Bijlage 5. Aanvullend onderzoek vleermuis huismus 8 november 2019.pdf
Tekst van het document
WET NATUURBESCHERMING
Postbus 75, 4140 AB Leerdam Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam T +31 88 99 04 800
Aanvullend onderzoek vleermuis en huismus – De Kandelaar Ameide
Ref.: 1900369A00-R19-1026 08 november 2019
Gemeente Vijfheerenlanden
RPS advies- en ingenieursbureau bv
Contactpersoon
Mevrouw G. van den Dungen
Auteur
F. Reijngoudt
Adres
Postbus 11
Projectleider
T. Denayère
4140 AA Leerdam
Gecontroleerd door
S. Tummers
Projectreferentie Versie
1900369A00-R19-1026 Concept
Totaal aantal pagina’s
17
Handtekening
Handtekening
Akkoord S. Tummers Adviseur Ecologie
Akkoord T. Denayère Projectleider
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 2 van 17
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3
INLEIDING ................................................................................................................................... 4 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 4
2 2.1 2.2
PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................ 5 Projectgebied ............................................................................................................................... 5 Ingreep ......................................................................................................................................... 5
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
METHODE ................................................................................................................................... 6 Vleermuisonderzoek..................................................................................................................... 6 Opzet en uitvoering ...................................................................................................................... 6 Nadere analyse: geluidsopnamen................................................................................................ 7 Huismusonderzoek....................................................................................................................... 8 Effectanalyse voorgenomen ingreep............................................................................................ 8 Advies vervolgtraject .................................................................................................................... 8
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3
RESULTATEN ONDERZOEK ..................................................................................................... 9 Vleermuisonderzoek..................................................................................................................... 9 Gewone dwergvleermuis .............................................................................................................. 9 Ruige dwergvleermuis ................................................................................................................ 10 Rosse vleermuis ......................................................................................................................... 11 Huismus onderzoek.................................................................................................................... 11 Overige waarnemingen .............................................................................................................. 12 Analyse effecten en consequenties ten aanzien van Wet natuurbescherming ......................... 12 Vleermuisonderzoek................................................................................................................... 12 Huismusonderzoek.....................................................................................................................
12 Overige waarnemingen .............................................................................................................. 13
5 5.1 5.2 5.3 5.4
VOORZORGSMAATREGELEN ................................................................................................ 14 Zorgplicht .................................................................................................................................... 14 Broedende vogels ...................................................................................................................... 14 Inzet verlichting .......................................................................................................................... 15 Rugstreeppad ............................................................................................................................. 15
6 6.1
CONCLUSIE .............................................................................................................................. 16 Vervolgstappen .......................................................................................................................... 16
7
BRONNEN ................................................................................................................................. 17
BIJLAGEN 1. 2. 3.
Vleermuisonderzoek – resultaten kraamperiode Vleermuisonderzoek – resultaten paarperiode Huismus onderzoek resultaten
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 3 van 17
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Gemeente Vijfheerenlanden is voornemens een basisschool (De Kandelaar) in Ameide te slopen, daarnaast worden enkele bomen binnen het projectgebied gekapt. Bij alle ruimtelijke ingrepen moet worden getoetst of er sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Voor het onderhavig project is daarom een onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen en huismus.
1.2
Onderzoeksvragen
De sloop van het gebouw en de bomenkap kunnen gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende beschermde vleermuissoorten en huismus. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen zijn als volgt: • Welke beschermde vleermuissoorten zijn binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig en welke functies voor vleermuis en huismus zijn aanwezig? • Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen? • Welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren? • Is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 zijn de ligging van het projectgebied en de voorgenomen werkzaamheden en planning daarvan beschreven. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van het veldonderzoek en de effectanalyse. Hoofdstuk 5 beschrijft de te nemen maatregelen. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 de conclusie en het advies opgenomen.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 4 van 17
2
PROJECTOMSCHRIJVING
2.1
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in Ameide, gemeente Vijfheerenlanden, provincie Utrecht. Het projectgebied is gelegen aan de Meidoornlaan en Aaksterveld (zie figuur 2.1). De basisschool betreft een gebouw met gevels van bouwstenen van één bouwlaag. Een deel van de dakbedekking betreft dakpannen en andere delen betreft, naar verwachting, een bitumen dakbedekking. Aan de oostkant van het schoolgebouw is een bestraat schoolplein aanwezig met een zandbak. Aan de westkant van het projectgebied is een grasveld aanwezig met bomen. Het gehele projectgebied is omheind met hekken en lage hagen.
figuur 2.1: Luchtfoto van het projectgebied (gelegen binnen de rode lijn).
