CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bureauonderzoek Broekseweg 6 Meerkerk

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 26 september 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan Broekseweg 6 Meerkerk4.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Broekseweg 6 te Meerkerk, gemeente Vijfheerenlanden Een bureauonderzoek

J.Q. Hessing B. Jansen

2

Colofon ADC Rapport 5783 Broekseweg 6 te Meerkerk, gemeente Vijfheerenlanden Een bureauonderzoek Auteurs: J.Q. Hessing en B. Jansen In opdracht van: Buro Kours © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 14 november 2022 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: B. Jansen ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

4 6 8 8 8 8 13 16 17 17

4

Samenvatting In opdracht van Buro Kours heeft ADC ArcheoProjecten in april 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Broekseweg 6 te Meerkerk. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van twee woningen en de aanleg van een sloot. Om dit juridisch-planologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplan vereist. Op basis van het bureauonderzoek moet in het plangebied rekening gehouden worden met archeologische resten vanaf de (Late) Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Dit wordt verwacht vanwege de ligging van het plangebied op de Lek stroomgordel, die rond het begin van de jaartelling is ontstaan. Rond 900 n Chr. is de sedimentatie van de Lek stroomgordel gestopt. De stroomgordel is toen als een hoger gelegen inversie stroomgordel in het plangebied komen te liggen. Uiteindelijk is op deze stroomgordel een bewoningslint ontstaan, waar het plangebied ook aan gelegen is. De archeologische resten uit deze perioden kunnen zich manifesteren in funderingsresten, aardewerk, houtskool, bot, metaal, paalkuilen en kuilen en overige sporen. Deze resten worden direct onder de bouwvoor (ca.30 cm) verwacht. Het is niet uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen.

Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het plangebied een archeologisch inventariserend veldonderzoek uit te voeren, indien de grond wordt ontgraven. De noodzaak en vorm van het inventariserend veldonderzoek dient nader vastgesteld te worden zodra het saneringsplan is vastgesteld. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

5

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

tot 8800 voor Chr.

6

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Buro Kours heeft ADC ArcheoProjecten in april 2022 een bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie Broekseweg 6 te Meerkerk (afb. 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van twee woningen en de aanleg van een sloot. Om dit juridischplanologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplan vereist. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan.

In het vigerende bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik, dat op 19 november 2018 door de gemeente Zederik is vastgesteld, heeft het plangebied de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2.1 Volgens de hierin opgenomen bestemmingsregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien grondwerkzaamheden plaatsvinden met grotere oppervlakte dan 100 m² of wanneer grondbewerkingen plaatsvinden op grotere diepte dan 30 cm -mv. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplan een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2 Behalve de protocollen van de vigerende KNA zijn de richtlijnen van de gemeente Vijfheerenlanden gevolgd.

1

http://www.ruimtelijkeplannen.nl/

2

SIKB 2018.

7

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fasen AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteurs: projectmedewerker: autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

Buro Kours F. Savelkouls Tel.: 0646627079 E-mail: femkesavelkouls@burokours.nl bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Bouw woningen Broekseweg 6 Meerkerk Vijfheerenlanden Utrecht gemeente Meerkerk sectie D nummer 151 38E (1:25.000) 640 m2 127633 / 437496 127653 / 437463 127640 / 437454 127620 / 437489 Gemeente Vijfheerenlanden A. van Pelt Postbus 11 4140 AA Leerdam Tel: 088 599 7520 E-mail: a.v.pelt@vijfheerenlanden.nl Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht Tel: 088-0225000 E-mail: info@odru.nl n.n.b. 5236678100 4230915 J.Q. Hessing en B. Jansen J.Q. Hessing B. Jansen April 2022 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

8

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien mogelijk zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is aan de rand van Meerkerk gelegen. Aan de zuidwestkant wordt het plangebied begrensd door de Broekseweg. Aan de noord- en zuidoostkant wordt het plangebied begrensd door een ander erf. Dit geldt ook voor de noordwestkant. Het plangebied is momenteel een schuur aanwezig het overige deel is grasland. Het rapport dat betrekking heeft tot de milieu hygiënische situatie in het plangebied is nog niet vrijgegeven. Uit de eerste resultaten kan worden geconcludeerd dat er een sterke tot zeer sterke bodemverontreiniging aanwezig is met Lood, koper, zink en PAK, PCB-gehalte en minerale olie. Het plangebied is een verdachte locatie wat betreft asbest. Op basis van deze resultaten zijn de volgende aanbevelingen opgesteld.3 ‘Op grond van het uitgevoerde onderzoek vormt de bodemkwaliteit een belemmering voor de nieuwbouw van 1 of 2 woningen. De bovenbeschreven verontreinigingen dienen gesaneerd te worden middels ontgraving en afvoer naareen reiniger.

