Bijlage 1 Doorlichting en Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam.pdf
Tekst van het document
●
Werkprocessen Wat zijn de belangrijkste werkprocessen in de organisatie? Welke daarvan zijn beschreven, welke niet? Welke werkprocessen gelden specifiek voor de glasblazerij, welke voor het museum, welke voor de winkel?
58/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Gevraagd: aanbeveling over hoe de werkprocessen te beschrijven. ●
Bedrijfscultuur en communicatie Bestaan er verschillen in bedrijfscultuur tussen museum, glasblazerij en winkel? Hoe verloopt de interne communicatie en de informatieverstrekking? Gevraagd: aanbeveling over hoe om te gaan met de huidige bedrijfscultuur en de interne communicatie.
●
Personeelsbeleid Wat is het personeelsbeleid dat de afgelopen jaren is gevoerd? Wat betreft de vaste medewerkers, gaat het onder meer om functionerings- en beoordelingsgesprekken, contracten, salaris(opbouw) en arbeidsvoorwaarden. Wat is de positie van de zzp’ers: inkomen, arbeidsvoorwaarden, verhouding tot kunstenaarschap (voor wat betreft de glasblazers)? Wat is het huidige beleid ten aanzien van vrijwilligers en hoe is het georganiseerd? Wat gaat goed, wat zou beter kunnen? Gevraagd: aanbeveling over het te voeren personeelsbeleid, het beleid ten aanzien van freelancers en het vrijwilligersbeleid.
●
Huisvesting Wat zijn de voor- en nadelen van de gescheiden huisvesting van museum en glasblazerij? Hoe zit de huidige financiering van de huisvesting in elkaar en wat zou daar eventueel aan kunnen en moeten veranderen? Gevraagd: advies over de huisvesting en over de financiering daarvan.
Financiële positie Wat is de financiële positie van de organisatie wat betreft eigen vermogen en exploitatie? Wat zijn de belangrijkste geldstromen waarop de organisatie drijft? Daarbij onderscheid maken tussen subsidies van het Ministerie van OCW en gemeente, subsidies voor projecten, bijdragen sponsoren en Glasgilde, entreegelden bezoekers, inkomsten uit winkelverkoop, stoelverhuur, workshops et cetera. Hoe is de verdeling van deze geldstromen over museum en glasblazerij? Hoe is de verdeling van deze geldstromen over projecten en exploitatie? Wat is de huidige positie van het NGM in de markt? Wat zijn trends en ontwikkelingen? Wat kan de toekomstige marktpositie zijn? Gevraagd: aanbeveling over het verbeteren van de financiële positie van de organisatie.
59/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Stakeholders Wat is de huidige en toekomstige rol en betekenis van de belangrijkste stakeholders met betrekking tot het NGM? Bijvoorbeeld Ministerie van OCW, gemeente Vijfheerenlanden en sponsoren. Gevraagd: aanbeveling over rol en betekenis van de belangrijkste sponsoren. Besturing Hoe verloopt de besturing van de organisatie met een RvT en een directeur-bestuurder? Wat voor soort besturing vraagt dit type organisatie? Wat zijn mogelijk andere besturingsmodellen passend bij dit type organisatie? Gevraagd: aanbeveling over de besturing van de organisatie. Toekomstbestendig NGM De resultaten van het onderzoek kunnen worden samengevat in de beantwoording van de volgende vragen: ● Wat is er nodig c.q. gewenst om tot een toekomstbestendig NGM te komen? ● Wat zijn de kernwaarden en kernkwaliteiten van het NGM en wat is haar toekomstbelofte? ● Wat zijn missie, visie en doelstellingen van het NGM? ● Wat betekent dat voor de organisatie, bedrijfsvoering, huisvesting, financiering en besturing van het NGM?
60/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bijlage 2
Geïnterviewde personen
Wij hebben gesprekken gevoerd met de volgende functionarissen: Naam
Organisatie
Functie
Individuele gesprekken Mevrouw S. Boterkooper
NGM
hoofd Bedrijfsvoering
Mevrouw H. Besançon
NGM
conservator
De heer G. Bullée
NGM
coördinator glasblazerij, meesterglasblazer
De heer L. Geurtz
NGM
marketeer, verantwoordelijk voor communicatie en marketing
Mevrouw C. Röben
NGM
coördinator vrijwilligers
Mevrouw M. van Zandwijk
NGM
glasblazer
De heer L. Huberts
Gemeente
concerncontroller
Groepsgesprekken De dames C. Damme, C. Koppert, B. van Tol, M. Swinkels, M. Klep
NGM
floormanagers
De heren R. van Splunder, H. van Sijll, J. Borghouts en de dames P. Bentvelsen en N. Nieuwenhuis
NGM
vrijwilligers en coördinator
De dames H. Besançon en B. van Tol en de heren G. Bullée en L. Geurtz
NGM
conservator, floormanager met verantwoordelijkheid voor winkel, coördinator glasblazerij, medewerker marketing en PR
Mevrouw S. Roefs en de heer V. Oedai
OCW
contactpersoon resp. voormalig contactpersoon voor NGM
De heren C.Taal en D. Admiraal
Gemeente
wethouder toerisme en recreatie resp. beleidsadviseur kunst en cultuur
61/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bijlage 3
Geschiedenis museum
In deze bijlage geven wij een korte historische opsomming van relevante gebeurtenissen. 1924-1927: fabriekscollectie De geschiedenis van het NGM is onlosmakelijk verbonden met de Glasfabriek Leerdam. De collectie van het NGM vindt haar oorsprong in de ‘fabriekscollectie’ van deze fabriek. Omstreeks 1924-1925 begint de toenmalige directeur P.M. Cochius met het aanleggen van een bescheiden collectie glas. De doelstelling was toen om te komen tot een toonzaal waar mooie voorbeelden van kunstnijverheid te zien zouden zijn voor personeel van de fabriek en bezoekers van de toonkamer van de fabriek. 1928-1953: concreet plan tot oprichten museum en uitstel oprichting Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de glasfabriek in 1928 wordt dit plan geconcretiseerd en ontvangt de fabriek een som geld van het waterleidingbedrijf om te komen tot een ‘Glazen huis’. Een museum komt er echter nog niet. Economische problemen in de jaren erop leiden ertoe dat de oprichting van een museum wordt uitgesteld. In 1934 treedt Cochius af als directeur. De bescheiden fabriekscollectie blijft na het vertrek van Cochius behouden en wordt op bescheiden wijze bijgehouden en aangevuld. 1953-1957: oprichting fabrieksmuseum In 1953 wordt het 75-jarig bestaan van de Glasfabriek gevierd en opent het NGM zijn deuren. In 1957 wordt de Stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam opgericht.
Bij de opening van het NGM) krijgt het museum een aantal belangrijke schenkingen van binnen- en buitenlands glas. Deze schenkingen zijn afkomstig van particulieren, maar ook van een aantal Europese glasfabrieken. 1997-1998: collectie van cultureel belang en start Glascentrum in Houtloods Met ingang van 1 januari 1997 behoort het NGM tot de aangewezen musea, waarvan de collectie van nationaal of regionaal cultureel belang is. Verkrijgingen door deze musea zijn vrijgesteld van successie- en schenkingsrecht. In 1997 vindt in Leerdam de internationale manifestatie ‘Het Drinkglas’ plaats. In de Houtloods wordt een ‘tijdelijke’ glasstudio gecreëerd met twee werkplaatsen waar gedurende de zomer 40 glasblazers uit de hele wereld hun vakmanschap tonen. In februari 1998 besluit de gemeenteraad van Leerdam om het glasblazen in de Houtloods te hervatten. In juni 1998 wordt het Glascentrum Leerdam geopend.
62/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
2000: zelfstandig museum, los van de glasfabriek en aankoop villa In 2000 wordt het museum, na bijna 50 jaar gefunctioneerd te hebben als bedrijfsmuseum ‘onder de vleugels’ van de glasfabriek, verzelfstandigd. Het museum koopt in 2001 de villa van Cochius waarin de collectie al jarenlang is gehuisvest. Omstreeks 2000 verzelfstandigt de gemeente Leerdam het Glascentrum tot stichting Glascentrum Leerdam. De gemeente Leerdam blijft ook na de fusie de eigenaar van het vastgoed van het Glascentrum. 2002: aankoop fabriekscollectie In 2002 wordt de glascollectie van de voormalige glasfabriek Leerdam aangekocht met steun van de Mondriaan Stichting, de Vereniging Rembrandt en het Ministerie van OCW. Deze collectie wordt formeel verworven door het Rijk met als bestemming het NGM. Samen met het collectiedeel dat al in het bezit was van het NGM, is hierdoor een complete en samenhangende collectie ontstaan van één van Nederlands meest vooraanstaande kunstnijverheidsproducenten van de afgelopen eeuw: de Leerdamse glasfabriek. Onderdeel van de aankoop vormde de collectie van ontwerp- en werktekeningen van de glasfabriek. Deze tekeningen van uitgevoerde en niet uitgevoerde ontwerpen completeren het kunsthistorische beeld van de collectie. Het museum is hiermee in staat uit te groeien tot hét collectie- en kenniscentrum op het gebied van Nederlands glas van de afgelopen 125 jaar.
