Bijlage 4-3 - Onderzoek externe veiligheid
Tekst van het document
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Project Datum
256361 6 augustus 2025
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Project
256361
Datum
6 augustus 2025
Versie nr.
2
Opdrachtgever
Aveco de Bondt Burgemeester van der Borchstraat 2 7451 CH Holten
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Plaatsgebonden risico ________________________________________ 6 2.2 Aandachtsgebied ____________________________________________ 6 2.3 Voorschriftengebied __________________________________________ 6 2.4 Omgevingsplan _____________________________________________ 7 2.5 Beleidsnotitie Externe veiligheid ODRU-gemeenten _________________ 7 3 EV-beoordeling ________________________________________________ 8 3.1 Planontwikkeling ____________________________________________ 8 3.2 Rijksweg A27 _______________________________________________ 9 4 Afwegingskader ODRU-gemeenten _______________________________ 12 4.1 Algemeen _________________________________________________ 12 4.2 Planontwikkeling ___________________________________________ 12 5 Conclusie ____________________________________________________ 17 Referenties _____________________________________________________ 18
3
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
1 Inleiding Men is voornemens de bestaande panden aan de Ir. D.S. Tuijnmanweg 1d, 3 en 5 in Vianen te transformeren naar een opvanglocatie voor het COA. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. De locatie is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1.
Plangebied
Het plangebied ligt binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de ten oosten van het plangebied gelegen Rijksweg A27 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is nodig. De resultaten van het EV-onderzoek worden in deze rapportage gepresenteerd.
4
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
2 Normstelling externe veiligheid Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen of over weg, spoor of water brengt risico’s met zich mee doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een dergelijke buisleiding of transportroute wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet worden de externe veiligheidsrisico’s beoordeeld op basis van een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR). Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. In het kader van het groepsrisico moet binnen aandachtsgebieden rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. De Omgevingswet rust op drie pijlers: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [1] Beschrijft in Bijlage VII de milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft in hoofdstuk 4 de aanvullende bouweisen die binnen een aandachtsgebied van toepassing kunnen worden verklaard. Ad. 1) In bijlage VII van het Bkl worden de volgende milieubelastende activiteiten onderscheiden: A. Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B. Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. categoriale Bevi-inrichtingen). C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (o.a. basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (o.a. buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. Beviinrichtingen).
5
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
2.1
Plaatsgebonden risico Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv. woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
2.2
Aandachtsgebied Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van de drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is in het Bkl vervangen door de beschouwing van de mate van bescherming binnen aandachtsgebieden. Het noemen van het aantal van tien personen betekent dus niet meer dat de kans berekend moet worden. Maar dit mag wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied. Voor basisnetroutes zijn zowel een BAG als een EAG van toepassing (Bkl bijlage VII, C). Een BAG meet 30 m aan weerszijden van een basisnetroute, een EAG 200 m. Voor basisnetroutes geldt vooralsnog geen GAG. Toch wordt op het Portaal Atlas Veiligheid hiervoor alvast een afstand van 300 m weergegeven2 [4].
2.3
Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl)). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Een voorschriftengebied mag niet groter zijn dan een aandachtsgebied. Een gemeente kan ook besluiten geen voorschriftengebied aan te wijzen.
1 De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bkl Bijlage VI 2 Met
het aanpassen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (waarschijnlijk januari 2026) is men voornemens langs Basisnetroutes een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter aan te wijzen.
6
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). In het aangewezen voorschriftengebied gelden conform Bbl aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Voor gedeelten van een bouwwerk buiten het voorschriftengebied gelden deze aanvullende bouweisen niet. Binnen een gifwolkaandachtsgebied (GAG) is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen waar aanvullende bouweisen gelden. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het handmatig kunnen uitschakelen van het mechanische ventilatiesysteem. Dit is al een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl art. 4.124, lid 4) en geldt zowel voor (vervangende) nieuwbouw als voor tijdelijke bouwwerken (Bbl art.4.129).
2.4
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied. De gemeente Vijfheerenlanden heeft tot op heden in haar omgevingsplan nog geen besluit genomen over de invulling van aandachtsgebieden.
