CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Regels bestemmingsplan

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 25 april 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Ongewijzigd bestemmingsplan Broekseweg 75-77 Meerkerk14.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels bestemmingsplan ‘Meerkerk, Broekseweg 75-77’ (Uitbreiding SVR Camping de Victorie)

Planstatus: vastgesteld Datum: 2024-02-08 Plan identificatie: NL.IMRO.1961.BPMKBroekseweg7577-VA01 Auteur: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V.

1 Inleidende regels ....................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................. 12 2 Bestemmingsregels.................................................................................................................. 13 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................. 13 Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie .............................................................................................. 25 Artikel 5 Water .................................................................................................................................. 29 Artikel 6 Waarde - Archeologie 1 ...................................................................................................... 30 Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 ......................................................................................................

32 Artikel 8 Waarde - Archeologie 5 ...................................................................................................... 34 Artikel 9 Waarde - Archeologie 6 ...................................................................................................... 36 3 Algemene regels ...................................................................................................................... 38 Artikel 10 Anti-dubbeltelregel ........................................................................................................... 38 Artikel 11 Algemene bouwregels ...................................................................................................... 38 Artikel 12 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 39 Artikel 13 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 39 Artikel 14 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 40 Artikel 15 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 41 Artikel 16 Overige regels ...................................................................................................................

42 4 Overgangs- en slotregels .......................................................................................................... 44 Artikel 17 Overgangsrecht ................................................................................................................. 44 Artikel 18 Slotregel ............................................................................................................................ 44

2

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Meerkerk, Broekseweg 75-77' van de Gemeente Vijfheerenlanden; 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 De verbeelding De analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 Aanbouw Een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), archeologisch en/- of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.7 Achtererf Gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen; 1.8 Achtererfgebied De definitie voor achtererfgebied zoals beschreven in artikel 1 van Bijlage II behorende het Besluit omgevingsrecht (Bor), zoals dat artikel luidt op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1.9 Achtergevelrooilijn De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw – zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen – alsmede het verlengde daarvan; 1.10 Afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels Een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.11 Agrarisch bedrijf Een volwaardig bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren met inbegrip van akkerbouw, ambachtelijke been verwerking agrarische producten, aquacultuur, bollenteelt, bomenteelt, fruitteelt, 3

glastuinbouw, grondgebonden veehouderij, intensieve veehouderij, intensieve kwekerij, kas, paardenhouderij/-fokkerij, sierteelt, tuinbouw en viskwekerij; 1.12 Agrarisch hulpbedrijf Een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het leveren van dieren of goederen aan agrarische bedrijven, dan wel op het verwerken, opslaan, vervoeren en/of verhandelen van dieren of producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven, dan wel een aan het agrarisch bedrijf verwant bedrijf, gericht op de handel en de bewaring van agrarische producten; 1.13 Andere geluidsgevoelige gebouwen Gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.14 Andere nevenruimten Ondergeschikte aan de bestemming dienstige bouwwerken, geen bergingen zijnde, zoals ondergrondse bouwwerken.

1.15 Ander werk Een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid; 1.16 Archeologisch deskundige Professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen; 1.17 Archeologisch onderzoek Diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.18 Archeologisch rapport In rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; 1.19 Archeologische verwachting De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.20 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.21 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.22 Bed&Breakfast Het op kleinschalige wijze tegen betaling aanbieden van een toeristisch kortstondig verblijf met het serveren van ontbijt door de bewoner(s) van het pand.

De Bed&Breakfast-functie is ondergeschikt aan de hoofdfunctie van de gronden of bouwwerken, niet zijnde een zelfstandige recreatiewoning; 4

1.23 Bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.24 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.25 Bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.26 Bestaand a. Bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.

Bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.27 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak; 1.28 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.29 Bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), archeologisch en/- of ruimtelijk visueel (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.30 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats; 1.31 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.32 Bouwgrens De grens van een bouwvlak;

5

1.33 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.34 Bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel; 1.35 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.36 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.37 Bruto vloeroppervlak De totale bruto vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt ten behoeve van een bepaalde functie, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke, conform NEN 2580; 1.38 Cultuurhistorische karakteristiek Gebouwen met een typische bouwstijl of bebouwing die deel uitmaakt van een beeldbepalend ensemble dan wel bebouwing die door de monumentencommissie op het gebied van cultuurhistorie als zodanig kan worden aangemerkt; 1.39 Dagrecreatie Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.40 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan perso-nen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de

uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Detailhandel vanuit een Bed&Breakfast-functie is niet toegestaan; 1.41 Dienstverlening Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij afnemers rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.42 Eerste bouwlaag De bouwlaag op de begane grond; 1.43 Erf Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt;

6

1.44 Extensief dagrecreatief medegebruik Recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden; 1.45 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.46 Gemeentelijk parkeerbeleid De door burgemeester en wethouder vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien er geen geldende beleidsregels aanwezig zijn, gelden de actuele CROW kencijfers.

