Bijlage 3 HVA pilot
Tekst van het document
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
Bijdrage aan de transformatiedoelen van de Jeugdwet
In deze uitgave staan de belangrijkste bevindingen van een langlopend onderzoek naar de bijdrage van het jongerenwerk aan het versterken van eigen kracht van jongeren, bevorderen van participatie, het vinden
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK BIJDRAGE AAN DE TRANSFORMATIEDOELEN VAN DE JEUGDWET
van hulp en het ontzorgen en normaliseren van problemen. In een periode van 16 maanden (september 2017 t/m december 2018) is op vier momenten een vragenlijst afgenomen onder jongeren die in het jongerenwerk participeren. AMBITIES VAN DE JEUGDWET NOG NIET GEREALISEERD Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor preventieve voorzieningen en de jeugdhulp. Ambitie is het lokale jeugdbeleid en de voorzieningen effectiever en efficiënter te maken. Om dit te realiseren werken gemeenten aan: 1) meer preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jongeren en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk; 2) sneller de juiste hulp op maat bieden om zo dure gespecialiseerde hulp te verminderen; 3) demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren van de jeugdsector. Deze punten zijn onderdeel van de transformatiedoelen.
Vier jaar na de invoering van de Jeugdwet is de druk op de jeugdhulp verder toegenomen: het aantal jongeren dat (intensieve) hulp nodig heeft is gestegen, de wachttijd voor hulp is langer geworden en twee op de drie gemeenten komen geld tekort voor jeugdzorg. Om de transformatiedoelen toch te realiseren krijgen gemeenten onder meer de aanbeveling meer te investeren in preventieve voorzieningen, om daarmee eigen mogelijkheden en maatschappelijke participatie van jongeren te versterken en jongeren tijdiger bij te staan bij (sociale) problemen. De verwachting is dat daarmee het beroep op gespecialiseerde zorg vermindert en kosten kunnen worden bespaard (Friele e.a. 2018; Janssens, 2019).
ONDERZOEK NAAR BIJDRAGE JONGERENWERK Het jongerenwerk is een laagdrempelige basisvoorziening met een preventieve functie. Jongerenwerkers leggen contact met jongeren in hun leefwereld, bieden ontwikkelingskansen, signaleren vroegtijdig ondersteuningsbehoeften en verwijzen door als specialistische hulp nodig blijkt. Hierbij werkt het jongerenwerk samen met ouders, scholen, politie, hulpverlening en de buurt.
Het lectoraat Youth Spot – jongerenwerk (Hogeschool van Amsterdam) heeft in samenwerking met elf jongerenwerkaanbieders uit het westen, midden en zuiden van Nederland een longitudinaal cohortonderzoek uitgevoerd onder 1597 jongeren. Jongeren (10-24 jaar) konden deelnemen aan het onderzoek als zij deelnamen aan het jongerenwerk en in aanraking kwamen met: groepswerk, individuele begeleiding, informatie & advies en/of ambulant jongerenwerk. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de bijdrage van jongerenwerk aan de transformatiedoelen.
2
INHOUDSOPGAVE CONCLUSIE: HET JONGERENWERK DRAAGT BIJ AAN DE TRANSFORMATIEDOELEN
1
VERSTERKEN EIGEN KRACHT
7
2
MEER PARTICIPEREN
13
Het onderzoek wijst uit dat het jongerenwerk positief bijdraagt aan de
3
VINDEN VAN HULP
17
4
ONTZORGEN EN NORMALISEREN
19
5
JONGERENWERK HEEFT TIJD NODIG
22
6
WAT IS JONGERENWERK?
25
7
METHODISCHE VERANTWOORDING
29
transformatiedoelen van de nieuwe Jeugdwet (2015). Deelname aan het jongerenwerk leidt ertoe dat jongeren in kwetsbare situaties meer participeren en meer eigen verantwoordelijkheid laten zien en meer gebruik maken van hun eigen mogelijkheden. Jongerenwerkers verwijzen jongeren door naar professionele hulp en dragen eraan bij dat jongeren met zware problemen stabiel blijven. Jongerenwerkers realiseren deze resultaten via een gecombineerde inzet van groepswerk, individuele begeleiding, informatie & advies en ambulant jongerenwerk.
LEESWIJZER In deze uitgave staat achtereenvolgens beschreven wat het jongerenwerk bijdraagt aan het versterken van eigen kracht van jongeren, het bevorderen van participatie van jongeren, het vinden van hulp en het normaliseren en ontzorgen van problemen. Dit is onderzocht door drie groepen jongeren te volgen die verschillen in hoe lang zij contact hebben met het jongerenwerk (0-6 maanden, 7 maanden t/m 2 jaar en 3 jaar of langer). Waar we een bijdrage van het jongerenwerk presenteren, is deze significant op P< .05 niveau. Dit wil zeggen dat het voor 95% zeker is dat een effect niet op toeval berust. Na de beschrijving van de belangrijkste resultaten volgt een toelichting op wat jongerenwerk is. Achterin de uitgave vindt u een verantwoording over hoe het onderzoek is uitgevoerd.