2.5
Beleidsnotitie Externe veiligheid ODRU-gemeenten De Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft in opdracht van de ODRU-gemeenten een Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid opgesteld [7]. De doelstelling van de beleidsnotitie is ‘om gemeenten handvatten te geven voor de invulling van hun beleidsverantwoordelijkheid en -vrijheid op het gebied van externe veiligheid. (…) Deze beleidsnotitie bevat de ambities, beleidsuitgangspunten en een afwegingskader, die gezamenlijk met een aantal gemeenten zijn opgesteld. (…) Het tweede doel van de gezamenlijke beleidsnotitie is om te zorgen voor uniformiteit in de regio Utrecht als het gaat om beleid voor externe veiligheid’ [7]. De toetsing aan de beleidsnotitie wordt behandeld in hoofdstuk 4.
7
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
3 EV-beoordeling 3.1
Planontwikkeling Het plangebied wordt getoond in figuur 2. In de huidige situatie is er sprake van een pand met een kantoorfunctie (1) en een pand met een bijeenkomst- en kantoorfunctie (2). De toekomstige ontwikkeling betreft de realisatie van tijdelijke huisvesting. De huisvesting vindt plaats in twee fasen. In de eerste fase worden op de locatie 250 personen in de zuidelijke vleugel van gebouw (1) opgevangen voor een periode van 2 jaar. Het zuidwestelijke gebouw (2) wordt gebruikt als dienstgebouw. In fase 2 wordt reguliere opvang gerealiseerd voor 336 personen in de noordelijke vleugel van gebouw (1) voor een periode van 15 jaar. De noodopvang van de zuidelijke vleugel van gebouw (1) wordt gedeeltelijk verplaatst naar de noordelijke vleugel van gebouw (1). Conform het Bkl is sprake van kwetsbare gebouwen [1]. Overdag zijn ongeveer 7 a 8 personeelsleden aanwezig. In de nachtsituatie zijn minimaal 3 personeelsleden aanwezig.
Figuur 2.
Ligging plangebied ten opzichte van de A27
8
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
3.2
Rijksweg A27
3.2.1
Ligging Over de A27 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De route is als wegvak U7 (knooppunt Lunetten – knooppunt Everdingen) onderdeel van het basisnet weg. Figuur 2 toont de ligging van de ontwikkeling ten opzichte van de A27.
3.2.2
Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet weg gelden voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar (PR) de afstanden die in bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [5]. Voor wegvak D6 is een afstand van 10 m vermeld. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 10 m van het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. De ontwikkeling ligt op een afstand van circa 122 m van het midden van de A27. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
3.2.3
Aandachtsgebieden In het geval van basisnetroutes zijn zowel het brandaandachtsgebied (BAG; 30 m) als het explosieaandachtsgebied (EAG; 200 m) van toepassing. Er geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied (GAG; 300 m)3. Aangezien in de nabije toekomst dit aandachtsgebied waarschijnlijk wel wordt opgenomen in de wetgeving, wordt de ontwikkeling ook hieraan getoetst. Figuur 3 laat zien dat de planlocatie volledig buiten het BAG, volledig binnen het EAG en volledig binnen het GAG ligt. Conform artikel 5.15 van het Bkl dient daarom rekening te worden gehouden met de kans op het overlijden van tien of meer personen als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op de weg (het groepsrisico). Hieraan wordt voldaan als gewaarborgd is dat: 1. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties, of 2. het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.
3 Met het aanpassen van het Besluit kwaliteit leefomgeving is men voornemens langs Basisnetroutes
een gifwolkaandachtsgebied van 300 m aan te wijzen.
9
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Figuur 3.
3.2.4
Aandachtsgebieden van de A27
Voorschriftengebied Aangezien het planvoornemen ‘kwetsbare gebouwen’ betreft, is het aanwijzen van een explosievoorschriftengebied met aanvullende bouweisen (conform het Bbl [3]) niet verplicht. Binnen een GAG is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het handmatig kunnen uitschakelen van het mechanische ventilatiesysteem. Dit is al een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl art. 4.124, lid 4) en geldt zowel voor (vervangende) nieuwbouw als voor tijdelijke bouwwerken (Bbl art.4.129).
3.2.5
100%-letaliteitscontour Conform artikel 5.15 van het Bkl dient rekening te worden gehouden met de kans op het overlijden van tien of meer personen in het geval van een incident (het groepsrisico). Om hier rekening mee te houden kan een aandachtsgebied verder gezoneerd worden. Een te hanteren maat hiervoor is de 100%-letaliteitscontour. Ontwikkelingen binnen de 100%letaliteitscontour leveren een grotere bijdrage aan het groepsrisico dan daarbuiten. Gesteld kan worden dat de afstand van de voorgenomen ontwikkeling tot de risicobron (mede) bepalend is voor de te nemen (aanvullende) maatregelen. Daarom wordt in deze rapportage ook de 100%-letaliteitscontour van de rijksweg beschouwd.