Een logisch volgorde van de sanering na de sloop van de bebouwing zal zijn: - Ontgraving van de in dikte wisselende puinlaag danwel sterk puinhoudende toplaag (ca 300 m3); - verwijdering van de olieverontreiniging op het noordelijke terreindeel (naar schatting 20 m3) - verwijdering van de nader af te perken verontreiniging onder de puinlaag. Dit geldt met name de zone rondom boring 9. NB: Mogelijk moet het perceel aanzienlijk opgehoogd worden ten behoeve van de bouw van woningen. In dat kader kan bekeken worden of het mogelijk is om te kiezen voor een leeflaagsanering, waarbij zodanig diep wordt ontgraven dat er een toekomstige situatie ontstaat waarbij de bovenste meter van de bodem bestaat uit schone grond. Indien het terrein bijvoorbeeld 0.5 m hoger komt te liggen dan nu het geval is, kan volstaan worden met verwijdering van de

3

Bakker Milieuadviezen 2022.

9

huidige toplaag (puinlaag/sterk puinhoudende toplaag) van ca 0.5 dik. Aanbevolen wordt wel om bij deze variant de mobiele olieverontreiniging aan de noordzijde van het perceel wel geheel te ontgraven.’ Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het voorlopige plan worden er twee vrijstaande woningen gerealiseerd in het plangebied (afb. 3). Om in dit plan kwaliteitsverbetering te realiseren is het voorstel om de huidige sloot aan de noordoostkant van het plangebied te dempen. Daarvoor in de plaats zal een nieuwe sloot aan de noord- en noordwestkant worden gerealiseerd. De verstoringsdieptes zijn nog niet bekend. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.

2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Geologische overzichtskaart van Nederland 1:600.0004

Een afwisselende gelaagdheid van het Hollandveen met de Afzettingen van Tiel en de Afzettingen van Gorkum; aan de oppervlakte Afzettingen van Tiel als komklei. Daarnaast ligt het plangebied op een grens van het gebied waarin de eolische afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (rivierduinen) veelvuldig voorkomen. Stroomgordel (4B44)

Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)5 Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)6 Meandergordelkaart7 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)8

Kalkloze poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 3, of 3 en 4 (Rn47C). Lek stroomgordel (zijstroom), actief 0 tot 900 n. Chr. 0,37 – 0,46 -NAP

Geologische en Geomorfologische situatie Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (110.000 -11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet , maar heerste er een toendra klimaat. De zeespiegel lag destijds vele malen lager dan de huidige zeespiegel. In de ondergrond van het plangebied waren toen zogenaamde vlechtende rivieren actief. Deze rivieren vielen ’s winters droog en vanuit de drooggevallen beddingen vormden zich onder invloed van de wind rivierduinen. Deze duinen konden tientallen meters hoog worden, Tijdens het aanbreken van het Holoceen begon het klimaat op te warmen en begonnen de ijskappen te smelten. Als gevolg hiervan steeg de zeespiegel en het grondwater. Door de vernatting van het landschap kwam het landschap van de laatste ijstijd steeds meer onderwater te staan. Dit ging gepaard met de groei van veen en met het ontstaan van veenmoerassen. Door de zeespiegelstijging verdronk uiteindelijk het veengebied en kreeg in het westen van Nederland de mariene sedimentatie de overhand. Het huidige plangebied bevindt zich verder van de huidige kustlijn en werd gedurende de geologische ontwikkeling minder direct beïnvloed door de zee.

4

TNO 2010.

5

Alterra 2008.

6

Alterra 2014.

7

Cohen et al. 2012.

8

ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.

