bijlage 1 Beleidskader Wet Inburgering.docx
Tekst van het document
AAN DE SLAG Inburgeraars participeren in Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden
Petra Verwaaij, Wendy Springer & John de Bus GEMEENTE | VIJFHEERENLANDEN, GORINCHEM & MOLENLANDEN
–
Voorwoord Zo snel mogelijk meedoen in onze maatschappij en aan het werk gaan. Dat is de doelstelling van de nieuwe Wet Inburgering. Een doelstelling waar wij, wethouders van de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden, van harte mee instemmen. Onze gemeenten willen een gastvrije gemeente zijn voor iedereen die zijn thuisland heeft moeten ontvluchten en een nieuw, veilig bestaan wil opbouwen. Daarin is inburgering van groot belang; meedoen in onze samenleving, de Nederlandse taal leren en participeren op onze arbeidsmarkt. Aan de slag dus. Inburgeraars staan daarbij niet alleen. Ze kunnen rekenen op ondersteuning van onze gemeenten en dit doen we samen met onze maatschappelijke partners. Onze ambitie is hoog. Wij willen dat elke inburgeraar zelfstandig en zelfredzaam wordt in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Het liefst zien we dat een inburgeraar zo snel mogelijk betaald werk doet, maar we blijven wel realistisch. Starten met vrijwilligerswerk, stage of een werkoriëntatieplek om daarna onze arbeidsmarkt te betreden, is ook een route. Daarvoor ligt er wat ons betreft een goed beleidsdocument, dat ons kaders geeft voor een juiste uitvoering. Vanzelfsprekend blijven we monitoren en evalueren.
Wat zou het fijn zijn als elke inburgeraar aan het eind van zijn/haar inburgeringstraject zelfstandig in onze samenleving functioneert en in zijn/haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Cees Taal, wethouder gemeente Vijfheerenlanden Eelke Kraaijeveld, wethouder gemeente Gorinchem Lizanne Lanser, wethouder gemeente Molenlanden
1 |
Samenvatting Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet Inburgering in werking. Deze nieuwe wet legt de regie over het inburgeringsproces bij de gemeenten neer. Het is daarbij de ambitie van de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden om inburgeraars zo snel mogelijk actief burgerschap te laten verwerven door het leren van de Nederlandse taal te combineren met participatie in onze samenleving, met als ultieme doel het duurzaam zelfstandig en zelfredzaam zijn in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Voor de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering leggen de gemeenten verantwoordelijkheden bij AVRES en VluchtelingenWerk neer. Voor de financiering zetten gemeenten zowel Rijksmiddelen (integratiebudget en specifieke uitkering) als gemeentelijke middelen in. Onderstaand is dit per onderdeel van het inburgeringsproces schematisch weergegeven: Onderdeel
Verantwoordelijke uitvoering
Financiering
Implementatie Wet inburgering
nieuwe Gemeenten, samen met AVRES en VluchtelingenWerk
integratiebudget
Doorlopende lijn
AVRES (primair), in combinatie met Vluchtelingenwerk (secundair)
Integratiebudget
Maatschappelijke begeleiding
VluchtelingenWerk
Specifieke Uitkering
Brede Intake en PIP
AVRES (primair), in combinatie met Vluchtelingenwerk (secundair)
Integratiebudget
Monitoring en handhaving
AVRES
Integratiebudget
Leerroutes
Gemeenten
Specifieke Uitkering
Financiële ontzorging en AVRES (financiële ontzorging) zelfredzaamheid VluchtelingenWerk (financiële zelfredenzaamheid)
Integratiebudget
Module Arbeidsmarkt en AVRES Participatie (MAP)
Specifieke Uitkering
Participatieverklaringstraj VluchtelingenWerk ect (PVT)
Specifieke Uitkering
Tolkenvoorziening
Specifieke Uitkering
AVRES
Ondersteunende processen Gemeenten, samen met AVRES en VluchtelingenWerk en Integratiebudget taalaanbieder Basisvoorziening VluchtelingenWerk
VluchtelingenWerk
Gemeentelijke middelen
Begeleiding huisvesting VluchtelingenWerk asielmigranten
Gemeentelijke middelen
2 |
Contents
3 |
Voorwoord
1
Samenvatting
2
Nieuwe Wet Inburgering
6
1.1. Nieuwe Wet
6
1.2. Implementatie en uitvoering nieuwe Wet inburgering
6
1.3. Te verwachten aantallen
6
Leeswijzer
6
Gemeentelijke ambitie
7
Voorinburgering en doorlopende lijn
9
3.1
Voorinburgering en doorlopende lijn asielmigrant
9
3.2
Tijdlijn voorinburgering en doorlopende lijn asielmigrant
9
3.3
Praktische uitvoerbaarheid
9
3.4
Voorinburgering deels naast gemeentelijke inburgeringstraject
10
3.5
Overdrachtsgesprek
10
3.6
Eerste contactmoment nareizende asielmigranten en gezinsmigranten
10
3.7
Uitvoering
10
Maatschappelijke begeleiding
11
4.1
Maatschappelijke begeleiding
11
4.2
Voortzetting maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk
11
4.3
Traject maatschappelijke begeleiding onder de nieuwe wet
11
4.4
Informatie- en adviespunten
12
4.5
Tolken
12
4.6
Informele taaltrajecten
12
4.7
Gezamenlijke subsidierelatie VluchtelingenWerk
12
Brede intake en PIP
13
5.1
Brede Intake
13
5.2
Moment van Brede Intake
13
5.3
Vrije vormgeving Brede Intake
13
5.4
PIP
13
5.5
Bijzondere positie gezinsmigranten en overige migranten
14
5.6
Expertise
14
5.7
Uitvoering
14
4 |
Monitoring en handhaving
15
6.1
Monitoring
15
6.2
Voortgangsgesprekken met inburgeraar
15
6.3
Vervolgstappen na een voortgangsgesprek
15
6.4
Uitvoering
15
6.5
Handhaving
15
Leerroutes
17
7.1
Drie leerroutes
17
7.2
B1 route
17
7.3
Onderwijsroute
17
7.4
Z-route
18
7.5
Instroom leerroutes
18
7.6
Tussentijds veranderen van leerroute
18
7.7
Aanbesteding
19
7.8
Evaluatie
19
7.9
Monitoring door AVRES
19
7.10
Monitoring door arbeidsmarktregio
19
Financiële Ontzorging en zelfredzaamheid
20
8.1
Financieel ontzorgen
20
8.2
Doel
20
8.3
Uitvoering
20
8.4
Financiële zelfredzaamheid
20
MAP & PVT
21
9.1
Module Arbeidsmarkt en Participatie
21
9.2
Participatieverklaringstraject
21
9.3
Uitvoering
21
Personeel, automatisering & huisvesting
22
10.1
Personeel
22
10.2
Huisvesting
22
10.3
Automatisering
22
Financiën
23
11.1
Rijksmiddelen
23
11.2
Incidenteel Integratiebudget 2020
23
11.3
Structureel Integratiebudget 2021 en volgende jaren
23
11.4
Structurele Specifieke Uitkering
24
11.5
Financiële uitgangspunten
24
5 |
11.6
Gemeentelijke middelen VluchtelingenWerk
24
11.7
Schematisch overzicht
25
Bijlagen
26
Bijlage 1: Procesplaat
26
Bijlage 2: Traject maatschappelijke begeleiding
27
Bijlage 3: Routekaart inburgeraars
28
Nieuwe Wet Inburgering Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet Inburgering in werking. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de nieuwe wet, de implementatie en uitvoering van de nieuwe wet en de te verwachten aantallen in de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer.
