Bijlage 2_REG_Nieuwe Hollandse Waterlinie.pdf
Tekst van het document
perspectief van de Waterlinie richt de ontwikkeling van
belevingslijnen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De
het landschap van de accessen zich dan ook op het
accessen doorsnijden de inundatievelden en kruisen de
versterken van de recreatieve doorgangen door de open
kernzone van de verdediging met de forten, waterwer-
velden, in verbinding met de forten en andere verdedi-
ken en restanten van de veldstellingen.
gingswerken. Dit vraagt om aantrekkelijke langzaamver-
Er zijn verschillende typen accessen. Enerzijds de
keerroutes en pleisterplaatsen.
‘landschappelijke’ accessen van de bevaarbare rivieren,
Daarnaast is het van belang de relatie tussen het acces
de droge oeverwallen en begaanbare dijken. Anderzijds
en de verdedingswerken herkenbaar en beleefbaar te
de infrastructurele accessen in de vorm van wegen,
maken. Om deze relatie duidelijk te maken is het
kaden en spoordijken.
gewenst dat vanaf het acces het verdedigingswerk
Samen met de hoofdverdedigingslijn en de inundatielijn
zichtbaar is en omgekeerd. Op passende, subtiele wijze,
vormen de accessen een netwerk, in de vorm van een
want hier speelt het zoeken naar de balans tussen
‘ladderstructuur’. Voor de toekomst van de Waterlinie
historische camouflage en eigentijdse herkenbaarheid.
- de maatschappelijke beleving - is de versterking van
Hier ligt bijvoorbeeld een belangrijke opgave om
recreatieve begaanbaarheid en verblijfskwaliteit van
natuurdoelen af te stemmen op de gewenste zichtbaar-
belang. De accessen maken het Linielandschap zichtbaar
heid van de linie.
en ontsluiten de forten en andere historische verdedi-
Functieveranderingen op de accessen zullen op deze
gings- en inundatiewerken.
essenties beoordeeld worden en op de samenhang met de kernkwaliteiten van het onderliggend landschap. Dat is per acces anders; een oeverwal heeft immers andere waarden dan een spoordijk of een uiterwaard. Infrastructurele ontwikkelingen bieden ook kansen voor het vergroten van de herkenbaarheid van de Waterlinie, zeker waar routes de hoofdverdedigingslijn kruisen en de vele weggebruikers zicht kunnen hebben op de liniepassage.
52 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Ontwerprichtlijnen Bij ingrepen in het landschap van de accessen zijn de volgende essenties van belang: Ontwikkel doorgaande recreatieve routes Voor de beleving van de Waterlinie is het belangrijk het recreatief padenstelsel op hoge droge landschapsdelen, zoals de oeverwallen en stroomruggen, te versterken. De vormgeving van de accespaden heeft geen specifiek militaire uitstraling (het was de route van de vijand), maar komt voort uit het onderliggend landschap.
rivieracces
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 53
Gebiedsspecifiek karakter onderliggend lanschap Het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van de accessen betekent ook het versterken van het gebiedseigen karakter van het onderliggend landschap, zoals het versterken van de landschapsopbouw van een oeverwal waarbij de Waaloevers een andere identiteit hebben dan de oevers van de Linge of de Lek. Zicht op de verdedigingswerken In het militair systeem was zicht vanaf het acces op de forten, batterijen, kazematten en schuilplaatsen ongewenst. Het Nederlandse leger wilde immers gedekt opgesteld staan om de vijand te verrassen in de vijandelijke opmars. Nu is herkenbaarheid van de maak de verdedigingswerken zichtbaar vanaf de accessen
Waterlinie van belang, dus zicht op de verdedigingswer-
wandelend en fietsend over de droge ruggen en kaden, vanuit de auto of vanaf de boot
ken is gewenst. Maar wel in een gepaste balans met de historische camouflage; met een verrassingseffect.
Herkenbare passage van de hoofdverdedigingslijn De passage van een acces met de hoofdverdedigingslijn
Zicht op de open inundatievelden
is niet altijd even herkenbaar. Dat was nooit de militaire
De droge routes door de inundatievelden bieden het
opzet, maar vergroten van de herkenbaarheid van de
perspectief op de inundatievelden. Zicht vanaf de routes
kruising heeft meerwaarde voor de huidige maatschap-
is belangrijk.
pelijke doelstelling. Hiervoor zijn verschillende ontwerpmiddelen denkbaar, zoals een markante vorm van het kruisvlak (bijvoorbeeld coupurewanden), het maken van een wateraccent als verwijzing naar de inundatie, het verdichten van de veilige zijde of op een artistieke wijze.
54 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 55
4.3 Kernzone militair verdedigingsstelsel De kernzone van de Waterlinie - geredeneerd vanuit de beleving van de militair-historische bouwwerken bestaat uit de rijksmonumentale objecten gelegen langs de hoofdverdedingslijn. Deze kernzone is een variabele zone aan weerszijden van de hoofdverdedigingslijn. Het bevat de forten en militaire verdedigings- en inundatiewerken, zoals de schuilplaatsen, kazematten, inundatiesluizen, inundatiekanalen en batterijen, Kringenwetwoningen en de Verboden Kringen en schootsvelden. Het landschap van de kernzone is de directe context van de monumenten. Het doel van de kernzone is het beschermen van het militair-historisch ensemble, de samenhang tussen de monumenten onderling en hun directe omgeving. De huidige openheid binnen de Verboden Kringen en de schootsvelden vanaf de hoofdverdedigingslijn richting de accessen en inundatiekommen moet behouden blijven. Het planologisch regime staat ten dienste van de samenhang, waarneembaarheid en de recreatieve waarde van de Waterlinie. Dit betreft zowel bescherming van nog aanwezige waarden als ontwikkelingen ter versterking van de beleefbaarheid, zoals de aanleg van een recreatief netwerk en de ‘natte voet’ onderaan de hoofdverdedigingslijn, in samenhang met water- en natuuropgaven.
hoofdverdedigingslijn met Verboden Kringen: verbindend, ordenend, recreatief
56 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Ontwikkelingsperspectief De monumenten binnen de kernzone, zoals de forten, batterijen, houten Kringenwetwoningen, schuilplaatsen, kazematten en inundatiewerken, worden via de Monumentenwet beschermd. De ontwikkeling ervan is gericht op duurzame instandhouding en maatschappelijke beleving. Voor exploitabele objecten, zoals de forten, is behoud door ontwikkeling het credo. Door het toevoegen van economische functies kan dit erfgoed behouden blijven. Voorwaarden zijn het behoud van de kernwaarden en publieke toegankelijkheid. Daarbij is het goed mogelijk om nieuwe voorzieningen te integreren met het historisch object. Daar zijn inmiddels tal van goede voorbeelden van. Voor de niet-exploitabele objecten, zoals de dijken, batterijen, schuilplaatsen, kazematten en inundatiewerken, is duurzaam behoud en beleefbaarheid eveneens de koers. Aangezien het economisch ten nutte maken van deze objecten nauwelijks mogelijk is, vraagt dit om een andere organisatie van beheer. Voor de hoofdverdedigingslijn is de inzet gericht op actief herstel, eenheid van behandeling, fysieke
recreatie, landbouw, kunst en natuurobservatie in de kernzone
continuïteit en toegankelijkheid voor fietsers en wandelaars. Hier ligt een belangrijke opgave om het recreatief routenetwerk te verbeteren, want veilige en
ontwikkelen. De openheid van de schootsvelden hangt
aantrekkelijke routes door de kernzone zijn zker niet
immers voor een groot deel samen met een vitaal open,
overal een vanzelfsprekendheid. Het gaat hierbij om
agrarisch grondgebruik. Vanuit Waterlinieperspectief is
uitbreiding van het routenetwerk, het vinden van
het dan ook denkbaar dat op een agrarisch erf uitbrei-
alternatieven voor barrieres, maar ook om kwaliteitsver-
ding van agrarische bebouwing plaatsvindt. Mits
betering van de beleving.
aantoonbaar noodzakelijk voor een duurzame agrarische
Initiatieven binnen de kernzone zullen streng worden
bedrijfsvoering én het door een goed ontwerp een
beoordeeld (nee, tenzij) op het effect op de kernkwalitei-
kwaliteitsimpuls betekent.
ten, maar dit betekent niet dat deze zone ‘op slot’ zit.
