Bijlage 2 - Basisvoorziening Voetbal Blad 2.pdf
Tekst van het document
Hoogspanningslijnen Bij de aanleg van velden of bij de reconstructie van een bestaand sportpark, is het verstandig om de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningsleidingen in ogenschouw te nemen. Alhoewel schadelijke gevolgen voor de gezondheid ten gevolge van de elektromagnetische velden rond de kabels nooit zijn bewezen, acht de overheid het niet gewenst nieuwe huizen en scholen onder hoogspanningslijnen te bouwen. Dit is in 2007 bevestigd door een uitspraak van de Raad van State.
Deze uitspraak betekent niet zonder meer dat blootstelling aan straling het realiseren, verplaatsen of uitbreiden van een sportaccommodatie onmogelijk maakt omdat dit de volksgezondheid in het geding zou brengen. Maar bij de planvorming dient dit aspect wel een duidelijke rol te spelen en moet er een serieuze afweging wordt gemaakt of er sprake kan zijn van blootstelling aan schadelijke straling. Daarnaast spelen er nog praktische aspecten. Zo claimt de netbeheerder van de hoogspanningsleiding vrije toegang tot de grond onder de leiding, in verband met onderhoud. Bij ijzel kunnen brokken ijs naar beneden vallen, al zal onder die omstandigheden al snel sprake zijn van afgelasting. Verder geldt bij het plaatsen van gebouwen, ballenvangers en lichtmasten in de nabijheid van hoogspanningslijnen een verplichte minimale afstand. Deze bedraagt al gauw 10 meter, afhankelijk van het voltage van de leiding. De beheerder van het leidingnetwerk of de energieleverancier kan hierover nader informeren. Masten voor mobiele telefonie De KNVB heeft geen specifieke regelgeving over hoe om te gaan met GSM- en UMTS-masten op een sportpark. In beginsel is er geen bezwaar tegen plaatsing, mits de masten te allen tijde meer dan 4 meter uit een speelveld staan. Wel moet met een aantal praktische aspecten rekening worden gehouden: Bij GSM-masten behoren veelal ook kasten met apparatuur.
Het gaat dus om méér ruimte dan alleen die voor het plaatsen van een simpele mast. Zwaar transport en vaak een kraanwagen bij het plaatsen kunnen schade toebrengen aan het veld (diepe sporen) en/of de verharding. Er is regelmatig controle en onderhoud nodig, waarvoor de eigenaar van de masten vrije toegang tot het sportpark verlangt. Voor dit doel dienen de masten met de auto bereikbaar te zijn. Een combinatie van deze masten met lichtmasten is mogelijk, afhankelijk van de sterkte van de mast en de situering ervan. Voor het plaatsen van GSM-masten is een (omgevings)vergunning nodig van de gemeente. Stralingsgevaar Uit epidemiologische onderzoeken blijkt vooralsnog onvoldoende dat de aanwezigheid van GSM-masten stralingsgevaar en een verhoogd ziekterisico met zich meebrengen. Rond de masten is wel sprake van een elektromagnetisch veld waarvoor sommige mensen gevoelig kunnen zijn. In de VROM-notitie 'Nuchter omgaan met risico's' uit 2004 staat: “Het recente TNO-onderzoek geeft op dit moment geen aanleiding om aanvullende beperkende maatregelen ten aanzien van de activiteit (het plaatsen en gebruiken van basisstations) te nemen...”. Voor nadere informatie zie ook www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/antennes/documenten-en-publicaties.
Situering Velden Aanbevelingen Situering ten opzichte van zon en wind Voor een hoofdveld is de meest gunstige situering die waarbij de lengteas globaal 15° ten westen van de noord-zuidlijn ligt. Dit in verband met de lage middagstand van de zon in de wintermaanden. Het voornemen om een tribune bij een hoofdveld te plaatsen, kan verder een belangrijke reden zijn voor de situering van het veld. In Nederland is de overheersende wind- en buienrichting westzuidwest. Een (hoofd)tribune wordt daarom bij voorkeur aan de westzuidwest-zijde van het veld gesitueerd. Situering ten opzichte van kleedgelegenheid In het algemeen wordt aanbevolen de kleed-clubaccommodatie centraal ten opzichte van de velden te situeren, met een afstand van de kleedgelegenheid tot het hoofdveld van maximaal 50 meter. Bij topamateuraccommodaties wordt ten behoeve van de veiligheid van spelers en arbiters aanbevolen de kleedgelegenheid aan het speelveld te laten grenzen. Voor de overige speelvelden moet een maximale loopafstand van 150 meter worden aangehouden. Trainingsvelden zijn, met het oog op het dagelijks gebruik, bij voorkeur in de directe nabijheid van de kleedgelegenheid gelegen. Dit bespaart tevens op de terreinverlichting en de kabelafstand voor de veldverlichting.
Situering ten opzichte van andere velden Bij velden die haaks en kort op elkaar worden gesitueerd, moet rekening worden gehouden met hinderlijke spelbeïnvloeding en mogelijke gevaarlijke situaties. Hetzelfde geldt voor twee velden in elkaars verlengde en (zeer) kort achter elkaar. Afhankelijk van de situatie moeten er dan ten minste voldoende brede ballenvangers worden geplaatst. Situering ten opzichte van hoogspanningslijnen
Hoewel de meningen daarover niet eensluidend zijn, is de KNVB van mening dat mede om praktische redenen onder hoogspanningsleidingen geen sportvelden moeten worden gesitueerd. Situering ten opzichte van woningen Het komt steeds vaker voor dat in de (zeer) directe omgeving van een sportpark woningen worden gebouwd. Om problemen met de milieunormen met betrekking tot licht, geluid en afgevoerde lucht te vermijden, wordt aanbevolen rondom een strook ter breedte van 50 meter vrij te houden van bebouwing. Dit is overeenkomstig de aanbeveling van VNG en wordt tevens door de KNVB onderschreven. Verenigingen dienen nauwlettend (herziening van) bestemmingsplanprocedures en het verlenen van bouwvergunning(en) in de gaten te houden en gebruik te maken van de mogelijkheden om in te spreken, zienswijze kenbaar te maken en bezwaar aan te tekenen, teneinde het gebruik op korte en vooral ook op lange termijn veilig te stellen. Met betrekking tot aansprakelijkheidskwesties op en rond een sportpark is de KNVB van mening dat de eigenaar/verhuurder van een sportcomplex voldoende en adequate maatregelen moet treffen om voor de huurder een veilig sportgebruik te kunnen garanderen. Het is de eigenaar/verhuurder die de locatie, situering en omgeving van een sportpark bepaalt en het complex inricht. Een voetbalvereniging/huurder heeft hierop doorgaans weinig invloed.
De eigenaar/verhuurder behoort ook de omgeving (bewoners van omliggende bebouwing, enzovoort) van een sportpark te vrijwaren van hinder of gevaar mogelijk veroorzaakt door sportgebruik. Als op een bepaalde locatie standaardoplossingen op dit vlak niet volstaan, moeten aanvullende voorzieningen worden getroffen. Wedstrijdvelden Regels Het speeloppervlak moet bestaan uit natuurgras of kunstgras. De uitloopstroken behoren tot het speelveld en moeten aan dezelfde eisen voldoen. In/op het speeloppervlak mogen zich nooit spelvreemde elementen bevinden die gevaar kunnen opleveren voor de gebruikers. Het speeloppervlak mag alleen voorzien zijn van lijnen zoals in de Spelregels zijn beschreven. In het speelveld mogen geen vaste reclame-uitingen, namen, emblemen of logo's zichtbaar zijn. Natuurgras De grasmat moet voldoende gesloten zijn en steeds voldoende kort gemaaid. De gewenste graslengte is 3 à 5 centimeter. De maaihoogte en het tijdstip van maaien dient hieraan te worden aangepast. Het speeloppervlak moet egaal (vlak) zijn en mag geen scherpe overgangen bezitten. De maximale toegestane 'egale afwijking' is 20 millimeter. In de lengterichting is, bij een volledig veld van 100 meter, een helling van maximaal 40 centimeter toegestaan. In de breedterichting is een eenzijdig afschot van 20 centimeter nog geoorloofd, of een 'dakprofiel' van maximaal 15 centimeter.
