Bijlage 1. Verkennend (water)bodemonderzoek 17-12-2018
Tekst van het document
RAPPORT: Verkennend (water)bodemonderzoek Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei en Boeicop
PROJECTNUMMER: B18.7270
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.
Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop PROJECTNUMMER: B18.7270
OPDRACHTGEVER: De heer E.J. Aantjes
DATUM: 17 december 2018
Auteur:
Autorisatie:
Ing. M. Hennekes Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B18.7270/R7270-01/MM
2 SAMENVATTING De heer E.J. Aantjes heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend (water)bodemonderzoek op de locatie aan de Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop (kadastraal gemeente Zederik, sectie C, nummer 146). De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw, bestemmingsplanwijziging en demping van de watergang. Het onderzoek is uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009, NEN 5740:2009/A1:2016, NEN 5717:2009 en de NEN 5720/A1:2014. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H. van der Donk. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de reeds beschikbare gegevens blijken de volgende zaken aan de orde: Van de locatie zijn vooralsnog geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit.
In de omgeving (> 25 meter) zijn wel diverse bodemonderzoeken en/of saneringen uitgevoerd; Op de locatie is in het verleden bebouwing aanwezig geweest (1875-1936); In de omgeving van de locatie zijn naar verwachting gedempte sloten aanwezig, ter plaatse van de nieuwbouwlocatie niet, voor zover als bekend; In het verleden is een boomgaard aanwezig geweest, waarbij mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB) zijn toegepast; Op de locatie is een bestaande sloot aanwezig, die zal worden gedempt. Tevens is een betonpad aanwezig op de nieuwbouwlocatie; Afgezien van de voormalige boomgaardzijn geen bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest) ter plaatse van de locatie. In de omgeving (> 25 meter) zijn wel bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest); De locatie is zover als bekend altijd in gebruik als weiland geweest. Wel zijn een sloot en een betonpad aanwezig. Puinbijmengingen niet verder kunnen worden uitgesloten; Uit de Quick scan Flora en Fauna blijkt dat nader onderzoek naar zwaar beschermde amfibiesoorten noodzakelijk is in voorjaar/zomer. Ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw en herontwikkeling dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de verdachte strategie. Aanvullend hierop zijn werkzaamheden noodzakelijk in verband met de voormalige aanwezigheid van een boomgaard (teeltlaagonderzoek op OCB).
Voor zover bekend zijn geen gedempte sloten aanwezig. Toch zal ter verificatie één dwarsraai worden geplaatst. Bij de situering van de boringen wordt rekening gehouden met deze zaken en het betonpad. In verband met de demping van de watergang, ten westen van de nieuw te bouwen woning, zal hier tevens een verkennend waterbodemonderzoek worden uitgevoerd, waarbij aanvullend wordt onderzocht op OCB. Indien puinbijmengingen worden aangetroffen, wordt in overleg met de opdrachtgever een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd. De gegevens uit het historisch onderzoek en locatiebezoek zijn meegenomen in de onderzoeksopzet.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
3 Conclusies en aanbeveling Algemene bodemkwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden verworpen. In de grond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Aangezien de index van 0,5 niet wordt overschreden, is geen nader bodemonderzoek noodzakelijk. Zintuiglijk en/of analytisch zijn tevens geen verontreinigingen aangetroffen die duiden op een ernstige bodemverontreiniging vanuit de aandachtspunten (gedempte sloot en boomgaard). Vanuit het onderzoek bestaat geen aanleiding tot het verwachten van een gedempte sloot op de locatie. Waterbodem Voor de waterbodem werd uitgegaan van verspreidbare waterbodem. Op basis van de resultaten blijkt dat het vrijkomend slib kan worden verspreid op het aangrenzende perceel. Tevens kan worden geconcludeerd dat de baggerspecie als klasse “Industrie” toepasbaar is op de bodem en als klasse “B” in zoet oppervlaktewater. Op basis van de uitgevoerde metingen tijdens de veldwerkzaamheden kan worden geconcludeerd dat in de watergang totaal circa 50 m3 baggerspecie aanwezig is.
