CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Brief met zienswijze bestuurders U10.docx

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 10 juni 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Zienswijze Concept IRP1.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U10 T.a.v. heren Verschuure en Jansen

Ons kenmerk

: 289199

Onderwerp

: Zienswijze concept Integraal Regionaal Perspectief

Datum

: juni 2021

Geachte heren Verschuure en Jansen, In antwoord op uw verzoek om het concept Integraal Regionaal Perspectief (IRP) aan onze raad door te geleiden voor een zienswijze, ontvangt u hierbij onze reactie. De raad en het college van B&W van de gemeente Vijfheerenlanden zijn van mening dat het concept IRP een goede basis biedt voor het verdere proces om te komen tot het definitief Integraal Ruimtelijk Perspectief van de U10. Tijdens de behandeling op 10 juni jl. heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden besloten om: 1. Een zienswijze in te dienen op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. We verzoeken u deze zienswijze mee te nemen in de definitieve versie van het IRP, waarna deze documenten ter vaststelling aan colleges en raden kunnen worden voorgelegd. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden, de secretaris,

de burgemeester,

{{signer1}}

{{signer2}}

N. (Nanette) van Ameijde-Poortman

S. (Sjors) Fröhlich

Bijlage:

Zienswijze op het Integraal Regionaal Perspectief (IRP) U16 van maart 2021

Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11, 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 / vijfheerenlanden.nl / info@vijfheerenlanden.nl

Zienswijze op het Integraal Regionaal Perspectief (IRP) U16 van maart 2021 Allereerst complimenten op het stuk. In de laatste bestuurlijke REP bijeenkomst op 24 maart hebben de betrokken bestuurders hun waardering uitgesproken en draagvlak getoond voor het IRP wat nu voorligt. Het is een goed inhoudelijk en vooral gezamenlijk stuk geworden. Het heeft ons nader tot elkaar gebracht, begrip voor elkaars opgaven opgeleverd, stedelijk en landelijk dichter bij elkaar gebracht en het heeft ons als regio krachtiger gemaakt. In het IRP is een uitwerking in deelgebieden opgenomen. Onze gemeente ligt in de deelgebieden ‘Woerd, Waard en Vijfheerenlanden’ en ‘Centrale as’. Voor uitwerking van de opgaven zullen we aansluiten bij het best passende deelgebied, afhankelijk van de opgave. Op basis van dit concept IRP geven wij de volgende zienswijze:: 1. Het IRP moet, na vaststellen in de gemeenteraden, worden gezien als een ‘herenakkoord’, waarbij gemeenten met behoud van de eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsplannen, afspreken de ambities en doelen van het IRP naar vermogen te helpen realiseren. Gemeenten zijn en blijven zelfstandig verantwoordelijk voor lokale omgevingsvisies en omgevingsplannen; het IRP biedt de context hiervoor.

Wij vertrouwen er op dat de basis die er nu ligt en het draagvlak dat is ontstaan, garantie geeft voor het realiseren van de ambities en uitgangspunten in het IRP. 2. In het IRP is een aantal inhoudelijke vraagstukken op de pijlers Werken en Energie nog niet volledig weergegeven. Nadere onderzoeken worden nog uitgevoerd en ingevoegd in het definitieve IRP. Voor een goede integrale benadering is het nodig dat alle pijlers voldoende zijn uitgewerkt. Deze pijlers dienen volwaardig - passend bij de uitgangspunten van de reeds uitgewerkte pijlers - te worden opgenomen in het definitieve IRP. 3. Een regionale investeringsagenda is een goede start om de ambities in het IRP te realiseren. Uitgangspunt moet zijn dat er geen ruimte is voor onderscheid in prioritering ten gunste van één van de ontwikkelingen of één van de deelnemende gemeenten. Dit vraagt naast transparantie ook een gelijk speelveld. In de regionale investeringsagenda dient inzicht te worden gegeven in de kosten van de verschillende ambities voor o.a. groen en landschap en mobiliteit en de mogelijkheden voor financiering van deze kosten. De regionale investeringsagenda dient onderdeel te zijn van fase 4: de ruimtelijke programmering. 4. In het kader van vitale kernen wordt genoemd dat de ontwikkeling van kleinschalige uitbreidingen niet afhankelijk hoeft te zijn van mobiliteitsopgaven.

Echter, de ontwikkeling van ‘vitale kernen’ is hoofdzakelijk gericht op woningbouw, terwijl in sommige gevallen juist de samenhang en doorontwikkeling van lokale werklocaties voor behoud van bestaande en het ontstaan van nieuwe kleinschalige werkgelegenheid belangrijk is. Voor werklocaties wordt aangesloten bij het regionaal programma wonen en werken, waarbij mobiliteit wel weer randvoorwaardelijk is. Deze discrepantie dient te worden weggenomen. Het is niet de verwachting dat bestaande OV-knooppunten – nabij kleinere kernen - worden uitgebreid. De infrastructuur en OV-bereikbaarheid mag niet beperkend zijn voor de mogelijkheden om te groeien voor het behoud van vitale kernen. 5. Toetsend aan de ruimtelijke hoofdprincipes voor gezond stedelijk leven concluderen we dat in voldoende mate aandacht is gegeven aan gezond stedelijk leven voor iedereen, toegespitst op het sociaal domein. Waarbij in de nadere uitwerking wel aandacht dient te zijn voor de borging van de gezond stedelijk leven principes bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. We onderschrijven het voorstel om een handreiking voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, gericht op

maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen, te ontwikkelen en staan achter het gedachtegoed dat hieruit spreekt. Met deze handreiking krijgen genoemde voorzieningen een plek in het planproces, zonder dat het opgelegd of genormeerd wordt. Gevraagd wordt om aansluitend hierop een basisniveau vast te stellen. 6. Bij redeneerlijn 3, een gezonde regio begint met vitale kernen, wordt een aantal middelgrote kernen genoemd die een groeiambitie hebben die de lokale woningbehoefte overstijgt. Concreet ligt bij deze kernen de uitdaging om te onderzoeken hoe de ambities van deze kernen passen binnen de doelstelling voor landschap, groen, water en verkeer. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van Broekgraaf-Noord in Leerdam. Gevraagd wordt om de ontwikkeling van BroekgraafNoord in Leerdam toe te voegen aan het overzicht. 7. Het uitgangspunt in het IRP blijft dat in de spits niet of nauwelijks meer auto’s het wegennet op rijden en dat ook in de vitale kernen wordt ingezet op spitsmijden en duurzame vormen van mobiliteit, waarbij de fiets volop ruimte krijgt en de verbindingen tussen kernen en regioknopen met uitstekende OV-verbindingen wordt verbeterd, zowel met directe en snelle OV-lijnen als door de overstap tussen modaliteiten makkelijker te maken met multimodale hubs.

Wat we nu zien is dat het OV in onze gemeente (en de meer landelijke gemeenten) alleen maar wordt afgeschaald en we voorlopig nog geen zicht hebben dat het OV weer terug komt of zelfs zal verbeteren (zoals beoogd in het IRP). In het IRP dient daarom meer aandacht te zijn voor OV verbindingen nabij vitale kernen en het uitwerken van andere, meer flexibele vormen van OV. 8. In het IRP wordt vooral ingezet op duurzaam vervoer, Openbaar Vervoer en fiets. Voor ons is automobiliteit / doorstroming en het terugdringen van het sluipverkeer een belangrijk punt. Wij blijven daarom aandacht vragen voor automobiliteit, zeker voor ontsluiting van bestaande en te ontwikkelen bedrijventerreinen. Daarnaast moet het OV beter worden gefaciliteerd. De regiopoorten Meerkerk en Vianen worden wel genoemd, maar staan niet consequent op de kaart. Dit dient te worden toegevoegd. Verder dient de inzet te zijn gericht op rechtstreekse verbindingen vanuit deze regiopoorten naar Utrecht Centraal of het Utrecht Science Park (USP) en verbetering van het snelfietsnetwerk tussen Vijfheerenlanden en Utrecht. 9. Ten aanzien van het ontwikkelpad en prioritering van activiteiten wordt aangegeven dat de volgordelijkheid in de ontwikkeling moeilijk is te bepalen. Onder meer omdat niet alle woningen of werklocaties tegelijk kunnen worden gerealiseerd.

In het provinciaal regionaal programma wonen en werken, staat ook een prioritering van woningbouwprojecten en werklocaties beschreven. Graag aangeven in het IRP wat de relatie is tussen het IRP en regionaal programmeren. In fase 4 moet inzicht worden gegeven in de wijze waarop de prioritering van activiteiten plaatsvindt. 10. Het effect van Corona wordt minimaal benoemd. Echter, de pandemie zou kunnen leiden tot veranderende uitgangspunten (bv. effecten op mobiliteit, woningbehoefte, thuiswerken). We vragen u een moment op te nemen in de programmering, waarop de effecten van de pandemie op het IRP en het ontwikkelpad worden bepaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=eba56d19-8fc7-44f7-b5fd-a98c4232b270