CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Nader ecologisch onderzoek (steenuil en vleermuizen) (1)

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 17 april 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling Gewijzigd Bestemmingsplan Uitbreiding Noachschool Schoonrewoerd4.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage ecologisch veldonderzoek steenuil en vleermuizen

Dorpsstraat 26, Schoonrewoerd

In opdracht van: Gemeente Vijfheerenlanden 26 september 2022

Colofon © 2022 Laneco / Gemeente Vijfheerenlanden Tekst en samenstelling: I. Brandsma BSc. en J. Geisler MSc. Tweede lezer:

R. Eversteijn

Projectnummer:

139.21.03

In opdracht van:

Gemeente Vijfheerenlanden

Wijze van citeren:

Brandsma I. en Geisler, J. (2022). Rapportage ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

Laneco is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, gewijzigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de hierboven aangegeven opdrachtgever en Laneco. Noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Laneco is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Laneco. De opdrachtgever vrijwaart Laneco voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

INHOUD 1

INLEIDING .................................................................................................... 4

1.1 1.2 2

STEENUIL ..................................................................................................................................... 6

ONDERZOEKSVRAAG ...................................................................................................................... 8 ONDERZOEKSMETHODIEK ................................................................................................................ 8 ONDERZOEKSRONDES ..................................................................................................................... 9

ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 10

4.1 4.2 4.3 5

VLEERMUIZEN............................................................................................................................... 6

ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE ................................................................ 8

3.1 3.2 3.3 4

GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN ................................................................................... 4

SOORTBESCHRIJVING ................................................................................... 6

2.1 2.2 3

AANLEIDING ................................................................................................................................. 4

VLEERMUIZEN............................................................................................................................. 10 STEENUIL ................................................................................................................................... 12 OVERIGE WAARNEMINGEN ............................................................................................................ 12

CONCLUSIES EN CONSEQUENTIES ............................................................... 13

5.1

CONCLUSIE, EFFECTEN EN CONSEQUENTIES ....................................................................................... 13

BIJLAGE 1

WAARNEMINGEN OP KAART - VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN....... 14

BIJLAGE 2

WAARNEMINGEN OP KAART - VLEERMUIZEN KRAAMSEIZOEN .... 15

BIJLAGE 3

LITERATUURLIJST ....................................................................... 16

BIJLAGE 4

SOORTENBESCHERMING ............................................................. 17

1

INLEIDING 1.1 AANLEIDING Op het terrein aan de Dorpsstraat 26 te Schoonrewoerd is men voornemens om de basisschool (Noachschool) in noordelijke richting uit te breiden en op de locatie van de schuur (noordwestzijde van het plangebied) een woning te bouwen (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied (rode contour) (ondergrond: PDOK Viewer, 2021)

Uit een door Laneco uitgevoerde quick scan flora en fauna (Van den Hoven, 2021) is geconcludeerd dat de aanwezigheid van en daarmee negatieve effecten door de geplande werkzaamheden op gebouwbewonende vleermuissoorten en steenuil (Athene noctua) niet kan worden uitgesloten binnen het plangebied. Middels nader ecologisch onderzoek is onderzocht of en hoe deze soorten/soortgroepen gebruik maken van het plangebied.

1.2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN BEOOGDE INGREPEN Het plangebied ligt in het dorp Schoonrewoerd (gemeente Vijfheerenlanden, provincie Utrecht) ten noorden van de plaats Leerdam en zuiden van de plaats Utrecht. Het plangebied ligt aan de zuidelijke buitenrand van Schoonrewoerd. Het centrum van Schoonrewoerd langs de Dorpsstraat ligt ten westen van het plangebied.