Het afschot moet steeds vloeiend in één lijn of via een tonrondte verlopen. Daarnaast moet het speelveld goed zijn ontwaterd. Na kleine neerslaghoeveelheden (tot 5 millimeter in twee uur) moet een speelveld binnen dertig minuten bespeelbaar zijn; Na grotere hoeveelheden neerslag (tot 15 millimeter in 12 uur) geldt eveneens een termijn van 30 minuten. De toplaag moet zowel onder droge als natte omstandigheden voldoende stabiel zijn. Alle eigenschappen van het speelveld behoren uniform aanwezig te zijn. Aan het einde van het seizoen dient minimaal 60 procent van het totaaloppervlak nog aan de gestelde eisen te voldoen. De KNVB onderschrijft de normen voor (wedstrijd)grasvelden zoals vastgelegd in: NOCNSF-KNVB2 d.d. maart 2003 (grasvelden); NOCNSF-KNVB2-15.1 d.d. maart 2012 (Wetravelden). Kunstgras Het gebruik van kunstgras in het amateurvoetbal is voor alle categorieën, competities en klassen in het amateurvoetbal toegestaan. De hoofdregels zijn: Kunstgrasvelden kunnen alleen voor officiële KNVB-wedstrijden worden gebruikt als deze zijn voorzien van een geldig keuringscertificaat.
Voor dit keuringscertificaat moet de totale constructie voldoen aan de norm voor voetbal, zoals aangegeven in normblad NOCNSF/KNVB2-15 (met daarin opgenomen de FIFAvereisten voor de bovenbouw en de NOC*NSFconstructie-vereisten voor de onderbouw), de 'Spelregels veldvoetbal' en relevante bepalingen uit het Reglement Wedstrijden Amateur Veldvoetbal, het Bewaarnummer en andere door de KNVB uitgegeven aanbevelingen en richtlijnen. De houder/gebruiker van een kunstgrasveld dient, na afgifte van het certificaat, periodiek te kunnen aantonen dat het behoud van de sporttechnische eigenschappen voldoende is gewaarborgd en dat er te allen tijde sprake is van een veilig en verantwoord gebruik. Dit kan worden aangetoond via een keuring op de gebruiksnorm (NOCNSFKNVB2-18).
Voor gecertificeerde kunstgrasvelden na 1 juli 2010, geldt de verplichting dat deze in het achtste speelseizoen na certificering (evenals in het tiende en het twaalfde speelseizoen, en navolgende termijnen, afhankelijk van de resultaten) gekeurd moeten worden op het voldoen de gebruiksnorm, door een NOC*NSF/KNVB geaccrediteerd keuringsinstituut. Voorwaarde om KNVB-competitiewedstrijden te kunnen blijven spelen op het betreffende veld is dat de gemeten waarden binnen de marges van de gebruiksnorm vallen. De resultaten van de betreffende keuringen moeten in de vorm van een kopie van de rapportage van de keuring aan de KNVB worden overhandigd. Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig te monitoren en te laten keuren om voldongen feiten te voorkomen. Aandachtspunten Het blijkt niet altijd mogelijk om voor de ingebruikname van een nieuw kunstgrasveld de keuringsprocedure volledig af te ronden. Zo willen sommige leveranciers/aannemers graag dat het veld enige tijd wordt ingespeeld vóór de eindkeuring plaatsheeft. Verder zijn er regelmatig (kleine) tekortkomingen die weliswaar ingebruikname niet in de weg staan, maar wel de administratieve afhandeling ophouden. De volgende handelwijze is, daar waar van toepassing, door de KNVB verplicht gesteld: KNVB-wedstrijden kunnen op kunstgras plaatsvinden als minimaal de voorloopkeuring met goed gevolg is afgerond.
Het erkende keuringsinstituut behoort dit per e-mail of telefonisch direct na afloop van deze keuring door te geven aan de KNVB. De administratieve afhandeling mag (iets) later. De KNVB informeert vervolgens de vereniging per email, waarna de administratieve afhandeling volgt. Het initiatief en de verantwoordelijkheid om de bond over een en ander tijdig te informeren, ligt in eerste instantie bij de vereniging. Een voorloopkeuring vervangt niet de keuring op de norm voor voetbal, maar biedt slechts enige flexibiliteit bij 'nog niet volledig' gekeurde velden. Een voorloopkeuring kan tot 1 maart van het betreffende speelseizoen. Daarna dient het veld, om KNVB-competitiewedstrijden op te mogen spelen, 'volledig' te voldoen aan de norm voor voetbal. Een voorloopkeuring brengt extra kosten met zich mee. Bemiddeling Voor eventuele problemen met de keuring wordt aanbevolen direct contact te zoeken met de KNVB, die mogelijk kan bemiddelen. Dit kan met de afdeling Ondersteuning Clubbesturen van het betreffende speeldistrict of rechtstreeks met de afdeling accommodatiezaken van de KNVB in Zeist. De keuringsprocedure voor kunstgrasvelden kan versneld plaatsvinden als de KNVB en/of het keuringsinstituut vooraf bekend is/zijn met de situatie. Onderhoud Het is verstandig om bij de keuze van het kunstgrasveld rekening te houden met het volgende.
De meeste 'sport-functionele' eigenschappen van het veld lopen, ondanks goed onderhoud, in de loop van de tijd in waarde terug en zijn zelden weer op niveau te brengen. Het is daarom van groot belang om bij een nieuw veld te zorgen voor voldoende 'overwaarde' en vanaf het begin zorg te dragen voor goed en gedegen onderhoud. Aanbevolen wordt het kunstgrasveld regelmatig te keuren en dit te monitoren, om tijdig te kunnen sturen op onderhoud en levensduur. Door de KNVB worden geen beperkende bepalingen voor het gebruik van schoeisel op kunstgrasvelden opgelegd, mits wordt voldaan aan de gestelde eisen in de 'Spelregels veldvoetbal'. In de praktijk is gebleken dat de spelers het voetballen op schoenen met een rubberen zool met vaste noppen, als het meest prettig ervaren. Trainingsvelden Aanbevelingen Afmetingen Een trainingsveld heeft bij voorkeur de afmetingen van een wedstrijdveld. Dit om: wedstrijdsituaties volledig te kunnen nabootsen; tactische en technische trainingen goed tot hun recht te kunnen laten komen; het gebruik beter te kunnen spreiden en zo kwetsbare gebieden te mijden; onderlinge wedstrijdjes en oefenwedstrijden te kunnen spelen; meerdere groepen gelijktijdig te kunnen laten trainen. Speeloppervlak De speeleigenschappen dienen zoveel mogelijk overeen te komen met die van een wedstrijdveld. Dit houdt onder andere in: een vlak, stevig en stroef oppervlak;
een uitstekende ontwatering (waterberging, waterdoorlatendheid, waterafvoer); geen scherpe delen aan het oppervlak; de mogelijkheid tot intensief gebruik, óók onder minder gunstige bodem- en weersomstandigheden; het behoud van speeleigenschappen bij intensief gebruik; gemakkelijk te onderhouden; zo mogelijk begroeid met gras. N.b.: vanwege het aanmerkelijk intensievere gebruik van trainingsvelden, zijn de eisen die aan opbouw en onderhoud van een trainingsveld worden gesteld zwaarder dan bij een wedstrijdveld. (Half)harde speeloppervlakken (gravelvelden) De KNVB acht toepassing van halfharde en harde speeloppervlakken voor trainingsdoeleinden niet wenselijk. Dit vanwege speltechnische en mogelijk medische implicaties als gevolg van het gebruik van deze speeloppervlakken. Bovendien zijn er op deze velden eerder materiaal- en onderhoudtechnische problemen, waardoor voortdurend gericht en zorgvuldig onderhoud nodig is. Wetravelden Wetravelden zijn primair wedstrijdvelden waarop slechts in gedoseerde mate trainingen mogelijk zijn, waarbij de wedstrijdwaardigheid te allen tijde gewaarborgd moet zijn. Het trainingsgebruik mag daarom niet de overhand krijgen. Overbespeling of gebruik onder ongunstige weers- en terreinomstandigheden kunnen verder leiden tot verlies van eigenschappen en aantasting van de constructie.
Overigens zijn niet alle Wetra-constructies geschikt voor (specifiek) trainingsgebruik. Kunstgrasvelden Kunstrasvelden zijn in principe onbeperkt bespeelbaar en derhalve goed inzetbaar als wedstrijd- én als trainingsveld. Voorwaarde is wel dat de veiligheid en bespeelbaarheid (ofwel de sporttechnische eigenschappen) voldoende gewaarborgd zijn. Een erkend keuringsinstituut kan voor de vereniging een meting uitvoeren op de gebruiksnorm. Inrichting De ideale inrichting van een trainingsveld bestaat uit: twee vaste doelen (op de vaste plaatsen) met ballenvangers; extra ballenvangers (aan de lange zijden) voor elke speelhelft; voldoende verplaatsbare doelen van verschillend formaat; trainingsveldverlichting; rondom het veld een lage afscheiding met gaaswerk/staafmatten als lage 'ballenvanger'. Kleedgelegenheid / Clubgebouw Regels Elke bij de KNVB aangesloten vereniging is verplicht om (een) terrein(en) met, in de onmiddellijke nabijheid, voldoende kleedgelegenheid te hebben. Deze moeten voldoen aan de door het bestuur (KNVB) gestelde eisen. Per wedstrijd moeten afzonderlijke kleed/wasruimten beschikbaar zijn. Voor bezoekende teams moet er een afsluitbare kleed/wasruimte zijn, of een afsluitbare (kast)ruimte waarin zij kleding en waardevolle spullen kunnen opbergen. In de kleedkamer of de directe nabijheid daarvan moeten voldoende toiletvoorzieningen zijn.
De scheidsrechter(s) en eventuele neutrale assistent-scheidsrechters behoren de beschikking te hebben over voldoende en afzonderlijke kleed-, was- en toiletgelegenheid. De kleedruimte moet qua inrichting, afmetingen en uitvoering voldoen aan de richtlijnen. De kleedgelegenheid moet altijd 'medisch/hygiënisch verantwoord' schoon zijn. Parkeergelegenheid Auto's, maar ook de verschillende soorten tweewielers en soms zelfs touringcars behoren op of bij de accommodatie in voldoende mate een geschikte plek te kunnen vinden. Aanbevelingen
De KNVB stelt geen kwantitatieve eisen aan de parkeergelegenheid van een vereniging, maar vindt uiteraard wel dat deze moet voldoen aan de behoeften van de bezoekers. Informatie over parkeernormen zijn te vinden in de CROW-publicatie 'Parkeerkerncijfers' en bij de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). De noodzaak om een auto te gebruiken is afhankelijk van de: afstand tussen woning en sportpark; bereikbaarheid per openbaar vervoer; ontsluiting voor fietsers en bromfietsers; verkeersveiligheid en sociale veiligheid van de route; aanwezigheid van goede stallingmogelijkheden. Als bij de locatiekeuze en inrichting van een sportpark met deze factoren rekening gehouden kan worden, biedt dit mogelijkheden autoverkeer en de noodzaak van parkeerruimte te beperken. Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een nieuw sportpark kan een goede inventarisatie een praktisch hulpmiddel zijn. Een goede inventarisatie omvat de volgende informatie.
aantal parkeerplaatsen in de oude situatie (op parkeerterrein bij sportpark, in bermen, in straten, op bedrijfsterreinen en bij kantoren); frequentie knelpunten (wekelijks of twee keer per jaar); aantal toeschouwers (gemiddeld en piekbezoek); aantal eigen leden dat met de auto komt (wedstrijden en training); mogelijkheden tot medegebruik in nieuwe situatie (scholen, bedrijven, kantoren, winkelcentra, enzovoort); overlast bij piekbelasting voor omgeving in nieuwe situatie; tijdelijke parkeermogelijkheden bij piekbelasting (pleinen, grasstroken, semi-verharde terreinen); dubbel gebruik voor andere activiteiten (andere sport, kermis, stallen vrachtauto's, enzovoort). Tweewielers Fietsen, bromfietsen en scooters moeten nabij het clubgebouw kunnen worden gestald, zodat visueel en sociaal toezicht mogelijk is. Bij voorkeur wordt de stallingruimte binnen het sportpark gesitueerd. Er moeten voldoende klemmen, rekken of beugels worden aangebracht, opdat fietsen geordend kunnen worden gestald en op slot gezet/ vastgezet. Voor bromfietsen en scooters moet rekening worden gehouden met een aparte verharde ruimte. Mindervaliden Een sportpark behoort direct nabij de hoofdingang voldoende ( minimaal twee) speciaal aangegeven parkeerplaatsen voor mindervaliden te hebben.
Voor informatie over de inrichting en maatvoering van dit type parkeerplaatsen wordt verwezen naar het Handboek voor Toegankelijkheid (laatste editie). Touringcars Hoewel voor wedstrijdbezoek steeds minder vaak een touringcar wordt ingezet, kan het wenselijk zijn om bij de inrichting van een parkeerterrein hiermee toch rekening te houden. Voor een touringcar is een ruimte van 25 x 5 meter benodigd. 'Los- en laadperron' Bij veel sportparken is het op zaterdagochtend een komen en gaan van ouders die hun kinderen brengen en halen. Vaak hebben zij geen parkeerplaats nodig, maar slechts voor enkele minuten een veilige plek om de kinderen te kunnen 'lossen of laden'. Door hiervoor een aparte voorziening op te nemen, kunnen de soms chaotische toestanden voor de poort worden voorkomen. Vrije hoogte boven speelveld Regels Boven het speelveld mogen zich geen hinderlijke of gevaarlijke obstakels bevinden. Toelichting
In de Spelregels veldvoetbal wordt er vanuit gegaan dat boven het speelveld en directe omgeving (de uitloop) géén hinderlijke obstakels (zaken waarmee spelers of bal in aanraking kunnen komen of waarvan zij hinder kunnen ondervinden) aanwezig zijn. Een bepaling over de aan-/afwezigheid van een dak ontbreekt. Aanbevelingen In het amateurvoetbal is er nogal eens sprake van hinder en overlast van bomen en beplanting. Bomen en struiken staan vaak te dicht op het veld, waardoor boven de uitloop en het speelveld takken kunnen hangen. In het najaar laten bepaalde bomen hun vruchten vallen - eikels, kastanjes - waardoor voor een speler die valt een minder prettige situatie ontstaat. Van indirecte invloed, maar veel ingrijpender, is de negatieve invloed van bomen en hoge plantstroken op de bespeelbaarheid van de velden. Door de sterke schaduwwerking droogt het veld minder goed en zijn vaak slechte speelcondities of zelfs afgelastingen het gevolg. Hoog opgaande bomen en plantstroken dienen daarom op voldoende afstand van het veld te worden geplaatst. In het ontwerp dient al rekening te worden gehouden met de uiteindelijke vorm van de soort boom en de plaats ten opzichte van de zonnestand. Beplanting aan de zuidzijde van een veld geeft meer overlast dan bomen aan de noordzijde. Er dient regelmatig en vooral tijdig te worden gesnoeid.
Te vaak wordt te laat ingegrepen waardoor situaties ontstaan die lastig zijn om terug te draaien, zoals bijvoorbeeld bij het ontbreken van een kapvergunning. Met betrekking tot stadions hebben de FIFA en UEFA bepaald dat voor een uitschuifbaar dak, een geluidsinstallatie of videowall boven het speelveld, er een vrije hoogte van 30 meter moet worden aangehouden. Voor de overige accommodaties geldt dat dit soort voorzieningen buiten het speelveld moeten worden geplaatst. Voor leidingen, kabels en dergelijke geldt dat ze in de meeste gevallen in de grond worden aangebracht. Tijdelijke kabels, zoals voor een tijdelijke geluidsinstallatie, moeten buiten het speelveld om worden geleid. Voor hoogspanningsleidingen boven een veld wordt verwezen naar het betreffende hoofdstuk