CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Eerste concept Beleidskader Energietransitie Vijfherenlanden.._.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 10 november 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststellen Beleidskader Energietransitie5.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Beleidskader Energietransitie

Inhoudsopgave 1.

Inleiding................................................................................................................................................4 Doel ..........................................................................................................................................................4 RES ambitie als vertrekpunt voor het beleidskader................................................................................4 Reikwijdte van het beleidskader..............................................................................................................4 Waartoe dient het beleidskader energietransitie?.................................................................................4 Aanpak om te komen tot een beleidskader energietransitie .................................................................4

2.

Uitgangspunten ...................................................................................................................................6 RES bod: ...................................................................................................................................................6 Vigerende wetgeving en beleid: ..............................................................................................................6

3.

Beoordelingskaders energieproject ....................................................................................................7 Twee soorten beoordelingskaders ..........................................................................................................7

4.

Generieke beoordelingskaders............................................................................................................7

5.

Specifieke beoordelingskaders............................................................................................................9 Windenergie.............................................................................................................................................9 De situering van de windturbine in haar context ...............................................................................9 Aan te houden afstanden bij een windturbines..................................................................................9 Uitgangspunten met betrekking tot kenmerken van windturbines .................................................10 Nadere eisen windturbines ...............................................................................................................10 Zonne-energie........................................................................................................................................11 Zonnestroomsystemen op dak - buiten beschermd stads en dorpsgezicht ....................................11 Zonnestroomsystemen voor eigen gebruik binnen bestemmingsvlak ............................................11 Zonnestroomsystemen voor eigen gebruik buiten bestemmingsvlak .............................................12

6.

Verduurzamen van monumentale panden, cultureel erfgoed en woonhuismonumenten ............13 Begripsbepalingen .............................................................................................................................13 Uitgangspunten zonnestroomsystemen monumenten of panden binnen beschermde stadsgezichten ...................................................................................................................................13

7.

Innovatie als sleutel voor de energietransitie...................................................................................15

8.

Maatschappelijke kaders bij windprojecten .....................................................................................16 De verschillende fases van een initiatief ...............................................................................................16 Procesparticipatie: het betrekken van de omgeving ............................................................................16 Financiële participatie: de lusten zoveel mogelijk lokaal laten landen ................................................17 Algemene uitgangspunten financiële participatie: ...........................................................................17 Vormen van financiële participatie ...................................................................................................17 Uitgangspunten ten aanzien van lokaal eigendom...........................................................................17 Uitgangspunten ten aanzien van een omgevingsfonds....................................................................18

2

Uitgangspunten ten aanzien van een omwonendenregeling...........................................................18 Uitgangspunten ten aanzien van grondvergoedingen......................................................................18 9.

Ambitie verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed....................................................19

Bijlage 1: Kaart zoekgebieden uit m.e.r. rapport ......................................................................................20

3

1. Inleiding Doel Het beleidskader heeft als doel om duidelijkheid te scheppen over de wijze waarop de gemeente Vijfheerenlanden verzoeken voor toepassing van zonnepanelen buiten kaders, voor toepassing van kleine en grotere en grote windturbines en zon- en windprojecten op het gemeentelijk grondgebied beoordeelt op wenselijkheid en geschiktheid. Het beleidskader geeft duidelijkheid aan de volgende partijen: • • •

Aan particulieren en initiatiefnemers die lokaal duurzame elektriciteit willen opwekken via zon en/of wind. Aan de gemeente om deze initiatieven te beoordelen op hun ruimtelijke inpasbaarheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Aan inwoners van de gemeente over de gebieden waar mogelijkerwijs duurzame energieprojecten worden gerealiseerd.

RES ambitie als vertrekpunt voor het beleidskader We zien de mogelijkheden voor energieopwekking als volgt. In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) zetten we voor de periode tot 2030 maximaal in op zonnepanelen op daken, naast de huidige 3 windturbines van windpark Autena bij Vianen, waarmee we de opgave mogelijk grotendeels kunnen realiseren. Daarnaast zijn er tot 2030 naar verwachting 1-3 extra (grote) windturbines nodig (naast de drie bestaande windturbines nabij Autena) om de tussentijdse doelstelling voor 2030 te halen of vele kleinere windturbines ten behoeve van lokaal gebruik.