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
5
1
VERSTERKEN EIGEN KRACHT Het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden van jongeren met inzet van het sociale netwerk is een van de transformatiedoelen. Dit wordt ook wel eigen kracht genoemd. De verwachting is dat door het versterken van de eigen kracht het gebruik van (intensieve) hulp vermindert. Jongeren bevinden zich in een levensfase waarin zij bezig zijn met het volwassen worden. Hoe beter jongeren zich in deze fase persoonlijk, sociaal, maatschappelijk en moreel ontwikkelen, hoe meer verantwoordelijkheid zij nu en later kunnen dragen voor het eigen functioneren en hoe beter hun relatie tot de ander en de samenleving als geheel (Metz, 2013).
Om inzicht te krijgen in de bijdrage van het jongerenwerk aan het versterken van eigen kracht van jongeren is onderzocht in welke mate deelname aan het jongerenwerk resulteert in een kwalitatief beter sociaal netwerk, meer relationele en pro-sociale vaardigheden, een sterker zelfwaardegevoel en meer eigenaarschap over het leven.
6
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
7
SOCIAAL NETWERK
SOCIAAL NETWERK (N=1597)
Het jongerenwerk ondersteunt jongeren in hun contact met hun sociale omgeving.
3,25
Jongerenwerkers brengen jongeren in contact met elkaar, leggen verbindingen tussen jongeren en buurtbewoners, praten met jongeren over hoe contact te onderhouden
4,00
4,25
3,36
Figuur 1: Verschil scores
en bemiddelen bij conflicten. Hiermee beoogt het jongerenwerk het sociale netwerk te
(1-5) gemiddeld over de tijd
versterken in de vooronderstelling dat hoe sterker hun sociaal netwerk is, hoe minder
op sociaal netwerk: aantal
jongeren een beroep doen op gespecialiseerde voorzieningen of uitvallen.
3,75
3,53
contacten, steun en mate
3,57
van tevredenheid over steun.
De bijdrage van het jongerenwerk aan het versterken van het sociaal netwerk van jongeren is
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
gemeten door jongeren te vragen naar het aantal contacten in hun familie en vriendenkring, de mate van steun die zij vanuit deze groepen ontvangen en hoe tevreden jongeren zijn over
RELATIONELE VAARDIGHEDEN
de steun die zij vanuit hun netwerk ontvangen. Er is gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal (waarbij 1= weinig contacten en steun en 5 = veel contacten en steun).
3,25
3,75
4,00
4,25
3,91
Gemiddeld (over vier meetmomenten) beschikken jongeren over een omvangrijk sociaal netwerk dat voldoende steun biedt. Jongeren die 7 maanden of langer contact hebben met het jongerenwerk hebben een significant sterker sociaal netwerk dan jongeren die 0 tot 6
Figuur 2 Relationele
3,99
vaardigheden: Verschil scores gemiddeld over
maanden contact hebben met het jongerenwerk. Het onderzoek toont aan dat deelname
de tijd op relationele
van 7 maanden of langer aan jongerenwerk bijdraagt aan een grotere omvang en betere
vaardigheden.
4,07
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
kwaliteit van het sociale netwerk van jongeren.
RELATIONELE VAARDIGHEDEN Het beschikken over relationele vaardigheden stelt jongeren in staat om mee te kunnen doen in sociale verbanden, zich te kunnen verhouden tot andere mensen en voor zichzelf te kunnen opkomen. Via een vijfpuntschaal beantwoordden jongeren vijf vragen over hun relationele vaardigheden (waarbij 1 = helemaal niet mee eens, 5 = helemaal eens). Gemiddeld (over vier meetmomenten) geven jongeren aan te beschikken over relationele
WAT IN HET JONGERENWERK DRAAGT BIJ AAN EEN POSITIEVE ONTWIKKELING VAN JONGEREN? We hebben onderzocht wat in het handelen van jongerenwerkers bijdraagt aan de ontwikkeling van jongeren. Het onderzoek toont aan dat de aanwezigheid van een
vaardigheden. Jongeren die langer dan 7 maanden contact hebben met het jongerenwerk
betekenisrelatie tussen een jongere en een jongerenwerker positief samenhangt met de
beschikken over significant betere relationele vaardigheden dan de groep die nog korter dan
mate waarin jongeren zich in het jongerenwerk ontwikkelen. Het aangaan en onderhouden
7 maanden in het jongerenwerk participeert. Het onderzoek toont aan dat 7 maanden of
van een betekenisrelatie met jongeren vraagt van de jongerenwerker dat hij/zij authentiek
langer deelname aan jongerenwerk bijdraagt aan betere relationele vaardigheden.
is, toegankelijk is en interesse toont in het leven van de jongere. De betekenisrelatie impliceert dat de jongerenwerker een serieuze gesprekspartner is voor jongeren en het contact van dermate groot belang en diepgaand is, dat het verschil maakt in het leven van jongeren. Naast de aanwezigheid van een betekenisrelatie is het belangrijk dat jongerenwerkers aansluiten bij de leefwereld van jongeren en aansluiten bij hun behoeften. Dit is extra belangrijk bij jongeren vanaf 14 jaar.
