Bijlage 4. Quickscan flora en fauna Lingedijk 65, Kedichem.pdf
Tekst van het document
quick scan flora en fauna onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen
ijzerman advies ruimtelijke ordening & ecologie
locatie Lingedijk 65, Kedichem rapportnummer 2020565a
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
ijzerman advies
|
quick scan flora en fauna locatie Lingedijk 65, Kedichem rapportnummer 2020565a
rapportnummer:
2020565a
datum:
4-11–2020
opdrachtgever:
Bouwkundig Tekenburo D. van Ballegooij B.V.
contactpersoon:
Dhr. D. Van Ballegooij
uitvoerder:
© IJzerman advies Postbus 6035 5002 AA Tilburg Tel. 013-5821401 GSM 06-38506432 Mail sander@landschappers.nl www.ijzermanadvies.com
projectleider:
S.J. IJzerman
IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
2
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Inhoudsopgave Inleiding
4
Beleidskader
5
Wet natuurbescherming
5
Werkwijze quick scan
6
Veldinspectie
6
Deskstudie
6
Expert judgement
6
Gebiedsbeschrijving
7
Huidige situatie
7
Gebiedsbescherming-voortoets
9
Habitattypen
11
Habitatrichtlijnsoorten
11
Effectenanalyse
12
Storingsfactor: oppervlakteverlies en versnippering
12
Storingsfactor: verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht
12
Overige storingsfactoren: verdroging, verontreiniging, verstoring door geluid, licht of trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten 14 Conclusie effectenanalyse
14
Soortbescherming
15
Flora
15
Ongewervelden
15
Amfibieën, vissen en reptielen
15
Broedvogels
15
Zoogdieren
16
Advies
17
Bronnen
18
ijzerman advies
|
3
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Inleiding
In opdracht van Bouwkundig Tekenburo D. van Ballegooij B.V. heeft IJzerman advies een actualisatie van een quick scan flora en fauna uit 2012 (IJzerman, 2012) uitgevoerd voor de planlocatie aan de Lingedijk 65 te Kedichem. De quick scan is uitgevoerd in het kader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ingrepen dient in kaart te worden gebracht of actuele beschermde natuurwaarden van de locatie worden bedreigd. In deze quick scan flora en fauna wordt vooraf een inschatting gemaakt van de effecten die toekomstige ruimtelijke ingrepen op de actuele beschermde natuurwaarden zullen hebben. Daarnaast wordt ook vanuit het oogpunt van planologische gebiedsbescherming naar de locatie gekeken. De quick scan flora en fauna is een toetsingsinstrument en levert een aantal duidelijke adviezen die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen (zoals bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek, vergunning, ontheffing of een goedgekeurde gedragscode). IJzerman advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en hanteert de door deze brancheorganisatie opgestelde gedragscode.
ijzerman advies
|
4
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Beleidskader Wet natuurbescherming
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt 3 bestaande wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Boswet en de Flora- en faunawet (bescherming van soorten). Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000- gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.
Als sprake is van locatie gebonden activiteiten met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan het aanvragen van de omgevingsvergunning apart een ontheffing aangevraagd. In het eerste geval geeft de initiatiefnemer bij de aanvraag omgevingsvergunning aan dat er sprake is van handelingen met gevolgen voor beschermde dieren plantensoorten. Deze werkwijze staat bekend als vrijwillig aanhaken. Het is aan de gemeente (als bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning) om te controleren of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager al apart ontheffing heeft aangevraagd. Essentieel is dat de gemeente toetst of de initiatiefnemer al dan niet terecht heeft aangegeven of de handeling gevolgen heeft voor beschermde soorten. Als een initiatiefnemer vooraf géén aparte ontheffing soortenbescherming heeft aangevraagd, dan moet de natuurtoets aanhaken en kan geen afzonderlijke ontheffing meer worden aangevraagd. Bij aanhaken legt de gemeente de aanvraag voor aan de provincie als het bevoegd gezag voor de natuurtoets. Overigens geldt dezelfde procedure bij handelingen met gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden.1 De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) 3. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Dit kan eveneens verschillen per provincie. Landelijk zijn er van een aantal vogelsoorten bovendien de nesten jaarrond beschermd. Daarnaast zijn er een aantal soorten landelijk vrijgesteld bij specifieke activiteiten.