LANECO 4

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

Ten zuiden wordt het plangebied door een woonhuis met parkeerplaats aan de Schoonrewoerdse Kerkweg begrensd. Aan de oostzijde wordt het plangebied door een brede watergang begrensd, met daarachter woonhuizen. Ten noorden en westen bevinden zich enkele woonhuizen met bijbehorende tuinen. Het plangebied bestaat uit twee terreinen. Het zuidelijke deel is van de Noachschool en het noordelijke deel het erf van de Dorpsstraat 26. Het terrein van de Noachschool is volledig verhard en bestraat (zie afbeelding 2). Naast het schoolgebouw bevindt zich een voetbalveld en enkele speeltoestellen. Op het erf van de Dorpsstraat 26 staan een schuur, een boomgaard en enkele losse bomen. De rest is in gebruik als tuin, dan wel moestuin. De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van de schuur op het erf en het realiseren van een woning op deze locatie. Daarnaast zal het schoolgebouw in noordelijke richting worden uitgebreid. Hiervoor wordt de noordmuur weggebroken om de aanbouw te laten aansluiten. Ook wordt mogelijk het voetbalveld verplaatst, wat in dit stadium nog onbekend is.

Afbeelding 2: Indruk van de school en de noordmuur aan welke zijde de uitbreiding plaats gaat vinden (foto’s: Laneco 2021).

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

5

2

SOORTBESCHRIJVING 2.1 VLEERMUIZEN Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die aan de hand van echolocatie hun positie bepalen. Deze nachtdieren verblijven overdag in besloten ruimtes. Vleermuizen worden globaal onderverdeeld in gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn echter ook soorten die van beide elementen gebruik maken. Ook is onderscheid te maken in zomer- en winterverblijfplaatsen van de verschillende soorten. Een groot aantal soorten overwintert in bunkers, grotten en kelders. Dit geldt ook voor sommige soorten die ’s zomers in boomholten verblijven. Andere soorten vleermuizen verblijven het gehele jaar in gebouwen (spouwmuren, achter gevelbetimmeringen en dergelijke) of bomen (in holten of achter de bast). Vanaf begin april komen vleermuizen tevoorschijn uit hun winterverblijven. Afhankelijk van het weer verschijnt de ene soort wat later dan de andere. Van half mei tot half juli vormen de vleermuizen kraamkolonies waarin de jongen worden geboren en grootgebracht. De mannetjes verblijven dan apart in kleinere groepen. In het paarseizoen, vanaf half augustus tot september, vallen de kraamkolonies uiteen. Sommige soorten vleermuizen trekken dan uit hun voortplantingsgebied weg, terwijl andere soorten nooit ver vliegen tussen zomer- en winterverblijf. De meeste vleermuissoorten paren in deze periode.

Vanaf oktober gaan de verschillende soorten in winterslaap, waarbij de ene soort zich eerder terugtrekt in zijn winterverblijf dan de andere (Helmer, 1987). De

soorten

maken

vaak

jarenlang

gebruik

van

vaste

aanvliegroutes

tussen

verblijfsplaats en foerageergebied en volgen daarbij lijnelementen zoals bomenrijen of bebouwing. Het behoud van zulke lijnelementen kan daarom cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Alle vleermuissoorten, hun verblijfplaatsen en belangrijke onderdelen van het leefgebied zijn strikt beschermd in de Wet natuurbescherming (artikel 3.5 van deze wet en bijlage IV van de Habitatrichtlijn). Uit de quick scan (Van den Hoven, 2021) is gebleken dat het plangebied, het schoolgebouw, is geschikt als verblijfplaats voor de soorten gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), laatvlieger (Eptesicus serotinus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Het schuurtje aan de noordwestzijde van het plangebied is niet geschikt voor vleermuizen.

2.2 STEENUIL De steenuil is de kleinste uilensoort van Nederland. Zijn territorium omvat over het algemeen maar enkele hectares, en in het broedseizoen worden de meeste prooien binnen 200 meter rond de nestplaats verzameld. De steenuil maakt jaarrond gebruik van zijn territorium en nestplaats en is een typische bewoner van kleinschalige erven

LANECO 6

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

en cultuurlandschappen. Het gaat bij onderzoek niet alleen om de aanwezigheid van de steenuil in het plangebied, maar ook om de aanwezigheid van andere territoria in de omgeving; dit om na te gaan of er voldoende alternatieven zijn voor eventueel in het plangebied aanwezig steenuilenparen.

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

7

3

ONDERZOEKSVRAAG EN METHODE 3.1 ONDERZOEKSVRAAG Het doel van dit onderzoek is om na te gaan of de voorgenomen ingreep gevolgen heeft op de beschermde soorten gebouwbewonende vleermuizen en de steenuil. Wanneer effecten op deze beschermde soorten/soortgroepen zodanig zijn dat belangrijke onderdelen van het leefgebied of de nest- en verblijfplaatsen (indirect) verloren gaan, dan moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de ingreep worden aangevraagd.