1.1. Nieuwe Wet De nieuwe inburgeringswet is van toepassing op inburgeringsplichtigen van 18 jaar en ouder die zich vanaf 1 januari 2022 in onze gemeenten vestigen. Het doel van de nieuwe wet is dat nieuwkomers zo snel mogelijk meedoen in onze samenleving en aan het werk gaan. Daarvoor moet elke inburgeringsplichtige (verplicht) een inburgeringstraject volgen. Dit inburgeringstraject moet passen bij de capaciteiten en persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige en is daardoor gebaseerd op maatwerk voor elk individu. Gemeenten krijgen de regie over de inburgeringstrajecten van de inburgeringsplichtigen. Dat wil echter niet zeggen dat de gemeenten de nieuwe wet zelf moeten gaan uitvoeren. De uitvoering kan door gemeenten bij andere partijen worden gelegd. De nieuwe inburgeringswet is van toepassing op inburgeringsplichtigen van 18 jaar en ouder die zich vanaf 1 januari 2022 in onze gemeenten vestigen. De nieuwe Wet Inburgering maakt daarbij onderscheid in drie groepen inburgeringsplichtigen: Asielmigranten; zijn asielzoekers die als vluchtelingen worden erkend en een asielstatus krijgen. Gezinsmigranten; zijn personen van buiten de EU die zich in Nederland vestigen voor gezinshereniging of gezinsvorming bij een Nederlandse echtgeno(o)t(e).
Overige migranten; zijn geestelijke bedienaars en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk humanitair verblijfsdoel. In bijlage 1 bij dit document is een routekaart opgenomen van het volledige inburgeringstraject dat een inburgeringsplichtige moet doorlopen.
1.2. Implementatie en uitvoering nieuwe Wet inburgering De colleges van de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden hebben in december 2019 besloten om de nieuwe Wet Inburgering gezamenlijk te implementeren en uit te voeren, waarbij AVRES en VluchtelingenWerk essentiële partners zijn. De gezamenlijke gemeenten, AVRES en VluchtelingenWerk hebben in de afgelopen periode al geëxperimenteerd met de nieuwe wet, door de uitvoering van een aantal pilots: De Taalsnelweg naar Werk, pilot Z-route, pilot Financieel Ontzorgen en Het Toekomstboek.
1.3. Te verwachten aantallen Jaarlijks huisvesten de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden gemiddeld circa 100 asielmigranten. Hiervan zijn circa 70 personen inburgeringsplichtig. De overige 30 personen zijn niet inburgeringsplichtig, omdat zij jonger zijn dan 18 jaar. De meest recente landelijke verwachting is dat het aantal te huisvesten asielmigranten in 2021 zal verdubbelen ten opzichte van 2020. Het aantal gezinsmigranten en overige migranten wordt jaarlijks ingeschat op 70 personen.
Leeswijzer In dit beleidsdocument wordt in hoofdstuk 2 de visie van de gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden op inburgering gegeven. In de hoofdstukken 3 tot en met 9 wordt de zogeheten klantreis gemaakt; alle onderdelen van het inburgeringstraject worden beschreven en aangegeven wordt welke partij verantwoordelijk wordt voor de uitvoering. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op de gevolgen van de nieuwe wet voor de ondersteunende processen en in hoofdstuk 11 komt de financiering van de nieuwe Wet Inburgering aan de orde.
6 |
Gemeentelijke ambitie Aan de slag in Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden. En wel vanaf dag één dat inburgeraars aan onze gemeenten worden gekoppeld of in onze gemeenten komen wonen. Inburgeraars hebben ons namelijk veel te bieden; met hun talenten, vaardigheden en cultuur kunnen zij onze samenleving en onze arbeidsmarkt versterken. Dat vraagt echter wel een actieve en intensieve inzet van de inburgeraar, zoals het leren van de Nederlandse taal, het opbouwen van een sociaal netwerk, het leren op orde houden van de financiën, het begrijpen van de inrichting van onze samenleving en het participeren op onze arbeidsmarkt. Aan de slag in Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden. Een heel traject. Maar inburgeraars kunnen daarbij op ons rekenen. Want ook wij hebben veel te bieden: een inburgeringstraject op basis van maatwerk, ondersteuning door AVRES, VluchtelingenWerk en andere instanties binnen het sociaal domein en een arbeidsmarkt met veel potentie. Wij bieden de inburgeraar één vast aanspreekpunt; AVRES. Hiermee kunnen we een integrale aanpak bewerkstelligen en wordt voorkomen dat de inburgeraar verstrikt raakt in een wirwar van hulpvaardige instanties.
Vanuit de ervaring die wij hebben opgedaan met de pilot De Taalsnelweg naar Werk, zijn wij ervan overtuigd dat het actief leren van de Nederlandse taal, in combinatie met een vorm van participatie (van vrijwilligerswerk tot betaald werk), de beste manier is om actief burgerschap te verwerven in onze samenleving. De persoonlijke (thuis)omstandigheden van inburgeraars en hun intrinsieke motivatie spelen daarbij een belangrijke rol. Wij zetten er daarom op in om inburgeraars te ondersteunen bij het wegnemen van belemmeringen, die persoonlijke (thuis)omstandigheden kunnen hebben op het inburgeringstraject. Ook zetten wij erop in het inburgeringstraject zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de intrinsieke motivatie van de inburgeraar, zodat de inburgeraar gemotiveerd kan toewerken naar een (arbeids)doel. Voor het toewerken naar een arbeidsdoel is het essentieel dat inburgeraars een realistisch beeld hebben van hun mogelijkheden in Nederland. Opleidingen en opgedane werkervaring in het land van herkomst kunnen in Nederland anders gekwalificeerd worden. Daarom zetten we in op de vorming van een realistisch beeld over de eigen kansen en mogelijkheden op de Nederlandse arbeidsmarkt, zonder daarbij de intrinsieke motivatie te verliezen. Het ultieme doel is om inburgeraars duurzaam zelfstandig en zelfredzaam te maken in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.
Dit laatste is ambitieus, zeker in een veranderende arbeidsmarkt als gevolg van de Coronacrisis. Maar we gunnen het elke inburgeraar om zelfstandig te kunnen functioneren en in zijn/haar eigen levensonderhoud te voorzien. Om de kans op zelfstandigheid en zelfredzaamheid op de arbeidsmarkt te vergroten, zetten wij in op werkgerelateerd taalonderwijs (theorie), in combinatie met participatie (praktijk), ondersteund door arbeidscoaches, werkcoaches en jobcoaches van AVRES en VluchtelingenWerk.
Onze ambitie: Inburgeraars in onze gemeenten verwerven zo snel mogelijk actief burgerschap door het leren van de Nederlandse taal te combineren met participatie in onze samenleving, met als ultieme doel het duurzaam zelfstandig en zelfredzaam zijn in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.
7 |
Leidende principes: - Integratie en participatie vanaf dag één - Actieve en intensieve inzet inburgeraar op eigen inburgeringstraject - Ondersteuning inburgeraar door AVRES, VluchtelingenWerk en andere instanties - Eén vast aanspreekpunt voor de inburgeraar (AVRES) - Wegnemen belemmeringen door persoonlijke (thuis)situatie - Meedoen vanuit intrinsieke motivatie - Realistisch beeld van eigen kansen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt - Werkgerelateerd taalonderwijs
8 |
Voorinburgering en doorlopende lijn In dit hoofdstuk wordt de start van het inburgeringsproces beschreven en de doorlopende lijn die dit proces moet hebben vanuit het AZC naar de gemeenten. AVRES wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de doorlopende lijn, in combinatie met VluchtelingenWerk.
3.1 Voorinburgering en doorlopende lijn asielmigrant Het inburgeringsproces van een asielmigrant begint in het Asielzoekerscentrum (AZC), waar een traject van Voorbereiding op inburgering (voorinburgering) wordt aangeboden. Na koppeling van een asielmigrant aan de gemeente moet een doorlopende lijn worden ingezet, waarbij de voorinburgering overloopt naar het gemeentelijke inburgeringstraject. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA) en de gemeenten, waaronder een warme overdracht. Tot de doorlopende lijn behoort dat gemeenten al in het AZC het eerste contact leggen met de asielmigrant (Brede Intake) en dat –mits praktisch uitvoerbaar- het gemeentelijke traject ook al in het AZC start. Met de doorlopende lijn krijgen asielmigranten sneller de kans om zelfredzaam te worden en een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving.