2.2
Ingreep
Voor dit project wordt het gebouw gesloopt. Enkele omringende bomen worden gekapt. Het aantal te kappen bomen is niet bekend. De werkzaamheden worden in het najaar van 2019 uitgevoerd indien dit mogelijk is op grond van het vleermuizen- en huismussenonderzoek.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 5 van 17
3
METHODE
3.1
Vleermuisonderzoek
Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is nader onderzoek gedaan naar het voorkomen van vleermuizen en de functie van het projectgebied. De inventarisaties zijn uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017. Dit protocol is het resultaat van een evaluatie van het Vleermuisprotocol 2013 door deskundigen van Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In de laatste versie van het protocol zijn de meeste recente ecologische inzichten verwerkt. Werken volgens dit protocol geeft een grote mate van zekerheid dat het onderzoek van voldoende kwaliteit is om een eventuele ontheffingsaanvraag te onderbouwen. Deze manier van onderzoeken betreft een steekproef gebaseerd op momentopnames. Daarom kan niet uitgesloten worden dat soorten en/of functies niet waargenomen zijn tijdens de inventarisaties of soorten op een ander tijdstip wel aanwezig zijn in en rondom het projectgebied. Deze manier van onderzoek doen is aanvaardbaar in termen van de Wet natuurbescherming, omdat de methode en inspanning voldoende invulling geven aan de zorgplicht (artikel 1.11). De initiatiefnemer heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
3.2
Opzet en uitvoering
Het onderzoek is uitgevoerd tijdens het kraam- en paarseizoen van vleermuizen. Het projectgebied is in negen onderzoeksronden onderzocht door een vleermuisdeskundige (zie tabel 3.1). Op grond van ligging en aard van het projectgebied is onderzoek uitgevoerd in de volgende perioden: • Kraamperiode: 15 mei – juli: vaststellen aanwezigheid kraam- en zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. • Paarperiode: augustus – september: vaststellen paarverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Gedurende zowel de kraamperiode als de paarperiode is het projectgebied door één persoon geïnventariseerd op vleermuizen met behulp van een batdetector (type: Pettersson D240x) en opnameapparaat (type: Tascam DR-05X). Het projectgebied is gedurende de kraamperiode viermaal ’s avonds en tweemaal ’s ochtends geïnventariseerd. Tussen deze bezoeken is een tussenperiode van 10 – 30 dagen gehanteerd. Tijdens de paarperiode is het projectgebied driemaal ’s avonds, ruim na zonsondergang, geïnventariseerd. Tussen deze bezoeken is een tussenperiode van 10 – 20 dagen gehanteerd. Met deze onderzoeksinspanning kan een voldoende duidelijk beeld worden verkregen van het gebouw. De onderzoekrondes zijn alleen uitgevoerd wanneer het weer daartoe voldoende geschikt was (voldoende hoge temperatuur, geen neerslag en/of harde wind).
Alle waarnemingen zijn direct in een smartphone met GPS in het veld opgeslagen. Op grond van zwermende vleermuizen rond middernacht nabij zomer- en paarverblijfplaatsen in het najaar is een inschatting gemaakt of (massa-) winterverblijfplaatsen aanwezig zijn.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 6 van 17
tabel 3.1: onderzoekrondes ten aanzien van vleermuizen.
