CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toetingsadvies Commissie mer

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 24 oktober 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel Omgevingsvisie3.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie gemeente Vijfheerenlanden

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 augustus 2023 / projectnummer: 3733

1

Advies over het OER in het kort De gemeente Vijfheerenlanden wil 3.000-6.250 woningen toevoegen, duurzame energie opwekken en voldoende werkgelegenheid bieden. Ook zijn er ambities voor mobiliteit, klimaat, water en biodiversiteit. De gemeente heeft hiervoor een omgevingsvisie opgesteld. Voordat de gemeenteraad hierover besluit zijn de milieueffecten onderzocht in een omgevingseffectrapport (OER)1,2 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.

Wat staat in het OER? In het OER zijn verschillende potentiële locaties voor wonen, werken en windturbines onderzocht (zie figuur 1). Voor wonen zijn 33 locaties onderzocht, waarvan de onderlinge verschillen in omgevingseffecten vaak minimaal zijn. Voor werklandschappen scoren de locaties in Meerkerk en Vianen beter op bereikbaarheid dan die in Leerdam en Lexmond. Meerdere locaties hebben een negatief effect op natuur en cultureel erfgoed. Voor wind zijn veertien locaties onderzocht in een bijlage bij het OER. In het OER zijn daarvan drie locaties nabij Vianen langs de A2 bekeken. Die locaties zijn als zoekgebieden voor wind opgenomen in de Omgevingsvisie. Twee daarvan (locaties 10 en 14) hebben een zeer negatief effect op groen en landschap, maar een (zeer) positief effect op energie en circulariteit. Locatie 12 biedt plek aan één windturbine, naast al bestaande windturbines. Daarvan zijn de effecten kleiner op alle onderwerpen. Het OER sluit af met risico’s en kansen per opgave.3 Woningbouw kan bijvoorbeeld risico’s opleveren voor groen, landschap, mobiliteit en klimaatadaptatie, maar kansen voor vitaliteit en inclusiviteit. Het OER gaat niet in op de omgevingseffecten van een voorkeursalternatief, omdat de omgevingsvisie geen voorkeur voor woon- en werklocaties uitspreekt.

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie vindt het positief dat het OER ingaat op mogelijke locaties voor wonen, werken en windturbines. Het OER bij de visie is daardoor vrij concreet. Dat geeft volgens de Commissie meer en goede mogelijkheden om de milieueffecten te betrekken bij de besluitvorming. Verder is het OER goed leesbaar en gestructureerd. De Commissie signaleert dat belangrijke informatie ontbreekt in het OER. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Het gaat om het volgende: 

Wind: maak het onderzoek naar de zoekgebieden voor wind compleet en gedetailleerder voor natuur en landschap. Voeg daarnaast een onderbouwing toe van de keuze en

omkadering van de zoekgebieden en de mogelijke invullingen van de zoekgebieden. Vergelijk tot slot de milieueffecten van de locaties niet met elkaar, maar met de situatie zonder besluit over de omgevingsvisie (referentiesituatie). 

Landelijk gebied: ga uit van de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen en laat de effectbeoordeling voor landbouw, klimaatadaptatie en CO2-uitstoot daarop aansluiten. Beschrijf mogelijke mitigerende maatregelen.

1 2 3

Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Vijfheerenlanden, revisie 1.0, 4 maart 2023, Antea Group.

OER staat voor Omgevingseffectrapport, een term die gebruikt wordt voor een milieueffectrapport bij een Omgevingsvisie. De opgaven zijn Kansrijke woningbouwgebieden, Kansrijke werklandschappen, Mobiliteitsopgaven, Toepassing duurzame energiebronnen en Opgaven landelijk gebied.