10
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Deze contour, die tevens onder de voormalige wetgeving gehanteerd werd, is afkomstig uit het rekenprogramma RBM II voor transportroutes [6]. Voor een rijksweg is dit 80 m, gemeten vanaf de buitenste kantstrepen. Het onderliggende scenario hiervoor is de zogeheten BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Figuur 4 toont de 100%-letaliteitscontour in relatie tot het plangebied. Uit de figuur blijkt dat het plangebied buiten de 100%letaliteitscontour ligt. De invloed van het plangebied op het groepsrisico is daardoor beperkt.
Figuur 4.
Plangebied ten opzichte van 100%-letaliteitscontour van de Rijksweg A27
11
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
4 Afwegingskader ODRU-gemeenten 4.1
Algemeen Geconstateerd is dat de planlocatie binnen het EAG en het toekomstig GAG van de A27 ligt. Voor de personen in de toekomstige huisvesting dient daarom beoordeeld te worden of zij in geval van een incident met brandbare gassen en/ of giftige vloeistoffen of gassen voldoende beschermd zijn tegen de effecten van een explosie en gifwolk. In een omgevingsplan wordt voor beperkt en (zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied rekening gehouden met het groepsrisico (Bkl, artikel 5.15 lid 2 onder b). Hieraan wordt voldaan als gewaarborgd is dat: 1) Maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties, of 2) Het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is. De Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft in het kader van externe veiligheid de ‘Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten’ opgesteld [7]. Bovenstaande punten worden uitgewerkt aan de hand van dit document. In hoofdstuk 2.5 van [7] worden de ‘Beleidsuitgangspunten ruimtegebruik nabij risicovolle activiteiten’ beschreven. Onderdeel hiervan is het ‘Afwegingskader ruimtegebruik nabij risicovolle activiteiten’ (in paragraaf 2.5.2 van [7]).
Dit kader wordt per aandachtsgebied doorlopen voor een ruimtelijke ontwikkeling en bestaat uit de volgende stappen: Stap 1: Probeer een alternatieve locatie te zoeken buiten het aandachtsgebied Stap 2: Houd afstand en beperk de personendichtheid binnen het aandachtsgebied Stap 3: Is de bestaande bescherming voldoende? Stap 4: Neem aanvullende veiligheidsmaatregelen Stap 5: Zijn de veiligheidsmaatregelen haalbaar? Stap 6: Voorschriftengebied aanwijzen Stap 7: Creëer zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
4.2
Planontwikkeling Zoals eerder vermeld worden gebouwen op de planlocatie aangemerkt als kwetsbare gebouwen. Uit tabel 2-4 van de Gezamenlijke Beleidsnotitie blijkt dat: •
kwetsbare gebouwen in een explosieaandachtsgebied van een transportroute niet zijn toegestaan, tenzij de stappen uit het afwegingskader worden doorlopen, zie oranje cirkel in onderstaand tekstkader [7].
12
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
•
kwetsbare gebouwen in het gifwolkaandachtsgebied van een transportroute zijn toegestaan, mits de stappen uit het afwegingskader worden doorlopen, zie oranje cirkel in onderstaand tekstkader [7].
Figuur 5.
Toetsingskader Beleidsnotitie [7]
De stappen in het afwegingskader worden hieronder achtereenvolgens doorlopen.
Stap 1. Probeer een alternatieve locatie te zoeken buiten het aandachtsgebied Er is gekozen voor herontwikkeling van de het reeds bestaande panden aan de Ir. D.S. Tuijnmanweg. Een andere locatie is niet aan de orde. Stap 2. a) Houd afstand en b) beperk de personendichtheid binnen het aandachtsgebied De afstand van de gebouwen tot aan de A27 is 122 m. Hiermee ligt het gebouw buiten het BAG maar binnen de EAG en GAG van de A27. Het gebouw ligt buiten 80 van de weg. Dit betekent dat de (theoretische) bijdrage van de aanwezig veronderstelde personen binnen de ontwikkeling aan de hoogte van het groepsrisico beperkt is. Omdat het hier bestaande panden betreft die herontwikkeld worden tot de woonlocatie is het niet mogelijk meer afstand te houden tot de risicobron. In de huidige situatie is sprake van kantoorfuncties en bijeenkomstfuncties met een totaal oppervlak van 6359 m2 [8]. Hieronder wordt een inschatting gemaakt van het aantal personen in de huidige en toekomstige situatie. Uitgegaan wordt van een kengetal uit de BAG populatieservice [9] van 1 persoon per 30 m2 met alleen aanwezigheid overdag voor kantoorfuncties. Dit resulteert in 212 personen overdag in de huidige situatie in de beide panden tezamen, zie tabel 1.
