CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.7. Reactie op advies commissie m.e.r. inzake notitie reikwijdte en detailniveau

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 8 april 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Aanvulling Beleidskader energietransitie [BET] - kleine windturbines en zon op grond4.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie advies Commissie voor de milieueffectrapportage op NRD

De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie) heeft op 3 maart 2022 haar advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport voor de nationale windturbinebepalingen leefomgeving uitgebracht. 1 Deze reactie volgt de indeling van het advies van de Commissie. Per thema uit het advies wordt een beknopte samenvatting gegeven (in cursief), gevolgd door een reactie of de adviezen zijn opgevolgd, of dat er (deels) van is afgeweken.

Hoofdstuk 1: Advies voor de inhoud van het MER

De Commissie begint haar advies met essentiële informatie voor het MER. Er worden zeven hoofdpunten benoemd. In de eerder uitgebrachte reactienota is op deze zeven hoofdpunten al op hoofdlijnen ingegaan. 2 Voor de volledigheid is dit hieronder overgenomen en waar mogelijk geactualiseerd met verwijzingen naar het MER. Een uitgebreidere behandeling van de adviezen en reactie hierop volgt in de hoofdstukken 2-8. Beschrijving redenen en juridische en beleidsmatige context windturbinebepalingen: De Commissie adviseert om in het MER op te nemen: een beschrijving van de redenen om nationale windturbinebepalingen te onderzoeken en van de beleidsmatige en juridische context waarbinnen de bepalingen vastgesteld (zullen) worden, en de randvoorwaarden die volgen uit die context. De door de Commissie gevraagde beschrijvingen zijn evident van belang als onderdeel van de nieuw op te stellen windturbinebepalingen. Voor een belangrijk deel is deze beschrijving een onderdeel van de nota van toelichting bij de ontwerp-AMvB. Het MER bevat in hoofdstuk 2 en 3 een toelichting op de juridische context. Daarnaast wordt in het MER de wenselijkheid van de rijksregels gemotiveerd. Het uitgangspunt dat hierbij geldt is dat een algemeen geformuleerde regel een bepaalde mate van bescherming kan vastleggen, terwijl een locatiespecifieke norm dit nader kan invullen.

Onderbouwing rol van het MER en keuze milieuthema’s: De Commissie adviseert om in het MER op te nemen: een onderbouwing van de rol van het MER bij de besluitvorming en van de keuze voor de milieuthema’s die in alternatieven en varianten worden onderzocht (de afbakening van de nieuwe nationale windturbinebepalingen). Met dit advies over de rol van het MER heeft de Commissie m.e.r. meegedacht over de unieke positie van dit MER. Dit is het eerste MER voor algemene regels en daarom kan het ook in de toekomst worden gebruikt als raamwerk. De rol van het MER wordt in hoofdstuk 2 en 3 beschreven. De onderbouwing van de keuze voor de milieuthema’s worden in het MER per thema uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 5. Referentiesituatie: De Commissie adviseert om in ieder geval in het MER op te nemen: een referentiesituatie op basis van de ‘oude’ windturbinebepalingen, waarin de regionale energiestrategieën zijn meegenomen. Dit advies van de Commissie is niet overgenomen. Dit is toegelicht in hoofdstuk 7 van het MER. De belangrijkste reden om vast te houden aan het voorgestelde referentiescenario is dat dit het beste aansluit bij de definitie ervan in milieueffectrapportage, namelijk dat de referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de zekere autonome ontwikkelingen, maar zonder de voorgenomen activiteit.

Onderscheidende alternatieven en varianten met voldoende ruime bandbreedte: De Commissie adviseert om in ieder geval in het MER op te nemen: onderscheidende alternatieven, met verschillende varianten voor nieuwe nationale windturbinebepalingen, met voldoende ruime bandbreedte en onderbouwing. Het advies van de Commissie sluit op dit punt goed aan bij de vele zienswijzen die zijn ontvangen voor aanvulling van alternatieven en varianten ten opzichte van de gepubliceerde NRD.