3.2 Tijdlijn voorinburgering en doorlopende lijn asielmigrant De voorgestelde wettelijke systematiek van voorinburgering en doorlopende lijn is als volgt: Binnen enkele dagen nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de asielzoeker een asielstatus heeft verleend (moment 1), bepaalt het COA aan welke gemeente de asielmigrant wordt gekoppeld. Deze gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van de statushouder. Na de koppeling (moment 2) heeft de gemeente twaalf weken de tijd om een woning aan te bieden, de (fysieke) huisvesting te regelen en de asielmigrant in te schrijven in Basisregistratie Personen (BRP) (moment 3). De asielmigrant krijgt een aanbod van voorinburgering in het AZC zolang hij/zij nog niet is ingeschreven in de gemeente die verantwoordelijk is voor de huisvesting van de statushouder, dus tot aan moment 3. Na koppeling aan de gemeente (moment 2) wordt de asielmigrant opgeroepen voor een eerste contactmoment, de Brede Intake. Vanaf dat moment kan het gemeentelijke traject (échte inburgering) worden gestart, mits praktisch uitvoerbaar. In een overzicht ziet dat er als volgt uit:
Vanaf de koppeling (moment 2) tot aan de inschrijving in het BRP van de gemeente (moment 3) kan de asielmigrant zowel de voorinburgering als het gemeentelijke inburgeringstraject aangeboden krijgen. Regel is dat het gemeentelijke inburgeringstraject vóór de voorinburgering gaat. Voorwaarde hiervoor is de praktische uitvoerbaarheid.
3.3 Praktische uitvoerbaarheid Als de asielmigrant gedurende het verblijf in het AZC start met het gemeentelijke inburgeringstraject, dan moet de asielmigrant vanuit het AZC op en neer te reizen naar de arbeidsmarktregio Gorinchem. Logistiek speelt in dit proces een belangrijke rol.
9 |
De asielmigrant wordt bij voorkeur aan de gemeente gekoppeld vanuit een dichtstbijzijnd AZC, maar in de praktijk gebeurt dit lang niet altijd. Aan de gemeenten worden op dit moment asielmigranten gekoppeld vanuit het AZC in Groningen tot het AZC in Middelburg. Voor dergelijke koppelingen is het praktisch niet uitvoerbaar om de asielmigranten heen en weer te laten reizen tussen AZC en arbeidsmarktregio om het gemeentelijke inburgeringstraject te volgen. Deze asielmigranten blijven daardoor aangewezen op de voorinburgering tot de fysieke verhuizing naar de gemeente een feit is. Momenteel is er geen asielzoekerscentrum in de arbeidsmarktregio aanwezig, waardoor de toekomstige instroom van asielmigranten vanuit andere regio’s zal plaatsvinden. Per definitie levert dit al grotere afstand tussen AZC en arbeidsmarktregio op.
3.4 Voorinburgering deels naast gemeentelijke inburgeringstraject Hoewel het gemeentelijke inburgeringstraject voorrang heeft op de voorinburgering, kunnen delen van dit traject (bijvoorbeeld de Brede Intake) en de voorinburgering goed naast elkaar bestaan. Dit vraagt wel om een goede afstemming tussen de gemeenten en de AZC’s/het COA. Aangezien de asielmigranten uit verschillende AZC’s aan de gemeenten worden gekoppeld, is het essentieel om hierover eenduidige afspraken te maken.
3.5 Overdrachtsgesprek Uit de praktijk blijkt dat er veel informatie verloren gaat tussen het verblijf in het AZC en de verhuizing naar de gemeente. Dit moet worden voorkomen. Om de asielmigrant een passend aanbod te kunnen doen, is het van belang dat informatie van het COA zorgvuldig wordt overgedragen naar de gemeenten. Zo gaat er geen informatie verloren en hoeft de asielmigrant geen dubbele informatie te verstrekken. Ook kan zo een beter beeld worden gevormd van de capaciteiten van de asielmigrant. Om ervoor te zorgen dat het gemeentelijke inburgeringstraject aansluit op de voorinburgering vinden de gemeenten het essentieel dat er een overdrachtsgesprek plaatsvindt tussen het COA en de gemeenten, in samenspraak met de asielmigrant zelf. Bij voorkeur is dit een face-to-face gesprek, maar dit gesprek kan eventueel telefonisch of digitaal wanneer de reistijd naar het desbetreffende AZC lang is. Het overdrachtsgesprek is evenwel geen verplicht onderdeel van het inburgeringstraject.
3.6 Eerste contactmoment nareizende asielmigranten en gezinsmigranten Nareizende asielmigranten (asielmigranten die zich via een gezinsherenigingsvergunning bij een in de gemeente wonende asielmigrant voegen) en gezinsmigranten verblijven niet in een AZC. Voor deze migranten is er geen voorinburgeringstraject. De gemeenten worden geacht zo snel mogelijk na aankomst in Nederland contact te leggen met deze migranten om het gemeentelijke inburgeringsproces in werking te stellen. Voor nareizende asielmigranten en gezinsmigranten is de inschrijving in de BRP van de gemeente een geschikt moment om het eerste contact te gaan leggen.
3.7 Uitvoering AVRES (primair) wordt, in combinatie met VluchtelingenWerk (secundair), verantwoordelijk voor de uitvoering van de doorlopende lijn: eerste contactmoment asielmigrant, overdracht gegevens vanuit COA/ AZC, overdrachtsgesprek in aanwezigheid van de asielmigrant en het maken van afspraken met het COA/de AZC’s. Eveneens wordt AVRES (primair), in combinatie met VluchtelingenWerk (secundair), verantwoordelijk voor het leggen van de eerste contacten met nareizende asielmigranten en gezinsmigranten. Vanuit de sterkte link die het gemeentelijke inburgeringstraject heeft met participatie, is AVRES de aangewezen partij om het aanspreekpunt te worden van de migrant, gedurende het hele inburgeringstraject, te beginnen bij het eerste contactmoment.
10 |
AVRES moet dan wel een combinatie vormen met VluchtelingenWerk, omdat juist deze partij de expertise in huis heeft om migranten te begeleiden met zowel praktische zaken als de integratie in de Nederlandse samenleving. Bovendien heeft VluchtelingenWerk vanuit de landelijke organisatie medewerkers gestationeerd op alle AZC’s, wat een pre is met het oog op de overdracht van gegevens, het overdrachtsgesprek en het maken van onderlinge afspraken.
Maatschappelijke begeleiding In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke begeleiding van asielmigranten en hun (nareizende) gezinsleden onder de nieuwe Wet Inburgering beschreven. VluchtelingenWerk wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding. De gemeenten gaan hiervoor een gezamenlijke subsidierelatie met VluchtelingenWerk aan.
4.1 Maatschappelijke begeleiding Asielmigranten en hun (nareizende) gezinsleden hebben doorgaans (nog) geen binding met Nederland. Ze hebben zich vaak ook niet of nauwelijks kunnen voorbereiden op hun komst naar Nederland. Daarom moeten asielmigranten maatschappelijk worden begeleid, zowel met praktische zaken rondom wonen en inkomen, als met de participatie en integratie in onze samenleving. De maatschappelijke begeleiding start zodra een asielmigrant aan de gemeenten wordt gekoppeld en wanneer nareizende (volwassen) gezinsleden bij de asielmigrant komen inwonen. Gezinsmigranten ontvangen geen maatschappelijk begeleiding. Zij worden geacht door hun Nederlandse partner begeleid te worden. Maatschappelijke begeleiding is geen nieuw onderdeel binnen de nieuwe Wet Inburgering. Maatschappelijke begeleiding wordt ook onder het huidige stelsel al toegepast. Uitvoerende partij is VluchtelingenWerk.
4.2 Voortzetting maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk Vanwege de goede ervaringen met VluchtelingenWerk, de expertise van deze partij en de jarenlange subsidierelatie die de gemeenten met VluchtelingenWerk hebben voor maatschappelijke begeleiding, blijft ook onder de nieuwe wet VluchtelingenWerk de uitvoerende partij. Naast dat er professionele mensen werken die goed zijn in hun werk, maakt VluchtelingenWerk ook gebruik van vrijwilligers die als maatschappelijk begeleider, arbeidscoach, budgetcoach en/of taalmaatje voor inburgeringsplichtigen worden ingezet. Met de inzet van vrijwilligers blijft de maatschappelijke begeleiding een betaalbare voorziening voor de gemeenten.