Zijn er wel beleidsregels en wijzigen deze gedurende de planperiode dan gelden de gewijzigde regels; 1.47 Grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel; 1.48 Hobbyboer Een niet-agrariër die agrarische activiteiten uitvoert die niet de omvang heeft van een volledige arbeidskracht, maar waarbij wel sprake is van ten minste 1 ha grond en van 4 Nederlandse grootte-eenheden (nge) of vergelijkbare grootte gemeten in Standaardopbrengst (SO); 1.49 Hobbymatige agrarische activiteiten Agrarische activiteiten die geen onderdeel uitmaken van een volwaardig agrarisch bedrijf; 1.50 Hoofdgebouw Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.51 Horeca(bedrijf) Een bedrijf waar hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie en horeca met een grote negatieve impact naar de omgeving, zoals dancings en discotheken; 1.52 Huishouden Persoon of groep

personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn waarbij sprake is van de continuïteit in de samenstelling ervan en die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;

7

1.53 Kampeermiddel Tent, tentwagen, kampeerauto, recreatiewoning of (sta)caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.54 Kampeerplaats Een plaats op een kleinschalig kampeerterrein welke uitsluitend voor één tent, één tentwagen, één kampeerauto of één caravan gebruikt mag worden; 1.55 Kampeerterrein Terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.56 Kantoor Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen alsmede het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.57 Kap Een constructie van dakvlakken met een helling van ten minste 20° en ten hoogste 75°; 1.58 Klein agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf welke niet voldoet aan de definitie van een volwaardig agrarisch bedrijf (ter indicatie: een bedrijf met een omvang tussen 9

en 35 nge of vergelijkbare grootte in SO); 1.59 Kleinschalige eet- en drinkmogelijkheden bij nevenactiviteiten Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat. Het gaat om de volgende activiteiten: verkoop aan huis van streekeigen producten, ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (zoals kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) en kleinschalig consumeren daarvan, kleinschalige detailhandel, Bed & Breakfast, sociaalmedische nevenfunctie (resocialisatie, therapie, kinderopvang); 1.60 Kleinschalig kamperen Het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeermiddelen gedurende 1 maart tot en met 31 oktober; 1.61 Landschapsdeskundige Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen instelling of persoon met deskundigheid op het gebied van natuur en landschap; 1.62 Landschapswaarden De aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of geomorfologisch opzicht; 8

1.63 Maatschappelijke voorzieningen Culturele, educatieve, medische, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening zoals een gemeentewerf, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.64 Natuurwaarden De aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden; 1.65 Nevenactiviteit bij agrarisch bedrijf Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat. De activiteit valt in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; 1.66 Niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering De agrarische bedrijfsvoering die niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eenden-mesterij of – fokkerij, konijnenhouderij en champignonkwekerij; 1.67 Nok Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, c.q.

bovenste rand van een dak; 1.68 Normaal onderhoud, gebruik en beheer Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.69 Omgevingsvergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.70 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden Een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.71 Ondersteunende horeca Een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de hoofdfunctie een andere dan horeca is, waarbij horeca mag worden uitgeoefend ten behoeve van deze hoofdfunctie en ondergeschikt daaraan; 1.72 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bestaat uit een dakconstructie met maximaal één eigen wand;

9

1.73 Peil a. De gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerktreding van dit plan; b. Indien de voorgevel van een gebouw, de uitbreiding daarvan of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelegen is binnen een afstand van ten hoogste 10 m uit de grens van een bestemming 'Verkeer' of 'Verkeer - Verblijfsgebied', wordt de kruin van de weg als peil beschouwd voor het betreffende gebouw en alle (bestaande) aangebouwde bijgebouwen; 1.74 Permanente bewoning Bewoning door een persoon of door groepen van personen van een kampeermiddel als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats dan wel een gebruik van een kampeermiddel anders dan voor recreatieve doeleinden; 1.75 Permanente/jaarrond standplaats kampeermiddel Een (gedeelte van een) terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten, gedurende het gehele jaar.

1.76 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.77 Recreatiewoning Een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning; 1.78 Recreatieve bewoning De bewoning die gericht is op ontspanning en/of vrijetijdsbesteding; 1.79 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.80 Seizoensgebonden standplaats kampeermiddel Een (gedeelte van een) terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij het kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten, uitsluitend gedurende het zomerseizoen. 1.81 Silo Opslagplaats voor voedsel of mest (voeder- en mestsilo's); 1.82 Sleufsilo Opslagplaats voor stort- of bulkgoederen met één of meer rechtopstaande wanden;

10

1.83 Staat van bedrijfsactiviteiten Een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.84 Stacaravan Een caravan of soortgelijk onderkomen, bestaande uit één bouwlaag en uit één deel op wielen – en derhalve zonder vaste fundering – met een maximale oppervlakte van 36 m2 en hoogte van 3,30 meter, dat mede gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.85 Standplaats voor kampeermiddel Een (gedeelte van een) terrein bestemd voor de plaatsing van een kampeermiddel, inclusief bij dat kampeermiddel behorende ondergeschikte onderkomens, zoals bijzettenten.