-1-

Mobiliteit: beoordeel de milieueffecten van de maatregelen uit het bestaande beleid

(referentiesituatie) opnieuw. Baseer de beoordeling niet op (samenwerkings)afspraken, maar op de concrete maatregelen uit het bestaande beleid voor openbaar vervoer en fiets. De referentiesituatie zoals nu is beschreven lijkt namelijk te positief te zijn beoordeeld. Dat werkt door in de beoordeling van de nieuwe maatregelen in de omgevingsvisie. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1: Beoordeelde woningbouwgebieden, werklandschappen en zoekgebieden wind. Bron: OER.

Aanleiding OER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente Vijfheerenlanden voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn. Omdat de omgevingsvisie het kader vormt voor projecten waarvoor een milieueffectrapport gemaakt moet worden – zoals stedelijke ontwikkeling en windturbines - moet voor het besluit over de visie een OER opgesteld worden. Dat is ook verplicht omdat nadelige effecten op Natura 2000-gebieden niet op voorhand uit te sluiten zijn.

-2-

Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Vijfheerenlanden - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3733 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

2

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Vijfheerenlanden. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

2.1

Zoekgebieden voor wind Het locatieonderzoek wind4 vormt samen met het OER het plan-MER (Milieueffectrapport) voor windenergie. In dit locatieonderzoek zijn veertien locaties onderzocht5, in het OER zijn drie van deze locaties opgenomen: 10, 12 en 146. Momenteel zijn de Regionale Energiestrategie (RES) van de provincie Utrecht en het bijbehorende MER in ontwikkeling (zie het advies van de Commissie: 3719, Windenergie provincie Utrecht). Dit is belangrijk omdat beide onderzoeken over hetzelfde gebied gaan. De Commissie begrijpt uit het OER voor de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden dat de uitgangspunten voor het onderzoek naar windlocaties in de tijd zijn veranderd. Vervolgens lijken deze in het OER tot verschillende afbakeningen en inzichten te hebben geleid. Daardoor is bijvoorbeeld niet helder hoeveel energie de gemeente wil (gaan) opwekken met windturbines.7 De Commissie gaat er bij haar advies van uit dat de gemeente met deze

4 5 6

Bijlage 6 Locatieonderzoek wind Vijfheerenlanden, gewijzigde versie 3. 24 januari 2023.

Deze 14 locaties komen uit het proces om tot een RES te komen, aldus het OER (pagina 33).

Hiervoor verwijst het OER naar een raadsbesluit van februari 2023. De keuze om voor locatie 12 te kiezen is gebaseerd op het uitgangspunt uit het BET om eerst de bestaande windlocatie te kiezen; 14 is volgens het raadsvoorstel de minst

bezwaarlijke locatie in termen van mens, natuur, energie op basis van het onderzoek van Antea, het BET en het PWE

(participatie waarde evaluatie); 10 is de één na minst bezwaarlijke locatie. De overige locaties zijn afgevallen omdat de raad de ontwikkeling van deze locaties als niet verdedigbaar beschouwt en duidelijkheid wil geven aan belanghebbenden en provincie. 7

Uit het OER blijkt dat de opgave uit de RES1.0 kan worden gerealiseerd met 3 tot 4 extra windturbines (er staan er al 3 in de gemeente). Tegelijkertijd is in het raadsbesluit van februari 2023 opgenomen dat de opgave voor de opwekking van de

duurzame energie gerealiseerd kan (en gaat) worden met de bestaande windturbines en (extra) zon op daken. Daarmee vervalt – naar het lijkt – de urgentie van de te onderzoeken drie locaties die in het OER zijn opgenomen.

-3-

omgevingsvisie de kaders schept voor de toekomstige plaatsing van windturbines en beschouwt de opgave (3-4 extra windturbines), zoals gehanteerd in de bijlage windenergie en het OER als leidend voor haar advies. Die doelstelling kan immers in beginsel met één locatie worden gerealiseerd zodat onderzoek naar combinaties van zoekgebieden (alternatieven) achterwege kan blijven.