1 2

Zie voor het advies: https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p36/p3615/a3615rd.pdf Zie voor de reactienota: Reactienota NRD (platformparticipatie.nl)

Zoals in de NRD was opgenomen, bevat het MER een alternatief ongewijzigde regels (zie paragraaf 5.3), waarbij wordt gesimuleerd dat de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en Activiteitenregeling milieubeheer blijven gelden. Aanvullend is ten opzichte van de gepubliceerde NRD een aantal varianten en subvarianten toegevoegd op het gebied van geluid (waaronder differentiatie van normen, zie paragraaf 5.4), slagschaduw (zie paragraaf 5.6) en afstandsnormen (zie paragraaf 5.7). De onderbouwing voor de keuze van alternatieven en varianten is nader toegelicht en onderbouwd in hoofdstuk 5 van het MER. Een navolgbare beschrijving en beoordeling van de milieueffecten: De Commissie adviseert om in ieder geval in het MER op te nemen: een navolgbare beschrijving en beoordeling van de milieueffecten, in ieder geval op de milieuthema’s uit de alternatieven en op natuur, landschap, vermeden luchtemissies en circulariteit, ook wanneer gebruik gemaakt wordt van expert judgement. Het MER heeft waar beschikbaar gebruik gemaakt van kwantitatieve data maar daarnaast is grotendeels gebruik gemaakt van kwalitatieve beoordelingen. Voor dit laatste is gebruik gemaakt van expert judgement. Het advies van de Commissie sluit aan bij de reactie van meerdere indieners dat er behoefte is aan inzicht hoe de beoordeling op basis van expert judgement tot stand komt.

Dit is in het MER toegelicht (zie paragraaf 6.1.3 en 14.1). Ook bevat het MER een overzicht van de deelnemers aan de expertsessies (zie hiervoor bijlage 7). De milieuthema’s uit de alternatieven zijn meegenomen in het beoordelingskader, evenals inderdaad natuur en landschap. Circulariteit is niet in het beoordelingskader opgenomen (zie voor de toelichting hierop paragraaf 5.10 van het MER). Een inschatting per alternatief van de te realiseren energieopbrengsten: De Commissie adviseert om in ieder geval in het MER op te nemen: per alternatief een inschatting van de (ruimtelijke) impact op het te verwachten plaatsingspotentieel en daarmee te realiseren energieopbrengsten. Dit advies van de Commissie sluit goed aan bij de zienswijzen die zijn ontvangen voor varianten ten opzichte van de gepubliceerde NRD. De doelstelling van de energietransitie is niet tevens het doel van de windturbinebepalingen. Alleen de energieopbrengsten van wind op land zijn in dit MER worden meegenomen, overeenkomstig het advies van de Commissie. Samenvatting van het MER: De Commissie vraagt bijzondere aandacht voor de samenvatting: besluitvormers en insprekers lezen in de eerste plaats de samenvatting van het MER. Daarom verdient dit onderdeel bijzondere aandacht. De samenvatting moet als zelfstandig document leesbaar zijn en een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het MER.

De wet vraagt ook om een samenvatting, ‘die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft’. Meerdere indieners hebben over de ter inzage gelegde NRD aangegeven dat deze moeilijk te begrijpen was. Het is in het MER niet altijd mogelijk om juridische of technische teksten te vermijden, maar bij het schrijven van de samenvatting is bijzondere aandacht gegeven aan de leesbaarheid van de tekst, zonder daarbij de inhoud tekort te doen.

Hoofdstuk 2: Juridische en beleidsmatige context

Paragraaf 2.1: De Commissie adviseert om in het MER te beschrijven hoe de algemene Europese en nationale eisen voor een plan-MER bij het opstellen van nationale regelgeving worden geïnterpreteerd en toegepast. Dit advies is overgenomen. De doelstelling en procedurele verplichtingen van de smb-richtlijn worden beschreven in paragraaf 2.2.4. De plan-mer-procedure wordt toegelicht in paragraaf 3.1 van het MER. Paragraaf 2.2: De Commissie adviseert om aan te geven waarom het Rijk het voornemen heeft om op rijksniveau opnieuw regels te stellen. Daarnaast wordt geadviseerd om toe te lichten hoe het voornemen zich verhoudt tot bestaand beleid en bestaande regelgeving en welke randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van nieuwe regelgeving. De keuze voor het stellen van rijksregels wordt toegelicht in paragraaf 5.2.1 van het MER. De relevante beleidskaders zijn thematisch gesorteerd in paragraaf 4.1 van het MER opgenomen, de verhouding van het voornemen tot relevant beleid en regelgeving wordt beschreven in het

algemeen deel van de nota van toelichting.