1.86 Uitbouw Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.87 Verblijfsrecreatie Recreatie waarbij het verblijf gericht is op ontspanning en/of vrijetijdsbesteding; 1.88 Voldoende parkeergelegenheid Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan het gemiddelde van de CROW kencijfers zoals opgenomen in de rij ‘weinig stedelijk’, aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in de meest actuele CROW publicatie of het gemeentelijk parkeerbeleid; 1.89 Volwaardig agrarisch bedrijf Een duurzaam agrarisch bedrijf met de (potentiële) omvang van ten minste één volle-dige arbeidskracht die binding heeft met het agrarische bedrijf, met een daarbij pas-sende bedrijfsomvang; 1.90 Voorgevel De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.91 Voorgevelrooilijn De lijn die samenvalt met de voorgevel(s) van een hoofdgebouw en met het denkbeeldige verlengde daarvan; 1.92 Voorste bouwgrens De naar de weg gekeerde bouwgrens of, indien een bouwvlak met meer dan één zijde gekeerd is naar een weg, de bouwgrens die als zodanig moet worden beschouwd; 1.93 Wijziging Een wijziging als bedoeld in

artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

11

1.94 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform het begrip 'woning' of 'wooneenheid'; 1.95 Woning of wooneenheid Een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.96 Zomerseizoen De periode vanaf 1 april tot en met 1 oktober.

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het meten van de goothoogte worden ondergeschikte bouwdelen als wolfseinden en goten van dakkapellen niet meegerekend. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5 Goothoogte dakkapellen Voor de berekening van de goothoogte tellen dakkapellen niet mee voor zover de breedte van de dakkapel minder bedraagt dan 50% van de breedte van de gevel waarop de dakkapel is gesitueerd. 2.6 Ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordende volgende ondergeschikte bouwonderdelen buiten beschouwing gelaten: a.

Tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers,wolfseinden, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, met dien verstande dat de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt; b. Andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, met dien verstande dat de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

12

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Agrarische productiegronden; b. De uitoefening van een volwaardig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf; c. Bedrijfswoningen, waarbij per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan dan wel het bestaande aantal woningen; alsmede voor: d. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – horeca en terras’: ondersteunende horeca ten dienste van de camping binnen het plangebied; e. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - duiker', tevens voor een duiker; f. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek': instandhouding en herstel van de cultuurhistorische waarden van de aanwezige beeldbepalende bebouwing; g. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; Met daaraan ondergeschikt: h. Nevenactiviteiten binnen het bouwvlak in de vorm van een agrarisch hulpbedrijf met dien verstande dat: 1. Het bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten moet voorkomen; 2. De bebouwde oppervlakte ten behoeve van het agrarisch hulpbedrijf maximaal 500 m2 mag bedragen i.

Nevenactiviteiten in de vorm van detailhandel ten behoeve van ter plaatse geproduceerde of streekeigen geproduceerde agrarische producten met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte ten behoeve van het detailhandel maximaal 200 m2 mag bedragen; j. Nevenactiviteiten in de vorm van verblijfsrecreatie bestaande uit: 1. Bed & breakfastvoorzieningen, met dien verstande dat: i. Maximaal 90 m2 van de oppervlakte van de bebouwing hiervoor mag worden gebruikt met inbegrip van maximaal 3 slaapverblijven van elk maximaal 30 m2 voor in totaal maximaal 6 personen; ii. Er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein; iii. De bed&breakfast voorzieningen zijn toegestaan in zowel de bedrijfswoning als de bijgebouwen bij de bedrijfswoning; k. Nevenactiviteiten in de vorm van educatieve activiteiten met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte ten behoeve van educatieve activiteiten maximaal 200 m2 mag bedragen; l. Nevenactiviteiten in de vorm van kleinschalige zorg met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte ten behoeve van zorg maximaal 200 m2 mag bedragen; m. Nevenactiviteiten in de vorm van het stallen van dieren van derden, zoals pensionpaarden; n. Kleinschalige en ondergeschikte eet- en drinkmogelijkheden als onderdeel van een nevenactiviteit; 13

o. Extensief dagrecreatief medegebruik; p. Behoud, herstel en ontwikkeling van: 1. De aan het open landschap gebonden natuurwaarden, onder meer in de vorm van weidevogels, lepelaars en overwinterende eenden, ganzen en zwanen, vissen, amfibieën en oever- en waterplanten; 2. De aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische patronen, onder meer in de vorm van openheid, kenmerkende kavelpatronen, watergangen, wielen, eendenkooien en dijken; q. Hobbymatige agrarische activiteiten; met de daarbij behorende bouwwerken, tuinen en erven, paden, landbouwontsluitingswegen, bergingen en andere nevenruimten, gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen, in- en uitritten en nutsvoorzieningen. 3.1.2 Oppervlakte nevenactiviteiten De gezamenlijke bebouwde oppervlakte ten behoeve van nevenactiviteiten zoals bedoeld in artikel 3 lid 1.1 sub i tot en met n bedraagt maximaal 500 m2. 3.1.3 Houden van dieren De agrarische bebouwing mag slechts in één bouwlaag worden gebruikt ten behoeve van het houden van dieren. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen algemeen Uitsluitend de volgende gebouwen mogen worden gebouwd: a. Bedrijfsgebouwen; b. Bedrijfswoningen; c. Bijgebouwen bij de woningen; met dien verstande dat: d. Gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. De goothoogte bedraagt maximaal 6 m; b.

