Bijlage 5 Eindconclusie snelkook gemeente Vijfheerenlanden- Hagestein
Tekst van het document
Introductie: Bijgaand de resultaten van de snelkooksessie 29 februari 2024. De gemeenten worden hierover individueel, alleen over de eigen locatie(s), teruggekoppeld. In het kader van provinciale programmering zijn door de gemeenten nieuwe uitbreidingslocaties voor wonen en werken aangedragen. Daarbij gaat het zowel om uitbreidingslocaties die gemeenten nu graag via het provinciale programma mogelijk willen maken, als om locaties waar de gemeenten nu graag een eerste signaal over ontvangen van de provincie. En daarnaast om zgn. ‘vitaliteitslocaties’ van maximaal 50 woningen die rechtstreeks via de Omgevingsverordening mogelijk zijn. Als provincie hebben we de locaties ambtelijk gescand op basis van ons provinciaal omgevingsbeleid, met aandacht voor beleidsthema’s zoals bodem en water, mobiliteit en landschap en cultuurhistorie. Daarbij hebben we ons gebaseerd op de bij ons beschikbare informatie over de locaties. De uitkomst van deze ambtelijke beoordeling vindt u hieronder, met een onderscheid naar algemene aandachtspunten (gelden voor alle locaties) en specifieke aandachtspunten voor de betreffende locatie. Wij merken daarbij op dat nu uitsluitend naar de kansrijkheid van de afzonderlijke locaties is gekeken, voor zover mogelijk mede in relatie tot andere ontwikkelingen (context).
Voor het opnemen in het provinciale programma dient ook nog een regionale afweging plaats te vinden, waarbij onder andere gekeken wordt naar de regionale opgave waarbij de provinciale omgevingsvisie voor ons leidend is, de beschikbare binnenstedelijke capaciteit, de spreiding van locaties over de regio en de kansrijkheid van realiseerbaarheid in de beoogde periode. Algemene aandachtspunten: Naast de in de tabel benoemde specifieke aandachtspunten per locatie zijn er ook generieke aandachtspunten, waar bij elke woningbouw- en/of bedrijventerreinontwikkeling rekening dient te worden gehouden. In algemene zin moet de locatie passen in ons beleid. Daarbij wordt gekeken naar beleid uit de Omgevingsvisie en de (1e wijziging) Omgevingsverordening. Er zijn een paar regels in de verordening waar we specifiek aandacht voor vragen. Daarnaast verwijzen we in algemene zin naar het op te stellen Kader, waarin Provinciale Staten specifieke aandachtspunten kunnen benoemen die gelden voor het Provinciaal Programma. Deze specifieke aandachtspunten zijn van invloed op de uiteindelijke programmering. Aantal punten gekoppeld aan beleid en regels in de Omgevingsverordening provincie Utrecht en de daarop in voorbereiding zijnde wijziging. 1.
Toepassing van ladder voor duurzame verstedelijking (onderbouwing die behoefte aantoont en aangeeft waarom de ontwikkeling niet binnenstedelijk kan plaatsvinden). 2. 3. 4.
5.
6.
De ontwikkeling van nieuwe woonlocaties dient plaats te vinden in aansluiting op het stedelijk gebied (art 9.15 uit de Omgevingsverordening provincie Utrecht). De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen dient plaats te vinden in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein, of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied. Daarbij moet de revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd (art 9.16 uit de Omgevingsverordening provincie Utrecht). Voor uitbreidingslocaties voor woningbouw geldt dat groen, natuur en recreatie, in evenwichtige mate meegroeit met de verstedelijking (artikel 9.15 Omgevingsverordening: woningbouw in samenhang ontwikkeld wordt met lokale en regionale groenontwikkeling). Hiervoor is een handreiking opgesteld, waarbij ook inzichtelijk wordt gemaakt hoe gemeenten invulling kunnen geven aan deze voorwaarde. Daarnaast hebben gemeenten zich gecommitteerd aan de ambities uit het Groen Groeit Mee Pact.