In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van het aantal bewoners (fase 1: 250 bewoners, fase 2: 336 bewoners) waarbij rekening wordt gehouden met een aanwezigheid van 50% overdag en 100% gedurende de nacht. Overdag zijn
13
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
ongeveer 7 a 8 personeelsleden aanwezig. In de nachtsituatie zijn minimaal 3 personeelsleden aanwezig.
Omschrijving
Aantal personen Dag
Nacht
Huidige situatie
212
0
Toekomstige situatie fase 1
133
253
Toekomstige situatie fase 2
176
339
Tabel 1. Aanwezigheid personen binnen planlocatie
De inschatting is dat er zowel in fase 1 als in fase 2 sprake van een afname van het aantal personen in de dagsituatie en een toename van het aantal personen in de nachtsituatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de A27 vindt voor het grootste deel overdag plaats. Er kan dus niet worden geconcludeerd dat het aantal personen dat blootgesteld wordt aan het risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg significant toeneemt in de toekomstige situatie. Stap 3. Is de bestaande bescherming voldoende? • Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats conform ADR-wetgeving. Aanvullende bronmaatregelen zijn niet van toepassing. • Aangezien de ontwikkeling een bestaand gebouw betreft, veranderen de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de aanwezige bluswatervoorziening niet door het planvoornemen. Aangenomen wordt dat de bestrijdbaarheid bij de risicobron (A27) in de huidige situatie voldoende is, en daarom ook voor de toekomstige situatie voldoende zal zijn. • Aangenomen wordt dat in de huidige situatie de omgeving voldoende bescherming biedt aan het gebouw en dat dat in de toekomstige situatie ook het geval zijn omdat de omgeving en de risicobron niet veranderen door het planvoornemen. Ook na planrealisatie zal de omgeving voldoende bescherming bieden aan het gebouw.
Het afwegingskader schrijft voor dat wanneer sprake is van voldoende bescherming conform Stap 3, er kan worden doorgegaan naar Stap 7. In dit geval is aannemelijk dat de bestaande bescherming voldoende is; er wordt doorgegaan naar Stap 7. Stap 7. Creëer zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid Wanneer een calamiteit met giftige stoffen plaatsvindt op de A27 is het handelingsperspectief schuilen. Voor personen die zich buiten bevinden, wordt geadviseerd zo snel mogelijk het gebouw binnen te gaan. Figuur 6 toont het handelingsperspectief conform de scenarioboeken van het NIPV [10]. Mocht vluchten noodzakelijk zijn dan haaks op de wind en indien mogelijk met een natte doek om door te ademen (vermindert mogelijk de blootstelling).
14
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Figuur 6.
Handelingsperspectief giftige wolk [10]
Geadviseerd wordt dat de aanwezigen in het gebouw de ventilatie uitzetten en ramen en deuren sluiten. Het afsluitbaar maken van mechanische ventilatie is een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving voor (vervangende) nieuwbouw. Ook al is dit voor onderhavig plan dus geen vereiste (het betreft geen nieuwbouw), toch wordt geadviseerd het gebouw voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie conform het bouwbesluit. Het treffen van overige aanvullende beschermende (bouw)maatregelen is daardoor niet nodig. Op de planlocatie zal in principe sprake zijn van zelfredzame personen. Wel dient communicatie aangepast te worden aan de taal van de bewoners zodat personen zelfstandig in staat zijn om bij een calamiteit eventueel de ventilatie uit te zetten, ramen en deuren te sluiten en verdere instructies van de hulpdiensten op te volgen. Vluchtroutes Afhankelijk van de plek van de ongevalslocatie kan het nodig zijn dat aanwezige personen moeten vluchten of schuilen voor de effecten van het ongeval. Dit is enkel het geval bij ongevallen op een locatie in de directe omgeving van het plangebied. Er dient gezorgd te worden voor vluchtroutes van de risicobron af te weten in westelijke richting. De ontwikkeling betreft woningen die niet specifiek zijn bedoeld voor minder zelfredzame personen.