De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; c. De hoofdmassa wordt voorzien van een kap; met dien verstande dat: d. Bedrijfsgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van: 1. Een volwaardig agrarisch bedrijf i. Doelmatigheid en noodzaak dient te worden aangetoond; ii. Ter toetsing hiervan dient verplicht advies van een externe agrarische deskundige te worden ingewonnen; 2. Nevenactiviteiten zoals bedoeld in artikel 3 lid 1.1; 3. Overige (specifieke) vormen van gebruik als bedoeld in artikel 3 lid 1.1 waarbij voor: i. Agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde stallen, groter dan 100 m2; ii. Stallen groter dan 200 m2. 14

3.2.3 Bedrijfswoning Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. De goothoogte bedraagt maximaal 6 m; b. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; c. De inhoud bedraagt maximaal 750 m3 inclusief aan- en uitbouwen; dan wel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt dan 750 m3; d. In afwijking van sub a en b bedraagt de goothoogte en bouwhoogte van een andere dan de eerste bedrijfswoning de bestaande goot- en bouwhoogte; e. De hoofdmassa van bedrijfswoningen wordt verplicht voorzien van een kap. 3.2.4 Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkapping mag niet meer bedragen dan 75 m2 waarvan maximaal 30 m2 aan overkappingen; b. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen; c. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen; d. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; e. Bijgebouwen dienen verplicht te worden voorzien van een kap; f. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd, vanaf 1 meter achter (het verlengde) van de voorgevel van de bedrijfswoning.

3.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. Er mag maximaal één mestsilo worden gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 750 m2, de inhoud maximaal 2.500 m3 en de bouwhoogte maximaal 6 m bedraagt; b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal: 1. Erf- en terreinafscheidingen 2 m; 2. Silo's (geen mestsilo zijnde) 12 m; 3. Mestsilo's 6 m; 4. Sleufsilo's 3 m; 5. Windturbines 15 m; 6. Hooitas -of hooiberg 12 m; 7. Overkappingen 3 m; 8. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 10 m; met dien verstande dat lichtmasten niet zijn toegestaan bij paardenbakken, maximum 30 m2 aan overkappingen bij een bedrijfswoning zijn toegestaan en de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning ten hoogste 75 m2 bedraagt.

15

3.2.6 Bouwwerken, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. Erf- en terreinafscheidingen met (geheel) open constructie voor de voorgevelrooilijn 1,5 m; b. Overige erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn 1 m; c. Erf- en terreinafscheidingen achter de achtergevelrooilijn 2 m; d. Toegangspoorten 2 m; e. Windmolens ten behoeve van de waterbeheersing 6 m; f. Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 m. met dien verstande dat lichtmasten niet zijn toegestaan bij paardenbakken. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijking goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.2 voor het verhogen van de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen tot maximaal 8 respectievelijk 12 m, met dien verstande dat: a. De afwijking noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. De eventueel aanwezige cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; c. De aanvraag getoetst is door een agrarisch deskundige; d. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

3.3.2 Afwijking vergroting inhoud eerste agrarische bedrijfswoning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.3 en worden toegestaan dat de inhoud van de bedrijfswoning maximaal 1.000 m3 mag bedragen met dien verstande dat: a. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en van landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden; b. Alvorens een besluit tot afwijking wordt genomen, een landschapsdeskundige om advies wordt gevraagd, indien geen sprake is van een bouwplan met geringe ruimtelijke impact. 3.3.3 Afwijking bouwhoogte silo's Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.5 voor het toestaan van een silo met een bouwhoogte van maximaal 25 m, met dien verstande dat: a. De afwijking noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. De aanvraag getoetst is door een agrarisch deskundige; c. De eventueel aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; 16

d. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. De bouwhoogte maximaal 15 m bedraagt voor zover het bouwvlak direct grenst aan gronden ter plaatse van de bestemming Agrarisch met waarden. 3.3.4 Afwijking bouwhoogte windturbines Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.5 en artikel 3 lid 2.6 voor het toestaan van een windturbine met een bouwhoogte van maximaal 25 m, met dien verstande dat: a. De afwijking noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. De eventueel aanwezige cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; c. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; d. De bouwhoogte maximaal 15 m bedraagt voor zover het bouwvlak direct grenst aan gronden ter plaatse van de bestemming Agrarisch met waarden. 3.3.5 Afwijking mestsilo buiten het bouwvlak Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.5 voor het bouwen van een mestsilo buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. Buiten het bouwvlak mag maximaal één mestsilo worden gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte maximaal 750 m2, de inhoud maximaal 2.500 m3 en de bouwhoogte maximaal 6 m bedraagt; b.