3.2 ONDERZOEKSMETHODIEK 3.2.1 Vleermuizen Het onderzoek is verricht met behulp van een batdetector D240X. De batdetector vertaalt het voor mensen onhoorbare ultrasone geluid van vleermuizen naar hoorbare geluiden. Vleermuizen zijn op naam gebracht door interpretatie van het ritme en de klank van hun sonargeluid, gecombineerd met zichtwaarnemingen van vliegstijl en grootte. De geluiden zijn waar nodig opgenomen en later geanalyseerd in het programma Batsound en/of Batexplorer. Er is gewerkt conform het vleermuisprotocol 2021 zoals opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2020). Paarseizoen 2021 In het paarseizoen van 2021 zijn twee onderzoeksrondes uitgevoerd om de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van de soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis te onderzoeken. Vanwege het geringe volume van het gebouw is onderzoek naar massawinterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis niet noodzakelijk. De twee onderzoeksrondes zijn door één persoon uitgevoerd en duurden minimaal twee uur. Eén van de twee onderzoeksrondes is rond middernacht uitgevoerd in verband met potentiële aanwezigheid van ruige dwergvleermuis.

Kraamseizoen 2022 Er zijn twee onderzoeksrondes uitgevoerd in het kraamseizoen van 2022 om de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen en kraamkolonies te onderzoeken van de soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Het plangebied bestaat uit 1 muur waardoor er 100% overzicht was gedurende het onderzoek. Een derde (ochtend)onderzoeksronde is dan ook niet nodig. De twee onderzoeksrondes betroffen twee avondonderzoeken en zijn door 1 persoon uitgevoerd. De onderzoekrondes duurden tot minimaal 2,5 uur na zonsondergang, vanwege de mogelijke aanwezigheid van grootoorvleermuis.

LANECO 8

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

3.2.2 Steenuil Het onderzoek naar steenuil is uitgevoerd in de avonduren, wanneer uilen actief worden. Het onderzoek is middels verschillende methoden uitgevoerd: •

Op drie avonden in de periode februari tot eind april, wanneer steenuilen territoriaal gedrag vertonen, is door het afspelen van territoriumgeluiden de steenuil gestimuleerd om zijn aanwezigheid kenbaar te maken;

•

Er is tijdens de veldbezoeken gelet op foeragerende uilen;

•

Het plangebied is onderzocht (de potentieel geschikte verblijfplaatsen) op kalksporen en braakballen die typisch zijn voor steenuilen.

De onderzoeksmethode voor steenuil is uitgevoerd conform de onderzoeksmethode zoals beschreven in het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2017).

3.3 ONDERZOEKSRONDES 3.3.1 Vleermuizen Datum

Start/einde

Type

(uur) 08 september

21.45 – 00.05

2021 27 september

onder

(Bft)

(°C)

20.08

0

22

Helder

19.17

0-1

14

Helder

21.32

2

12

Bewolkt

22.03

0-1

17

Helder

paarseizoen 20.25 – 22.25

2021 20 mei 2022

Vleermuizen

Zon op/ Windkracht Temperatuur Weersomstandigheden

Vleermuizen paarseizoen

21.20 – 00.05

Vleermuizen kraamseizoen

23 juni 2022

21.55 – 00.35

Vleermuizen kraamseizoen

3.3.2 Steenuil Datum

Start/einde

Type

(uur)

Zon op/ Windkracht Temperatuur Weersomstandigheden onder

(Bft)

(°C)

09 maart 2022

19.45 – 20.45

Steenuil

18.31

2

6

Helder

24 maart 2022

21.00 – 22.00

Steenuil

19.00

0

9

Helder

25 april 2022

22.00 – 23.10

Steenuil

20.55

0

9

Bewolkt

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

9

4

ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 VLEERMUIZEN 4.1.1 Waarnemingen paarseizoen 2021 Eerste onderzoeksronde, 8 september 2022 Tijdens de eerste onderzoekronde zijn de soorten gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis waargenomen. Gedurende de onderzoekronde foerageerden 3 tot 4 gewone dwergvleermuizen in het plangebied. Er foerageerde 1 dier boven de boomgaard en 2 dieren langs de westzijde van het schoolgebouw. Boven de watergang werd een 4 e gewone dwergvleermuis waargenomen

die

in

zuidelijke

richting

wegvloog.