Datum
Tijdstip
Onderzochte functies
Naam medewerker
Weersomstandigheden
15-5-2019 21:20-23:25 Ronde 1 Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats
F. Reijngoudt
13 ⁰C, gedeeltelijk bewolkt, droog, 1-2 Bft
18-6-2019 21:55-00:00 Ronde 2 Oost Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats 20-6-2019 21:55-00:00 Ronde 2 West Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats
F. Reijngoudt
21 ⁰C, bewolkt, droog, 1-2 Bft
F. Reijngoudt
16 ⁰C, bewolkt, droog, 1 Bft
19-6-2019 03:15-05:18 Ronde 3 Oost Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats 21-6-2019 03:18-05:20 Ronde 3 West Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats
F. Reijngoudt
18 ⁰C, bewolkt, droog, 1 Bft
F. Reijngoudt
16 ⁰C, bewolkt, droog, 1 Bft
22:00-00:03 Ronde overnieuw1 Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats 25-8-2019 21:15-23:45 Ronde 4 Oost Vliegroute, foerageergebied, paarverblijfplaats 26-8-2019 21:15-23:45 Ronde 4 West Vliegroute, foerageergebied, paarverblijfplaats
F. Reijngoudt
18 ⁰C, licht bewolkt, droog, 1 Bft
F. Reijngoudt
23 ⁰C, onbewolkt, droog, 1-2 Bft
F. Reijngoudt
22 ⁰C, licht bewolkt, droog, 1 Bft
21-9-2019 20:15-22:45 Ronde 5 Vliegroute, foerageergebied, paarverblijfplaats
F. Reijngoudt
18 ⁰C, licht bewolkt, droog, 1 Bft
9-7-2019
3.3
Nadere analyse: geluidsopnamen
Indien een soort niet met zekerheid in het veld kon worden bepaald, zijn geluidsopnamen gemaakt met een extern opnameapparaat (type: Tascam DR-05X). Vervolgens zijn de opgenomen geluiden in Batsound geanalyseerd aan de hand van de criteria uit de literatuur. Door zichtwaarnemingen konden het gedrag en daarmee de functie van het gebied voor vleermuizen vastgesteld worden.
1
Reden: in verband met een defecte geheugenkaart waardoor de geluiden gedurende onderzoeksronde 2 en 3 niet correct zijn opgenomen, is een extra veldbezoek uitgevoerd.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 7 van 17
3.4
Huismusonderzoek
Het onderzoek naar huismus is uitgevoerd conform het Kennisdocument van BIJ12. De volgende onderzoeksinspanning is uitgevoerd: • In de periode 1 april tot en met 15 mei twee veldbezoeken. • De veldbezoeken vinden plaats bij goede (weers)omstandigheden: – Geen regen, harde wind of te lage temperaturen. – Tijdens geluidsluwe momenten. – Tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst (voorkeur) en 1 à 2 uur voor zonderondergang. – Tussen de twee veldbezoeken zit een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Bij het veldbezoek is ook in beeld gebracht waar welke elementen van de functionele leefomgeving aanwezig zijn. Dit zijn plekken om te foerageren, slapen, stofbaden nemen en drinken zoals struiken, hagen, klimop, kale grond, (waterplassen). De weersomstandigheden gedurende de onderzoeksrondes zijn weergegeven in tabel 3.2. tabel 3.2: onderzoekrondes ten aanzien van huismus.
Datum
Tijdstip
Naam medewerker
Weersomstandigheden
16-4-2019 14-5-2019
07:36-08:38 19:28-20:30
F. Reijngoudt F. Reijngoudt
7 ⁰C, onbewolkt, droog, 1 Bft 16 ⁰C, onbewolkt, droog, 1 Bft
3.5
Effectanalyse voorgenomen ingreep
Zodra bekend geworden is welke vleermuissoorten in het projectgebied aanwezig zijn en welke functie(s) het projectgebied heeft voor vleermuizen, is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Het betreft hier een beschrijving van verwachte tijdelijke negatieve effecten en/of negatieve effecten op de langere termijn als gevolg van de werkzaamheden. De effecten worden beoordeeld op het niveau van individuen.
3.6
Advies vervolgtraject
Ten slotte wordt een advies gegeven voor het vervolgtraject. Uit het aanvullend onderzoek kan naar voren komen dat negatieve effecten op vleermuizen aan de orde zijn. Wanneer negatieve effecten als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden worden verwacht, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen te worden opgesteld (en nageleefd) en uitgewerkt in een natuurtoets. Mitigerende maatregelen worden op elk individueel project afgestemd, waarbij voorschriften vanuit kennisdocumenten worden meegenomen en kennis over reeds bewezen effectieve maatregelen wordt toegepast. De natuurtoets dient als onderbouwing voor een ontheffingsaanvraag.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 8 van 17
4
RESULTATEN ONDERZOEK
4.1
Vleermuisonderzoek
Gedurende het onderzoek zijn binnen het projectgebied 3 soorten vleermuizen aangetroffen: • Gewone dwergvleermuis. • Ruige dwergvleermuis. • Rosse vleermuis. In tabel 4.1 zijn per soort de waarnemingen en functies weergegeven. In bijlage 1 en 2 zijn de verspreidingskaarten opgenomen. Alle vleermuizen, die tijdens het onderzoek rondom het gebouw zijn waargenomen, zijn genoteerd. Hierdoor kan het zijn dat één vleermuis meerdere keren genoteerd is als deze voor een langere tijd is blijven foerageren. Elke waarneming is weergegeven in de overzichtskaart, in onderstaande toelichting is genuanceerd hoeveel daadwerkelijke vleermuizen tegelijkertijd zijn waargenomen in het projectgebied en naar verwachting rondvliegen. Bij enkele opnames van geluiden kon de soort dwergvleermuis niet vastgesteld worden (gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis) deze is in de overzichtskaarten opgenomen als dwerg spec. tabel 4.1: Overzicht aangetroffen soorten en functies. Per soort zijn de aangetroffen functies en het aantal individuen (ind.) per functie
Zomerverblijfplaats
Paarverblijfplaats*
Foerageergebied
Nee
Nee
Nee
Ja, 5-10 ind.Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Nee
Ja, 1 ind.