De afwijking noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. Aangetoond moet worden dat de mestsilo niet binnen het bouwvlak kan worden opgericht; d. De eventueel aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden en doorzichten mogen niet onevenredig worden aangetast; e. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.3.6 Afwijking hagelnetten Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.6 voor het realiseren van semi-permanente voorzieningen voor de bescherming van gewassen (zoals hagelnetten) tot een hoogte van maximaal 4 m. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. Een gebruik van gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak ten behoeve van reclame-uitingen; b. Permanente bewoning van recreatiewoningen; c. Een gebruik van gronden van meer dan 20% van het bedrijfsoppervlak van elk agrarisch bedrijf ten behoeve van maisteelt. 17

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijking paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1 ten behoeve van het toestaan van nieuwe paardenbakken, met dien verstande dat: a. De paardenbak binnen het bouwvlak dan wel, indien dat niet mogelijk is, direct aansluitend aan het bouwvlak dient te worden gerealiseerd; b. De paardenbak wordt achter het verlengde van de voorgevel van de voorste bebouwing gesitueerd; c. Ter plaatse van de aanduiding ‘paardenbak’ een paardenbak voor de voorgevel van de woning is toegestaan; d. In het geval van een slagenverkaveling wordt de lange kant van de paardenbak parallel aan de dichtstbijzijnde verkavelingsloot gesitueerd; e. De paardenbak wordt niet over sloten gesitueerd; f. De oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 1.200 m2; g. De afstand van de paardenbak tot woningen van derden dient minimaal 25 m te bedragen; h. Lichtmasten bij paardenbakken niet zijn toegestaan; i. De aanwezige natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden en de bestaande doorzichten mogen niet onevenredig worden aangetast; j. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

3.5.2 Afwijking Bed & Breakfast Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1 voor het uitbreiden van de ter plaatse toegestane bed & breakfast voorzieningen, met dien verstande dat: a. Maximaal 5 slaapverblijven van elk maximaal 30 m2 voor in totaal maximaal 10 personen zijn toegestaan; b. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; c. Geen onevenredige verkeersbelasting op de omliggende wegen plaatsvindt en voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 3.5.3 Afwijking recreatiewoning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1 voor het realiseren van een recreatiewoning waarbij: a. De inhoud van een recreatiewoning maximaal 250 m3 mag bedragen; b. De oppervlakte van een recreatiewoning maximaal 45 m2 mag bedragen; c. Een recreatiewoning mag uitsluitend in één bouwlaag met kap worden gebouwd, waarbij de goot- en bouwhoogte maximaal 4 m respectievelijk 6 m mogen bedragen; d. Per recreatiewoning mag ten hoogste één bijgebouw worden gebouwd met een oppervlakte van maximaal 15 m2 en een bouwhoogte van maximaal 2,7 m; e. De afstand tot perceelsgrenzen en onderlinge bebouwing minimaal 3 m bedraagt.

18

3.5.4 Afwijking gebruik als fruitteelt of sierteeltgrond Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde artikel 3 lid 1.1 voor het toestaan van het gebruik van de grond als sierteelt of fruitteelt met dien verstande dat: a. Nieuw gebruik van gronden ten behoeve van sierteelt alleen is toegestaan aansluitend aan bestaande gronden met sierteelt; b. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; c. Geen onevenredige aantasting van de openheid plaatsvindt. d. Verplicht advies wordt ingewonnen bij een externe agrarisch deskundige. 3.5.5 Afwijking tijdelijke arbeidsmigranten Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1 voor het toestaan van de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten met dien verstande dat: a. Het gaat om huisvesting van arbeidsmigranten die aantoonbaar werkzaam zijn op het betreffende perceel; b. Huisvesting plaatsvindt in het hoofdgebouw of bijgebouw; c. Het aantal arbeidsmigranten niet meer bedraagt dan 20; d. De huisvesting geen onevenredig nadelige effecten heeft op de verkeerssituatie; e. Er voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

3.5.6 Afwijking plattelandswoning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3 lid 1.1 in die zin dat een plattelandswoning wordt toegestaan, met dien verstande dat: a. De bedrijfswoning in gebruik wordt genomen als burgerwoning en het bedrijf waartoe de bedrijfswoning behoorde de bedrijfsactiviteiten niet heeft gestaakt; b. Er sprake dient te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. Op het agrarisch bouwvlak de mogelijkheid voor het realiseren van nieuwe bedrijfswoning komt te vervallen; d. De bouwregels voor een bedrijfswoning zoals opgenomen in artikel 3 lid 2.3 van toepassing blijven; e. Er geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven mogen optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreiding- en ontwikkelmogelijkheden. 3.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 3.6.1 Sloopverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' te slopen. 3.6.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' a. De sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de karakteristieke waarden niet worden aangetast; b.

Het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van het karakteristieke bebouwingsbeeld plaatsvindt; 19

c. Het karakteristieke bebouwingsbeeld in redelijkheid niet te handhaven is. Met dien verstande dat een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk slechts verleend wordt als de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed van de gemeente Vijfheerenlanden een positief advies heeft uitgebracht. 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijzigingsbevoegdheid veranderen bouwgrenzen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden te wijzigen voor het veranderen van bouwgrenzen, al dan niet in verband met het vergroten van de oppervlakte van het bouwperceel, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. De wijziging noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. Bij de wijziging bij voorkeur de historische verkavelingsvorm wordt aangehouden; c. De oppervlakte van het bouwvlak dat ontstaat niet groter wordt dan 2 ha; d. De eventueel aanwezige cultuurhistorisch, natuurlijke en landschappelijke waarden en de bestaande doorzichten mogen niet onevenredig worden aangetast; e. De aanvraag getoetst is door een agrarisch deskundige; f. Buitenopslag landschappelijk wordt ingepast; g. Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

3.7.2 Wijzigingsbevoegdheid naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden te wijzigen, voor zover het betreft de gronden gelegen binnen een bouwvlak, in de bestemming Wonen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. Voor bewoning mag worden gebruikt de ten tijde van bedrijfsbeëindiging bestaande bedrijfswoning(en) inclusief aangebouwd bedrijfsgedeelte met dien verstande dat ter plaatse van een monument, de bestaande bebouwing voor bewoning aangewend mag worden indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van het pand; b. Het aantal woningen dient beperkt te blijven tot het aantal woningen dat op het moment van het nemen van het wijzigingsbesluit aanwezig is; c. In afwijking van sub b mag het ter plaatse aanwezige aantal woningen ter plaatse van monumenten met één of twee wooneenheden worden uitgebreid, indien dit noodzakelijk is voor de instandhouding van het pand, met dien verstande dat voor deze wooneenheden geen extra erfbebouwing is toegestaan; d. De bestaande oppervlakte bijgebouwen mag blijven bestaan; in geval van nieuwbouw bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen maximaal 70% van de gezamenlijke oppervlakte van gesloopte agrarische bedrijfsbebouwing met een minimum van 75 m2; e.

De inhoud van de woning mag maximaal 750 m3, dan wel de inhoud bedragen van het huidige hoofdgebouw inclusief aangebouwd bedrijfsgedeelte; f. Buitenopslag is niet toegestaan; g. De aanwezige cultuurhistorische karakteristiek mag niet onevenredig worden aangetast; h. De omliggende agrarische bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. i. De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 20

1. De bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde bestemming(en); 2. De voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, danwel een vóór vaststelling van het wijzigingsplan vastgestelde hogere grenswaarde, niet wordt overschreden; 3. Het wijzigingsplan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 4. Voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet natuurbescherming; 5. Geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden; 6. Het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. j. De bevoegdheid in het geval van een monument niet eerder wordt toegepast dan dat advies is verkregen van een ter zake deskundige; k. De bevoegdheid er tevens in voorziet dat het bouwvlak kan worden verkleind. 3.7.3 Wijzigingsbevoegdheid naar meerdere woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging wijzigen van de bestemming, voor zover het betreft de gronden gelegen binnen een bouwvlak, in de bestemming Wonen ten behoeve van meerdere wooneenheden, met inachtneming van tenminste de volgende voorwaarden: a. Het hoofdgebouw (inclusief aangebouwd bedrijfsgedeelte) mag geheel worden gebruikt voor bewoning; b.

De wooneenheden worden gerealiseerd binnen de bestaande karakteristieke bebouwing, binnen de voormalige bedrijfswoning (inclusief aangebouwd bedrijfsgedeelte) of binnen nieuw te bouwen gebouwen; c. In het geval van een monument mogen tevens bijgebouwen worden bewoond indien dat voor de instandhouding van het monument noodzakelijk is; d. Het aantal wooneenheden bedraagt maximaal 3 met een minimale inhoud van 250 m3; e. Alle voormalige bedrijfsgebouwen, overkappingen, bijgebouwen en kassen worden gesloopt, tenzij het monumentale of karakteristieke bebouwing betreft; f. Voor zover de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft op het realiseren van woningen in nieuw te bouwen gebouwen, geldt dat per woning minimaal 1.000 m2 aan bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en-/of 5.000 m2 aan kassen moeten worden gesloopt; g. De inhoud van elke woning bedraagt maximaal 750 m3 inclusief aan- en uitbouwen; h. Bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan tot een maximum van 75 m2 per woning met dien verstande dat het meerdere aan bijgebouwen en overkappingen wordt gesloopt, tenzij het een monument betreft; i. Indien aantoonbare ruimtelijke verbetering plaatsvindt mag volledige vervangende nieuwbouw van een of meerdere bestaande bijgebouwen plaatsvinden; j. Buitenopslag niet is toegestaan; k.

Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke kwaliteit van het gebied respectievelijk een aantoonbare verbetering daarvan; l. De aanwezige cultuurhistorische karakteristiek niet wordt aangetast; m. De omliggende agrarische bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; n. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; o. De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. De bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde bestemming(en); 21

2. De voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, dan wel een vóór vaststelling van het wijzigingsplan vastgestelde hogere grenswaarde, niet wordt overschreden; 3. Het wijzigingsplan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 4. Voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet natuurbescherming; 5. Geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden; 6. Het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. p. De bevoegdheid In het geval van een monument niet eerder wordt toegepast dan dat advies is verkregen van een ter zake deskundige; q. De bevoegdheid er tevens in voorziet dat het bouwvlak kan worden verkleind. 3.7.4 Wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijf, Dienstverlening, Maatschappelijk en Kantoor Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden te wijzigen, voor zover gelegen binnen een bouwvlak, na bedrijfsbeëindiging in de bestemmingen Bedrijf, Dienstverlening, Kantoor of Maatschappelijk, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte van het bouwvlak wordt afgestemd op de aanwezige bebouwing en in ieder geval niet meer bedraagt dan 1,5 ha; b. Het ter plaatse aanwezige aantal bedrijfswoningen mag niet worden vermeerderd; c.

Het oppervlak van de aanwezige bedrijfsgebouwen mag niet worden vergroot; het bebouwingspercentage zal hierop worden afgestemd; d. De bestaande oppervlakte bijgebouwen/bedrijfsbebouwing mag blijven bestaan; in geval van nieuwbouw mag het oppervlak van bijbehorende bouwwerken maximaal 70% bedragen van het bestaande oppervlak aan vergunde bijbehorende bouwwerken indien deze 70% meer bedraagt dan 75 m2; e. Opslag van goederen op onbebouwde gronden is toegestaan achter de voorgevelrooilijn van de voorste bebouwing tot ten hoogste 4 m; f. Voor zover de wijziging betrekking heeft op de bestemming bedrijf, geldt dat uitsluitend bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; g. Voor zover de wijziging betrekking heeft op de bestemming Bedrijf, de mogelijkheden voor andere vervolgbestemmingen zijn onderzocht; h. Een wijziging in Maatschappelijke doeleinden heeft uitsluitend betrekking op voorzieningen inzake welzijn en volksgezondheid; i. De wijziging geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg zal hebben en voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; j. De omliggende agrarische bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; k. De eventueel aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden en de bestaande doorzichten mogen niet onevenredig worden aangetast; l.

De aanwezige cultuurhistorische karakteristiek niet wordt aangetast; m. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; n. De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. De bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde bestemming(en); 2. De voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, dan wel een vóór vaststelling van het wijzigingsplan vastgestelde hogere grenswaarde, niet wordt overschreden; 22

3. Het wijzigingsplan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 4. Voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet natuurbescherming; 5. Geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden; 6. Het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. o. De bevoegdheid in het geval van een monument niet eerder wordt toegepast dan dat advies is verkregen van een ter zake deskundige; p. De bevoegdheid er tevens in voorziet dat het bouwvlak kan worden verkleind. 3.7.5 Wijzigingsbevoegdheid naar Recreatie - Verblijfsrecreatie Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden te wijzigen in de bestemmingen Recreatie - Verblijfsrecreatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. De wijziging strekt tot uitbreiding van een bestaand kampeerterrein en de te wijzigen gronden daar direct op aansluiten; b. De te wijzigen gronden een maximale oppervlakte bedragen van 20% van de oppervlakte van het aansluitende bestemmingsvlak Recreatie – Verblijfsrecreatie tot een maximum van 5000 m2 voor het gehele nieuwe bestemmingsvlak; c. De eventueel aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden en de bestaande doorzichten niet onevenredig worden aangetast; d. De uitbreiding landschappelijk wordt ingepast; e.

Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; f. De wijziging geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg zal hebben en voorzien is in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. De bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde bestemming(en); 2. Het wijzigingsplan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 3. Voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet natuurbescherming; 4. Geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden; 5. Het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. h. Een nadere aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kampeerterrein 1, 2 of 3' kan wordt toegevoegd en de regels behorend bij deze aanduiding van overeenkomstige toepassing zijn; i. De wijzigingsbevoegheid niet wordt toegepast dan nadat burgemeester en wethouders daarover een advies hebben ingewonnen van een onafhankelijk natuuren landschapsdeskundige; j. De bevoegdheid er tevens in voorziet dat het bouwvlak kan worden verkleind.