Reikwijdte van het beleidskader Het beleidskader energietransitie focust zich voornamelijk over het opwekken van elektriciteit uit bestaande technieken zoals zonnepanelen en windturbines. De gemeente Vijfheerenlanden heeft er bestuurlijk voor gekozen om geen zonnevelden op (agrarische) gronden te faciliteren. Daarom dient de opgave grotendeels ingevuld te worden door duurzame opwek van energie door middel van zon op dak en windturbines. Daarnaast laat dit beleidskader energietransitie ruimte voor innovatie.

Waartoe dient het beleidskader energietransitie? Het geeft duidelijkheid welke (on)mogelijkheden er binnen de gemeente Vijfheerenlanden zijn voor de transitie van fossiele energie naar duurzame energie. Het beleidskader wordt ingezet om af te wegen welke zoekgebieden voor windturbines ‘open’ worden gezet voor vergunningsprocedures voor zonprojecten of windturbines. De voorwaarden die zijn opgesteld in het beleidskader moeten door de vergunningaanvrager aantoonbaar worden gemaakt. De vergunning is van tijdelijke aard (in geval van energie minimaal twintig jaar). Bovendien is er een opruimplicht.

Aanpak om te komen tot een beleidskader energietransitie De generieke kaders zijn gedestilleerd uit de uitkomsten van de workshop met de gemeenteraad die op 8 september 2022 gehouden is. Daar is gewerkt met drie vragen: “waar zijn we trots op”, “waar zouden we meer van willen hebben” en “hoe kan het beleidskader energietransitie daaraan bijdragen”. Hoewel dat grote conceptuele vragen zijn, zijn de antwoorden die opgehaald zijn te groeperen naar thema’s, die vervolgens weer vertaald kunnen worden naar de achterliggende redenen waarom het een thema is en hoe dat thema beleefd wordt.

4

Daarnaast zijn specifieke kaders geformuleerd. Deze kaders zijn onder andere afgeleid uit bestaand landelijk, provinciaal en regionaal beleid. De generieke kaders dienen als vangnet. Op het moment dat een project of initiatief (deels) buiten de specifieke kaders valt, bijvoorbeeld omdat het een technologische vernieuwing betreft waarmee op het moment van het tot stand komen van dit beleidskader geen rekening is gehouden, en het project wel bijdraagt aan de doelstellingen, kan er een afweging gemaakt worden op basis van de generieke kaders of het project mogelijkerwijs toch passend zou kunnen zijn. Een dergelijke hardheidsclausule vereist altijd instemming van de gemeenteraad.

5

2. Uitgangspunten RES bod: Het bod van gemeente Vijfheerenlanden aan de RES U16 is 0,072 TWh (71.512 MWh). Hiervan is 53.800 MWh opbrengst aan windenergie (dat is 24 MW vermogen) toegeschreven. De bestaande windturbines van Windpark Autena tellen hierin mee. Dat zijn drie windturbines van ieder 3 MW. De rest van het bod van Vijfheerenlanden (15 MW opgesteld vermogen) kan worden ingevuld door drie windturbines van ongeveer 5,6 MW. Daarnaast wordt er ook ingezet op grootschalige zonne-energie op daken. Dit bod is in het democratisch proces binnen de gemeenteraad tot stand gekomen. De gehele opgave voor de gemeente Vijfheerenlanden voor windenergie komt dus neer op: o o

Vermogen: 15 MW Opbrengst: 33.625 MWh/jaar

Indien de doelstelling niet met windenergie gerealiseerd kan worden, zou het geheel kunnen worden ingevuld met zon op dak. In dat geval zal ca 12-13 ha aan zon op dak nodig zijn (ca. 30.000 zonnepanelen). Tegelijkertijd wordt vanuit de RES en de provincie Utrecht gezocht naar nieuwe locaties voor aanvullende productie van duurzame elektriciteit. Daarbij zijn door de Provinciale Staten van de Provincie Utrecht in september 2022 een aantal kaders bij de tussenrapportage voor de RES aangegeven, welke door moties en amendementen zijn aangescherpt. Deze beleidskaders creëren de ruimte voor de Provincie Utrecht om zelf actief gebieden voor nieuwe windprojecten aan te wijzen en in te passen, onder een aantal voorwaarden.