Algehele conclusie en aanbeveling Met het uitgevoerde verkennend (water)bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van kadastraal perceel C 146 te Hei- en Boeicop in voldoende mate vastgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen nieuwbouw. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Vanuit de QuickScan flora en fauna blijkt dat nader flora en fauna onderzoek in voorjaar/zomer noodzakelijk is vanwege de mogelijke aanwezigheid van zwaar beschermde amfibiesoorten ter plaatse van de watergang.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................... 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK (NEN 5725 EN NEN 5717) .............................................. 5
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE ONDERZOEKEN ................................................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 7.2. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 13
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ............................................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 20 9.1. CONCLUSIE VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK ........................................................................ 20 9.2. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELING ............................................................................................... 20
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 21
BIJLAGEN 1.
Situering in de regio
2a
Situatieschets met geplaatste boringen, peilbuis en grepen
2b
Dwarsdoorsnedes waterbodem
3.
Boorprofiel beschrijvingen
4.
Analysecertificaten grond, grondwater en waterbodem
5.
Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater
6.
Toetsingstabellen waterbodem
7.
Historische gegevens
8.
Rapportage Quickscans Flora & Fauna
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
5
1. INLEIDING De heer E.J Aantjes heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend (water)bodemonderzoek op de locatie aan de Hei- en Boeicopseweg ong. te Heien Boeicop (kadastraal gemeente Zederik, sectie C, nummer 146). De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw, bestemmingsplanwijziging en demping van de watergang.. Het onderzoek is uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2009 [1], NEN 5740:2009/A1:2016 [2], NEN 5717:2009 [3] en de NEN 5720/A1:2014 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2019, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H. van der Donk. 2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De onderzoeken hebben tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem op de onderzoekslocatie teneinde vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de bestemmingsplanwijziging, nieuwbouw en demping van de watergang.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De onderzoekslocatie betreft de nieuw te bouwen woning op de locatie aan de Hei- en Boeicopseweg ong. (nabij nr. 74) te Hei- en Boeicop met een maximale oppervlakte van 500 m2. Hiervoor is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De locatie is gelegen ten noordwesten van Hei en Boeicopseweg 74 en staat kadastraal bekend als gemeente Zederik, sectie C, nummer 146 (ged.). De locatie is in gebruik als agrarisch perceel en hoofdzakelijk braakliggend. Op de locatie zijn een betonpad en een bestaande sloot aanwezig. De bestaande sloot zal worden gedempt, waarvoor een verkennend waterbodemonderzoek zal worden uitgevoerd. De bestaande woning aan de Hei- en Boeicopseweg 68 zal worden gesloopt. Hier behoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2. Historische gegevens en locatiebezoek (NEN 5725 en NEN 5717) Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek dient een historisch vooronderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5725 (landbodem) en de NEN 5717 (waterbodem). Algemeen Voorafgaand aan het verkennend (water)bodemonderzoek is een historisch vooronderzoek uitgevoerd te conform de NEN 5725 (landbodem) en de NEN 5717 (waterbodem). Via de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (20-11-2018) is voor de onderzoekslocatie een uitdraai van de bodeminformatie verkregen.
