Bijlage 4 AANGEPAST Opbouw huidige situatie en nadere uitwerking scenario's
Tekst van het document
Bijlage 4 Opbouw huidige situatie en nadere uitwerking scenario's
Huidige situatie. Een nulmeting voor de scenario’s Om een harmonisatie van het gemeentelijk beleid rondom gemeenschapshuizen te kunnen realiseren, is het van belang om zicht te hebben op de huidige situatie. De huidige situatie dient hiermee als nulmeting1, waaraan we de scenario’s toetsen. Hiervoor is gekeken naar verschillende onderdelen, die hieronder nader zijn toegelicht. Kenmerken van het gebouw Het gaat hier om de totale oppervlakte (m²’s) van het gebouw, het gedeelte (%) van het gebouw dat gebruikt wordt als ontmoetingsfunctie, de WOZ-waarde en het bouwjaar.
Keuze: bij de berekening van de scenario’s wordt alleen subsidie verstrekt voor het gedeelte dat een ontmoetingsfunctie heeft. Voorbeeld: als een gebouw voor 80% gebruikt wordt als gemeenschapshuis, wordt 80% van de kosten voor het gebouwelijk onderhoud gesubsidieerd.
Toegankelijkheid van het gebouw Toegankelijkheid van een gebouw betekent dat het gebouw door iedereen, ongeacht hun fysieke beperking, zelfstandig en veilig te gebruiken is. Dit omvat diverse aspecten, maar de meest fundamentele betreffen de rolstoeltoegankelijkheid van de belangrijkste ruimtes. 1. Entree rolstoeltoegankelijk Een rolstoeltoegankelijke entree is de eerste en meest cruciale stap. Dit betekent dat een persoon in een rolstoel zonder hulp het gebouw kan betreden. De belangrijkste kenmerken zijn: ●
Geen drempels of lage drempels: Drempels moeten volledig ontbreken of maximaal 2 cm hoog zijn om belemmeringen te voorkomen.
●
Hellingbaan of lift: Als er trappen zijn, moet er een alternatieve route zijn in de vorm van een hellingbaan of lift.
●
Voldoende brede deuren: Deurdoorgangen moeten breed genoeg zijn voor een rolstoel, met een minimale vrije doorgangsbreedte van 90 cm.
●
Openen toegangsdeur: De toegangsdeur moet makkelijk en met weinig kracht te openen zijn.
1
In de nulmeting is gekeken naar de gemeenschapshuizen: Huis Het Bosch (Lexmond), Eigen Gebouw Lexmond (Lexmond), Dorpshuis 't Knooppunt (Everdingen), De Linde (Meerkerk), De Pukkel (Meerkerk), Het Spant (Ameide), Het Brandpunt (Nieuwland), Verenigingsgebouw De Dijk (Nieuwland), De Schakel (Leerbroek), De Stoof (Kedichem), De Biezen (Hagestein), De Krooshof (Zijderveld) Internos (Hei en Boeicop), Zangershof (Oosterwijk), Noorderberg (Leerdam), Wijkgebouw West-End (Leerdam), Het Dak (Leerdam), Ammo (BOM) (Vianen), De Prenter (Vianen) en De Keuken (Hoef en Haag). Voor de Keuken in Hoef en Haag zijn alle kenmerken en kosten die we tot nu toe weten opgenomen. Echter kunnen deze gegevens nog veranderen, omdat de Keuken nog niet is ingericht als sociale ontmoetingsplaats.
1
2. Gebruiksruimten rolstoeltoegankelijk Na de entree moeten ook de gebruiksruimten binnen het gebouw toegankelijk zijn. Dit betekent dat de ruimtes die bedoeld zijn voor dagelijks gebruik zonder problemen bereikbaar en te gebruiken zijn. De belangrijkste punten zijn: ●
Vrije doorgangen: Alle gangen en doorgangen moeten breed genoeg zijn voor een rolstoel (minimaal 90 cm breed).