8
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
9
PRO-SOCIAAL GEDRAG
PRO SOCIAAL GEDRAG
Voor een gezonde ontwikkeling van jongeren is het nodig dat zij opgroeien in een omgeving
3,25
3,75
4,00
4,25
waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden
4,08
(Catalano, Berglund, Ryan, Lonczak & Hawkins, 2004). Het jongerenwerk beoogt jongeren een pedagogische omgeving te bieden waarin zij pro-sociale vaardigheden kunnen ontwikkelen. Beschikking over deze vaardigheden biedt jongeren mogelijkheden om mee te kunnen doen in diverse omgevingen en om sociale uitsluiting te voorkomen. Helemaal niet mee eens is wederom score 1 en helemaal mee eens is score 5. Gemiddeld (over vier meetmomenten) laten jongeren zien
Figuur 3 Pro sociaal
4,11
gedrag: Verschil
4,15
scores gemiddeld over de tijd op prosociaal gedrag
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
over pro-sociaal gedrag te beschikken. De groep die korter dan 7 maanden contact heeft met het jongerenwerk laat minder pro- sociaal gedrag zien dan de groep die 3 jaar of langer contact heeft. Het onderzoek wijst daarmee uit dat deelname van 3 jaar of langer aan jongerenwerk bijdraagt aan meer pro-sociaal gedrag van jongeren.
ZELFWAARDEGEVOEL
ZELFWAARDEGEVOEL
Zelfwaardegevoel (of eigenwaarde) gaat over de mate waarin jongeren tevreden zijn met zichzelf.
3,25
Vinden jongeren van zichzelf dat ze goede eigenschappen hebben en dingen even goed doen als
3,75
4,00
4,25
anderen, vinden ze van zichzelf dat ze alles beter doen of juist dat ze minder goed zijn? Jongeren die zichzelf de moeite waard vinden, functioneren beter, zijn psychisch gezonder en ervaren minder frustraties, stress en psychologisch onbehagen (Paradise & Kernis, 2002; Rosenberg e.a., 1995). Jongeren konden vragen beantwoorden met een vijfpuntschaal: ‘helemaal niet eens’ (score 1) tot ‘helemaal mee eens’ (score 5). Gemiddeld (over vier meetmomenten) geven jongeren aan over zelfwaardegevoel te beschikken. De groep die korter dan 7 maanden contact heeft met
3,98 Figuur 4 Zelfwaardegevoel:
4,08
Verschil scores
4,09
gemiddeld over de tijd op zelfwaardegevoel.
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
jongerenwerk heeft minder eigenwaarde dan de groepen die 7 maanden of langer participeren. Dit verschil toont aan dat deelname van 7 maanden of langer aan jongerenwerk een bijdrage levert aan een groter zelfwaardegevoel van jongeren.
EIGENAARSCHAP OVER HET EIGEN LEVEN
EIGENAARSCHAP
Eigenaarschap over het eigen leven gaat over de mate waarin jongeren vinden dat zij grip hebben
3,25
op het eigen leven en geloven in de mogelijkheid om zelf invloed te hebben op het eigen leven
3,75
4,00
(Pearlin & Schooler, 1978). Het ontwikkelen van eigenaarschap is van belang voor jongeren om
4,25
3,49
nu en in de toekomst persoonlijke doelen te stellen, de motivatie te hebben om deze doelen te realiseren en verantwoordelijkheid te nemen om eventuele problemen aan te pakken. Ook voor
3,50
Figuur 5: Verschil scores gemiddeld
deze vragen is gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal. Gemiddeld (over vier meetmomenten) laten
over de tijd op
jongeren zien te beschikken over eigenaarschap over het eigen leven. De groep die 3 jaar of langer
eigenaarschap over
in het jongerenwerk komt, heeft meer eigenaarschap over het eigen leven dan jongeren die minder
het eigen leven.
3,61
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
dan 3 jaar deelnemen. Dit significante verschil toont aan dat deelname van 3 jaar of langer aan jongerenwerk bijdraagt aan meer eigenaarschap over het eigen leven van jongeren.
10
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
11
2
MEER PARTICIPEREN
Meedoen in verschillende verbanden stelt jongeren in staat om een eigen identiteit te vormen, vaardigheden te ontwikkelen, sociale relaties aan te gaan en hun tijd constructief te besteden. Daarmee heeft participatie een positieve uitwerking op het welbevinden van jongeren en biedt het jongeren de gelegenheid om hun eigen kracht te versterken (Ince, Van Yperen & Valkestijn, 2018; Boomkens, Metz, Van Regenmortel & Schalk, 2019). In deze paragraaf beschrijven we wat het onderzoek uitwijst over de bijdrage van het jongerenwerk aan de participatie van jongeren.
12
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
13
MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE
ACTIVITEIT ORGANISEREN IN BUURT
Om inzicht te krijgen in de bijdrage van het jongerenwerk aan de maatschappelijke participatie
1,00
2,00
3,00
4,00
van jongeren is gevraagd hoe vaak jongeren in een periode van 3 maanden deelnemen aan club- en verenigingsleven, vrijwilligerswerk doen en activiteiten organiseren in hun buurt. Jongeren konden antwoorden op een 6-puntschaal (1= nooit, 2= minder dan een keer per maand, 3= een keer per maand, 4=een keer per twee weken, 5=een keer per week en 6=vaker dan een keer per week). Het onderzoek wijst uit dat jongeren die 7 maanden of langer deelnemen aan jongerenwerk vaker in een periode van 3 maanden een activiteit organiseren in
1,73 Figuur 6: Verschil scores
1,98
gemiddeld over de tijd: activiteiten
1,98
organiseren in buurt.