Middels deze uitdraai van de bodeminformatie is een beeld verkregen van de hoeveelheid bodeminformatie. Daarnaast zijn tevens de websites www.bodemloket.nl en www.topotijdreis.nl geraadpleegd.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
6 Voormalig en huidig gebruik Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat er in het verleden (1875-1935) bebouwing aanwezig is geweest op de locatie. Hierna is de locatie agrarisch in gebruik geweest als boomgaard en/of weiland. Boomgaarden Op de locatie zijn boomgaarden aanwezig (geweest). De teeltlaag van de locatie is derhalve verdacht op het voorkomen van organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB). Slootdemping Uit de bestudering van het historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie (nieuwbouwlocatie) geen sloten aanwezig zijn. In de directe omgeving zijn wel gedempte sloten aanwezig. Milieuvergunningen en/of meldingen Voor de onderzoekslocatie zijn voor zover als bekend geen milieuvergunningen afgegeven en/of andere meldingen gedaan. Bodemkwaliteitsgegevens Van het perceel C146 zijn, zover als bekend, geen recente gegevens bekend van de bodemkwaliteit. Opgevraagde bodeminformatie In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van beschikbare bodeminformatie van het Bodemloket en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Tabel 3.1: Bodemkwaliteitsgegevens Locatie Hei en Boeicopseweg
Hei en Boeicopseweg 72 Hei en Boeicopseweg 70
Bodembedreigende activiteiten Demping met industrieelen bedrijfsafval
Onderzoeken (jaartal)
Vervolg
Oriënterend onderzoek (1988) Indicatief onderzoek (1988) Oriënterend onderzoek (1992) Nader onderzoek (1995) Nader onderzoek (1997) Verkennend onderzoek (2003) Verkennend onderzoek (2000) Verkennend onderzoek (2000)
Geen vervolg, voldoende onderzocht
Briefrapport (2005) Briefrapport (2005)
Geen vervolg, voldoende gesaneerd Geen vervolg, voldoende onderzocht Geen vervolg, voldoende onderzocht Geen vervolg, voldoende onderzocht Geen vervolg, voldoende onderzocht Geen vervolg, voldoende onderzocht
Hei en Boeicopseweg 70-72
Transportbedrijf Demping, transportbedrijf, burgerlijk- en utiliteitsbouwbedrijf Onverdachte activiteit
Hei en Boeicopseweg 68
Dieseltank (bovengronds)
Verkennend onderzoek (2001)
Hei en Boeicopseweg 75-77
Onbekend
Hei en Boeicopseweg 93
Benzine service station
Historisch onderzoek (2000) Verkennend onderzoek (2000) Verkennend onderzoek (1992)
Hei en Boeicopseweg 101A
Ophooglaag met grond
Verkennend onderzoek (2000)
Hei en Boeicopseweg 105
Fruitkwekerij / boomgaard Erfverharding met puin en/of bouw en sloopafval
Verkennend onderzoek (1993)
Uitvoeren historisch onderzoek Starten sanering
Alle bovengenoemde bodembedreigende activiteiten uit tabel 3.1 zijn buiten een straal van 25 meter rondom de onderzoekslocatie en derhalve niet meegenomen in dit onderzoek.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
7 Waterbodem(kwaliteits)gegevens De aanwezige watergang op het perceel betreft een afwateringsloot. In verband met de herontwikkeling van het gebied zal de watergang worden gedempt. De watergang dient mogelijk als opvang van hemelwater en betreft zoet water. Er zijn geen gegevens bekend van lozingen en/of puntbronnen. De kwaliteit van het slib in de watergang is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van voormalige agrarische activiteiten (boomgaard). Recente baggerwerkzaamheden zijn niet bekend. Ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek heeft voorafgaand aan de werkzaamheden een locatiebezoek plaatsgevonden. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek zijn zintuiglijk op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De aanwezigheid van een betonpad als looppad voor koeien is bevestigd. De aanwezige watergangen waren watervoerend ten tijde van het onderzoek. Lozingspunten zijn niet waargenomen. Verder zijn geen bodembedreigende activiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie waargenomen, die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Quickscans flora en fauna In verband met de nieuwbouw nabij Hei- en Boeicopseweg 74 en de voorgenomen sloop van Heien Boeicopseweg 68 zijn twee quickscans uitgevoerd welke zijn toegevoegd als bijlage 8.
Nader onderzoek in voorjaar/zomer is noodzakelijk vanwege de mogelijke aanwezigheid van zwaar beschermde amfibiesoorten. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van de reeds beschikbare gegevens blijken de volgende zaken aan de orde: Van de locatie zijn vooralsnog geen gegevens bekend van de bodemkwaliteit. In de omgeving (> 25 meter) zijn wel diverse bodemonderzoeken en/of saneringen uitgevoerd; Op de locatie is in het verleden bebouwing aanwezig geweest (1875-1936); In de omgeving van de locatie zijn naar verwachting gedempte sloten aanwezig, ter plaatse van de nieuwbouwlocatie niet, voor zover als bekend; In het verleden is een boomgaard aanwezig geweest, waarbij mogelijk bestrijdingsmiddelen (OCB) zijn toegepast; Op de locatie is een bestaande sloot aanwezig, die zal worden gedempt. Tevens is een betonpad aanwezig op de nieuwbouwlocatie; Afgezien van de voormalige boomgaardzijn geen bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest) ter plaatse van de locatie. In de omgeving (> 25 meter) zijn wel bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest); De locatie is zover als bekend altijd in gebruik als weiland geweest. Wel zijn een sloot en een betonpad aanwezig.