Vigerende wetgeving en beleid: Dit beleidskader schetst de contouren van de ruimte waarbinnen de gemeente duurzame energieprojecten toestaat en stimuleert. Uitgangspunt ter beoordeling van initiatieven is ten alle tijden dat het initiatief past binnen vigerende wetgeving en ruimtelijk beleid. Ieder initiatief dat past binnen het beleidskader staat vrij om een vergunningsverzoek in te dienen en maakt kans om deze te verkrijgen. Daarbij wordt opgemerkt dat in de meeste gevallen zonnepanelen op daken niet vergunningplichtig zijn.

6

3. Beoordelingskaders energieproject Twee soorten beoordelingskaders Bij de ontwikkeling van duurzame energie spelen verschillende waarden en belangen. De beoordeling van initiatieven dient te gebeuren op basis van een integrale afweging van deze waarden en belangen. Onze belangrijkste waarden en belangen zijn gevat in de generieke beoordelingskaders. Het voordeel van generieke kaders die daarna specifiek gemaakt worden, is dat er bij zaken die nu (nog) niet specifiek te voorzien zijn (bijvoorbeeld door technologische ontwikkelingen die nu nog niet bekend zijn), er teruggevallen kan worden op de doelen die de gemeente beoogt te realiseren met de beleidskaders. Toekomstige ontwikkelingen kunnen zo ingepast worden, ook als ze niet opgenomen zijn in specifieke kaders. Een deel van deze beoordelingskaders zijn van toepassing op alle verzoeken; een deel van deze beoordelingskaders zijn enkel van toepassing op verzoeken voor het ontwikkelen windturbines of zonnepanelen.

4. Generieke beoordelingskaders 1. Duurzame toekomst: De gemeente Vijfheerenlanden neemt als gemeente haar verantwoordelijkheid voor haar bijdrage aan de gezamenlijke RES-doelstelling. We werken aan het realiseren van minimaal de doelstellingen voor duurzame opwekking van elektriciteit zoals we hebben afgesproken binnen de RES. Tegelijkertijd vinden wij als gemeente dat onze verantwoordelijkheid niet verder gaat dan het opwekken van de in de gemeente Vijfheerenlanden gebruikte energie. • Dat het realiseren van die doelstelling in meer of mindere mate impact heeft binnen onze gemeente, beseffen wij ons en dwingt ons tot zorgvuldig handelen. Niet tot het afzien of verlagen van de doelstellingen en realistisch kijkend naar de doelstellingen in 2050 naar een CO2 neutrale gemeente (en dus volledige duurzame opwek van de binnen de gemeente gebruikte energie). 2. Het welzijn en de gezondheid van onze inwoners staat voorop. Daarom: • Werken we als gemeente vanuit het zorgvuldigheidsprincipe. • Moet vooraf onderzocht en onderbouwd zijn dat de komst van een project geen nadelige (gezondheids-) effecten heeft op omwonenden, waarbij verbetering van gezondheidseffecten ook meegenomen moet worden. • Maken we afspraken over hoe monitoring van mogelijke effecten tijdens de exploitatiefase dient plaats te vinden zodat er ook op kan worden gehandhaafd. 3.

Gebied: Het karakteristieke landschap en de natuurwaarden binnen de gemeente ondervinden minimale impact van de energieprojecten. • Het aantal wijzigingen in het landschap beperken we (liever 1 of 2 grotere lokale wijzigingen in het landschap dan vele kleinere projecten door de hele gemeente) • Projecten dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande landschapselementen • Projecten dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van meervoudig ruimtegebruik. • Projecten dienen in de beoordeling getoetst te worden aan de bestaande ecologie, o.a. vleermuizen en vogels. 4. Cultuurhistorie en archeologie: De woonkernen en dorpen met hun historische binnensteden en recreatieve waarde willen we behouden.