Hoofdstuk 3: Reikwijdte van het voornemen, rol van het MER

De Commissie geeft aan dat het MER duidelijk moet beargumenteren welke rol het MER heeft in de besluitvorming. Het MER levert informatie over welke milieuaspecten in de rijksregels een plek kunnen krijgen. Het MER levert ook milieu-informatie voor de onderbouwing van de nieuwe rijksregels. Het MER neemt geen beslissing over de wenselijkheid van rijksregels, maar licht in paragraaf 5.2.1 wel de wenselijkheid van rijksregels toe. De analyse van de Commissie op p.4 bovenaan is daarmee correct. Daarnaast heeft de Commissie vijf adviezen over de afbakening van het voornemen: 1. Allereerst vraagt zij aandacht voor de onderbouwing van de milieuthema’s die worden meegenomen in het MER, en voor de onderbouwing van figuur 1 uit het advies. Hoewel figuur 1 uit het advies (figuur 14 uit de NRD) niet is teruggekomen in het MER, is de achterliggende systematiek verwerkt in paragraaf 5.2 van het MER. In het MER wordt voor alle mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu die windturbines kunnen veroorzaken allereerst beschouwd, of voor het desbetreffende onderwerp landelijke passende preventieve maatregelen of regels afgeleid van beste beschikbare technieken kunnen worden gesteld. 2. De Commissie stelt voor om de optie van instructieregels mee te nemen in de scope van het voornemen als het gaat om volledig locatiespecifieke gevolgen.

In paragraaf 5.10 van het MER wordt toegelicht dat het opnemen van instructieregels niet binnen de scope van het MER is meegenomen. Dit aspect behoort toe aan de besluitvorming omtrent de inhoud van de AMvB en wordt nader toegelicht in de nota van toelichting. 3. De Commissie geeft aan dat de NRD nog niet duidelijk is over de ruimte in het proces om de reikwijdte van het voornemen en de bandbreedte van alternatieven tussentijds te wijzigen, en de rol van het MER daarin. De fase na de NRD en het opstellen van het MER is een iteratief en interactief proces geweest, waarbij er genoeg ruimte was om het MER waar nodig bij te sturen. Er zijn diverse ambtelijke afstemmingen geweest. 4. Er wordt ook geadviseerd om consistent en compleet te zijn in het MER. Als voorbeeld wordt genoemd dat voor archeologie en ecologie niet in de NRD is gemotiveerd waarom het niet wordt meegenomen in de alternatieven. Consistentie en compleetheid zijn logische eisen aan het MER. Hier voldoet het MER aan. Voor de genoemde voorbeelden van ecologie en archeologie geldt dat deze in figuur 1 van het advies (figuur 14 van de NRD) beschreven stonden als zijnde locatiespecifiek. Deze systematiek leidt ertoe dat voor deze aspecten beoordeeld is dat ze niet zijn meegenomen in de alternatieven (zie voor een toelichting op de systematiek paragraaf 5.2.2 van het MER). 5.

Het laatste advies van de Commissie in dit hoofdstuk heeft betrekking op de verhouding van het MER ten opzichte van bestaande windparken, en tot één of twee windturbines. De NRD beschrijft niet duidelijk of de nieuwe nationale windturbinebepalingen ook hiervoor gaan gelden. De nieuwe nationale windturbinebepalingen zullen ook voor bestaande windparken gelden. Voor bestaande windparken geldt sinds 1 juli 2022 de tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken. De verhouding van het MER en de nieuwe windturbinebepalingen tot één of twee windturbines wordt beschreven in paragraaf 6.1.2. Ook hiervoor zullen de windturbinebepalingen gaan gelden. In de AMvB wordt verder ingegaan op het overgangsrecht.