10

In een groot gedeelte van het rivierengebied behoren de holocene afzettingen die aan het oppervlak liggen tot de Formatie van Echteld. Deze zijn afgezet door de voorlopers van de huidige Maas en Rijn. De afzettingen van de grote rivieren worden onderverdeeld in stroomgordelafzettingen, bestaande uit zavel-, zand-, en komafzettingen, bestaande uit klei, soms met veenlagen. Daarnaast worden crevasse-afzettingen, bestaande uit zand, zavel en klei en dijkdoorbraakafzettingen, bestaande uit zand of zandige klei, vaak met een bijmenging van grind, onderscheiden. In de omgeving van het plangebied kunnen dergelijke crevasses van de Schoonrewoerdse stroomgordel aanwezig zijn. Deze stroomgordel was actief tussen 4520 tot 3700 jaar geleden. Het huidige plangebied bevindt zich volgens de meest recente stroomgordel kaart van Cohen et al op een zijstroom van de Lek (afb. 4 en 5), voordat deze werd bedijkt. De sedimentatie van de Lek begint rond het jaar nul en eindigt rond 900 n. Chr.

11

Bodem Volgens de bodemkaart van Nederland 1:50.000 (afb. 6) zijn in het plangebied kalkloze poldervaaggronden bestaande uit zware klei, met profielverloop 3 of 3 en 4 aanwezig (Rn47C). Het grootste oppervlakte van Nederland bestaat uit poldervaaggronden. Alle kleigronden die geen veen binnen 80 cm hebben, geheel gerijpt zijn, geen donkere bovengrond hebben en niet bruin zijn vallen hieronder. Vrijwel alle zeekleigronden en komgronden vallen hieronder.9 Dinoloket Op enkele tientallen meters ten noordwesten van het plangebied zijn ondergrondgegevens bekend van een boring.10 Vanaf 510 cm -mv is een veenpakket aanwezig dat doorloopt tot 200 cm- mv. Het veenpakket wordt opgevolgd door een zwak siltig kleipakket dat 30 cm dik is. Deze wordt weer opgevolgd door een 90 cm dik veenpakket. Het veenpakket loopt door tot 60 cm -mv. Vanaf 60 cm -mv is een zwak siltig kleipakket aanwezig dat doorloopt tot aan het maaiveld. Actueel Hoogtebestand Nederland Het plangebied is gelegen op 0,37-0,46 -NAP. Dat het plangebied is gelegen op een stroomgordel (zijstroom) van de Lek komt ook naar voren op de AHN (afb. 7). De stroomgordel ligt hoger in het landschap. Ten westen van het plangebied zijn ook hoogteverschillen zichtbaar, deze duiden mogelijk op de crevasse-afzettingen van de stroomgordel de Schoonrewoerd.

2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afbeelding 8):

9

Archis 3 zaakidentificatie

Omschrijving

Datering11

Opmerking

2908827100

Huisterp

LME-NT

-

2835084100

Mogelijke huisterp

LME

3222855100

Huisterp

LME-NT

Mogelijk een huisterp op vermoedelijk een donk. Ligt nauwelijks hoger dan de naaste omgeving. Voormalig monument. Dit terrein betrof een niet gewaardeerd terrein en is in het kader van de update AMK2003/2005 afgevoerd.

Archis 3 zaakidentificatie

Soort onderzoek

Resultaat

Advies

2376121100

Bureauonderzoek

Voor een aantal locaties wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd.

4617595100

Verkennend booronderzoek

Op basis van de landschappelijke omstandigheden worden vooral archeologische resten verwacht ter plaatse van die rivier-inversie rug ter hoogte van de Broekseweg In een aantal boringen ter hoogte van de Broekseweg zijn afzettingen aangetroffen van de Schoonrewoerd stroomgordel. De afzettingen zijn gerijpt, vertonen een kalkloze top en bevatten laklagen. De afzettingen zijn vanaf 120 cm -mv (2,1 mNAP) aangetroffen.

Bakker et al. 1989.

10

B38E0383

11

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1.

Op deze afzettingen kunnen mogelijk archeologische resten voorkomen daterend vanaf het Neolithicum. Het wordt geadviseerd om een karterend booronderzoek uit te voeren.

12

Archis 3 zaakidentificatie

Soort onderzoek

Resultaat

Advies

4873166100

Deels verkennend- en karterend booronderzoek

n.v.t.

4614102100

Archeologische begeleiding

2430431100

Verkennend en karterend booronderzoek

Uit de eerste bevindingen blijkt dat uit de zeefresiduen moet blijken of er vindplaatsen aanwezig zijn. Ter plaatste van het plangebied heeft de voormalige boerderij ‘De Hoek’ gestaan. De boerderij dateert oorspronkelijk uit de 17e eeuw en mogelijk nog ouder. Tijdens de begeleiding zijn resten van de boerderij aangetroffen. In het oostelijk deel van het plangebied zijn de funderingsresten in situ behouden. Binnen het plangebied bevinden zich oever en beddingafzettingen van (een zijstroom van) de Lek van de Aaksterveld stroomgordel. De bodem is overal intact. Ook zijn er veenlagen aangetroffen zoals is boring 96 en 97 (dichtbij Broekseweg 6).