7

5. Sociale cohesie: Duurzame energieprojecten dragen bij aan het versterken van de lokale sociale samenwerkingsstructuren. • Grootschalige duurzame energieprojecten, met name wind, hebben een grote impact op de lokale omgeving. Tegelijkertijd zijn er voorbeelden van projecten die binnen de gemeenschap zelf ontwikkeld zijn, waardoor sociale cohesie versterkt wordt. • Daarom zien wij onze eigen inwoners en ondernemers het liefst als initiatiefnemers van projecten en stimuleren en ondersteunen wij dat als gemeente. • Bovendien vinden wij dat, omdat de lasten van grootschalige duurzame energieprojecten lokaal landen, dan ook de lusten lokaal terecht moeten komen. Dat willen we voor zowel financieel als, indien technische mogelijk, qua energieproductie en gebruik van de energie. De gemeente streeft daarom naar een zo groot mogelijk deel lokaal eigendom van windprojecten: 100% indien mogelijk, 51% minimaal. Daar waar 100% lokaal eigendom financieel niet haalbaar is, wordt eerst binnen de gemeente ruimte geboden voor participatie, vervolgens binnen de provincie Utrecht en pas daarna buiten de provinciegrens. 6. Openheid en transparantie: Communicatie en draagvlak gaan hand in hand. • De communicatie over te ontwikkelen projecten door de initiatiefnemer moet open, eerlijk en transparant zijn.

8

5. Specifieke beoordelingskaders Windenergie De gemeentelijke visie op windturbines heeft een uitnodigend karakter, maar bevat tegelijkertijd de nodige spelregels waaraan voldaan moet worden.

De situering van de windturbine in haar context •

•

•

•

•

In bijlage 1 is een kaart uit de Plan MER windenergie opgenomen met daarin de zoekgebieden die in aanmerking zouden kunnen komen voor windenergie. De gemeenteraad besluit welke zoekgebieden worden aangewezen en in welke volgorde deze ontwikkeld kunnen worden. Initiatieven buiten deze zoekgebieden zullen niet worden beoordeeld. Windturbines mogen geen significante negatieve effecten met zich meebrengen voor de daar aanwezige ecologische waarden. In bepaalde gevallen kan een ecologisch onderzoek worden gevraagd. Dit kan voorkomen bij situaties waarbij de opstelling ligt in een gebied met hoge ecologische waarden (denk aan weidevogelgebieden en natuurgebieden). Of er een ecologisch onderzoek nodig is, dient per situatie te worden getoetst. Dit is een vorm van maatwerk. o Vroegtijdig in de planvorming dient rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming (WnB). Een WnB-toets dient uitgevoerd te worden. o De gemeente kan zoekgebieden, op basis van aanwezige vogelpopulaties en beschermde diersoorten, uitsluiten. De ruimtelijke kenmerken van een gebied dienen grotendeels te bepalen hoe windturbines kunnen worden ingepast. Er is een onderbouwing waaruit blijkt dat de ontwikkeling past bij de maat en schaal van het gebied. Huidige verkavelingspatronen en zichtlijnen moeten zichtbaar blijven in het ontwerp van opstelling van de windturbines.

Windturbines dienen zoveel mogelijk in de buurt van infrastructuur en/of grotere infrastructurele werken geplaatst. Deze gebieden hebben al te maken met overlast en daardoor is de impact van windturbines minder groot dan in rustige gebieden. Ook is het landschappelijk wenselijk om de infrastructuur te volgen. De gemeente heeft een voorkeur voor: o Windturbines in lijnopstelling langs snelwegen of bestaande infrastructuur o Windturbines in lijnopstelling langs weteringen/watergangen/rivieren. Naast de al aanwezige geluidsbelasting in delen van onze gemeente willen we in andere delen de rust bewaken. Daarom sluiten we de stiltegebieden uit voor windturbines. Windturbines in het stiltegebied sluiten ook niet aan bij het principe om de nabijheid te zoeken van infrastructuur. Weidevogelgebieden zijn onderdeel van de provinciale omgevingsverordening en sluiten we uit van windturbines. Bij deze gebieden moet wel altijd onderzocht worden welke vogelsoorten daadwerkelijk van het gebied gebruik maken. Het gebied is niet leidend, maar de vogels wel.