●
Geen drempels: Ook binnen in het gebouw moeten drempels zoveel mogelijk vermeden worden (of maximaal 2 cm hoog).
3. Toilet rolstoeltoegankelijk Een rolstoeltoegankelijk toilet is een essentieel onderdeel van een toegankelijk gebouw. Dit toilet moet speciaal ontworpen zijn om personen in een rolstoel voldoende ruimte en ondersteuning te bieden. Het belangrijkste kenmerk is: ●
Ruime afmetingen: De toiletruimte moet groot genoeg zijn voor een rolstoel om te kunnen draaien en te manoeuvreren (minimale afmeting van 1,5 x 2,2 meter)
Op basis van deze elementen zijn quickscans uitgevoerd. Voor een aantal gebouwen hadden we hier al gegevens van. Bij de gebouwen waar gegevens ontbreken, is een quickscan uitgevoerd door het platform gehandicaptenbeleid Vijfheerenlanden. Kostprijsdekkende huur Voor de panden die in eigendom zijn van de gemeente is de kostprijsdekkende huur opgenomen. De kostprijsdekkende huur biedt inzicht in de vaste lasten van een gebouw: de kapitaallasten/afschrijvingen, het groot en klein onderhoud, de verzekeringen, kosten voor beheer, en de kosten voor lokale lasten. Deze kosten samen vormen de kostprijsdekkende huur. Begroting 2025 van de gemeente Daarnaast is gekeken per gemeenschapshuis welke inkomsten en kosten zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting2. Het totaal van de begroting van de 20 gemeenschapshuizen biedt het financieel kader waarlangs de scenario’s worden getoetst. Keuze: Voor 2025 is het financieel kader € 741.304 Eigendom Bij elk gemeenschapshuis is bekeken wie het eigendom heeft: de gemeente, woningcorporatie of het stichtingsbestuur van het gemeenschapshuis. Keuze: deze verschillende eigendomssituaties blijven in de scenario’s ongewijzigd. Vorm en bouwstenen
2 In het financieel kader is geen rekening gehouden met de incidentele gelden die afgelopen jaren zijn verstrekt aan de
gemeenschapshuizen.
2
Bij vorm en bouwstenen is gekeken welke elementen er in of aan het gebouw zitten. Is er bijvoorbeeld een kookkeuken, zit er een gymzaal, sportzaal, sporthal of sportcomplex bij? Zitten er buitenvelden bij of is er sprake van een multifunctioneel centrum (MFC)? Indien er sprake is van een combinatiefunctie met sport is er ook gekeken wie er verantwoordelijk is voor het beheer, de exploitatie en het onderhoud van de gymzaal/sportzaal of sporthal.
Keuze: indien het stichtingsbestuur zelf verantwoordelijk is voor beheer en exploitatie van het sportgedeelte, dan worden de vierkante meters van het sportgedeelte ook meegenomen als gemeenschapshuis, omdat het stichtingsbestuur zelf kan kiezen hoe ze deze ruimten gebruiken.
Vergunningen Daarnaast is gekeken welke locaties commercieel of para-commercieel zijn, wat de bestemming is van de locatie en of er sprake is van een exploitatie of alcoholwetvergunning. Beheer en exploitatie Als laatste is per gemeenschapshuis gekeken naar het beheer en de exploitatie. Hier is gekeken of er een stichting of vereniging actief is, of er gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers, of er een betaald beheer is, of welzijn hier actief is, en of de exploitant maatschappelijk of commercieel is.
Keuze: de onderdelen ‘kenmerken van het gebouw, toegankelijkheid van het gebouw, kostprijsdekkende huur, begroting 2025 van de gemeente, eigendom, vorm en bouwstenen, vergunningen en beheer en exploitatie vormen aspecten waarmee de scenario’s kunnen worden opgebouwd en van elkaar kunnen verschillen.