Transformaties van reeds aanwezige erven (van
Ook de kernzone is een ‘levend landschap’.
boerenerf naar burgerwoningen of naar een recreatieve
De landbouw kan zich binnen de kernzone blijven
(mede)gebruiksfunctie) passen prima in het
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 57
Waterliniegedachtengoed als dit gepaard gaat met een
Ontwikkelingen voor natuur- en waterbeheer en
landschappelijke kwaliteitsimpuls.
landschapsbouw kunnen zich prima gaan voegen naar
Omdat er in de kernzone groot belang wordt gehecht aan
het groene karakter van de Waterlinie en zijn in potentie
de openheid van de schootsvelden is er geen ruimte voor
waardevol voor de versterking ervan. Het is hierbij wel
nieuwvestiging van erven in het open landschap (in de
van belang dat de herinrichting van het landschap wordt
kernzone). En dat geldt niet enkel voor nieuwe gebou-
afgestemd op de militair-historische kenmerken, de
wen; ook verzoeken tot de ontwikkeling van bosschages
openheid en de kenmerken van het onderliggende
en andere hoog opgaande elementen zullen kritisch
landschap.
worden bekeken in relatie tot de openheid van de
respect voor openheid schootsvelden
schootsvelden. De mogelijkheden voor opgaande
Ontwerprichtlijnen
beplantingen zijn sterk locatieafhankelijk. Denk bijvoor-
Het militair verdedigingsstelsel heeft een complexe
beeld aan de aanleg van nieuwe boomgaarden.
opbouw, met voor ieder onderdeel eigen richtlijnen voor
Boomgaarden zijn enerzijds een vanzelfsprekend en
initiatieven. De hoofdlijnen worden op de volgende
verrijkend onderdeel van het oeverwallandschap van de
pagina’s weergegeven, geordend naar de volgende
accessen, maar kunnen plaatselijk de schootsvelden
onderdelen:
verstoren. Dit vraagt maatwerk in beoordeling.
- hoofdverdedigingslijn
Voor bestaande dorpen en steden dient ontwikkeling
- forten
gericht te zijn op kwalitatieve inpassing van de randen.
- Verboden Kringen
Stedelijke uitbreiding binnen de kernzone is ongewenst.
- kleine verdedigingswerken
58 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
HOOFDVERDEDIGINGSLIJN De hoofdverdedigingslijn is de hoger gelegen westelijke begrenzing van de Waterlinie. De lijn bestaat grotendeels uit kaden en dijken, maar ook voor een deel uit natuurlijke hoogten in het landschap. De kaden en dijken waren vaak van oudere oorsprong met een civiele functie. Hier is het verschil met gewone polderdijken vaak niet te zien. Maar deels zijn er ook militaire liniedijken aan toegevoegd, om een sluitend systeem te krijgen. Ook deze zijn zo aangelegd dat ze niet teveel opvielen in het landschap. Voor huidige transformaties is het echter juist wel belangrijk dat de verbindende lijn tussen de forten (subtiel) herkenbaar is, om de samenhang in het liniesysteem begrijpelijk te maken.
hoog in het landschap, dichte veilige zijde, open en natte inundatiezijde, recreatie-as
Lijnopgave
Respect voor de historische kenmerken
De hoofdverdedigingslijn is dé lijnopgave van de Nieuwe
De hoofdverdedigingslijn is samengesteld uit meerdere
Hollandse Waterlinie. Het gaat om het ontwikkelen van
dijken en kaden, vaak van oudere oorsprong. De
de hoofdverdedigingslijn tot een herkenbare eenheid, als
Waterlinie is vaak één van de vele lagen in de geschiede-
verbindende schakel tussen de veelheid aan losse
nis. Het is de opgave respectvol om te gaan met de nog
Waterlinie-objecten. Het is de opgave om ruimtelijke
aanwezige historische kenmerken, zoals bijvoorbeeld
ingrepen op en langs de lijn op zodanige wijze vorm te
hoge, steile taluds en een smalle kruin en dijkverleggin-
geven dat de eenheid en het karakter van de Linie als
gen bij de wielen. De tekenen van de tijd geven de lijn
geheel worden versterkt.
het vaak gewaarde verweerde uiterlijk. Versterk karakteristiek asymmetrisch profiel De hoofdverdedigingslijn is een ordenende lijn in het landschap. Het landschap links van de lijn heeft zich vaak anders ontwikkeld dan rechts van de lijn. In zijn meest pure vorm is de hoofdverdedigingslijn de grens tussen nat en droog gebied, tussen het veilige westen en het te inunderen oosten. Contrasten moeten waar mogelijk versterkt worden: binnen-buiten, droog-nat, besloten-open. Dit geldt zowel voor de dijk zelf, als voor de gebiedsinrichting erom heen.
een lijn heeft een begin en een eind: lijnstukken van fort naar fort
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 59
Militair karakter De hoofdverdedigingslijn is een samenstelsel van kaden en dijken, maar ook een militaire lijn met een daarbijhorende vormentaal. Specifieke militaire kenmerken, zoals bijvoorbeeld de aardwerken van batterijen als onderdeel van dijktaluds en restanten van grondwerken van groepsnesten, zijn behoudenswaardig en kunnen aanknopingspunten voor beleving bieden. Recreatieve as Voor de hoofdverdedigingslijn van de 21ste eeuw is een betere toeristisch-recreatieve toegankelijkheid van belang. Dit vraagt verbetering van de gebruiksmogelijkheden voor fietsers en wandelaars op en langs de lijn. Openstelling van militaire locaties op de dijk, zoals de batterijen, vergroot de attractiviteit. Het is tevens de opgave om deze recreatieve lijn te verknopen met het recreatief netwerk van routes in de omgeving.
voorbeeld hoofdverdedigingslijn: batterij onderdeel dijklichaam
Omgaan met doorsnijdingen Continuïteit van de hoofdverdedigingslijn is van belang: ruimtelijk en recreatief. Onderbrekingen van de lijn moeten dan ook zoveel als mogelijk voorkomen worden. Toch is het denkbaar dat nieuwe doorsnijdingen nodig zijn, bijvoorbeeld door aanleg van een nieuwe weg. Bij een dergelijke ingreep is het van belang dat er een heldere ontwerpoplossing wordt gevonden - bijvoorbeeld door de insnijding smal te houden of door een coupure aan te leggen - én dat er maatregelen worden genomen om de recreatieve continuïteit te herstellen. Ook bestaande gaten kunnen opnieuw ontwikkeld worden om het doorgaande karakter te versterken, bijvoorbeeld bij de verdwenen lijn in de Tielerwaard. smalle doorsnijding, herstel continuïteit
60 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
FORTEN De Nieuwe Hollandse Waterlinie kent een grote diversiteit aan forten, specifiek ontworpen voor de vele locaties. Relatie fort en te verdedigen acces Een fort is aangelegd om een plek met geschut te verdedigen; een doorgang voor vijandelijke troepen of een essentieel punt zoals een waterinlaat. Het zichtbaar houden of maken van dit punt vanaf het fort is van belang voor het begrip van de werking van de verdediging. Uitzicht en openheid zijn belangrijk. Herkenbaarheid contouren De forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn in essentie aardwerken; hoge grondwallen met een karakteristiek militaire profilering voor de plaatsing van geschut. De herkenbaarheid van het grondwerk is van belang bij nieuwe ontwikkelingen. Zo ook de herkenbaar-
forten in vele soorten en maten, speciaal ontworpen voor de te verdedigen locatie
heid van de gracht.
vuurlijn / binnenkruin
plongee banket
walgang
buitenkruin
contrescarp
buitentalud
escarp
gedekte weg banket
binnentalud
borstwering
terreplein
hoofdwal
borstwering
principe historische opbouw vestingwal
berm
onderwal / fausse braye
gracht met cunette
glacis
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 61
h o
d o f
v e
r d
e
g d i
i
s n g
v o o
l i
j n
a c
r z i j d e
h
r t e
v r i j
z i
j d
o s c h
e
o
v t s
e
l d
Militaire beplanting Op de forten werden bomen en struiken ingezet als barriere, als bescherming tegen afkalving van grachtboorden, voor brandhout of gebruikshout voor het maken van versterkingen. In de tweede helft van de
voor-achter
Voor en achter
19de eeuw kwam er de functie van camouflage en
Een fort heeft een voor -en achterkant. De voorzijde is
beschutting bij. Hoog opgaande beplanting maskeerde
de schutszijde: stevige grondwallen om inslaande
het fortsilhouet en de vuurmonden.
projectielen op te vangen, gecamoufleerd in het
De huidige forten verschillen sterk in beplantingsbeeld;
landschap. Aan de achterzijde (keelzijde) bevindt zich de
van geheel open tot dichtbegroeid, van herkenbaar
ingang. Bij nieuwe ontwikkeling is het respecteren van
militair tot natuurlijke verruiging. Voor de toekomst moet
de opbouw van belang. Zo is het vaak wenselijk de
per fort bezien worden wat de gewenste koers is, in de
hoofdentree aan de achterzijde te houden, evenals het
balans tussen behoud-herstel-eigentijds, tussen
parkeren.
zichtbaarheid van het fort en camouflage.
silhouet
Silhouet in het landschap Forten zijn gedekt opgesteld in het landschap. De grastaluds en beplantingen - bewust ingezet voor camouflage - tekenen de silhouetten van de forten af. Bij de herontwikkeling gaat het om het vinden van de juiste balans tussen de herkenbaarheid van het fort en de historische camouflage.
62 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Gebouwen De forten herbergen een rijk scala aan gebouwen, voor diverse functies, uit diverse tijdsperioden. Bij herontwikkeling is het van belang de cultuurhistorische waarde per gebouw te bepalen en dit te betrekken bij het bepalen van het toekomstperspectief: behoud en hergebruik of mogelijk sloop wanneer er sprake is van verstoring van de kernwaarden. Een nieuwe functie is de beste borging voor het behoud van de historische gebouwen. Vaak zal dit vragen om eigentijdse ingrepen om het gebouw exploitabel te maken. Bouwkundige ingrepen, conform wet- en regelgeving, zijn prima mogelijk. Zo is het creëren van een uitbreiding, bijvoorbeeld onder een gronddekking, goed denkbaar, als ook het maken van insnijdingen voor lichttoetreding. In de Waterlinie en andere historische vestingwerken zijn tal van inspirerende voorbeelden bekend van hergebruik en ruimtelijke aanpassingen.
torens, contrescarps, remises, kazernes, loodsen, werkplaatsen, eetzalen, kantoren, schuilplaatsen, fortwachterswoningen, ....
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 63
Ruimte voor nieuwbouw In principe is het toevoegen van nieuwe gebouwen aan forten goed denkbaar. De Waterlinie kent immers een traditie van permanente modernisatie. Afhankelijk van de plek moet worden bepaald of nieuwbouw passend in het ensemble is. Het is daarbij wel van belang dat de nieuwbouw herkenbaar is als eigentijdse toevoeging. Replica’s worden in de meeste situaties niet gewaardeerd.
nieuwe loodsen, nieuwe woningen, nieuwe kantoren, ateliers, horecagelegenheden, expositieruimtes, ...
64 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 65
Grenzen Forten en batterijen werden in het veld afgebakend met een rij ‘limietpalen’ op de militaire landsgrens. Op deze natuurstenen blokken staat de letter ‘O’ gegraveerd, van het ministerie van Oorlog, en het nummer van de limietpaal. Soms werd het buitenterrein begrensd met een hekwerk, ook wel glinting genoemd.
voorbeeld van een militaire landsgrens, gemarkeerd met genummerde limietpalen
limietpalen en glinting
66 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Aandacht voor details De forten van de Waterlinie hebben tal van karaktervolle details in zich. Vaak sober en doelmatig, maar soms ook van een verrassende rijkdom en expressie. Bouwkundige detaillering van gebouwen, maar ook details in de vorm van kleine elementen op en rond de forteilanden zoals limietpalen, glinting en zoutbakken. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt een respectvolle omgang met de details gevraagd.
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 67
Om eenheid, rust en herkenbaarheid aan te brengen in
Belangrijke kenmerken van het Liniemeubilair zijn
de vele eigentijdse toevoegingen aan de Nieuwe
soberheid, terughoudendheid en utilitaire bouw. De
Hollandse Waterlinie is er een catalogus ontwikkeld; het
materialen zijn zwart metaal, inlands eiken en beton. Het
Handboek Meubilair Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit
kleurenpalet bestaat uit lichtgrijs, eikenhoutkleur en
handboek bevat ontwerpen voor receatieve elementen,
zwart. Kenmerkend is de introductie van het zwart stalen
zoals bankjes, picknicksets, informatieborden, hekwer-
W-profiel. Deze tot een W gevouwen metalen paal
ken en taludtrappen. Door eenheid in vormgeving, kleur
versterkt de eigenheid van de Linie en kan op diverse
en materiaalgebruik wordt verrommeling van de
manieren worden ingezet, zoals bij de hekwerken op
Waterlinie voorkomen en de herkenbaarheid versterkt.
forten, als afrastering bij de batterijen en als drager van
Het zijn eigentijdse ontwerpen, geïnspireerd op de
informatiebordjes.
historisch-militaire elementen van de Linie, passend in
Het Handboek Liniemeubilair wordt continu aangescherpt
het Waterliniekarakter. Het handboek is uitgewerkt in
met praktijkervaringen. De website Hollandse Waterlinie
bestekstekeningen voor de diverse onderdelen.
geeft de actuele stand van zaken weer.
68 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
3 0 0 m 6 0 0 m
VERBODEN KRINGEN Een vrij schootsveld in de Linie was in oorlogstijd van
1 0 0 0
groot belang. Daarom was het gebied rond de verdedigingswerken ingedeeld in zones van 300, 600 en 1000
m Verboden Kringen
meter, de zogenaamde Verboden Kringen. In deze
Behoud en versterk de openheid
gebieden moest men zich houden aan allerlei bouw- en
De nog aanwezige openheid rondom de forten en
beplantingsvoorschriften. Binnen de eerste kring van 300
batterijen is een behoudenswaardige kwaliteit. De
meter mocht alleen in hout gebouwd worden, in de
openheid heeft een directe relatie met het oorspronkelijk
tweede kring was bouwen in steen toegestaan tot 50
functioneren van het fort. Het beleid is dan ook gericht
centimeter boven de grond en voor schoorstenen, en
op het behouden van de openheid en waar mogelijk het
binnen de buitenste kring waren alle bouwmaterialen in
versterken ervan. Toevoegen van massa, zoals nieuwe
principe toegestaan, maar konden bij oorlogsdreiging
erven of bossen midden in de openheid, moet voorko-
alle obstakels worden geruimd door de militaire
men worden. Bij voorkeur vindt de verdichting achter de
bevelhebber.
hoofdverdedigingslijn plaats.