Puinbijmengingen niet verder kunnen worden uitgesloten; Uit de Quick scan Flora en Fauna blijkt dat nader onderzoek naar zwaar beschermde amfibiesoorten noodzakelijk is in voorjaar/zomer. Ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw en herontwikkeling dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de verdachte strategie. Aanvullend hierop zijn werkzaamheden noodzakelijk in verband met de voormalige aanwezigheid van een boomgaard (teeltlaagonderzoek op OCB). Voor zover bekend zijn geen gedempte sloten aanwezig. Toch zal ter verificatie één dwarsraai worden geplaatst. Bij de situering van de boringen wordt rekening gehouden met deze zaken en het betonpad. In verband met de demping van de watergang, ten westen van de nieuw te bouwen woning, zal hier tevens een verkennend waterbodemonderzoek worden uitgevoerd, waarbij aanvullend wordt onderzocht op OCB. Indien puinbijmengingen worden aangetroffen, wordt in overleg met de opdrachtgever een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd. De gegevens uit het historisch onderzoek en locatiebezoek zijn meegenomen in de onderzoeksopzet. Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw Op de locatie is een circa 6 meter dikke deklaag aanwezig van een complexe Holocene afzettingen. De deklaag bestaat voornamelijk uit een mix van zandige klei en midden en fijn zand. Het eerste watervoerend pakket is circa 48 meter dik en is hoofdzakelijk opgebouwd uit midden en grof zand en zandige klei, behorend tot de Formaties van Kreftenleye, Urk, Sterksel en Stramproy. Hieronder bevindt zich de eerste scheidende laag van circa 11 meter dik die hoofdzakelijk is opgebouwd uit zandige klei. Het tweede watervoerende pakket bevindt zich op een diepte van circa 65 tot 85 mmv en is hoofdzakelijk opgebouwd uit midden en grof zand, behorend tot de Formaties van Peize en Waalre. De tweede scheidende laag bevindt zich op circa 85 tot 96 m-mv en is hoofdzakelijk opgebouwd uit zandige klei behorend tot de Formatie van Waalre. 4.2. Geohydrologie Naar verwachting stoomt het freatisch grondwater in noordwestelijke richting in de richting van het Merwedekanaal en de Lek. Overige nabijgelegen oppervlaktewateren kunnen invloed uitoefenen op de grondwaterstroming. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens (gedempte sloten in de omgeving, voormalige boomgaard en een betonpad) wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Met betrekking tot de waterbodem uit de watergang is uitgegaan van verspreidbare waterbodem. Wel dient rekening te worden gehouden met het voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB) in de slootbodem.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategie diverse onderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Voor de algemene bodemkwaliteit wordt uitgegaan van de NEN 5740/A1, voor een diffuse nietlijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 500 m2. Algemene kwaliteit Ten behoeve van de algemene bodemkwaliteit worden de grond- en grondwatermonster(s) geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Gedempte sloot Ter plaatse van de nieuwbouwlocatie zijn geen sloten aanwezig, zover als bekend. In de omgeving zijn wel gedempte sloten aanwezig. Derhalve zal ter verificatie van een mogelijk gedempte sloot, toch een dwarsraai van drie boringen tot circa 2,0 m-mv geplaatst. Hiervoor is vooralsnog geen aanvullende analyse op standaard NEN-pakket voor opgenomen. Teeltlaag Vanwege de voormalige aanwezigheid van een boomgaard dient de (oorspronkelijke) teeltlaag aanvullend te worden onderzocht op bestrijdingsmiddelen (OCB). Aanvullend op de analyses die worden uitgevoerd ten behoeve van de algemene bodemkwaliteit, wordt één mengmonster van de teeltlaag geanalyseerd op OCB. Verkennend waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie beschreven in de NEN 5720/A1:2014, onderzoeksstrategie voor een overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN).