Toetsingskader In hoofdstuk 2 zijn er drie uitgangspunten die niet met elkaar samengaan. Dit betreft de uitgangspunten: -
uitgangspunt 1: het faciliteren van een toekomstbestendige ontmoetingsfunctie uitgangspunt 2: minimaal en maximaal 1 gemeenschapshuis per dorp/wijk uitgangspunt 10: financieel kader € 741k in 2025
De scenario's scoren onderling anders op deze 3 uitgangspunten. Deze uitgangspunten vormen het toetsingskader voor de scenario's. In het toetsingskader is gekeken naar de drie uitgangspunten en die zijn vertaald naar een stoplichtmodel, zoals hieronder is weergegeven. Hoe meer naar rechts (groen), hoe beter het is voor het financieel kader, hoe groter de kans dat de huidige gemeenschapshuizen kunnen blijven bestaan, en hoe beter het scenario scoort op het uitgangspunt “minimaal en maximaal 1 gemeenschapshuis per dorp/wijk”.
3
Scenario 1 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud en toegankelijkheid3 Scenario 1: de gemeente verstrekt een instandhoudingssubsidie voor elk gemeenschapshuis waarmee een deel van het periodieke groot onderhoud bekostigd kan worden. De totale instandhoudingssubsidie is niet hoger dan het financieel kader. Het periodieke onderhoud wordt bepaald op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) dat voor nagenoeg alle locaties is opgesteld4. Het hebben en uitvoeren van een actueel MJOP wordt een voorwaarde om hier aanspraak op te kunnen maken5. Daarnaast zijn in dit scenario kosten opgenomen om de toegankelijkheid van de gebouwen te verbeteren. Hierbij gelden de volgende basiselementen: ●
Is de entree rolstoeltoegankelijk?
●
Zijn de gebruiksruimten rolstoeltoegankelijk?
●
Is er een rolstoeltoegankelijk toilet?
Wanneer er aanpassingen nodig zijn om de toegankelijkheid van het gebouw te verbeteren gaan we uit van de volgende kengetallen6: ●
€ 1.000 voor eenvoudige aanpassingen
●
€ 10.000 voor de aanleg van een rolstoeltoegankelijk toilet
●
€ 5.000 voor het verbreden van de toegangsdeur.
Het uitgangspunt is dat dit scenario binnen het financieel kader blijft van de gemeente. Daarnaast betekent een keuze voor scenario 1 dat de gemeente in de toekomst niet langer bijdraagt aan aanvragen, zoals voor een kapot dak, een nieuwe vloer of een tekort in de exploitatie. Als de gemeente dat toch blijft doen, keren we in feite terug naar de huidige situatie waarin ad-hoc wordt bijgedragen. Dat maakt het lastig om uit te leggen waarom de ene aanvraag wel wordt gehonoreerd en de andere niet. Toetsingskader De begrote kosten voor dit scenario bedragen € 787.434. Om binnen het financiële kader te kunnen blijven, betekent dit dat ongeveer 6% van de totale kosten bekostigd moet worden (in natura of in financiële bijdrage) door de gemeenschapshuizen. In natura wil zeggen dat de gemeenschapshuizen een deel van het onderhoud zelf en/of met vrijwilligers ter hand nemen. Een financiële bijdrage kunnen gemeenschapshuizen vragen van mensen in de wijk of dorp of van fondsen. Voor scenario 1 ziet het toetsingskader er als volgt uit:
3 In dit scenario is rekening gehouden met de 19 huidige gemeenschapshuizen. De Keuken en Schoonrewoerd zijn hier nog
niet in meegenomen, omdat het nog onduidelijk is hoe hoog de onderhoudskosten voor deze panden zullen zijn. 4 Bij de drie ontmoetingsplaatsen in eigendom van woningbouwcorporaties wordt onderhoud door de woningcorporaties geregeld en is dit verrekend in de huurprijs. We gaan, o.b.v. informatie van Aedes, ervan uit dat 40% van de huurprijs bedoeld is voor onderhoudskosten. 5 Alleen de woningcorporatie is hierop een uitzondering, omdat zij zelf verantwoordelijk zijn voor onderhoud. 6 De getallen komen voort uit recent opgevraagde kostencalculaties.