23

3.7.6 Wijzigingsbevoegdheid naar bouwvlak niet-volwaardig agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in artikel 3 lid 1.1 sub b bedoelde gronden te wijzigen en te voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – klein agrarisch bedrijf', ten behoeve van het opnemen van een bouwvlak voor een niet-volwaardig agrarisch bedrijf, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. Enkel bestaande agrarische bedrijven welke in het bestemmingsplan een agrarische bestemming hebben komen in aanmerking; b. De wijziging is noodzakelijk in verband met een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. De contour van het nieuwe bouwvlak wordt afgestemd op de omvang van het bedrijf; d. Het bouwvlak wordt bij voorkeur in een historische verkavelingsvorm geprojecteerd; e. De eventueel aanwezige cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden en de bestaande doorzichten mogen niet onevenredig worden aangetast; f. Ter onderbouwing hiertoe een inrichtingsplan is ingediend; g. De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. De bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde bestemming(en); 2. De voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, danwel een vóór vaststelling van het wijzigingsplan vastgestelde hogere grenswaarde, niet wordt overschreden; 3.

Het wijzigingsplan niet in betekenende mate leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; 4. Voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet natuurbescherming; 5. Geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden; 6. Het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. h. De aanvraag is getoetst door een agrarisch deskundige; i. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; j. Het nieuwe bouwvlak mag uitsluitend worden gebruikt voor een grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een sierteeltbedrijf; k. De regels van artikel 3 zijn onverkort van toepassing op het wijzigingsplan, met uitzondering van artikel 3 lid 1.1 sub a en artikel 3 lid 2.2 sub d, voor zover hier eisen gesteld worden aan de volwaardigheid van het agrarisch bedrijf.

24

Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Recreatie - Verblijfsrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerterrein waarbij: 1. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2': i. Het terrein het gehele jaar door kampeermiddelen mag worden gebruikt, met dien verstande dat stacaravans en recreatiewoningen niet zijn toegestaan; ii. Uitsluitend recreatieve bewoning is toegestaan; 2. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 3': i. Het terrein het gehele jaar door kampeermiddelen mag worden gebruikt alsmede een bed & breakfast en maximaal vier recreatiewoningen; met dien verstande dat: ▪ Uitsluitend recreatieve bewoning is toegestaan; ▪ Stacaravans zijn toegestaan waarbij maximaal één bijgebouw per stacaravan mag worden gebouwd met een oppervlakte van maximaal 12 m2 en een bouwhoogte van maximaal 2,5 m; ii. Een bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning'; b. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek': instandhouding en herstel van de cultuurhistorische waarden van de aanwezige beeldbepalende bebouwing; c. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – horeca en terras’: ondersteunende horeca ten dienste van de camping binnen het plangebied; d.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - duiker', tevens voor een duiker; e. Bij deze bestemming behorende voorzieningen als bijbehorende gebouwen waaronder begrepen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, ondergeschikte detailhandel en horeca, sanitaire voorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, extensief dagrecreatief medegebruik, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming zijn uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan ten dienste van de bestemming. 4.2.2 Bedrijfswoning Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. Een bedrijfswoning mag uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. De goothoogte bedraagt maximaal 6 m; c. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; d. De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3 inclusief aanen uitbouwen dan wel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt dan 750 m3; e. Bedrijfswoningen worden verplicht voorzien van een kap.

25

4.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning Voor bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoning gelden de volgende regels: a. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen vanaf 1 meter achter (het verlengde) van de voorgevel van de bedrijfswoning; b. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 75 m2 waarvan maximaal 30 m2 aan overkappingen; c. De goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt maximaal 3 m; d. De bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt maximaal 5 m; e. De bouwhoogte van overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; f. Bijgebouwen dienen verplicht te worden voorzien van een kap; g. In afwijking van sub a mogen ter plaatse van de voorgevel erkers worden gebouwd met dien verstande dat: 1. De diepte van de erker mag ten hoogste 1,5 m mag bedragen gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw; 2. De breedte van de erker mag ten hoogste 50% van de voorgevel van het hoofdgebouw mag bedragen; 3. De bouwhoogte van de erkers niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw. 4.2.4 Recreatiewoningen Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 3' mogen maximaal vier recreatiewoningen worden gerealiseerd waarbij: a.

De inhoud van een recreatiewoning ten hoogste 300 m3 mag bedragen; b. Het grondoppervlak van een recreatiewoning ten hoogste 60 m2 mag bedragen; c. Een recreatiewoning uitsluitend in één bouwlaag met kap mag worden gebouwd, waarbij de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4 m respectievelijk 6 m mag bedragen; d. De afstand van een recreatiewoning en een berging tot een perceelsgrens niet minder dan 3 m mag bedragen; e. Afstand van een recreatiewoning of een gedeelte daarvan tot enig punt van een ander gebouw mag niet minder dan 6 m bedragen; f. Per recreatiewoning mag ten hoogste één berging worden gebouwd met een grondoppervlak van ten hoogste 15 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 2,7 m. 4.2.5 Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwen van overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. Op de onder artikel 4 lid 1 bedoelde gronden zijn ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2' geen gebouwen en/of overkappingen toegestaan; b. In afwijking van sub a is in het zomerseizoen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - sanitair' een sanitair gebouw toegestaan met een maximale oppervlakte van 30 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 m; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=8df43a01-963e-4479-b6fc-bd086b0407ab