CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Rapport Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 13 december 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Cultuurhistorische Waardenkaart25.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 5475

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Colofon Opdrachtgever: Gemeente Vijfheerenlanden Titel: Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden Versie: 31-03-2022 Auteur: M. IJsselstijn, J. Neefjes, C.J.B.P. Frank & B.J.G. van Snippenburg Projectcode: VIJC Bestandsnaam: RAAPrap_5475_VIJC_20220331

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp

Overland

Telefoon: 06 - 2864 1709

Harnjesweg 37

E-mail: j.neefjes@overland.nl

6706 AR Wageningen

Website: www.overland.nl

Monumenten Advies Bureau

Telefoon: 024 - 378 67 42

Bredestraat 1

E-mail: info@monumentenadviesbureau.nl

6542 SN Nijmegen

Website: www.monumentenadviesbureau.nl

© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Samenvatting In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft RAAP samen met Bureau Overland en het Monumenten Advies Bureau in 2021 een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld voor deze gemeente. De cultuurhistorische waardenkaart heeft tot doel een inhoudelijke cultuurhistorische onderlegger te vormen voor toekomstig beleid op het gebied van ruimte, erfgoed, t oerisme en educatie. De gemeente, centraal gelegen in Nederland op het grensgebied van Zuid-Holland, Gelderland en Utrecht, wordt doorsneden door enkele grote infrastructurele werken zoals de A2, A27 en het Merwedekanaal bezuiden de Lek. Bewoning concentre ert zich in de twee steden Vianen en Leerdam, waarvan Vianen in oppervlakte en Leerdam qua inwoners de grootste stad is. In Vianen liggen grote bedrijventerreinen rondom knooppunt Everdingen. Buiten de steden met hun historische centra en enkele waardevoll e stadsuitbreidingen, is in de gemeente Vijfheerenlanden veel historisch cultuurlandschap bewaard gebleven, misschien wel juist omdat het in het grensgebied van drie provincies gelegen is. De meeste bebouwing buiten de steden bevindt zich in lintdorpen, die vaak de ontginningsbasis vormden van waaruit het uitgestrekte veenlandschap ontgonnen is. Langs de dijken langs de Lek, Linge en oude Zederik en de Diefdijk liggen dijkdorpen, met als grootste Lexmond, Ameide en Meerkerk.

Meerkerk is door zijn centrale ligging altijd belangrijk geweest in lokale en regionale verbindingen. Gelegen aan de randen van Holland, heeft de regio altijd een belangrijke rol gespeeld in de landsverdediging. Van de Oude Hollandse Waterlinie was de gehele gemeente een groot inundatiegebied. De 19 e -eeuwse Nieuwe Hollandse Waterlinie, sinds zomer 2021 werelderfgoed, omsloot ook de gemeente. De Diefdijk, die de oostgrens van de gemeente vormt, was de hoofdverdedigingslinie. Het gebied ten oosten hiervan kon geïnundeerd worden. Doorgangen in de Diefdijk werden beveiligd met forten, batterijen en andere werken. Veel dorpen en steden hebben, zeker in hun centrum, veel historisch-ruimtelijke kwaliteiten behouden. De relatie van de dorpen met het omliggende landschap is vaak sterk. De gemeente Vijfheerenlanden is hiermee, en met het werelderfgoed, rijk aan veel waardevol erfgoed.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[3]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................................. 5

2 Bronnen en methoden .................................................................................................................... 14 2.1 Historisch cultuurlandschap ................................................................................................................ 14 2.2 Landschapselementen........................................................................................................................ 15 2.3 Historische bouwkunst en stedenbouw ................................................................................................ 16

3 Historisch cultuurlandschap ............................................................................................................ 28 3.1 Karakterisering van de historische landschappen ................................................................................ 28 3.2 Waardering historische landschappen ................................................................................................. 88

4 Landschapselementen .................................................................................................................... 90 4.1 Infrastructuur ..................................................................................................................................... 90 4.2 Waterstaat ......................................................................................................................................... 98 4.3 Historisch groen ................................................................................................................................ 106 4.4 Militair erfgoed .................................................................................................................................. 108 4.5 Kastelen en buitenplaatsen ............................................................................................................... 122

5 Historische bouwkunst en stedenbouw .......................................................................................... 126 5.1 De stedenbouwkundige ontwikkeling van de nederzettingen ................................................................ 126 5.2 Geïnventariseerde stedenbouwkundige ensembles ............................................................................. 159

6 Beleidsadviezen ........................................................................................................................... 173 6.1 Handreikingen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de historische landschappen ................................. 173 6.2 Beleidsadviezen ten aanzien van waardevolle bebouwin g ................................................................... 177

Literatuur ........................................................................................................................................ 182 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ................................................................... 185

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[4]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

1 Inleiding 1.1 Kader In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft RAAP samen met Bureau Overland en het Monumenten Advies Bureau in 2021 een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld voor deze gemeente. De drie uitvoerende partners waren ook betrokken bij de werkzaamheden aan de erfgoedwaardenkaart van de voormalige gemeente Vianen (2014). Ook Chris de Bont (Paganellus Minor) was toen betrokken, met name bij het historisch-landschappelijk deel. Het aanvullen van de erfgoedkaart Vianen tot een volledige cult uurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden komt voort uit de gemeentelijke fusie per 1 januari 2019, waarbij de Utrechtse gemeente Vianen (tot 2002 Zuid-Holland) en de Zuid-Hollandse gemeenten Leerdam en Zederik als één gemeente in de provincie Utrecht verder gingen (zie figuur 1 op de volgende pagina). De cultuurhistorische waardenkaart heeft tot doel een inhoudelijke cultuurhistorische onderlegger te vormen voor toekomstig beleid op het gebied van ruimte, erfgoed, to erisme en educatie.

1.2 Gebiedsbeschrijving 1.2.1

De gemeente Vijfheerenlanden

Met een oppervlakte van ruim 153 km 2 is Vijfheerenlanden de grootste gemeente van Utrecht. In het noorden grenst de gemeente aan de Utrechtse gemeenten Lopik, IJsselstein, Nieuwegein en Houten, in het oosten aan de Gelderse gemeenten Culemborg en West Betuwe en in het westen aan de ZuidHollandse gemeente Molenlanden. De gemeente is aan drie zijden helder begrensd: in het noorden door de Lek, in het oosten door de Diefdijk en in het zuiden door de Linge. De westgrens van de gemeente kent een grillig verloop dat grotendeels is bepaald door middeleeuwse ontginningsgrenzen en modernere structuren als het Merwedekanaal en de spoorlijn tussen Gorinchem en Geldermalsen. Vijfheerenlanden kent drie steden met historische stadsrechten: Vianen, Leerdam en Ameide , hoewel de stadsrechten van laatstgenoemde plaats in 1527 door de bisschop van Utrecht zijn afgenomen . Een vierde stadje, Gasperde, bevond zich bij Hagestein, maar werd in 1406 met de grond gelijk gemaakt. Daarnaast telt de gemeente 12 dorpen (Everdingen, Hagestein, Hei - en Boeicop, Hoef en Haag, Kedichem, Leerbroek, Lexmond, Meerkerk, Nieuwland, Schoonrewoerd, Tienhoven a/d Lek en Zijderveld) en 18 buurtschappen (Achterdijk, Achthoven, Broek , Diefdijk, Geer, Helsdingen, Hoogeind, Kortenhoeven, Kortgerecht, Lakerveld, Loosdorp, Middelkoop, Oosterwijk, Overboeicop, Overheicop, Sluis, Tienhoven en Weverwijk).

Het inwonertal van de gemeente Vijfheerenlanden bedroeg op 1 januari 2021 57.829. De twee grootste kernen zijn Leerdam (ruim 18.500 inwoners) en Vianen (16.500 inwoners), gevolgd door Meerkerk (bijna 4.000 inwoners) en Ameide (3.000 inwoners). De belangrijkste bovenregionale infrastructuur die de gemeente doorsnijdt zijn de snelwegen A27 en A2, de spoorlijn tussen Gorinchem en Geldermalsen en het Merwedekanaal tussen Utrecht en Gorinchem.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[5]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Figuur 1. Het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden en de drie voormalige gemeenten. (Boshoven e.a., 2020, 5).

1.2.2

Het land van vijf heren

De naam Vijfheerenlanden verwijst naar de streek die vanaf 1428 verdeeld was over vijf landsheren: de Heren van Arkel, Van Vianen, Van Hagestein, Van Everdingen en Van der Lede. De streek Vijfheerenlanden werd begrensd door de Lek in het noorden, de Diefdijk in het oosten, de Zouwendijk in het westen en de Linge in het zuiden. Ameide en Meerkerk, gelegen ten westen van de Zouwendijk, hoorden vanouds bij de Alblasserwaard en zijn in 1986 met nog vijf andere gemeenten samengevoegd tot de gemeente Zederik. Tot 1986 hoorde het gebied ten zuiden van de Linge, begrensd door de Spijkse Kweldijk en Nieuwe Zuiderlingedijk, ook tot de Vijfheerenlanden (zie bijvoorbeeld de kaart uit 1761 op de volgende pagina). Sindsdien hoort dit gebied echter bij de Gelderse gemeente West Betuwe.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[6]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Figuur 2. Kaart van de Vijfheerenlanden in 1761 door Jacob Perrenot, met later toegevoegde aantekeningen over grenswijzigingen in 1818 (Nationaal Archief, toegang 4.ZHPB4, inventarisnummer 36).

1.2.3

Het natuurlijke landschap

In landschappelijk opzicht ligt Vijfheerenlanden op de overgang van het oostelijke rivierengebied met voornamelijk stroomrug- en komontginningen en het veen- en klei-op-veengebied van Holland en WestUtrecht. De bodemkaart (figuur 3) laat zien dat het grondgebied vooral bestaat uit klei en zavel, met in de westelijke helft ook veen. Het Pleistocene zand in de ondergrond helt af in westelijke richting: bij de Diefdijk ligt het op zo’n 5 meter beneden maaiveld, bij de Zouwendijk op 7,5 meter en bij de westgrens van de gemeente al op 11 meter beneden maaiveld. 1 Op verschillende plekken is dit zand tot rivierduinen opgewaaid, die soms nog tot aan het maaiveld reiken . 2

1 2

Prins, 1989, 2; Boshoven, Klerks & Vossen, 2020, 19. Boshoven, Klerks & Vossen, 2020.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[7]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Figuur 3. Bodemkaart van de gemeente Vijfheerenlanden. Lichtgroen is zavel, donkergroen is klei en de blauwtinten geven veenbodems weer. De roze plekken zijn opgeworpen woonheuvels , niet zelden gelegen op rivierduinen.

Al vanaf de prehistorie waren deze rivierduinen bijzonder geschikt voor bewoning. Ook de zandige oeverwallen van de riviergeulen die het gebied in oost-westelijke richting doorsneden boden vanouds goede bestaansmogelijkheden. Op de hoogtekaart zijn verschillende oude stroomgordels goed herkenbaar (figuur 4).

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[8]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Figuur 4. Hoogtekaart van de gemeente Vijfheerenlanden. Rood is hoog en blauw is laag. De vele kronkelige stroomgordels zijn goed herkenbaar. (AHN3).

Voor het huidige nederzettingspatroon in de Vijfheerenlanden zijn de stroomgordels zeer bepalend geweest. Zo zijn de dorpen Gasperden (later Hagestein genoemd) en Helsdingen gelegen op de oeverwal van de Gaasp, de restgeul van de Hagesteinse stroomgordel. Op deze stroomgordel vonden al omstreeks het midden van de 10 e eeuw ontginningen plaats. 3 In Gasperden bevond zich in de vroege middeleeuwen een domein van de Utrechtse kerk. Kort na 1108 werd er een parochiekerk gesticht. 4 In Helsdingen is een van de zeer spaarzame vroegmiddeleeuws e vondsten uit de regio gedaan. 5

3

De Jong, 1993, 37. Dekker, 1983, 325. 5 Sarfatij, 1980, 468. 4

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[9]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Iets jonger zijn mogelijk de rivieroeverontginningen langs de Lek. Tienhoven en Ameide ontstonden mogelijk aan het begin van de 11 e eeuw. 6 De kerk van Tienhoven is zeer oud en gaat wellicht terug op een 8 e -eeuwse kapel. Ameide is een stadsstichting uit de 14 e eeuw van de Heren van Herlaer. 7 Bij de oudere nederzetting, die in 1266 voor het eerst wordt vermeld, mondde het riviertje de Middelloos in de Lek uit. De loop van de Middelloos is nog duidelijk te volgen aan het verloop van de Broekseweg tussen Ameide en Meerkerk. Op de goed ontwikkelde oeverwallen van de Middelloos zijn zowel Broek als Meerkerk gelegen. Westelijker op de oeverwallen van de Lek zijn Achthoven, Lexmond, Kortenhoeven, Vianen en Everdingen gelegen. Bij Lexmond, dat al in 1133 wordt vermeld, mondde de Laak in de Lek uit. De loop van dit riviertje is nog herkenbaar aan het verloop van de Lakerveld tussen Lexmond en Meerkerk. Lexmond had zeker in 1225 al een kerk, die was afgesplitst van de parochie Gasperden. 8 Het oudste Lexmond met de kerk was noordelijker gelegen en is doo r de opdringende Lek verspoeld, waarna de nederzetting op de huidige plaats is herbouwd. 9 De stadsstichting van Vianen dateert uit het tweede kwart van de 14 e eeuw. Niet bekend is of er ter plaatse al een nederzetting bestond. Wel lag er een kasteel van d e Heren van Vianen, dat in 1271 voor het eerst vermeld wordt.

De stad werd aangelegd aan de voet van dit kasteel. 10 In Everdingen werd in de 13 e eeuw een kapel gebouwd van de restanten van de verspoelde kerk van Autena. Tussen 1259 en 1267 werd de kapel afgesplitst uit de parochie Gasperden en tot zelfstandige parochiekerk verheven. 11 In het zuiden van de Vijfheerenlanden liggen verschillende nederzettingen op de oeverwallen van de Linge: Kedichem, Oosterwijk en Leerdam. Leerdam is een stadsstich ting uit het midden van de 14 e eeuw bij een ouder dorp, dat in 1284 als Lederdamme wordt vermeld. De loop van het riviertje de Leede is minder goed herkenbaar dan de Middelloos, maar moet eveneens naar Meerkerk gestroomd hebben, via Leerbroek en het ten zuidoosten daa rvan gelegen kasteel Ter Leede. 12 Op dit kasteel woonden de Heren van der Lede. Zijderveld, Lakerveld, Schoonrewoerd en Leerbroek zijn gelegen op nog oudere stroomgordels. Aanwijzingen dat deze nederzettingen al bestonden voor aanvang van de groot schalige ontginningen in de 11 e en 12 e eeuw zijn er niet. Waarschijnlijk kwamen deze locaties pas in beeld toen de stroomruggen door bodemdaling als gevolg van oxidatie en klink in de veenontginningen aan de oppervlakte kwamen en uiteindelijk zelfs hoger kwamen te liggen dan de omgeving.

Het veenpakket in de Vijfheerenlanden werd gevormd tussen omstreeks 1750 en 550 voor Christus, toen er geen grote geulen actief waren en de Rijn ten noorden van het gebied stroomde. Er ontstond een veenmoeras met elzenbossen dat geheel natuurlijk afwaterde via stroompjes als de Laak en de Leede. Voorafgaand aan de grootschalige ontginning werd het veenmoeras door de bewoners van de oeverwallen gebruikt om te jagen, te vissen, riet en hout te winnen, plaggen te steken en soms om er vee te weiden. Dergelijke stukken van de wildernis werden aangeduid als 'velden', die in de

6

Pons, 2006, 10. Cox, 2012. 8 Dekker, 1983, 325. 9 Zijderveld, 1997. 10 Visser, 1964, 118-121; Fafianie, 2010, 22-26. 11 Dekker, 1983, 326. 12 De Jong, 1993, 36. 7

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[10]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Vijfheerenlanden zijn terug te vinden in toponiemen als Zijderveld, Lakerveld, Rietveld, Oosterwijkse veld en Kedichemse veld. 13 Vanaf ca. 550 voor Christus werd de Hagesteinse stroomgordel actief, rond het begin van de jaartelling gevolgd door de huidige stroomgordel van de Lek ten noorden van Vianen, die in westelijke richting door het veengebied ging stromen. Doordat de nieuwe rivier nog geen oeverwallen had opgebou wd, zette de Lek over het veen en de oude stroomgordels een kleilaag van zo’n 30 tot 40 centimeter af. 14

1.2.4

Ontginning, bewoning en landgebruik

De onderstaande tekst geeft in zeer grote lijnen de landschapsgeschiedenis van de gemeente Vijfheerenlanden weer. Daarbij verwijzen we naar de codes van de landschappelijke eenheden op kaartbijlage 1 (historisch cultuurlandschap). Bij de behandeling van de afzonderlijke landschappen in hoofdstuk 3 gaan we hier nader op in. Landschappen van de oeverwallen Hoewel de mens al in de prehistorie en de Romeinse tijd het geb ied bewoonde, begon de vorming van de huidige landschappen onder invloed van de mens in de vroege middeleeuwen, dus voor het jaar 1000. De vroegste bewoning begon op de hooggelegen stroomruggen. De grond was hier goed bewerkbaar, goed ontwaterd en overstromingen van het nog onbedijkte gebied traden hier zelden op. Bij deze ontginningen ontstonden de eerste dorpen als Kedichem op de Linge-stroomrug en Hagestein en Everdingen op die van de Lek. Deze ontginningen zijn landschappelijk te herkennen aan hun blokvormige kavelpatronen en of aan de grotere aaneengesloten akkercomplexen (eenheid 1 en 2). Later ging men lagere oeverwallen en lagere delen van de al bewoonde oeverwallen bewonen. Om deze vochtigere gronden te kunnen bewonen was een betere ontwatering vere ist. Dat bereikte men door een slotenpatroon te graven die het land in stroken verdeelde (eenheid 3 en 4). De sloten leidden het water naar de iets lagergelegen gronden achter de oeverwal.

Dat gebeurde al vroeg in de 11 e eeuw, mogelijk al eerder. Plaatselijk kon ook al vroeg gewoond worden op oevers van de stroompjes door het moeras (eenheid 6). Van overstromingen door de rivier hadden deze vroege bewoners nog niet zoveel last. In het onbedijkte gebied verspreidde het overstromingswater zich over grote oppe rvlakten, zodat zich geen gevaarlijke hoogwaterstanden konden ontwikkelen. Hooguit ging men over op de aanleg van kades die het overstromingswater achterlangs de bewoonde dorpsgebieden leidde. Landschappen van de veenontginningen Al vrij vroeg ging men over op de ontginning van het achter de oeverwallen gelegen moerasgebied. We hebben het in het vervolg steeds over veenontginningen, omdat men technieken gebruikte die typisch zijn voor de ontginning van veen. Maar feitelijk was hier sprake van een moeras me t ontoegankelijk broekbos met elzen en wilgen en plaatselijk ook riet, dat regelmatig door rivierwater werd overspoeld. Op het veen was daarbij klei afgezet. Dit moerasgebied werd in fasen ontgonnen. In de loop van de 11 e eeuw werden de ontginningen vanaf de oeverwal verlengd dieper het veengebied in (eenheid 7). Vanaf ongeveer 1100 werden ontginningen ondernomen vanaf lokale riviertjes die door het veengebied stroomden, en waarvan de oevers plaatselijk al voor de ontginningen bewoond waren geweest (eenheid

13 14

De Jong, 1993, 36. Blijdenstijn, 2019, 6.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[11]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

8). Een groot en vlak gelegen gebied dat niet door riviertjes werd doorkruist, werd vanaf het tweede kwart van de 12 e eeuw ontgonnen volgens de systematische methode van de cope -ontginningen (eenheid 9 en 10). Daarna bleven nog restgebieden over die een functie hadden in de berging van overtollig water vanuit de ontgonnen gebieden, maar uiteindelijk ook ontgonnen werden (eenheid 11 en 12). Door de ontwatering van het veen daalde het land door klink en vertering (oxidatie) van de veengrond. In de eeuwen na de ontginning was het daardoor steeds weer nodig om aanpassingen en verbeteringen van de afwatering te doen, waarbij nieuwe weteringen werden gegraven, die het water zoveel mogelijk stroomafwaarts naar ofwel de Lek ofwel de Linge en soms ook wel naar de Merwede voerden. De afvoer naar lagergelegen gebieden werd door de gemeenschappen stroomafwaarts niet op prijs gesteld. De Zouwendijk, aangelegd in 1277, lag tussen de oeverwallen van de Lek en de Linge en verhinderde dat overstromingswater uit Vijfheerenlanden naar het westen, de Alblasserwaard in stroomde. Meer overlast bij overstromingen maar ook verminderde reguliere w aterafvoer voor Vijfheerenlanden was het gevolg. Vanuit Vijfheerenlanden werd in 1284 de Diefdijk aangelegd, die het gebied beschermde tegen overstromingswater vanuit de Betuwe.

Al met al werden de afwateringsmogelijkheden steeds complexer en de oplossinge n steeds ingrijpender. Een bijzonder landschapstype dat we daaraan te danken hebben is de Zouweboezem (eenheid 13). Landschappen van de uiterwaarden Door de landdaling gingen de ontgonnen veengronden steeds vaker overstromen bij hoogwater op de Lek of de Linge. Men begon daarom in de loop van de dertiende eeuw de dorpskaden om te vormen naar een sluitende bedijking. Voor de Vijfheerenlanden moet die kort na 1284, toen werd besloten de Diefwegh tussen Everdingen en Leerdam op te hogen tot een dijk, gereed zijn geweest (Bijl, 2000). De rivier had voortaan alleen buitendijks, tussen de winterdijken, nog de ruimte om te overstromen, zich te verleggen of oeverwallen op te werpen. Het reliëf dat zo ontstond is in meerdere uiterwaarden nog te zien (eenheid 14 en 15). In delen van de uiterwaarden is weliswaar na de bedijking nog veel rivierklei afgezet, toch lijken hier nog perceelsstructuren te zien van voor de bedijking. De binnendijkse strokenstructuur zet zich namelijk buitendijks voort (eenheid 16). Binnen de uiterwaarden zijn op veel plekken verlagingen en soms ook verhogingen te zien die te maken hebben met steenfabrieken of vergravingen voor de aanleg van dijken (eenheid 17 en 18).

Een bijzondere uiterwaard is de Sluische Waard, waar ten bate van de uitwatering van de Zouweboezem een bovenboezem met meerdere windmolens werd aangelegd (eenheid 20). Dijken konden doorbreken waardoor overstromingskolken, zogenaamde wielen ontstonden (eenheid 22). Meerdere uiterwaarden zijn recent op de schop gegaan waarbij nieuwe natuur werd gecombineerd met waterveiligheid en waarbij een nieuw lands chap ontstond (eenheid 19). Naast de hierboven geschetste landschapstypen komen nog een aantal kleinere historische bijzonderheden aan bod zoals overhoeken (eenheid 23) en Fort Everdi ngen (eenheid 24). Ook niet historische landschappen staan op de kaart, zoals snelwegen of zandwinningsputten of golfbaan. Zij worden niet van een toelichting voorzien. Ontginningseenheden Bij de begrenzing van de verschillende deelgebieden hebben we ons sterk laten leiden door de historische grenzen die door de ontginners van dit gebied in het landschap zijn uitgezet. Ontginningseenheden hadden vaak een duidelijke grens in de vorm van een k ade (later vaak met een

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[12]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

weg er op), een wetering of een sloot. De ontginningseenheden vormen vaak ook verkavelingseenheden en later ook waterstaatkundige eenheden. We hebben de verschillende ontginningseenheden in kaart gebracht en er de historische naam ( kolom bloknaam in het GIS) erbij gezocht. Vaak is deze naam nog gangbaar, maar soms zijn ook andere namen in zwang. Voor begrenzingen en het bepalen van de historische naam maakten we gebruik van de kaart van Ottens (1745), de eerste kadasterkaarten (omstreeks 1832), topografische kaarten vanaf 1850 of literatuur. Binnen de ontginningsblokken is de verkavelingsrichting vaak gelijk, maar kunnen er landschappelijke verschillen bestaan in bijvoorbeeld mate van bebouwing, begroeiing, historisch of bestaand lan dgebruik etc. Er kunnen binnen een ontginningsblok daardoor verschillende landschapstypen bestaan. Vaak hebben we daarom binnen de ontginningseenheden nieuwe grenzen getrokken. De ruim 400 deelgebieden die zo ontstonden hebben we ingedeeld naar de in hoofdstuk 3 behandelde landschappen.

Figuur 5. Historische ontginningsblokken in de gemeente Vijfheerenlanden. Het overgrote deel van de landschappen heeft strookvormige ontginningen. Daarvan is de vermoedelijke ontginningsrichting aangegeven. De voorzijde van een strookvormig ontginningsblok wordt meestal ontginningsas of – basis genoemd. Hier ontstond doorgaans een bewoningslint. Binnen de ontginningsblokken kunnen meerdere historische landschappen liggen.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[13]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

2 Bronnen en methoden Bij het inventariseren en karteren is zo veel mogelijk de classificatie van CHAT (Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht) gevolgd. Dit maakt het mogelijk de uitgevoerde inventarisaties te integreren met het provinciale systeem.

2.1 Historisch cultuurlandschap 2.1.1

Kartering

‘Histland Vijfheerenlanden’, analyse van de historische landschapstypen De landschapstypen op de kaart, en het GIS dat erachter ligt, noemen we Histland -Vijfheerenlanden. Histland deelt landschappen in naar hun ontginnings- en bewoningsgeschiedenis, voor zover herkenbaar in het huidige landschap (kaartbijlage 1). Twee aspecten zijn daarbij van belang. Het eerste aspect is de wijze van ontginning (oeverwalontginning, veenontginning, etc.). De lijnen en structuren (wegen, wateren, verkavelingspatronen) die bij deze ontginning in het landschap z ijn aangelegd, vormen de basis van de ontwikkeling van het landschap. Ze zijn vaak nu nog herkenbaar. Tweede aspect is de latere gebruiksgeschiedenis en ontwikkeling van het landschap (verdroging, vernatting, intensivering, etc.). Ook deze ontwikkeling heeft zijn sporen in het landschap nagelaten. In totaal zijn ruim 400 deelgebieden ingedeeld naar historische landschapstypen. De landschappen zijn in eerste instantie gekarakteriseerd naar hun voorkomen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Daarbij is gebruikgemaakt van topografische kaarten uit die tijd. Omstreeks 1850 bestond in de gemeente Vijfheerenlanden een grote variatie aan historische landschappen die na een gebruiksgeschiedenis van meer dan duizend jaar tot stand waren gekomen.

Het landschap was het resultaat van voornamelijk agrarisch gebruik, van bosbouw, van rivierbeteugeling en van waterbeheersing. De resultante van deze zogenaamde landschapsvormende factoren verschilde van gebied tot gebied en was ook afhankelijk van de bodem. Dat leverde vele regionale variaties op. Om het historische landgebruik in te schatten, is gebruikgemaakt van bodemkaarten en oude grondwatertrappenkaarten. De bodem en hydrologie waren niet alleen bepalend voor de gebruiksmogelijkheden van de boeren, maar waren deel s ook weer het resultaat van hun wijze van ontginning, ontwatering en landbouw. Om de oudere landschapsgeschiedenis te reconstrueren is gebruikgemaakt van geomorfologische kaarten, hoogtebeelden, literatuur, en historisch -geografische interpretatie van verkaveling- en wegenstructuren. Ook in de twintigste eeuw kregen de landschappen van Vijfheerenlanden karakteristieken die we nu tot de historische kenmerken rekenen. Zo zouden de uiterwaarden nog na de oorlog door ontkleiïng en natuurontwikkeling sterk veranderen. Vandaar dat we voor deze periode gebruik hebben gemaakt van jongere topografische kaartseries, luchtfoto’s en hoogtebeelden. Ontwikkelingen als verbeterde ontwatering, verbeterde ontsluiting, bevolkingsgroei, infrastructuur, etc. maakten het in de loop van de twintigste eeuw mogelijk het landschap steeds meer naar de hand van de gebruiker te zetten.

Processen als schaalvergroting, bebouwing van lage gebieden, intensivering van de landbouw en verwijderen van houtsingels en sloten hadden vaak een ni vellerend effect op de landschappelijke verscheidenheid. Dergelijke processen worden meestal beschouwd als een aantasting

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[14]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

van het historische landschap. Deze aspecten komen tot uiting in de waardering van historische cultuurlandschappen (§ 3.2). Om de historisch-geografische kenmerken van het huidige landschap te karakteriseren is gebruikgemaakt van Bing Maps, luchtfoto’s, Google-Earth, Google Street-View en (zeer beperkt) veldwerk. Ook is gebruik gemaakt van de inzichten van Chris de Bont (Paganellus Minor) bij de interpretatie van de ontstaanswijze van de veenontginningen. Uiteindelijk levert deze methodiek een inventarisatiekaart op met landschapstypen en een waarderingskaart (kaa rtbijlage 1 en 3). Van het gebied zijn zo’n 460 foto’s gemaakt, met georeferentie. De toelichting op de kaart (zie hst. 3) geeft informatie over: 

de ontginningsgeschiedenis;

de latere bewonings- en gebruiksgeschiedenis;

het landschapsbeeld in de periode 1850 – 1930; 15

recente veranderingen en de historische kenmerken van het landschap nu.

Delen van het gemeentelijk grondgebied zijn niet aan een historisch-geografische beschrijving onderworpen, hoewel ze wel van invloed kunnen zijn geweest op de waardering van omliggende gebieden. Het betreft bebouwde gebieden of sterk veranderde gebieden, zoals sportvelden, autosnelwegen, het Merwedekanaal of de grote zandwinputten.

2.1.2

Waardering

Naast de inventarisatiekaart is voor de ruim 400 deelgebiedjes van het buitengebied van de gemeente Vijfheerenlanden een waarderingskaart gemaakt, waarop de historisch-geografische waarde wordt aangegeven (zie kaartbijlage 3). De waardering wordt toegelicht in § 3.2.

2.2 Landschapselementen De belangrijkste bron voor het aanvullen van de infrastructuur is historisch kaartmateriaal. Hiervoor zijn de kadastrale minuutplans (1832) gebruikt, zowel de gegeorefereerde scans van de originele tekeningen als – waar beschikbaar – de gevectoriseerde minuutplans (HisGIS). Daarnaast is gebruik gemaakt van de Topografisch-Militaire Kaart (TMK; 1850) en de Chromotopografische Kaart des Rijks (1900, ook bekend als bonneblaadjes). Ook zijn de archeologische waarden- en verwachtingskaart gebruikt voor aanvulling van de CHAT, evenals schriftelijke bronnen en inventarisaties door de gemeente aangeleverd. Uitgangspunt van de inventarisatie van landschapselementen is de provinciale CHAT. Hieruit zijn de elementen in de verschillende categorieën geëxporteerd. Deze zijn aangevuld met ontbrekende elementen, afkomstig uit de diverse bronnen. De stadsmuur van Vianen, in de CHAT opgenomen als puntelementen, is ingetekend als lijnelementen .

2.2.1

Historische groenstructuren

Van alle structuren met opgaand groen (bosjes, lanen, bomenrijen, singels, houtwallen) die volgens de topografische kaart in het buitengebied aanwezig zijn (in de hele gemeente ruim 2000 stuks), is

15

Bij jongere landschappen kan een latere periode zijn gekozen.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[15]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

beoordeeld of deze als historisch gekenmerkt kunnen worden. Historisch betekent niet dat de bomen oud zijn, wel dat de structuur een zekere ouderdom heeft of past in het historis che landschap. Groen binnen de bebouwde kom of groen als onderdeel van grootschalige infrastructuur is niet systematisch geïnventariseerd. Op de topografische kaarten is het opgaand groen weergegeven als vlakken (bospercelen, grienden, boomgaarden en populierenopstanden) of als lijnen (bomenrijen, lanen, hagen),. Zo komen ze ook in het GIS terug. Zie de toelichting in § 4.3. Historische boomgaarden Voor het historisch karakter van boomgaarden komt niet zozeer naar voren door kaartvergelijking met historische kaarten, maar veel meer door de aard van de fruitbomen. Vrijwel alle hoogstamboomgaarden zijn te beoordelen als historisch. Deze structuren zullen gemakkelijk zijn te selecteren uit de inventarisatie van kleine landschapselementen die het IT -bedrijf Ordina op dit moment ontwikkelt in samenwerking met Landschap-Erfgoed Utrecht. Voor de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden zijn deze data nog niet gereed.

2.3 Historische bouwkunst en stedenbouw Onder de historisch-bouwkundige waarden en stedenbouw wordt het beschermde en onbeschermde ‘bovengrondse’ gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), stedenbouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc. Tevens vallen de beschermde dorpsgezichten onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische b uitenplaatsen en gebieden. De inventarisatie, kartering en waardering van bouwkunst en stedenbouw is in twee afzonderlijke kaartlagen van de cultuurhistorische waardenkaart verwerkt. Deze thema’s worden in onderstaande paragrafen toegelicht.

2.3.1

Inventarisatie en kartering historische bouwkunst

De inventarisatie is opgesplitst in een bureauonderzoeksfase en een “veldwerkfase”. In de bureauonderzoeksfase is kennis genomen van alle bestaande inventarisatielijsten, redengevende beschrijvingen van de rijksmonumenten, de gemeentelijke monumenten, verschillende objectgerichte overzichten zoals lijsten met karakteristieke en beeldbepalende objecten, oorlogsmonumenten, industrieel erfgoed, kunst in de openbare ruimte, wederopbouwobjecten (boerderijen) en ensembles. Tevens is relevante literatuur bestudeerd (zie literatuurlijst, alsmede gebiedsanalyses, die doorgenomen zijn op hierin vermelde en gewaardeerde waardevolle objecten en ensembles. Het bureauonderzoekdeel omvat ook het raadplegen van via internet ontsloten col lecties en informatiebronnen, zoals verschillende beeldbanken, de websites van de historische kringen, Delpher (historische kranten), BAG-viewer en de vele via internet beschikbare databases met overzichten van specifieke erfgoedcategorieën en objecttypen (wederopbouw, oorlogsmonumenten, beelden in de openbare ruimte, kerken, molens, begraafplaatsen, etc.). Voor de meest aannemelijke datering is gebruik gemaakt van de informatie in redengevende beschrijvingen, object - en locatiebeschrijvingen in de literatuur of BAG-viewer.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[16]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Naast het bureauonderzoek is de gehele gemeente via een combinatie van een straatsgewijze schouw via Google Maps (streetview/Cyclorama) geïnventariseerd, waar nodig aangevuld met een veldwerkcheck, uitgevoerd in september 2021. Het veldwe rk voor de oude gemeente Vianen is uitgevoerd in de periode januari-maart 2014. De historische binnenstad van Vianen heeft geen deel uitgemaakt van deze inventarisatie. Op deze wijze zijn alle objecten in hun context bekeken en is informatie over de fysieke verschijningsvorm verzameld. Dit betekent dus dat de objecten en ensembles op basis van hun exterieur zijn geselecteerd en opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. Daar waar informatie over interieur- en bouwhistorische waarden voorhanden was via verslagen van bouwhistorische verkenningen, kan ook deze doorslaggevend zijn geweest voor opname in de inventarisatie. Wanneer opgenomen in de inventarisatie? Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in ieder geval alle eerder door de gemeente Vijfheerenlanden als cultuurhistorisch waardevol (beeldbepalende objecten) geïnventariseerde objecten in de actuele inventarisatie opgenomen, uitgezonderd een klein aantal objecten, dat inmiddels niet meer blijkt te bestaan of dusdanig is gewijzigd, dat de ondergrens in de waardering niet meer wordt gehaald.

De geïnventariseerde objecten en complexen hebben gemeen, dat ze alle een positieve of hoge cultuurhistorische en/of ruimtelijke waarde bezitten binnen de (steden)bouwkundige geschiedenis van de gemeente Vijfheerenlanden en de in deze gemeente aanwezige karakteristieke / waardevolle gebieden. Ze zijn in eerste instantie geselecteerd aan de hand van algemeen gangbare architectuurhistorische, cultuurhistorische en historisch -ruimtelijke (ensemble) waarderingscriteria, zoals herkenbaarheid (ten aanzien van de oorspronkelijke functie), een redelijke mate van gaafheid, authenticiteit en/of zeldzaamheidswaarde, zichtbaarheid (beeldbepalend) en ensemblewaarde. De uit deze eerste schifting geselecteerde objecten zijn uiteindelijk ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart opnieuw gewaardeerd. Zoals eerder vermeld is de bestaande selectie beschermde objecten uitgebreid met een groot aantal niet eerder geïnventariseerde objecten en ensembles, onder meer u it het tijdperk van het interbellum (1918-1940) en de naoorlogse periode (tot circa 1970). Minimaal dient de score van de basiserfgoedwaarde aanwezig te zijn voor opname in de inventarisatie. De GIS-tabel De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde historische bouwkunst is samengebracht in een uitgebreide GIS-tabel met een aantal variabelen.

Deze GIS-tabel is gekoppeld aan de cultuurhistorische waardenkaart. De variabelen zijn (met toelichting):

ID (uniek identiteitsnummer) Ieder object heeft in de inventarisatie een eigen identificatienummer gekregen. Plaats Betreft de plaatsnaam, zoals dat ook vermeld is in het officiële adres. Adres + huisnummer

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[17]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Actuele adres op basis van de vermelding in de online bagviewer. Voor objecte n en complexen met adressen in verschillende straten zijn extra velden beschikbaar. Het vierde adresveld (adresinfo) kan informatie bevatten over nog meer tot het item behorende adressen. Naam Betreft de officiële naam van het object, waarmee het in het al gemeen wordt aangeduid of die op de gevel of poort staat vermeld. Bestemming Betreft de huidige bestemming van het object, voor zover bekend. Thema In de inventarisatie wordt een aantal erfgoedthema’s onderscheiden. Binnen de erfgoedthema’s bestaan verschillende categorieën en klassen (bouwtypen), als verfijning van het hoofdthema. Deze categorie en klassen zijn in aparte kolommen van de bijbehorende database vermeld. Het thema “agrarisch cultuurlandschap” kent bijvoorbeeld de categorie “boerderij”. In de v olgende kolommen is het begrip “boerderij” verder gedefinieerd in het boerderijtype (bijvoorbeeld langgevelboerderij) en een korte beschrijving van de hoofdvorm. De thema zijn conform de richtlijnen voor de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Utrecht. De erfgoedthema’s zijn: Agrarisch cultuurlandschap Bedrijvigheid Infrastructuur Kastelen en buitenplaatsen Maatschappelijk erfgoed Militair erfgoed Religieus en funerair erfgoed Waterbeheer Klasse 1 Dit veld geeft aan of het item een object/bebouwing betreft of een terrein.

Klasse 2 Dit veld geeft nogmaals een overzicht van specifieke ergoedthema’s of categorieën, nu toegespitst op de gemeente Vijfheerenlanden. Genoemde thema’s zijn ook gehanteerd in de cultuurhistorische waardenkaart van Vianen. De thema’s zijn: Agrarisch Bestuur en rechtspraak Funerair en gedenken Gezondheidszorg Handel Industrie en nijverheid Infrastructuur Infrastructuur, drinkwatervoorziening Infrastructuur, elektriciteitsvoorziening Kunst, object Maatschappelijk Onderwijs Oorlog en defensie Religie

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[18]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Sport, recreatie en horeca Terreinafscheiding Waterbeheer Wooncultuur Klasse 3 en Klasse 4 Verdere verbijzondering van de bouwtypen en belangrijkste kenmerken. Bijzonderheden Het veld ‘bijzonderheden’ is bestemd voor informatie over aan - of achterbouwen, bijgebouwen, tuinen en hekwerken, indien relevant genoeg om te vermelden. Ook is hier ruimte voor vermelding van bijzondere gevelelementen of ornamentiek en summiere historisch e achtergronden. Situatie Geeft aan of een object nog bestaat of niet. Ontstaan Periode of jaar van ontstaan, oudste datering. Datering periode Dit veld bevat een vermelding van het tijdvak, waarin het object in zijn oorspronkelijke vorm is ontstaan. Hiertoe wordt een vaste tijdvakindeling aangehouden, zodat via deze informatie interessante kaartbeelden kunnen worden getoond. De tijdvakindeling is als volgt: 1200 -1300, 1300-1400, 1400-1500, 1500-1600, 1600-1700, 1700-1800, 1800-1850, 1850-1875, 1875-1900, 1900-1920, 1920-1940, 1940-1965, 1965-1980, 1980-2000, 2000-2020. Datering exact De exacte datering (oorspronkelijk bouwjaar) wordt hier alleen ingevuld als deze op basis van een duidelijke en plausibele vermelding in geraadpleegde bronnen of via opschriften/gevelstenen bekend is.

Die bronnen kunnen zijn: literatuur, eerdere inventarisatielijsten, gebiedsanalyses, bouwhistorische verkenningen, redengevende beschrijvingen, of, wanneer deze heel plausibel lijkt, het in de bagviewer vermelde jaar van ontstaan. Datering toelichting Veld, bestemd voor eventuele toelichting op de datering, bijvoorbeeld wanneer deze via de bagviewer is verkregen. Architect-ontwerper Informatie op basis van de beschikbare literatuur, eerdere onderzoeken, analyses en beschrijvingen. Bouwstijl Zoveel mogelijk uitgaande van de stijlen-thesaurus van de RCE. Status Bevat informatie over de huidige status van bescherming (rijksmonument, gemeentelijk monument, karakteristiek of beeldbepalend pand), een en ander op basis van door de gemeente aangeleverde actuele adreslijsten en een check van de informatie bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed. Wanneer er geen status is wordt volstaan met ‘geen’. ODB nummer en ODB complexnummer In deze kolommen staan de (voor zover toegekend en beken d) objectnummers, waarmee de objecten als monument zijn geregistreerd. Tevens zijn eventuele complexnummers (rijksmonumenten) ingevuld.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[19]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Waarderingscritera 1 tot en met 5 Het gaat om de volgende criteria (zie verder paragraaf X.X) 1.STED_ENS

: Stedenbouwkundige en ensemblewaarden

2.BBP

: Beeldbepalende waarde, landmark

3.CH

: Cultuurhistorische waarde

4.GAAF

: Gaafheid, authenticiteit

5.ARCH_BH

: Architectuur- en bouwhistorische waarde

Orde In dit veld wordt, uitgedrukt in een kwalificatie, de eindscore van de toetsing aan de hand van de vijf criteria vermeld: Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1) Hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2) Positieve / beeldondersteunende kwaliteit (orde 3) Opmerking Veld bedoeld voor aanvullende opmerkingen. Bouwhistorische verwachtingswaarde In dit veld is vermeld of het object bouwsubstantie bevat, die ouder is dan 1850. Deze informatie is op basis van vermeldingen in redengevende beschrijvingen, literatuur/bronnen of veldwaarnemingen. Bron 1 en 2 In deze velden zijn de belangrijkste geraadpleegde informatiebronnen vermeld, op basis waarvan informatie is verkregen over functie, opdrachtgever, datering en architect -ontwerper, etc.

2.3.2

Inventarisatie en kartering stedenbouw / ensembles

De inventarisatie is opgesplitst in een bureauonderzoeksfase en een “veldwerkfase”. In de methodiek is nauw aangesloten bij de inventarisatie van de historische bouwkunst. De resultaten van de bouwkunstinventarisatie zijn een belangrijke input geweest, omdat hiermee inzicht is verkregen in de aard, de dichtheid en de kwaliteit van de waardevolle bebouwing. Tevens is relevante literatuur bestudeerd (zie literatuurlijst), alsmede gebieds- en wijkanalyses. Naast het bureauonderzoek is de gehele gemeente via een combinatie van een straatsgewijze schouw via googlemaps (streetview) geïnventariseerd, waar nodig aangevuld met een veldwerkcheck. Daarnaast zijn de gebiedsanalyses en historisch kaart- en fotomateriaal als informatiebron gebruikt bij het opstellen van de selectie, waardering en begrenzing van de stedenbouwkundige ensembles en om inzicht te krijgen in de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van gebieden. Wanneer opgenomen in de inventarisatie? Bij de selectie en waardering van stedenbouwkundige ensembles is gekeken naar de cultuurhistorische waarde van aanwezige objecten, elementen en structuren, alsmede naar de historische, ruimtelijke en visuele samenhang tussen deze objecten, elementen e n structuren.

Allereerst heeft de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en historische gelaagdheid van de steden, dorpen, wijken, buurten, gehuchten, historische bebouwingslinten en boerderijenensembles als vertrekpunt gediend bij het onderscheiden en afbakenen van “stedenbouwkundige” ensembles. Daarnaast is de begrenzing van de

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[20]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

stedenbouwkundige ensembles vastgesteld aan de hand van de samenhang die in deze gebieden tegenwoordig (nog) voorkomt tussen bebouwingsbeeld, historische structuren (wegen, waterlop en, verkavelingen), zichtlijnen en historische groenstructuren. Afhankelijk van de ontstaansperiode en geografische ligging hebben ensembles een karakteristieke stedenbouwkundige, landschappelijke of nederzettingsstructuur, zoals vooroorlogse tuinwijken en naoorlogse uitbreidingswijken met stempelverkaveling. Naast voorgenoemde selectie- en waarderingscriteria is ook gekeken naar bijzondere bebouwingstypologieën die in gebieden voorkomen en de dichtheid en kwaliteit van waardevolle bebouwing. Tot slot is de waardering mede toegekend aan de hand van algemeen gangbare architectuurhistorische, cultuurhistorische en historisch -ruimtelijke waarderingscriteria, zoals herkenbaarheid, gaafheid en zeldzaamheid. De GIS-tabel De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde stedenbouwkundige ensembles zijn samengebracht in een GIS-tabel met een aantal variabelen. Deze GIS-tabel is gekoppeld aan de cultuurhistorische waardenkaart. De variabelen zijn:

ID (identiteitsnummer) Ieder ensemble heeft in de inventarisatie een eigen identificatienummer gekregen. Plaats Informatie over in of bij welke kern het betreffende ensemble is gesitueerd. Naam Naam / korte aanduiding van het ensemble Thema, subthema, klassen In de inventarisatie wordt een aantal erfgoedthema’s onderscheiden. Binnen de erfgoedthema’s bestaan verschillende categorieën en klassen, als verfijning van het hoofdthema. Deze categorie en klassen zijn in aparte kolommen van de bijbehorende database vermeld. Het thema “agrarisch cultuurlandschap” kent bijvoorbeeld de categorie “historisch bebouwingslint”. De erfgoedthema’s bij de stedenbouwkundige ensembles zijn: Agrarisch cultuurlandschap Bedrijvigheid Infrastructuur Kastelen en buitenplaatsen Maatschappelijk erfgoed Militair erfgoed Religieus en funerair erfgoed Waterbeheer Beschrijving (3 velden) Drie velden bestemd voor een kernachtige beschrijving van de ensembles. Bijzonderheden Aanvullende informatie over het ensemble. Ontstaan Periode of jaar van ontstaan, oudste datering. Situatie Geeft aan of een ensemble nog bestaat of niet.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[21]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Status Vermelding of een ensemble thans een beschermde status geniet. ODB nummer Registratienummer van het eventueel beschermde ensemble. Waarderingscriteria 1 tot en met 4 Het gaat om de volgende criteria (zie verder paragraaf X.X) 1.ONT_HIS

: Onderdeel gebiedskarakteristiek, ontwikkelingsgeschiedenis, historische gelaagdheid

2.BB

: Beeldbepalende waarde, landmarks

3.GAAF

: Gaafheid en herkenbaarheid

4.BEB_ZELD

: Dichtheid / kwaliteit beschermde en karakteristieke bebouwing, zeldzaamheid

Orde In dit veld wordt, uitgedrukt in een kwalificatie, de eindscore van de toetsing aan de hand van de vijf criteria vermeld: Zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1) Hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2) Positieve / beeldondersteunende kwaliteit (orde 3) Bron (twee velden) In deze velden zijn de belangrijkste geraadpleegde informatiebronnen vermeld, op basis waarvan informatie is verkregen over functie, opdrachtgever, datering en architect -ontwerper, etc.

2.3.3

Waardering historische bouwkunst

Algemeen Alle gebouwen, objecten en complexen, zowel de als rijks - of gemeentelijk monument beschermde items, als de beeldbepalende objecten en de nieuw geselecteerde, zijn gewaardeerd. De waardering met behulp van een beperkte set criteria is indicatief en de score-toekenning resulteert in een indeling van het object binnen vier verschillende schaalniveaus (de orden): 1 Zeer hoge erfgoedwaarde 2 Hoge erfgoedwaarde 3 Positieve / beeldondersteunende erfgoedwaarde De verschillende waardengradaties geven zicht op welke objecten een specifieke vorm van instandhoudingsbeleid vragen. In principe geldt: hoe hoger de indicatieve erfgoedwaarde, hoe meer noodzaak er zal zijn strikte regels voor de instandhouding toe te passen. De waa rdenkaart is ontwikkelingsgericht en geeft informatie over welk beleid (of omgangsvormen) zou moeten gelden bij de instandhouding van cultuurhistorische waarden. De kaart brengt in beeld welke objecten voldoende kwaliteiten bezitten om ze als karakteristiek of beeldbepalend te definiëren, of welke objecten naar alle waarschijnlijkheid in aanmerking komen voor bescherming als gemeentelijk monument, wanneer ze deze status nog niet hebben.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[22]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Waarderingscriteria De selectie van de cultuurhistorisch waardevolle objecten en de uiteindelijke klassering in drie erfgoedwaarden (zeer hoog, hoog, positief) vindt plaats via een toetsing aan de hand van vijf ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria. Deze criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd op basis van bovengenoemde algemeen, gangbare criteria en zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast: 1.Stedenbouwkundige en ensemblewaarde: het belang van het object als onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied of een bijzondere stedenbouwkundige ontwikkeling of planvorming; en/of als onderdeel van cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of ensemblewaarde, bijvoorbeeld in relatie tot een beschermd stads- of dorpsgezicht, een waardevol gebied en beschermde monumenten; 2.Beeldbepalende waarde: het belang van het object vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van zijn omgeving (bijvoorbeeld: markant onderdeel lintbebouwing, opmerkelijke (hoek)ligging, zichtlijn, landmark); 3.Historische waarde, representatiewaarde: het belang van het object vanwege de herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de oorspronkelijke (bijzondere) functie, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied; relatie met voor de gemeente Vijfheerenlanden belangrijke personen, gebeurtenissen en activiteiten;

4.Gaafheid: het belang van het object wegens de authenticiteit van hoofdvorm, gevelindeling en/of detaillering; 5.Architectuur- en bouwhistorische waarde: het belang van het object vanwege een kenmerkende / bijzondere bouwstijl, typologie, vorm, materiaalgebruik en constructie; het belang binnen het oeuvre van een architect; Het gaat dus om een aantal cultuurhistorische en architectuurhistorische, m aar vooral contextuele, historisch-ruimtelijke criteria, die het object duiden als onderdeel van een specifieke lokale cultuurhistorische gebiedskarakteristiek, bijvoorbeeld de oude kernen, de linten, de voor - en naoorlogse uitbreidingswijken, delen van het buitengebied, etc. Overigens zijn ook de rijks - en gemeentelijke monumenten nog eens aan deze criteria getoetst. Zoals blijkt uit de inventarisatie vallen de al beschermde monumenten meestal binnen de hoogst gewaardeerde categorie (zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit). Met de ruimtelijke insteek van deze toetsing wordt geanticipeerd op de veranderende benadering van erfgoed, zoals die in aankomende Omgevingswet is geformuleerd. Hierin wordt aangedrongen op een grotere rol voor cultuurhistorie in het ruimtelijk beleid. De directe omgeving van historische objecten, complexen en ensembles is immers zeer bepalend voor de wijze waarop de cultuurhistorische kwaliteit tot zijn recht komt.

Ook de gebieden zelf kunnen cultuurhistorische kwaliteiten bezitten. Alle in de inventarisatie opgenomen objecten zijn met behulp van bovenstaande criteria en met inachtneming van de verschillende gebiedskarakteristieken getoetst. Per criterium kunnen de volgende scores worden gehaald: ++, +, 0 of -. - hoge waarde: ++ - positieve waarde: + - neutrale waarde: 0 - negatieve waarde: -

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[23]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in drie klassen gemiddelde score

Waardering

Minimaal 3x ++ en 2x +

Zeer hoge erfgoedwaarde of monumentwaarde (1)

Minimaal 2x ++ en 2x +

Hoge erfgoedwaarde of (potentiële) monumentwaarde (2)

Minimaal 3x + en 1x 0

Positieve of beeldbepalende/beeldondersteunende erfgoedwaarde (3)

Tabel 1. Scores en klassen van de waardering historische bouwkunst.

De vijf criteria worden in deze indicatieve beoordeling als gelijkwaardige eenheden gewogen. Bij het toekennen van de hoge, positieve, neutrale of (in uitzonderingsgevallen) negatieve waarden (met plussen en minnen) wordt de aanwezige waarde genuanceerd en blijkt welke waarden het meest uitgesproken aanwezig zijn. De nummering en volgorde van de criteria, zoals weergegeven op de vorige pagina, is conform de volgorde in de database bij de cultuurhistorische waardenkaart. De inventarisatie van de historische bouwkunst in de gemeente Vijfheerenlanden bevat (naast de reeds beschermde circa 180 rijksmonumenten en circa 110 gemeentelijke monumenten en de circa 70 beeldbepalende objecten nog eens circa circa 1440 objecten die niet eerder zijn gewaardeerd. De waardering aan de hand van vijf criteria is in de GIS-tabel verwerkt. De in de cultuurhistorische waardenkaart opgenomen objecten hebben op de vijf gebruikte criteria tenminste overwegend positief gescoord. De drie verschillende waarden -schaalniveaus kunnen als volgt worden gedefinieerd: Orde 1 objecten De als Orde1 gekwalificeerde objecten scoren op de gebruikte criteria merendeels hoog.

Het betreft zeer hoogwaardige onderdelen (gebouwen, objecten en ensembles), die vanwege de voornamelijk hoge ruimtelijke waarden, historische waarden en objectwaarden van wezenlijk en onlosmakelijk belang zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden, de stads - en dorpskernen en de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken. Wanneer ze zouden worden getoetst aan de algemeen gehante erde monumentenselectiecriteria dan is de kans zeer groot dat ze voldoende waarden bezitten voor de kwalificatie gemeentelijk monument. Integrale instandhouding is zeer gewenst. Orde 1 kan dan ook als ‘monumentwaarde’ worden gekenschetst. Mocht de gemeente in de toekomst overwegen gemeentelijke monumenten aan te gaan wijzen, dan is dit de topcategorie, waaruit geselecteerd kan worden. Rijksmonumenten scoren eveneens vrij altijd Orde 1. Orde 2 objecten De categorie Orde 2 scoort vooral bij de criteria archit ectuurhistorische waarden, gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid wat lager dan de categorie Orde 1, vaak vanwege de wijzigingen aan details. Verder betreft het karakteristieke onderdelen (gebouwen, objecten en ensembles) die vanwege de voornamelijk hoge én positieve ruimtelijke waarden, historische waarden en objecten van grote betekenis zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden, één van de dorpen en de historisch-ruimtelijke gebiedskarakteristieken.

Instandhouding van het gevelbeeld en/of hoofdvormen is we nselijk.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[24]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

Orde 3 objecten De laagste categorie Orde 3 is voornamelijk goed herkenbaar gebleven, wat betreft de hoofdverschijningsvorm; details of gevelindelingen kunnen verstoord zijn. Voorwaarde is dat er sprake is van een meer dan voldoende mate van herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en dat deze objecten een wezenlijk onderdeel vormen van één van de gebiedskarakteristieken of de beschermde gezichten. Deze objecten hebben vooral een beeldondersteunende waarde. Instandhouding van de hoofdvormen is wenselijk. Panden met bouwhistorische kwaliteiten In de waarderingskaart zijn ook de panden met een bouwhistorische verwachting gemarkeerd Het gaat om beschermde en niet-beschermde gebouwen, waarvan op basis van beschikbare informatie uit bouwhistorische rapportages, redengevende beschrijvingen en inventarisatiegegevens bekend is of verwacht wordt dat er (intern) historische bouwconstructies en bouwsporen van belang en daterend uit de periode voor circa 1850 bewaard zijn gebleven. Ook via waarnemingen van af de openbare weg kunnen bouwhistorische kwaliteiten worden verondersteld, bijvoorbeeld zichtbaar in de aanwezigheid van hoge, steile kappen, zij- en achtergevels met oude bouwsporen en specifieke locatiegebonden eigenaardigheden, zoals bewaard gebleven brandgang- en steegstructuren tussen en naast de huizen.

Zo kan het in de oude kernen van de gemeente Vijfheerenlanden gaan om gebouwen, die wellicht nog relicten bezitten, die samen met de verkavelingssporen verwijzen naar de laatmiddeleeuwse en jongere nederzettingsontwikkeling. In het buitengebied betreft het vooral de oudere agrarische bebouwing, de grote historische boerderijen en de schuren, waarvan sommige belangwekkende houtconstructies uit de 17 e en 18 e eeuw bezitten. Ook de bebouwing op (middeleeuwse) kasteelplaatsen kunnen een bouwhistorische verwachting bezitten. De panden met een bouwhistorische verwachting zijn alle ook getoetst aan de hand van de waarderingscriteria en in één van de drie orden ondergebracht. Het kan zowel beschermde als onbeschermde panden betreffen. Het betreft dus een extra gewaardeerde kwaliteit binnen de totale inventarisatie.

RAAP-rapport 5475 / versie 31-03-2022

[25]

Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden

2.3.4

Waardering historische stedenbouw / ensembles

De geïnventariseerde bijzondere (steden)bouwkundige ensembles zijn alle gewaardeerd met onderstaande criteria-set: 1.Het belang van het gebied of ensemble als onderdeel van de ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van de gemeente Vijfheerenlanden, de daarin gelegen steden, dorpen en het buitengebied; hierin ook betrokken het belang van het gebied of ensemble vanwege een bijzonder stedenbouwkundig concept of een karakteristieke stedenbouwkundige, landschappelijke of nederzettingsstructuur; 2.Het belang van het gebied vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging, zichtlijnen, aanwezigheid van landmarkts, etc. 3.De structurele gaafheid en herkenbaarheid van het gebied; 4.De dichtheid en kwaliteit van de aanwezige beschermde en/of karakteristieke bebouwing , waarbij gelet is op herkenbaarheid, gaafheid en (in mindere mate) zeldzaamheid. Per criterium kunnen de volgende scores worden gegeven: ++, +, 0 of - hoge waarde: ++ - positieve waarde: + - neutrale waarde: 0 - negatieve waarde: gemiddelde score

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=02226b4d-82b5-4088-8852-1cb69975577c