Een

ruige

dwergvleermuis

foerageerde een kort moment boven het schoolplein en een gewone grootoorvleermuis foerageerde bij de boomgaard. Beide soorten zijn verder niet meer waargenomen tijdens deze onderzoekronde. Halverwege de onderzoeksronde vloog een rosse vleermuis hoog over het plangebied heen en 2 tot 3 laatvliegers vlogen langs het plangebied. Bij de woning ten zuiden buiten het plangebied is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld aan de noordzijde van de woning. In het plangebied zijn tijdens deze onderzoekronde geen verblijfplaatsen vastgesteld. Tweede onderzoeksronde, 27 september 2021 Gedurende de tweede onderzoeksronde zijn de soorten gewone dwergvleermuis en rosse

vleermuis

waargenomen.

In

het

plangebied

foerageerden

2

gewone

dwergvleermuizen, waarvan 1 dier boven en rondom het schoolgebouw foerageerde en 1 dier langs het groen en de schuur. Buiten het plangebied foerageerden, verspreid langs de Dorpsstraat, 4 tot 5 gewone dwergvleermuizen. Bij 1 van de woningen, buiten het plangebied, werd een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Ten zuidwesten van het plangebied werd een overvliegende rosse vleermuis waargenomen, het dier had geen binding met het plangebied. 4.1.2 Samenvatting paarseizoen 2021 Tijdens

het

kraamseizoen

grootoorvleermuis

(gezien

zijn de

de

soorten

landelijke

gewone

dwergvleermuis,

verspreiding),

ruige

gewone

dwergvleermuis,

laatvlieger en rosse vleermuis waargenomen. In het plangebied zijn 3 tot 4 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Ook een ruige dwergvleermuis en een gewone grootoorvleermuis foerageerde een kort moment in het plangebied. In het plangebied zijn geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Buiten het

LANECO 10

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

plangebied zijn twee paarverblijfplaatsen vastgesteld; 1 paarverblijfplaats bij de woning ten zuiden van het plangebied en 1 paarverblijfplaats bij een woning aan de dorpsstraat ten westen van het plangebied. Er zijn geen andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. 4.1.3 Waarnemingen kraamseizoen 2022 Eerste onderzoeksronde, 20 mei 2022 De eerste onderzoeksronde vond plaats op 20 mei 2022. Hierbij werd enkel de soort gewone dwergvleermuis waargenomen. Gedurende de avond werd door 1 gewone dwergvleermuis gefoerageerd in de boomgaard achter de heg ten noorden van het schoolgebouw. Buiten het plangebied foerageerde 1 gewone dwergvleermuis boven de watergang ten oosten van het plangebied. Tijdens deze onderzoeksronde zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen in het plangebied vastgesteld. Tweede onderzoeksronde, 23 juni 2022 Tijdens de tweede onderzoeksronde zijn de soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. In het plangebied foerageerden pas later op de avond 3 tot 4 gewone dwergvleermuizen en 2 tot 3 laatvliegers boven en in de boomgaard. Ook werd in de boomgaard een ruige dwergvleermuis waargenomen. Een rosse vleermuis vloog hoog over het plangebied heen waarbij de soort enkel gehoord is en niet gezien.

Er zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen vastgesteld tijdens deze onderzoekronde. Buiten het plangebied werden enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen die met name rond de kerk (Nederlands Hervormde Kerk (PKN)) en het omliggende groen foerageerden. 4.1.4 Samenvatting kraamseizoen Tijdens het kraamseizoen zijn de soorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. In het plangebied zijn voornamelijk foeragerende vleermuizen waargenomen, die geen verdere binding met het plangebied vertoonden. Ook andere onderdelen als essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen zijn niet aangetroffen. Incidenteel foerageerden maximaal twee ruige dwergvleermuizen in het plangebied. De soorten laatvlieger en rosse vleermuis werden enkel over-/langsvliegend waargenomen en hebben geen binding met het plangebied.