Ja, 2 ind.
Nee
Ja, 2-10 Nee ind. Ja, 4 ind. Nee
Rosse vleermuis
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja, 1 ind.
Nee
Nee
Soort
Vliegroute
Kraamverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis Nee
Essentiële foerageergebied
Winterverblijfplaats
Essentiële vliegroute
weergegeven.
Nee
* De ruige dwergvleermuis gebruikt paarverblijfplaatsen deels ook als winterverblijfplaats. Het projectgebied heeft geen functie als massa-winterverblijfplaats.
4.1.1
Gewone dwergvleermuis
Verblijfplaats In de kraamperiode zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode zijn geen paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld. De bomen binnen het projectgebied hebben geen geschikte holtes en daarmee geen functie als vaste rust- en verblijfplaats. Rondom het projectgebied zijn meerdere rondvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen die sociale geluiden maakten. Gezien de sociale geluiden (vrijwel) niet gehoord zijn binnen de begrenzing van het projectgebied, kan geconcludeerd worden dat deze vleermuizen verblijfplaatsen hebben buiten de begrenzing van het projectgebied in de omringende gebouwen (woonhuizen).
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 9 van 17
Foerageergebied Tijdens de kraamperiode zijn 5-10 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze waren gedurende de begin van de avond aanwezig, waarna de meeste doorvlogen naar andere foerageergebieden. In de paarperiode zijn 3-5 gewone dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. Deze waren ook aan het begin van de avond foeragerend aanwezig. Aan het einde van de avond waren 1-3 gewone dwergvleermuizen foeragerend in het projectgebied aanwezig. Gezien de lage aantallen en de korte duur van aanwezigheid in het projectgebied, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis. Vliegroute Tijdens de onderzoeksrondes in de kraamperiode zijn tussen de 2 en 10 overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. In de paarperiode zijn 4-6 overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Een enkele keer kon niet bepaald worden of het om een ruige dwergvleermuis of gewone dwergvleermuis ging. Gezien de vleermuizen uit verschillende richtingen vlogen en verschillende richtingen op gingen, zijn geen vaste vliegroutes vastgesteld. Gezien de lange aantallen overvliegende vleermuizen, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentiële vliegroute voor gewone dwergvleermuis.
4.1.2
Ruige dwergvleermuis
Verblijfplaats Aan de zuidoostkant van het gebouw is een paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis vastgesteld. Deze verblijfplaats kan daarnaast ook gebruikt worden als winterverblijfplaats voor enkele individuen van ruige dwergvleermuis. Vanwege het type gebouw wordt niet verwacht dat het projectgebied een functie kan hebben als massa-winterverblijfplaats. Andere verblijfplaatsen zijn niet waargenomen. De bomen binnen het projectgebied hebben geen geschikte holtes en daarmee geen functie als vaste rust- en verblijfplaats. Tijdens de paarperiode zijn sociale geluiden van ruige dwergvleermuis rondom de paarverblijfplaats waargenomen. Daarnaast zijn ook een enkele keer sociale geluiden van ruige dwergvleermuis aan de noordkant van het projectgebied gehoord. Vermoedelijk zijn al deze sociale geluiden van de ruige dwergvleermuis afkomstig welke was aangetroffen in de paarverblijfplaats. Foerageergebied In de kraamperiode zijn twee ruige dwergvleermuizen kort foeragerend waargenomen in het westen van het projectgebied. In de paarperiode is één ruige dwergvleermuis kort foeragerend in het westen van het projectgebied waargenomen. De ruige dwergvleermuis, waarvan de paarverblijfplaats is aangetroffen aan de zuidoostkant van het projectgebied, is naast het maken van sociale geluiden ook afwisselend kort foeragerend waargenomen binnen het projectgebied.