4
In het financieel kader scoort dit scenario volledig in het groen. Dit betekent dat er in totaal geen aanvullende kosten zijn voor de gemeente ten opzichte van het financieel kader. Echter verschilt dit wel per gemeenschapshuis. Dit scenario gaat uit van een objectieve verdeling door per gemeenschapshuis te kijken naar de onderhoudskosten en kosten voor het verbeteren van toegankelijkheid. In de praktijk betekent dit dat sommige gemeenschapshuizen ten opzichte van nu minder subsidie krijgen, en anderen meer subsidie, omdat zij eerst geen subsidie kregen, zoals te zien in de begroting 2025. De onderlinge verhouding tussen subsidies per gemeenschapshuis is daarmee veranderd ten opzichte van de nulmeting. Bij het toetsingscriterium continuïteit is gekeken naar hoe groot de eigen bijdrage van gemeenschapshuizen is voor onderhoud plus de kosten die de gemeenschapshuizen zelf nog moeten opbrengen voor kapitaallasten/huurlasten, de rente en de onroerendezaakbelasting. In het nieuwe verhuurbeleid van de gemeente staat namelijk dat de kostprijsdekkende huur voor gemeentelijke panden doorgerekend wordt aan de gebruikers van het gebouw, in dit geval de gemeenschapshuizen. In alle scenario’s zijn verzekeringen, overige lokale lasten en beheerkosten door de gemeente (bij gemeentelijke panden) hierin buiten beschouwing gelaten omdat deze voor de niet gemeentelijke panden niet bekend zijn.
Dit betekent dat dit scenario slecht scoort op kans op continuïteit. Bij alle gemeenschapshuizen kan de continuïteit niet gegarandeerd worden, omdat er een groot beroep wordt gedaan op het eigen verdienvermogen. Hiervan is de verwachting dat veel gemeenschapshuizen hiertoe onvoldoende mogelijkheden hebben en de inkomsten niet kunnen opbrengen. De continuïteit is hierbij afhankelijk van hoeveel mogelijkheden de plek heeft voor het genereren van inkomsten, dat ook afhankelijk is van de juiste vergunningen. Gezien de bestemmingsplannen zouden alle gemeenschapshuizen nu een para-commerciele vergunning moeten hebben. Verder scoort dit scenario het minste op het uitgangspunt “1 gemeenschapshuis per kern”, omdat we uitgaan van de huidige 19 gemeenschapshuizen. In 7 kernen mist een gemeenschapshuis en in 5 kernen zijn er meer dan 1.
5
Scenario 2 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huidige huur-/ kapitaallasten + rente, en onroerendezaakbelasting In scenario 2 nemen we de volledige kosten zoals opgenomen in scenario 1 mee. Aanvullend daarop gaan we uit van een subsidiëring van de huidige huurkosten (in geval van huur) of de huidige kapitaallasten (rente en aflossing, plus jaarlijkse indexering) door een subsidie voor instandhouding. Daarnaast zijn in dit scenario de kosten voor onroerendezaakbelasting (OZB) opgenomen. Voor de huurkosten of de kapitaallasten van de gemeenschapshuizen in eigendom van de woningcorporatie of stichtingsbestuur, is aan hen gevraagd welke kosten hiervoor zijn opgenomen in hun begroting7. De aangeleverde kosten zijn overgenomen en bieden een indicatie van hun huur- en kapitaallasten. Voor de huurkosten of kapitaallasten van de gemeenschapshuizen in eigendom van de gemeente is gerekend met de methode van kostprijsdekkende huur, conform het beleid verhuur en gebruik gemeentelijke gebouwen. Bij de OZB gaat het om zowel het eigenaren als het gebruikersdeel. Dit is gebaseerd op het eigenaren percentage en gebruikers percentage van de OZB tarieven voor nietwoningen, volgens de programmabegroting 2025-2028, toegepast op WOZ waarde.