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
hun buurt (figuur 6) en vaker participeren bij een club of vereniging buiten het jongerenwerk (figuur 7) dan jongeren die korter dan 7 maanden deelnemen.
Figuur 8 laat zien dat de groep jongeren die 3 jaar of langer deelneemt aan het jongerenwerk vaker vrijwilligerswerk in of buiten het jongerenwerk doet dan jongeren die korter actief zijn
DEELNAME AAN CLUB- EN VERENIGING (BUITEN JONGERENWERK)
in het jongerenwerk. Ruim de helft van de jongeren (57%) heeft in de meetperiode van 16
1,00
maanden een keer vrijwilligerswerk gedaan.
Tot slot is intensiteit van deelname (hoe vaak jongeren contact hebben met een jongerenwerker) van invloed op de mate waarin jongeren maatschappelijk actief zijn. Dus jongeren die vaker contact hebben met het jongerenwerk, verrichten vaker vrijwilligerswerk en organiseren vaker
2,00
3,00
4,00
3,41
Figuur 7: Verschil scores gemiddeld
3,69
over de tijd: deelname aan club-
3,70
en vereniging.
activiteiten in hun buurt.
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
SOCIAAL-ECONOMISCHE PARTICIPATIE Op verzoek ondersteunen jongerenwerkers jongeren in hun zoektocht naar een opleiding, een stageplek of werk, waarmee jongerenwerk een bijdrage levert aan het bevorderen van de sociaal-economische participatie van jongeren. Het onderzoek wijst uit dat 12% via het jongerenwerk een opleiding vindt, 23% een stageplek en 21% werk.
VRIJWILLIGERSWERK VIA HET JONGERENWERK VINDEN JONGEREN….
1,00
Een (nieuwe) school
12%
Een stageplek
23%
Werk/bijbaan
21%
2,00
3,00
1,83 Figuur 8: Verschil
1,94
scores gemiddeld over de tijd op
Het onderzoek maakt zichtbaar dat deelname aan het jongerenwerk bijdraagt aan meer maatschappelijke en sociaal-economische participatie van jongeren.
14
4,00
2,33
het doen van vrijwilligerswerk.
0-6 maanden
7 maanden t/m 2 jaar
3 jaar +
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
15
3
VINDEN VAN HULP Een belangrijk transformatiedoel is dat jongeren op tijd de juiste hulp vinden. De verwachting is dat dit voorkomt dat problemen groeien of opstapelen en er uiteindelijk langdurig dure specialistische hulp nodig is. In totaal vindt 33% van de jongeren die deelnemen aan het jongerenwerk via het jongerenwerk hulp bij een jongerenloket, een dokter, hulpverlening of het wijkteam. Een vijfde (22%) van de jongeren geeft aan dat hun jongerenwerker in het kader van hun hulpvraag samenwerkt met een hulpinstantie.
De cijfers over het vinden van en samenwerking met verschillende vormen van hulp laten zien dat het jongerenwerk hulpvragen van jongeren signaleert, jongeren met hulpvragen toeleidt naar hulporganisaties en dat jongeren via het jongerenwerk hulp vinden.
HULP GEVONDEN (N=1597)
JONGERENWERK WERKT SAMEN MET HULPORGANISATIE (N=1597) 22%
16% 6% 11%
78%
67%
Geen hulp gevonden Hulp gevonden- jongeren waarmee het goed gaat Hulp gevonden- jongeren met lichte problemen Hulp gevonden- jongeren met zware problemen
Jongerenweker werkt samen met hulp Geen samenwerking met hulp
33%
16
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
17
4
ONTZORGEN EN NORMALISEREN Met de komst van de nieuwe Jeugdwet stellen gemeenten tevens het doel om risico’s en problematische situaties en gedrag minder snel als medische vraagstukken te benaderen en vooral in te zetten op het ontzorgen en normaliseren. Het jongerenwerk beoogt daaraan bij te dragen door de sociale inbedding van jongeren met (zware) problemen te verstevigen. Het jongerenwerk doet dit door deze jongeren (waaronder zorgontvangers) een laagdrempelige, ongedwongen omgeving te bieden waar zij steun en aandacht krijgen, vaardigheden ontwikkelen, nieuwe contacten opdoen en mee kunnen doen aan activiteiten. In dit hoofdstuk beschrijven we of het jongerenwerk bijdraagt aan het normaliseren en ontzorgen van jongeren met zware problemen.