Vliegroute Tijdens de kraamperiode zijn geen overvliegende ruige dwergvleermuizen waargenomen. In de paarperiode zijn vier overvliegende ruige dwergvleermuizen waargenomen. De vleermuizen zijn alleen overvliegend parallel aan de Meidoornlaan waargenomen, buiten de begrenzing van het projectgebied. Een enkele keer kon niet bepaald worden of het om een ruige dwergvleermuis of gewone dwergvleermuis ging. rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 10 van 17
Gezien de lage aantallen overvliegende vleermuizen, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentiële vliegroute voor ruige dwergvleermuis.
4.1.3
Rosse vleermuis
Verblijfplaats In de kraamperiode zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode zijn geen paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld. De bomen binnen het projectgebied hebben geen geschikte holtes en daarmee geen functie als vaste rust- en verblijfplaats. Foerageergebied In de kraamperiode is rosse vleermuis niet aangetroffen. In de paarperiode is eenmalig een rosse vleermuis kort foeragerend waargenomen ten zuidwesten van het projectgebied, buiten de begrenzing van het projectgebied. Gezien de lage aantallen en de korte duur van aanwezigheid buiten de begrenzing van het projectgebied, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentieel foerageergebied voor rosse vleermuis. Vliegroute Rosse vleermuis is tijdens de kraamperiode en paarperiode niet overvliegend waargenomen. Vliegroutes van rosse vleermuis ontbreken in het projectgebied.
4.2
Huismus onderzoek
Nestplaats Binnen de begrenzing van het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen van huismus aangetroffen. Buiten de begrenzing zijn drie nestplaatsen van huismus vastgesteld, namelijk langs De Tol op nr. 8, nr. 22 en Meidoornlaan nr. 15. Daarnaast zijn op meerdere gebouwen rondom het projectgebied roepende huismussen aangetroffen, dit zijn verschillende territoria van huismus. Leefgebied Binnen de omheining van het projectgebied zijn geen territoria van huismus vastgesteld. De locatie bevat wel aanwezige functionele elementen in de vorm van schuilplaatsen zoals hagen, struiken en een dichte met klimop begroeide muur over het hele terrein. Gezien de meeste hagen en struiken van beperkte hoogte zijn (lager dan 3 meter) is sprake van een beperkte mate van schuilplaatsen en rustplaats voor huismus. Foerageerplekken zoals rommelhoekjes, bes- en zaadvormende struiken zijn aanwezig in en rondom het projectgebied. Er is een zandbak aanwezig, maar die is afgedekt met een zeil. Wanneer het zeil er niet goed op zit, kan dit gebruikt worden als zandbad voor vogels. In de gebouwen rondom het projectgebied zijn huismussen aangetroffen. In de voortuinen van de woningen die grenzen aan het projectgebied zijn de functionele elementen aanwezig zoals hagen, struiken die dienen als schuilplaats en rustplaats en als voedselbron. In een van de tuinen ligt een vijver.
Gezien huismussen territoria ontbreken in het projectgebied, wordt uitgesloten dat het project een essentiële functie vervuld voor huismus. In bijlage 3 zijn de resultaten van het huismusonderzoek weergegeven.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 11 van 17
4.3
Overige waarnemingen
Eenmalig tijdens onderzoeksronde 3 is een rugstreeppad aangetroffen ten oosten van het gebouw, binnen de begrenzing van het projectgebied. Vanwege de aanwezige verharding en begroeiing ontbreekt geschikt leefgebied voor rugstreeppad in het projectgebied. Op grotere afstand ten westen van het projectgebied (200-300 meter) zijn veel koren van rugstreeppad gehoord, vermoedelijk betreft de waarneming binnen het projectgebied een verdwaalde rugstreeppad op zoek naar nieuw leefgebied. Tijdens de kraamperiode en paarperiode zijn enkele egels aangetroffen aan de zuidwestkant van het gebouw, binnen de begrenzing van het projectgebied. Vanwege de aanwezige begroeiing en rommelhoekjes in het projectgebied, is geschikt leefgebied voor egel aanwezig. Tijdens de overige veldbezoeken zijn geen egels meer waargenomen in en rondom het projectgebied.