Hierbij wordt uitgegaan van 1 afzonderlijke watergang met een maximale lengte van 500 meter per watergang. Het waterbodemmonster dient geanalyseerd te worden op een standaard waterbodempakket, aangevuld met OCB (C2-pakket). 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen/certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: EC-SIK20250 geldig tot 20-06-2019, afgegeven door Normec Certification). De werkzaamheden worden door een ervaren en geregistreerde medewerker uitgevoerd conform de geldende NEN/NPRnormen en de BRL SIKB 2000 (versie 5), protocol 2001: het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 3.2), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 4) en protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 2.2). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. De peilbuis is na een standtijd van minimaal één week, bemonsterd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor en een zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm).
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
10 In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
Gecertificeerde medewerker(s)
30 november 2018
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
7 december 2018
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 3.2) 2003 (v. 2.2) 2002 (v. 4)
Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie zijn in totaal 5 boringen (B01 t/m B05) geplaatst. Hierbij is boring B02 schuin onder het betonpad geplaatst om te verifiëren of sprake is van een puinlaag. Ter verificatie van een mogelijke gedempte sloot is een dwarsraai B04A t/m B04C geplaatst. De boring PB03 is afgewerkt met een peilbuis conform NEN 5740. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. De teeltlaag is afzonderlijk bemonsterd in verband met het teeltlaagonderzoek. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Ca 1,0 m-mv B01, B02, B05
Ca. 2,0 m-mv B04A t/m B04C
Boringen/peilbuizen Peilbuis (filterstelling m-mv) PB03 (2,00 – 3,00)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB03 is na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen op 7 december 2018 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennend waterbodemonderzoek Ten behoeve van het waterbodemonderzoek zijn tien grepen (G01 t/m G10), evenredig verdeeld over de watergangen, van de waterbodem genomen. Van de waterbodem worden per 10 grepen mengmonsters ingezet op een standaard waterbodempakket aangevuld met OCB en daaruit volgend is één mengmonster ingezet ter analyse. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuis en grepen zijn opgenomen in bijlage 2.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit.
In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
12 Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden.
Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen.
In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
13
7.2. Waterbodem De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden voor zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving van bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.
De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden voor zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving van bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.
Toepassen van baggerspecie op de bodem (T.1) Voor het toepassen van baggerspecie op de bodem volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de waarde voor wonen en de waarde voor industrie zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast op de bodem, worden de resultaten getoetst als grond.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
14 Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als grond met de kwaliteit zoals deze in de onderstaande tabel is weergegeven. Tabel 7.1: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde)2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde Wonen Groter dan de WO-waarde en kleiner dan de waarde voor industrie (IND-waarde) Industrie Groter dan de IND-waarde en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.1: 1 De normen (AW, WO en IND) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd; - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd; - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd; - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd; - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
Het toepassen van baggerspecie op de bodem moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Toepassen van de baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam (T.3) Voor het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de maximale waarde kwaliteitsklasse A en de maximale waarde kwaliteitsklasse B zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast onder water, worden de resultaten getoetst als baggerspecie. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie met de kwaliteit zoals deze in de onderstaande tabel is weergegeven.
Tabel 7.2: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau 1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A Klasse A Groter dan de maximale kwaliteitsklasse A en kleiner dan de maximale Klasse B kwaliteitsklasse B Groter dan de maximale kwaliteitsklasse B en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.2: 1 De normen (AW, kwaliteitsklasse A en B) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde) geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
15 Het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5) Voor het verspreiden van baggerspecie over het aan de watergang grenzend perceel, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen, worden de meetwaarden getoetst aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Naast deze individuele maximale waarden wordt er voor een aantal metalen en voor een aantal organische stoffen een msPAF toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen) uitgevoerd. De msPAF toets is een methode om ecologische risico’s te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk (combinatie toxicologie). De msPAF waarde wordt berekend waarbij de resultaten als percentage worden weergegeven. De maximale percentages waaraan moet worden voldaan zijn weergegeven in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast mogen de individuele stoffen waarmee de msPAF toets wordt uitgevoerd de interventiewaarde zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 niet overschrijden.
Voor parameters die niet in de msPAF toetst worden meegenomen en waar geen maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zijn vastgesteld, moeten worden getoetst aan de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie die wel of niet verspreidbaar is over het aangrenzend perceel. Indien de partij verspreidbaar is over het aangrenzend perceel hoeft er niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daarnaast is het verspreiden niet meldingsplichtig.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
16
8.
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot een diepte van circa 0,5 m-mv uit matig humeuze en sterk zandige klei. Van 0,5-0,8 m-mv bestaat de bodem uit zwak humeuze klei. Veen is aangetroffen van 0,8-2,20 m-mv met daaronder van 2,20-3,0 m-mv siltige klei. Ter plaatse van boring B01, B02, PB03 en B04 zijn sporen baksteen aangetroffen. Het betreft enkel definieerbaar baksteen en geen puin en/of andersoortig ondefinieerbaar bodemvreemd materiaal. Conform de NEN 5707 (blz. 77) is baksteenhoudende grond definieerbaar en onverdacht op het voorkomen van asbest. Daarnaast zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door een 2018-erkend veldwerker, die op basis van kennis en ervaring in staat is om te beoordelen of bodemvreemde bijmengingen met baksteen wel of niet asbestverdacht zijn. Zintuiglijk zijn daarbij geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) waargenomen. Verder blijkt uit bestudering van historisch kaartmateriaal dat de bebouwing stampt uit het tijdperk voordat asbest werd toegepast (1875-1936). Een verkennend onderzoek naar asbest is niet noodzakelijk. De bodemopbouw ter plaatse van boring B02, welke gesitueerd is schuin onder het betonpad, is vergelijkbaar met de overige aangetroffen bodemopbouw op de onderzoekslocatie.
De waterbodem ter plaatse van de watergang bevindt zich op circa 0,24 à 0,37 meter beneden de waterspiegel. De waterbodem bestaat uit een laag slib van circa 36 à 49 cm dik. De vaste waterbodem onder het slib bestaat uit mineraalarm veen. De veldmetingen (lengte, oppervlakte en berekende hoeveelheid slib) van het waterbodemonderzoek zijn weergeven in tabel 8.3 van paragraaf 8.2. Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen in de fractie groter dan 20 mm en/of overige waarnemingen gedaan, zoals olie-water reacties, die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Op basis hiervan is het definitief niet noodzakelijk om een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 uit te voeren. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en resultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en waterbodem). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond en waterbodem zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.
De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en waterbodem zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De waterbodem wordt getoetst aan de T.1, T.3 en T.5 volgens de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de waterbodem is opgenomen als bijlage 6.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
17 Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de grond(meng)monsters samengesteld. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.1 weergegeven. Tabel 8.1: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen baksteen M02 MM03
MM04
Bovengrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, veen Zintuiglijk: -
(oorspronkelijke) Teeltlaag MMOCB01 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: sporen baksteen
Traject (m -mv)
Boring / peilbuis
Analysepakket > AW < I
Resultaten >I
0,00 - 0,50 B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) PB03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 B05 (0,00 - 0,50)
NEN, L en H
Pb, Mo
-
NEN, L en H
Cu, Hg, Pb, Mo
-
0,50 - 1,00 B01 (0,50 - 0,80) B02 (0,50 - 0,80) PB03 (0,50 - 1,00) B04 (0,50 - 0,80) 0,80 - 2,00 B04 (0,80 - 1,30) B05 (0,80 - 1,00) PB03 (1,50 - 2,00)
NEN, L en H
Cu, Hg, Mo
-
NEN, L en H
Cu, Mo, Ni
-
0,50 - 0,80 B01 (0,00 - 0,30) PB03 (0,00 - 0,30) B04 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; L en H Lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; * Gestandaardiseerde meetwaarde overschrijdt de index van 0,5; # Gestandaardiseerde meetwaarde benadert de index van 0,5; Niets aangetroffen/waargenomen.
Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten is in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
GWS (m -mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
Resultaten >S<I >I Ba, Naftaleen -
PB03 2,00 - 3,00 0,51 6,75 1156 13,4 NEN Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit peilbuis PB03 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (0 en 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen met een voldoende laag debiet (≤ 0,5 l/min) afgepompt, zodat het waterniveau in de peilbuis maximaal 50 centimeter is gedaald. Tevens is er rekening mee gehouden dat het waterniveau niet verder is gedaald dan de bovenzijde van het filterdeel (niet belucht). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
18 Waterbodem Van de watergang zijn drie dwarsprofielen gemeten welke representatief zijn voor het gehele onderzochte traject. In totaal zijn van het slib/waterbodem tien grepen genomen, waarvan in het laboratorium één mengmonsters (MMWB01) is samengesteld. In tabel 8.3 zijn de veldmetingen verwerkt. In tabel 8.4 is een overzicht weergegeven van de resultaten. Tabel 8.3: Veldmetingen waterbodem Materiaal Profiel Watergang (G01-G10) Slib (G02) A-A’ Slib (G05) B-B’ Slib (G09) C-C’
Lengte (m)
Oppervlakte dwarsprofiel (m2)
Hoeveelheid (m3)
23,70 24,54 24,63
0,81 0,64 0,54
± 50
De doorsneden van de waterbodem zijn opgenomen in de bijlage 2b. Tabel 8.4: Samenstelling en analyseresultaten waterbodem Monstercode
Monstersamenstelling
Traject (m-ws)
Type
MMWB01 G01 t/m G10 0,24-0,79 Slib Toelichting bij de tabel: m-ws meters minus bovenkant waterspiegel
8.3.
Toepassen op de bodem (T1)
Toetsingsresultaten Toepassen in zoet oppervlaktewater (T3)
Klasse industrie
Klasse B
Verspreiden aangrenzend perceel (T5) Verspreidbaar
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit In het mengmonster van de sporen baksteen bovengrond (MM01, klei) zijn licht verhoogde gehalten van lood en molybdeen aangetoond. De gehaltes overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het monster van de zintuiglijk schone bovengrond (M02, klei) zijn licht verhoogd gehalten voor koper, kwik, lood en molybdeen aangetoond. De gehaltes overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM03, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor koper, kwik, molybdeen en PCB aangetoond. De gehaltes overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM04, veen) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel, molybdeen en koper aangetoond. De gehaltes overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden.
Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
19 Teeltlaag In het mengmonster MMOCB01 van de zintuiglijk schone (oorspronkelijke) teeltlaag (klei, 0,5-1,0 m-mv) zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit de peilbuis PB03 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en naftaleen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Het aangetoonde gehalte barium benaderd de indexwaarde, maar is waarschijnlijk een verhoogd natuurlijk voorkomend gehalte. Voor de overige geanalyseerde parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de streefwaarden. Waterbodem Op basis van de uitgevoerde metingen tijdens de veldwerkzaamheden kan worden geconcludeerd dat in de watergangen totaal circa 50 m3 baggerspecie aanwezig is. Uit de toetsing van de analyseresultaten van het waterbodemmonster (MMWB01, 0,24 - 0,79 m-ws) kan worden geconcludeerd dat de baggerspecie als klasse “Industrie” toepasbaar is op de bodem en als klasse “B” in zoet oppervlaktewater. Tevens is de baggerspecie als “Verspreidbaar” geclassificeerd voor aangrenzende percelen.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
20
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELING 9.1.
Conclusie verkennend (water)bodemonderzoek
Algemene bodemkwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden verworpen. In de grond en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Aangezien de index van 0,5 niet wordt overschreden, is geen nader bodemonderzoek noodzakelijk. Zintuiglijk en/of analytisch zijn tevens geen verontreinigingen aangetroffen die duiden op een ernstige bodemverontreiniging vanuit de aandachtspunten (gedempte sloot en boomgaard). Vanuit het onderzoek bestaat geen aanleiding tot het verwachten van een gedempte sloot op de locatie. Waterbodem Voor de waterbodem werd uitgegaan van verspreidbare waterbodem. Op basis van de resultaten blijkt dat het vrijkomend slib kan worden verspreid op het aangrenzende perceel. Tevens kan worden geconcludeerd dat de baggerspecie als klasse “Industrie” toepasbaar is op de bodem en als klasse “B” in zoet oppervlaktewater. Op basis van de uitgevoerde metingen tijdens de veldwerkzaamheden kan worden geconcludeerd dat in de watergang totaal circa 50 m3 baggerspecie aanwezig is. 9.2.