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

11

4.2 STEENUIL Eerste onderzoeksronde, 09 maart 2022 Tijdens de eerste onderzoekronde is gelet op aanwezigheid van de steenuil door te luisteren naar roepende dieren. Ook is er gezocht naar sporen (braakballen, kalksporen) in het plangebied. Er zijn tijdens deze onderzoeksronde geen steenuilen gehoord of gezien en er zijn geen sporen aangetroffen die op aanwezigheid van deze soort kunnen duiden. Tweede onderzoeksronde, 24 maart 2022 Gedurende de tweede onderzoeksronde is opnieuw gezocht naar aanwezigheid van steenuil in het plangebied, waarbij ook gelet is op de aanwezigheid van sporen (braakballen, kalksporen). Opnieuw is de soort niet gezien of gehoord en zijn er geen sporen aangetroffen in het plangebied. Derde onderzoeksronde, 25 april 2022 Ook tijdens de derde onderzoekronde zijn in het plangebied geen steenuilen gezien of gehoord. Ook tijdens deze ronde is gelet op aanwezigheid van sporen (braakballen, kalksporen), maar ook deze zijn niet aangetroffen. 4.2.1 Samenvatting waarnemingen steenuil Gedurende de drie onderzoeksrondes naar steenuil zijn in het plangebied geen steenuilen gezien of gehoord. Ook zijn in het plangebied geen sporen, zoals braakballen of kalksporen, van steenuil gevonden.

4.3 OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens de onderzoeksronde op 20 mei 2022 is een egel (Erinaceus europaeus) aangetroffen in de boomgaard in het plangebied. Voor deze soort geldt in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling een vrijstelling voor het aantasten van vaste rusten verblijfplaatsen. Er zijn geen andere van belang zijnde waarnemingen gedaan.

LANECO 12

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

5

CONCLUSIES EN CONSEQUENTIES 5.1 CONCLUSIE, EFFECTEN EN CONSEQUENTIES 5.1.1 Vleermuizen Uit het gerichte onderzoek naar vleermuizen is gebleken dat in het plangebied geen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig zijn. De voorgenomen (sloop)werkzaamheden hebben dan ook geen negatieve invloed op vleermuizen. Het

plangebied,

met

name

de

boomgaard,

wordt

door

4

tot

5

gewone

dwergvleermuizen, 2 tot 3 laatvliegers en een enkele ruige dwergvleermuis gebruikt om te foerageren. Vanwege de enkele waarnemingen en de aanwezigheid van groen in de directe omgeving van het plangebied, is de boomgaard en het omliggende groen geen essentieel onderdeel van het leefgebied van deze soorten. Ook essentiële vliegroutes zijn niet aangetroffen in het plangebied. Er zijn dan ook geen consequenties ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling voor vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming. 5.1.2 Steenuil Tijdens het gerichte onderzoek is de steenuil niet waargenomen of gehoord binnen het plangebied. Ook zijn er geen verblijfplaatsen of sporen (braakballen, kalksporen) aangetroffen van steenuil. Aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van deze soort zijn uitgesloten binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied maakt dan ook geen deel uit van het essentiële leefgebied van deze soort. Er zijn in het kader van de Wet natuurbescherming geen verdere consequenties voor deze soort. 5.1.3 Overige soorten Er zijn geen andere van belang zijnde waarnemingen gedaan binnen het plangebied.

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

13

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN OP KAART - VLEERMUIZEN PAARSEIZOEN Kaart 1: Waarnemingen van vleermuizen tijdens het paarseizoen 2021.

LEGENDA Gewone dwergvleermuis

-

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

-

Paarverblijfplaats

Gewone grootoorvleermuis -

Foeragerend

Ruige dwergvleermuis

-

Foeragerend

Laatvlieger

-

Langs-/overvliegend (richting onbekend)

Rosse vleermuis

-

Langs-/overvliegend (richting onbekend)

Rosse vleermuis

-

Langs-/overvliegend (richting bekend)

LANECO 14

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

BIJLAGE 2 WAARNEMINGEN OP KAART - VLEERMUIZEN KRAAMSEIZOEN Kaart 2: Waarnemingen van vleermuizen tijdens het kraamseizoen 2022.