4.4
Analyse effecten en consequenties ten aanzien van Wet natuurbescherming
De voorgenomen ruimtelijke ingreep kan effecten hebben op aanwezige beschermde soorten. Indien negatieve effecten aan de orde zijn, zowel op korte (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering) zijn deze in dit hoofdstuk beschreven. De effecten zijn beschreven per soort en per functie van het projectgebied voor die betreffende soort.
4.4.1
Vleermuisonderzoek
In het projectgebied zijn enkele individuen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis foeragerend en/of overvliegend waargenomen. Voor deze soorten heeft het projectgebied geen essentiële functie als foerageergebied of vliegroute. Van rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig binnen het projectgebied. Gezien de relatief lage aantallen foeragerende en overvliegende vleermuizen is geconcludeerd dat essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes ontbreken. Tijdens de uitvoering is het projectgebied tijdelijk niet/minder geschikt als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. Op de lange termijn zijn geen negatieve effecten aan de orde. In de directe omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieve foerageergebieden en vliegroutes aanwezig. Doordat het uitsluitend om niet-essentiële functies gaat, zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming aan de orde. Van ruige dwergvleermuis is een paar- en winterverblijfplaats vastgesteld aan de zuidoostkant van het projectgebied. Door de sloop van het gebouw gaat deze paarverblijfplaats verloren. Het vernielen van een vaste rust- of verblijfplaats van vleermuizen leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Een verdere toetsing dient uitgevoerd te worden.
4.4.2
Huismusonderzoek
Tijdens het onderzoek zijn geen territoria van huismussen aangetroffen binnen de begrenzing van het projectgebied. Gezien aan de bebouwing, waar de nestplaatsen van huismus zijn aangetroffen en omliggende tuinen en openbaar groen, geen werkzaamheden plaatsvinden en deze niet binnen de invloedssfeer van het projectgebied liggen, zijn geen negatieve effecten aan de orde en blijven deze behouden. Het aanvragen van een ontheffing voor huismus is niet noodzakelijk.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 12 van 17
4.4.3
Overige waarnemingen
Rugstreeppad Geschikt leefgebied voor rugstreeppad ontbreekt binnen de begrenzing van het projectgebied. Negatieve effecten op rugstreeppad zijn niet aan de orde. Door de sloop van het gebouw kan geschikt leefgebied voor rugstreeppad ontstaan. Negatieve effecten op rugstreeppad kunnen ontstaan wanneer rugstreeppad het projectgebied gaat bevolken en gedood wordt door de werkzaamheden. Het doden van individuen en het vernielen van voortplantingsplaatsen is een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voorzorgsmaatregelen dienen genomen te worden om te voorkomen dat geschikt leefgebied voor rugstreeppad gecreëerd wordt en negatieve effecten aan de orde zijn. Egel Algemene grondgebonden zoogdieren, zoals egel, kunnen tijdelijke negatieve effecten ondervinden indien deze aanwezig zijn binnen het projectgebied. Voor algemene grondgebonden zoogdieren geldt een vrijstelling van overtreding van verbodsbepalingen via een provinciale verordening van de provincie Utrecht. Voor deze soorten is een ontheffing niet nodig, maar dienen de werkzaamheden wel uitgevoerd te worden conform de algemene zorgplicht.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 13 van 17
5
VOORZORGSMAATREGELEN
Negatieve effecten op beschermde soorten dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. In dit hoofdstuk zijn algemene voorzorgsmaatregelen opgenomen ter voorkoming van verstoring of schade aan beschermde natuurwaarden. Hiermee wordt de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats gegarandeerd. Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het nemen van de opgenomen voorzorgsmaatregelen in de volgende paragrafen is niet afdoende om een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen ten aanzien van ruige dwergvleermuis. Voor het onderhavige project dient daarom ook een mitigatieplan verder uitgewerkt te worden. De maatregelen dienen nog verder uitgewerkt te worden in een mitigatieplan voor ruige dwergvleermuis en een ecologisch werkprotocol.