In dit scenario (en alle opvolgende scenario’s) is geen rekening gehouden met het financiële kader, en zijn alleen de daadwerkelijke huidige kosten opgenomen. In dit scenario zijn ook de huurlasten van de nieuwe gemeenschapshuizen in Hoef en Haag (De Keuken, als besloten) en Schoonrewoerd (wordt al over gesproken in de raad) meegenomen. In deze kernen hebben inwoners zich al georganiseerd om dit op te zetten, mits er een pand beschikbaar komt. Voor Hoef en Haag is rekening gehouden met de cijfers die tot nu toe beschikbaar zijn. Schoonrewoerd heeft echter nog geen pand beschikbaar. Hiervoor is een standaard ruimteprogramma8 gemaakt, uitgaande van een inschatting van de grootte van het pand: ●
Inloopruimte: 100 m2
●
Beweegruimte: 80 m2
●
Activiteitenruimtes: 2x 30 m2
●
Kantoortje: 20 m2
●
In totaal: 260 m2 netto vloeroppervlak.
●
Bruto betekent dit 260 x 1,24 = 322 m2 bvo.
Toetsingskader Vanaf scenario 2 is er geen rekening meer gehouden met het financieel kader, en is alleen gekeken naar de daadwerkelijke kosten. De begrote kosten voor scenario 1 en 2 7 1 van de gemeenschapshuizen heeft geen gehoor gegeven aan de vraag om kosten aan te leveren. Hiervoor is een bedrag
van €0 opgenomen in de berekening van de scenario’s. 8 Dit standaard ruimteprogramma komt ook terug bij scenario 4.
6
samen bedragen € 1.244.549. Dit komt uit op € 503.245 boven het financieel kader. Hiermee scoort scenario 2 slechter op criterium ‘financieel kader’ dan scenario 1. Wederom verschilt dit wel per gemeenschapshuis. Het toetsingskader ziet er als volgt uit:
Wat betreft de kans op continuïteit van de gemeenschapshuizen zien we dat de kans hoger is dat ze kunnen blijven bestaan. 15 van de 21 gemeenschapshuizen kunnen op deze manier zeer waarschijnlijk blijven bestaan omdat hun kosten met subsidie gedekt kunnen worden. Alleen de gemeenschapshuizen die meer kosten hebben dan door de subsidie gedekt worden veelal energiekosten - kunnen in financiële problemen komen. Daarnaast is in dit scenario geen ruimte voor levensduurverlengende renovatie of vervangende nieuwbouw. Dus ook gemeenschapshuizen die aan het eind van hun levensduur zijn komen in de problemen. Daarnaast scoort het uitgangspunt “1 gemeenschapshuis per kern” ook beter, omdat hier 2 extra kernen zijn meegenomen, Hoef en Haag en Schoonrewoerd. Dit criterium scoort nog niet groen omdat er nog 5 kernen zonder gemeenschapshuis zijn. Dit wordt in scenario 4 opgelost.
Scenario 3 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, huur-/ kapitaallasten + rente, onroerendezaakbelasting en verduurzaming In scenario 3 nemen we de kosten zoals opgenomen in scenario 1 en 2 mee. Aanvullend daarop nemen we de jaarlijkse kosten op om verduurzamingsmaatregelen te kunnen nemen. Doel is duurzame verlaging van de energiekosten. Die energiekosten zijn nu voor veel gemeenschapshuizen hoog, in verband met verouderde huisvesting, en zijn moeilijk op te brengen. Daarom zijn de afgelopen jaren door de gemeente noodfondsen beschikbaar gesteld om energiekosten te subsidiëren. Voor dit scenario hanteren we de uitgangspunten zoals vastgesteld in de routekaart verduurzaamheid gemeentelijk vastgoed 2025-2050. De afschrijving voor de duurzaamheidsmaatregelen is 25 jaar. Daarna zal het onderdeel worden van het meerjarenonderhoudsplan. Van een aantal panden is de investering al berekend9. Voor de andere panden is uitgegaan van een theoretische berekening, op basis van een normbedrag voor verduurzaming per m² (€ 353). Wanneer de gemeenteraad kiest voor dit scenario zal er 9 Het gaat hier om de panden ‘t Knooppunt in Everdingen, het Spant in Ameide, De Linde en De Pukkel in Meerkerk en Ammo
in Vianen.
7
per pand een duurzaamheidsrapport opgesteld moeten worden en kan dit normbedrag wijzigen. De gemeenschapshuizen die eigendom zijn van woningcorporaties kunnen hier geen aanspraak op maken, hier zijn de woningcorporaties als verhuurder verantwoordelijk voor verduurzaming. Daarnaast zijn locaties waar al een besluit is genomen voor nieuwbouw10, of waar al sprake is van nieuwbouw niet meegenomen in dit scenario. Bij nieuwbouw wordt tenslotte al rekening gehouden met de vereisten voor duurzaamheid. Toetsingskader De begrote kosten voor scenario 1, 2 en 3 samen bedragen € 1.378.101. Dit is daarmee geen groot verschil met scenario 2, omdat het scenario uitgaat van een jaarlijkse investering die in 25 jaar wordt terugverdiend. Na 25 jaar zullen de kosten voor verduurzaming komen te vervallen, maar komen de kosten wel weer terug in scenario 1 van het periodiek onderhoud. Dit scenario zit € 636.797 boven het financieel kader. De kans op continuïteit is daarmee iets hoger dan in scenario 2. In financiële bijdrage verschilt dit weinig, maar dit zal wel een positief effect hebben op de ervaren druk door de hoge energielasten. Omdat we niet weten hoeveel de energiekosten exact zullen dalen, betreft het hier een conservatieve berekening. Bij positieve businesscases kan het effect op continuïteit groter zijn.
Alleen bij de gemeenschapshuizen die in bezit zijn van de woningcorporatie of al nieuwbouw hebben/krijgen is er geen verschil tussen scenario 2 en 3. Het toetsingskader ziet er als volgt uit:
Het uitgangspunt 1 gemeenschapshuis per kern wijzigt in dit scenario niet ten opzichte van scenario 2.
Scenario 4 Instandhoudingssubsidie voor onderhoud, toegankelijkheid, onroerendezaakbelasting, verduurzaming en lange termijn huisvestingsplan. In scenario 4 nemen we de kosten zoals opgenomen in scenario 111, de onroerendezaakbelasting uit scenario 2 en scenario 3 mee. In dit scenario gaan we uit van een lange termijn huisvestingsplan. De gemeente gaat uit van renovatie na 25 jaar,
10 Het gaat hier om de locaties ‘t Knooppunt in Everdingen, De Biezen in Hagestein, de Keuken in Hoef en Haag en een
potentieel nieuwe locatie in Schoonrewoerd. 11 Onderhoud is immers altijd nodig: voor oplevering nieuwbouw/ renovatie en ook na de oplevering.