2005: rijkssubsidie voor onderhoud en exploitatie Sinds 2005 krijgt het museum subsidie van het Ministerie van OCW voor onderhoud van de collectie en de exploitatie van het museum. Het gaat om een jaarlijkse subsidie voor de periode van vier jaar in het kader van de Cultuurnota 2005-2008. 2007: fusie museum met Glascentrum Per 1 januari 2007 fuseert de stichting NGM Leerdam met de stichting Glascentrum Leerdam. Het Glascentrum wordt een aparte vestiging van het museum, met als naam De Glasblazerij. De nieuwe Stichting Nationaal Glasmuseum is eigenaar van het museumgebouw en de collectie voor zover die niet in eigendom is van het Rijk. Daarnaast wordt de Stichting Glas opgericht die de exploitant en de beheerder is van het museum en de glasblazerij en tevens de ontvanger van de jaarlijkse subsidies (van de gemeente en later ook van het Rijk).
63/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
2010: uitbreiding museumpand, geen uitbreiding rijkssubsidie In 2010 wordt het het pand aan de Lingedijk uitgebreid met een bestaande tweede villa en loopbruggen die beide panden verbinden. De rijkssubsidie wordt hierop niet aangepast. In de afgelopen zestig jaar zijn de diverse deelcollecties van het NGM uitgegroeid en versterkt door talloze aankopen, schenkingen en bruiklenen. 2013: museum valt onder de BIS-regeling Sinds 2013 valt het museum onder de BIS-regeling (Regeling Basisinfrastructuur) van het Ministerie van OCW, met als wettelijke grondslag de Wet op het specifiek cultuurbeleid (artikel 4a). Dit betekent dat het NGM een rijkssubsidie kan aanvragen bij het ministerie voor zijn publieksactiviteiten. Het ministerie vraagt de Raad voor Cultuur om een beoordeling van de aanvraag en besluit op basis van dat oordeel. 2016: structurele rijkssubsidies voor huisvesting en collectiebeheer Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. In deze wet zijn de normen vastgelegd voor het beheer van de rijkscollectie. Een aantal normen is uitgewerkt in de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen. De Erfgoedwet betekent een belangrijke verandering voor musea die delen van de rijkscollectie beheren waarvoor de minister van OCW verantwoordelijk is.
Kosten voor beheer en behoud zoals huisvesting, klimaatbeheer, beveiliging, restauratie en registratie worden voortaan structureel gefinancierd. Daarmee zijn deze musea voor subsidie voor het beheer niet meer afhankelijk van de vierjaarlijkse subsidiecyclus (die overigens tot 2016 niet van toepassing is op het NGM). Ook museale instellingen met een andere dan een rijkscollectie waarvan het beheer door de overheid werd gesubsidieerd, vallen voortaan onder de reikwijdte van de Erfgoedwet. Het gaat om zeven museale instellingen die hierdoor voor het eerst onder het toezicht van de Erfgoedinspectie vallen. Het NGM is een van deze instellingen. Het NGM is met ingang van 2016 als zodanig door de minister van OCW aangewezen bij brief. Het is vanaf dat jaar een instelling met een wettelijke taak, namelijk belast met de zorg voor het beheer van museale cultuurgoederen van de staat of andere cultuurgoederen (op grond van de Erfgoedwet, artikel 2.8). Vanaf 2016 ontvangt het NGM structurele subsidie voor huisvesting en een structurele subsidie voor collectiebeheer (op grond van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen).
64/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
De wettelijke normen voor het collectiebeheer richten zich op het voeren van een planmatig beleid, de registratie, het behoud, de veiligheidszorg en de administratieve organisatie met betrekking tot de collectie. Ook moet de toegankelijkheid voor het publiek worden bevorderd. Subsidie voor publieksactiviteiten (presentatie van de collecties) valt nog wel onder de BIS-regeling. De subsidiehoogte voor de presentatie wordt door het Ministerie van OCW vierjaarlijks vastgesteld, binnen een vastgesteld financieel kader en na advies van de Raad voor Cultuur. In 2016 dient het museum een subsidieaanvraag voor de kosten van presentatie bij het Ministerie van OCW in op basis van de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017-2020. De Raad voor Cultuur adviseert een subsidiebedrag toe te kennen van € 286.497 op voorwaarde dat het museum een nieuwe, sluitende, begroting indient met een daarop aangepast activiteitenplan. Het Ministerie van OCW neemt dit advies over. 2016: inspectie door Erfgoedinspectie en Plan van Aanpak NGM Voor de Erfgoedinspectie geven de Erfgoedwet en de normen voor het collectiebeheer die daarop zijn gebaseerd aanleiding om de zeven instellingen met een andere dan een rijkscollectie, waaronder het NGM, te inspecteren. Deze inspectieronde vindt plaats in de periode 1 juli 2016 - 1 juli 2017. De Erfgoedinspectie beschouwt deze inspecties als een nulmeting.
Naar aanleiding van de inspectie door de Erfgoedinspectie in 2016 biedt het NGM in hetzelfde jaar een Plan van Aanpak bij de inspectie. 2017: museum wordt dienst van algemeen economisch belang Nadat de gemeente al in 2009 een lening had verstrekt, verstrekt zij in 2017 een tweede lening. In het licht van de wet Markt en Overheid die inmiddels is ingegaan kan de gemeente dit alleen op rechtmatige doen door de gemeenteraad een besluit te laten nemen dat zij het NGM aanwijst als dienst van algemeen economisch belang. 2018: fusie eigenaar met exploitant Tot 2018 was er sprake van een juridische splitsing tussen het eigendom en de exploitatie van het museum. Het Ministerie van OCW heeft begin 2016 aangegeven dat deze constructie in het kader van de nieuw in te voeren Erfgoedwet tot praktische problemen zou leiden. Het wilde zijn subsidie voor de kosten van huisvesting en de exploitatie verstrekken aan één ontvanger. Met het Ministerie van OCW is afgesproken dat, wat betreft subsidiejaren 2017 en verder, de Stichting Nationaal Glasmuseum (als eigenaar van het museumgebouw en de collectie) de subsidieaanvragende entiteit zou worden.
65/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Op 8 november 2018 fuseren de Stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam (de verkrijgende stichting) en Stichting Glas (de verdwijnende stichting) en wel met terugwerkende kracht per 1 januari 2018. Beide stichtingen stellen over 2017 een geconsolideerde jaarrekening op. De exploitatie- en vermogenscijfers van het Nationaal Glasmuseum Leerdam die wij in dit rapport presenteren over 2017 zijn uiteindelijk ontleend aan die geconsolideerde jaarrekening. 2020: verbeterplan NGM Op 22 augustus 2019 vindt een monitorgesprek plaats tussen het Ministerie van OCW en het NGM. Tijdens dit gesprek wordt geconstateerd dat de financiële situatie van het NGM zorgwekkend is. Daarnaast wordt gesproken over de zorgen over de registratie van de collectie en de oordeelsonthouding van de accountant. OCW verlangt dat het museum een verbeterplan opstelt. Dit leidt tot een eerste conceptplan in december 2019 dat wordt besproken met OCW in januari 2020. Bij brief van 21 februari 2020 staat beschreven dat het NGM voor 1 april 2020 een plan opstelt met concrete en meetbare maatregelen. Dit leidt tot een definitief verbeterplan dat feitelijk wordt opgesteld door gemeente Vijfheerenlanden en wordt aangeboden aan OCW door het NGM.