Daarom kan aangenomen worden dat de toekomstige bewoners in voldoende mate zelfredzaam zijn en in staat om in geval van calamiteit van de risicobron af te vluchten. Figuur 7 toont een weergave van het pand waar de opvang wordt gerealiseerd en mogelijke vluchtroutes van de A27 af. Het gebouw beschikt over voldoende vluchtroutes. Geadviseerd wordt vluchtroutes naar buiten te realiseren bij de brandtrappen.
15
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Figuur 7.
Plattegrond van het pand
Aanvullende risicocommunicatie Een informatiebrochure (in meerdere talen) omtrent handelingsperspectief en vluchtwegen in geval van calamiteit op de weg kan aan de aanwezige personen in het verblijf worden verstrekt. De informatie moet toegespitst zijn op de verschillende effecten en handelingsperspectieven in geval van explosie en gifwolk. Deze maatregel geldt niet enkel voor de planlocatie maar ook voor de bestaande bebouwing in de omgeving. Gerichte risicocommunicatie in geval van een calamiteit (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten). Tot slot dient de veiligheidsregio om advies te worden gevraagd over de schuil- en vluchtmogelijkheden en over de bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Met bovenstaande wordt voldaan aan de invulling van artikel 5.15 en worden aanvullende beschermende maatregelen tegen de effecten van een gifwolk niet nodig geacht tenzij de gemeente op basis van haar beoordelingskader anders beslist.
16
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
5 Conclusie In verband met de realisatie van een opvang voor vluchtelingen is het externe veiligheidsrisico van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de nabij gelegen A27 beoordeeld. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de beoordeling worden in dit hoofdstuk benoemd. Plangebied • Conform het Bkl is sprake van ‘kwetsbaar gebouwen’. • Er wordt van uitgegaan dat de bewoners zelfredzaam zijn. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Aandachtsgebieden • De planontwikkeling ligt volledig buiten het brandaandachtsgebied. • De planontwikkeling ligt binnen het explosieaandachtsgebied. • De planontwikkeling ligt binnen het toekomstige gifwolkaandachtsgebied. • Het aanwijzen van een voorschriftengebied is niet verplicht omdat het kwetsbare gebouwen betreft. • Het plangebied ligt buiten de 100% letaliteitscontour van de A27. De invloed van aanwezige personen binnen het plangebied op het groepsrisico van de A27 is beperkt. De vlucht- en schuilmogelijkheden zijn beschouwd. Geadviseerd wordt om de bewoners op de hoogte te brengen van handelingsperspectief en vluchtwegen in geval van calamiteit op de weg. Uiteindelijk moet de gemeente op basis van haar beoordelingskader besluiten of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn. • Aangeraden wordt advies te vragen aan de veiligheidsregio over zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
Algemeen • In hoofdstuk 5 is het Afwegingskader van de ODRU-gemeenten doorlopen. Geadviseerd wordt het gebouw te voorzien van afsluitbare ventilatie. • Het bestuur van de veiligheidsregio kan advies geven over bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
17
Externe veiligheid / Opvang COA te Vianen
Referenties 1.
Ministerie BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Stb. 2018, 292. Laatst gewijzigd Stb. 2024, 197
2.
Ministerie BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Stb. 2018, 293. Laatst gewijzigd Stb. 2024, 167
3.
Ministerie BZK
2088
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Stb. 2018, 291. Laatst gewijzigd Stb. 2024, 93
4.
Ministerie I&W
2025
Portaal Atlas Veiligheid, geraadpleegd juli 2025 https://www.registerexterneveiligheid.nl/pav-kaarten
5.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet, Stc. 19 maart 2014, 8242 Laatst gewijzigd Stb. 2024, 11143
6.
Ministerie I&M
2014
RBM II versie 2.3
7.
ODRU
2024
Gezamenlijke Beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRUgemeenten, 15 februari 2024
8
Kadaster
2025
Bagviewer.kadaster.nl Geraadpleegd in juli 2025
9.
IPO
2022
BAG Populatieservice Gebruikershandleiding bij versie 2.0, april 2022
10.
NIPV
2025
https://scenarioboeken.nipv.nl/
18