Aanvullend onderzoek De Commissie constateert dat aanvullend onderzoek nodig is om een besluit te kunnen nemen over de voorkeurslocaties voor windturbines waarbij milieueffecten volwaardig meegenomen kunnen worden. De Commissie adviseert het milieuonderzoek naar de 14 locaties completer en gedetailleerder te maken en daarbij in te gaan op het volgende: 

Afbakening zoekgebieden: Geef inzicht in de afbakening van de zoekgebieden,

bijvoorbeeld op basis van belemmeringenkaarten met (harde) belemmeringen, zoals woningen, infrastructuur, natuur en beschermde) landschappen. Benoem de gehanteerde

criteria (afstanden/normen) om zoekgebieden af te bakenen. Ga ook in op de locaties die in de landschapsvisie voor windturbines zijn aangewezen. 

Invulling zoekgebieden: Geef inzicht in de mogelijke invullingen van de zoekgebieden. Ga specifiek in op locaties 6 en 13, die beide potentieel veel ruimte bieden aan meerdere windturbines. De Commissie verwacht dat gedetailleerder onderzoek naar de mogelijke invulling van de zoekgebieden tot meer inzicht kan leiden. Bijvoorbeeld omdat de

negatieve beoordeling van het gebied worden veroorzaakt door de effecten in een klein deel van het gebied. Een mitigerende maatregel kan dan zijn om windturbines in dat deel van het gebied niet toe te staan. Daardoor kunnen vervolgens de conclusies veranderen over de milieueffecten. 

Vergelijking milieueffecten: Vergelijk de milieueffecten met de referentiesituatie in plaats van met de andere locaties (ofwel: maak ze absoluut, in plaats van relatief). Daarmee

wordt het oordeel over de impact op het milieu helder. Gebruik daartoe bijvoorbeeld een 5- of 7-puntsschaal met bandbreedtes. Denk bijvoorbeeld aan het aantal woningen

binnen bepaalde afstanden tot de zoeklocaties. Voor een aantal milieuthema’s (zoals geluid en slagschaduw) is de informatie daarvoor al beschikbaar in het OER. 

Natuur: Toon de uitvoerbaarheid aan van de alternatieven in het kader van de Wet natuurbescherming. Gebruik ook de provinciale windturbinerisicokaarten8 om de (mogelijke) effecten op vogels9 en vleermuizen vollediger te beschrijven.

Landschap: Breng de landschappelijke impact concreter in beeld voor de verschillende

zoekgebieden. Geef aan in hoeverre de kwaliteit van bepaalde landschapstypen beïnvloed wordt door de plaatsing van windturbines. Tabel 4.2 in de bijlage gaat in op de

aanwezigheid van grote infrastructuur en keringen, maar toont niet aan in hoeverre de kwaliteiten van bepaalde landschapstypen beïnvloed worden door de plaatsing van windturbines.

Onderzoek ook voor alle locaties in grote lijnen welke maatregelen genomen kunnen worden om de milieueffecten te verminderen. Laat van deze maatregelen de effectiviteit zien. Zorg dat de onderbouwing van de keuzes in het OER goed navolgbaar is en zelfstandig leesbaar is. Ga daarbij in op de milieuoverwegingen.

8 9

Gevoeligheid van vogels en vleermuizen voor windturbines in de provincie Utrecht (arcgis.com).

Zie ook het NRD-advies van de Commissie over het MER bij de RES, bijvoorbeeld over de purperreiger: 3719 Windenergie provincie Utrecht.

-4-

De Commissie adviseert om voorafgaand aan het besluit over de visie in een aanvulling op het OER het bestaande onderzoek naar de zoekgebieden voor wind compleet en - voor natuur en landschap – gedetailleerder te maken. Voeg een onderbouwing toe van de keuze en omkadering van de zoekgebieden en beschouw de mogelijke invullingen van de zoekgebieden (en de effecten van een eventuele beperkte invulling daarvan). Vergelijk tot slot de milieueffecten van de locaties niet met elkaar, maar met de situatie zonder besluit over de omgevingsvisie (referentiesituatie).

Toekomstige opgave Voor een eventuele toekomstige opgave (na RES 1.0) voor de opwekking van windenergie beveelt de Commissie aan om een plan-MER op te stellen. Vermoedelijk zijn dan meer locaties nodig (om de doelstelling te realiseren), waarvan de effecten in samenhang moeten worden beschouwd. Onderzoek dan alternatieven die uitgaan van de hoeken van het speelveld van de volgende milieuthema’s: leefomgeving, natuur, landschap en maximale energieopwek. Voeg hierbij visualisaties toe van de voorbeeldopstellingen.

2.2

Beoordeling effecten landelijk gebied Kwaliteiten van verschillende landschapstypen Vijfheerenlanden bestaat voor een groot deel uit landelijk gebied, waarin natuur en landschap belangrijk zijn. De landelijke en provinciale kaders voor het landelijk gebied zijn nog niet vastgesteld.10 Het OER benoemt terecht dat veel afhangt van de uitwerking van deze kaders. De wijze van uitvoering van de maatregelen en de landschapstypen zijn bepalend voor de milieueffecten. In de landschapsvisie11 en op de waardenkaart12 in de Omgevingsvisie worden kernkwaliteiten van de diverse gebieden in Vijfheerenlanden benoemd. Denk aan te versterken ecologische verbindingszones, voedselbossen en boomgaarden. Het OER benoemt de verschillende landschappen (vanaf bladzijde 75), maar betrekt deze niet in de verdere beoordeling.13 Hoe het OER zich verhoudt tot de waardenkaart en de landschapsvisie is niet helder gemaakt. Omdat de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen niet zijn betrokken bij de beoordeling in het OER is niet duidelijk of en in hoeverre kenmerken aangetast worden. De effectbeschrijving doet daarmee geen recht aan de diversiteit aan landschappen. Ook de mogelijke maatregelen om de kwaliteiten van het landelijk gebied te versterken zijn niet in beeld.

Dit kan ertoe leiden dat specifieke maatregelen of aandachtspunten voor de verschillende landschapstypen in het landelijk onvoldoende in beeld zijn.

10 11 12 13

Het Nationaal Programma Landelijk Gebied en het Utrechts Programma Landelijk Gebied zijn nog in ontwikkeling.

Landschapsvisie Vijfheerenlanden 2040, vastgesteld door gemeenteraad in februari 2023 en aanvulling d.d. februari 2023. Vanaf pagina 42 in de Omgevingsvisie.

Het OER gaat in op versterken van landschappelijke kwaliteit, maar maakt niet duidelijk welke kwaliteiten het betreft en op

welke manier deze versterkt worden.

-5-

Onderbouwing effectbeoordeling Het OER beschrijft bij de opgave landelijk gebied diverse maatregelen.14 Deze maatregelen zijn niet uitgewerkt. Het OER maakt niet duidelijk of de maatregelen realistisch zijn, ook in combinatie met de woon-, werk-, en windopgaven. Het OER is niet ingegaan op de invloed van woon-, werk- en windopgaven op verschillende ruimtelijke kwaliteiten. Zo kan de invloed van een woonlandschap op een lintdorp sterk verschillen van de invloed op kerndorp. Het OER geeft wel kansen en risico’s aan. De effecten in het landelijk gebied zijn als neutraal tot (zeer) positief beoordeeld. De Commissie kan deze beoordelingen niet volgen omdat ze niet goed onderbouwd zijn. Door de positieve beoordeling van de opgaven in het landelijk gebied komt mogelijk onvoldoende naar voren hoe urgent de opgaven zijn. Dit geldt in ieder geval voor: 

Toekomstbestendige landbouw: Het is momenteel nog niet duidelijk hoe de landbouwsector toekomstbestendig wordt gemaakt. Daarom kan de Commissie de positieve beoordeling van natuur en biodiversiteit op dit moment niet volgen.