1 http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/
2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
ijzerman advies
|
5
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Werkwijze quick scan
De quick scan flora en fauna is een oriënterend onderzoek naar de actuele beschermde natuurwaarden van een locatie in relatie tot de geplande ingrepen. De quick scan flora en fauna is een momentopname in tegenstelling tot een volledig ecologisch onderzoek dat uitgebreider is wat betreft omvang en tijdsduur. Een volledig ecologisch onderzoek bestaat uit soortgerichte, uitgebreide inventarisaties, die meestal in diverse opnamerondes en volgens standaardmethodes worden uitgevoerd. De quick scan flora en fauna bestaat uit een veldinspectie, een deskstudie en een beoordeling op basis van expert judgement. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de quick scan een veelgebruikt instrument dat inzicht geeft in de consequenties van de ingrepen ten aanzien van de natuurwetgeving.
Veldinspectie
De veldinspectie heeft plaats gevonden op 17 juni 2020. Hierbij werd de ecologische potentie van de locatie in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten (ook in de directe omgeving) onderzocht. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). Daarnaast is er gezocht naar plantenresten of beginnende vegetaties. De weersomstandigheden waren zonnig.
Deskstudie
De deskstudie richt zich op bekende ruimtelijke plannen (lokaal, provinciaal, nationaal en Europees) die relevant zijn voor deze locatie. Hierbij is ook de effectenindicator gebruikt. Daarnaast wordt de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor de locatie specifiek en de directe omgeving ervan.
Expert judgement
Op basis van expert judgement wordt een uitspraak gedaan over de actuele beschermde natuurwaarden van de locatie in relatie tot geplande ontwikkelingen. Voor de expert judgement kan gebruik worden gemaakt van een netwerk van specialisten. Als de deskstudie en de veldinspectie onvoldoende houvast bieden om tot een onderbouwde beoordeling te komen, zal worden aangegeven dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de effecten op de aanwezige natuurwaarden te kunnen beoordelen.
ijzerman advies
|
6
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Gebiedsbeschrijving Huidige situatie
Het plangebied is gelegen achter die huizen aan de Kerkstraat, op Lingedijk 65 in de bebouwde kern van Kedichem. Langs de oostelijke en zuidelijke zijde wordt de locatie begrensd door de Lingedijk. Het betreft een onbebouwd perceel met gras aan de voet van de Lingedijk. Opgaande groenstructuren omzomen de locatie. Waterstructuren ontbreken op de planlocatie. Men is voornemens twee vrijstaande woningen te realiseren op de locatie.
Afbeelding 1: ligging plangebied in blauw (bron: Google Earth)
ijzerman advies
|
7
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
ijzerman advies
|
8
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Gebiedsbescherming-voortoets Het plangebied is gelegen op geringe afstand tot Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid (gebiedsnummer 70). Het Natura 2000 gebied Lingedijk en Diefdijk-Zuid omvat 750 hectare en is gelegen in de provincies Utrecht, Gelderland en Zuid-Holland. Het omvat de oeverlanden van de rivier de Linge, die een smal stroomgebied heeft dat tussen Rijn en Waal ligt ingekneld. Door zijn omvang, schaal en dynamiek neemt de Linge een bijzondere positie in in het Nederlandse rivierenlandschap. Het landschap is minder dynamisch dan dat van de Rijn, Waal, Maas en IJssel, maar heeft in veel opzichten toch het karakter van een rivierenlandschap met daarbij behorende landschapselementen, begroeiingen en soorten. Samenhangend met de geringere dynamiek, wordt het gebied gekenmerkt door interessante overgangen naar laagveen, wat tot uiting komt door een diversiteit aan verlandingsgemeenschappen. Door zijn kleinschaligheid is het gebied van groot belang voor de kamsalamander.
Afbeelding 2: ligging plangebied in blauw (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden)
Het plangebied Lingedijk 65 is gelegen op 20 meter hemelsbreed van de begrenzing van het Natura 2000-gebied, aan de overzijde van de Lingedijk N261. In deze voortoets worden de effecten van de storingsfactoren van de voorgenomen ontwikkelingen op het Natura 2000-gebied nader onderzocht.
ijzerman advies
|
9
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Afbeelding 3: detailligging plangebied in blauw (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden)
Het Natura 2000 gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid is onderverdeeld in een vijftal deelgebieden, te weten: Diefdijk Oost, Diefdijk West, Linge binnendijks, Linge buitendijks en Nieuwe Zuiderlingedijk. Het plangebied ligt op 20 meter hemelsbreed verwijderd van deelgebied Linge buitendijks en op 750 meter van Nieuwe Zuiderlingedijk. Linge buitendijks (donkerblauw op figuur 4) omvat het deel van het Natura 2000-gebied dat onder directe invloed van de rivier de Linge staat. De Linge is een oude Rijnloop die momenteel functioneert als boezem voor de Betuwe en de Vijfheerenlanden. Incidenteel treden inundaties van de oeverlanden op.
Afbeelding 4: deelgebieden. plangebied in blauw (bron: https://www.natura2000.nl/gebieden)
ijzerman advies
|
10
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Nieuwe Zuiderlingedijk (roze op figuur 4) ligt aan weerszijden van de gelijknamige dijk en is 146 ha groot. Het gebied is binnendijks gelegen. De percelen zijn ontstaan door klei afgraving ten behoeve van de dijk. Het gebied is bijna geheel in eigendom van SBB.
Habitattypen
Voor het Natura 2000-gebied zijn de volgende Habitattypen en subtypen aangewezen: Habitattype
Habitatsubtype
H3150 - Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden H6430A - Ruigten en zomen
Moerasspirea
H6510A - Glanshaver- en vossenstaarthooilanden
Glanshaver
H6510B - Glanshaver- en vossenstaarthooilanden
Grote vossenstaart
H7230 - Kalkmoerassen H91E0A - Vochtige alluviale bossen
Zachthoutooibossen
H91E0B - Vochtige alluviale bossen
Essen-iepenbos
H91E0C - Vochtige alluviale bossen
Beekbegeleidende bossen
Habitatrichtlijnsoorten
Voor het Natura 2000-gebied zijn de volgende Habitatrichtlijnsoorten aangewezen: Habitatrichtlijnsoorten H1134 - Bittervoorn H1145 - Grote modderkruiper H1149 - Kleine modderkruiper H1166 - Kamsalamander H1337 - Bever
ijzerman advies
|
11
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Effectenanalyse Storingsfactor: oppervlakteverlies en versnippering
Onder oppervlakteverlies wordt verstaan: afname van beschikbaar oppervlak van leefgebied soorten en/of habitattypen. Van versnippering is sprake wanneer het leefgebied uiteenvalt. De ontwikkelingen met bijbehorende werkzaamheden vinden plaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied, daarnaast zijn de voor dit gebied aangewezenhabitattypen en habitatrichtlijnsoorten niet in het plangebied zelf aangetroffen. Op basis van deze gegevens kan geen sprake zijn van oppervlakteverlies of versnippering.
Storingsfactor: verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er een AERIUS berekening uitgevoerd voor de locatie door BURO SRO (SR200187, 26 november 2020) om de effecten van significante stikstof depositie uit de lucht te onderzoeken. Uit deze berekening komt naar voren dat er voor de gebruiksfase de rekenresultaten niet hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j zijn en dus niet significant effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Lingegebied & Diefdijk-Zuid. De bouwfase van het project kent een depositie toename van stikstof van 0,06 mol/ha/j. Een vergunning Natuurbeschermingswet is daarom nodig. De AERIUS berekening voor de bouwfase per habitattype met hoogste resultaat op stikstofgevoeligheid geeft voor deze ontwikkeling een resultaat van 0,06 en 0,03 mol/ha/j voor de de volgende twee typen: -Hoogste bijdrage :0,06 mol/ha/j voor H999:70 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H72230, Kalkmoerassen) -Bijdrage 0,03 mol/ha/j voor H91E0C - Vochtige alluviale bossen (Beekbegeleidende bossen). Vanuit de vigerende gebieds-analyse PAS is er het volgende bekend aangaande deze twee Habitatsubtypen: -H7230 - Kalkmoerassen: Het habitattype H7230 Kalkmoerassen omvat weinig productieve, al of niet veenvormende, zeer basenminnende en zeer soortenrijke begroeiingen van vooral kleine zeggen, biezen, russen en slaapmossen.
Veel van deze soorten zijn zeldzaam, net als diverse voorkomende orchideeënsoorten. De hoge soortenrijkdom en de vele zeldzaamheden hangen samen met het bijzondere milieu: natte, voedselarme, zeer basenrijke tot kalkrijke bodems. Door de lage voedselrijkdom wordt de vegetatie niet gedomineerd door hoogopgaande soorten, maar is er veel plaats voor laagblijvende, weinig concurrentiekrachtige planten. Het habitattype is zeer zeldzaam. Bij veel terreinen gaat het om oppervlakten van hooguit enkele honderden vierkante meters. Knelpunten voor dit voedselarme type zijn slechte waterhuishouding, ontoereikend beheer en natuurlijke successie naar meer gesloten begroeiing. Alle knelpunten hebben een verhoging van stikstof tot gevolg. Ook stikstofdepositie heeft (zij het in veel kleinere mate dan de andere knelpunten) voor dit type dus effect aangezien de kritische depositiewaarde van 1071 mol N/ha/j altijd wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied komt dit type voor zover bekend alleen voor bij Acquoy in de Put van Bullee op circa 5,5 kilometer oostelijk van het plangebied. Bij een onbekend habitattype wordt de berekening gebaseerd op het meest kritische habitattype uit het gehele Natura 2000-gebied.
Gezien de afstand tot het bestaande habitattype (5,5 kilometer), ontbrekende verspreiding van dit type nabij de planlocatie en het ontbreken van de geschikte abiotiek voor dit type in de omgeving, kan worden gesteld dat het niet waarschijnlijk is dat dit type zich ook in de nabijheid van het plange-
ijzerman advies
|
12
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
bied bevindt. Gezien deze afwezigheid en de afstand is aan te nemen dat de instandhoudingsdoelstellingen van dit type niet significant worden aangetast door de toename van stikstofdepositie in de lucht (0,06 mol N/ha/j) bij de bouwfase van dit project. -H91E0C - Vochtige alluviale bossen (Beekbegeleidende bossen). Het subtype Beekbegeleidend bos (H91E0C) komt voor in de lager gelegen uitgedijkte terreinen langs de Diefdijk en vooral de Nieuwe Zuiderlingedijk. Verder komt het zeer lokaal buitendijks voor langs de Linge (Koornwaard, Asperense Waard) en lokaal ook binnendijks nabij de Put van Bullee. Dit betreft voor zover het gekarteerde voorkomens totaal 44 ha. Daarnaast zal het subtype ook voorkomen in het zoekgebied H91E0 Alluviaal bos, maar de oppervlakte zal beperkt zijn, zeker buitendijks. Het subtype bestaat vooral uit elzenbossen. Net als de wilgenbossen en -grienden ligt ook het merendeel van deze elzenbossen op rabatten en kende een hakhoutexploitatie. Dit hakhoutbeheer is ook hier al langere tijd vrijwel (?) overal gestaakt. Lokaal komt spontaan gevestigd elzenbos in voormalige rietlanden voor (ondermeer nabij de Oude Horn), vaak in successie voorafgegaan door grauwe wilgstruwelen. Voor dit type zijn de knelpunten met name verhoging, moederlijkheid van water en bodem en bossuccessie. Alle knelpunten hebben een toename van stikstof tot gevolg.
Ook stikstofdepositie heeft (zij het in veel kleinere mate dan de andere knelpunten) voor dit type dus effect aangezien de kritische depositiewaarde van 1857 mol N/ha/j altijd wordt overschreden. Voor zover bekend komt dit type voor in het deelgebied Nieuwe Zuiderlingedijk op circa 2,5 kilometer afstand tot de planlocatie (zie afbeelding 5). Gezien de afstand tussen de planlocatie (2,5 kilometer) en de berekende jaarlijkse depositie van 0,03 mol N/ha/j, zullen de significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van dit Habitattype verwaarloosbaar zijn.
PLanlocatie
2,5 km
Habitattype H91E0C
Afbeelding 5: habitatten in omgeving planlocatie (bron: 070_Lingegebied-en-DiefdijkZuid_gebiedsanalyse_15-12-17_GL.pdf)
ijzerman advies
|
13
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Overige storingsfactoren: verdroging, verontreiniging, verstoring door geluid, licht of trilling, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten Niet van toepassing. Geen van de bovenstaande factoren heeft significante negatieve invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied.
Conclusie effectenanalyse
Gezien de afstand tot de voor stikstof meest kwetsbare habitattypen binnen het Natura 2000-gebied zelf, zijnde 2,5 kilometer tot H91E0C en 5,5 kilometer tot H7230, kan worden gesteld dat de depositie tijdens bouwfase (respectievelijk 0,03 mol N/ha/j en 0,06 mol N/ha/j) een verwaarloosbaar negatief effect zal hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de twee kwetsbare habitattypen.
ijzerman advies
|
14
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Soortbescherming Flora
Bij de veldinspectie is het plangebied onderzocht door een ervaren vegetatiekundige, op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Op en langs de randen van de percelen zijn enkel vrijgestelde soorten en zijn er geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied is met nadruk geïnspecteerd op potentiële groeiplaatsen voor beschermde soorten. Deze soorten of hun groeiplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Ongewervelden
Beschermde ongewervelden, zoals bepaalde vlinders, libellen, kevers en mieren, zijn niet aangetroffen op de planlocatie. De locatie bevat geen natuurlijk ontwikkelde oevervegetaties of arme- of matig-voedselrijke vegetaties. Beschermde soorten zijn vaak zeer specifiek in hun biotoopkeuze en afhankelijk van de aanwezigheid van (vaak zeldzame en kwetsbare) waardplanten of vegetaties. Op de planlocatie ontbreken deze omstandigheden, waardoor ook geschikte biotopen voor deze beschermde ongewervelden ontbreken. Op basis van de aangetroffen omstandigheden kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten voorkomen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Amfibieën, vissen en reptielen
Potentiële geschikte water- en oeverstructuren voor beschermde soorten ontbreken op de planlocatie zelf. Beschermde amfibieën- of vissoorten zullen hierdoor geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie is het mogelijk dat er in het plangebied enkele algemene amfibieënsoorten, zoals bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn (artikel 3.10), worden zij niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Utrecht. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (hier van toepassing). Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Op de planlocatie zijn geen overig beschermde soorten aangetroffen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Broedvogels
Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van de nieuwe Wet natuurbescherming. U dient daarom gedurende de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde.
ijzerman advies
|
15
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Op de planlocatie ontbreken opgaande groenstructuren zoals bomen en struiken. Rekening houden met broedvogels in bomen is derhalve niet aan de orde. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
Zoogdieren
Het is mogelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de locaties kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Utrecht tot de vrijgestelde soorten. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten. Op de planlocatie staan geen bomen of bebouwing. Potentiële vaste verblijfslocaties voor vleermuizen ontbreken op de locatie. Als foerageergebied heeft het gebied geen substantiële functie voor vleermuizen. In de omgeving kunnen in theorie algemene soorten zoals gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) voorkomen. Deze dieren zijn cultuurvolgers en maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting.
Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen, worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties of het ontbreken van een gebruiksfunctie (foerageergebied of vliegroute) geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie.
ijzerman advies
|
16
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Advies
• Gezien de afstand tot de voor stikstof meest kwetsbare habitattypen binnen het Natura 2000-gebied zelf, zijnde 2,5 kilometer tot H91E0C en 5,5 kilometer tot H7230, kan worden gesteld dat de depositie tijdens bouwfase (respectievelijk 0,03 mol N/ha/j en 0,06 mol N/ha/j) een verwaarloosbaar negatief effect zal hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de twee kwetsbare habitattypen. • Vrijgestelde soorten kunnen mogelijkerwijs worden aangetroffen. Hiervoor hoeft in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het voorkomen van deze soorten wordt door de geplande ontwikkelingen niet in gevaar gebracht. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van de meest verstorende werkzaamheden in de maanden september en oktober. • Op basis van de deskstudie NDFF in combinatie met de veldinspectie, de aanwezige structuren en biotopen worden beschermde soorten niet verwacht op de planlocatie. • Voor overige beschermde soorten is nader onderzoek niet noodzakelijk door het ontbreken van geschikte biotopen en vaste verblijfslocaties.
ijzerman advies
|
17
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
Bronnen
https://www.provincie-utrecht.nl/ www.vogelbescherming.nl www.ravon.nl www.sovon.nl https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/wetgeving-voor-natuurbescherming-in-nederland https://www.natura2000.nl/sites/default/files/PAS/Gebiedsanalyses_vigerend/070_Lingegebied-en-Diefdijk-Zuid_gebiedsanalyse_15-12-17_GL.pdf Boye, P. et al., Fledermäuse und Fledermausschutz in Deutschland, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 1999. Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C. et al., Handbuch der Fledermäuse Europas und Nordwestafrikas, Kosmos, 2007. Dietz, M. et al. Von Fledermäusen und Menschen, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2002. IJzernan, S.J., quick scan flora en fauna locatie Lingedijk 65, Kedichem, rapportnummer 2012349, Tilburg 2012. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004.
Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Nie, H. de, Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing Int BV, Doetinchem 1996. Simon, M, et al. Ecology and Conservation of Bats in Villages and Towns, Bundesambt für Naturschutz, Bonn, 2004. Sinsch, U., Biologie und Ökologie der Kreuzkröte, Laurenti, 1998.
ijzerman advies
|
18
quick scan flora en fauna
Lingedijk 65
Kedichem
SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Spikmans, F. & J. Kranenbarg, Herkenning zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Spikmans, F. & T. de Jong, Het waarnemen van zoetwatervissen, RAVON, Nijmegen, 2006. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999.
ijzerman advies
|
19