18
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
19
JONGERENWERK BEREIKT JONGEREN MET ZWARE PROBLEMEN
ONTWIKKELING GROEP ZWARE PROBLEMEN (N=385)
Bijna een kwart van de jongeren (24%, N=385) die deelnemen aan het jongerenwerk heeft
Meting 1
zware problematiek op een of meerdere leefgebieden1. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die
4,5
dak- of thuisloos zijn, geen dagbesteding hebben en/of kampen met een drugsverslaving. Het jongerenwerk bereikt dus jongeren met zware problemen. In vergelijking met jongeren waarmee het goed gaat of jongeren met lichte problemen, heeft deze groep gemiddeld: een minder sterk sociaal netwerk, vaker stress, een lager zelfwaardegevoel, minder eigenaarschap
Figuur 11:
4
ontwikkelcurve van
3,5
jongeren met zware problemen in 16 maanden
Meting 2
Meting 3
Meting 4
3 2,5 2
over het eigen leven, zwakkere relationele vaardigheden en zijn hun pro-sociale vaardigheden minder sterk ontwikkeld. Of deze jongeren specialistische hulp ontvangen, naast contact met de jongerenwerker, is niet bekend. Wel is bekend dat:
Maatschappelijke participatie
Sociaal netwerk
Zelfwaardegevoel
Pro-sociaal gedrag
Relationele vaardigheden
Eigenaarschap
- 44% (N=385) van de jongeren met zware problemen via jongerenwerk een vorm van hulp heeft gevonden. - 70% (N=385) van de jongeren met zware problemen vanuit het jongerenwerk individuele
VERANDERING OVER DE TIJD (16 MAANDEN)
begeleiding krijgt.
Meting 1
eigenaarschap, sociaal netwerk en mate van participatie van jongeren met zware problemen stabiel blijven in een periode van 16 maanden. Dit betekent dat het jongerenwerk jongeren met zware problemen, waaronder jongeren die hulpmijdend zijn, jongeren die op wachtlijsten staan en jongeren die (specialistische) hulp krijgen, stabiliseert.
Meting 3
Meting 4
4
STABIEL HOUDEN VAN JONGEREN MET PROBLEMEN Figuur 11 laat zien dat relationele vaardigheden, pro-sociaal gedrag, zelfwaardegevoel,
Meting 2
Figuur 12: stressreductie van
3,8 3,6
de jongeren met
3,4
zware problemen in
3,2
16 maanden
3 geen
licht
zwaar
We zien dat jongeren die meer stress ervaren, een lager zelfwaardegevoel hebben of minder eigenaarschap ervaren, vaker individuele begeleiding krijgen van jongerenwerkers. Jongeren met problemen worden dus intensiever begeleid in het jongerenwerk. Voor de groep jongeren met zware problemen geldt, in tegenstelling tot jongeren zonder problemen of met lichte problemen, dat zij met steun vanuit het jongerenwerk, minder stress gaan ervaren. Figuur 12 illustreert dat de ontwikkellijn van de groep jongeren met zware problemen in de loop van de studie stijgt. Dit laat zien dat deze groep significant minder stress gaat ervaren.
Het onderzoek wijst uit dat het jongerenwerk goed is in het bereiken van jongeren met zware problemen en bijdraagt aan het stabiliseren van deze jongeren, ongeacht de beschikbaarheid van (gespecialiseerde) hulp. Het merendeel van deze groep krijgt individuele begeleiding, waarvoor het jongerenwerk geen wachtlijsten heeft.
1 Op basis van de volgende variabelen zijn op basis van meting 1 drie groepen samengesteld die de mate van problematiek weergeven: inkomen & schulden, dagbesteding, woonsituatie, jong ouderschap, psychische klachten, licht verstandelijke of sociale beperking, middelengebruik en contacten met politie of justitie.
20
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
21
5
JONGERENWERK HEEFT TIJD NODIG
Het onderzoek toont aan dat er gemiddeld over de tijd significante verschillen zijn tussen groepen jongeren die variëren in duur van deelname aan het jongerenwerk. Jongeren die langer dan 7 maanden in het jongerenwerk participeren scoren gemiddeld hoger op omvang en kwaliteit van het sociale netwerk, relationele vaardigheden, zelfwaardegevoel en maatschappelijke participatie. Jongeren die langer dan 3 jaar deelnemen scoren gemiddeld hoger op eigenaarschap en pro-sociaal gedrag en doen vaker vrijwilligerswerk. Hoewel jongeren die langer deelnemen aan jongerenwerk gemiddeld hoger scoren, zien we in de 16 maanden waarin de vragenlijsten zijn afgenomen geen toename in ontwikkeling van jongeren als gevolg van deelname aan het jongerenwerk. Jongeren scoren stabiel hoog op eigen kracht en participatie.
Wat we vinden in dit onderzoek wijst aan dat jongerenwerk tijd nodig heeft. Resultaat mag niet te snel worden verwacht. Ander onderzoek naar effectiviteit van preventieve programma’s voor jongeren wijst uit dat dit type programma’s resultaat opleveren als ze over langere tijd worden uitgezet (Nation, Crusto, Wandersman, e.a. 2003; Adamson & Poultney, 2010). Dit onderzoek maakt zichtbaar dat deelname van 7 maanden of meer aan het jongerenwerk nodig blijkt te zijn om een hoger niveau van eigen kracht en participatie van jongeren te bereiken.
Een mogelijke verklaring voor het stabiel blijven is dat er verschillen zijn in hoe jongeren zich in het jongerenwerk ontwikkelen. De mate waarin jongeren zich ontwikkelen hangt samen met de sterkte van de betekenisrelatie die zij hebben met de jongerenwerker. Het onderzoek laat ook zien dat deze betekenisrelatie groeit in de eerste zes maanden van deelname aan het jongerenwerk en dat verschillen in resultaten pas optreden vanaf zeven maanden. Er is dus een half jaar deelname aan jongerenwerk nodig om een betekenisrelatie op te bouwen voordat een hoger niveau van eigen kracht en participatie kan worden bereikt.