66/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bijlage 4 Administratieve organisatie, registratie en interne controle Oordeelsonthouding accountant Bij zijn controle van de jaarrekeningen van het NGM besluit de externe accountant jaarlijks tot een oordeelsonthouding met betrekking tot de getrouwheid van de jaarrekening. Knelpunten in administratieve organisatie, registratie en interne controle Bij de jaarrekening 2019 specificeert de accountant de redenen van zijn oordeelsonthouding als volgt. ln de administratieve organisatie is onvoldoende technische functiescheiding aanwezig en ontbreken betrouwbare primaire registraties. Als gevolg hiervan is het voor hem niet mogelijk de vereiste zekerheid te verkrijgen over de volledigheid en nauwkeurigheid van: ● de post publieksinkomsten; ● de verantwoording van de werkelijke kostprijzen; ● de nauwkeurigheid, toerekening en waardering van de post voorraden gereed product en handelsgoederen. a. Technische functiescheiding De accountant constateert dat het museum weliswaar in 2019 is begonnen met het opstellen van beschrijvingen van interne processen, maar dat het geheel nog niet compleet is. Hij noemt bij wijze van voorbeeld de volgende drie werkprocessen waarvoor de functiescheiding nog niet of niet goed genoeg zijn vastgelegd: ● aankoop van kunstwerken; ● aannemen van giften; ● bepalen van verkoopprijzen.
Daarnaast noemt hij de beschrijving van interne controlemaatregelen (op deze functiescheiding). b. Primaire registraties De accountant benoemt de volgende problemen met registraties: ● de financiële administratie sluit niet aan op de verslaggevingsregels van het Ministerie van OCW en ook niet op de rapportage aan de RvT; ● de inventarisatie van voorraden is niet gebaseerd op een geautomatiseerd proces (via TicketTeam), maar gebeurt handmatig.
67/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Verbeteractiviteiten Inmiddels beschikt het NGM over uitgeschreven beschrijvingen voor de volgende administratieve werkprocessen. In de beschrijvingen komen de technische functiescheiding en de wijze van registreren waar nodig aan de orde. Het gaat om de volgende administratieve werkprocessen: Administratief proces
Deelproces
Inkoopproces
Begrotingen Betalingen en verplichting via vierogenbeleid
Verkoopproces
Winkel Workshop glasblazen op maandag Verhuur stoel Entree/arrangementen Mini-workshop Verkopen op factuur
Kassahandelingen
De kassa Kassa glasblazerij Kassa glasmuseum Verwerking dagopbrengst
Verwerking transacties per bank Verwerking kas Declaraties van onkosten personeel Facturering Salarisadministratie Registratie en bespreking bezoekersaantallen Registratie bezoeken website
68/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bijbehorend document
Algemene voorwaarden workshop Algemene voorwaarden verhuur stoel Opdrachtformulier verhuur stoel
Reserveringen Eigen productie glas
Bewaren Registreren Beprijzen Opdrachten van derden
Opdrachtformulier productie Algemene voorwaarden glasproductie in opdracht
Het hoofd Bedrijfsvoering gaat deze procesbeschrijvingen nog bespreken met de accountant en zo nodig verder verbeteren. Bij dat gesprek komen ook de procesbeschrijvingen aan de orde die nog ontbreken: ● aankoop van kunstwerken; ● aannemen van giften. Dan zal ook een traject nodig zijn van formele autorisatie, informeren van de RvT en afstemming met alle interne betrokkenen van de wijze van implementatie en periodieke controle. Verder wacht de verbetering van de registratie van de kassaverkopen voorraad nog op een aanpassing in de automatisering van het museum. De kantoorautomatisering van het museum verloopt nu nog via de Cloud van CAB holland. Hiermee heeft het museum een verwerkersovereenkomst. Het is de bedoeling dat de automatisering volledig gaat verlopen via de afdeling ICT van de Gemeente Vijfheerenlanden. De realisatie hiervan wacht op de overschakeling van de gemeente op Office. Dit moet in 2020 zijn beslag krijgen. Zodra dit is gebeurd, zal ook de verbinding tussen de kassa’s van het museum en de glasblazerij tot stand kunnen worden gebracht.
69/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bijlage 5 Financiële ontwikkelingen 2017 - 2020, feiten en analyse Deze bijlage geeft inzicht in de financiële ontwikkelingen van stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam vanaf 2017, in de vorm van een tabel. De financiële ontwikkelingen bestaan uit het verloop van de financiële exploitatie en het verloop van de vermogensbestanddelen. De tabel is gemaakt op basis van de jaarrekeningen 2017-2019 en de begroting 2020, zoals die eruitzag voor het begin van de coronacrisis. Het betreft de ontwikkeling van de financiële exploitatie in deze periode en die van het vermogen. In deze bijlage geven we eerst een toelichting op onze werkwijze bij het samenstellen van de tabel met de financiële ontwikkelingen 2017-2020, daarna volgt de tabel. Na de tabel analyseren we de ontwikkelingen door in te zoomen op de onderdelen van achtereenvolgens de exploitatie en het vermogen. Per onderdeel brengen we verdieping aan in het inzicht. Toelichting op wijze van presenteren financiële exploitatie We rekenen baten en lasten toe naar output Wij hebben de cijfers over de exploitatie op een aantal onderdelen, in overleg met het museum, anders gegroepeerd, met de bedoeling om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen over de jaren en de achterliggende factoren die deze ontwikkeling zouden kunnen verklaren. De andere wijze van presenteren van de exploitatiecijfers betreft:
1. Zoveel mogelijk indelen van baten en lasten naar de (maatschappelijke) output die wordt geleverd, met daarbij het tonen van de baten, lasten en saldo per ‘product’ dat wordt geleverd.
2. Kiezen van een indeling in ‘producten’ en een categorisering van baten en lasten per ‘product’ die de cijfers over alle jaren goed vergelijkbaar maakt.
3. Zoveel mogelijk onderscheiden van de ‘producten’ van het NGM, waarbij we de glasblazerij als geheel aanmerken als een van die ‘producten’. Voor deze herinrichting van exploitatiecijfers hebben wij naast de jaarrekeningen en de begroting 2020 gebruik kunnen maken van recente interne overzichten waarbij al veel baten en lasten waren toegedeeld naar ‘producten’ en uiteraard de deskundige begeleiding door het hoofd Bedrijfsvoering.
70/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Indeling van de exploitatiebaten en -lasten We delen de baten en lasten van het NGM als volgt in: Hoofdindeling
Indeling
Museum
5 producten: ● Collectiebeheer en onderzoek ● Presentatie ● Educatie ● Winkel museum ● Horeca museum
Niet toegerekende lasten: ● Personeelslasten museum ● Huisvestingslasten museum
Glasblazerij
N.v.t. (Is één ongedeeld product, inclusief winkel en horeca met toegerekende personeel- en huisvestingslasten)
Overhead van museum en glasblazerij samen
Twee soorten: ● Vrij te besteden bedragen van derden ● Lasten van overheaddiensten
Exploitatiesaldo voor subsidies
N.v.t.
Subsidies van Rijk en gemeente
Vier soorten: ● Rijk, structureel ● Rijk, incidenteel ● Gemeente, structureel ● Gemeente, incidenteel
Exploitatiesaldo na subsidies
N.v.t.
Toelichting op al dan niet toegerekende baten en lasten We rekenen alle baten en lasten zoveel mogelijk toe aan aan het onderdeel Museum en het onderdeel Glasblazerij. Maar hierbij maken we de volgende kanttekeningen. ● Museum Binnen het onderdeel Museum rekenen we de baten en lasten zoveel mogelijk toe naar de onderscheiden output-’producten’, maar dat hebben we niet gedaan met de personeelslasten en de huisvestingslasten. De personeelslasten zouden we graag hebben toegedeeld naar de verschillende ‘producten’ van het museum, maar daarvoor beschikten we over te weinig informatie.
71/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
De huisvestingslasten hebben we bewust niet toegerekend aan de ‘producten’ van het museum omdat dat niet zou leiden tot een beter inzicht. ●
Glasblazerij De personeelslasten en de huisvestingslasten van de glasblazerij hebben wij wel toegerekend aan het onderdeel Glasblazerij.
●
Overhead van museum en glasblazerij samen Bij de overhead gaat het om baten en lasten die nauw samenhangen met het NGM als geheel, los van de bestedingsrichting daarbinnen. Het gaat om: baten uit sponsoring en donaties, dus inkomsten (niet zijnde subsidies) zonder oormerk en lasten van overheaddiensten, ook wel backofficeactiviteiten te noemen.