Klimaatadaptatie: Het OER benoemt terecht dat er een risico optreedt voor klimaatadaptatie in het landelijk gebied wanneer de ontwikkelingen niet aansluiten bij de bodem- en waterstructuur. Desondanks worden de effecten op klimaatadaptatie neutraal beoordeeld. Dit terwijl er wel een negatieve trend is en maatregelen volgens het OER nodig zijn om wezenlijke effecten op klimaatadaptatie te kunnen verwachten. Het OER maakt nu niet duidelijk wat de maatregelen inhouden, bijvoorbeeld of het waterpeil omhoog of omlaag gaat, en wat de effecten daarvan zijn per landschapstype.

CO2-uitstoot klei op veen: de specifieke CO2-uitstootsituatie door klei op veen is niet benoemd in het OER. Daardoor kunnen specifieke maatregelen voor het waterpeil die hiervoor van toepassing zijn over het hoofd gezien worden of een teveel aan maatregelen toegepast worden Inclusief de daaraan verbonden landschappelijke effecten.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan het besluit over de visie in een aanvulling op het OER de bij beoordeling van de effecten voor de opgave landelijk gebied uit te gaan van de kernkwaliteiten van verschillende landschapstypen en daarvoor een relatie te leggen met de landschapsvisie en waardenkaart. Laat de effectbeoordeling van landbouw, klimaatadaptatie en CO2-uitstoot hierop aansluiten en beschrijf mogelijke mitigerende maatregelen.

2.3

Mobiliteit Referentiesituatie aanpassen De gemeente zet in op een mobiliteitstransitie. Het OER concludeert dat mobiliteit in de referentiesituatie een (zeer) positieve score krijgt. De onderbouwing hiervoor op het gebied van een transitie naar openbaar vervoer en langzaam verkeer is echter beknopt. Het genoemde beleid bestaat uit weinig concrete maatregelen. Zo wordt bijvoorbeeld alleen verwezen naar samenwerkingsafspraken in het vervoerspact en een openbaarvervoer-visie met omliggende gemeenten. Gezien het landelijke karakter van de gemeente ligt het voor de hand dat de auto dominant blijft als vervoermiddel. De Commissie is dan ook niet overtuigd van de (zeer) positieve score in de referentiesituatie en daarmee de te verwachten bijdrage

14

Voorbeelden hiervan zijn: (1) het vergroten van de identiteit door de specifieke hoge kwaliteiten (zoals de Purperreiger)

verder te promoten; (2) het realiseren van een klimaatbestendig en water robuust landelijk gebied; En (3) het inzetten op innovatieve maatregelen en experimenten om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen.

-6-

van het huidige beleid aan de mobiliteitstransitie. De beoordeling van de referentiesituatie werkt immers door in de beoordeling van de maatregelen uit de omgevingsvisie. De Commissie adviseert om voorafgaand aan het besluit over de visie in een aanvulling op het OER de referentiesituatie opnieuw te beoordelen. Betrek hierbij de concrete mobiliteitsmaatregelen voor openbaar vervoer en fiets.

Vervolgonderzoek mobiliteit De effecten op mobiliteit als gevolg van de woon- en werklocaties zijn kwalitatief beschouwd. De onderbouwing van deze kwalitatieve beoordeling is beknopt. Wel wordt als risico genoemd dat extra woon- en werklocaties kunnen zorgen voor een toename van verkeer en verkeersknelpunten ondanks de mobiliteitstransitie. De gemeente gaat deze risico’s verder uitwerken als er een concreet initiatief ontstaat. Hierdoor is nu nog niet duidelijk of woon- en werkgebieden af kunnen vallen als gevolg van de toename van het verkeer en eventuele verkeersknelpunten. De Commissie beveelt aan om in een volgende fase (mobiliteitsvisie en uitvoeringsprogramma) meer inzicht te geven in voorkeurslocaties voor wonen en werken. Benoem voor deze locaties de risico’s van de toename van verkeer en beperk mogelijke verkeersknelpunten met maatregelen.

2.4

Navolgbaarheid Doelbereik De locaties zijn beoordeeld op effecten, maar het OER geeft weinig inzicht in het behalen van de gestelde doelen (doelbereik). Het doel is niet altijd helder geformuleerd. Voor landschap is de ambitie in standhouden, de beweging is behoud en versterken. De Commissie beveelt aan om het aan te geven in welke mate de doelen bereikt worden.

Effectscores Voor waterkwaliteit heeft de gemeente zelf geen beleid en verwijst het OER naar het beleid van het Waterschap. Daarmee blijft onduidelijk of gestelde (KRW-)doelen dan (tijdig) gehaald gaan worden en wat dit kan betekenen voor ingrepen in landelijk gebied, zowel qua gebruik als landschappelijk. Voor de energievraag is nog niet concreet gemaakt hoe die verkleind moet worden. De Commissie kan de neutrale en positieve effectbeoordeling hiervoor daarom niet nagaan. De Commissie beveelt aan om de effectscores nader te onderbouwen.

Optelling van scores In het OER is gebruik gemaakt van een compact en vereenvoudigd beoordelingskader voor de opgaven. De woon- en werklocaties zijn op meerdere aspecten beoordeeld. De criteria voor de vergelijking van de opgaven zijn gebundeld in zeven ambities/thema’s, zoals ‘Groen en landschap’. Deze vereenvoudigde weergave leent zich goed voor het geven van een overzicht van de effecten. Het nadeel is dat de verschillende effecten worden samengenomen en daarmee gereduceerd worden tot één samenvattende beoordeling. Hierdoor is het vaak niet duidelijk/transparant hoe tot een eindscore is gekomen. De Commissie beveelt aan om na te gaan of er binnen de opgaven effecten op (sub)criteria optreden. Dit om te voorkomen dat die wegvallen in de totaalscore terwijl ze wel relevant kunnen zijn voor de te maken keuzes.

-7-

Samenvatting De samenvatting van het OER geeft geen toelichting bij de effecttabellen “Beoordeling zoekgebieden voor woningbouw” en “Beoordeling gebieden voor werklandschappen”. Daarmee is de samenvatting niet toegankelijk voor een breed publiek. Door de belangrijke conclusies uit de tabellen te beschrijven kan het OER ook beter dienen als een informatie- en participatie-instrument richting betrokkenen. De Commissie beveelt aan om de samenvatting aan te vullen met een toelichting bij de effecttabellen.

2.5

Integratie In de visie zijn nog geen keuzes gemaakt voor specifieke woon- of werklocaties. Mogelijk worden spanningen tussen de verschillende opgaven, doelen en belangen pas duidelijk nadat de omgevingsvisie is vastgesteld. Het OER geeft randvoorwaarden mee en moet geraadpleegd worden bij vervolgbesluiten. Het OER noemt al enkele risico’s voor klimaat, mobiliteit en landschap (pagina 158 OER). De Commissie onderschrijft deze risico’s. Mogelijk belemmeren ze de uitvoering van de visie en voorkomen ze dat de ambities van de gemeente bereikt worden. De Commissie beveelt daarom aan om de integraliteit te bewaken van de keuzes die na het vaststellen van de omgevingsvisie worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld bij de actualisatie van de omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma’s en het OER (pagina 41 OER).

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Peter van der Boom MA Wouter Schik BSc, MA Marianne Schuerhoff MSc (secretaris) Marja van der Tas (voorzitter) ir. Marlies Verspui drs. ing. Arjan van de Werken Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet, de opvolger van onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, geeft aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit J11, “stedelijk ontwikkelingsproject. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad Vijfheerenlanden. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders Vijfheerenlanden. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3733 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=cd98cbf3-612e-41f5-85fd-29880e80c648