Verder onderzoek is nodig om te achterhalen in welke mate en welk type jongeren zich in het jongerenwerk positief ontwikkelen en onder welke omstandigheden. De meervoudige casestudie die parallel aan dit kwantitatieve onderzoek is uitgevoerd biedt mogelijk verder inzicht. In deze studie houden 21 jongerenwerkers een jaar lang een logboek bij over de ontwikkeling van 23 jongeren die in het jongerenwerk participeren. Vanuit het perspectief van jongerenwerkers geeft dit kwalitatieve onderzoek inzicht in de manier waarop jongerenwerk bijdraagt aan ontwikkeling van jongeren in relatie tot de omgevingsfactoren waarin jongeren opgroeien en de steun die zij ontvangen van andere volwassenen.
22
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
23
6
WAT IS JONGERENWERK? Professioneel jongerenwerk bestaat uit een divers aanbod van activiteiten, ondersteuning en voorzieningen. Op straat, in jongeren- en buurtcentra, sportzalen, productiehuizen en online biedt het jongerenwerk jongeren de gelegenheid om elkaar te ontmoeten, deel te nemen aan artistieke en sportieve activiteiten en krijgen jongeren mogelijkheden aangereikt om te leren, te exploreren, zich te laten informeren en begeleiding te ontvangen bij zaken die hen bezighouden. Jongerenwerkers maken contact met jongeren, signaleren, motiveren, voeden op, activeren en verbinden. Ze werken hierin samen met ouders, school, jeugdhulp, wijkteams en politie. Het jongerenwerk is een laagdrempelige sociale basisvoorziening gericht op het begeleiden van jongeren bij het volwassen worden in de samenleving, met aandacht voor de brede, positieve en langdurige ontwikkeling van jongeren (Metz, 2013).
24
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
25
DOELGROEP: JONGEREN IN KWETSBARE SITUATIES
HIJ VOELT ZICH VAAK DEPRESSIEF
Doelgroep van het jongerenwerk zijn jongeren in de leeftijd van 10 tot 24 jaar, die opgroeien
Andrew (16 jaar) volgt een mbo niveau 2 opleiding. Zijn ouders zijn gescheiden.
in kwetsbare situaties. Ze groeien op in armoede, worden gepest of gediscrimineerd, hebben eenzijdig samengestelde sociale netwerken, kunnen niet meekomen op school of groeien op
Hij voelt zich vaak depressief en krijgt hiervoor hulp van een psycholoog. In zijn vrije tijd blowt hij regelmatig met vrienden, is hij een fanatiek gamer en vrijwilliger in het jongerencentrum.
in gezinnen waarvan ouders overbelast of niet beschikbaar zijn. Het jongerenwerk bereikt veel jongeren met een laag opleidingsniveau en jongeren met een migratieachtergrond (De Meere & Stoutjesdijk, 2019).
ZE IS GROF IN HAAR TAALGEBRUIK
HOE WERKEN JONGERENWERKERS?
Zohra is 13 jaar, oudste in een gezin van zes kinderen. Ze volgt het VMBO. Op
Jongerenwerkers werken multimethodisch. Dit houdt in dat jongerenwerkers in contact met
donderdagmiddag komt ze naar de meidenclub in het jongerencentrum. Het meisje valt in de
(groepen) jongeren één of meer jongerenwerkmethodieken toepassen. Met een combinatie
groep op door haar extroverte gedrag. Ze is grof in haar taalgebruik, zoekt grenzen op, is snel
van groepsgerichte activiteiten, individuele begeleiding, informatie & advies en ambulant
boos en kwetst en intimideert mensen in haar omgeving.
jongerenwerk dragen jongerenwerkers bij aan de ontwikkeling van jongeren.
MULTIMETHODISCH HANDELEN
MOGELIJKHEDEN OM TE LEREN
Combinatie van 1 of meer methodieken
Wekelijks is er in het buurthuis een kookactiviteit voor twaalf tieners, begeleid door een jongerenwerker en een vrijwilliger. Het samen maken van een maaltijd biedt jongeren mogelijkheden om vaardigheden te ontwikkelen en plezier te hebben met leeftijdsgenoten. De jongerenwerker richt zich op het groepsproces en de individuele ontwikkelbehoeften van jongeren. Hij moedigt jongeren zoveel mogelijk aan om elkaar te helpen en samen te werken. Hij laat jongeren ontdekken waar ze goed in zijn en onderzoekt samen met jongeren hoe zij zich hierin
Groepswerk
Individuele begeleiding
Informatie & Advies
Ambulant jongerenwerk
verder willen en kunnen ontwikkelen.
Figuur 13: vier methodieken die jongerenwerkers gecombineerd inzetten in contact met jongeren.