4.3 Traject maatschappelijke begeleiding onder de nieuwe wet De maatschappelijke begeleiding moet goed en integraal zijn afgestemd op het inburgeringstraject van de asielmigrant. Over het algemeen duurt een traject van maatschappelijke begeleiding 1,5 tot 2 jaar. Op basis van de jarenlange ervaring van VluchtelingenWerk is bekend dat de integratie van gezonde asielmigranten veelal wordt belemmerd door vier factoren: 1. Onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal; 2. Onbegrip en/of onwetendheid ten aanzien van de inrichting en regelgeving van de Nederlandse samenleving; 3. Onbegrip en/of wantrouwen ten aanzien van de Nederlandse normen en waarden: 4. Ontbreken van een sociaal netwerk. 1 Om zo veel mogelijk van deze belemmeringen weg te nemen, biedt VluchtelingenWerk onder de nieuwe Wet Inburgering iedere asielmigrant na huisvesting in de gemeente een traject aan, dat start met een intensieve fase van zes maanden. Deze intensieve fase is aanvullend op de andere onderdelen van het gemeentelijke inburgeringstraject.
1
11 |
Andere belemmeringen hebben te maken met de psychische en/of lichamelijke gezondheid.
In de maatschappelijke begeleiding zitten de volgende groepsgewijze activiteiten: - Workshops aangaande integratieonderwerpen; - Workshops aangaande financiële zelfredzaamheid. Deze groepsgewijze activiteiten worden individueel verdiept en aangevuld vanuit de maatschappelijke begeleiding. Verdieping vindt plaats door: - Oefenen met een taalcoach; - Oefenen van vaardigheden met een coach integratie; - Afspraken budgetcoach; - Afspraken arbeidscoach. De maatschappelijke begeleiding wordt gegeven in fasen van telkens 6 maanden. Na elke fase is er een overlegmoment met AVRES. In dit overlegmoment wordt onder andere afgestemd of de begeleiding verlengd of afgebouwd moete worden. Nadat de maatschappelijke begeleiding volledig wordt afgerond,vindt er een uitgebreide overdracht plaatst aan AVRES. Het traject van maatschappelijke begeleiding is als bijlage 2 bij dit document gevoegd.
4.4 Informatie- en adviespunten VluchtelingenWerk beschikt –als onderdeel van de maatschappelijke begeleiding- over informatie- en adviespunten (spreekuur) voor informatie en advies aan vluchtelingen en andere inwoners van de gemeenten. Deze infopunten zijn in Gorinchem, Vianen, Leerdam, Nieuw-Lekkerland en Bleskensgraaf. Het informatie- en adviespunt is een laagdrempelige basisvoorziening waar onafhankelijk informatie en zo mogelijk advies wordt gegeven over specifieke onderwerpen waar vluchtelingen in de gemeente mee te maken krijgen. Het doel is: - Effectief beantwoorden van incidentele vagen; - Waar nodig doorverwijzen naar specifieke begeleiding; - Uitgeprocedeerde asielzoekers doorverwijzen; - Voorkomen van calamiteiten en onwenselijke situaties; - Vergroten maatschappelijk draagvlak.
4.5 Tolken Veel instanties hebben regelmatig te maken met personen die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Dit maakt het gesprek erg lastig en een tolk is niet altijd direct voorhanden. Er kan gebruik worden gemaakt van de tolkentelefoon (betaald), echter is dit niet altijd wenselijk. Om die reden is er binnen de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden afgesproken dat instanties gratis gebruik kunnen maken van vrijwillige tolken in de regio, via Vluchtelingenwerk. De volgende instanties kunnen gebruik maken van de tolken: Scholen Kinderopvang Wmo-loket Sociaal Team Jeugdteam
4.6 Informele taaltrajecten Onderdeel van de maatschappelijke begeleiding is de ondersteuning bij de beheersing van de Nederlandse taal, als aanvulling op de taallessen die asielmigranten verplicht moeten volgen. Dit wordt het informele taaltraject genoemd. De vrijwilligers van VluchtelingenWerk voorzien hierin met de inzet van taalcoaches. Maar er zijn ook andere informele taaltrajecten, zoals bijvoorbeeld bij de bibliotheken. VluchtelingenWerk zal hiernaar actief doorverwijzen. Het aanbod van de bibliotheek is als bijlage 3 bij dit document gevoegd.
4.7 Gezamenlijke subsidierelatie VluchtelingenWerk 12 |
Met ingang van het jaar 2021 gaan de gemeenten gezamenlijk de subsidierelatie aan met VluchtelingenWerk voor de maatschappelijke begeleiding van asielmigranten, evenals voor de instandhouding van de basisvoorziening (professionele organisatie, juridische ondersteuning, begeleiding gezinshereniging, aansturing en opleiding vrijwilligers etc.) en de begeleiding bij de huisvesting van asielmigranten. Zo kunnen de gemeenten gezamenlijk de subsidieafspraken eenduidig formuleren, afstemmen op het gezamenlijke beleid én een transparante subsidierelatie ontwikkelen. Op de gezamenlijke subsidieafspraak is het solidariteitsprincipe van toepassing. Hierdoor kan het zijn dat het ene jaar de ene gemeente iets meer gebruik kan maken van VluchtelingenWerk, en het andere jaar de andere gemeente. Mogelijk kan op termijn worden toegewerkt naar één backoffice voor de arbeidsmarktregio Gorinchem, met satellietlocaties in de gemeenten. Dit kan leiden tot een kostenbesparing. De gemeente Gorinchem is bereid om namens de gezamenlijke gemeenten de formeel-juridische subsidierelatie met VluchtelingenWerk aan te gaan.
Brede intake en PIP In dit hoofdstuk wordt de Brede Intake beschreven, die uitmondt in een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). AVRES wordt (primair), in combinatie met VluchtelingenWerk (secundair), verantwoordelijk voor de uitvoering van de Brede Intake en het opstellen van het PIP. Voor het beschikken van de PIP wordt AVRES –als bevoegde instantie- verantwoordelijk.
5.1 Brede Intake Een Brede Intake biedt inzicht in de startpositie, de ontwikkelmogelijkheden en de persoonlijke situatie van een inburgeringsplichtige. De Brede Intake beslaat dus een breed spectrum. Alles wat effect kan hebben op integratie wordt in kaart gebracht. De Brede Intake kent een aantal verplichte onderdelen/onderwerpen. Deze worden met een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld. De leerbaarheidstoets is één van de verplichte onderdelen. De leerbaarheidstoets is een onafhankelijke toets, die wordt vastgesteld door het Ministerie van SZW. Ook de afnemer van de toets wordt door het Ministerie van SZW vastgesteld. De leerbaarheidstoets geeft een indicatie voor het vaststellen van de te volgen leerroute voor de migrant. Vanuit alle informatie uit de Brede Intake wordt een integrale afweging gemaakt voor het meest passende inburgeringstraject voor de migrant. De Brede Intake hoeft niet in één keer te worden afgenomen, maar kan uit meerdere contactmomenten bestaan.
5.2 Moment van Brede Intake De Brede Intake van asielmigranten vindt zo snel mogelijk plaats na koppeling aan één van de drie gemeenten en dus bij voorkeur al op het AZC. Op deze manier wordt uitvoering gegeven aan de doorlopende lijn. Voor gezinsmigranten en nareizende asielmigranten vindt de Brede Intake plaats na inschrijving in de BRP van de gemeente.
5.3 Vrije vormgeving Brede Intake Gemeenten mogen –op enkele verplichte onderdelen/onderwerpen na- zelf bepalen hoe de Brede Intake wordt vormgegeven. Dit biedt gemeenten de ruimte voor een integrale aanpak, door bijvoorbeeld de Brede Intake te verbinden met de andere relevante deelgebieden binnen het sociale domein. Ook mogen gemeenten zelf bepalen hoe deze informatie in kaart wordt gebracht, bijvoorbeeld door het voeren van gesprekken of het gebruik van meetinstrumenten.
5.4 PIP Vanuit alle informatie, die met de Brede Intake wordt opgehaald, moeten gemeenten voor elke migrant een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opstellen. In het PIP worden de persoonlijke doelen –in samenspraak met de migrant - vastgelegd, waaronder de te volgen leerroute (taalonderwijs) en de wijze
13 |
waarop gemeenten de migrant begeleiden en ondersteunen gedurende het inburgeringstraject. Het PIP is dus gebaseerd op maatwerk. Het PIP moet uiterlijk 10 weken na de dag waarop de migrant in de BRP van de gemeente is ingeschreven, worden vastgesteld. Na het vaststellen van het PIP gaat de inburgeringstermijn van drie jaar lopen. De termijn van 10 weken biedt aan de ene kant voldoende tijd om de Brede Intake uit te voeren, terwijl het aan de andere kant een tijdige start van het inburgeringstraject garandeert. Het PIP is voor de migrant geen vrijblijvend persoonlijk plan. Het PIP krijgt namelijk de vorm van een beschikking en is daarmee een officieel besluit. Bij niet-nakoming van het PIP kan gehandhaafd worden. Ook kan de migrant bezwaar en/of beroep aantekenen tegen het PIP. Het PIP moet gedurende het inburgeringstraject worden gemonitord en kan ook tussentijds worden aangepast. Daarmee is het PIP een dynamisch document. Gemeenten doen asielmigranten een aanbod om aan het PIP te voldoen. Het aanbod bestaat uit een leerroute, de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het participatieverklaringstraject (PVT).
5.5 Bijzondere positie gezinsmigranten en overige migranten Gezinsmigranten krijgen -net als asielmigranten- een Brede Intake en een PIP. Voor de uitvoering van het PIP hoeven gemeenten echter alleen een aanbod MAP en PVT te doen. Voor het volgen van de leerroute (taalschool) en KNM hebben gezinsmigranten en overige migranten keuzevrijheid. Wel kan de gemeente hen hierover adviseren.
5.6 Expertise Van gemeenten wordt verwacht dat de medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van de Brede Intake en het opstellen van het PIP over de juiste expertise beschikken. Als tijdens de Brede Intake communicatie niet of nauwelijks mogelijk is vanwege de taalbarrière, kan een tolk worden ingezet. Tijdens de Brede Intake moet in ieder geval voldoende betrouwbare informatie over de inburgeraar verzameld worden om een PIP op te kunnen stellen.
5.7 Uitvoering De gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden hebben de wettelijke regie over de uitvoering van het inburgeringstraject. De drie gemeenten zijn er verantwoordelijk voor dat de Brede Intake bij iedere migrant wordt afgenomen en wordt vertaald naar een PIP. De uitvoering van de Brede Intake en het PIP wordt bij AVRES (primair), in combinatie met VluchtelingenWerk (secundair), neergelegd. Vanuit de sterkte link die het gemeentelijke inburgeringstraject heeft met participatie, is AVRES de aangewezen partij om het aanspreekpunt te worden van de migrant, gedurende het hele inburgeringstraject. Vanuit de doorlopende lijn, naar de Brede Intake, het PIP en de monitoring van het PIP. AVRES moet dan wel een combinatie vormen met VluchtelingenWerk, omdat juist deze partij expertise in huis heeft om informatie te verzamelen en te interpreteren op het niet-participatievlak, zoals de persoonlijke situatie en gezondheid. Op deze manier ontstaat een integrale aanpak. Waar nodig kan daarnaast ook nog gebruik worden gemaakt van andere disciplines binnen het Sociaal Domein, om de Brede Intake te vertalen naar het PIP. Door AVRES vast aanspreekpunt te maken voor de migrant, kan deze overzicht houden over het hele inburgeringstraject, verbindingen leggen met andere betrokken organisaties en een laagdrempelige vraagbaak voor de migrant zijn.
Waar nodig kan AVRES tussentijds –in overleg met VluchtelingenWerk en de migrant- het PIP aan veranderde omstandigheden. Het PIP wordt afgegeven in de vorm van een beschikking. AVRES is juridisch bevoegd om beschikkingen vast te stellen, VluchtelingenWerk niet. Om die reden wordt AVRES verantwoordelijk voor het beschikken van het PIP en de afhandeling van bezwaar en/of beroep hiertegen.
14 |
Monitoring en handhaving In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het inburgeringstraject wordt gemonitord en hoe er bij niet naleving van het PIP handhavend kan worden opgetreden. AVRES wordt verantwoordelijk voor het monitoringsproces, evenals voor de handhaving van de naleving van het PIP.
6.1 Monitoring Het is belangrijk dat gemeenten zicht hebben en houden op de voortgang van het inburgeringstraject van de migrant, zodat de juiste begeleiding kan worden gegeven en er –indien nodig- tijdig bijgestuurd kan worden. Het gaat er dan onder meer om of iemand in de juiste leerroute zit (qua lestempo, intensiteit, taalniveau), hoe de verhouding inburgering-thuissituatie is, of er psychische of fysieke knelpunten zijn, of de termijnen worden gehaald etc. Om de voortgang goed te kunnen monitoren is het essentieel om daarover centraal signalen te ontvangen van de taalaanbieder, AVRES, VluchtelingenWerk, en andere betrokken instanties en disciplines. En deze signalen te bundelen. Dit kan in de vorm van (multidisciplinaire) gesprekken, maar ook via ICT-systemen waarin gegevens worden bijgehouden.
6.2 Voortgangsgesprekken met inburgeraar Gemeenten monitoren de voortgang van de migrant op de in het PIP gemaakte afspraken ook met de migrant zelf, via voortgangsgesprekken. Tijdens de voortgangsgesprekken wordt onder andere besproken of de vastgestelde leerroute voldoende aansluit bij de capaciteiten en persoonlijke situatie van de migrant. Ook zal er tijdens de voortgangsgesprekken aandacht zijn voor positieve gezondheid, waaronder gezond eten en sporten/bewegen. Er worden meerdere voortgangsgesprekken gevoerd gedurende het inburgeringstraject. Indien nodig zal er bij het voortgangsgesprek een tolk aanwezig zijn. Naarmate iemand verder komt in het traject, zal de noodzaak om een tolk in te schakelen afnemen.
6.3 Vervolgstappen na een voortgangsgesprek Een voortgangsgesprek met een migrant kan aanleiding zijn voor het nemen van vervolgstappen, zoals het inschakelen van zorgverleners of het leggen van aanvullend (afstemmings)contact met een taalschool of maatschappelijke begeleiding. Ook het aanpassen van het PIP kan tot de vervolgstappen behoren.
6.4 Uitvoering AVRES wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de monitoring en de handhaving. Dit is een logisch vervolg op het uitgangspunt om AVRES het vaste aanspreekpunt voor inburgeraars te maken en om AVRES de beschikkingen voor de PIP af te laten geven. Bewust wordt ervoor gekozen om voor de monitoring alleen AVRES verantwoordelijk te maken en geen gecombineerde verantwoordelijkheid met VluchtelingenWerk op te leggen. Monitoring leent zich namelijk niet voor een gedeelde verantwoordelijkheid. Eén partij moet de ‘helikopterview’ houden en een monitoringssysteem bijhouden. Dit neemt echter niet weg dat AVRES voor de monitoring nauw zal moeten samenwerken met VluchtelingenWerk. Gezamenlijk zullen AVRES en VluchtelingenWerk van elke inburgeraar tussentijds de ontwikkelingen en vorderingen rondom de uitvoering van het PIP moeten volgen en waar nodig moeten bijsturen.
6.5 Handhaving Gemeenten krijgen vanuit het Rijk de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen aan inburgeraars, als zij verwijtbaar niet meewerken aan hun inburgering. In de nieuwe Wet Inburgering wordt vastgelegd in welke gevallen gemeenten een boete kunnen opgelegd. Het gaat dan om het zonder geldige reden niet komen opdagen bij de Brede Intake, bij de taallessen (met uitzondering van gezinsmigranten en overige migranten) en/of bij andere activiteiten waarover afspraken zijn vastgelegd in het PIP. De minister van SZW blijft ook in het nieuwe inburgeringsstelsel verantwoordelijk voor het gehele inburgeringstraject. Het opleggen van boetes voor het niet halen van de afgesproken leerroute binnen drie
15 |
jaar, het niet op tijd afronden van het participatieverklaringstraject en het niet op tijd afronden van de Module Arbeidsmarkt en Participatie wordt dan ook geen taak van gemeenten. Deze boetes worden namens de minister opgelegd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).
16 |
Leerroutes In dit hoofdstuk worden de drie verschillende leerroutes beschreven. De inkoop van de leerroutes vindt plaats via een aanbesteding door de arbeidsmarktregio Gorinchem.
7.1 Drie leerroutes Op basis van de Brede Intake (inclusief leerbaarheidstoets) wordt in het PIP vastgelegd welke leerroute de inburgeraar moet gaat volgen. De wet maakt onderscheid in drie leerroutes: 1. B1-route: gericht op het zo snel mogelijk behalen van taalniveau B1, in combinatie met participatie, om daarmee het perspectief op de arbeidsmarkt te vergroten. 2. Onderwijsroute: gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Na een taalschakeltraject worden inburgeraars doorgeleid naar een Nederlandse opleiding. Bestemd voor inburgeraars met een hoge leerbaarheid, voldoende motivatie en een grote kans om beroeps- of wetenschappelijk onderwijs te volgen binnen het Nederlandse onderwijsstelsel en dit met een diploma af te ronden. 3. Zelfredzaamheidsroute (Z-route): gericht op het zich redden in de Nederlandse maatschappij. Bestemd voor inburgeraars voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt. In de volgende paragrafen worden de drie leerroutes uitgebreider toegelicht.
7.2 B1 route Om het mogelijk te maken dat de meeste inburgeraars zo snel mogelijk, maar maximaal binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten, is het belangrijk dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk. Vanwege de diversiteit van de groep statushouders, is het van belang dat gemeenten binnen de B1 route maatwerk aanbieden, door de leerroute in diverse intensiteiten aan te bieden. Waar een intensief taaltraject van twintig lesuren per week het meest passend is voor de één, is de ander wellicht meer gebaat bij een intensiteit van tien lesuren per week over een langere periode. Om ruimte te geven voor het benodigde maatwerk, is er vanuit de wet geen minimum of maximum aantal wekelijkse lesuren vastgelegd binnen de B1-route. Aanvullend op de B1 route kunnen gemeenten informele taaltrajecten inzetten, bijvoorbeeld via het aanbod van de bibliotheek. Als tijdens de B1 route blijkt dat het taalniveau te hoog is, dan bestaat de mogelijkheid om (op onderdelen) af te schalen naar het lagere taalniveau A2. Als tijdens de B1 route blijkt dat de inburgeraar een hoger taalniveau aankan, dan bestaat de mogelijkheid om (op onderdelen) op te schalen naar het hogere taalniveau B2. De B1 route bestaat uit de te examineren onderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken én Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM).
De B1 route is in beginsel het uitgangspunt voor alle inburgeringsplichtigen. De B1 route moet worden ingekocht bij een taalaanbieder, die voldoet aan het keurmerk Inburgeren van Blik op Werk.
7.3 Onderwijsroute De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject van gemiddeld anderhalf jaar, gericht op instroom in vervolgonderwijs op alle niveaus MBO, HBO of WO. Omdat alleen diploma’s op MBO niveau 2 of hoger, HBO, en WO gelden als startkwalificatie waarmee de kansen op de arbeidsmarkt het hoogst zijn, verdient het de voorkeur dat een inburgeraar na het behalen van het taalschakeltraject doorstroomt naar een opleiding op minimaal MBO niveau 2. Het diploma van het taalschakeltraject geeft overigens als zodanig geen toegang tot het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. Een taalschakeltraject heeft namelijk niet dezelfde status als een Nederlands diploma van het voortgezet onderwijs. Het diploma van het taalschakeltraject, in combinatie met de opleidingen en/of werkervaring in het land van herkomst, zijn voor de inburgeraar bepalend voor de toegang tot vervolgonderwijs.
17 |
De onderwijsroute is bestemd inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn om een opleiding in het beroeps- of wetenschappelijke onderwijs binnen het Nederlandse onderwijsstel te volgen en waarvan –naar het oordeel van de gemeente- een grote kans bestaat op het behalen van een diploma. Om aanspraak te kunnen maken op studiefinanciering voor het taalschakeltraject, moeten migranten voor hun 30ste jaar starten. Migranten die ná hun 30ste jaar beginnen, ontvangen geen studiefinanciering en zullen dus gedurende de onderwijsroute en de aanvullende opleiding zelf in hun levensonderhoud moeten voorzien, tenzij de gemeenten voor deze groep (nieuw) beleid ontwikkelen voor een financieel vangnet op grond van de Participatiewet. De onderwijsroute moet worden ingekocht bij private onderdelen van onderwijsinstellingen en andere private partijen met een diploma-erkenning. De Inspectie van het Onderwijs voert het toezicht op de kwaliteit van de taalschakeltrajecten uit. In tegenstelling tot de andere leerroutes bevat de onderwijsroute geen duale component. Wel kunnen gemeenten besluiten om snuffelstages of meeloopdagen onderdeel te laten uitmaken van de onderwijsroute.
7.4 Z-route De Z-route is bestemd voor inburgeraars, die naar het oordeel van de gemeente niet in staat zijn om de B1 route of de onderwijsroute te volgen. De Z-route is een intensief traject, dat aansluit bij de persoonlijke capaciteiten van de migrant, gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden op het taalniveau A1 én op zelfredzaamheid, activering en participatie. Het onderwijs binnen de Z-route wordt deels in groepslesverband en deels in de praktijk gegeven. In de praktijk kan de taal worden geleerd binnen een actieve context, bijvoorbeeld in de winkel, aan een balie of in werksituaties. Binnen de Z-route moet minimaal 800 uur worden ingezet op het leren van de Nederlandse taal en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en minimaal 800 uur op activering en participatie (op basis van maatwerk), het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Mocht tijdens de Z-route blijken dat een migrant toch één of meer onderdelen op het hogere taalniveau A2 kan behalen, dan moet dit worden gefaciliteerd. De Z-route wordt niet afgesloten met een examinering, maar met een eindgesprek. Dit eindgesprek vindt plaats door de taalaanbieder en AVRES. De Z-route moet worden ingekocht bij een taalaanbieder, die voldoet aan het keurmerk Inburgeren van Blik op Werk
7.5 Instroom leerroutes Vanuit het ministerie van SZW is onderstaande tabel gepubliceerd waarin wordt geschetst wat de verwachting is van het aantal migranten dat in een bepaalde leerroute instroomt. Route
Asielstatushouders
Gezins- en overige migranten
B1-route
60%
83%
Onderwijsroute
25%
14%
Z-Route
15%
3%
De verwachting is dat deze percentages niet helemaal realistisch zijn voor de arbeidsmarktregio Gorinchem. Het doel is zo veel mogelijk inburgeraars de B1-route te laten doorlopen, maar 60% lijkt in de arbeidsmarktregio Gorinchem aan de hoge kant, gebaseerd op ervaring.
7.6 Tussentijds veranderen van leerroute Schakelen tussen leerroutes is mogelijk in het nieuwe inburgeringsstelsel, mits voldoende onderbouwd. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een inburgeringsplichtige in de Z-route toch meer kan en dus kan overstappen naar de B1 route. Of dat de inburgeringsplichtige in de B1-route niet het verwachte taalniveau kan halen, waardoor een overstap naar de Z-route moet plaatsvinden.
18 |
De termijn, waarbinnen geschakeld kan worden tussen de leerroutes, is 1,5 jaar na aanvang van de leerroute.
7.7 Aanbesteding De gemeenten Vijfheerenlanden, Gorinchem en Molenlanden hebben –als gezamenlijke arbeidsmarktregio Gorinchem- een Europese aanbesteding voor de leerroutes B1 en Z in gang gezet. Daarbij is gekozen voor een combinatie met de formele taaltrajecten die binnen de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) moeten worden ingekocht. De formele taaltrajecten WEB en de leerroutes B1 en Z lenen zich voor combinatie, omdat:
Zij beiden gericht zijn op het leren van de Nederlandse taal door volwassenen vanaf 18 jaar, op diverse niveaus (waaronder ook analfabetisering) Zij beiden als uitgangspunt hebben dat deelname moet leiden tot arbeidsmarktparticipatie (uitstroom uitkering, betere positie op de arbeidsmarkt)
De gemeenten verwachten met deze combinatie een schaalvoordeel te kunnen bereiken, omdat:
Het aantal deelnemers op jaarbasis (sterk) kan fluctueren (onder andere afhankelijk van de mate van de landelijke instroom van asielmigranten en de mate van regionale instroom van arbeidsmigranten), waardoor gecombineerde klassen kunnen worden gemaakt. De deelnemers gedurende het gehele jaar kunnen instromen, waardoor op meerdere momenten per jaar gecombineerde klassen kunnen worden opgestart.