De overheaddiensten onderscheiden we naar: ● personele lasten van het personeel van de backoffice: directie, bedrijfsvoering, vrijwilligerscoördinatie, schoonmaak, pr en marketing en reserveringen; ● de materiële lasten van pr en marketing en de overige materiële kantoorlasten. We presenteren de subsidie van het Rijk en gemeente in relatie tot het exploitatiesaldo Een bijzondere categorie van overhead-baten wordt gevormd door de subsidies van het Rijk en de gemeente Vijfheerenlanden. Deze baten presenteren we als een afzonderlijke groep van baten, onderaan in het exploitatieoverzicht. We tonen achtereenvolgens het exploitatiesaldo vóór subsidies, de ontvangen subsidie en het exploitatiesaldo na subsidies. Op deze wijze wordt inzichtelijk wat de bijdrage van de subsidies is in het totale exploitatieresultaat. Wij hebben ook de incidentele subsidies van het Rijk en de gemeente hierbij opgenomen, die in alle gevallen zijn verstrekt met een bepaald bestedingsdoel. Er zou veel voor te zeggen zijn om deze incidentele subsidies die toe te rekenen aan de ‘producten’ en lastensoorten waartoe ze zijn verstrekt (tentoonstellingen, niet toegerekende personeelslasten en personeel overheaddiensten). We hebben dat gedaan om helder zicht te krijgen op het totaal van de bijdragen van deze overheden aan het NGM.
De incidentele subsidies die zijn verstrekt door andere gemeenten dan de gemeente Vijfheerenlanden en door regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten hebben we toegerekend aan de baten van het desbetreffende bestedingsdoel.
72/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Exploitatiesaldi sluiten niet helemaal aan bij die volgens de jaarrekeningen De exploitatiesaldi volgens onze opzet sluiten niet helemaal aan bij de saldo volgens de jaarrekeningen en de begroting 2020. Dat geldt met name voor het jaar 2018 en in mindere mate voor het jaar 2019. Dat komt omdat de conversie van baten en lasten naar het outputmodel op onderdelen heeft plaatsgevonden op basis van benadering. Om die reden is hebben wij een regel ‘Afondingsverschillen’ toegevoegd. De indeling van de bedragen voor het jaar 2017 is vergelijkbaar gemaakt met die van de jaren erna. In 2017 waren de stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam en de stichting Glas nog niet gefuseerd en was er geen geconsolideerde jaarrekening. Na de exploitatiecijfers tonen we het vermogen Het vermogen van het NGM bestaat uit eigen en vreemd vermogen. Het eigen vermogen bestaat formeel uit uit de volgende onderdelen: stichtingskapitaal, algemene reserve, bestemmingsreserve Groot onderhoud, bestemmingsreserve Activiteitenplan, bestemmingsfonds CmK, bestemmingsfonds OCW en bestemmingsfonds OCW Collectiebeheer. Het vreemd vermogen bestaat uit een tweetal leningen die zijn verstrekt door de gemeente Vijfheerenlanden.
Overzicht Financiële ontwikkelingen 2017-2020 Onderstaande tabel geeft achtereenvolgens de ontwikkeling weer van de exploitatie en het vermogen: EXPLOITATIE NATIONAAL GLASMUSEUM LEERDAM Bedragen in euro's, exclusief btw die verrekenbaar is - is last, + is bate
Precoronabegroting
Jaarrekeningen 2017
2018
2019
2020
MUSEUM, baten en lasten toegerekend aan outputproducten
Collectiebeheer en onderzoek Baten: a. Bijdragen van derden in onderzoek
4.700
5.000
Materiële lasten: a. Onderhoud
-8.867
b. Aankopen
-3.639
73/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
-10.500
c. Collectieverzekering
-8.374
d. Overige collectiekosten Totaal materiële lasten collectiebeheer en onderzoek (1)
-5.560
-5.560
-6.000
-122 -3.674
-5.682
-13.066
-16.500
a. Entreebaten museum
129.149
137.140
130.008
124.900
b. Bijdragen van derden voor tentoonstellingen
278.141
117.350
132.088
120.000
-361.327
-172.728
-157.909
-185.000
45.963
81.762
104.187
59.900
137.630
109.120
115.655
10.000
21.389
0
-119.444
-10.000
b. Erfgoedspoor
-37.288
0
c. Algemene kosten educatie
-5.067
-10.000
Presentatie Baten:
Materiële lasten: a. Tentoonstellingen Saldo baten en materiële lasten presentatie (2)
Educatie Baten: a. Cultuureducatie met Kwaliteit b. Erfgoedspoor Materiële lasten: a. Cultuureducatie met Kwaliteit
Saldo baten en materiële lasten presentatie (3)
-113.602
-94.834
24.028
14.286
-24.755
-10.000
67.062
61.999
63.516
62.950
a. Materiële lasten winkel museum
-32.321
-41.065
-33.867
-33.000
Saldo van baten en materiële lasten winkel museum (4)
34.741
20.934
29.649
29.950
Winkel Museum Baten: a. Baten winkel museum Lasten:
Horeca Museum Baten:
74/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
a. Baten horeca museum
6.300
6.300
6.300
6.300
Totaal baten horeca museum (5)
6.300
6.300
6.300
6.300
107.358
117.600
102.315
69.650
a. Personeelslasten museum
-78.698
-108.458
-98.894
-138.409
b. Huisvestingslasten museum
-208.054
-183.199
-171.142
-166.686
Totaal lasten museum niet toegerekend aan outputproducten (6)
-286.752
-291.657
-270.036
-305.095
MUSEUM, saldo van alle baten en lasten outputproducten =(1)+(2)+(3)+(4)+(5)+(6)
-179.394
-174.057
-167.721
-235.445
a. Entreebaten glasblazerij
192.822
183.899
182.978
191.100
b. Baten uit winkel glasblazerij
174.163
170.374
170.066
171.600
c. Baten uit verhuur stoel
42.074
58.192
40.207
42.000
d. Baten uit workshops glasblazerij
16.288
15.210
17.293
18.000
e. Baten uit horeca glasblazerij
13.500
13.500
13.500
13.500
f. Baten uit bijdragen van derden in opleiding voor glasblazers
8.014
8.014
a. Toegerekende personeelslasten glasblazerij
-231.193
-255.819
-285.524
-255.412
b. Huisvestingslasten glasblazerij
-22.750
-22.335
-23.202
-25.579
c. Energiekosten glasblazen
-34.692
-43.554
-49.079
-52.746
d. Overige grondstoffen glasblazen
-38.626
-39.535
-36.968
-33.500
e. Bedrijfsmiddelen glasblazerij
-33.446
-16.822
-15.131
-17.500
MUSEUM, saldo van baten en lasten toegerekend aan outputproducten = (1)+(2)+(3)+(4)+(5)
MUSEUM, niet toegerekende lasten
GLASBLAZERIJ, alle baten en lasten outputproducten
Activiteiten Glasblazerij Baten:
Lasten:
75/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
f. Materiële lasten winkel glasblazerij
-26.089
-38.343
-12.777
-16.500
Saldo van alle baten en lasten outputproducten Glasblazerij (7)
60.065
32.781
1.363
34.963
a. Sponsoring en donaties
10.365
19.667
19.340
23.100
Totaal vrij te besteden bijdragen van derden (8)
10.365
19.667
19.340
23.100
a. Personeelslasten
-288.423
-277.086
-313.932
-322.042
b. Materiële lasten pr en marketing
-37.640
-36.863
-13.039
-35.000
c. Materiële kantoorlasten
-62.428
-92.457
-82.559
-82.925
Totaal lasten van overheaddiensten (9)
-388.491
-406.406
-409.530
-439.967
EXPLOITATIESALDO MUSEUM + GLASBLAZERIJ voor exploitatiesubsidies =(1)+(2)+(3)+(4)+(5)+(6)+(7)+(8)+(9)
-497.455
-528.015
-556.548
-617.349
453.701
464.375
477.417
477.417
OVERHEAD MUSEUM EN GLASBLAZERIJ
Vrij te besteden bijdragen van derden (overhead-baten) Baten:
Lasten van overheaddiensten (overheadlasten)
EXPLOITATIESUBSIDIES MUSEUM + GLASBLAZERIJ
Baten uit subsidies Rijk en gemeente a. Structurele subsidie Rijk (OCW) b. Incidentele subsidie Rijk (OCW)
5.000
b. Structurele subsidie gemeente Vijfheerenl.
63.536
65.180
62.016
62.000
c. Incidentele subsidie gemeente Vijfheerenl.
76.000
7.060
28.966
80.000
593.237
536.615
573.399
619.417
Totaal baten uit subsidies Rijk en gemeenten (10)
76/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
EXPLOITATIESALDO MUSEUM + GLASBLAZERIJ na exploitatiesubsidies =(1)+(2)+(3)+(4)+(5)+(6)+(7)+(8)+(9) +(10) Afrondingsverschillen bij vertaling naar outputproducten en overheadsoorten Werkelijk exploitatieresultaat volgens jaarrekening/begroting over het jaar zelf
VERMOGENSPOSITIE NATIONAAL GLASMUSEUM LEERDAM
95.782
8.600
16.851
2.068
-1
-8.237
-51
-1
95.781
363
16.800
2.067
Eind 2017
Eind 2018
Eind 2019
Bedragen in euro's; - betekent negatief vermogen
Eigen vermogen
-423.386
-431.620
-414.819
Lening verstrekt door gemeente Leerdam in 2009
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Lening verstrekt door gemeente Leerdam in 2017
1.783.929
1.742.928
1.688.129
Totaal leningen verstrekt door gemeente Leerdam
2.783.929 2.742.928 2.688.129
Langlopende schulden (vreemd vermogen)
De onderdelen van de exploitatie nader bezien Hieronder gaan we nader in op de exploitatie in de periode 2017 tot en met 2019. We volgen hierbij in beginsel de volgorde van de items uit het overzicht Financiële ontwikkelingen 2017-2020, maar niet helemaal. Soms voegen we items bij elkaar om aanvullende inzichten te genereren en soms kiezen we hieronder, mede daarom, een andere volgorde. Openingstijden, bezoeken en entreebaten museum + glasblazerij ● De openingstijden van museum en glasblazerij zijn: dinsdag tot en met zaterdag 10.00-17:00 uur, zondag 12:00-17:00 uur, samen 40 uur per week. ● De bezoeken, toegangsprijzen en entreebaten zijn als volgt:
77/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Bezoeken (museum + glasblazerij)
2017
2018
2019
Totaal bezoeken (volgens jaarrekeningen), waarvan:
59.100
56.898
56.921
-- betaald
54.188
53.786
52.954
-- leerlingen onderwijs
8.358
6.156
5.774
Totaal bezoeken (volgens bestanden verkoopmanager), waarvan:
59.100
55.134
56.921
-- museum
24.951 (42%)
25.251 (46%)
24.864 (44%)
-- glasblazerij
34.149 (58%)
29.883 (54%)
32.057 (56%)
Specificatie bezoeken 2019 naar herkomst bezoeker
Museum Aandeel in Totaal herkomstregistratie
Glasblazerij
Aandeel in totaal buitenland en NL
Aandeel in Totaal herkomstregistratie
Aandeel in totaal buitenland en NL
Buitenland
2%
2,5%
1%
2,2%
Nederland (NL)
81%
97,5%
51%
97,8%
Onbekend
17%
48%
Totaal herkomstregistratie
100%
100%
Toegangsprijzen 2020, in euro's
Glasblazerij
Museum
Volwassenen 0 t/m 17 jaar, Museumkaart
Combikaart
10
9
16
Gratis
Gratis
Gratis
9
8
14
CJP en groepen vanaf 20 p Jaarabonnement
45
Entreegelden (museum + glasblazerij)
2017
2018
2019
Museum
129.149
137.140
130.008
Glasblazerij
192.822
183.899
182.978
Totaal
321.971
321.039
312.986
Totaal per bezoek (betaald en onbetaald)
5,45
5,64
5,50
Totaal per betaald bezoek
5,94
5,97
5,91
78/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
De entreegelden per betaald bezoek bedragen voor het NGM in 2018 € 5,82. Voor de referentiegroep van rijksmusea gaat hem € 5,01 (Bron: Museana). Museum: Collectiebeheer en onderzoek ● De materiële lasten voor collectiebeheer zijn zeer beperkt van omvang (gemiddeld nog geen € 7.500 per jaar, inclusief onderzoek en aankopen). ● De inzet van personeel dat direct toerekenbaar is aan het collectiebeheer is met ingang van 1 oktober 2020 (indiensttreding nieuwe junior-conservator) 2 fte, waarvan 0,2 tijdelijk (0,75 fte conservator, 1 fte junior-conservator en 0,2 fte tijdelijke inhuur voor collectieregistratie). ● Er is nauwelijks sprake van aankopen. ● Er wordt weinig onderzoek gedaan. ● Er zijn geen directe kosten voor depotvoorzieningen, omdat de museumruimte tevens dient als depotruimte (en er daarnaast sinds voorjaar 2020 sprake is van ruimte die de gemeente om niet beschikbaar stelt). Museum: Presentatie ● De netto-materiële lasten van tentoonstellingen zijn zeer beperkt van omvang: Lasten in euro’s
2017
Lasten tentoonstellingen
-361.327 -172.728 -157.909 -185.000
Bijdragen van derden voor tentoonstellingen (niet Rijk en eigen gemeente)
278.141
117.350
132.088
120.000
Netto-lasten tentoonstellingen (exclusief incidentele subsidies)
-83.186
-55.378
-25.821
-65.000
●
2018
2019
2020
Uiteraard is sprake van een schommeling van lasten over de jaren, omdat per jaar het aantal en soort tentoonstelling wisselt.
Museum: educatie ● De cijfers voor educatie zijn toegerekend aan het museum, maar betreffen feitelijk het museum en de glasblazerij samen. ● Onder educatie verstaat het NGM alle activiteiten in het museum en de glasblazerij die bijdragen aan een verbredende en verdiepende blik op glas, regelmatig toegespitst op specifieke doelgroepen. Het onderwijs hierbij bedienen ziet het museum als een groot belang. Vanaf 2018 is er structureel elke vakantie een activiteitenaanbod en zijn er voordrachten tijdens tentoonstellingen en lezingen. Doel is de nieuwsgierigheid van bezoekers te prikkelen, interactie te zoeken en bezoekers anders te laten kijken naar glas.
79/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
●
●
● ●
De cijfers voor educatie geven in zekere zin een vertekend beeld. Dat komt omdat het NGM de regionale coördinatie uitvoert en penvoerder is voor de subsidieregelingen Cultuur met Kwaliteit (CmK) en Spoorzoekers, samen met de keuze die is gemaakt om de financiën van dit penvoerderschap bruto op te nemen in de jaarrekening van het NGM. Daarnaast worden lasten voor educatie vaak geadministreerd en verantwoord onder de lasten voor tentoonstellingen. Spoorzoekers is de erfgoedleerlijn voor het primair onderwijs van de Alblasserwaard- Vijfheerenlanden, dat ondersteund wordt door de gemeente, scholen en het Fonds voor Cultuurparticipatie. In 2020 is de leerlijn klaar om stapsgewijs uitgerold te worden over de regio. Gemiddeld is sprake van een positief saldo van € 4.520. De verwachting is dat de coördinatie van CmK en Spoorzoekers vanaf 2021 verloopt voor Vijfheerenlanden via stichting SamenDoen en voor Molenlanden/Gorinchem de gemeente Gorinchem ism Muziek en cultuurcentrum Forte. Dit heeft ook gevolgen voor de personele bezetting, omdat de coördinator nu in dienst is van het NGM en haar dienstverband waarschijnlijk haar coördinatietaken gaat volgen. Naar verwachting heeft dit geen effect op de som van het saldo van baten en matierïele lasten voor educatie en de personeelskosten voor educatie.
Glasblazerij ● De glasblazerij kent jaarlijks een saldo van baten, materiële lasten en toegerekende personeelslasten van gemiddeld € 31.400. ● In ons overzicht zijn de personeelslasten en de huisvestingslasten niet toegedeeld aan de output-’producten’, met uitzondering van het ‘product’ Glasblazerij, waarbij dat wel is gebeurd. Het gaat hierbij om het personeel dat zich direct bezighoudt met de activiteiten van de glasblazerij, maar niet om het overheadpersoneel (het personeel van de backoffice). De huisvestingslasten van de glasblazerij betreffen alleen gebruikerslasten, omdat de gemeente de eigenaarslasten draagt en geen huur in rekening brengt. ● Het genoemde saldo van € 31.400 is het gemiddelde van € 60.065 in 2017, € 32.781 in 2018 en € 1.363 in 2019. Het saldo is dus in deze periode teruggelopen. ● De baten van de glasblazerij zijn afkomstig uit entreegelden, winkelopbrengsten, verhuur van stoelen aan externe glasblazers, workshops, horeca glasblazerij en bijdragen van derden in opleiding voor glasblazers. ● Zes dagen per week vinden publieksdemonstraties plaats en wordt toelichting gegeven op het ambacht en de geschiedenis ervan. Het Nationaal Glasmuseum ontvangt een jaarlijks stijgend aantal opdrachten van kunstenaars. ● In de glasblazerij worden gedurende openingstijden glasobjecten geproduceerd.
Dit heeft twee effecten: bezoekers maken kennis met het ambacht glasblazen en de winkelvoorraad wordt aangevuld.