5.1
Zorgplicht
Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt te allen tijde de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht dient te nemen voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Een maatregel die aanvulling geeft aan de algemene zorgplicht is: • Bij het verwijderen van materialen en vegetatie rondom het projectgebied dient onnodig doden van algemene grondgebonden zoogdieren te worden voorkomen: het verwijderen van materialen wordt bij voorkeur uitgevoerd in de periode april-november. In die periode zijn deze soorten het minst kwetsbaar en in staat om zelf weg te vluchten.
5.2
Broedende vogels
Het verstoren van broedende vogels en het wegnemen of vernielen van eieren zijn niet toegestaan onder de Wet natuurbescherming. Een vaste broedperiode of -seizoen bestaat niet, de kans op aanwezigheid van broedende vogels is het grootst in de periode maart-augustus. De periode en duur van het broeden zijn afhankelijk van de vogelsoort en de weersomstandigheden. Kap- en rooiwerkzaamheden worden bij voorkeur uitgevoerd in de periode september-februari. De kans dat nesten in gebruik zijn, is in die periode minimaal. Voorafgaand aan het verwijderen van de begroeiing met aanwezige nesten dient een ter zake kundige ecoloog een controle uit te voeren op aanwezigheid van broedende vogels. Om overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen, dienen de volgende voorzorgsmaatregelen te worden nageleefd: • Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden moet het terrein gecontroleerd worden op de aanwezigheid van broedende vogels. • Indien broedende vogels aanwezig zijn, zal in het overleg met een ter zake kundige ecoloog worden bepaald op welke afstand tot de broedlocatie aangehouden moet worden. • Wanneer geen broedende vogels aanwezig zijn, kan het projectgebied ongeschikt worden gemaakt door het verwijderen van de aanwezige vegetatie.
• Wanneer verstoring van broedende vogels en het wegnemen of vernielen van eieren niet voorkomen kan worden, dient het werk uitgesteld te worden tot de jonge vogels zijn uitgevlogen en het nest niet meer gebruikt wordt. rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 14 van 17
5.3
Inzet verlichting
De volgende voorzorgsmaatregel geldt ten aanzien van verlichting: • Om de aanwezige foeragerende en passerende vleermuizen niet te verstoren en indirect schade toe te brengen aan kraamkolonies, mag in de periode april tot en met november bij werkzaamheden geen gebruik gemaakt worden van bouwverlichting tussen zonsondergang en -opkomst. Door niet tijdens de nachtelijke uren te werken (actieve periode van vleermuizen) wordt verstoring geheel uitgesloten. • Het is niet toegestaan voorzieningen voor permante verlichting van het projectgebied aan te brengen, anders dan overeenkomstig met de huidige aanwezige verlichting van de bebouwing. • Verlichting aan en in het gebouw moet dusdanig zijn dat de lichtbundel alleen naar beneden is gericht en zo veel mogelijk met een rood-kleurspectrum (zo beperkt mogelijk wit (ultraviolet)-kleurspectrum).
5.4
Rugstreeppad
Wanneer zanderig terrein met plassen water tijdens de werkzaamheden in de voortplantingsperiode van rugstreeppad (april tot en met juli) niet afgeschermd of opgeruimd wordt, is het mogelijk dat de rugstreeppad dit gebied zal bevolken. Het creëren van geschikt leefgebied kan voorkomen worden door het projectgebied goed af te schermen, op te ruimen en te voorkomen dat plassen water aanwezig zijn. Daarnaast kan voorkomen worden dat rugstreeppadden het gebied gaan gebruiken door zo min mogelijk tijdens de werkzaamheden zandhopen aan te brengen. Dit zijn voor rugstreeppadden geschikte leefgebieden (bijvoorbeeld als overwinteringslocatie in de periode half oktober tot en met maart). Indien de rugstreeppad aanwezig is (calamiteit), dient een ecoloog geraadpleegd te worden over de voortzetting van de werkzaamheden.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 15 van 17
6
CONCLUSIE
Ten behoeve van de sloop van het schoolgebouw en de bomenkap is een vleermuisonderzoek en huismus onderzoek uitgevoerd in Ameide. Gedurende het onderzoek zijn binnen het projectgebied drie soorten vleermuizen aangetroffen: • Gewone dwergvleermuis. • Ruige dwergvleermuis. • Rosse vleermuis. Uit het vleermuizenonderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • In het projectgebied is een paar- en winterverblijfplaats van ruige dwergvleermuis aanwezig. • Het projectgebied heeft geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. • Het projectgebied heeft geen functie als essentiële vliegroute voor vleermuizen. Uit het huismusonderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • Binnen de begrenzing van het projectgebied zijn geen nestplaatsen van huismus aanwezig. • Binnen de begrenzing van het projectgebied zijn geen territoria van huismus aangetroffen. • Essentiële functies voor huismus ontbreken binnen het projectgebied. Tijdens het onderzoek zijn rugstreeppad en egel aangetroffen. Voor deze soorten dienen voorzorgsmaatregelen genomen te worden.