In het oostelijk deel zijn de archeologische resten in situ behouden. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van het plangebied dient hiermee rekening te worden gehouden en is er een noodzaak tot het uitvoeren van aanvullend archeologisch onderzoek.

Het plangebied is vrijgegeven.

Onderzoeksmelding Zaakid. 2430431100 Dit onderzoek betreft een verkennend en karterend booronderzoek waarbij twee boringen in de buurt van het huidige plangebied zijn gezet. Beide boringen zijn tot 200 cm -mv gezet. In boring 96 is vanaf 190 cm -mv (2, 89 m -NAP) een donker grijze, matig siltig, kalkloos kleipakket aanwezig. Het kleipakket wordt opgevolgd door een donker bruin, sterk kleiig, veenpakket. De top van het veenpakket bevindt zich op 130 cm -mv (2,29 m -NAP). Bovenop het veen is een matig siltig kleipakket aanwezig, dat bruingrijs van kleur is. Het pakket is kalkloos en is sterk humeus. Mogelijk is hier sprake van een gedempte sloot. Het kleipakket loopt door tot aan het maaiveld. In boring 97 is tot 140 cm -mv (2,33 m -NAP) een donker bruin, sterk kleiig veenpakket aanwezig. Het veenpakket wordt opgevolgd door een matig siltig, kalkloos kleipakket, dat licht grijs van kleur is. De top van het kleipakket bevindt zich op 50 cm -mv (1,43 m -NAP). Vervolgens word het wordt het opgevolgd door een bruingrijs kleipakket, dat matig siltig is. Het pakket is kalkloos en sterk humeus. Het gaat mogelijk ook hier om een gedempte sloot. Het pakket loopt door tot aan het maaiveld. Beleidsksaart Op de gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart ligt het plangebied binnen een zone met een middelmatige verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (afb.

9).12 Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van de Lek stroomgordel en de aanwezigheid van een bebouwingslint.

12

Boshoven et al. 2009.

13

2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kadastrale minuut (afb. 10) Topografische kaart13 Bonnekaart14

1813-1832 1876 1894

Bonnekaart Bonnekaart (afb. 11) Topografische kaart (afb. 12)15

1916 1937 1967

Bouwland idem Mogelijk bebouwing in het plangebied aanwezig idem Het plangebied is in gebruik als grasland In het noordoostelijke deel van het plangebied is bebouwing aanwezig. Mogelijk de huidige schuur.

Historische situatie Meerkerk is ontstaan aan de veenstroom de Zederik. Het wordt aangenomen dat Meerkerk rond het jaar 1000 is ontstaan. Aan de westzijde van de Zederik werd in 1266-1267 een dijk opgeworpen. De eerste vermelding van Meerkerk komt uit deze tijd. In 1388 wordt een deel van Meerkerk verwoest op last van de heer van Gorinchem. Door de eeuwen heen groeit het dorp Meerkerk. De huidige hervormde kerk van Meerkerk gaat terug tot midden van de zestiende eeuw. In het buitengebied staan enkel monumentale boerderijen, die zelfs ouder zijn (hofstede uit 1640 aan de Zouwendijk). 16 Oude kaarten Het plangebied bevindt zich langs een historisch bebouwingslint dat op de kadastrale minuut van 1813 -1832 ook te zien is (afb. 10). Het plangebied is destijds onbebouwd en in gebruik als bouwland. Vanaf het jaar 1894 is er mogelijk bebouwing aanwezig in het plangebied. Vanwege de mindere detaillering van de bonnekaart wordt het niet duidelijk of de bebouwing zich in, of buiten het plangebied heeft bevonden. Vanaf 1937 is het plangebied in gebruik als grasland (afb. 11). Vervolgens is vanaf 1967 in het noordoostelijke deel van het plangebied bebouwing aanwezig (afb. 12). Dit zou mogelijk de huidige schuur kunnen zijn.

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Karakteristiek

Omschrijving

datering: complextype(n): omvang: landschappelijke en/of geologische context: diepteligging: locatie: soort vindplaats:

ME - NT Nederzetting, huisplaats 640 m2 Stroomgordel Direct onder de bouwvoor ca. 30 cm Hele plangebied Vindplaats met zowel grondsporen als een vondststrooiing Aardewerk, funderingsresten, houtskool, bot, metaal, paalkuilen, kuilen en overige sporen. Slecht (indien verstoord) tot goed

uiterlijke kenmerken: conservering:

13

Topotijdreis.nl.

14

Idem.

15

Idem.

16

Boshoven et al. 2009.

14

wordt het archeologisch relevante niveau bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden:

Niet bekend

In het plangebied moet rekening gehouden worden met archeologische resten vanaf de (Late) Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Dit wordt verwacht vanwege de ligging van het plangebied op de Lek stroomgordel, die rond het begin van de jaartelling is ontstaan. Rond 900 n Chr. is de sedimentatie van de Lek stroomgordel gestopt. De stroomgordel is toen als een hoger gelegen inversie stroomgordel in het plangebied komen te liggen. Uiteindelijk is op deze stroomgordel een bewoningslint ontstaan, waar het plangebied ook aan gelegen is. De archeologische resten uit deze perioden kunnen zich manifesteren in funderingsresten, aardewerk, houtskool, bot, metaal, paalkuilen en kuilen en overige sporen. Deze resten worden direct onder de bouwvoor (ca.30 cm) verwacht. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Het is niet uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het plangebied een archeologisch inventariserend veldonderzoek uit te voeren, indien de grond wordt ontgraven.

De noodzaak en vorm van het inventariserend veldonderzoek dient nader vastgesteld te worden zodra het saneringsplan is vastgesteld.

15

3

Aanbeveling Het is niet uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Om de op het bureauonderzoek gebaseerde gespecificeerde verwachting voldoende te kunnen aanvullen en toetsen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het plangebied een archeologisch inventariserend veldonderzoek uit te voeren, indien de grond wordt ontgraven. De noodzaak en vorm van het inventariserend veldonderzoek dient nader vastgesteld te worden zodra het saneringsplan is vastgesteld. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

16

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bakker Milieuadviezen, 2022: Verkennend bodemonderzoek (inclusies asbestonderzoek) Broekseweg 6, Meerkerk. Boshoven, E.H., A. Buesink, H.M.M. Geerts, J.S. Krist, L.A. Tebbens, J.M.J. Willems, 2009: Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart. BAAC rapport V-08.0185. 's-Hertogenbosch. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1813-1832: minuutplan Meerkerk, Zuid Holland, sectie A, blad 05 (MIN08112A05). SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. TNO, 2010: Geologische overzichtskaart van Nederland. 1:600 000. Utrecht.

17

Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://easy.dans.knaw.nl https://www.bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://www.kadaster.nl/ https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Schets voorlopige plannen Afb. 4 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart Afb. 5 Locatie van het plangebied op de meandergordelkaart Afb. 6 Locatie van het plangebied op de bodemkaart Afb. 7 Actueel Hoogtebestand Nederland 3 Afb. 8 Archis-meldingen Afb. 9 Locatie van het plangebied op de beleidskaart. Het plangebied ligt in een zone waar een middelmatige verwachting geldt voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Afb. 10 Locatie van het plangebied op de kadastrale minuut 1813-1832 Afb. 11 Locatie van het plangebied op de bonnekaart uit 1937 Afb. 12 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1967 Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Tabel 2. Archeologische indicatoren en vondsten [In het geval van veel vondsten kan dit beter als aparte bijlage]

18

Afb. 1 Locatie van het plangebied

19

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

20

Afb. 3 Schets voorlopige plannen

21

Afb. 4 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart

22

Afb. 5 Locatie van het plangebied op de meandergordelkaart

23

Afb. 6 Locatie van het plangebied op de bodemkaart

24

Afb. 7 Actueel Hoogtebestand Nederland 3

25

Afb. 8 Archis-meldingen

26

Afb. 9 Locatie van het plangebied op de beleidskaart. Het plangebied ligt in een zone waar een middelmatige verwachting geldt voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

27

Afb. 10 Locatie van het plangebied op de kadastrale minuut 1813-1832

28

Afb. 11 Locatie van het plangebied op de bonnekaart uit 1937

29

Afb. 12 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1967

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=2235824a-9e4a-40a6-9a4d-da7a3ff2a5c3