De gunning vindt in december 2020 plaats. Contractpartij is de gemeente Gorinchem namens de arbeidsmarktregio Gorinchem. De aanbesteding voor de leerroutes betreft de jaren 2021 en 2022 met de mogelijkheid tot verlenging van twee keer één jaar. Voor de onderwijsroute zal een enkelvoudige onderhandse aanbesteding plaatsvinden. Dit is toegestaan, omdat het bedrag van de aanbesteding onder de grenswaarden van het inkoopbeleid blijft. In onze regio voldoet slechts één partij aan de vereiste diploma-erkenning voor de onderwijsroute. Dit betreft het DaVinci College in Gorinchem. Het ligt dus voor de hand om met deze onderwijsinstelling tot een opdracht te komen voor de uitvoering van de onderwijsroute.
7.8 Evaluatie De arbeidsmarktregio evalueert na twee jaar de uitvoering van de leerroutes door de taalaanbieder. Voor deze relatief korte periode is gekozen, omdat de uitvoering van de leerroutes nieuw is voor zowel de gemeenten als de taalaanbieder.
7.9 Monitoring door AVRES In het vorige hoofdstuk is reeds benoemd dat AVRES de partij is, die verantwoordelijk wordt voor de monitoring van de voortgang van het inburgeringsproces van inburgeraars. Daartoe behoort ook de monitoring op de voortgang van de leerroutes. In het aanbestedingsdocument is opgenomen dat de taalaanbieder van de B1- en de Z-route een trajectbegeleider aan moet stellen, die als eerste aanspreekpunt voor AVRES moet fungeren en tevens de benodigde informatie per inburgeraar aan AVRES moet verstrekken.
7.10 Monitoring door arbeidsmarktregio Omdat de arbeidsmarktregio opdrachtgever is voor de uitvoering en bekostiging van de leerroutes, is de monitoring van de arbeidsmarktregio gericht op het verkrijgen van management-, voortgangs- en financiële informatie, welke aansluit op de Planning & Controlcyclus van de afzonderlijke gemeenten en de verantwoordingscyclus richting het Rijk.
19 |
Financiële Ontzorging en zelfredzaamheid In dit hoofdstuk wordt het financieel ontzorgen als onderdeel van het inburgeringstraject beschreven. AVRES wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van het financieel ontzorgen.
8.1 Financieel ontzorgen De nieuwe Wet Inburgering voorziet in de financiële ontzorging van bijstandsgerechtigde migranten. Concreet houdt deze ontzorging in dat gemeenten gedurende een periode van zes maanden de vaste lasten van bijstandsgerechtigde migranten betalen; gas-water-elektra, huur en de verplichte zorgverzekering. Dit gebeurt uit de bijstandsuitkering en start direct op het moment dat er recht op bijstand ontstaat. Het bedrag van de bijstandsuitkering dat na de betaling van de vaste lasten overblijft, wordt op de bakrekening van de bijstandsgerechtigde migrant gestort en is ter vrije besteding. Mocht na zes maanden blijken dat er langer behoefte is aan financiële ontzorging, dan kan maatwerk worden toegepast en de periode van financieel ontzorgen op individuele basis worden verlengd. Migranten die geen bijstandsuitkering ontvangen, komen niet in aanmerking voor financiële ontzorging. Doorgaans zal dit gezinsmigranten betreffen.
8.2 Doel Het doel van financieel ontzorgen is drieledig: Het bevordert de inburgering van de asielmigrant, omdat er geen onzekerheid is over de financiële positie. Het bevordert de arbeidsdeelname van de asielmigrant, omdat er meer tijd en ruimte ontstaat gedurende de periode van financieel ontzorgen. Het voorkomt het ontstaan van schulden in de beginfase van het verblijf in Nederland.
8.3 Uitvoering Het financieel ontzorgen wordt belegd bij AVRES. AVRES is namelijk de partij die de bijstandsuitkeringen verstrekt en budgetbeheer kan toepassen. In de uitvoering van deze taak kiezen de gemeenten ervoor om budgetbeheer toe te passen. Toepassing van budgetbeheer heeft als belangrijkste voordeel dat de toeslagen van de bijstandsgerechtigde migrant op de budgetbeheerrekening kunnen worden gestort. Dit is bij de methode van inhouding van de vaste lasten op de uitkering, niet mogelijk. Met de toepassing van budgetbeheer kan AVRES beter zicht houden op het budgetplan van de bijstandsgerechtigde migrant. AVRES moet bij de uitvoering van de financiële ontzorging intensief samenwerken en afstemmen met VluchtelingenWerk. VluchtelingenWerk is namelijk de partij die de migrant ondersteunt bij het afsluiten van contracten en budgetcoaching aanbiedt.
8.4 Financiële zelfredzaamheid Financieel ontzorgen heeft uiteindelijk alleen toegevoegde waarde als er gedurende de periode van zes maanden ook wordt gewerkt aan de financiële zelfredzaamheid van de bijstandsgerechtigde migrant. Anders is er alleen sprake van het vooruitschuiven van financiële problemen. Deze financiële problemen ontstaan dan niet aan het begin van het inburgeringstraject, maar na zes maanden. VluchtelingenWerk zet tijdens de maatschappelijke begeleiding in op financiële zelfredzaamheid met workshops en een budgetcoach. VluchtelingenWerk heeft tijdens de pilot De Taalsnelweg naar Werk de cursus Euro-Wijzer gegeven, om inburgeraars financieel zelfredzaam te maken. Deze cursus werd door de deelnemers aan de pilot goed ontvangen en als waardevol instrument beschouwd om zelfredzaam te worden. De gemeenten zetten Euro-Wijzer daarom ook in onder de nieuwe Wet Inburgering.
20 |
MAP & PVT In dit hoofdstuk wordt de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT) besproken. AVRES wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de MAP en VluchtelingenWerk voor de uitvoering van de PVT.
9.1 Module Arbeidsmarkt en Participatie De MAP is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject en ziet op de kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het doel van deze module is om de competenties en arbeidskansen van inburgeraars in beeld te brengen en hen vaardigheden bij te brengen om een baan te vinden. Gemeenten organiseren deze module op basis van eindtermen/kwaliteitscriteria die nog in lagere regelgeving worden uitgewerkt. De vaststelling van deze lagere regelgeving wordt begin 2021 verwacht. In de onderwijsroute is MAP vervangen door loopbaanoriëntatie. In deze leerroute is MAP daarom niet nodig om te voldoen aan de inburgeringsplicht.
9.2 Participatieverklaringstraject Het PVT is een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject en behelst een inleiding in de Nederlandse kernwaarden, welke wordt afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring. Met het ondertekenen van de participatieverklaring verklaren inburgeraars dat zij kennis hebben genomen van de Nederlandse kernwaarden, dat zij deze respecteren en dat zij bereid zijn actief een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving. De minimale tijdsinvestering van het PVT is 12 uur en er moet een excursie of activiteit worden georganiseerd waarin een Nederlandse waarde centraal staat. Het PVT bestaat ook al in het huidige inburgeringsstelsel. Binnen het nieuwe stelsel wordt dit traject uitgebreid qua tijdsinvestering en verdiept door onder andere een excursie of activiteit aan te bieden.
9.3 Uitvoering AVRES wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de MAP, omdat deze module ziet op de arbeidsmarkt en de persoonlijke competenties van de inburgeraar op deze arbeidsmarkt. Wel is daarbij samenwerking met VluchtelingenWerk aan de orde, omdat VluchtelingenWerk binnen de maatschappelijke begeleiding ook arbeidscoaching aanbiedt. Deze onderdelen moeten goed op elkaar worden afgestemd. VluchtelingenWerk wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van het PVT. Het PVT bestaat binnen het huidige stelsel ook al en wordt uitgevoerd door VluchtelingenWerk. Vanuit deze ervaring en expertise is VluchtelingenWerk de aangewezen partij om het PVT ook onder het nieuwe inburgeringsstelsel uit voeren. Samenwerking met AVRES is aan de orde voor de excursie of de activiteit, waarin een Nederlandse waarde centraal staat.
21 |
Personeel, automatisering & huisvesting De stelselwijziging inburgering impliceert een veranderopgave voor de gemeenten. Zowel de inhoud van de inburgering als de bedrijfsvoering van gemeenten verandert. Daarom moeten niet alleen de primaire processen vormgegeven worden, maar moeten ook de ondersteunende processen van de uitvoering ingericht worden voor de aankomende stelselwijziging. In dit hoofdstuk worden de aspecten personeel, huisvesting en automatisering belicht
10.1 Personeel Op dit moment kent het brede werkveld rondom de inburgering al vele functies en rollen, die in de praktijk nauw met elkaar samenwerken en afstemmen. Bij de implementatie van de nieuwe Wet Inburgering moet zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van dit bestaande netwerk, zodat de uitvoering kwalitatief goed opgepakt kan worden. Dit neemt echter niet weg dat er –vanuit de regiefunctie die gemeenten toebedeeld krijgen- ook extra inzet van personeel nodig is. Deze extra inzet zit op de onderdelen doorlopende lijn, Brede Intake en opstellen PIP, monitoring en handhaving, financieel ontzorgen, MAP en PVT (voor de uitbreiding ten opzichte van de bestaande PVT). De uitvoering van deze onderdelen ligt bij AVRES en/of VluchtelingenWerk. Op het gebied van personeel is er voor de gemeenten slechts beperkte extra inzet benodigd, omdat het merendeel van de taken bij AVRES en VluchtelingenWerk worden neergelegd. Voor de gemeenten bestaat de extra personeelsinzet uit het aanbestedingstraject inkoop leerroutes, de monitoring van de taalaanbieder(s) die de leerroutes gaan uitvoeren en de financiële verantwoording, zowel binnen de eigen organisatie als richting het Rijk.
10.2 Huisvesting Op het gebied van huisvesting wordt er van de gemeenten niets extra’s gevraagd. De taalscholen moeten voorzien in leslocaties voor de leerroutes. In het aanbestedingsdocument is hiervoor opgenomen dat de taalaanbieder met een huisvestingsplan komt, waarbij de definitieve keuze voor de huisvesting uiteindelijk in samenspraak met de gemeenten wordt gemaakt. Zo houden de gemeenten grip op de locaties waar taallessen worden aangeboden. Voor het opstellen van een huisvestingsplan zijn door de gemeenten vooraf een aantal randvoorwaarden meegegeven, zoals een maximale reistijd voor elke individuele inburgeraar van maximaal één uur, gerekend van deur tot deur. Voor andere onderdelen van het nieuwe inburgeringsstelsel kan gebruik worden gemaakt van bestaande locaties van bijvoorbeeld AVRES en VluchtelingenWerk.
10.3 Automatisering De informatievoorziening omtrent inburgering en participatie laat al lange tijd te wensen over. In de praktijk blijkt het moeilijk te zijn om relevante informatie voor de inburgeraar te ontsluiten uit de bestaande systemen, zoals bijvoorbeeld TVS (taakstellingsvolgsysteem COA), VVS (vluchtelingenvolgsysteem VluchtelingenWerk) Suite (AVRES) en Suwinet (DUO). De aanstaande stelselwijziging inburgering nodigt daarom uit om de bestaande systemen opnieuw in te richten of uit te breiden. Door de automatiseringssystemen aan te sluiten op het gewenste programma wordt een efficiënte uitvoering mogelijk gemaakt. Op dit moment vinden veel innovaties omtrent automatiseringsvraagstukken plaats, maar een sluitend (landelijk) ketenbreed, data-gedreven systeem is er nog niet en wordt ook op korte termijn nog niet verwacht. Dit betekent dat AVRES, als uitvoerende partij van de monitoring van de inburgeringstrajecten, vooralsnog zelf alle relevant informatie uit de keten moeten verzamelen en vastleggen. Bij de ontwikkeling van een sluitend ketenbreed systeem moet rekening worden gehouden met de privacywetgeving en de wetgeving van het medisch beroepsgeheim.
22 |
Financiën In dit hoofdstuk wordt de financiering van de nieuwe Wet Inburgering beschreven. Opgemerkt wordt hierbij dat dit de financiering betreft, zoals door het Rijk bekend is gemaakt vóór het uitstel van de nieuwe Wet Inburgering van 1 juli 2021 naar 1 januari 2022. Als gevolg van het uitstel van de nieuwe wet kan er een wijziging optreden in het financiële plaatje.
11.1 Rijksmiddelen Vanuit het Rijk komen er drie geldstromen beschikbaar voor de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering: Incidenteel Integratiebudget 2020 Structureel Integratiebudget 2021 en volgende jaren Structurele Specifieke Uitkering In de volgende paragrafen worden deze budgetten uitgebreider toegelicht.
11.2 Incidenteel Integratiebudget 2020 Het incidentele Integratiebudget 2020 is uitgekeerd via de meicirculaire in 2020. Dit budget is bedoeld voor de bekostiging van de implementatie van de nieuwe Wet inburgering, zoals het doorvoeren van nieuwe processen en het opzetten van een model op basis waarvan de gemeenten de wet uitvoeren. Aan de besteding van het Integratiebudget 2020 worden geen voorwaarden gesteld. Het budget is daarom vrij besteedbaar. De gemeenten hebben in 2020 het volgende Integratiebudget ontvangen:
Molenlanden Gorinchem Vijfheerenlanden Totaal
€ 87.312,00 € 73.026,00 € 110.910,00 € 271.248,00
Het BTW-declaratiefonds van toepassing is op de implementatiekosten van de nieuwe Wet inburgering.
11.3 Structureel Integratiebudget 2021 en volgende jaren Het structurele Integratiebudget wordt vanaf 1 januari 2022 jaarlijks ontvangen via de mei-circulaire. Dit budget is bestemd ter financiering van de uitvoeringskosten (doorlopende lijn, Brede Intake, PIP, financieel ontzorgen, financiële zelfredzaamheid (Euro-Wijzer), monitoring en handhaving, ondersteunende processen). Aan de besteding van het Integratiebudget worden geen voorwaarden gesteld. Het budget is daarom vrij besteedbaar. De gemeenten ontvangen vanaf 1 januari 2021 de volgende Integratiebudgetten:
Gemeente Molenlanden Gorinchem Vijfheerenlanden Totaal
Bedrag 2021 € 60.007,00 € 56.140,00 € 82.102,00 € 198.249,00
Bedrag 2022 € 133.367,00 € 124.722,00 € 182.474,00 € 440.563,00
Bedrag 2023 e.v. € 146.720,00 € 137.265,00 € 200.744,00 € 484.729,00
Het BTW-declaratiefonds van toepassing is op de uitvoeringskosten van de nieuwe Wet inburgering.
23 |
11.4 Structurele Specifieke Uitkering De structurele Specifieke Uitkering wordt vanaf 1 januari 2022 jaarlijks ontvangen via een aparte beschikking. Deze uitkering is bestemd voor de bekostiging van de volgende inburgeringsvoorzieningen: leerroutes, MAP, PVT, maatschappelijke begeleiding en de tolkenvoorziening. Aan de besteding van de Specifieke Uitkering worden voorwaarden gesteld. De uitkering is daarom niet vrij besteedbaar. De gemeenten moeten over de besteding van de Specifieke Uitkering verantwoording afleggen aan het Rijk. Het Rijk is voornemens om van de Specifieke Uitkering deels een prestatiebudget te maken. Gemeenten die goede prestaties leveren, krijgen dan meer budget dan gemeenten die minder presteren. Naar verwachting gaat de prestatie-gerelateerde financiering per 2025 in. De Specifieke Uitkering wordt voor het eerst beschikt in het voorjaar van 2021. Op dit moment wordt er vanuit het Rijk aangegeven dat gemeenten uit kunnen gaan van de volgende middelen per migrant: