CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 plan- oer omgevingsvisie vijfheerenlanden

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 februari 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie37.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Figuur 2.1 De ligging van de gemeente Vijfheerenlanden in de provincie Utrecht en de regio U10/U16.

blad 22 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Figuur 2.2 gemeenten binnen de regio A5H

Gemeentegrenzen en aantal inwoners De gemeente Vijfheerenlanden, ligt tussen de rivieren de Lek en de Linge. In het westen wordt gemeente begrensd door de Kaaiwetering en in het oosten door de Diefdijk. Met een oppervlakte van 153 km² is Vijfheerenlanden in oppervlak de grootste gemeente van de provincie Utrecht.

Rivier de Lek

Vianen

Oude Zederik

Merwedekanaal

Ameide

Rijksweg A2 Kaaiwetering

Diefdijk

Meerkerk

Leerdam

Rijksweg A27

Rivier de Linge

Spoorlijn DordrechtGeldermalsen Figuur 2.3: Toponiemen Vijfheerenlanden (bron ondergrond: gemeente Vijfheerenlanden).

blad 23 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

De gemeente Vijfheerenlanden bestaat sinds 1 januari 2019. Het is een samenvoeging van de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. De naam komt van het streek- en polderlandschap ‘Vijfheerenlanden’. De oorsprong van deze naam is te vinden in de acties van vijf heren: Van Arkel, Ter Leede, Hagestein, Everdingen en Vianen. Deze heren namen in 1284 samen maatregelen tegen de wateroverlast uit de Gelderse Betuwe door de aanleg van de Diefdijk. De Vijfheerenlanden heeft 57.829 inwoners (CBS, 2021) en kent twee historische steden , veertien dorpen en vele buurtschappen. Deze hebben een rijke en lange geschiedenis. Ameide is de kleinste stad van de gemeente en kreeg in 1277 stadsrechten. Vianen volgde in 1336 en Leerdam kreeg deze rechten in 1382. Vianen en Leerdam vormen de grootste kernen van de gemeente.

Figuur 2.4: Impressies twee grootste kernen Vianen en Leerdam (bron: gemeente Vijfheerenlanden).

Geomorfologie, historische ontwikkeling en landschap De gemeente Vijfheerenlanden was zo’n 1000 jaar geleden een wildernis van moerasbos op een dik veenpakket. Deze wildernis is rond het jaar 1200 omdijkt en tussen 1000 en 1300 ontgonnen. In de daaropvolgende eeuwen zijn de hogere gronden langs de Lek en Linge in gebruik genomen. Daarna volgde het middengebied. Aanvankelijk is het gebied ontgonnen voor akkerbouw, maar door de inklinking van het veen werd het gebied te nat en is men noodgedwongen overgeschakeld naar veeteelt. Op de hoger gelegen stroomruggen leent de zandige bodem zich goed voor fruitteelt. In de strijd tegen het water staan veel boerderijen op door de mens opgeworpen hoogten (woonheuvels). In de naoorlogse periode neemt de stedelijke ontwikkeling een grote vlucht en de uitbreidingen van de woongebieden en bedrijventerreinen vergen veel ruimte van het buitengebied. Ook de opkomst van de auto en de uitbreiding van het wegennet, onder andere de aanleg van de A2 en A27, zorgen voor een extra ruimtevraag (zie op onderstaande figuren). De jaren na de Tweede Wereldoorlog worden gekenmerkt door mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw. Er vindt ruilverkaveling plaats en er wordt een ruilverkavelingsplan opgesteld. Hierin wordt gezocht naar een evenwicht tussen de agrarische belangen en de waarden van natuur en landschap.

Wanneer men de kaartbeelden van 1921 en 2021 vergelijkt dan ziet men dat onder druk van verstedelijking, ingrijpende ontwikkelingen langs de randen van gebied hebben plaatsgevonden. Buiten die randzones is de verandering voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk beperkt gebleven. De kavelstructuur is nauwelijks veranderd, slootdempingen hebben bijna niet plaatsgevonden en de structuur van het landschap is nagenoeg onaangetast. Oftewel, Vijfheerenlanden heeft een landschap waarin de ontstaansgeschiedenis nog duidelijk herkenbaar is (bron: landschapsvisie Vijfheerenlanden).

blad 24 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

1960

1921

1990

2021

Figuur 2.5 De gemeente Vijfheerenlanden in 1921, 1960, 1990 en 2021 (bron: Topotijdreis.nl).

Figuur 2.6: Impressies rivierenlandschap en veenweidelandschap (bron: gemeente Vijfheerenlanden).

Bereikbaarheid De Vijfheerenlanden wordt primair ontsloten door de autosnelwegen A2, A15 en A27. Hierdoor is de gemeente strategisch gelegen tussen Utrecht, Breda en Gorinchem. Het openbaar vervoer wordt door verschillende buslijnen verzorgd, onder meer in de richting van Gorinchem, Culemborg, Utrecht, Oosterhout, Breda en Rotterdam. In Vianen is een groot regionaal busstation te vinden. Leerdam is gelegen aan de MerwedeLingelijn, de spoorlijn tussen Geldermalsen en Dordrecht.

blad 25 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

3

Ruimtelijke kaders, opgaven en alternatieven In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de context waarbinnen de omgevingsvisie wordt opgesteld. Welke ruimtelijk beleid ligt er al, welke ambities zijn er en vormen gezamenlijk de kaders voor de omgevingsvisie? Welke ruimtelijke opgaven en alternatieven zijn te onderscheiden om deze ambities en opgaven te vertalen in de omgevingsvisie? Met behulp van de analyse van deze opgaven en alternatieven in het OER wordt uiteindelijk één strategie gekozen die in de omgevingsvisie wordt vastgesteld.

3.1

Wat is een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een integrale visie waarin de overheid de strategische hoofdkeuzes van beleid, gericht op de fysieke leefomgeving, voor de langere termijn opneemt. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie(s) en thematische visies en beleidsplannen. In veel gemeenten of provincies zijn structuurvisies gericht op één of enkele onderdelen van de ruimtelijke ordening. Een omgevingsvisie heeft echter betrekking op alle aspecten van de fysieke leefomgeving, aansluitend bij de reikwijdte van de Omgevingswet. De integrale benadering betekent ook dat een omgevingsvisie meer is dan een optelsom van losse beleidsvisies van verschillende domeinen. De omgevingsvisie in de Omgevingswet Volgens de Omgevingswet bevat een omgevingsvisie:  Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving;  De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied;  De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.

3.2

Ruimtelijk beleid De Omgevingsvisie Vijfheerenlanden brengt beleid over de gehele fysieke leefomgeving bijeen. Deels zal er sprake zijn van voortzetting van bestaand beleid, deels van nieuwe keuzes. Het vertalen van de bestaande beleidskaders in de visie is onderdeel van het visievormingsproces. De Nationale en Provinciale Omgevingsvisies, alsmede het Integraal Ruimtelijk Perspectief zijn als kaders relevant voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Daarom volgt van deze beleidskaders een beknopte samenvatting. Tabel 3.1: Kader nationaal en provinciaal ruimtelijk beleid. Beleid Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Provinciale omgevingsvisie Utrecht (2022)

Toelichting De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) brengt de langetermijnvisie (tot 2050) in beeld, waarbij onderdelen van de leefomgeving niet los van elkaar gezien worden maar wordt uitgegaan van onderlinge samenhang. In juni 2019 is het Ontwerp van de NOVI gepresenteerd. De definitieve NOVI is in september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd, waarna vaststelling van de eerste definitieve NOVI en bijbehorend uitvoeringsprogramma volgt. In de NOVI worden vier prioriteiten afgewogen die van nationaal belang zijn. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Door de toenemende druk op de fysieke leefomgeving kunnen belangen botsen. Het streven van het NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Dit is niet altijd mogelijk, in dat geval moeten er scherpe keuzes gemaakt worden waarvoor belangen moeten worden afgewogen. De volgende drie afwegingsprincipes worden hiervoor in de NOVI gesteld: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Er wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.

De Provinciale Omgevingsvisie Utrecht (POVI) bevat de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht. Door middel van zeven beleidsthema’s met bijbehorende keuzes is richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. Met als doel dat de Provincie Utrecht in 2050 een gebied is: 1. waarin stad en land gezond zijn;

blad 26 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

door het inzetten op ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is, langs bestaande doorgaande waterlopen. o door het versterken van stad / land verbinding. die klimaatbestendig en waterrobuust is; o via een klimaatbestendige wateraanvoer. o door het benutten van het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug om regenwater vast te houden en te infiltreren. o door het tegengaan van bodemdaling in 2030 met 50%. o door het uitbreiden van grondwaterwinningen met zoekgebieden drinkwaterwinning. De gemeente Vijfheerenlanden is daarbij een strategisch zoekgebied voor drinkwaterwinning. waarin duurzame energie een plek heeft; o door in 2040 een energieneutrale provincie te zijn. met vitale steden en dorpen; o door op een duurzame wijze te accommoderen via binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling. o door potentiële locaties voor integrale ontwikkeling wonen en werken rond knooppunten zoals Amersfoort Centraal, Amersfoort Schothort en Amersfoort Vathorst aan te wijzen. o door het opnemen van locaties als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonenwerken-bereikbaarheid, zoals Vathorst West. die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; o door het beter benutten van het spoor- en hoogwaardig OV-netwerk met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en provinciale wegennet.

o door verder ontwikkelmogelijkheden te benutten bij de twee belangrijkste multimodale knooppunten, Utrecht Centraal Station en Amersfoort Centraal Station. met een levend landschap, erfgoed en cultuur; o door onder andere het verzilveren van de uitzonderlijke universele waarden UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes. die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. o door bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) te beschermen, verder te ontwikkelen en onderling beter te verbinden met grote natuursystemen. o door het stimuleren van de transitie naar duurzame landbouw. o

2.

3. 4.

5.

6. 7.

Interim Provinciale Omgevingsverordening Utrecht (2022)

Programma Wonen Werken Utrecht (2022) Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 (2022)

Regionale Adaptatie Strategie (RAS) regio AlblasserwaardVijfheerenlanden

Bij het ruimte zoeken voor opgaven geldt het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Indien uitbreiding nodig is wordt gezocht naar grootschalige locaties waar nieuwe ontwikkelingen zich kunnen concentreren en combineren. Doelen en het beleid die vormgegeven zijn in de POVI, zijn omgezet in de Interim Provinciale Omgevingsverordening. In deze Omgevingsverordening zijn regels gesteld indien er sprake is van een wettelijke taak of provinciaal belang. De Omgevingsverordening is gelijktijdig met de visie opgesteld. In de omgevingsverordening zijn kernrandzones aan de randen van het stedelijk gebied en overige gebieden aangewezen waar uitbreiding woningbouw en bedrijventerreinen onder voorwaarden mogelijk is. De locatie moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen én passen in het programma. Het programma bevat de uitwerking van de in de Omgevingsvisie opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Het programma is gebaseerd op de drie regionale programma's die in nauw overleg met gemeenten en regio's zijn opgesteld. Voor de drie regio's gaat het bij dit eerste programma om concrete plannen voor in totaal ruim 84.000 woningen en 54 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen Het IRP is een samenhangend ruimtelijk perspectief op de toekomst van de regio Utrecht (U10/U16).

Het IRP kijkt integraal naar de opgaven voor de regio vanuit vijf pijlers: energie, wonen, werken, mobiliteit en groen, water en landschap. Deze pijlers worden gedragen door de paraplu’Gezond leven in een stedelijke omgeving. Het vormt de wegwijzer naar de toekomst voor:  De omgang met groen, landschap en water;  Goede bereikbaarheid van dorpen en steden in de regio, vooral op een duurzame wijze;  Zorgen voor voldoende en passende woningen en banen voor iedereen;  Ruimte voor economie en complementaire werklocaties;  Gezonde en vitale leefomgevingen voor iedereen;  Voorbereid zijn op klimaatveranderingen en werken aan deze veranderingen te remmen door o.a. de energietransitie. Het gezamenlijke doel is om in 2050 een waterrobuuste en klimaatbestendige regio te zijn. Dit betekent de regio zodanig in te richten en aan te passen dat de impact van extremer weer minimaal blijft en voldoende acceptabel is voor een gezonde leefomgeving

blad 27 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

3.3

Opgaven voor de gemeente Zoals in hoofdstuk 1 beschreven is, staat de gemeente Vijfheerenlanden in de komende 15-20 jaar voor een aantal belangrijke opgaven die zij moet of wil realiseren. Het gaat om opgaven gevormd door mondiale ontwikkelingen zoals klimaatverandering en de energietransitie, landelijke en provinciale/regionale ontwikkelingen omtrent de grote woningbouwopgave en daaraan gerelateerde ontwikkelingen op gemeentelijk niveau. Daarbij is het ook van belang welke ideeën en ambities de gemeente heeft over wat voor gemeente ze wil zijn voor haar inwoners en ondernemers. Deze ideeën en ambities zijn (onder andere) beschreven in het coalitieakkoord ‘Samen zijn wij Vijfheerenlanden: Betrokken en betrouwbaar’ en in de strategische visie ‘De juiste balans voor het goede leven’. Op lokaal niveau leidt dit alles tot beleidskeuzes die de komende decennia gevolgen hebben voor het grondgebied (de fysieke leefomgeving) van Vijfheerenlanden. In de Omgevingsvisie worden de gemeentelijke beleidskeuzes vastgelegd. Niettemin zijn de Nationale en Provinciale Omgevingsvisie, alsmede de Provinciale Verordening als kaders en voor de integrale samenhang van beleid relevant.

Ook de Regionale programma’s en Strategieën, zoals het Provinciaal Programma Wonen en Werken van de provincie Utrecht, het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) en de Regionale Energiestrategie (RES) van de regio U10/U16 vormen belangrijke kaders, danwel vertrekpunten. De vorige paragraaf is van deze beleidskaders een beknopte samenvatting opgenomen. Vijf pijlers Integraal Ruimtelijk Perspectief U10/U16 In het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) wordt integraal gekeken naar de opgaven voor de regio U10 vanuit vijf pijlers: 1) Landschap, water en groen, 2) Mobiliteit, 3) Wonen, 4) Werkmilieus en 5) Energie. In de NRD zijn aan de hand van deze pijlers de opgaven voor de gemeente gedefinieerd. Een deel van de gemeentelijke bijdragen aan deze opgaven is kwantitatief en programmatisch, bijvoorbeeld de groei met in totaal circa 5.000 woningen tot 2040, de uitbreiding van werklandschappen voor lokale en regionale bedrijvigheid en de opwekking van duurzame energie. Andere opgaven zijn juist kwalitatief, zoals het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte ten behoeve van klimaatadaptatie en leefbaarheid, het versterken van de biodiversiteit en de mobiliteitstransitie.

Drie gemeentelijke ambities voor Vijfheerenlanden De gemeente Vijfheerenlanden richt zich in de Omgevingsvisie op drie ambities voor 2040:  We hebben een vitale samenleving en zetten onze inwoners en ondernemers centraal.  We hebben een gezonde, veilige leefomgeving waar iedereen prettig kan leven.  We zijn een aantrekkelijke, duurzame en groene gemeente. In het OER is verkend welke ruimtelijke opgaven zijn te onderscheiden om deze ambities en opgaven te vertalen in de omgevingsvisie. Met behulp van de uitkomsten van het OER wordt uiteindelijk één strategie gekozen die in de omgevingsvisie wordt vastgesteld. De te onderzoeken opgaven van de gemeente Vijfheerenlanden zijn opgebouwd rondom de drie gemeentelijke ambities voor Vijfheerenlanden en vijf pijlers uit de IRP, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang zodat een integrale benadering ontstaat. Hieronder is beschreven voor welke opgaven de gemeente de komende jaren staat en welke ruimtelijke opgaven in dit OER worden onderzocht.

3.4

Wonen Kwantitatieve woningbouwopgave De gemeente Vijfheerenlanden staat voor een grote woningbouwopgave. In afstemming met de regio U10 is in de komende vijftien - twintig jaar een opgave van 3.000 tot 5.250 woningen beoogd (zie Tabel 3.2).

blad 28 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Tabel 3.2 Overzicht geplande woningbouw Vijfheerenlanden voor komende 15-20 jaar (Bron: IRP regio U10, 2021).

In de woonvisie van de gemeente Vijfheerenlanden 2020 -2025 ‘Samen sterk, met eigenheid en diversiteit’ (2020) is de woningbouwopgave voor de periode 2020 – 2040 geraamd op 3.860 extra woningen. Om tot een realisatie van dat aantal te komen wordt in de verkennende fase van projecten gewerkt met een overcapaciteit van 30%, zoals ook als uitgangspunt door de provincie Utrecht wordt gehanteerd. De praktijk leert dat diverse plannen uiteindelijk niet of later dan gepland gerealiseerd kunnen worden. De kwantitatieve opgave tot 2040 is daarmee bepaald op planruimte voor ca. 5.000 woningen. Dit komt overeen met de geformuleerde opgave voor Vijfheerenlanden in het Integraal Ruimtelijk Perspectief van regionaal samenwerkingsverband U10. Met dit aantal beoogde woningen wordt vooral voorzien in de lokale vitaliteitsbehoefte per kern. Daarnaast wordt een deel van het aantal in de grootschaligere gebiedsontwikkelingen bij de grotere kernen Vianen, Leerdam en Meerkerk geplaatst. Circa 2.100 van de 5.000 woningen bestaan uit harde plannen en liggen vooral in en nabij de stadjes (Vianen, Leerdam en Meerkerk) (zie Tabel 3.3). Van de gebiedsontwikkelingen zijn het dorp Hoef en Haag en de wijk Broekgraaf in Leerdam reeds in uitvoering.

Met het door de Provincie Utrecht vastgestelde Provinciaal Programma Wonen en Werken 2023 (PPWW 2023) is daar de potentiële wijk Broekgraaf Noord aan toegevoegd met maximaal 500 woningen. De locaties voor inbreiding zijn in de meeste kernen al ingevuld, er is nog beperkte ruimte voor inbreiding en transformatie van bedrijventerreinen/bedrijfspanden binnen de kernen. Naar verwachting kunnen er binnenstedelijk nog ca. 800 woningen worden toegevoegd (waarvan nu circa 200 hard en 600 beoogd op potentiële transformatielocaties). Hiermee resteert een opgave van 1.600 woningen. Woningbouw op uitbreidingslocaties zijn niet altijd mogelijk vanwege de waarden van deze gebieden (bijv. Natura 2000-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebieden, hoge landschappelijke waarden, etc.). Het wordt een uitdaging om ruimte te vinden voor de overige circa 1.600 van de 5.000 woningen. Tabel 3.3 Harde plannen en geplande opleveringen woningbouw Vijfheerenlanden (Planregistratie wonen, Provincie Utrecht)

Naam plan

2022

Hoef & Haag fase 2 Hoef & Haag fase 3 Hoef & Haag fase 4 Sluiseiland Vianen Buitens van Iperen Leerdam Weide II Meerkerk Weide II Meerkerk eiland west Ameide Benedendamsestr./Vaarsloot

33 110 252 68 14 30 1 11

Leerdam Broekgraaf Totaal

90 609

2023

2024

2025

110 167 76

154

136

30 1

30 1

30

150 534

150 335

70 236

25-'30

220

140 360

Totaal 33 220 929 144 14 120 3 11 600 2.074

Locatiekeuzes Uitgangspunt bij de woningbouwopgave is verdichting in of uitbreiding bij bestaande kernen, nabij OVknooppunten en/of nabij werklocaties, mits daarbij de bedrijvigheid niet wordt belemmerd in hun eventuele groeipotentie. In grote lijnen betekent dit dat de meeste woningbouw plaatsvindt in Vianen, Leerdam en Meerkerk.

blad 29 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Van belang is dat de kernen een vitaal2 toekomstperspectief hebben. Daarom is ook een belangrijk uitgangspunt in de Woonvisie dat er in principe in elke kern bouwmogelijkheden zijn. Dit sluit ook aan bij het provinciaal beleid, waarin de provincie ruimte biedt aan kernen voor kleinschalige uitbreiding ten behoeve van de lokale vitaliteit (lokaal maatwerk). Wat betreft de kernen onderscheidt de gemeente in de Woonvisie Vijfheerenlanden drie soorten:  In de kleine kernen staan we autonome groei toe, voor de eigen behoefte van de kern. We richten ons daarbij op kleine bouwstromen (elk jaar enkele woningen), zodat inwoners uit deze kernen hier goed mee uit de voeten kunnen.  In de verzorgingskernen Lexmond, Meerkerk, Ameide en Schoonrewoerd willen we bouwen naar behoefte toestaan voor alle generaties bewoners van binnen en buiten de kern. Daarmee waarborgen wij ook de vitaliteit van deze kernen door het behoud van het draagvlak voor het voorzieningenniveau.  Voor onze twee stedelijke kernen Leerdam en Vianen hanteren wij een gelijke doelstelling. Wij zien bij deze twee kernen echter ook mogelijkheden om bij te dragen aan de regionale opgave. Deze bijdrage betreft indicatief een percentage van circa 10% van het huidige inwoneraantal, ofwel een aantal van circa 800 woningen per kern in de periode tot 2040.

 Over de gehele gemeente hanteren wij een percentage van tenminste 30% sociale huur- of koopwoningen. Kwalitatieve woningbouwopgave Bij nieuwbouw is aandacht voor wonen in een gezonde en aantrekkelijke omgeving het uitgangspunt. Dat betekent dat er ook aandacht is voor groen en water (klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen) bij planinrichting. Belangrijke thema’s zijn het creëren van ruimte voor doorstroming in de lokale woningmarkt en het ondersteunen van lokale voorzieningen en werkgelegenheid. Bij het bouwen van nieuwe woningen hoort daarom ook het realiseren van voldoende voorzieningen (waaronder bedrijfslocaties, mobiliteit, onderwijs, zorg en welzijn, sport en recreatie), passend bij de kern. Landelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en de behoefte aan nieuwe woonvormen (o.a. als gevolg van vergrijzing) hebben grote invloed op het realiseren van de woningbouwopgave. Dit speelt een rol bij de locatiekeuze (waar?) en bij de concrete planinvulling (hoe?). Deze ontwikkelingen maken tevens het verduurzamen van de bestaande woningen noodzakelijk.

3.4.1

Opgave 1: Kansrijke woningbouwgebieden Doel: In beeld brengen kansrijke woningbouwzones voor de circa 1.600 extra woningen tot 2040. Stap 1: Bepalen ruimteclaim per woningtypevariant Vijfheerenlanden heeft momenteel een woningvoorraad van ruim 24.000 woningen. De toevoeging van circa 1.600 extra woningen (dus exclusief de reeds bekende plannen) in de periode 2022-2040 is een toevoeging van 6,67% aan de bestaande woningvoorraad. Als eerste stap wordt gekeken hoeveel ruimte nodig is voor de toevoeging van 1.600 woningen inclusief de ruimte voor bijbehorende voorzieningen, groen, water, infrastructuur en energie (denk aan lokale warmtepompen, trafostations, e.d.). Het ruimtebeslag is sterk afhankelijk van het woningtype wat wordt gebouwd: overwegend grondgebonden woningen of gestapelde woningen. Daarom wordt van twee woningtypevarianten het ruimtebeslag in beeld gebracht. Variant 80% grondgebonden eengezinswoningen – 20% gestapelde meergezinswoningen (doorgaan op huidige situatie) Vijfheerenlanden kent momenteel een verdeling van 20,9% meergezinswoningen (appartementen, e.d.) en 79,1% eengezinswoningen. Het gemiddelde bebouwd oppervlak van een woning in Vijfheerenlanden is 118 m2 (bron: 2

Ten aanzien van de vitaliteitsopgave voor kernen is in de IRP onderscheid gemaakt in zelfstandige vitaliteit en verbonden vitaliteit (bron: IRP, 2021):  Zelfstandige vitaliteit; de mate waarin een kern zelf vitaal is en aspecten als wonen, werken en voorzieningen in balans zijn;  Verbonden vitaliteit: ook al zijn voorzieningen en werk niet in dezelfde omvang in elke kern aanwezig, een kern kan toch vitaal zijn als deze zaken in de omgeving goed toegankelijk zijn met eigen of openbaar vervoer.

blad 30 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

waarstaatjegemeente.nl). In deze variant gaan we uit van dezelfde verdeling: 80% grondgebonden eengezinswoningen en 20% gestapelde meergezinswoningen. Het gemiddelde ruimtebeslag, incl. bijbehorende voorzieningen, groen, water, infrastructuur en energie (denk aan lokale warmtepompen, trafostations, e.d.) wordt mede bepaald aan de hand van het huidige ruimtebeslag in diverse wijken in Vijfheerenlanden, waaronder ook de recente ontwikkeling Hoef & Haag. Variant 50% grondgebonden eengezinswoningen – 50% gestapelde meergezinswoningen Er is momenteel met name behoefte aan woningen voor starters en ouderen. Voor deze doelgroepen zijn gestapelde meergezinswoningen geschikt. In deze variant gaan we uit van 50% grondgebonden eengezinswoningen en 50% gestapelde meergezinswoningen. Een variant met overwegend gestapelde meergezinswoningen (70 à 80%) is passend in sterk stedelijk gebied, zoals in de gemeente Utrecht. Een dergelijke variant is minder passend binnen de gemeente Vijfheerenlanden en daarom niet als een realistische variant beschouwd. Stap 2: Afpellen kansrijke / niet kansrijke gebieden In stap 2 wordt afgepeld in welke gebieden woningbouw onder voorwaarden mogelijk is:  Gebieden waar geen woningbouw is toegestaan (bijv.

niet in Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebied) worden in beeld gebracht;  Gebieden waar woningbouw (op voorwaarden) is toegestaan, mede in relatie tot het provinciale beleid. Dit leidt tot een kaart met indicatieve gebieden waar woningbouw (op voorwaarden) mogelijk is (zie Figuur 3.1). Deze gebieden dienen nader onderzocht te worden op de daadwerkelijke mogelijkheden voor woningbouw.

Figuur 3.1 Indicatieve zones om te onderzoeken voor mogelijke uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen onder voorwaarden. (bron: Interim Verordening provincie Utrecht, 2022)

blad 31 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Stap 3: Afwegen kansrijke gebieden Vervolgens vindt een afweging van de overgebleven gebieden plaats op hoofdlijnen, waarbij omgevingsfactoren een rol spelen. Bijvoorbeeld:  Gebieden met beperkingen, o.a. in bodemdalingsgebieden, gebieden met overstromingsrisico, cultuurhistorische en landschappelijke waardevolle gebieden met behulp van de waardenkaart, nabij snelwegen, veehouderijen, etc.;  Gebieden waar de voorkeur naar uitgaan, zoals op inbreidingslocaties, op te transformeren bedrijventerreinen of bedrijfspercelen, nabij (te ontwikkelen) OV-knooppunten (bij de beoogde hubs Regiopoort Vianen en Meerkerk) en/of nabij werklocaties. Stap 4: Effecten en mogelijkheden voor planinvulling in kansrijke gebieden In stap 4 wordt afgewogen in hoeverre de circa 1.600 extra woningen (twee woningtypevarianten) passen op deze overgebleven gebieden en wat de effecten zijn op de fysieke omgeving. In deze stap toetsen we de overgebleven gebieden aan het beoordelingskader. Hierbij worden opties en aandachtspunten meegenomen als:  Meer evenredig verspreiden over kernen of juist nog grotere focus van de opgave op de grotere kernen ten opzichte van de beleidsuitgangspunten in de Woonvisie;  In welke gebieden past hoogbouw beter en welke minder.

Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurszones voor woningbouw, effecten van deze voorkeurszones en aandachtspunten voor de verdere planinvulling voor deze gebieden.

3.5

Werken Kwantitatieve opgave werklandschappen De uitdaging voor de gemeente Vijfheerenlanden is om de komende jaren aan de toenemende en veranderende vraag naar arbeid van het bedrijfsleven uit de gemeente en nabije omgeving te blijven voldoen. De opgave waar de gemeente voor staat op het gebied van werken/economie is nauw verbonden met de opgaven op het thema wonen en het thema mobiliteit. Naast de solitaire doorontwikkeling van bedrijven dragen ook nieuwe woningen bij aan de groei van de potentiële beroepsbevolking en dus behoefte aan meer ruimte om werken in de eigen gemeente/regio te faciliteren. Hiervoor is het noodzakelijk om voldoende arbeidsmogelijkheden te blijven bieden. Het dichter bij huis werken heeft andere gevolgen voor mobiliteit dan dit niet te faciliteren, waardoor de druk op snelweg en OV verder toeneemt. Naast de lokale economische groei en de daarmee samenhangende werkgelegenheid draagt de gemeente ook bij aan de regionale economie. De opgave krijgt mede vorm door de huidige werklocaties die voor transformatie naar wonen in aanmerking komen daarin te betrekken en datzelfde te doen met de intensiveringsopgaaf van bestaande werklocaties.

Dat alles vertaalt zich in een potentiële doorontwikkeling van werklandschappen van circa 30 hectare bruto voor lokale bedrijvigheid (combinatie van uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) en circa 40-45 hectare bruto voor regionale bedrijvigheid. Voor deze opgaven zijn de volgende ontwikkelingen reeds beoogd:  Voor de lokale bedrijvigheid gaat het om de mogelijke uitbreidingen Meerkerk (16 ha), Gaasperwaard 2 (9 ha) en uitbreiding Nieuw Schaik (5 ha).  Voor de regionale bedrijvigheid gaat het om de ontwikkeling van Gaasperwaard 3 (40-45 ha). Ondanks de typering regionaal bedrijventerrein ontstaat hier ook ruimte voor lokale bedrijven waarvan de huidige locatie onvoldoende mogelijkheden biedt of de locatie in aanmerking komt voor transformatie (naar bv. wonen). De intensivering en herstructurering van bedrijventerreinen maakt geen onderdeel uit van deze uitbreidingsopgave. Dit betreft vaak maatwerk. Kwalitatieve opgave werklandschappen Het lokale midden- en kleinbedrijf speelt een belangrijke rol in de maatschappelijke structuur. Ook het behouden van voldoende werkgelegenheid, vooral in de doe- en maakindustrie, is voor verschillende vitale kernen een belangrijk thema. Verder spelen de sectoren handel en gezondheidszorg en belangrijke rol in de werkgelegenheid van Vijfheerenlanden

blad 32 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Bij de inrichting van toekomstige werklandschappen wordt rekening gehouden met een goed verblijfsklimaat voor de werknemers. Voor de werklocaties in Vijfheerenlanden is bereikbaarheid per auto van belang, maar voor alle werklocaties geldt dat de bereikbaarheid per fiets en OV steeds belangrijker wordt, dit laatste in combinatie met een goede last-mile voorziening. De grotere, landelijke opgave, de transitie van de huidige economie naar een duurzame en circulaire economie in 2050 is hierbij ook van belang. Industrieën en bedrijven maken dan alleen nog gebruik van duurzame, alternatieve energiebronnen, stoten geen broeikasgassen meer uit en de terreinen zijn klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht. De werklocaties kunnen zelf ook een bijdrage leveren aan de energievraag van de toekomst, zon op dak en windenergie zijn daar voorbeelden van. Binnen de circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Versterken van de werkgelegenheid en verduurzamen van industriële processen hebben tevens een positief effect op de gezondheid en vitaliteit van inwoners.

3.5.1

Opgave 2: Kansrijke zones voor werklandschappen Doel: In beeld brengen kansrijke gebieden voor werklandschappen voor circa 30 hectare voor lokale bedrijvigheid en 40-45 hectare voor regionale bedrijvigheid tot 2040. De aanpak is vergelijkbaar met de aanpak voor kansrijke woningbouwzones (opgave 3). Stap 1: Afpellen kansrijke / niet kansrijke gebieden In stap 1 wordt afgepeld in welke gebieden werklandschappen onder voorwaarden mogelijk zijn:  Gebieden waar geen werklandschappen zijn toegestaan (bijv. niet in Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebieden) worden in beeld gebracht;  Gebieden waar een werklandschap (op voorwaarden) is toegestaan, mede in relatie tot het provinciale beleid. Stap 2: Afwegen kansrijke gebieden Vervolgens vindt een afweging van de overgebleven gebieden plaats op hoofdlijnen, waarbij omgevingsfactoren een rol spelen. Bijvoorbeeld:  Gebieden met beperkingen, o.a. in bodemdalingsgebieden, gebieden met overstromingsrisico en cultuurhistorische en archeologische en landschappelijke waardevolle gebieden met behulp van de waardenkaart;  Gebieden waar de voorkeur naar uitgaat (met koppelkansen), nabij (te ontwikkelen) OV-knooppunten (bij de beoogde hubs Regiopoort Vianen en Meerkerk), nabij snelwegen en/of woonlocaties (vanwege werkgelegenheid).

Stap 3: Mogelijkheden voor planinvulling in kansrijke gebieden In stap 3 wordt afgewogen in hoeverre de circa 30 ha bruto lokale bedrijvigheid en 40-45 ha bruto regionale bedrijvigheid passen op deze overgebleven gebieden en wat de effecten zijn op de fysieke omgeving. In deze stap toetsen we de overgebleven gebieden aan het beoordelingskader. Hierbij worden opties en aandachtspunten meegenomen zoals meer evenredig verspreiden over kernen of concentratie op één of meerdere locaties. We brengen daarnaast de voor- en nadelen (kwalitatieve effecten) van meer de hoogte in bouwen op de werklandschappen in beeld. In de meeste bestemmingsplannen wordt momenteel een maximale bouwhoogte van 12- 15 meter toegestaan. Door hoger bouwen toe te staan kan mogelijk geïntensiveerd worden op bestaande en nieuw te ontwikkelingen werklandschappen waarmee het ruimtebeslag kan afnemen. Daarnaast beschouwen we ook het hanteren van een hoger bebouwingspercentage. Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurszones voor werklandschappen, effecten van deze voorkeurszones en aandachtspunten voor de verdere planinvulling voor deze gebieden.

blad 33 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

3.6

Mobiliteit De ontwikkeling en groei van mobiliteit hangen nauw samen met welvaart, economie, het aantal inwoners en of er in de toekomst veel thuisgewerkt gaat worden. Voor de toekomst wordt verwacht dat een deel van de werkgelegenheid in de regio zich verder gaat concentreren in de gemeente Utrecht. Omdat de gemeente Utrecht de komende jaren het betaald en vergunning parkeren gaat uitbreiden en de verwachting is dat de drukte op de wegen naar Utrecht verder zal toenemen, wordt het steeds minder aantrekkelijk om met de auto naar Utrecht te reizen. Dit betekent dat er voor autoverplaatsingen naar Utrecht alternatieven zullen worden gezocht, zoals de fiets, het openbaar vervoer en een combinatie van beiden. Daarnaast is voor mobiliteit het begrip nabijheid van belang. De functies wonen, werken, voorzieningen, recreatie en groen moeten goed bereikbaar zijn, voor de eigen inwoners en bezoekers. Goede verbindingen met fiets en het openbaar vervoer zijn belangrijk. Daarbij zal in de toekomst de keuze voor duurzame mobiliteit vanzelfsprekend moeten worden. Voor Vijfheerenlanden is regionale samenwerking hierbij van belang. Bijvoorbeeld door openbaarvervoersknooppunten te versterken. De gemeente kiest, conform de reeds vastgestelde Mobiliteitsvisie 2040, voor een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en streeft naar een optimaal netwerk voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.

Een belangrijk onderwerp in de gemeente is de vermindering van het sluipverkeer afkomstig van de snelwegen. In het autosnelwegennet dat door de gemeente Vijfheerenlanden loopt zitten diverse knelpunten. Voor het autoverkeer is het om die reden vaak aantrekkelijk om binnendoor te rijden en gebruik te maken van het onderliggende wegennet. De verbreding van de A27 zal deze knelpunten maar ten dele oplossen. Om ongewenst doorgaand verkeer te verminderen is het van belang dat de A27 ook wordt verbreed tussen Everdingen en Houten en dat het knooppunt Everdingen volwaardig wordt. Maar ook de gemeente zelf kan maatregelen treffen om het sluipverkeer te verminderen. De aanleg van snelfietsroutes is een belangrijk onderdeel van de oplossing voor duurzaam vervoer. De provincie Utrecht werkt aan een netwerk van snelle fietsroutes zodat fietsen naar het werk, scholen en andere bestemmingen vlotter, veiliger en comfortabeler wordt. Onderstaande opgaven voor mobiliteit hebben ook consequenties voor de locatiekeuze van de woningbouwopgave en uitbreiding van werklandschappen.

Het gaat om de volgende opgaven:  (Snel)fietsnetwerk tussen de kernen versterken en uitbreiden voor een goede bereikbaarheid, ook naar omliggende steden;  Uitbreiding en verbetering van opstappunten voor het openbaar vervoer (HUBs) en behoud en verbeteren huidige OV-verbindingen (smart mobility);  Voorkomennet en verminderen van overlast veroorzaakt door sluipverkeer, vrachtverkeer en landbouwverkeer;  Zorgen voor meer ruimte voor fietsen en wandelen. O.a. door een veilige verkeersstructuur te creëren;  De energietransitie veroorzaakt een verschuiving naar andere typen brandstof (elektrisch en waterstof). Hierdoor ontstaat o.a. de noodzaak van uitbreiding van elektrische laadpalen met aandacht voor de op termijn (te) beperkte capaciteit van het netwerk.

3.6.1

Opgave 3: Mobiliteitsopgaven Doel: In beeld brengen van de mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s en daaruit volgend een strategie voor uitwerking van de mobiliteitsopgaven. Stap 1: Opgaven nader definiëren en uitwerken Verzamelen van de ideeën en mogelijkheden voor de verschillende opgaven. Welke plannen liggen er voor de (snel)fietsnetwerken, hubs en OV-verbindingen, eventuele maatregelen om de verkeersoverlast te verminderen, de verkeersveiligheid te verbeteren en voor de uitbreiding van elektrische laadpalen? Voor twee hublocaties is het volgende beoogd:

blad 34 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Regiopoort Vianen 3 : optimaliseren van het huidige busstation in Vianen-West naar een regionaal ovknooppunt voor bovenregionale busverbindingen met first/last mile voorzieningen, bijpassende commerciële voorzieningen en mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt; OV-knooppunt langs de A27 bij Meerkerk (afrit 5 Noordeloos / N214): concentreren en optimaliseren van overstaphalte voor buslijnen op dit knooppunt met first/last mile voorzieningen (zoals OV-fiets en deelauto), eventuele bijpassende commerciële voorzieningen en ook eventuele mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt.

Bij de opgave 4 kansrijke woonlocaties en opgave 5 kansrijke werklocaties komen deze meekoppelkansen tussen hubs en opgaven voor woningbouw en werklocaties ook terug. Stap 2: Afwegen mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s Onderzoeken hoe invulling kan worden gegeven aan de opgaven. Wat zijn logische (extra) maatregelen? Wat zijn de belangrijkste effecten van deze opgaven en maatregelen en wat zijn de meekoppelkansen en risico’s? Beoogd resultaat: Strategie (koers) voor de verdere uitwerking van deze mobiliteitsopgaven. Aanbevelingen geven hoe deze strategie verder kan worden uitgewerkt, waar bijvoorbeeld nog verdiepend onderzoek naar moet worden gedaan voordat maatregelen worden afgewogen.

3.7

Energie Inzetten op energietransitie Het behalen van de klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord resulteert in de volgende opgaven waar de gemeente de komende jaren aan moet werken om de energietransitie te bevorderen:  Via de RES wordt in de komende jaren invulling gegeven aan het inpassen (grootschalige opwek) van duurzame energie (zonne- en windenergie) in de gemeente. De opgave voor zonne-energie wordt op daken die geschikt (te maken) zijn gerealiseerd, niet op (agrarische) grond;  De Transitievisie Warmte (2021) geeft vorm aan het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente. In 2022 wordt gestart met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Er wordt vooral ingezet op isoleren, zodat woningen in de toekomst geschikt zijn om te verwarmen met lage temperatuurbronnen.  Stimuleren en faciliteren emissie vrij vervoer;  Stimuleren verduurzaming bedrijven en woningen. Energie gaat in de toekomst meer ruimte vragen, de omvang van de transitie leidt tot inpassing en daarmee zichtbaarheid in het landschap. De vraag naar elektrische energie zal naar verwachting de komende jaren enorm stijgen, door de overgang naar onder andere het gasloos verwarmen en koelen van de gebouwde omgeving en de overgang naar elektrisch rijden alsook door de bouw van nieuwe woningen en de nieuw te realiseren werklandschappen.

Om aan die toenemende vraag te voldoen, is het landelijk streven om in 2030, 70% hiervan duurzaam op te wekken. De uitkomst voor de RES 1.0 U16 voor de gemeente Vijfheerenlanden is, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 30 september 2021, inclusief een aangenomen amendement (zie het tekstkader), een bijdrage aan duurzame elektriciteit van 0,072 TWh (streefgetal). Het gaat hierbij voornamelijk om windturbines, zonnevelden (ook zonneakkers, of zonneweides genoemd) en zonnepanelen op gebouwen. Omdat binnen de gemeente Vijfheerenlanden bestuurlijk gekozen is om geen zonnevelden op agrarische gronden te willen faciliteren, dient de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit ingevuld te worden door middel van windturbines en grootschalig zon-op-dak.

3

Een Regiopoort is een stedelijk centrumgebied, buiten het stedelijk kerngebied, met een regionaal invloedsgebied. Een Regiopoort heeft een gemengd stedelijk milieu met ruimte voor wonen, werken, detailhandel en voorzieningen. Een goede ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer is minimaal vereist, evenals goede fietsverbindingen. Regiopoort Vianen is binnen de regio U10/U16 aangewezen als één van de zeven belangrijke regionale ov-knooppunten Bron: Utrecht Nabij. Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050. U Ned, 2020.

blad 35 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

Tabel 3.4 Opgave duurzame elektriciteit gemeente Vijfheerenlanden (RES 1.0 U16, 2022)

Bron (TWh)

Operationeel

Pijplijn

Ambitie 2030

Totaal

Wind groot

0,02

0

0,033

0,053

Zon op veld

0

0

0

0

Zon op dak

0,019

0

Nog niet gekwantificeerd

0,019

Totaal

0,039

0

0,033

0,072

Vooralsnog worden de meeste bestaande gebouwen binnen de gemeente verwarmd met aardgas. De gemeente heeft de ambitie om in 2050 95% CO2-reductie te behalen en om dan aardgasvrij te zijn. Op het gebied van warmtebronnen zet de regio in op mogelijke samenwerking en regionale kennisdeling en wordt in regionaal verband onderzoek gedaan naar de inzet van bijvoorbeeld aquathermie en geothermie. Dit laatste is beperkt aangezien het grondgebied van Vijfheerenlanden strategisch drinkwaterwingebied is. In de Transitievisie Warmte is een routekaart voor duurzaam verwarmen uiteengezet. Voor een groot gedeelte van het vastgoed in de Vijfheerenlanden geldt dat isoleren de voornaamste prioriteit is. Daarnaast dient voor al het vastgoed een transitie plaats te vinden naar een alternatieve warmte-oplossing, uiteenlopend van all-electric en warmtenetten. De gemeente wil inzetten op verwarmen met energie die er al is en de lokale initiatieven stimuleren en ondersteunen in heel Vijfheerenlanden. Kansrijke gebieden om te starten met aardgasloos te verwarmen zijn aangewezen in Everdingen en Ameide. Dit betreffen onder andere initiatieven uit het dorp zelf, waarbij nog onderzocht moet worden of er sprake is van kansrijke mogelijkheden.

3.7.1

Opgave 4: Toepassing van duurzame energiebronnen Doel: in beeld brengen ruimtelijke effecten van duurzame energiebronnen op hoofdlijnen. Hoewel er al keuzes zijn gemaakt ten aanzien van duurzame elektriciteitsbronnen en momenteel onderzoek loopt naar warmtebronnen, worden in dit OER met behulp van beschikbaar onderzoek uit o.a. de RES en de Transitievisie Warmte de ruimtelijke effecten voor duurzame energieopwekking op hoofdlijnen in beeld gebracht. Stap 1: Opgave en potentie van duurzame energiebronnen nader definiëren Als eerste stap brengen we de potentie van verschillende duurzame energiebronnen binnen de gemeente Vijfheerenlanden in beeld: te weten, van windenergie, zonne-energie, aquathermie en geothermie. De analyse vindt plaats op basis van beschikbare onderzoeken en analyses in het kader van het RES en de Transitievisie warmte. Stap 2: Afwegen effecten, mogelijkheden en risico’s duurzame energiebronnen In stap 2 brengen we de effecten van de verschillende duurzame energiebronnen in beeld. Denk aan ruimtebeslag, landschap, bodem en grondwater, geluid, natuur, omgevingsveiligheid, CO2-winst, etc. en specifieke effecten van windturbines (zie opgave 5). Daarbij worden ook aandachtspunten voor de verdere uitwerking meegegeven. Tevens komen in deze stap de mogelijkheden en risico’s in relatie tot de capaciteit van het netwerk aan de orde.

Beoogd resultaat: Integraal zicht op de potentie en effecten van duurzame energie-opwekking binnen de gemeente en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de energietransitie. Opgave 4a: Potentiële locaties voor windenergie Doel: onderzoek naar mogelijkheden, effecten en risico’s van veertien locatie-alternatieven voor windenergie, met aandacht voor grote en kleine windturbines in drie windturbinevarianten. Binnen de gemeente zijn in het kader van de RES en het aangenomen amendement door de raad (zie tekstkader) veertien potentiële gebieden voor windenergie aangeduid. In dit OER worden deze gebieden onderzocht op hun geschiktheid voor het plaatsen van windturbines, mede in relatie tot de andere vier pijlers en de omgevings-

blad 36 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

effecten die kunnen optreden als windturbines worden geplaatst. Daarbij zal, in lijn met het aangenomen amendement ook worden gekeken naar grote en kleine windturbines. Per locatie worden drie categorieën windturbines onderzocht. Stappen: De drie categorieën windturbines en het stappenplan voor het windonderzoek is nader weergegeven in paragraaf 6.4. Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurslocaties voor windturbines, aanbevelingen voor de afmetingen van de windturbines en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van deze voorkeurslocaties.

Figuur 3.2: De veertien potentiële locaties voor windenergie in Vijfheerenlanden

3.8

Groen, water en landschap Vijfheerenlanden heeft een typisch Hollands landschap. De gemeente staat in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals remmen van bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit. Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het (grond)water, de biodiversiteit en het landschap essentieel. De ambities voor 2040 gaan uit van een landschap waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon en voldoende water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. De uitdagingen en claims met hun onderlinge relaties, kunnen samengebracht worden onder de noemer ‘circulair landschap’. Hierbij is veel aandacht voor het terugbrengen van de kringloop binnen de agrarische sector, regionale productie van gezond voedsel en extra economische dragers voor het landelijk gebied zoals energieproductie, productie bio-based materialen (voor bouw of kleding), passende woonvormen, recreatie en toerisme

blad 37 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

(overnachtingsmogelijkheden) en zorg. Daarnaast wordt hierbij ingezet op herstel van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dit alles met het behoud van het landschap, de cultuurhistorie en versterking van groenstructuren en natuurgebieden. Invulling dient te worden geven aan de water- en klimaatopgaven, waaronder het borgen van veiligheid bij overstromingen, voldoende water ondanks droogte, schoon en gezond water en de bestrijding van hittestress. Verder is het van belang de toegankelijkheid van landschap, natuur en water te verbeteren en daarmee ruimte te creëren voor de groeiende recreatiebehoefte van een groeiende bevolking in de regio Utrecht. Ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin dient zoveel mogelijk te worden behouden en meegroeien met de verstedelijkingsopgave, in weerwil van de groeiende druk op de ruimte. De openbare ruimte wordt ingericht met gezond leven als uitgangspunt. Het groen begint in de gehele gemeente zoveel mogelijk bij de voordeur en staat in verbinding met grotere groenstructuren met wandel- en fietspaden.

3.8.1

Opgave 5: Opgaven in het landelijk gebied Doel: In beeld brengen van de mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s en daaruit volgend een strategie voor uitwerking van de opgaven in het landelijk gebied. Stap 1: Opgaven nader definiëren en uitwerken De opgave omvat de zorgvuldige inpassing en beheer van de bestaande en nieuwe functies binnen de (cultuurhistorische) landschappelijke waarden. Dit omvat landbouw, nieuwe economische dragers (bijv. een minicamping, een kinderopvang, een zorgboerderij, e.d.), natuur, water, klimaatadaptatie en recreatie. Maar ook nieuwe functies zoals (wind)energie. In deze stap worden de opgaven nader gedefinieerd tegenover de waarden van het landelijk gebied met behulp van de waardenkaart. Stap 2: Afwegen mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s Verzamelen van de ideeën en mogelijkheden voor uitwerking en combinatie van de verschillende opgaven.

Welke plannen liggen er voor de transitie van de landbouw, in welke mate kan de gemeente hierin faciliteren? Welke invloed heeft het remmen van de bodemdaling op de ambitie om een landschap te creëren waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon en voldoende water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap? Wat zijn logische (extra) maatregelen? Wat zijn de belangrijkste effecten van deze opgaven en maatregelen en wat zijn de meekoppelkansen en risico’s? Beoogd resultaat: Strategie (koers) voor verdere uitwerking van opgaven in het landelijk gebied. Aanbevelingen geven hoe deze strategie verder kan worden uitgewerkt, waar bijvoorbeeld nog verdiepend onderzoek naar moet worden gedaan voordat maatregelen worden afgewogen.

blad 38 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

4

Rol en aanpak van het OER

4.1

De vraagstukken en de aanpak In dit OER komen twee samenhangende, maar gedeeltelijk ook afzonderlijk te onderzoeken onderwerpen aan de orde, namelijk het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie en als bijzonder onderdeel daarvan het beleid van de gemeente ten aanzien van de mogelijke locaties voor windenergie. Het OER heeft als primaire doel het in beeld brengen van de omgevingseffecten (in brede zin) van het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie en van de alternatieven (beleidsopties) die daarbij aan de orde zijn. Een bijzonder onderdeel van de omgevingsvisie is het beleid van de gemeente met betrekking tot het opwekken van duurzame energie in relatie tot de uitkomsten van de RES. Deze vraag aan de o.e.r. komt voort uit het besluit van de gemeenteraad 4 om de uitkomsten van de RES (in de vorm van veertien mogelijke locaties voor windturbines) in een plan-m.e.r. te onderzoeken. Het tweede doel van het OER is daarom het onderzoeken van de veertien mogelijke locaties voor windenergie. Vanwege de bijzondere onderzoeksvragen voor de potentiële locaties voor windenergie is dit in een apart spoor opgepakt, maar wel in onderlinge samenhang met de andere opgaven voor de omgevingsvisie (zie Figuur 4.1).

Figuur 4.1: Schematische weergave van de samenhangende processen in de o.e.r. en omgevingsvisie Vijfheerenlanden.

Staat van de fysieke leefomgeving De aanpak voor deze o.e.r. bestaat daardoor uit twee sporen, schematisch weergegeven in Figuur 4.1. Na een gezamenlijke start worden twee sporen gevolgd. De gezamenlijke start bestaat uit de NRD en de inspraak daarop, en vervolgens een beschrijving van de bestaande en toekomstige staat van de leefomgeving, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het vigerende beleid in de komende 15-20 jaar wordt uitgevoerd. Hierbij zijn ook de resultaten van het participatietraject betrokken. Dit leidt tot de referentiesituatie voor beide sporen. Onderzoek naar windlocaties en effecten Het ene spoor richt zich op het onderzoeken van de veertien locaties, het tweede spoor gaat over de overige opgaven en ambities van de omgevingsvisie die zijn uitgewerkt in vijf opgaven. De effecten van de windlocaties en de opgaven worden in beeld gebracht ten opzichte van de referentiesituatie, zoals weergegeven in de staat van de fysieke leefomgeving. In beide sporen (wind en opgaven omgevingsvisie) is aandacht voor de onderlinge samenhang en effecten van de verschillende opgaven. Onderzoek naar effect van de opgaven In de Notitie reikwijdte en detailniveau was voorgenomen om een beoordeling van alternatieven en een beoordeling van het voorkeursalternatief in het OER op te nemen.

Het visievormingsproces is anders gelopen dan destijds verwacht, waardoor dit niet als zodanig is gedaan. In plaats van een beoordeling van alternatieven zijn voor wonen, werken en windenergie zoekgebieden beoordeeld. Er wordt in de omgevingsvisie nog geen concrete keuze gemaakt over voorkeurslocaties en ook op andere thema’s is er geen sprake van een duidelijk 4

Raadsbesluit 30 september 2011.

blad 39 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

voorkeursalternatief. Dit betekent enerzijds dat er nog concretisering van de omgevingsvisie nodig is. Anderzijds is het niet zinvol bevonden om op dit moment een nader uitgewerkt voorkeursalternatief te beoordelen. Met de beoordeling van de voorgenomen aanpak van de verschillende opgaven en van zoekgebieden sluit het OER aan bij de omgevingsvisie en het daarin gekozen abstractieniveau. Bij verdere uitwerking kan uiteraard voortgebouwd worden op de reeds verzamelde informatie. In de navolgende paragrafen zijn de verschillende onderdelen van het OER (en de input die elk onderdeel levert voor de omgevingsvisie) nader toegelicht.

4.2

Staat van de fysieke leefomgeving Om de huidige omgevingskwaliteit in beeld te brengen is de gemeenteatlas opgesteld. De fysieke leefomgeving is een breed begrip, waar geen harde afbakening voor opgenomen is in de Omgevingswet. In het OER wordt op basis van deze gemeenteatlas de staat van de fysieke leefomgeving in beeld gebracht aan de hand van de belangrijkste indicatoren, opgenomen in Tabel 4.1. In de leefomgevingsfoto (hoofdstuk 5) is voor elk aspect op basis van bestaand gemeentelijk beleid en/of landelijke wetgeving aangegeven wat het ambitieniveau en de gewenste beweging is. Dit vormt het beoordelingskader voor het OER. Aan de hand van deze thema’s en aspecten is niet alleen de staat van de fysieke leefomgeving beschreven. Ze zijn ook gebruikt om de effecten van het voorgenomen beleid in hoofdstuk 6 te beoordelen. Tabel 4.1: Beoordelingskader OER omgevingsvisie Vijfheerenlanden.

Thema Energie en circulariteit

Vitaliteit en inclusiviteit

Economie Mobiliteit

Groen en landschap

Gezondheid en milieu

Klimaatadaptatie

Aspecten CO2-uitstoot Energievraag Duurzame energiebronnen Circulariteit (grondstoffengebruik, afval) Woningaanbod Voorzieningen Leefbaarheid Inclusiviteit Sociale cohesie Werkgelegenheid Werklocaties Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid langzaam verkeer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte Gezonde leefstijl Geluid Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte Droogte Bodemdaling

blad 40 van 163

datum 30 oktober 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden

De beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving uit de gemeenteatlas vormt de basis voor de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie (2040) in de gemeente, zonder het beleid uit de omgevingsvisie. Om de referentiesituatie te schetsen wordt ervan uitgegaan dat het huidige gemeentelijke beleid wordt voortgezet. Daarnaast beïnvloeden trends en ontwikkelingen de leefomgeving van de gemeente Vijfheerenlanden. Een voorbeeld van een trend is de autonome verbetering van de luchtkwaliteit en een ontwikkeling is de geplande verbreding van de A27 door het rijk. In hoofdstuk 5 is op basis van de gemeenteatlas, trends en ontwikkelingen de referentiesituatie geschetst in de vorm van een trendgrafiek. Per thema is een trendgrafiek opgesteld. Deze grafiek geeft weer hoe de staat van de leefomgeving zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en welke ontwikkeling de komende jaren wordt verwacht. Hieronder is een voorbeeld weergegeven waarin de leefomgeving zich heeft ontwikkeld van slecht (oranje smiley) naar redelijk (gele smiley). De verwachting is dat tot 2040 de huidige kwaliteit van de leefomgeving ten minste behouden blijft of de huidige trend verder doorzet. Deze onzekerheidsmarge is met de bredere blauwe kleur weergegeven. Deze trendgrafiek kan bijvoorbeeld gelden voor luchtkwaliteit.

Voorbeeld luchtkwaliteit Sinds 2000 (en ervoor) dalen de achtergrondconcentraties fijnstof en stikstofdioxide, waardoor sprake is van een verbetering in de luchtkwaliteit (stijgende lijn). Dat komt doordat wegverkeer schoner is geworden en er betere technieken zijn om de uitstoot van de industrie te beperken. De verwachting is dat de kwaliteit van de lucht verder zal verbeteren tot 2040. Wel is nog onzeker hoe sterk de verbetering van de luchtkwaliteit zich zal voordoen. Vandaar de mate van onzekerheid in de beoordeling. Figuur 4.2:Voorbeeld trendgrafiek huidige en referentiesituatie staat van leefomgeving van een thema.

4.3

Impactbeoordeling

4.3.1

Effectbeoordeling opgaven Samenstelling opgaven In het OER zijn de effecten van de opgaven voor de omgevingsvisie in beeld gebracht. Hiermee zijn verschillende vraagstukken in relatie tot de ambities en opgaven uitgewerkt en verkend. Een deel van de opgaven en vraagstukken voor de gemeente is kwantitatief en programmatisch, bijvoorbeeld de groei met 3.000-4.000 woningen en daarnaast nog 2.250 woningen voor zogenaamd ‘zachte’ plannen, voldoende arbeidsmogelijkheden en de opwekking van duurzame energie. Andere opgaven zijn juist kwalitatief, zoals de ontwikkeling van vitale kernen, een duurzaam verkeers- en vervoerssysteem, de water- en klimaatopgaven en het versterken van de biodiversiteit. De invulling van de verschillende opgaven zoals deze in de (ontwerp) omgevingsvisie wordt beoogd is beoordeeld op effecten. Er zijn geen alternatieven onderzocht, omdat de omgevingsvisie met name door middel van een uitgebreid participatietraject en het bijeenbrengen van bestaand beleid tot stand is gekomen. Er worden zeer beperkt nieuwe keuzes gemaakt, waardoor het afwegen van alternatieven niet zinvol is bevonden. Voor de opgaven die een nadere invulling vereisen, is wel een alternatievenonderzoek uitgevoerd. Dat geldt voor de woon-, werk- en windlocaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=ab76e27d-5aa3-4e72-a3b2-3e3670e1db93