80/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
● ●
●
De winkelwaardige objecten worden geprijsd. De prijs wordt bepaald op basis van expertise van de floormanager, op basis van gelijkwaardige objecten (serie) of in overleg met het hoofd van de werkvloer. In het laatste geval is er sprake van bijzondere vormgeving. Er wordt dan een prijs bepaald op basis van vakmanschap, moeilijkheidsgraad, gewicht (grondstof) en productietijd. Behalve vrij werk, wordt er ook in opdracht geblazen. Dit kan een uniek glasobject zijn maar ook seriematig werk, business to business (relatiegeschenken in bedrijfskleuren of bijvoorbeeld lampenkappen). Het is mogelijk een stoel (werkplek) te huren. Dit kan een stoel zijn exclusief of inclusief een meesterblazer en/of assistent glasblazer. De baten van de glasblazerij zijn hoger dan van die het museum, waar het gaat om entree, winkel en horeca. De winkel en de horeca van de glasblazerij hebben ook een hoger positief saldo van baten en materiële lasten dan die van het museum. De horeca van de glasblazerij kent vanaf 2020 een nieuwe uitbater. Het contract met de nieuwe uitbater is gelijk aan dat met de vorige: De aanvangshuurprijs van het gehuurde bedraagt op jaarbasis 10% van de omzet met een minimum van € 13.500 exclusief btw en een maximum van € 18.000 exclusief btw.
Huurder is verplicht voor 1 juli van het opvolgende boekjaar inzage te geven in de jaarcijfers teneinde een definitieve afrekening mogelijk te maken. Op basis van de ervaring tot nu toe verwacht het museum dat het bedrag aan huurinkomsten hoger wordt.
Winkels en horeca museum en glasblazerij ● Het museum en de glasblazerij beschikken beide over een winkel en een café. ● Het NGM exploiteert de winkels zelf en heeft de exploitatie van de beide café’s uitbesteed (aan twee verschillende horeca-exploitanten) en ontvangt voor elk café een vaste jaarlijkse opbrengst. Het NGM zet daarom wel personeel in voor de exploitatie van de winkels, maar niet voor de cafés. De winkels worden vooral, maar niet geheel, gerund door vrijwilligers. ● Er heeft per 2020 een wisseling plaatsgevonden van de exploitant van het café van de glasblazerij. ● De uitbater van het café heeft in het voorjaar van 2020,bij het begin van de coronacrisis, zijn exploitatie beëindigd en ziet geen kans meer die opnieuw op te starten wegens gebrek aan commercieel perspectief. Er komt geen nieuwe uitbater van de horeca in het museum. In het museum zal een koffieautomaat met betaalfunctie komen. ● Hieronder geven we het totale beeld van de financiële exploitatie daarvan. De personele lasten voor de winkels blijven hierbij buiten het beeld:
81/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Specificatie winkels en horeca museum en glasblazerij
2017
2018
2019
2020
Baten
67.062
61.999
63.516
62.950
Materiële lasten
-32.321
-41.065
-33.867
-33.000
Saldo winkel museum
34.741
20.934
29.649
29.950
Baten
174.163
170.374
170.066
171.600
Materiële lasten
-26.089
-38.343
-12.777
-16.500
Saldo winkel glasblazerij
148.074
132.031
157.289
155.100
Saldo beide winkels samen
182.815
152.965
186.938
185.050
6.300
6.300
6.300
6.300
0
0
0
0
6.300
6.300
6.300
6.300
13.500
13.500
13.500
13.500
0
0
0
0
Saldo café glasblazerij
13.500
13.500
13.500
13.500
Saldo beide café's samen
19.800
19.800
19.800
19.800
202.615
172.765
206.738
204.850
Winkel museum
Winkel glasblazerij
Horeca museum Baten Materiële lasten Saldo café museum Horeca glasblazerij Baten Materiële lasten
Totaal saldi beide winkels en beide cafés
●
●
●
Gemiddeld in de periode 2017-2019 brengt het geheel € 194.000 op. De (beperkte) personele lasten voor de winkels moeten hier nog van worden afgetrokken, maar over die gegevens beschikken wij, zoals eerder aangegeven, niet. Niettemin is de opbrengst uit de winkels en de horeca een belangrijke aanvulling op de inkomsten uit entreegelden. De horeca-opbrengst is weliswaar structureel positief en daarmee in vergelijking met andere musea ook positief, maar onze indruk is dat deze voor verbetering vatbaar zou kunnen zijn. De nieuwe uitbater in de glasblazerij lijkt die verbetering inderdaad te kunnen realiseren. Daar staat echter tegenover dat de netto-opbrengst van de nieuwe horecavoorziening in het museumgebouw naar verwachting lager uitvalt dan de opbrengst van de afgelopen jaren. De marge van de winkels en de horeca in 2018 ziet er ten opzichte van die van het gemiddelde van de vergelijkbare rijksmusea als volgt uit:
82/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Nationaal Glasmuseum
Gemiddelde vergelijkbare rijksmusea
Marge winkel per bezoeker
2,79
0,46
Marge horeca per bezoeker
0,36
0,49
Gegevens 2018, bedragen in euro’s
Personeelslasten en personeelsbezetting museum + glasblazerij ● Hieronder zetten we enkele basisgegevens over het personeel van het NGM op een rij. In het overzicht Financiële ontwikkelingen 2017-2020 hierboven hebben wij de personeelslasten voor zover wij konden toegerekend aan museum en glasblazerij. Hieronder voegen wij de benadering toe om de personeelslasten te bezien op een hoger niveau dan een ‘product’-niveau en met een andere onderverdeling. De personeelslasten betreffen alle betaalde personeelsleden, inclusief directeur, ongeacht of deze in dienst zijn of worden ingehuurd (freelancers). ● Bij de personeelslasten maken we in het overzicht hieronder een onderscheid tussen de salariskosten (de lonen en sociale premies inclusief pensioenpremies) en de overige personeelslasten (kantinekosten, kosten vrijwilligers, ziektekosten- en ongevallenverzekering, overige kosten). We doen dat omdat het salarisdeel van de personeelskosten beter te kunnen analyseren naar de ontwikkeling 2017-2019 van de prijscomponent (voor het personeel in dienst vooral beïnvloed door de CAO) en de volumecomponent (het aantal fte inzet van het betaalde personeel) ● Voor de salariskosten gaan we uit van de vierdeling: salariskosten museum, salariskosten glasblazerij, salariskosten overheaddiensten NGM en overige personeelskosten NGM.
83/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Specificatie personeelslasten, in euro’s
2017
2018
2019
2020
Salariskosten museum
-67.905
-93.478
-86.054
-130.500
Salariskosten glasblazerij
-217.360
-246.674
-273.896
-247.140
Salariskosten overhead NGM
-267.710
-254.422
-289.313
-293.598
Totaal salariskosten
-552.975 -594.574 -649.263 -671.238
Index totaal salariskosten (2017 = 100)
100
108
117
121
Overige personeelskosten museum
-10.793
-14.980
-12.840
-7.909
Overige personeelskosten glasblazerij
-13.833
-9.145
-11.628
-8.272
Overige personeelskosten overhead NGM
-20.713
-22.664
-24.619
-28.444
Totaal overige personeelskosten
-45.339
-46.789
-49.087
-44.625
100
103
108
98
Index totaal overige personeelskosten (2017 = 100)
Inzet van betaald personeel, in fte
2017
2018
2019
Directie
0,8
0,83
0,52
Marketing en PR
0,22
1
0,89
1
1
1
Vrijwilligerscoördinator
0,67
0,67
0,67
Reserveringen
0,19
0,33
0,33
Totaal overhead
2,88
3,83
3,41
Conservatoren
2,02
2,11
1,63
Floormanagers
1,67
1,67
2,13
Cultuureducatie met Kwaliteit
0,56
0,56
0,56
0,33
0,22
0,44
0,44
Bedrijfsvoering/administratie
Spoorzoekers Interieurverzorger payroll
0,44
Projectmanagement zzp
0,42
Totaal museum/outputproducten
4,69
5,11
5,4
Glasblazers in dienst
2,44
2,44
2,33
Glasblazers zzp
2,89
3
3
Slijpers
1,44
1,44
1,44
Smelters
0,97
0,97
0,97
Totaal glasblazerij/outputproducten
7,74
7,85
7,74
84/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Totaal betaald personeel
15,31
16,79
16,55
3,33
3,44
3,86
Reserveringen
0,97
0,97
0,97
Klusteam
0,58
0,58
0,58
Tuin
0,11
0,11
0,11
Totaal overhead
1,67
1,67
1,67
Publieksdienst locatie museum
2,22
2,22
2,22
Gidsen locatie glasmuseum (op aanvraag bezoeker)
0,06
0,06
0,06
Total museum-outputproducten
2,28
2,28
2,28
Publieksdienst locatie glasblazerij
2,22
2,22
2,22
Voorlichting locatie glasblazerij
1,11
1,11
1,11
Totaal glasblazerij-outputproducten
3,33
3,33
3,33
Totaal vrijwilligers
7,28
7,28
7,28
Waarvan niet in dienst
Inzet van vrijwilligers, in fte
● ● ●
●
Het aantal vrijwilligers in 2019 is om en nabij de 128 (volgens jaarrekening 2019). Het NGM is waarschijnlijk het enige rijksmuseum dat de Museum-CAO niet helemaal volgt. In 2017 is stapsgewijs begonnen met het zoveel mogelijk volgen van de Museum CAO, door functies en salarissen in te delen overeenkomstig de CAO. De Museum-CAO wordt inmiddels gevolgd wat betreft de basissalariëring. Er is geen sprake van een eindejaarsuitkering en pensioen. ln 2019 is sinds een aantal jaren weer inflatiecorrectie doorgevoerd. De gemeente Leerdam heeft de intentie uitgesproken structureel te willen bijdragen in het mede mogelijk maken van de pensioenregeling met ingang van 2021. Bij aansluiting bij PFZW gaat het om werkgeverslasten van jaarlijks € 45.000 (60% volgens cao) en jaarlijks € 30.000 voor de werknemers (40%). Deze bedragen zijn in opdracht van het museum berekend door bureau JIP-financieel (opgenomen in een mailbericht van 13 maart 2020 aan de toenmalige directeur). Voor invoering zullen volgens dit bureau eenmalige communicatiekosten aan de orde zijn.
85/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
●
●
●
●
De gemeente zegt (in een bijlage van haar Kadernota 2021, van voorjaar 2020) in overleg te zijn met het ministerie van OCW om de kosten van het uitvoeren door het NGM van zijn pensioenverplichtingen samen op te lossen. Evenals vele andere musea en andere culturele instellingen die subsidie ontvangen van het Rijk heeft het NGM te maken met een verplichting om de Fair Practice Code te volgen. Deze code bepaalt onder meer instellingen zich houden aan hun sector-CAO, maar ook dat freelancers redelijk en eerlijk worden betaald en in elk geval volgens hun CAO voor zover die bestaat. ln verband hiermee heeft het museum in 2019 zijn tarieven voor freelanceglasblazers verhoogd. Het museum is echter van mening dat deze tarieven nog meer moeten worden verbeterd, niet alleen vanwege de Fair Practice Code maar ook uit zijn belang om goed personeel te kunnen aantrekken en behouden. Het museum volgt de honorarium-richtlijnen voor kunstenaars en ontwerpers. Als we de personeelsinzet vergelijken met die van vergelijkbare rijksmusea komen we tot het volgende beeld: Nationaal Glasmuseum
Gemiddelde vergelijkbare rijksmusea
Aantal FTE totaal, per 10.000 bezoeken
2,7
4,2
Aantal FTE op loonlijst, per 10.000 bezoeken
2,2
2,7
Aantal FTE freelancers, per 10.000 bezoeken
0,2
0,1
Aantal FTE vrijwilligers, per 10.000 bezoeken
0,4
0,8
Ziekteverzuim
6,0%
5,4%
Gegevens 2018
●
De personeelslasten van de referentiegroep bedragen in 2018 gemiddeld een factor 4,2 keer zoveel als die van het NGM bedragen (bron: Museana). Maar zoals gezegd zijn de musea in de referentiegroep gemiddeld wel groter (gemiddeld 60% meer bezoekers).
Huisvestingslasten museum + glasblazerij Hieronder geven we een specificatie van de huisvestingslasten van het museum en van de glasblazerij (in euro’s):
86/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
Specificatie huisvestingslasten
2017
2018
2019
2020
-165.000
-58.024
-58.182
-55.682
-29.044
-28.211
-27.364
-5.530
-5.292 -30.640
Specificatie huisvestingslasten museum Afschrijvingskosten gebouw Rentekosten gebouw Afschrijvingskosten inventaris Onderhoud gebouw en inventaris
-6.185
-96.051
-43.063
Af: bijdragen van derden in onderhoudslasten
9.884
44.065
3.947
Energiekosten
-20.676
-23.095
-24.786
-26.787
OZB
-10.071
-9.552
-7.585
-10.704
Beveiliging
-2.593
-3.864
-2.221
-1.000
Schoonmaakkosten
-1.301
-1.738
-1.386
-1.717
Overige huisvestingskosten (incl.tuin)
-12.112
-5.896
-4.125
-7.500
Totaal huisvestingslasten museum
-208.054 -183.199 -171.142 -166.686
Specificatie huisvestingslasten glasblazerij Huurkosten
0
0
0
0
Onderhoud gebouw en inventaris
-1.919
-595
-765
-3.000
Energiekosten
-12.000
-12.000
-12.000
-12.000
OZB
-3.163
-3.166
-2.788
-3.796
-861
-765
-933
-1.000
Schoonmaakkosten
-3.395
-4.022
-4.918
-5.783
Overige huisvestingskosten
-1.412
-1.787
-1.798
0
-22.750
-22.335
-23.202
-25.579
Beveiliging
Totaal huisvestingslasten glasblazerij
●
●
●
Het museumgebouw is in eigendom van het GM. Het gebouw van de glasblazerij is in eigendom van de gemeente; de gemeente vraagt geen huurbetalingen voor dit gebouw en verzorgt het eigenaarsonderhoud (zie document Vastgoed). De lasten van afschrijving en rente van het museumgebouw lopen jaarlijks af, vanwege de afschrijvingsmethode die wordt gebruikt voor het gebouw (lineaire afschrijving) en vanwege de verplichtingen over de renteafdracht aan de gemeente. Het bemoeilijkt wel het meerjarige inzicht in en de sturing op de exploitatie. Een jaarlijks gelijk bedrag (een annuïteit) zou wat dat betreft de voorkeur verdienen. Evenzo bieden de bedragen voor het onderhoud van beide gebouwen en hun inventaris geen goed meerjarig inzicht in hun effect op de exploitatie.
87/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
●
●
●
Dat komt door de afwezigheid van een onderhoudsplan voor 20 à 40 jaar voor beide bedragen dat door middel van een egalisatiereserve wordt vertaald naar jaarlijks vaste bedragen (zie document Vastgoed). Het museum heeft voor de jaren 2017 en 2018 incidentele subsidie ontvangen die het heeft kunnen besteden aan onderhoud aan het museumgebouw van in totaal € 50.000 van de gemeentelijke (sub)regio AlblasserwaardVijfheerenlanden. Dit is gebeurd door tussenkomst van de gemeente Vijfheerenlanden, in het kader van versterking van de toeristische infrastructuur. De glasblazerij kent een OZB-taxatiewaarde van € 575.000. Deze waarde is gebaseerd op de waarderingsgrondslagen voor bedrijfspanden. Uitgaande van een kapitalisatiefactor van 10 betekent dit een jaarlijkse huurprijs (exclusief servicekosten) van € 57.500 ofwel afgerond € 60.000 (inclusief servicekosten). Zoals reeds aangegeven brengt de gemeente deze huurprijs niet in rekening bij het NGM. In vergelijking met het gemiddelde van de groep van referentiemusea bedragen de energielasten in 2018, uitgedrukt per m2 tentoonstellingsruimte binnen, bij het NGM € 68 en bij de andere musea maar € 24.
Sponsoring en donaties museum + glasblazerij ● Gemiddeld over de jaren 2017-2019 ontvangt het NGM een bedrag van € 16.450 aan sponsoring en donaties van derden, niet zijnde Rijk en gemeente Vijfheerenlanden. Het gaat hierbij om inkomsten die geen formeel bestedingsoormerk kennen en dus vrij besteedbaar zijn. ● Opvallend is dat het NGM geen loyaliteitsprogramma’s kent ter binding van verschillende typen (particuliere en sympathisanten aan het museum en er ook geen afzonderlijke vereniging van vrienden van het NGM bestaat. Er bestaat weliswaar een Vereniging van Vrienden van Modern Glas, die in beperkte mate ook donaties verstrekt aan het NGM, maar deze vormt niet een soort van tweelingverband met het museum. Zo bestonden er ook wel banden met het Glasgilde (samenwerking van een aantal lokale ondernemers), maar ook deze banden waren betrekkelijke los van aard. Bovendien functioneert het Glasgilde op dit moment niet meer. Het kernteam bespreekt inmiddels hoe een nieuwe vriendenclub kan worden vormgegeven. ● De groep van referentiemusea ontving in in 2018 gemiddeld 1% van hun inkomsten uit vriendenverenigingen; het NGM 0% (bron: Museana). Pr en marketing museum + glasblazerij ● Gemiddeld over de jaren 2017-2019 geeft het NGM een bedrag van € 29.200 uit aan marketing en public relations. ● Als percentage van de omzet 2018 (totaal aan baten van € 1.486.356) betreft dit 2%.
De Museumvereniging en de Raad voor Cultuur raden middelgrote musea aan om jaarlijks 10% van hun omzet te besteden aan pr en marketing.
88/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
●
De kosten van marketing en communicatiekosten per bezoeker komen redelijk overeen met die van vergelijkbare rijksmusea. In 2018 bedroegen deze voor het NGM € 1,38 en voor de referentiegemeenten gemiddeld € 1,34 (bron: Museana).
Kantoorlasten museum + glasblazerij ● De materiële kantoorlasten ontwikkelen zich als volgt: Ontwikkeling materiële kantoorlasten
2017
2018
2019
Materiële kantoorlasten, in euro’s
-62.428
-92.457
-82.559
100
148
132
Index (2017 = 100)
● ●
Gemiddeld -79.148
De lasten betreffen: accountants- en administratiekosten, algemene kosten en afschrijvingskosten hard-/software. Bij alle vergelijkbare organisaties zien een trend van onontkoombare jaarlijks stijgende lasten. Belangrijke oorzaken hiervan zijn de ICT-lasten, en de stijging van de salariskosten van dienstverleners.
Subsidies ● De subsidies van het Rijk en de gemeente Vijfheerenlanden kunnen als volgt nader worden gespecificeerd (bedragen in euro’s): Structurele subsidies Rijk (OCW)
2017
2018
2019
Culturele basisinfrastructuur (publieksactiviteiten)
296.663
303.914
312.664
Erfgoedwet, onderdeel huisvesting
53.489
54.381
55.619
Erfgoedwet, onderdeel collectiebeheer
103.549
106.080
109.134
Totaal
453.701
464.375
477.417
477.417
100
102
105
105
Totaal als index (2017 = 100) Incidentele subsidie Rijk Totaal subsidies Rijk
2020
5.000 593.237
Totaal, gemiddeld over 2016-2019
536.615
573.399
619.417
465.164
Subsidies gemeente Vijfheerenlanden Structurele subsidies
63.536
65.180
62.016
62.000
Incidentele subsidies
76.000
7.060
28.966
80.000
139.536
72.240
90.982
142.000
100
103
98
Totaal gemeentelijke subsidies Index structurele subsidie gemeente
89/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
(2017 = 100) Totaal, gemiddeld over 2016 - 2019 Idem als aandeel van rijkssubsidie
100.919 22%
Rijkssubsidies ● De structurele rijkssubsidie bestaat uit drie onderdelen. Alle onderdelen kennen een jaarlijkse indexatie. ● De subsidie voor publieksactiviteiten is gebaseerd op de Regeling Culturele Basisinfrastructuur. Deze subsidie wordt steeds voor vier jaar toegekend door het Rijk op basis van een aanvraag door het NGM en een advies daarover van de Raad voor Cultuur. Het laatste advies van de Raad voor Cultuur dateert uit 2016 en had betrekking op de aanvraag voor de periode 2017 tot en met 2020. Het is de bedoeling van de minister van OCW om dit deel van de subsidie vanaf 2021 te baseren op een gewijzigde Erfgoedwet en de hoogte van dit subsidieonderdeel niet meer te baseren op een advies van de Raad voor Cultuur. Het bedrag voor 2020 wordt daarmee de basis voor de volgende vierjaarsperiode. (Zie ook document Geschiedenis en governance.) ● De subsidies voor collectiebeheer en huisvesting worden vanaf 2017 verstrekt op basis van de Erfgoedwet, voor een periode van vier jaar. Het NGM heeft daartoe in het najaar van 2015 respectievelijk eind januari 2016 aanvragen ingediend bij het Ministerie van OCW. Het Rijk heeft de bedragen met ingang van 2017 vastgesteld op basis van die aanvragen. Tot en met 2016 was de Stichting Glas de formele ontvanger van de subsidies van het Rijk en de gemeente. Vanaf 2017 trad de Stichting Nationaal Glasmuseum als zodanig op.
(Zie ook document Geschiedenis en governance.) ● De subsidies voor collectiebeheer en huisvesting (en vanaf 2021 ook de subsidie voor publieksactiviteiten) worden door het Rijk niet aangepast aan nieuwe omstandigheden. Wijzigingen in het collectiebeheer en in de huisvesting leiden niet tot wijziging van het subsidiebedrag. ● De kosten voor collectiebeheer van het NGM bestaan - op basis van een bedrijfseconomische kijk van zaken - uit de materiële lasten (die zoals hierboven aangegeven gemiddeld nog geen € 7.500 per jaar bedragen, inclusief onderzoek en aankopen) en personeelslasten. De personeelslasten bestaan uit de lasten van gemiddeld ongeveer 2 fte aan conservatoren in dienst bij het museum (en een gemiddeld aandeel in de lasten van de inzet van overheaddiensten, zeer globaal te schatten op 0,5 fte, zijnde ruim een zevende van ongeveer 3,4 fte aan totale inzet voor overheaddiensten).
90/100 Rapport Ontwikkelperspectief Nationaal Glasmuseum Leerdam
●
●
●
Globaal ramen we de personeelslasten van het collectiebeheer in de periode 2017 tot en met 2019 daarom op 2,5 x € 90.000 = € 225.000 per jaar (exclusief overhead-personeel ongeveer € 170.000, zijnde 2 x € 85.000). Op basis van model II zoals door het NGM is ingevuld in de jaarrekening 2018 - dit is het model dat OCW gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de museumexploitatie - bedragen de kosten voor collectiebeheer overigens afgerond slechts € 100.000. Het totaal aan lasten volgens onze inzichten bedraagt in die periode dus minimaal ongeveer € 177.500 (= € 7.500 + € 170.000). In vergelijking met het bedrag van de subsidie voor collectiebeheer van € 106.000 (gemiddeld over 2016-2019, maar ook het bedrag 2018) kan dus worden gesteld dat lasten voor collectiebeheer iets onder het subsidiebedrag liggen als we rekenen op basis van model II en 67% boven het subsidiebedrag (namelijk zonder overheadpersoneel) respectievelijk 112% (inclusief overheadpersoneel) erboven als we rekenen op een bedrijfseconomisch verantwoorde wijze. De totale huisvestingslasten (voor museum en glasblazerij samen) bedragen volgens Model IIB uit de jaarrekening 2018 € 216.464. Volgens ons Overzicht Financiële ontwikkelingen 2017-2020 hierboven bedragen deze in 2018 € 205.534 en in 2019 € 194.334; gemiddeld over 2018 en 2019 is dit afgerond € 200.000 (199.939).
Deze bedragen bevatten geen personeelslasten (geen lasten van direct personeel en evenmin van overheadpersoneel). Beide bedragen leveren een onthutsend beeld op in vergelijking met de rijkssubsidie voor huisvesting die in 2018 en ook gemiddeld in de jaren 2018 en 2019 € 50.000 bedraagt. Dit beeld wordt nog pregnanter als wordt bedacht dat een aanmerkelijk deel van kosten voor huisvesting worden gedragen door de gemeente Vijfheerenlanden: de gemeente betaalt feitelijk de huurkosten voor de glasblazerij die wij berekenen op € 60.000 per jaar (en vanaf 2020 ook voor het depot); zij had er ook voor kunnen kiezen om die huur wel in rekening te brengen en de activiteiten van de glasblazerij en/of het museum te subsidiëren met een bedrag ter grootte van die huur. Overigens moet hierbij in historisch perspectief worden opgemerkt dat een groot deel van de huisvestingslasten voor het museumpand voortvloeien uit de uitbreiding en renovatie in 2009 en 2010. Het museum had destijds geen uitzicht op een realistische dekking van die toekomstige lasten. Het museum nam hiermee een enorm risico op zich. Het huidige NGM (bestuur, RvT en personeel), de eigenaar van de rijkscollectie en de huidige subsidieverstrekkers (Rijk en gemeente) kunnen hiervan alleen kennis nemen, maar het biedt hun geen oplossing.