CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Basisvoorziening Korfbal Blad 4.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 13 december 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststellen Sport- en sportaccommodatiebeleid Vijfheerenlanden1.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KORFBAL Richtlijnen Zoals al aangegeven kent de korfbalsport twee verschijningsvormen: korfbal, aangesloten bij de IKF en dameskorfbal. Onderstaande richtlijnen gelden zowel voor het gemengd korfbal als voor het dameskorfbal. Veldkorfbal Speltechnische eisen voor een korfbalveld Speeloppervlak Het speeloppervlak voor korfbal moet vlak, veerkrachtig en stofvrij zijn en mag bovendien niet glad zijn. Van oorsprong wordt veldkorfbal gespeeld op natuurgras. Een goed onderhouden natuurgrasveld heeft een graslengte van 3 - 5 cm en de bodem is goed gedraineerd om de bespeelbaarheid bij neerslag te waarborgen. Wanneer de vraag naar speelruimte groter is dan de ruimtelijke mogelijkheden of als een hogere bespeelbaarheid wordt verlangd, is een kunstgrasveld aan te bevelen. Daarnaast dienen de competities van de hogere klassen uitsluitend op kunstgrasvelden te worden gespeeld. Voor een korfbalveld zijn twee sporttechnische normen opgesteld. Voor zandkunstgras geldt de norm NOCNSFKNKV2- 15.1 (topsport), deze norm is van toepassing op de ereklasse, hoofdklasse, overgangsklasse, de reserve ereklasse, de reserve hoofdklasse, de reserve overgangsklasse, de hoofdklasse A-jeugd, de hoofdklasse B-jeugd, de hoofdklasse C-jeugd, de topklasse dames en de hoofdklasse dames. De competities van deze klassen dienen op korfbalvelden van het type zandkunstgras plaats te vinden.

Competitiewedstrijden van de overige klassen kunnen ook op natuurgras korfbalvelden plaatsvinden. Hiervoor geldt de sporttechnische norm NOCNSF-KNKV2-15.2 (wedstrijden breedtesport). Situering In verband met de zonnestand is het gewenst de velden met de lengteas NNW-ZZ aan te leggen. Speelveldafmetingen Het standaard wedstrijdveld bestaat uit een rechthoek met de volgende afmetingen: Een standaard kunstgras korfbalveld (zie Planningsnorm Korfbal NOC*NSF 2014) heeft een bruto oppervlakte van 48 x 44 meter. Hierop worden twee velden ingesneden van 40 x 20 (voor 8-tallen) meter met 4 meter uitloop tussen de velden en 2 meter uitloop rondom de velden. Daarnaast worden 2 à 3 jeugdvelden gecentreerd of overdwars aangebracht 24 x 12 meter (voor 4 tallen). Voor een standaard natuurgrasveld geldt een bruto oppervlakte van 68 x 44 meter. Voor de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden geldt: Achttallen dienen met ingang van 1 juli 2014 op een veld van 40 x 20 meter te spelen, met in achtneming van de volgende aanvullende bepalingen: a. Top- en wedstrijdkorfbal: er dient met vaste grondpotten en met vaste belijning (*) gespeeld te worden. b. Breedtekorfbal: er mag met losse palen en met losse belijning gespeeld worden. 4Korfball-teams spelen op een veld van 24 x 12 meter. 3.

Bestaande kunstgrasvelden Tot uiterlijk 30 juni 2026 is het, in afwijking van de verplichte afmeting van 40 x 20 meter, toegestaan op een veld met de hieronder staande afmeting te spelen indien aan de daarbij vermelde aanvullende bepalingen wordt voldaan: a. Top- en wedstrijdkorfbal: • Senioren/A-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 60 x 30 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en met vaste belijning(*) gespeeld wordt; • Damesteams senioren/ A-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en met vaste belijning(*) gespeeld wordt; • B/C-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste grondpotten en met vaste belijning (*) gespeeld wordt. b. Breedtekorfbal • Senioren/A-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 60 x 30 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld wordt. • Damesteams Senioren/ A/B/C/D-jeugd, alsmede gemengde teams B/C/D-jeugd: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 50 x 25 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld wordt. • 4Korfball: spelen op een bestaand kunstgrasveld van 25 x 15 meter is toegestaan, mits met vaste belijning gespeeld wordt Het speelveld wordt begrensd door de binnenkant van de lijnen. De veldafmetingen wordt dus exclusief de belijning gemeten.

Om het speelveld dient een uitloopstrook ter breedte van ten minste 2,00 meter obstakelvrij te worden gehouden en 4,00 meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden. Deze uitloopstroken dienen in een gelijke constructie te zijn uitgevoerd als het speelveld. Bij wedstrijden voor topen wedstrijdkorfbal is een afrastering verplicht. Bij wedstrijden voor breedtekorfbal wordt een afrastering aanbevolen, met name bij kunstgrasvelden.

In tabel E2.34.1 Spelbepalingen Veldcompetitie wordt per categorie inzicht gegeven in de volgende onderdelen: gemiddelde en maximale leeftijd, balnummer, paalhoogte, veldafmeting,speelduur en wisseling van vak. Voor de meest actuele versie zie de website www.knkv.nl. Speelveldbelijning en -inrichting Natuurgrasveld Het speelveld dient te worden afgebakend met duidelijk zichtbare witte lijnen of linten. Deze lijnen of linten zijn 3-5 cm breed. Op dezelfde wijze is de grenslijn tussen de vakken aangegeven. Op andere dan grasterreinen mag ook gebruik worden gemaakt van gele linten of gele koorden met een doorsnede van minimaal 5 mm. De binnenkant van de lijnen is de grens van het speelveld. Op de hoeken van het veld mag een vlag worden geplaatst, waarvan de vlaggenstok 1,50 meter boven de grond uitsteekt. Het gebruik van vlaggen aan het eind van de middenlijn is verboden. De strafworppunten worden op 2,50 meter voor de paal gemarkeerd. Kunstgrasveld De belijning en de afmetingen van een standaard senioren wedstrijdveld zijn weergegeven in de norm NOCNSFKNKV2- Bl.1. Het belijningsplan dient voorafgaand aan de aanleg door het KNKV te worden goedgekeurd. Een schematisch belijningsplan is weergegeven voor een standaard kunstgrasveld in figuur E2.34.1 voor een korfbalveld zonder de optionele ovalen en in figuur E2.34.2 voor een korfbalveld met de optionele ovalen.

De belijningskleur voor een korfbalveld is zoals beschreven in tabel E2.34.2. Bij kruisingen gaat wit voor geel en geel voor rood. Plaatsing korfbalpaal De afstand tussen het hart van de korfbalpaal en de binnenzijde van de achterlijn dient 1/6 van de lengte van het speelveld te bedragen. In de breedterichting is de afstand van de korfbalpaal tot de beide zijlijnen gelijk. Vrijeworpcirkel Het middelpunt van de verplichte vrijeworpcirkel (straal 2,50 meter incl. belijning) dient gepositioneerd te zijn op het midden van de lange zijde van de strafworppunt aan de kant van de middenlijn. Ovalen De vrijeworpcirkel is verplicht, maar optioneel kunnen twee ovalen worden aangebracht. De ovaal geeft het strafworpgebied aan. De vrijeworpcirkel moet te allen tijde zichtbaar blijven.

Palen en korven

Met ingang van competitieseizoen 2008/2009 dient ten behoeve van alle competities gebruik te worden gemaakt van een aluminium paal met een kunststof korf (KNKV Bestuursbesluit RvW 4.7). De kunststof korf voldoet aan de IKF regulations en is voorzien van het ‘IKF approved’ stempel en een markering als voorgeschreven door de IKF. De korfbalpaal is vervaardigd van aluminium, bestaat uit één stuk en heeft een doorsnede van 76 mm. Een vaste paal wordt verplicht aangelegd met een grondpot, die voorzien is van een conische ring voor het nagenoeg spelingsvrij opstellen en van een rubber afdichting om vuil en zand te weren. Tabel E2.34.2 Overzicht kleur belijning en afmetingen speelveld