De openheid van de voormalige schootsvelden is het
De mate van openheid wisselt sterk per fort. Veel forten
meest kwetsbare deel van het Liniesysteem. Tot 1963
in het landelijk gebied kenmerken zich door een weids
werden de schootsvelden bij wet vrij gehouden van
landschap, maar er zijn ook forten en vestingsteden
bebouwing en bosaanleg. Deze Kringenwet heeft ervoor
omringd door woonwijken en bedrijventerreinen. De
gezorgd dat veel forten nog een open landschap om zich
omgang met de Verboden Kringen is dan ook een
heen hebben.
maatwerpopgave variërend van geheel open houden, tot het uitsparen van zichtlijnen en het maken van contrast tussen de leegte en verdichting.
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 69
Kwaliteitsimpuls van de randen
Houtbouw versterkt de identiteit
Openheid heeft grenzen. Soms liggen er stads- en
Bouwen in de Verboden Kringen zal kritisch bezien
dorpsranden aan de buitenzijden van de Verboden
worden, maar daar waar nieuwbouw passend is en als
Kringen, maar er liggen ook bebouwingsclusters binnen
een maatschappelijk meerwaarde wordt beschouwd, is
de Kringen (vaak ontstaan na 1963). De belevingskwali-
het streven de gebouwen uit te voeren in hout. Dat
teit van het landschap wordt mede bepaald door de
versterkt de identiteit van de Verboden Kringen.
ruimtelijke kwaliteit van deze randen. Waar kansen zich
Voor de nog aanwezige historische houten Kringenwet-
voordoen kan hier een kwaliteitsimpuls gegeven worden.
woningen geldt dat behoud en bescherming het streven
Door het toevoegen van beplanting, eventueel gecombi-
is.
neerd met enkele nieuwe gebouwen, kan een beter aanzicht gecreëerd worden. Hoewel er dan feitelijk toename van verdichting langs de rand plaatsvindt, kan dit per saldo een verbetering van de kwaliteit betekenen.
historisch houten Kringenwethuis
eigentijdse houtbouw op Fort Blauwkapel
70 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
KLEINE VERDEDIGINGSWERKEN
artillerie en vliegtuigen echter sterk verminderd. De
Naast de grote forten is er in de Waterlinie een groot
oudere verdedigingswerken werden nu ingezet als
aantal kleine verdedigingswerken. Hindernissen,
stormvrij infanteriesteunpunt.
artilleriebatterijen, grachten, prikkeldraadversperringen
Geconcludeerd werd dat de verdediging meer in de
en loopgraven aangelegd tussen de ‘kelen’ van de forten
diepte gevoerd zou moeten worden; in de
vormden een doorgaande veldstelling. Op deze ‘hoofd-
‘Hoofdweerstandsstrook’. De hoofdweerstandsstrook was
verdedigingslijn (H.V.L.)’ moest de uiteindelijke
een strook van enkele kilometers diepte met opgestelde
hardnekkige weerstand geboden worden. Vóór deze
troepen en wapens, bestaande uit een voorpostenstrook
hoofdverdedigingslijn lagen op wegen, dijken en
en een zone met een frontlijn, stoplijn en ruglijn.
spoorlijnen kleinere opstellingen, de voorposten en
Deze nieuwe verdedigingsvorm paste goed bij brede,
wachtposten. De bezetting daarvan had een waarschu-
diepe accessen, maar was minder geschikt voor
wingstaak en moest in geval van een aanval vertragende
inundatiestellingen, zoals langs de Diefdijklinie.
acties ondernemen en eventuele vernielingen verrichten.
Het versterkingsplan voor de Hoofdweerstandsstrook
Op brede accessen lag op enige afstand van de H.V.L. de
(voorbereiding Tweede Wereldoorlog) omvatte de bouw
Voortgezette Verdedigings Stelling (V.V.S.), die een
van circa 1000 infanterieopstellingen - de zogenaamde
vijandelijke doorbraak moest afgrendelen.
groepsnesten - 1000 betonnen schuilplaatsen (type P)
Na de Eerste Wereldoorlog bleef de Nieuwe Hollandse
en 100 mitrailleurkazematten met gietstalen koepel
Waterlinie - na 1922 officieel aangeduid als het Oostfront
(type G), 750 lichte betonkazematten voor lichte
van de Vesting Holland - gehandhaafd als verdedigingsli-
mitrailleur, 100 kazematten voor zware mitailleur en
nie. De defensieve waarde was door de inzet van zware
circa 20 kazematten voor pantserafweergeschut.
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 71
schuilplaats losse segmenten
groepsschuilplaats type P
schuilplaats
Daarnaast waren er talrijke opstellingen voor artillerie,
1915-1916
1939-1940
1916/I
pantserafweergeschut en mortieren, verbandplaatsen, commandoposten, prikkeldraadversperringen, enkele tankgrachten en tankversperringen. In 1940 werd echter besloten het zwaartepunt van de verdediging te verplaatsen naar de Grebbelinie. Hierdoor werd de bouw van de Hoofdweerstandsstrook grotendeels gestaakt. Van de geplande groepsschuilplaatsen kwamen er slechts
schuilplaats
koepelkazemat type G
betonnen loopgraaf
750 af en van de koepelkazematten slechts 80. Op
1918/II
1937-1939
1940
sommige plaatsen langs het Oostfront treffen we daarom nog half afgebouwde betonwerken aan. Van de doorgaande veldstelling resteren tegenwoordig de vele zwermen van betonwerken in het landschap. Vaak met een vervreemdend effect, op zichzelf staand in de weilanden, temidden van natuur, benut als tuinschuurtje of zelfs opgenomen in een huis. Maar ook tretraëders in de wegbermen, metalen en betonnen
pantserkazemat Kijkuit
schuilplaats
dubbele flankerende miltailleurkazemat
restanten van tankversperringen en grondwalletjes
1935
1918/I
1938
herinneren aan de veelheid van verdedigingswerken.
VIS kazemat Lunet III
VIS kazemat Biltstraat 1
dubbele flankerende miltailleurkazemat
versperring van tetraëders
1936
1936
1916
1937-1940
kanonkazemat
tankversperring
groepsnest
verschillende typen groepsschuilplaatsen, kazematten en
1933
1937-1940
1939-1940
versperringen (ongelijke schaal) (bron: ‘Versteende Ridders’)
72 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Duurzaam behoud verdedigingswerken De waardering van de kleine verdedigingswerken is geen vanzelfsprekendheid. De schoonheid wordt vaak betwist en voor de eigenaar zijn ze soms een sta-in-de-weg voor het maaien, zaaien en ploegen. Toch moet gesteld worden dat de verzameling kleine werken bewaard moet blijven voor de toekomst. Ze zijn een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van de Waterlinie, markeren de hoofdverdedigingslijn tussen de forten en geven de linie de kenmerkende mystieke eigenheid. Koester de eigentijdse mystieke schoonheid De betonnen monolieten hebben een mystieke schoonheid door de eigenzinnige plaatsing in het landschap, de architectonische kwaliteit van de vorm en de rauwe betonnen huid met de charme van veroudering. Deze eigentijdse kwaliteiten zijn vertrekpunt voor ontwikke-
historisch gebruik groepsschuilplaats
ling. Op een aantal locaties heeft herstel van de historische context - met reconstructie van interieur,
Versterk ensembles
verbeelding van loopgraven en camouflage - meerwaar-
De kleine verdedigingswerken staan zelden op zichzelf.
de vanuit educatief en recreatief aspect, maar voor het
Ze vormen lijnopstellingen of clusters. Het is de opgave
merendeel van de sliert van betonwerken moet de
de beleving van ensembles in stand te houden en te
huidige (vervreemdende) verschijningsvorm gekoesterd
versterken. Dit kan op vele manieren, afhankelijk van de
worden.
lokale situatie. Door onderlinge zichtbaarheid tussen de objecten, tracering van een route, samenhangend
Relatie verdedigingswerk en te verdedigen acces
gebruik of een architectonische of kunstzinnige
Evenals een fort heeft de krans van kleine verdedigings-
toevoeging.
1 5
werken een sterke relatie met het landschap. De doorgang voor vijandelijke troepen moest met geschut
2
vergrendeld worden. Het zichtbaar houden van de relatie
opbouw groepsschuilplaats:
verdedigingswerk-te verdedigen punt is belangrijk voor
1) gesloten frontzijde
het begrip. Ook hier is voor-achter een ontwerpthema.
2) ingang aan de veilige achterzijde 3) ingang afgestemd op hoogte inundatie 4) haken voor camouflagebevestiging 5) periscoop gat
4
3
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 73
74 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Hergebruik De robuustheid maakt de betonwerken heel verdraagzaam voor verschillende functies. Met respect voor de buitenzijde is binnenin veel mogelijk. Tuinschuur, schapenhok, vleermuisverblijf, expositieruimte, opslag en zelfs overnachting is mogelijk zonder de waarde aan te tasten. Maar ook zonder herbestemming - het zijn niet de meest exploitabele objecten - zullen veel van de monolieten de tand des tijds wel doorstaan.
gebruik en toevoeging
Transformaties en toevoegingen Bij veranderingen aan de objecten en ensembles is het van belang een helder onderscheid tussen oud en nieuw te hanteren, in vorm en materiaal. Schreeuwende vormen, kleuren en materialen zijn niet gepast: respecteer de soberheid. Het is ook belangrijk dat de objecten hun ‘onafhankelijkheid’ ten opzichte van het lokale landschap houden. Ze staan ‘gewoon’ open en groepsschuilplaatsen zijn geschikte vleermuisverblijven
bloot in het veld, zonder overgangszones in de vorm van tuinen of verhardingen, zonder afstemming op kavelpatronen. Het is een zelfstandige militaire laag over het lokale landschap, met een eigen logica.
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 75
los & vast
Mobiel en vast, permanent en tijdelijk De kleine elementen zijn in twee categorieën onder te verdelen: mobiel en vast. De metalen ‘asperges’ van tankversperringen en de tetraëders zijn losse, verplaatsbare onderdelen, die nog her en der verspreid in het landschap aanwezig zijn. Gericht op tijdelijk gebruik, verplaatsbaar, neergezet bij mobilisatie. Andere objecten, zoals de groepsschuilplaatsen en betonnen 14 | Parkeren bij de forten
sokkels van kazematten staan rotsvast verankerd in het landschap. De bij de infanteriestelling horende aardwerken en losse versperringen zijn vaak allang verdwenen. Bij nieuwe toevoegingen aan de linie dient dit contrast tussen mobiel-vast, permanent-tijdelijk als ontwerpthema afgewogen te worden.
tetraëders: historische inspiratie voor eigentijds gebruik Foto: tankversperringen als kantmarkering bij Fort Vechten
76 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 77
4.4 Verdichtingsvelden
Omdat het beleid gericht is op versterking van de
Het Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie
landschappelijke kwaliteiten zijn grootschalige bedrijvig-
bevat naast de verdedigingswerken, de accessen en de
heid, verstedelijking en glastuinbouw minder voor de
inundatiekommen ook een aantal gebieden aan de
hand liggend. Deze staan op gespannen voet met het
westzijde van de hoofdverdedigingslijn, ook wel de
beoogde doel van een hoogwaardige groene en recrea-
‘veilige zijde’ genoemd. Een voorbeeld hiervan is de
tieve ontwikkeling. Per gebied en per ontwikkeling zal
lintbebouwing aan de westzijde van de Diefdijk. In het
een passende afweging en inrichting gemaakt moeten
rijksbeleid Panorama Krayenhoff wordt een aantal
worden.
grotere gebieden aan de veilige zijde ook wel ‘verdichtingsvelden’ genoemd, zoals de polder tussen de Nieuwe
Ontwerprichtlijnen
Zuiderlingedijk en Asperen en Heukelum en de polder
Het belangrijkste ontwerpcriterium voor de veilige zijde
ten zuidoosten van Spijk. Het versterken van het
van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is het contrast met
landschappelijk contrast staat hier centraal.
de inundatievelden. Voor de uitwerking daarvan is geen
Deze gebieden aan veilige zijde behoren feitelijk niet tot
algemene richtlijn te geven. Het is van belang dat af te
het militair-historische complex, maar zijn van belang
stemmen op de lokale kenmerken. De omgang met een
om de werking van de Linie in het landschap te
bebouwingslint langs een dijk is anders dan met een
verhelderen.
natuurgebied. En zo is ook het verdichtingsprincipe in contrast met de openheid van de inundatiekommen een
Ontwikkelingsperspectief
criterium op hoofdlijnen. Op lokaal niveau bevinden zich
Waar de zuidoostzijde van de hoofdverdedigingslijn zich
zeker waardevolle open gebieden aan de veilige zijde van
op hoofdlijnen kenmerkt door een grootschalig open,
de hoofdverdedigingslijn waar zicht belangrijk blijft. Het
uniform en veelal agrarisch landschap, is er aan de
is maatwerk en Deel II geeft aanknopingspunten voor het
veilige zijde ruimte voor landschappelijke verdichting:
versterken en benutten van de regionale en lokale
een kleinschalige ruimtelijke en functionele mix. Hier
identiteit. Afstemming op het onderliggend landschap is
staat niet langer het behoud van het oorspronkelijk
hier de kern.
agrarisch landschap voorop; er wordt, naast bestaand agrarisch gebruik, ruimte geboden voor nieuwe ontwikkelingen zoals recreatie, stedelijk uitloop, nieuwe landgoederen, landelijk wonen, natuur- en waterontwikkeling. Voorop staat het groene karakter van de verdichting. Deze functionele verandering kan/zal ook landschappelijke verdichting Diefdijk
samengaan met een ruimtelijke verandering van het
landgoedontwikkeling Spica Staete
landschap naar meer kleinschaligheid. Dit is een
golfbaan Spijk
bewuste keuze, in contrast met de inundatievelden, met
nieuwbouw Hoog Dalem
nieuwe kwaliteiten en belevingen.
78 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 79
80 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Pact van Loevestein, juli 2015
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Culemborgerwaard handboek voor beschermen én ontwikkelen
2 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
COLOFON Opdrachtgever: Nieuwe Hollandse Waterlinie - Pact van Loevestein Samenwerking: gemeenten Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Zaltbommel, Werkendam, Woudrichem, Vianen, Leerdam, Gorinchem, Lingewaard, Tiel, de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland en Dienst Landelijk Gebied Inhoud, tekst en beeld: Kees van der Velden - landschapsarchitect Materiaal: beeldenbank NHW, GIS competence Center DLG, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Chris Will, Douwe Koen, Jaap de Zee, Richard Trenning, Gerard Burgers, Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie, Kees van der Velden en internet Pact van Loevestein, juli 2015
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 3
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Culemborgerwaard handboek voor beschermen én ontwikkelen
inundatiekom Culemborgerwaard
inundatiekom Tielerwaard
inundatiekom Bommelerwaard
inundatiekom Land van Altena
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 5
DEEL II Kernkwaliteiten ten zuiden van de Lek In het eerste deel bent u meegenomen in de achtergronden en hoofdlijnen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In deel II worden de kernkwaliteiten ten zuiden van de Lek meer expliciet gemaakt. Hierbij komen zowel de streekeigen kernkwaliteiten van de Waterlinie - met het inundatiestelsel, de accessen en de hoofdverdedigingslijn met verdedigingsclusters - als het onderliggend landschap aan bod. Ieder onderdeel is voorzien van een korte inhoudelijke omschrijving, een opsomming van de kernkwaliteiten, het ontwikkelingsperspectief op hoofdlijnen en een set van ontwerprichtlijnen. Deel II van het handboek kernkwaliteiten behandelt de volgende onderdelen: - inundatiekom Culemborgerwaard - inundatiekom Tielerwaard - inundatiekom Bommelerwaard - inundatiekom Land van Altena - Fort Pannerden & inundatiekanaal Tiel De onderdelen komen voort uit de opbouw van het militair-hydrologisch systeem. Het zijn de inundatiekommen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangevuld met het meer oostelijk gelegen Fort Pannerden en het inundatiekanaal Tiel. Door deze benadering staat de inhoudelijke samenhang van de Waterlinie centraal; het overstijgt bestuurlijke grenzen van provincies en gemeenten. In dit onderdeel worden de kernkwaliteiten van de Inundatiekom Culemborgerwaard toegelicht.
6 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 7
INHOUD DEEL II
KERNKWALITEITEN INUNDATIEKOM CULEMBORGERWAARD
1. Landschap van de Culemborgerwaard 09 2. Inundatiestelsel 13 2.1 Inundatiestelsel Lek - Everdingen 15 2.2 Inundatiestelsel Lek - ‘t Spoel 19 2.3 Inundatiestelsel Linge 23 2.4 Oude Horn - Meerdijk 27 3. Accessen 31 3.1 Lek acces 33 3.2 Linge acces 35 3.3 Infrastructuur accessen 37 4. Militair strategisch stelsel 39 4.1 Hoofdverdedigingslijn Diefdijk 41 4.2 Hoofdverdedigingslijn Meerdijk 45 4.3 Fort bij Everdingen 49 4.4 Betonnen werken Everdingen 53 4.5 Batterij bij Hagestein 57 4.6 Werk aan het Spoel 61 4.7
Betonnen werken coupure Diefdijk - A2
65
4.8
Betonnen werken Diefdijk Wiel van Bassa
69
4.9
Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk
73
4.10
Betonnen werken rond werken rond het werk op de spoorweg bij de Diefdijk
77
4.11 Fort bij Asperen 81 4.12 Betonnen werken Asperen-Meerdijk-Langedijk 85 5. Deelgebieden in het landschap 89 5.1 Goilberdingerwaard 91 5.2 Polder Goilberdingen en Prijs 95 5.3 Tienhoven, Zoowijk en Welborn 99 5.4
Rietveld, Paveijen, Hoeven, Vretstrooi en Beesdsche Lage Veld
103
5.5
Lanxmeer
107
5.6
Polder De Geeren
111
5.7
Landgoed Mariënwaerdt en omgeving
115
5.8
Acquoy-Rhenoy-Beesd
119
5.9
Linge uiterwaarden
123
5.10
Acquoyse Meer
127
5.11
Diefdijklint
131
6.
Erven in de Waterlinie
135
8 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 9
1. Landschap van de Culemborgerwaard De Nieuwe Hollandse Waterlinie is onlosmakelijk
De oeverwallen ontstaan doordat de rivier buiten zijn
verbonden met het onderliggende landschap. Het lage
oevers treedt en daarbij grove deeltjes afzet in gordels
land was de kern van de verdediging. De uitleg van de
aan weerszijden van de rivierbedding. Na verloop van
kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in
tijd kunnen deze zandige/zavelige oeverwallen zo’n 1 tot
deze inundatiekom begint dan ook met een uitleg over
1,5 meter boven de omgeving uitsteken. Stroomruggen
het landschap van de Culemborgerwaard en de daaruit
zijn vroegere rivierbeddingen, voormalige oeverwallen
voortvloeiende landschappelijke kernkwaliteiten. Daarna
met een dichtgeslibde bedding. De komgronden zijn
volgt de toelichting op de afzondelijke onderdelen van
gronden die gevormd zijn door bezinking van fijn
het militair-hydrologisch systeem.
rivierslib in kommen buiten de beddingen van de benedenrivieren. Het sluiten van de dijken heeft hier nog
Rivierdynamiek tussen Lek en Linge
een landschapstype aan toegevoegd, de uiterwaarden.
De Culemborgerwaard ligt aan de westrand van de Betuwe, waar het landschap gevormd is door de rivier de Rijn. Voor de beteugeling van de toenmalige rivierlopen door de middeleeuwse dijkaanleg had de rivier vrij spel. Sporen van vroegere rivierlopen tekenen dan ook het
uiterwaard Lek
landschap. Kenmerkend voor de Betuwe zijn de hooggelegen stroomruggen en oeverwallen die de lage komkleigebieden omsluiten.
oeverwal
rivierkom
vi
m ko er
ri
en
al w
er ev
o
w
in
te
rd
ijk
rd
aa w er
t ui
ri
vi
er
en al w r jk ve di er oe t in w
om rk
ri
e vi
oeverwal
uiterwaard Linge
schematische dwarsdoorsnede rivierenlandschap
opbouw rivierenlandschap in uiterwaarden, oeverwallen en rivierkom
10 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Ontginning
Ruimtelijke opbouw
De oeverwallen en stroomruggen lagen aanvankelijk
De oeverwallen en stroomruggen zijn vanouds zeer
hoog genoeg om vrij te blijven van overstroming. Hier
afwisselend en besloten, doordat daar de dorpen en
vond dan ook de eerste bewoning plaats. De ontginning
bebouwing aan de dijk liggen. Hier liggen ook de meeste
van de flanken van de oeverwallen en stroomruggen
akkers en boomgaarden.
vormt de tweede fase. Daarna volgde de ontginning van
De Lek is één van de grootste rivieren van Nederland. De
de komgronden door de aanleg van kades. Het water,
uiterwaarden zijn open, groots, met weidse vergezich-
dat eerst vrij kon stromen, moest nu worden afgevoerd
ten. De uiterwaarden van de Linge zijn vanouds veel
door sloten en weteringen. Het westen, met name
kleinschaliger dan langs de Lek. Er is een grote
Vijfheerenlanden en Alblasserwaard, wilde zich bescher-
afwisseling van kleine weides, boomgaardjes, grienden
men tegen al het overtollige water uit het oostelijk
en andere natte percelen. Kenmerkend zijn recreatieter-
rivierengebied en legde daarvoor al in 1284 een
reintjes langs de Linge; de zogenaamde Lingelandjes.
dwarsdijk aan tussen de Lek en de Linge: de Diefdijk.
Het landschapspatroon is op hoofdlijnen niet wezenlijk
Gevolg was dat het water niet meer goed weg kon.
veranderd, maar het is wel veel grofmaziger geworden.
Aanvankelijk werd er in (delen van) de kom akkerbouw
Kavels zijn aanzienlijk groter geworden, ten koste van
bedreven, naast de al vroeg dominerende veehouderij en
vele sloten, perceelranden en begroeiingen. In de
in de uiterwaarden de paardenhouderij. Op den duur
kommen waren de maten altijd al wat groter, maar met
werd de ontwatering steeds moeizamer door klink van de
name op de oeverwallen en stroomruggen is het
bodem, hogere rivierstanden, stagnerend water bij de
landschap grootschaliger geworden. Er is daardoor een
Diefdijk en toenemende kwel. Akkers maakten plaats
veel opener landschap ontstaan. Daarbij heeft de aanleg
voor weiden en hooilanden, en die werden schraler en
van de spoorlijn, de A2 en de N320 het oorspronkelijk
natter. De vernatting leidde zelfs tot het wegtrekken van
landschap doorsneden.
de lokale bevolking. Al vroeg ontstaan er talrijke eendenkooien. Mogelijk werden er ook al vroeg grienden aangeplant. Opvallend is het van oudsher geringe aantal boerderijen in de kommen. Een aantal huisplaatsen werden verhoogd tot terpen (woerden, pollen). In de jaren 1965-1984 heeft een ruilverkaveling plaatsgevonden. De productieomstandigheden voor de agrarische bedrijven zijn hierdoor sterk verbeterd en er zijn nieuwe boerderijen gebouwd, soms ook op de lager gelegen plaatsen, afwijkend van de cultuurhistorische ontginningsprincipes.
rivier, oeverwal, kom
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 11
Ontwikkelingsperspectief regionaal In het hart van de Culemborgerwaard is en blijft de bebouwing
laanbeplantingen
landbouw, met name grondgebonden veehouderij, de belangrijkste economische drager. Bij de Regulieren en onderlangs de Diefdijk ligt het accent op natuurontwikkeling en waterbeheer. Ook in de uiterwaarden ligt het accent op natuurontwikkeling en waterbeheer, met recreatief medegebruik. Op de oeverwallen van Lek en Linge, met de fraaie dorpen en de dijklinten, staan wonen, recreatie en toerisme en fruitteelt centraal. De toeristisch-recreatieve ontwikkeling van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is een economische impuls voor de Culemborgerwaard.
dorpspolderkades
stroomrichting
Ontwerprichtlijnen regionaal Kernkwaliteiten Culemborgerwaard regionaal Op het schaalniveau van de gehele Culemborgerwaard heeft het landschap de volgende kernkwaliteiten:
- behoud en ontwikkel de karakteristieke ruimtelijke contrasten tussen de uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen en komgronden
- opbouw rivierenlandschap uiterwaard-oeverwal-kom
- behoud en versterk de identiteit van de deelgebieden
- relatie tussen stroomruggen en boerderijplaatsen
- respecteer de natuurlijke ondergrond
- ontginningsgeschiedenis (strijd tegen het water)
- behoud en versterk de karakteristieke ruimtelijke
- structuur van dorpspolderkades, met molenlocaties - Diefdijk als dwars- en leidijk - watersysteem: geleiding via Culemborgse Vliet naar de Oude Horn, sterke noordoost-zuidwest richting
hoofdopbouw van kaden, weteringen en lanen - behoud en versterk (de beleving van) de karakteristieke noordoost-zuidwest oriëntatie van landschap - stimuleer belevingsmogelijkheden landschap door
- historische verkavelingspatronen van de polders
verbetering van de recreatieve toegankelijkheid
- verhoogde huisplaatsen; de woerden en pollen
- versterk de kwaliteit van stads- en dorpsranden
- patroon van kombossen, (resten van) eendekooien
- stimuleer ontwikkeling beeldkwaliteit erven
- Bisschopsgraaf
- respecteer rust, ruimte en duisternis
- ruimtelijke structuur van kaden, wegbeplantingen en weteringen - natuurwaarden - landelijk karakter: rust, ruimte en duisternis - samenhang ensemble Nieuwe Hollandse Waterlinie
12 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 13
2. Inundatiestelsel De essentie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie was de
Kernkwaliteiten
inundatie van de polders. De lage, waterrijke
- het samenhangend stelsel van inundatiewerken:
Culemborgerwaard was een ideaal gebied om het water als defensiesysteem te gaan gebruiken. De
- inundatiesluizen en kanalen bij het Fort bij Everdingen en Werk aan het Spoel
Culemborgerwaard werd dan ook ingezet als ‘kom I
- waaiersluizen in de Linge bij Fort bij Asperen
bezuiden de Lek (Z1)’ van het inundatiestelsel van de
- sluis en gemaal Oude Horn
Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het waterpeil zou hier bij
- inlaatpunt Lingedijk bij Rhenoy/Beesd
volledige inundatie 1,8 m +NAP zijn.
- restanten van sluizen, dammen en coupures in kom
De Diefdijk vormde de westelijke begrenzing van kom I
- samenhang tussen rivieren, inundatiewerken en -kom
bezuiden de Lek. Karakteristiek is dat de oostkant ook
- begrenzingen van de inundatiekom: de Diefdijk en de
grotendeels door kaden en dijken begrensd werd; de
Meerdijk, de kaden Zeedijk en Bisschopsgraaf en het
Zeedijk en de kade van de Bisschopsgraaf vormden de
natuurlijk reliëf van de oeverwal Lek en Linge
kering. De andere begrenzingen volgden het natuurlijk
- natuurlijk reliëf als basis inundatiekom
reliëf van de oeverwallen van de Lek en de Linge.
- natte karakter ondergrond
De hoofdinlaatpunten voor het Lekwater waren de
- grote openheid en groen, overwegend rustig karakter
inundatiesluizen en -kanalen bij het Fort bij Everdingen en Werk aan het Spoel. Het hoofdinlaatpunten voor het
Ontwikkelingsperspectief
Lingewater waren de waaiersluis bij het Fort bij Asperen
De ontwikkeling van het inundatiestelsel is gericht op
en de sluis in de Meerdijk bij het gemaal de Oude Horn.
duurzame instandhouding en maatschappelijke beleving:
Een kleiner inlaatpunt zat bij de Lingedijk tussen Rhenoy
inundatie is de essentie van de Waterlinie. Dit geldt voor
en Beesd.
de (monumentale) hoofdinlaatpunten, maar ook voor de
Voor een inundatiegebied was nodig dat het was
kleinere, verborgen onderdelen als sluisjes en achterka-
onderverdeeld in een aantal bekade polders. Daarvoor
den. Koppeling met de ontwikkeling van recreatieve
was een complex stelsel van sluizen, dammen en
routes biedt kansen. Koppeling met eigentijds waterbe-
coupures nodig om te inunderen. In de
heer geeft meerwaarde.
Culemborgerwaard was dit systeem van kades en waterwerken al in de middeleeuwen ontstaan; de
Ontwerprichtlijnen
onderlaag was er al. Vanaf de 19de eeuw is de Nieuwe
Bij ruimtelijke ingrepen staat behoud en herstel van de
Hollandse Waterlinie als ‘watermachine’ gaan werken.
inundatiewerken voorop, als ook de herkenbaarheid van
De kaart laat de samenhangende objecten van het
de inundatiekanalen met cultuurlijk profiel. Maak de
inundatiestelsel van 1940 zien, op een abstractie van de
inundatiewerken en de begrenzingen van de inundatie-
topografische kaart. Een nadere verklaring van de
kom, in samenhang met de landschappelijke context,
onderdelen van de kaart kunt u in de Waterlinie Atlas
(recreatief) beleefbaar. En behoud en ontwikkel de
vinden.
openheid en het groen en overwegend rustig karakter (zie deelgebieden).
inundatiekom Culemborgerwaard
14 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
1 2
3
4
5
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 15
inundatie van het achterliggend polderland. Dit kanaal heeft een monumentale kwaliteit door de breedte van
1
2
het water en de begeleidende beplanting. Eens is dit een laanbeplanting geweest, welke nu verruigd is door 3
4 5
6
struikgroei aan de onderzijde. In de Lekdijk, ten oosten van het fort, ligt de beersluis uit ca. 1875; een imposante inundatiesluis met een schotbalkkering en loopbrug. Deze brug kon, in geval van acute dreiging, worden verwijderd. Tot slot ligt er in de weg ten
7
zuidoosten van het fort een inundatiesluis met schotbalkenkering, ook uit ca. 1875. Ten zuiden ervan ligt het inundatiekanaal dat zich een weg door de oeverwal baande naar het lage polderland. Dit - meer bescheiden
2.1 Inundatiestelsel Lek - Everdingen
- inundatiekanaal is in de huidige tijd sterk verland. Het streven is dit kanaal weer open te maken en in 2014
inlaat water Lek in inundatiekom
Het inundatiestelsel bij het Fort bij Everdingen is uniek in
worden de voorbereidingen getroffen voor de restauratie
1. inundatiesluis met schotbalken
zijn gaafheid en compleetheid. Het is een samenhangend
van de drie sluizen, waarbij de beersluis bewandelbaar
2. inundatiekanaal
stelsel van drie inundatiesluizen en twee inundatiekana-
wordt gemaakt.
3. fortgracht
len. In de zomerkade van de Lek ligt een inundatie/
Bijzonder is de relatie tussen de Lek en de inundatiekom
4. inundatiesluis met schotbalken,
keersluis uit 1874. Deze sluis heeft tevens een civiele
van de Culemborgerwaard, via de passage van de dijken
functie voor het waterpeil van de uiterwaard. Ten zuiden
en de hoge oeverwal met kanalen en sluizen; deze is
5. inundatiesluis met schotbalken
van deze sluis ligt het inundatiekanaal dat zorgde voor
hier heel goed ervaarbaar.
6. inundatiekanaal
de toevoer van water voor de fortgracht en voor
beer en loopbrug, winterdijk Lek
7. op te ruimen dam / coupure beide inundatie/inlaatkanalen
16 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 17
streefbeeld inundatiekanaal noord:
Kernkwaliteiten
Ontwerprichtlijnen
- het ensemble van monumentale onderdelen (monu-
Ruimtelijke ingrepen bij het inundatiestelsel zijn gericht
mentbeschrijvingen 531684, 531664 en 531666):
op het behoud en de ontwikkeling van de authenciteit en
inundatiesluis/keersluis en inundatiekanaal, inundatie
samenhang van de monumentale sluizen en bijbeho-
sluis met schotbalkkering, beer en loopbrug, inunda-
rende onderdelen. Het is van belang dat de inundatie-
tiesluis met schotbalkkering en inundatiekanaal.
werken publiek beleefbaar zijn en dat de werking ervan
- stelsel is uniek in gaafheid en compleetheid
verklaard wordt. De beersluis wordt onderdeel van een
- relatie Lek- sluizen en kanalen - inundatiekom
wandelroute over het fort en ook de instandhouding van
- monumentale karakter van inundatiekanaal noord
een wandelroute rondom het fort maakt het inundatie-
- samenhang met de verdedigingswerken van het
verhaal beleefbaar, in samenhang met de beleving van
Fort bij Everdingen
het landschap, van Lek tot inundatiekom. Voor de inundatiekanalen is het behoud en herstel van
strak profiel met laanbeplanting Ontwikkelingsperspectief
de herkenbaarheid als kanaal, met open water en een
De ontwikkeling van het inundatiestelsel is gericht op
‘cultuurlijk’ profiel de opgave. Zonder passende
duurzaam behoud en recreatieve beleving. Op deze plek
herinrichting en beheer zullen deze kanalen verlanden en
kan het inundatieverhaal uitstekend verteld worden.
zal de bijbehorende laanbeplanting langs het noordelijk
niet zo: flauwe oevers, verlanding,
De beersluis is tevens onderdeel van de Lekdijk en heeft
kanaal uitgroeien tot een verwilderde bosrand.
bosrand, onzichtbaar water
dus ook een functie als primaire waterkering.
de drie inundatiesluizen
beersluis Everdingen (Nederlands Instituut voor militaire Historie)
18 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 19
1 2 3 Culemborg. De noordelijke fortgracht met de 4
Lekverbinding is nog aanwezig, evenals het merendeel van het inundatiekanaal tot aan de Kooiweg-Oost. Enkel het eerste stuk waar het kanaal aansloot op de sluis,
5
met de kwelkom, is verdwenen. De inundatiesluis in de Goilberdingerdijk is gesloopt tijdens de dijkverbetering van 1978. Ook de zuidelijk hiervan gelegen schotbalkensluis is verdwenen. De inundatiesluis in de Prijssedijk is later – vermoedelijk na de Tweede Wereldoorlog – gewijzigd en versoberd, waarbij de doorlaat is verkleind en is uitgevoerd als een betonnen duiker/kokersluis die aan de
2.2 Inundatiestelsel Lek - ‘t Spoel
noordzijde is voorzien van een eenvoudige schuif. De eveneens uit 1877 daterende brug is daarbij verwijderd
inlaat water Lek in inundatiekom
De noordelijke fortgracht van Werk aan het Spoel stond
en gemoderniseerd tot een vaste oeververbinding,
1. vml. locatie inundatiesluis
in open verbinding met de Lek. De inlaat van Lekwater in
waarin de betonnen duiker. Restanten zitten vermoede-
de polder werd mogelijk gemaakt door een sluis in de
lijk in de taluds. Bij de herinrichting van het Werk is de
2. vml. locatie kwelkom
Goilberdingerdijk. Deze ‘Defensive Inondatie-Sluis in den
voormalige locatie van de waaiersluis zichtbaar gemaakt
3. vml. locatie schotbalkensluis
Zuiderlekdijk aan het Spoel beneden Culemborg’ werd in
met een grassculptuur aan weerszijden van de dijkweg.
4. inundatiekanaal
1815 gebouwd. Het was een waaiersluis naar ontwerp
Vanaf deze locatie is er zicht op het inundatiekanaal. Ook
5. locatie inundatiesluis Prijsseweg
van Jan Blanken. Achter de waaiersluis lag een ovaalvor-
vanaf één van de panorama’s van het fort hebben
(nu een landart object)
mige kwelkom. Deze diende om lekkend rivierwater op
bezoekers zicht op het inundatiekanaal en de achterlig-
te vangen en bij inundatie het snel stromende rivierwa-
gende inundatiekom, waardoor de essentie van de
ter geleidelijk op te vangen. Vervolgens zorgde een
Waterlinie beleefbaar wordt.
schotbalkensluis in de rondweg van het fort voor de doorvoer van het Lekwater naar het inundatiekanaal. Het inundatiekanaal valt voor een deel samen met de Oude Vliet. De Oude Vliet dateert uit de middeleeuwen en diende oorspronkelijk als afwateringskanaal voor de polder Goilberdingerwaard. In de 18de eeuw heeft de Oude Vliet dienst gedaan als molenvliet, waar tijdelijk een molen heeft gestaan die het water op de Lek uitsloeg. Later hebben de vier molens aan de Molenkade inundatiekanaal vanaf de dijk
die functie weer overgenomen en liep de afwatering weer
versmalde begin en verderop
richting Linge. Meer landinwaarts lag er een damsluis in
het oorspronkelijk profiel
het inundatiekanaal voor de inundatie van de polder
het ovale aardwerk rechtsonder is de verwijzing naar de sluis