Hoofdstuk 4: Referentiesituatie

Het advies van de Commissie is om in het MER voor de referentiesituatie uit te gaan van de milieunormen die voorheen golden op grond van het Activiteitenbesluit. Daarbij acht de Commissie

het ook zinvol om de resultaten van de RES’en als ‘autonome ontwikkeling' mee te nemen in de referentiesituatie. Het advies van de commissie om de referentie af te bakenen als de milieunormen die voorheen golden op grond van het Activiteitenbesluit, is niet overgenomen. De toestand van het milieu in de referentiesituatie is gebaseerd op de bestaande situatie van het milieu, samen met de gevolgen van autonome ontwikkelingen. Voor de referentiesituatie houdt dat in dat vastgesteld overheidsbeleid (en de gevolgen daarvan) wordt gerealiseerd. Voor de windturbinebepalingen geldt dat de autonome ontwikkeling bestaat uit de situatie die ontstaat als er geen nieuwe windturbinebepalingen wordt vastgesteld. De resultaten van de RES’en zijn gedurende de periode dat het MER is gemaakt en de nieuwe windturbinebepalingen zijn opgesteld nog voortdurend in ontwikkeling en daarom geen goede basis voor een autonome ontwikkeling. Deze keuze wordt in het MER verder toegelicht in paragraaf 7.3.

Hoofdstuk 5: Voorgestelde alternatieven en varianten

Paragraaf 5.1: De Commissie geeft een aantal algemene adviezen over de afbakening van alternatieven en varianten. Het eerste advies is om duidelijk te motiveren hoe de afbakening van alternatieven en varianten tot stand is gekomen. De afbakening van de alternatieven en varianten wordt gemotiveerd in het MER: in aanvulling op de onderwerpen die toegelicht worden in paragraaf 5.2.3, wordt in paragraaf 5.10 een toelichting gegeven op de overige onderwerpen die wel of niet verder worden behandeld in het MER. Ten tweede wordt geadviseerd om de bandbreedte van te onderzoeken milieuthema’s voldoende ruim te nemen. Voor het thema geluid wordt een specifieke afbakening voorgesteld. De adviezen wat betreft de bandbreedte zijn overgenomen: in paragraaf 5.4.1 wordt toegelicht welke varianten geluidsnormen worden behandeld: 37, 40, 43, 45, 47 en 50 dB Lden. Voor geluid zijn sub-varianten opgenomen voor onder andere laagfrequent geluid. In paragraaf 5.11 wordt een overzicht voor alle geselecteerde milieuthema’s gegeven van de te onderzoeken alternatieven, varianten en sub-varianten. Als laatste wordt voor het thema afstandsnormen geadviseerd om dit mee te nemen in het MER, mede omdat de systematiek van afstandsnormen fundamenteel anders is dan de geluid-, slagschaduw- en externe veiligheidsnormen waar de praktijk nu mee werkt.

Ten tijde van de NRD was er nog onduidelijkheid over de tijdige beschikbaarheid van het relevante onderzoek over afstandsnormen. Om afstandsnormen te kunnen overwegen voor de besluitvorming is vanzelfsprekend nodig dat dit in het MER aan de orde komt. Voor afstandsnormen wordt gevarieerd met 2, 3 en 4 keer de tiphoogte, zie hiervoor ook paragraaf 5.7 van het MER. Paragraaf 5.2: De Commissie acht het van belang om de verhouding van de nieuwe windturbinebepalingen tot decentrale besluitvorming in het MER te beschrijven. Het MER moet inzichtelijk maken of afwegingsruimte geboden wordt voor decentrale planvorming. Dat rijksregels wenselijk zijn, betekent niet dat daarbinnen geen decentrale afweging meer kan plaatsvinden. Of er decentrale afwegingsruimte wordt geboden is een beleidsmatige keuze die in de nota van toelichting bij de AMvB wordt onderbouwd. Het MER kan gebruikt worden om te onderbouwen wat de effecten zouden zijn als er decentrale afwegingsruimte geboden wordt.

Hoofdstuk 6: Beoordelingskader algemeen

Paragraaf 6.1: De Commissie adviseert om zoveel mogelijk kwantitatieve beoordelingen uit te voeren. Ook wordt aandacht gevraagd voor het navolgbaar en transparant maken van de wijze van beoordeling wanneer gebruik wordt gemaakt van expert judgment. Het MER heeft waar beschikbaar gebruik gemaakt van kwantitatieve data of vuistregels maar daarnaast is grotendeels gebruik gemaakt van kwalitatieve beoordelingen. Voor dit laatste is gebruik gemaakt van expert judgement. In het MER is in paragraaf 6.1.3 en 14.1 toegelicht hoe de beoordeling op basis van expert judgement tot stand is gekomen en het MER bevat in bijlage 7 een overzicht van de deelnemers aan de expertsessies.

