Bijlage 2. Zienswijzennota n.a.v. opiniërende commissie RWD 11-10-22 v1.._.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota Naar aanleiding van de commissievergadering van 11 oktober 2022 omtrent de opiniërende oplegger Beleidskader energietransitie (RES-bod 1.0 U16) is deze zienswijzennota opgemaakt. Hierin zijn de ingebrachte bijdragen welke breed gedragen zijn veelal samengevat en/of geclusterd.
1. Het concept beleidskader bevat veel onderdelen en onderwerpen. Is het beleidskader volgens u compleet of worden nog onderwerpen gemist? Benodigde aanvullingen:
Verduidelijken of het beleidskader een toetsingskader is en hoe dit procesmatig wordt gehanteerd.
Het participatieproces open en transparant inbedden in de project m.e.r.
Verduidelijken dat met het genoemde “zorgvuldigheidsprincipe” eigenlijk wordt bedoeld het “voorzorgsprincipe” c.q. het “voorzorgsbeginsel”. Dit betekent dat er beschermende normering kan worden opgenomen, ondanks dat nog geen onomstotelijk bewijs is geleverd van schadelijke effecten. Hierbij uitgaan van maximale geluidshinder die op kan treden.
In de project m.e.r. het onderzoek naar de geluidscontouren in dB(A) expliciet in beeld brengen.
Ook laagfrequent geluid (lfg) in de project m.e.r. onderzoeken en tonaalgeluid verbieden in vergunning.
In de project m.e.r. uitgaan van de voorkeur niet in het groene hart, NNNgebieden, weidevogelgebieden, rekening houden met purperreiger, etc.
In de project m.e.r. een gezondheidseffectscreening opnemen.
De afstand tot woonkernen aanpassen van 500 naar minimaal 900 m en hiervan inzicht verschaffen door opname (of latere toevoeging) van kaarten in de plan m.e.r. voor 500, 900, 1200 en 1500 m.
De mogelijkheden voor kleine windturbines expliciet opnemen (bij agrariërs en bedrijven t.b.v. eigen bedrijfsvoering).
Zon op dak voor historische binnensteden, binnen bouwvlak voor particulieren mogelijk maken.
Zon op grond projecten worden op individuele basis beoordeeld en voorgelegd aan de raad. Uitgangspunt hierbij is dat zon op grond in dubbelfunctie wordt geplaatst, niet ten koste mag gaan van de agrarische functie en goed in het landschap ingepast moet kunnen worden.
Slechts 1 zoekgebied aanwijzen om verder te onderzoeken via een plan m.e.r. en de andere zoekgebieden op slot te zetten maar wel te reserveren voor de periode 2030-2050 (voor zover nodig).
De rol van de gemeente als (voor)financier opnemen bij de project m.e.r.
Alvast aangeven wat het kader en doel is van een het omgevingsfonds bij realisatie.
Het versnellingsprogramma uitbreiden met subsidie voor zon op dak bij particulieren.
Anticiperen op wijzigende wetgeving en normering vanuit de Rijksoverheid.
Zoveel mogelijk nabij (bovengrondse) infrastructurele knooppunten.
Lusten van windturbines dienen volledig ten goede te komen aan Vijfheerenlanden omdat de lasten ook binnen Vijfheerenlanden worden gedragen.
2. Het concept beleidskader is gedetailleerd opgesteld. Voldoet het detailniveau van het beleidskader aan de behoefte van de raad of moet het meer op hoofdlijnen? Benodigde aanvullingen:
Vervagende termen zoveel mogelijk verwijderen.
3. Uw gemeenteraad heeft bij motie van 8 juni 2022 opgeroepen aan het college om het streefgetal van 0,072 TWh als ondergrens te beschouwen. Hoe kijkt u aan tegen een verhoging van de gemeentelijke inspanning voor duurzame elektriciteitsopwek (geraamd om ca. 25% in 2030 (naar de landelijke doelstelling in 2030 (70% duurzame elektriciteitsopwek)?
U zet in om naar meer te streven, maar legt de focus op het behalen van het huidige doel en wenst zich niet vast te leggen op het landelijk doel van 70% duurzame elektriciteitsopwek.
4. Uit onderzoek is gebleken dat Vijfheerenlanden haar huidig bod van 0,072 TWh in kan vullen op basis van de bestaande windturbines en de uitvoering van het versnellingsprogramma zon op dak. En wel op zo’n manier dat er een - in de ogen van het college - verdedigbaar evenwicht is in de verhouding zon-wind (ca. 58% zon – 42% wind). De hiervoor noodzakelijke versnelling van zon op dak De hiervoor noodzakelijke versnelling van zon op dak is echter wel een meer kwetsbaar en ook kostbaar spoor. Dit komt tot uiting in de afhankelijkheid van medewerking van dakeigenaren en de benodigde stimuleringssubsidie; in de regel uit te keren in een bedrag gelieerd aan het geïnstalleerd vermogen. Versnelling van zon op dak vraagt financiële bijdragen van de gemeente aan dakeigenaren.
2
Op dit moment is de verhouding ‘zon- wind’ vanuit provinciaal perspectief uit balans in de provincie (ca. 90% zon – 10% wind). De mogelijkheden voor duurzame opwek via windenergie worden onvoldoende benut, zo stelt de provincie. Tot december mogen gemeenten nog eigen plannen indienen, daarna zal de provincie de stand opmaken. Bij onvoldoende inzet op windturbines zal de provincie zelf de regie nemen om hier locaties voor te vinden. Of Vijfheerenlanden zelf windlocaties in haar bod op kan nemen hangt af van het vast te stellen beleidskader. Voorliggend concept beleidskader biedt die ruimte wel. Het opnemen van de mogelijkheid voor windlocaties betekent niet dat Vijfheerenlanden de voorkeur geeft aan windenergie. Wel wordt geanticipeerd op de kwetsbaarheid van het ‘zon op dak’ spoor. Windenergie wordt op deze manier het alternatieve spoor waarmee Vijfheerenlanden realisatie van haar RES-doel een steviger inbedding geeft. Positief neveneffect van deze aanpak is dat Vijfheerenlanden regie heeft en houdt op de aanwijzing van zoekgebieden voor wind op haar grondgebied. De vraag, die hier uit volgt, luidt: Wenst de raad met voorliggend beleidskader mogelijkheden te creëren voor de ontwikkeling van windlocatie(s) op haar grondgebied of beperkt zij zich in deze fase tot het spoor ‘zon op dak’?
Gelet op uw ambitie om het bod van 0,072 TWh als ondergrens te zien, niet reactief, maar pro-actief de energietransitie vorm te geven, gelet op uw wens om naast het versnellingsprogramma zon op dak ook duurzame opwek via wind mogelijk te maken als backup om het RES-bod zeker te realiseren, gelet op uw wens om zelf regie te houden op zoekgebieden wind in relatie tot de oproep vanuit de provincie om meer (duurzame opwek via) wind aan te dragen binnen de RES 1.0, heeft het uw voorkeur om 1 zoekgebied wind (nummer 10) aan te wijzen ten behoeve van een nader onderzoek via een project m.e.r. in samenspraak met inwoners in en rond het betreffende zoekgebied. En de resultaten hiervan in samenhang met ruimtelijk instrumentarium en vergunning voor te leggen aan de gemeenteraad ter finale instemming.
Alle bovenstaande punten zijn verwerkt in het beleidskader energietransitie (u treft hierbij in de bijlage de gewijzigde versie aan en tevens een versie waarin u kunt zien welke wijzigingen zijn doorgevoerd), in de plan m.e.r. (door de aanvullende kaarten met afstanden tot woonkernen (500, 900, 1200 en 1500 m) en in het versnellingsprogramma zon op dak (met name de jaarlijkse kostenraming). Uitzondering op verwerking is het punt omtrent het uitbreiden van subsidie voor zon op dak voor particulieren. De reden hiervoor is dat deze systemen door hun geringe omvang niet bij (mogen) dragen aan de RES. Bovendien is voor een particulier de terugverdientijd over het algemeen veel korter, waardoor de stimulans door middel van een subsidie niet noodzakelijk wordt geacht.
Algemeen:
3
Kosten voor het versnellingsprogramma moeten in beeld zijn.
Is het doel van het versnellingsprogramma realistisch en uitvoerbaar?
Jaarlijks wordt een voortgangsrapportage opgesteld (de eerste medio 2024) ter informatie en met de mogelijkheid om (financieel) bij te sturen.
Cijfers windturbines Eneco checken bij provincie of deze gehanteerd mogen worden.
4
Kostenraming door bureau Overmorgen is opgenomen in het versnellingsprogramma Zon op dak.
Aangezien het praktijkcijfers betreft zien wij geen aanleiding om hierover toestemming te vragen aan de provincie.