Het is gewenst dat indien gemeenten voornemens zijn een locatie die als kansrijk is beoordeeld ook voor te dragen voor programmering, dat vroegtijdig afstemming heeft plaatsgevonden over de mogelijkheden voor invulling van het principe Groen Groeit Mee (systeem van groen; van straat naar landelijk gebied) voor die locatie, zodat er een gedeeld beeld is tussen provincie en gemeente of na programmering voldaan kan worden aan het evenwichtig meegroeien van groen. Energietoets: In de 1e wijziging van de Omgevingsverordening is de Energietoets geïntroduceerd. Deze voorziet erin dat omgevingsplannen die tot een overbelasting van de elektriciteitsinfrastructuur kunnen leiden een motivering bevat hoe rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer en beschikbaarheid van de elektriciteitsinfrastructuur Natuuraspecten: de uitvoerbaarheid van nieuwe locaties kan beperkt worden door activiteiten met gevolgen voor flora en fauna (nu nog Wet natuurbescherming, straks Omgevingswet) en door effecten op bestaande houtopstanden of kleine landschapselementen (hoofdstuk 6 Omgevingsverordening provincie Utrecht). Vroegtijdige inventarisatie van mogelijke effecten is gewenst.
Uitkomsten snelkooksessies 29 februari 2024
Punten gekoppeld aan het Provinciaal Programma Wonen en werken: 7. Het totaal van de plannen die worden opgenomen in het programma moet passen binnen de bandbreedte voor de (sub)regio en het tijdvak zoals opgenomen in het PS-kader / provinciaal Programma Wonen en werken. Hierbij is enige flexibiliteit mogelijk. Het aantal binnenstedelijke locaties/woningen is niet limitatief. Het aantal woningen bij de uitleglocaties is wel limitatief. 8. In het verlengde van de basisprincipes verstedelijking, vragen we gemeenten nadrukkelijk om ook blijvend in te zetten op binnenstedelijke ontwikkeling en dus ook naast nieuwe uitleglocaties, ook nieuwe binnenstedelijke locaties in te brengen in het proces van regionale programmering. 9. Het uitgangspunt dat twee derde van het toe te voegen woningbouwprogramma moet behoren tot het sociale of middensegment en 30% van het woningbouwprogramma tot het sociale segment. Vooruitlopend op de in voorbereiding zijnde wet Versterking regie op de volkshuisvesting wordt hiernaar ook al op gemeentelijk niveau gekeken. In het PPWW23 is daarom de randvoorwaarde gesteld dat buitenstedelijke locaties reeds op planniveau dienen te voldoen aan 66% betaalbaarheid, tenzij daar voorafgaand door de provincie en gemeente op voorhand nadere afspraken over zijn gemaakt. 10. Het uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen in principe energieneutraal zijn, tenzij.
Hiervoor geldt voor ieder nieuw plan een inspanningsplicht. 11. De afspraak dat transformatie van bedrijventerrein naar wonen alleen kan als de woningen gemengd worden met bedrijvigheid (milieu categorieën 1 en 2) in het transformatiegebied, zodat het verlies aan bedrijventerrein zoveel mogelijk beperkt wordt. Tot slot een aantal punten gekoppeld aan andere provinciale programma’s en beleid waar we aandacht voor vragen: 12. De passende beoordeling: geen negatieve effecten op N2000 gebieden. Bij locaties waar dit naar onze eerste inschatting, i.v.m. nabijheid N2000, aan de orde is, is dit ook specifiek aangegeven. De planMER brengt dit ook in beeld. 13. Voor klimaatadaptatie (omgaan met hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen) verwijzen we ook naar de afspraken klimaatadaptief bouwen. Gezamenlijk product van provincie, gemeenten en de bouwketen. 14. Het advies is om voor alle locaties tijdig met het waterschap in overleg te gaan. Hierop anticiperend hebben we bij deze beoordeling ook de watergeschiktheidskaart van de waterschappen betrokken. 15. Het streven is om natuurinclusief te ontwikkelen. 16. Het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving moet aandacht krijgen bij de (woningbouw)ontwikkeling. Het gaat om bescherming tegen emissies met gezondheidseffecten en risico’s en het bevorderen van gezondheid door de inrichting (stimulering gezond gedrag). 17.