Paragraaf 6.2: In deze paragraaf geeft de Commissie een aantal adviezen over het aanbrengen van onderscheid in de effectbepaling: 1. Voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid stelt de Commissie voor om via algemene, actuele (zoveel mogelijk wetenschappelijke) dosis-effectrelaties de effecten van verschillende milieunormen (percentages ernstig gehinderden en aantallen kwetsbare en gevoelige objecten) te bepalen. Dit is verwerkt in het MER. De actuele wetenschappelijke dosis-effectrelaties die gebruikt zijn in het MER zijn terug te vinden in de volgende paragrafen: voor geluid in paragraaf 6.3.1, voor externe veiligheid in paragraaf 6.3.3, en voor slagschaduw in paragraaf 6.3.2. 2. De Commissie acht het verder van belang dat via een ruimtelijke confrontatie op de kaart de ruimtelijke gevolgen van ieder alternatief in beeld worden gebracht. Dit advies is zo begrepen dat voor elk alternatief of variant op de kaart van Nederland in beeld moet worden gebracht waar (theoretisch) ruimte is om een enkele windturbine of een windpark te plaatsen. Dit advies is niet overgenomen in het MER. De oude, noch de nieuwe, algemene regels bepalen immers waar een windturbine of een windpark zal worden aangelegd.

Wel is in het MER aangegeven wat de invloed (procentueel) van een alternatief of variant is op het (theoretische) plaatsingspotentieel voor windturbines om zo het effect op de energieopbrengst in beeld te brengen. 3. Daarnaast adviseert de Commissie om de consequenties van alternatieven voor de energieopbrengst in beeld te brengen. Dit advies is zoals hierboven beschreven overgenomen, zie hiervoor ook het beoordelingskader in paragraaf 6.2 van het MER. De Commissie sluit dit hoofdstuk af met het advies om de gevolgen voor de haalbaarheid van nationale doelstellingen in beeld te brengen, zoals woningbouw, gezondheid, klimaat en energie. Dit advies is deels overgenomen. Gezondheid, klimaat en energie zijn als effect meegenomen, voor zover er is een relatie is met windenergie. Woningbouw is enkel als autonome ontwikkeling beschreven in het MER (zie paragraaf 7.2).

Hoofdstuk 7: Milieuthema’s (in alternatieven/effecten) Paragraaf 7.1: Gezondheid Geluidhinder Met betrekking tot geluidhinder adviseert de Commissie om bij het bepalen van de varianten en effecten voor geluid rekening te houden met achtergrondgeluid van andere bronnen en bevolkingsdichtheid. Geluid van andere bronnen zoals wegverkeer kan geluid van windturbines maskeren of tot hogere cumulatieve geluidbelasting leiden. In het MER is voor het aspect geluidhinder een sub-variant ‘gedifferentieerde normen’ opgenomen (zie paragraaf 5.4.4 en 9.5.4). Hierbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of die differentiatie aan de orde zou moeten zijn en wordt de mogelijke invloed van zowel de bevolkingsdichtheid als van het heersende omgevingsgeluid behandeld. Hieruit volgt echter geen eenduidige richting voor differentiatie: er kan enerzijds worden geredeneerd dat in dichtbevolkt gebied of gebied met al relatief veel hinder door het heersend omgevingsgeluid een strengere norm gehanteerd zou moeten worden dan in landelijk gebied, anderzijds dat hier juist een soepelere norm zou moeten gelden omdat geluid van windturbines meer gemaskeerd wordt dan in een (stille) landelijke omgeving. In bijlage 4 van het MER wordt nader ingegaan op cumulatieve geluidbelasting en maskerende effecten die bij differentiatie van normen een rol kunnen spelen.

De Commissie adviseert daarnaast om rekening te houden met de verschillende dosis-effectcurves van bronnen: eenzelfde percentage ernstig gehinderden leidt in dichtbevolkt gebied tot een veel hoger aantal ernstig gehinderden dan in dunbevolkt gebied.

In het MER is voor het bepalen van de effecten van geluid uitgegaan van de specifieke dosiseffectrelatie tussen geluid van windturbines en ernstige hinder. De effecten zijn niet uitgedrukt in het aantal ernstig gehinderden (omdat dit sterk afhangt van de specifieke locatie), maar in de kans op ernstige hinder als het geluidniveau gelijk is aan een specifieke normwaarde. Wel is in het MER gekeken naar de mogelijkheden en gevolgen van het differentiëren van normen tussen stedelijke en landelijke gebieden in een sub-variant (zie paragraaf 5.4.4 en 9.5.4). Hierbij wordt bevolkingsdichtheid behandeld als een van de aspecten die een rol kunnen spelen bij de (lokale) afweging van gedifferentieerde normen. De Commissie adviseert verder om – net als bij andere soorten geluid – te onderzoeken of een systeem met voorkeurs- en grenswaarden zinvol is voor windturbines. In paragraaf 9.5.4 van het MER wordt deze suggestie gedaan als alternatief voor nationaal gedifferentieerde normen en wordt toegelicht hoe deze systematiek zou kunnen werken. Echter is deze systeemkeuze geen onderdeel van het MER, maar een beleidsmatige keuze die in de nota van toelichting bij de AMvB verder wordt beschreven. Voor de effecten is het van belang dat de effecten van de hierbij te kiezen voorkeurswaarde en grenswaarde zijn beschreven in het MER.

Tenslotte acht de Commissie het zinvol om niet-akoestische determinanten in de alternatieven een plek te geven, bijvoorbeeld in de vorm van instructieregels. Dit advies is niet overgenomen. Zie paragraaf 5.10 van het MER. Alhoewel het zonder meer helder is dat niet-akoestische determinanten een rol spelen bij de beleving van geluid, is ervoor gekozen dit niet te gaan regelen in algemene rijksregels. Derhalve vallen niet-akoestische determinanten buiten de alternatieven- en variantenvorming van het MER. Wel wordt in dit MER ingegaan op mogelijkheden om niet-akoestische determinanten te beïnvloeden, maar dan onder mitigerende maatregelen. Slagschaduw De Commissie adviseert enkele toevoegingen op dit onderwerp, om de ‘hoeken van het speelveld’ goed in beeld te brengen. 1. Beschouwen van de effecten van verschillende normen inclusief de gezondheidsaspecten en ruimtelijke gevolgen daarvan. De varianten die in het MER in beeld worden gebracht betreffen maximaal 0, 6 en 16 uur slagschaduw per jaar. De beoordeling van de varianten staat in hoofdstuk 8 (alternatief ongewijzigde regels) en hoofdstuk 11 van het MER. 2. Onderbouwen van de normen en beoordelingswijze. Het beoordelingskader voor slagschaduw is uitgewerkt is paragraaf 6.3.2 van het MER. 3.

Onderzoeken in hoeverre slagschaduwgevoelige objecten anders dan geluidgevoelige objecten gedefinieerd kunnen worden, en of het zinvol is om een seizoensafhankelijke norm te introduceren. In paragraaf 11.1 worden slagschaduwgevoelige objecten gedefinieerd. Het aantal onderzoeken naar de hinderervaring van slagschaduw is beperkt. Voor het MER is geen nieuw onderzoek uitgevoerd, er is daarom aangesloten bij de definitie van geluidgevoelige objecten en een seizoensafhankelijke norm is niet beschouwd. In de nota van toelichting is nog nader toegelicht waarom is aangesloten bij de definitie van geluidgevoelige objecten. Externe veiligheid Wat betreft dit onderwerp suggereert de Commissie om in het MER mitigerende maatregelen te inventariseren, en deze mogelijk op te nemen in de windturbinebepalingen. Dit advies is niet overgenomen. Paragraaf 10.3 van het MER geeft aan dat mitigerende maatregelen niet beschikbaar zijn.

Paragraaf 7.2: Natuur Op het onderwerp natuur wordt geadviseerd om de directe en indirecte gevolgen van de verschillende alternatieven te bepalen. Het advies met betrekking tot directe effecten is niet overgenomen, want er worden geen nationale normen onderzocht voor vogels en vleermuizen. Voor indirect effecten is voor het thema natuur het beoordelingskader toegelicht in paragraaf 6.3.5 van het MER. Paragraaf 7.3: Landschap Ook voor het thema landschap wordt geadviseerd om de directe en indirecte gevolgen van de verschillende alternatieven te bepalen. Directe effecten worden niet onderzocht in het MER en afstandsnormen worden beschouwd vanaf geluidgevoelige objecten. Hierin is geen specifiek onderscheid gemaakt voor werelderfgoed. Wat betreft indirecte effecten is voor het thema landschap en cultuurhistorie het beoordelingskader toegelicht in paragraaf 6.3.4 van het MER. Paragraaf 7.4: Energieopbrengsten Met betrekking tot dit onderwerp adviseert de Commissie om duidelijkheid te geven over de wijze waarop de energieopbrengsten, een milieueffect, worden bepaald. Ook wordt geadviseerd om de energieopbrengsten op een hoog abstractieniveau in beeld te brengen, en zoveel mogelijk kwantitatief. Hiervoor adviseert de Commissie om de gevolgen voor de haalbaarheid van de afspraken uit RES-trajecten mee te nemen.

Het MER moet volgens de Commissie bij variatie in normstelling onderzoeken welke gevolgen voor het plaatsingspotentieel optreden en daarmee voor de energieopbrengsten. Als gevoeligheidsanalyse moet het MER bezien in hoeverre de afmetingen van de windturbines (vermogen en daarmee energieopbrengst) daarin een rol spelen. Zoals hierboven ook beschreven zijn de RES-trajecten niet meegenomen in het MER voor het schetsen van de referentiesituatie of alternatieven. Voor het beoordelen van de energieopbrengst is gekeken naar het plaatsingspotentieel en de toe- of afname in plaatsingspotentieel voor de verschillende grenswaardevarianten ten opzichte van de referentie. Hierbij is gebruik gemaakt van onderzoek van RIVM en van Generation Energy. Zie voor toelichting paragraaf 9.2.5 van het MER. Andere milieuthema’s Aanvullend op de thema’s uit de NRD adviseert de Commissie in het MER een kwalitatieve beschouwing op te nemen over de energieopbrengst van windturbines in relatie tot vermeden luchtemissies van andere (fossiele) vormen van energieopwekking. Dit advies is niet overgenomen. Effecten op de energieopbrengst worden in het MER beoordeeld aan de hand van het plaatsingspotentieel.

Ook adviseert de Commissie om kwalitatief de (on)mogelijkheden van de herbruikbaarheid van materialen waaruit onderdelen van windturbines zijn opgebouwd in de context van de circulaire ambities te beschrijven. In paragraaf 5.10 wordt toegelicht waarom dit advies niet is overgenomen en circulariteit buiten het MER wordt gelaten.

Hoofdstuk 8 Overige adviezen

Paragraaf 8.1: In dit hoofdstuk adviseert de Commissie om bijzondere aandacht te schenken aan de vergelijking van de alternatieven door dit te presenteren met behulp van tabellen, figuren en kaarten. Verdere aandachtspunten zijn een beknopt MER, met verklarende woordenlijst, lijst van afkortingen en literatuurlijst. Ook wordt geadviseerd om recent, goed leesbaar kaartmateriaal, met duidelijke legenda in het MER op te nemen. Bij het MER zijn de gevraagde bijlagen opgenomen, en is gebruikt gemaakt van recent en goed leesbaar kaartmateriaal. De vergelijking van alternatieven is weergegeven middels figuren.

Paragraaf 8.2: Tenslotte vraagt de Commissie aandacht voor het belang van de samenvatting van het MER. Dit moet de belangrijkste zaken weergeven, als zelfstandig document leesbaar zijn, en een goede afspiegeling vormen van het MER. Bij het schrijven van de samenvatting is bijzondere aandacht gegeven aan de leesbaarheid van de tekst, zonder daarbij de inhoud tekort te doen. De samenvatting van het MER bevat de gevraagde onderdelen, met uitzondering van de argumenten voor het voorkeursalternatief. Het MER bevat geen voorkeursalternatief, de argumenten voor de gekozen regels zijn opgenomen in de nota van toelichting bij de AMvB. De samenvatting is tezamen met de ontwerp-regelgeving en het MER gepubliceerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=0aac92fc-d620-46fd-8907-c169c552af15