Banken/dug-outs Binnen de afzetting, maar buiten de uitloopstroken, worden twee banken geplaatst voor minimaal 8 personen per team. Deze banken dienen minimaal 2 meter uit de zijlijn te worden geplaatst. De banken staan op een onderlinge afstand van ten minste 2 meter, aan beide zijden van de middenlijn. Dug-outs, al of niet verplaatsbaar, dienen eveneens minimaal 2 meter uit de zijlijn en maximaal 5 meter ter weerszijden van de middenlijn te zijn opgesteld. Sportvloerenlijst Op de sportvloerenlijst Korfbal (outdoor) staan alle sportvloertypen vermeld waarbij uit onderzoek is gebleken dat deze voldoen aan de normen, die door het KNKV en de nationale normcommissie zijn vastgesteld. Sportvloerenlijsten zijn daarnaast beschikbaar voor atletiek, bowls, handbal, hockey, honkbal, korfbal, squash, rugby, tafeltennis, tennis, voetbal en alle binnensporten. Veiligheid, duurzaamheid, kwaliteit en de geschiktheid voor de sport staan hierin centraal. Op de lijsten is de specifieke karakterisering van de sportvloer weergegeven, zoals de sportfunctionaliteit, de duurzaamheid, de bespeelbaarheid en het onderhoudsniveau. De sportvloerenlijsten worden beheerd door NOC*NSF. De internetversie van de sportvloerenlijsten is te vinden op de website van NOC*NSF, www.nocnsf.nl.

Richtlijnen betreffende plaats en inrichting van kleedaccommodaties en nevenruimten Voor deze richtlijnen dient hoofdstuk F1 te worden geraadpleegd. Het KNKV heeft echter een aantal aanvullingen ten aanzien van deze algemeen geldende richtlijnen voor veldsporten, daar het korfbal een gemengd karakter heeft. De kleedaccommodatie, behorende bij één veld, dient minimaal te bestaan uit een viertal kleedruimten, te weten één voor de dames van de ontvangende vereniging, één voor de dames van de bezoekende vereniging, één voor de heren van de ontvangende vereniging en één voor de heren van de bezoekende vereniging. Uitgaande van de normale kleedruimte (15 m2) kunnen dan bij wisseling van de wedstrijden vier ploegen met 2 reserves en leiding van de kleedaccommodatie gebruik maken. Daar de wasruimte slechts steeds door maximaal 6 spelers (speelsters) tegelijk wordt gebruikt, kan met 5 m2 wasruimte per kleedruimte en 2 warme douches volstaan worden.

Maar aangezien op het nieuwe standaard korfbalveld twee wedstrijdvelden van 40 x 20 meter liggen zullen minimaal 24 spelers van de kleedruimten gebruik maken. De voorkeur van het Korfbalverbond gaat dan ook uit naar kleedruimten met een groter vloeroppervlak. Daar in de praktijk niet al de sporters gelijktijdig van de kleedruimten gebruik maken, kan worden volstaan met kleedruimten van 21 m2. Wel dienen er voor de kleding 72 haken (3 x 24) per kleedruimte aanwezig te zijn. De wasruimte dient voor 12 spelers(sters) geschikt te zijn, zodat de benodigde wasruimte 10 m2 en het aantal douches 4 stuks per kleedruimte bedraagt. Heeft men de beschikking over 3 wedstrijdvelden van 40 x 20 meter dan behoort de kleedaccommodatie van 4 kleedruimten van minimaal 21 m² aangevuld te worden met twee kleedruimten van minimaal 15 m2, inclusief de bijbehorende wasruimte van minimaal 5 m2 en twee douches . Voor elk extra wedstrijdveld van 40 x 20 meter horen dus twee extra kleedruimten van minimaal 15 m2. Voor wat betreft de bergruimte is het gewenst, dat elke vereniging de beschikking heeft over een eigen afsluitbare bergruimte. Deze bergruimte dient, met het oog op het opbergen van de stelling van de korfbalpalen, 4 meter lang te zijn en de breedte van 2,5 meter te hebben. De benodigde vloeroppervlakte is dan minstens 10 m 2.

De toegangsdeur dient zo geprojecteerd te worden, dat de palen zonder draaien naar binnen kunnen worden gebracht. Gezien het gemengde karakter van de korfbalsport en daardoor ook het mogelijk leiden van wedstrijden door vrouwelijke scheidsrechters, dient bij het ontwerpen van kleedruimten voor scheidsrechters hiermee rekening gehouden te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=e8c4c4d1-a8ed-4b24-85c1-3433847fc74e