8
en nieuwbouw na 40 jaar. Op basis van het bouwjaar is daarmee per pand gekeken wat er nodig is op dit moment. De kapitaallasten/huurlasten uit scenario 2 zijn alleen meegenomen als er voor 2026 nog geen sprake is van nieuwe kapitaallasten voor renovatie of nieuwbouw. Vanaf het moment dat er renovatie of nieuwbouw nodig is, gelden de nieuwe kapitaallasten. In dit scenario is uitgegaan van de huidige locaties, inclusief nieuwbouw voor nietbestaande locaties volgens het principe “minimaal 1 gemeenschapshuis per kern”. Er zijn nog 5 kernen zonder ontmoetingsplaats12. Hiervoor is een standaard ruimteprogramma13 opgesteld en hiermee is in dit scenario gerekend. Voor dit scenario is een theoretische berekening gemaakt van de kosten op basis van het BouwkostenKompas14. Voor nieuwbouw betekent dit dat we € 2.729,24 hanteren per m² en voor een levensduurverlengende renovatie € 2.183,39 per m². In de berekening van dit scenario kijken we naar wat dit jaarlijks kost. Dit betekent dat de begrote kosten bij nieuwbouw gedeeld worden door 40 jaar en bij levensduurverlengende renovatie 25 jaar. Daarnaast houden we rekening met een jaarlijkse omslagrente van 0,5%15. Dit scenario maakt zichtbaar dat op dit moment 11 gemeenschapshuizen op basis van deze criteria in aanmerking komen voor levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw. Er zijn namelijk veel verouderde gebouwen.
Van deze gebouwen hebben er inmiddels al 11 de leeftijd van 40 jaar gepasseerd, wat de urgentie voor ingrijpende maatregelen onderstreept. In onderstaande grafiek zijn de totale kapitaallasten van levensduurverlengende renovatie en nieuwbouw over de komende 10 jaren (vanaf 2027) opgenomen. De grafiek maakt het meerjarige kostenverloop van dit scenario inzichtelijk. De kapitaallasten die vervallen zijn niet in de grafiek opgenomen omdat hiervoor niet alle gegevens beschikbaar zijn. De nader te bepalen kapitaallasten zijn opgenomen op basis van een theoretische berekening van kapitaallasten voor de 6 kernen waar nog geen gebouw aanwezig is met de functie gemeenschapshuis (zie voetnoot 12).
12 Aanvullend op Schoonrewoerd gaat het hier om de kernen: Leerdam - Noord, Leerdam - Oost, Tienhoven aan de Lek,
Broekgraaf en Vianen - Centrum. 13 Hetzelfde ruimteprogramma is gebruikt zoals eerder genoemd bij een potentiële locatie voor Schoonrewoerd. 14
Meer informatie over het BouwkostenKompas is te vinden via: https://www.bouwkostenkompas.nl/nl
15 Dit is de huidige omslagrente. Dit kan nog veranderen de komende jaren, omdat dit sterk afhankelijk is van de
financieringsbehoefte van de gemeente en marktwerking.
9
Toetsingskader In totaal komt dit scenario uit op begrote kapitaallasten van € 1.946.752. Dit is een momentopname voor kapitaallasten voor 2026. Dit kan door de jaren heen nog veranderen als er andere panden ook in aanmerking komen voor nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie. Dit is € 1.205.448 boven het financieel kader. Daarnaast vraagt dit scenario een eenmalige investering. De eenmalige investering is toegelicht per pand in bijlage 5. Dit blijft echter een theoretische indicatie op basis van de huidige vierkante meters en zal per pand bekeken moeten worden. Daarnaast doen de meerkosten ten opzichte van scenario 3 zich niet in 1 keer voor. Er is sprake van een ingroeipad. Pas wanneer alle nieuwbouw is gerealiseerd zal dit kader volledig worden ingevuld. De kans op continuïteit is hier het grootste van alle 4 van de scenario’s. Van de 25 gemeenschapshuizen krijgen er vier theoretisch gezien minder jaarlijks dan dat ze nu krijgen. Echter geeft dit scenario ruimte voor nieuwe gemeenschapshuizen, waardoor dit in de gemeente Vijfheerenlanden een impuls geeft aan kansen voor ontmoeting. Het toetsingskader ziet er daarmee als volgt uit:
10