Via groepswerk bieden zij jongeren een ontmoetingsplek, mogelijkheden om van elkaar te leren en om elkaar te steunen door het delen van ervaringen. Individuele begeleiding richt zich op persoonlijke ontwikkeldoelen van jongeren, zoals vinden van werk, verbeteren van schoolresultaten, versterken van eigenaarschap over het eigen leven of het verbeteren van de relatie met de ouders. In groepen en individueel geven jongerenwerkers jongeren informatie & advies over onderwerpen die jongeren bezig houden zoals omgaan met geld, drugs en seksualiteit. Jongerenwerkers werken ambulant om hun doelgroep te ontmoeten en te spreken op plekken waar jongeren hun tijd doorbrengen, zoals het schoolplein, winkelcentra, pleinen en online. Onderbouwde beschrijvingen van de vier methodieken zijn de downloaden via de website: hva.nl/youth-spot.
26
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
27
7
METHODISCHE VERANTWOORDING
In totaal hebben 1597 jongeren verspreid over 11 jongerenwerkaanbieders in Nederland (Zuid-Holland, Noord- Holland, Utrecht, Flevoland, Overijssel) meegewerkt aan het onderzoek. Voor de dataverzameling en analyse is gebruik gemaakt van een protocol. Voor de ontwikkeling van het protocol is samengewerkt met 11 jongerenwerkers. Voor de vragenlijst is waar mogelijk gebruik gemaakt van gestandaardiseerde (sub)schalen. Elf jongeren hebben de vragenlijst getest en meegedacht over de werving van respondenten. De dataverzameling is uitgevoerd in samenwerking met 150 jongerenwerkers. De jongerenwerkers zijn getraind in de uitvoering van het protocol. Het protocol kan worden opgevraagd bij het lectoraat Youth Spot.
28
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
29
KENMERKEN RESPONDENTEN
ANALYSES Voor de analyses is de totale groep opgesplitst in drie cohortgroepen: 1) jongeren die bij de start van het
Leeftijd
De gemiddelde leeftijd is 16,5 jaar. 22,4% is tussen 10 - 13 jaar en 38% van de respondenten is tussen 18 - 24 jaar.
onderzoek 0 t/m 6 maanden deelnemen; 2) jongeren die 7 maanden t/m 2 jaar deelnemen en 3) jongeren die 3 jaar of langer deelnemen.
Geslacht
66% is jongen; 34% is meisje
Culturele
21% heeft een Nederlandse culturele achtergrond.
achtergrond
31% heeft naast een Nederlandse ook een andere culturele achtergrond. 48% geeft aan geen Nederlandse culturele achtergrond te hebben.
Dagbesteding
79% van de respondenten volgt onderwijs, 12% werkt en 6% heeft geen dagbesteding.
Opleidingsniveau
Volgt onderwijs (N=1242)
Hoogst behaalde opleiding (N= 336)
15% basisonderwijs
8%
basisonderwijs
6%
6%
lwoo of praktijkonderwijs
lwoo of praktijkonderwijs
61% vmbo of mbo
73% vmbo/mbo
18% havo / vwo / hbo of universiteit.
13% havo/vwo/hbo.
GROEP - AANTAL JAREN CONTACT MET JONGERENWERK
AANTAL
0 tot 6 maanden
457 (29%)
7 maanden tot en met 2 jaar
501 (31%)
3 jaar of langer
639 (40%)
Totaal
1597
De analyses zijn uitgevoerd via linear mixed models in SPSS. Dit model is betrouwbaar wanneer wordt gerekend met een longitudinale databestand waarin sprake is van missende data (Twisk, 2013). De
Onbekend (N=19; 1%)
gepresenteerde verschilscores van de drie cohortgroepen zijn gemiddelde scores over de vier meetmomenten.
NON-RESPONS
CONTROLEVARIABELEN
Niet alle 1597 jongeren hebben alle vier de vragenlijsten ingevuld. Respondenten konden vragenlijsten
Omdat de drie cohorten (duur van deelname) van elkaar verschillen in leeftijd, culturele achtergrond
tussentijds missen en daarna weer meedoen. 20% van de respondenten heeft vier vragenlijsten ingevuld.
en intensiteit van deelname is voor deze variabelen gecontroleerd. Om zeker te weten dat belangrijke
Redenen waardoor jongeren vervolgmetingen hebben gemist zijn dat jongeren (tijdelijk) uit beeld waren, positief zijn uitgestroomd, niet meer mee wilden doen aan het onderzoek of door organisatorische redenen niet door de jongerenwerkers zijn bereikt. In de onderstaande tabel staan de gegevens die zijn achterhaald met
Meting 2 jan - april 2018 N=981 Uitval 39%
Meting 3 mei - aug 2018 N=626 Uitval 36%
Meting 4 sept - dec 2018 N=595 Uitval 5%
(Tijdelijke) uitstroom positief
114
67
40
(Tijdelijk) uit beeld
116
119
63
Verandering in de organisatie
108
107
82
Ingevuld, maar niet digitaal verzonden
35
11
2
Jongere geen tijd/zin/in staat
31
41
5
Verhuisd
14
17
24
In detentie
10
9
2
Toestemming ingetrokken
22
30
31
Afwezig door zomerreces
-
94
-
Reden anders of onbekend
166
476
753
vragenlijst hebben gemist
30
schooldiploma) of het beschikken over (andere) steunfiguren invloed hadden op hoe jongeren zich ontwikkelen, is hiernaar gevraagd. De drie cohortgroepen verschillen niet op deze kenmerken.
betrekking tot non-respons.
Redenen waarom respondenten
gebeurtenissen (zoals het overlijden van een familielid, een geweldincident of het behalen van een
Meting 1 sept - dec 2017 N=1597
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
31
LITERATUUR
COLOFON
Adams, J., & Poultney, J. (2010). Increasing the engagement of young people in positive activities. London: centre for
Financiers: ZonMw, NEJA en eigen bijdragen van participerende organisaties: ContourDeTwern (R-newt),
excellence and outcomes in children and young peoples’ services.
Jongerenwerk Utrecht (JoU), Dock, De Schoor, Xtra, Youth for Christ, Streetcornerwork, Participe, Combiwel,
Boomkens, C., Metz, J., Van Regenmortel, T., & Schalk, R. (2018). The development of agency in professional youth work
Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden Holland, Dynamo en de Hogeschool van Amsterdam.
with girls and young women in the Netherlands. Journal of social work. https://doi.org/10.1177/1468017318784079
Auteurs:
Jolanda Sonneveld Msc., dr. Judith Metz, dr. Willeke Manders
Catalano, R., Berglund, M., Ryan, J., Lonczak, H., & Hawkins, D. (2004). Positive youth development in the United States:
Ontwerp:
Creja ontwerpen
Research findings on evaluations of positive youth development programs. The Annals of the American Academy of Political
Fotografie cover:
Jaap van den Beukel, www.jaapvandenbeukel.com
and Social Science, 591; 98.
Fotografie:
Jaap van den Beukel (p. 6 en 21), Piet Hermans (p. 16 en 22),
Ince, D., Yperen, T. van, & Valkestijn, M. (2018). Top 10 beschermende factoren voor een positieve ontwikkeling van
Charly Olf, De Schoor (p. 24), Wilbert van Woensel (p. 4 en 12), Combiwel (p. 27).
jeugdigen. Utrecht: NJi.
Uitgave:
Lectoraat Youth Spot,
Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie,
Hogeschool van Amsterdam Postbus 1025 1000 BA Amsterdam
Janssens, R. (2019). Tijdig en doordacht. Over preventie bij maatschappelijke opgaven en de rol van gemeenten. Den Haag: VNG. Meere, de F., & Stoutjesdijk, F. (2019). Náást de jongeren. De staat van professioneel jongerenwerk in Nederland. Utrecht:
Het lectoraat Youth Spot richt zich op de professionalisering van het jongerenwerk. Zij werkt bottom up
Verwey-Jonger Instituut.
(onder meer op basis van de 'tacit knowledge' van jongerenwerkers) met een open blik naar stedelijke,
Metz, J. (2013). De waarde(n) van het jongerenwerk. Op zoek naar de toegevoegde waarde van het professionele jongerenwerk in de toekomst. Amsterdam: Hogeschool van Amsterdam.
landelijke en internationale ontwikkelingen in de werelden van jongeren, samenleving, wetenschap en beleid. Het lectoraat Youth Spot wordt gevormd door Combiwel, Streetcornerwork, Dock, Jongerenwerk Utrecht (JoU), Roc van Amsterdam, Youth for Christ, Xtra, Participe, ContourDeTwern (R-newt), De Schoor,
Metz, J., & Sonneveld, J. (2012). De Inloop als ingang. Onderzoeksrapport over de werking en de resultaten van De Inloop als werkwijze in het grootstedelijk jongerenwerk. Amsterdam: Lectoraat Youth Spot,
Dynamo, Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden Holland, Swazoom, Bindkracht 10 en de Hogeschool van Amsterdam.
Hogeschool van Amsterdam. Nation, M., Crusto, C., Wandersman, A., Kumpfer, K.L., Seybolt, D., Morrissey-Kane, E., et al. (2003).
De publicatie is te downloaden via de website: hva.nl/youth-spot
What works in prevention: Principles of effective prevention programs. American Psychologist, 58(6/7), 449-457.
Hogeschool van Amsterdam 2019
Paradise, A.W., & Kernis, M.H. (2002). Self-esteem and psychological well-being: implications of fragile self-esteem. Journal of Social and Clinical Psychology, 21, 345-361.
Overname van informatie uit deze brochure is toegestaan onder voorwaarde van correcte en volledige weergave van de uitkomsten en bronvermelding.
Pearlin, L. I., & Schooler, C. (1978). The structure of coping. Journal of Health and Social Behavior, 19, 2-21. doi:10.2307/2136319 Friele, R.D., Bruning, M.R., Bastiaanssen, I.L.W., Boer, R. de, Buck, A.J.E.H., Groot, J.F. de, Pehlivan, T., Rutjes, L., Sondeijker, F., Yperen, T.A. van, Hageraat, R. (2018). Eerste evaluatie Jeugdwet. Na de transitie nu de transformatie. Den Haag: ZonMw. Rosenberg, M., Schooler, C., Schoenbach, C., & Rosenberg, F. (1995). Global self-esteem and specific self-esteem: different concepts, different outcomes. American Sociological Review, 60, 141-156. Twisk, J. (2013). Applied Longitudinal Data Analysis for Epidemiology. Cambridge University Press.
32
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
33
34
DE PREVENTIEVE KRACHT VAN HET JONGERENWERK
35
Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
hva.nl/youth-spot