beoordeeld aan de hand van de indeling in (effecten op) beschermde gebieden. Ten aanzien van de beschermde gebieden Natura 2000 en het NatuurNetwerk Nederland (NNN) kan het in principe gaan om ruimtebeslag in die gebieden. Mogelijke effecten op weidevogelgebieden zijn daarnaast beschouwd. Geen van de zoekgebieden is gelegen in Natura 2000-gebieden, maar een groot deel van de zoekgebieden is wel gelegen in NNN of bevindt zich binnen 500 meter van deze gebieden af. De zoekgebieden 8 en 10 zijn gelegen in de Groene contour. Voor de beoordeling is met GIS het areaal bepaald van de weidevogelgebieden in de zoekgebieden en een zone van 500 m rond de zoekgebieden. Dit is gedaan vanwege de mogelijke effecten van windturbines (bijvoorbeeld op de geschiktheid voor weidevogels) ook op wat grotere afstanden. Bij ruimtebeslag door windturbines in het NNN zal op basis van de geldende regels compensatie moeten plaatsvinden, voor effecten buiten het NNN is dat niet nodig. Het Natura 2000-gebied Zouweboezem nabij Ameide is aangewezen als Vogelrichtlijngebied en Habitatrichtlijngebied. De Zouweboezem is één van de belangrijkste broedgebieden van Nederland voor de purperreiger. De Purperreiger is een trekvogel die in Nederland aanwezig is van april tot half september. Trek vindt vooral 's avonds en 's nachts plaats.
Het is hier een zeldzame soort. Voor de habitatrichtlijn is het gebied van belang vanwege de grote populatie grote modderkruiper, waarop de purperreigers foerageren. Purperreigers foerageren tot op twintig kilometer afstand van de kolonie, maar veelal binnen tien kilometer. Een groot deel van Vijfheerenlanden betreft foerageergebied (Figuur 4.17). De purperreigers uit de Zouweboezem foerageren ook in andere omringende gebieden zoals de Lopikerwaard, Alblasserwaard en in beperkte mate in de oostelijke Krimpenerwaard (beheerplan Zouweboezem). De zwarte stern is ook een broedvogel met een instandhoudingsdoel in de Zouweboezem en deze vogel foerageert ook in de Polder Achthoven (ook in Vijfheerenlanden). Tot slot is de krakeend mogelijk van belang in het kader van risico’s.
blad 28 van 77
datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden
Zouweboezem
Figuur 4.16 Ligging zoekgebieden ten opzichte van natuur (groen betreft Natura 2000-gebied & NNN, en roze betreft de Groene contour)
Het aantal slachtoffers purperreigers door windturbines is niet bekend; een aanvaringskans voor deze soort ontbreekt in de literatuur. Uit verschillende gebieden zijn purperreigers wel meer of minder regelmatig gemeld als slachtoffer van hoogspanningsmasten. Dit zijn allemaal zoekgebieden waar de hoogspanningsmasten, nabij de kolonie, haaks staan op de hoofduitvliegrichtingen van purperreigers die naar de foerageergebieden vliegen (van der Windsen & van Horssen, 2001). Uit onderzoek (Bureau Waardenburg, 2006) blijkt dat de vlieghoogte van de purperreiger gemiddeld 45 meter hoog is (20 tot 70 meter). Door windturbines en daarmee de bladen voldoende hoog te bouwen kan mogelijk het risico voor aanvaring worden verminderd. Maar door de aanwezigheid van de A27 die het het Natura 2000-gebied doorsnijdt, zijn hogere vlieghoogtes niet uit te sluiten. Aangezien purperreigers foerageren over een grote afstand is er een kans op negatieve effecten bij alle zoekgebieden.