6.1
Vervolgstappen
Voor ruige dwergvleermuis dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden (overgenomen uit Wet natuurbescherming Hoofdstuk 3, paragraaf 2, Artikel 3.8 vijfde lid): • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep. • De ingreep dient een dwingende reden van groot openbaar belang te hebben in de zin van: – in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. – in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Bovenstaande punten dienen uitgewerkt te worden in een natuurtoetsrapport, net als de te nemen mitigerende maatregelen voor ruige dwergvleermuis. De provincie Utrecht zal vervolgens beoordelen of aan alle voorwaarden is voldaan.
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 16 van 17
7
BRONNEN
Geraadpleegde literatuur: • Barataud M. 2015. – Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze; Muséum national d’Histoire naturelle, Paris (Inventaires et biodiversité series), 352 p. • Dietz, C. & Kiefer, A. (2017). Veldgids Vleermuizen van Europa. Zeist: KNNV Uitgeverij. • Kennisdocument Huismus, versie 1.0, BIJ12, d.d. juli 2017. • Kennisdocument Ruige Dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12, d.d. juli 2017. • Russ, J. (2012). British Bat Calls: A Guide to Species Identification. Exeter: Pelagic Publishing. Internetpagina’s: • www.vleermuis.net • ecogrid.ndff.nl • wetten.overheid.nl
rps.nl Ref.: 1900369A00-R19-1026 | 08 november 2019 Pagina 17 van 17
Bijlage 1. Vleermuisonderzoek – resultaten kraamperiode
Regionale ligging
0
25
schaal
1:1.000
50 m
Project:
De Kandelaar, Ameide Opdrachtgever:
Gemeente Vijfheerenlanden Omschrijving:
Landschap en natuur
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 6-11-2019
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl
Projectnummer:
1900369A00
Formaat:
A4
Projectleider:
T. Denayère
Schaal:
1:1.000
Auteur:
F. Reijngoudt
Status:
Definitief
Bestek
Datum:
6-11-2019
Fase: Logo opdrachtgever:
Blad: Nummer:
1900369A00
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
Resultaten vleermuisonderzoek kraamperiode
Q:\GGI\1 Projecten\1900369A00\3 Werkdossier\b GIS-kaarten\1900369A00 Resultaten vleermuisonderzoek kraamperiode.mxd
Bijlage 2. Vleermuisonderzoek – resultaten paarperiode
Regionale ligging
0
25
schaal
1:1.000
50 m
Project:
De Kandelaar, Ameide Opdrachtgever:
Gemeente Vijfheerenlanden Omschrijving:
Landschap en natuur
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 7-11-2019
Projectnummer:
1900369A00
Formaat:
A4
Projectleider:
T. Denayère
Schaal:
1:1.000
Auteur:
F. Reijngoudt
Status:
Definitief
Bestek
Datum:
7-11-2019
Fase:
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl
Logo opdrachtgever:
Blad: Nummer:
1900369A00
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
Resultaten vleermuisonderzoek paarperiode
Q:\GGI\1 Projecten\1900369A00\3 Werkdossier\b GIS-kaarten\1900369A00 Resultaten vleermuisonderzoek paarperiode.mxd
Bijlage 3. Huismus onderzoek resultaten
Regionale ligging
schaal
1:1.513
8
0
25
50 m
Project:
De Kandelaar, Ameide
8
Opdrachtgever:
Gemeente Vijfheerenlanden
8
Omschrijving:
Landschap en natuur
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 7-11-2019
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl
Projectnummer:
1900369A00
Formaat:
A4
Projectleider:
T. Denayère
Schaal:
1:1.513
Auteur:
F. Reijngoudt
Status:
Definitief
Bestek
Datum:
7-11-2019
Fase: Logo opdrachtgever:
Blad: Nummer:
1900369A00
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
Resultaten huismus onderzoek
Q:\GGI\1 Projecten\1900369A00\3 Werkdossier\b GIS-kaarten\1900369A00 Resultaten huismus onderzoek.mxd