Algehele conclusie en aanbeveling Met het uitgevoerde verkennend (water)bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van kadastraal perceel C 146 te Hei- en Boeicop in voldoende mate vastgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen nieuwbouw. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Vanuit de QuickScan flora en fauna blijkt dat nader flora en fauna onderzoek in voorjaar/zomer noodzakelijk is vanwege de mogelijke aanwezigheid van zwaar beschermde amfibiesoorten ter plaatse van de watergang.
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
21
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, norm Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5717, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5720/A1:2014, Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische van waterbodem en baggerspecie. 5. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen 1973. Bodemkaart van Nederland (44 Oost). 6. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Verkennend (water)bodemonderzoek, Hei- en Boeicopseweg ong. te Hei- en Boeicop Rapportnr.: B18.7270 versie: 1.0 datum: 17 december 2018
Bijlagen
Bijlage 1
Bijlage 1
Tekening: B18.7270
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0 1
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
50
Klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
OCB 2
0
0 1
-50
50
3 -100
-80
Veen, sterk kleiïg, neutraalbruin, Edelmanboor
3 -100
100
Boring:
PB03
Boring:
B04
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0 1
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
50
Klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
OCB 2
0
0 1
Veen, sterk kleiïg, neutraalbruin, Edelmanboor
150
Klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
OCB 2
100
150
Veen, sterk kleiïg, neutraalbruin, Edelmanboor 3
4
4 5 200
200
-230
-250
Klei, matig siltig, sporen hout, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Klei, sterk siltig, sporen hout, neutraalgrijs, Edelmanboor
300
Projectcode: B18.7270 getekend volgens NEN 5104
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
50
3
250
Veen, sterk kleiïg, neutraalbruin, Edelmanboor
-80
-100
100
Klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
OCB 2
-80
100
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, neutraalbruin, Edelmanboor
-300
-200
Bijlage 3
Boring:
B05
Boring:
G01
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0
gras Klei, sterk zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
0
0
waterbodem Zuigerboor
1 -37 -50
50
Klei, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
OCB 2
50
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 1 -74
-80
3 -100
100
Veen, sterk kleiïg, neutraalbruin, Edelmanboor
Veen, mineraalarm, Zuigerboor -100
100
Boring:
G02
Boring:
G03
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0
waterbodem Zuigerboor
0
0
-24
-25
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
waterbodem Zuigerboor
1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
1 -67
-73
Veen, mineraalarm, Zuigerboor
Veen, mineraalarm, Zuigerboor 100
Projectcode: B18.7270 getekend volgens NEN 5104
-100
100
-100
Bijlage 3
Boring:
G04
Boring:
G05
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0
waterbodem Zuigerboor
0
0
-25
-29
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
waterbodem Zuigerboor
1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
-61
1
Veen, mineraalarm, Zuigerboor
-74
Veen, mineraalarm, Zuigerboor -100
100
-100
100
Boring:
G06
Boring:
G07
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0
waterbodem Zuigerboor
0
0
-25
-30
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
1 -69
-71
Veen, mineraalarm, Zuigerboor
Veen, mineraalarm, Zuigerboor 100
Projectcode: B18.7270 getekend volgens NEN 5104
-100
waterbodem Zuigerboor
100
-100
Bijlage 3
Boring:
G08
Boring:
G09
Datum:
30-11-2018
Datum:
30-11-2018
0
0
waterbodem Zuigerboor
0
0
waterbodem Zuigerboor
-28 -34
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
1
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
-72
1 -73
Veen, mineraalarm, Zuigerboor -100
100
Boring:
G10
Datum:
30-11-2018
0
0
100
waterbodem Zuigerboor
-31
Slib, donkergrijs, Zuigerboor 50
1 -79
Veen, mineraalarm, Zuigerboor 100
Projectcode: B18.7270 getekend volgens NEN 5104
-100
Veen, mineraalarm, Zuigerboor -100
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage 4
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV M. van Mol Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer