Bijlage 1 bij regels Nota Parkeerbeleid Gemeent Zederik
Tekst van het document
20
Bijlage 5: Invalshoeken aanpak parkeerproblematiek Oplossingsrichting 1: alleen uitbreiden op verzoek en kosten van bewoners De beschikbare parkeerruimte in bestaande (oude en nieuwe) woonwijken wordt in deze optie als een gegeven beschouwd. Het is dan niet de verantwoordelijkheid van de overheid om het parkeerprobleem, dat door de bewoners wordt veroorzaakt, op te lossen. De taak van de gemeente blijft beperkt tot de handhaving van het parkeren (verkeersveiligheid, toegankelijkheid). Indien bewoners meer parkeerruimte willen, wil de gemeente (indien dat ruimtelijk mogelijk is) daar aan meewerken, maar de kosten komen voor rekening van de bewoners. Daarbij wordt wel altijd een kwaliteitsnorm voor groen- en speelvoorzieningen in acht genomen. Uitbreiding van parkeerplaatsen mag geen (extra) tekort veroorzaken voor groen- en speelvoorzieningen. Indien een oplossing uitsluitend mogelijk is door het realiseren van gebouwde voorzieningen is het nodig om vooraf koop- of huurcontracten te sluiten om zeker te zijn van de afname. Indien de parkeervoorzieningen uitsluitend voor de bewoners zijn bestemd, hoeft de gemeente geen eigenaar te zijn. Het kan wel nodig zijn om parkeerregulering op straat in te voeren.
Indien de parkeeroplossing bijdraagt aan een kwaliteitsverbetering van de wijk of het mogelijk maakt om te voldoen aan een basisaanbod van groen- en speelvoorzieningen, is een financiële bijdrage van de gemeente te overwegen. Oplossingsrichting 2: de gemeente breidt de parkeervoorzieningen uit om te kunnen voorzien in een basisaanbod van parkeervoorzieningen en/of groen- en speelvoorzieningen Ten gevolge van de historie, waarin er niet altijd rekening werd gehouden met een parkeerbehoefte (vaak omdat auto's ten tijde van de bouw nog niet bestonden of het autobezit erg laag was), is het parkeeraanbod in een aantal buurten relatief laag. In deze oplossingsrichting hanteert de gemeente het uitgangspunt dat iedere bestaande buurt ‘recht’ heeft op een minimum aantal parkeerplaatsen, bijvoorbeeld 1,0 per woning. Indien daar in een bepaald gebied niet aan wordt voldaan (inclusief de private parkeerplaatsen) spant de gemeente, voor haar rekening, zich in om de parkeerplaatsen aan te vullen. Ook in dit geval wordt het gewenste kwaliteitsniveau van groen- en speelvoorzieningen in acht genomen. In een aantal gevallen is het wellicht alleen mogelijk om te voldoen aan de minimumeis door het realiseren van gebouwde voorzieningen (bijvoorbeeld kleinschalige mechanische parkeergarages).
De vraag is op welke wijze de extra investeringen financieel door de gemeente kunnen worden gedekt: door een parkeerbelasting of parkeervergunning voor alle autobezitters in de gehele gemeente? uit de algemene middelen (in combinatie met verhoging OZB)? gebruikersbijdrage (beperkt tarief, vergelijk met parkeervergunning)? gebiedsontwikkeling (slechts incidenteel mogelijk)? bijdragen derden en subsidies (slechts incidenteel mogelijk)? Dit vergt een nadere analyse van een aantal ‘probleemwijken’ en parkeervisies voor deze wijken, waarbij nadrukkelijk de voornemens en mogelijkheden tot herontwikkeling van belang zijn. Deze kunnen namelijk goede (ruimtelijke) kansen bieden voor het oplossen van de parkeerproblematiek in de vorm van gebouwde (mechanische) voorzieningen. De gemeente Zederik heeft nog geen beleid ten aanzien van de gewenste groen en speelnorm of –kwaliteit. Dit is een handicap bij het uitwerken van deze optie. Het opstellen en hanteren van normen voor groen- en speelvoorzieningen kan dus noodzakelijk zijn. Oplossingsrichting 3: de parkeervoorzieningen worden uitgebreid om te voorzien in parkeerbehoefte die uitstijgt boven het basisaanbod. Dezelfde aanpak als in optie 2 kan worden toegepast in gebieden waar al wel het basisaanbod (bijvoorbeeld 1,0 parkeerplaats per woning) aanwezig is.
Deze gebieden hebben echter een lagere prioriteit dan de gebieden waar het basisaanbod nog niet aanwezig is, tenzij de extra parkeerplaatsen volledig door de bewoners worden betaald. Het verschil met optie 1 is als volgt: in optie 1 worden de extra parkeerplaatsen altijd door de belanghebbenden betaald. In optie 3 zorgt de gemeente voor extra parkeerplaatsen als er een tekort is. De kosten komen dan voor rekening van de gemeente. De prioriteit kan echter laag zijn als er relatief al veel parkeerplaatsen aanwezig zijn. 21
Bijlage 6: Stappenplan aanpak parkeerproblematiek Vraag: is de parkeerdruk >80%?
Nee
Lage prioriteit
Actie: geen
Ja
Ja
Wordt de parkeernorm van 1 p.p.p.w* gehaald?
Nee
Vraag: zijn er voldoende vrije parkeerplaatsen binnen 100 meter loopafstand?
Ja
Actie: geen
Ja
Actie: Inzetten op verplaatsen gebruik. Vraag:Problemen opgelost?
Nee Actie: Inzetten op verplaatsen gebruik. Vraag: problemen opgelost?
Nee
Actie: aanleg parkeerplaatsen tot norm Vraag: problemen opgelost?
Ja Ja Nee
Actie: geen
Nee
Actie: handhaving/regulering
*parkeerplaats per woning
22
Toelichting op het stappenplan: Uit het parkeerdrukonderzoek in 2011 is gebleken dat de parkeerdruk in bepaalde wijken hoger ligt dan in andere wijken. Daarnaast is vastgesteld dat er in voorkomende gevallen onbenutte parkeerruimte is op een acceptabele loopafstand (loopafstand van maximaal 100 meter). De gemeente wil het gebruik van deze parkeerplaatsen stimuleren en is van mening dat de parkeerdruk zich automatisch zal verdelen naarmate de parkeerdruk hoger wordt. Enkel in gevallen waarbij het minimum aantal parkeerplaatsen (van 1 parkeerplaats per woning) niet aanwezig is binnen 100 meter loopafstand zal de gemeente de aanleg van extra parkeerplaatsen overwegen. De norm van 1 parkeerplaats per woning is gebaseerd op cijfers van het CBS. Gemiddeld bezit 90% van de Nederlandse huishoudens 1 of meer auto’s, waardoor een norm van 0,9 parkeerplaats per woning redelijk zou zijn. In Zederik ligt het autobezit 10% boven het landelijk gemiddelde. De norm is daarom met 10% opgehoogd. In de praktijk hanteren veel bewoners het principe: wie het eerste komt wie het eerste maalt. De gemeente is van mening dat bewoners onderling moeten zorgen voor een redelijke verdeling van de parkeervoorziening en daarbij ook een eigen (sociale) verantwoordelijkheid hebben. Wanneer in de praktijk problemen blijven bestaan zal de gemeente parkeerregulering overwegen.
Situaties waarbij de bereikbaarheid voor hulpdiensten in het gevaar komen moeten direct door de politie worden gehandhaafd. Om te bepalen of er in een wijk aan de norm van 1,0 parkeerplaats per woning wordt voldaan zal er een balans worden opgemaakt tussen het aantal woningen en het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de direct omgeving (binnen 100 meter loopafstand). Indien er niet voldoende parkeerplaats blijkt te zijn zal de gemeente de mogelijkheden onderzoeken om extra parkeerplaatsen aan te leggen zodat er wel aan de norm kan worden voldaan.
23
Bijlage 7: Parkeerfonds Parkeerfonds Gemeente Zederik Artikel 1. Algemeen 1. Door de gemeente Zederik wordt een voorziening geadministreerd onder de naam parkeerfonds. 2. Het parkeerfonds heeft tot doel om te zorgen voor voldoende parkeerplaatsen in het openbare gebied in de directe omgeving van een ontwikkeling, ook als dit binnen een bouwplan niet past. Bij bouwplannen of wijzigingen van de bestemming worden initiatiefnemers geacht om op eigen terrein (= het plangebied) voldoende parkeerplaatsen te realiseren. Als hieraan niet kan worden voldaan, kan door de gemeente Zederik, onder voorwaarden, vrijstelling worden verleend van de aanleg van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Het verlenen van deze vrijstelling is een discretionaire bevoegdheid van het college van Burgemeester & Wethouders. Aan deze vrijstelling is een financiële verplichting gekoppeld, de zogenaamde afkoopregeling. Met deze financiële verplichting wordt de gemeente Zederik in staat gesteld alternatief te voorzien in de parkeerbehoefte.
Artikel 2. Toepassingsbereik parkeerfonds Het parkeerfonds geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Zederik.
Artikel 3. Beheer van het parkeerfonds 1. De gelden van het parkeerfonds worden door het college van Burgemeester & Wethouders beheerd. 2. Het is uitsluitend aan het college om besluiten te nemen over het doen van uitgaven uit het parkeerfonds in het kader van: a) Het nakomen van op de gemeente Zederik rustende verplichtingen die voortvloeien uit met de gemeente Zederik gesloten overeenkomsten waarin afspraken zijn opgenomen over het voorzien in parkeergelegenheid zoals bedoeld in de Nota Parkeerbeleid gemeente Zederik; b) Uitgaven als gevolge van artikel 7 lid 3 van deze bijlage. 3. Het college neemt bij de te nemen beslissingen de in de volgende artikelen geformuleerde regels in acht.
Artikel 4. Inkomsten van het parkeerfonds Het parkeerfonds bevat de volgende gelden en inkomsten: 1. De in deze bijlage bedoelde afkoopsommen die zijn betaald op grond van een met de gemeente Zederik gesloten overeenkomst waarin afspraken zijn opgenomen over het voorzien in parkeergelegenheid zoals bedoeld in de Nota Parkeerbeleid gemeente Zederik. 2. Overige gelden die bij besluit van het college uitdrukkelijk zijn of worden bestemd voor storting in het parkeerfonds. 3. Rente-inkomsten over de onder lid 1 en 2 van dit artikel genoemde gelden.
Artikel 5. Hoogte bijdrage aan het parkeerfonds 1. Wanneer niet op eigen terrein kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting, maar waar gebruik van aantoonbaar beschikbare parkeerplaatsen in het openbare gebied door het college van B&W wordt toegestaan, bedraagt de storting €5.000,- voor iedere parkeerplaats waar niet in voorzien wordt. Het college van B&W bepaalt, afhankelijk van de specifieke situatie, welke openbare parkeerplaatsen/-ruimte geschikt wordt bevonden om te gebruiken voor het voorzien in de parkeerplaatsverplichting. 2. Wanneer niet op eigen terrein kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting, en tevens geen mogelijkheden zijn om parkeerplaatsen in het openbare gebied te gebruiken, bedraagt de storting €10.000,- per parkeerplaats voor iedere parkeerplaats waar niet in voorzien wordt. 3. Het aantal parkeerplaatsen waarvoor een storting in het parkeerfonds verschuldigd is zal worden vastgesteld door het aantal op eigen terrein gerealiseerde of nog te realiseren parkeerplaatsen in mindering te brengen op de totale hoeveelheid voor het bouwplan te realiseren parkeerplaatsen (de parkeerplaatsverplichting). 4. Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting gebeurt op basis van de Nota Parkeerbeleid gemeente Zederik. 5. Het bepaalde in lid 4 geldt voor nieuwbouw situaties onverkort. Bij herbouw, verbouw en/of functiewijziging gelden de volgende regels: 24
a) In het geval er sprake is van een functiewijziging wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie bepaald op basis van de Nota Parkeerbeleid gemeente Zederik. Het parkeergebruik in de oude situatie is hierbij niet van belang tenzij aangetoond kan worden hoeveel parkeerplaatsen in het openbare gebied in de oude situatie werden gebruikt. Tevens dient aangetoond te worden dat dit gebruik niet voor een onevenredige verstoring van de parkeerbalans zorgde. Bij het voorzien in de parkeerplaatsverplichting voor de nieuwe functie mag gebruik worden gemaakt van aanwezige parkeerplaatsen op eigen terrein. b) Bij een gelijkblijvende functie waarbij sprake is van sloop/nieuwbouw of een uitbreiding van het totaal aan bruto vloeroppervlakte of eenheden geldt het principe 'oud voor nieuw'. Dit betekent dat voor de bestaande functie(s) en bruto vloeroppervlakte of aantal eenheden ervan uit gegaan wordt dat de bestaande capaciteit is afgestemd op de bestaande/oude voorziening. Op basis van de toename van het bruto vloeroppervlakte of het aantal eenheden wordt de extra parkeerplaatsverplichting berekend. Deze berekening vindt eveneens plaats op basis van de Nota Parkeerbeleid gemeente Zederik.
De totale nieuwe parkeerplaatsverplichting wordt bepaald door het aantal bestaande parkeerplaatsen (inclusief parkeerplaatsen op eigen terrein) in de oude situatie te verhogen met de parkeerplaatsverplichting voortkomend uit de netto toename van het bruto vloeroppervlakte of het aantal eenheden. Indien de herberekening leidt tot een negatief saldo, mag het negatief aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering worden gebracht. c) In overige gevallen waarbij sprake is van een verwachtte toe- of afname van de parkeerplaatsbehoefte is het college van B&W bevoegd om de parkeerplaatsverplichting vast te stellen. 6. De tarieven voor de stortingen in het parkeerfonds zijn weergegeven in artikel 5 (prijspeil 2014). Deze tarieven zullen jaarlijks worden geïndexeerd volgens de Consumenten Prijs Index (CPI).
Artikel 6. Uitgaven ten laste van het parkeerfonds 1. Ten laste van het parkeerfonds kunnen uitgaven worden gedaan voor de nakoming van de op de gemeente Zederik rustende verplichtingen welke voortvloeien uit de onder artikel 3, lid 2, sub a bedoelde overeenkomsten. 2. Ten laste van het parkeerfonds kunnen uitgaven worden gedaan die kunnen bijdragen aan het verbeteren van de openbare parkeercapaciteit en aan de uitbreiding van de openbare parkeercapaciteit in de gemeente Zederik.
Artikel 7. Verplichtingen 1. De particulier, natuurlijk persoon of rechtspersoon zijnde, verplicht zich door de ondertekening van een privaatrechtelijke overeenkomst zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, sub a, om een bedrag, te berekenen op grond van het bepaalde in artikel 5 van deze bijlage, te storten in het parkeerfonds. 2. De gemeente Zederik zal na ontvangst van het te storten bedrag, overgaan tot de besluitvorming inzake de verlening van de omgevingsvergunning. 3. Indien de gemeente Zederik op grond van artikel 5, lid 2, gelden heeft ontvangen, verplicht zij zich om binnen een periode van 10 jaar na dagtekening van de overeenkomst het uit de overeenkomst volgende aantal parkeerplaatsen aan te leggen binnen een straal van 200 meter, met de rand van het betreffende bouwinitiatief als uitgangspunt. 4. Indien de gemeente Zederik binnen 10 jaar niet aan de verplichting conform artikel 7, lid 3 heeft voldaan, heeft de particulier, natuurlijk persoon of rechtspersoon zijnde, het recht tot restitutie van het gestorte bedrag inclusief indexering op basis van de CPI. Wanneer de gemeente Zederik niet volledig aan de verplichting heeft voldaan, vindt restitutie naar rato plaats.
Artikel 8. Administratieve bepalingen De afdeling Buurt & Omgeving van de gemeente Zederik draagt zorg voor een zorgvuldig beheer van de in het parkeerfonds gestorte gelden. Deze afdeling houdt een overzicht bij van alle ontvangsten en uitgaven van het parkeerfonds. Het college krijgt hiervan jaarlijks een overzicht.
Artikel 9. Wijzigen of opheffen van het parkeerfonds 1. Alleen de gemeenteraad kan besluiten tot het wijzigen of opheffen van het parkeerfonds en de daarvan integraal deel uitmakende onderdelen. 2. De gemeenteraad kan slechts tot opheffing overgaan indien alle verplichtingen uit de met particulieren gesloten overeenkomsten zijn nagekomen. 3. Indien artikel 9, lid 2 niet het geval is, vindt afwikkeling van de gelden plaats op voorstel van het college. 4. Als na afwikkeling van de met particulieren gesloten overeenkomsten nog enig batig saldo overblijft wordt dit overgeboekt naar de algemene middelen van de gemeente Zederik. 25
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)