LEGENDA Gewone dwergvleermuis

-

Foeragerend

Laatvlieger

-

Foeragerend

Ruige dwergvleermuis

-

Foeragerend

Rosse vleermuis

-

Langs-/overvliegend (richting onbekend)

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

15

BIJLAGE 3 LITERATUURLIJST Literatuur Helmer, W., Limpens, H.J.G.A., en Bongers, W. (1987). Handleiding voor het inventariseren en determineren van Nederlandse vleermuissoorten met behulp van batdetectors. Soest, Nederland: Stichting Vleermuisonderzoek (Dr. Leo Bels Stichting). Limpens, H., Mosterd, K., en Bongers, W. (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht, Nederland: KNNV Uitgeverij. Netwerk Groene Bureaus (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Netwerk Groene Bureaus (2020). Vleermuisprotocol 2021. Van den Hoven, J. (2021). Quick scan flora en fauna Dorpsstraat 26, Schoonrewoerd. Laneco, Ede. Websites PDOK Viewer (2021) PDOK. Geraadpleegd op oktober 2021 van www.pdok.nl/viewer/#

LANECO 16

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

BIJLAGE 4 SOORTENBESCHERMING Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is de Wet natuurbescherming bepalend. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna in hun natuurlijke leefomgeving. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en voor de Nederlandse situatie toegepast. Deze bescherming is, afhankelijk van het beschermingsregime, als volgt in de Wet Natuurbescherming opgenomen: Vogelrichtlijn •

Artikel 3.1 lid 1: Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.1 lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

•

Artikel 3.1 lid 3: Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

•

Artikel 3.1 lid 4 en 5: Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Habitatrichtlijn, Bern bijlage II, Bonn bijlage I •

Artikel 3.5 lid 1: Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

•

Artikel 3.5 lid 3: Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

•

Artikel 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

•

Artikel

3.5

lid

5:

Het

is

verboden

plantensoorten

in

hun

natuurlijke

verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten •

Artikel 3.10 lid 1a: Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

•

Artikel 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

•

Artikel

3.10

lid

1c:

Het

is

verboden

plantensoorten

in

hun

natuurlijke

verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

17

Procedurele gevolgen De procedurele consequenties zijn afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden beïnvloed. Kortweg kunnen drie beschermingsregimes worden onderscheiden: •

Soorten van de Vogelrichtlijn: Dit betreffen alle vogelsoorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten en verwilderde soorten, zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

•

Soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn: Dit zijn alle soorten van onderdeel A van bijlage IV van de Habitatrichtlijn inclusief bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

•

Nationaal beschermde soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.

Een project kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming wanneer een ruimtelijke ingreep direct of indirect leidt tot het aantasten van verblijf- en/of rustplaatsen van de aangewezen, niet vrijgestelde beschermde soorten of hun leefgebied. Afhankelijk van de ingreep en de soort kan dan een ontheffing noodzakelijk zijn. Ontheffingen worden slechts verleend wanneer er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat, de ingreep vanwege een in de wet genoemd belang dient plaats te vinden en de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar komt. Vaak worden hierbij mitigerende en compenserende maatregelen gevraagd. Wettelijke belangen Om een ontheffing te krijgen voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •

Ter bescherming van de wilde flora en fauna en instandhouding van natuurlijke habitats.

•

Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.

•

Andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

Om een ontheffing te krijgen voor soorten van de Vogelrichtlijn moet worden voldaan aan een van de volgende belangen: •

Wanneer de volksgezondheid en/of de openbare veiligheid in het geding is.

•

Wanneer de veiligheid van het luchtverkeer in het geding is.

•

Ter bescherming van flora en fauna.

Voor nationaal beschermde soorten: Er is sprake van een bij de wet genoemd belang.

LANECO 18

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

Zorgplicht De Wet natuurbescherming schrijft voor dat we nadelige gevolgen voor inheemse planten en dieren moeten voorkomen - of ze nu beschermd zijn of niet - en zorgvuldig met onze omgeving om moeten gaan. Deze zorgplicht geldt voor iedereen.

LAN ECO

a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e

Ecologisch onderzoek Dorpsstraat 24 te Schoonrewoerd. Ede: Laneco.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=afa745bc-eecf-40fc-9d30-2ed5bc40d804