Bij de vaststelling van het omgevingsplan dient zicht te zijn op de aansluiting van de woningen de drinkwatervoorziening. Daarnaast is het noodzakelijk om waterbesparend te bouwen (max 100 lpppd drinkwatergebruik). Geschiktheidskaart Woon en Werklocaties Bij de beoordeling van de locaties is zowel gekeken naar het Provinciale beleid als naar de Geschiktheidskaart Woon en Werklocaties die door de Utrechtse waterpartners is opgesteld. In het provinciale Bodem en waterprogramma wordt aangegeven dat een integrale en gebiedsgerichte benadering noodzakelijk is om tot een toekomstbestendige leefomgeving te komen. De opgave rond waterbeschikbaarheid en wateroverlast vraagt om maatregelen in het watersysteem, maar ook om keuzes in de ruimtelijke inrichting. Vanuit een integrale en gebiedsgerichte benadering verbinden we de opgave ter voorkoming van wateroverlast en droogte met andere thema’s, zoals de natuur, de landbouw, de drinkwatervoorziening en wonen en werken. In de geschiktheidskaart Woon-werklocaties van de Utrechtse waterpartners is deze relatie tussen het bodem en watersysteem en potentiële bouwlocaties verder uitgewerkt. Deze kaart is in lijn met het provinciale beleid en is om deze reden een gedegen instrument om de geschiktheid van de woon-werk locaties te bepalen.
In alle gevallen is het gewenst dat de gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming overlegt met het waterschap. Bij locaties die liggen in een gebied dat in de geschiktheidskaart is aangeduid als “Nee”, of “Nee tenzij” is bij de uiteindelijke beoordeling rekening gehouden met de aanwezigheid van alternatieven en of er kansrijke klimaat adaptieve oplossingen zijn die realistisch zijn voor deze locatie. Ook is rekening gehouden met andere zwaarwegende provinciale belangen. Indien een ontwikkeling in een nee-tenzij gebied als kansrijk is beoordeeld, vraagt dit altijd een significante inspanning bij de ontwikkeling om afwenteling op de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. In onderstaande tabel is per locatie aangegeven of deze wel of niet kansrijk is en welke randvoorwaarden en/of aandachtspunten er bij die specifieke locatie zijn.
Uitkomsten snelkooksessies 29 februari 2024
Conclusie 1e ambtelijke opvatting: • De locatie is kansrijk, met naast de algemene aandachtspunten een aantal specifieke aandachtspunten voor de verdere (plan)uitwerking; • De locatie is mogelijk kansrijk, maar er gelden hier zodanige provinciale randvoorwaarden dat hierover eerst nader onderzoek/overleg nodig is of en hoe aan de voorwaarde kan worden voldaan. Aan deze randvoorwaarde dient voldaan te worden voordat kan worden besloten het op te nemen in het Provinciaal Programma. • De locatie is niet kansrijk Met de genoemde specifieke aandachtpunten per locatie moeten gemeenten rekening houden bij de planuitwerking (inrichtingsaspecten). De locatiekeuze an sich is hier niet van afhankelijk, maar de uitwerking bepaalt wel of dit in overeenstemming is met het provinciaal beleid. Gemeente / locatie / type
Aantal woningen/ha bedrijventerrein
Vitaliteitslocatie (ja/nee)
Vijfheerenlanden
Circa 20 woningen en verplaatsing multifunctioneel centrum
ja
Hagenstein Wonen
Ambtelijke beoordeling snelkook
De locatie ten behoeve van de woningbouw wordt beoordeeld als kansrijk met aandachtspunten. Aandachtspunten: • Het betreft hier een vitaliteitslocatie (tot maximaal 50 woningen buitenstedelijk). Ontwikkeling kan op grond van de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht daarmee vooruitlopend op de vaststelling van het PPWW. Wel wordt geconstateerd dat relatief in een lage bebouwingsdichtheid buitenstedelijk wordt gebouwd. De gemeente zou kunnen overwegen te kiezen voor een hogere dichtheid op deze locatie. • De locatie Vogelenzangweg ligt deels in de matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Dit is een zoekgebied voor toekomstige drinkwaterwinlocaties. • Onderzoek naar afvalwaterafvoer op het gemaal Hagestein. Ten aanzien van de locatie voor het Multifunctioneel Centrum zijn beide locaties kansrijk met aandachtspunten. De locatie Vogelenzangseweg. is het minst belast met geluids- en hindercontouren en biedt voor leerlingen en andere gebruikers goede mogelijkheden om gebruik te maken van groen, natuur en landschap. Bij de verdere uitwerking van deze locatie vergt dit aandacht bij de inrichting van de (openbare) buitenruimte en de aanleg van wandel- en fietspaden naar de dorpskern en naar recreatieplas Everstein. De locatie stuwruiters is vanuit gezonde leefomgeving minder wenselijk, maar biedt wel de kans om een aantrekkelijke entree van het dorp te realiseren.
Uitkomsten snelkooksessies 29 februari 2024