Aan te houden afstanden bij een windturbines •

We willen de overlast voor inwoners beperken, daarom geen windturbines binnen 500 meter rondom woonkernen plaatsen. In de plan m.e.r. is rekening gehouden met een afstand van 900 meter, in Nederland wordt in meer stedelijke gebieden een afstand gehanteerd tot 350 meter. Voor vergelijkbare gebieden als de gemeente Vijfheerenlanden wordt vaak een contour van 500 meter gehanteerd. Deze afstand is daarmee ook passend voor

9

•

Vijfheerenlanden. Daarmee wordt een gelijke afstand gehanteerd voor groepen van woningen en woonkernen. We willen de overlast voor inwoners beperken, daarom geven voorkeur aan locaties met zo min mogelijk verspreide woningen binnen een straal van 500 meter. Dit is de ruime interpretatie van de maximale wettelijke geluidsbelasting en daarmee dus bovenwettelijk.

Uitgangspunten met betrekking tot kenmerken van windturbines •

In de per locatie te realiseren project-MER zal onderzocht moeten worden wat de meest ideale combinatie van ashoogte, tiphoogte en aantal windturbines is. Ook zal onderzocht moeten worden of nachtverlichting noodzakelijk is en hoe de hinder hiervan beperkt kan worden.

Nadere eisen windturbines •

•

•

Windturbines worden opgesteld in parken van minimaal 3 turbines omwille van zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit (wel clustering, niet overal alleenstaande windturbines) met combinatievoordelen voor netbeheerders; Eisen aanleg, gebruik en na gebruik: o De wijze van fundering en bouw is conform Bouwbesluit en borgt de instandhouding en conservering van de aanwezige archeologie. Initiatiefnemer geeft aan hoe constructief wordt omgegaan met de archeologische verwachtingswaarde. o Minimale instandhouding bodemkwaliteit: de kwaliteit van de bodem moet na het verwijderen van de windturbines (achteraf aan de gemeente aan te tonen met een eindsituatie-bodemonderzoek) minimaal gelijk zijn aan de kwaliteit van de bodem voor het aanleggen van de windturbines (vooraf aan de gemeente aan te tonen met een nul situatie-bodemonderzoek). o Sloopregeling en opruimplicht: Na afloop van de vergunning geldt een sloop- en opruimverplichting voor de exploitant van de windturbines. Hiervoor wordt een (financiële) zekerheid gesteld door de exploitant aan de gemeente. o verwijdering van en hergebruik van de windturbines op het moment dat deze niet meer in gebruik zijn. Hiervoor dienen (financiële) voorzieningen te zijn getroffen in het plan, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie. De gemeente wil geluidsoverlast door windturbines zoveel mogelijk beperken.

Echter is de mate van geluidsoverlast van veel factoren afhankelijk van objectieve kenmerken zoals afstand tot turbine, windrichting, aanwezigheid van objecten en bomen, isolatiewaarde woning. Daarnaast wordt geluid niet door iedereen hetzelfde beleefd, het heeft een subjectieve component. De gemeente is voorstander van het hanteren van een geluidsapp gedurende de beginperiode direct na de bouw.

10

Zonne-energie Voor zonne-energie hebben wij de voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen, omdat zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Onder zonnestroomsystemen worden verstaan •

•

Zonnepaneel: Een zonnepaneel, fotovoltaïsch paneel of PV-paneel is een paneel met aan elkaar gekoppelde fotovoltaïsche zonnecellen (ook PV-cellen genoemd), waarmee elektriciteit kan worden opgewekt. Zonnecollectoren: technische apparatuur om de warmte van de zon op te vangen (grootte tussen 2 en 4 m2);

Beide de scharen we in dit beleidskader onder de noemer zonnestroomsysteem.

Zonnestroomsystemen op dak - buiten beschermd stads en dorpsgezicht Plaatsing van zonnestroomsystemen op een dak is vrijwel altijd vergunningsvrij, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: •

• •

indien op een schuin dak: o binnen het dakvlak, o in of direct op het dakvlak, en o hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak, indien op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel, en indien de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk is geplaatst.

Zonnestroomsystemen voor eigen gebruik binnen bestemmingsvlak Voor de zonnestroomsystemen voor eigen gebruik wordt een voorkeursvolgorde voor plaatsing gehanteerd. Deze leidt tot de volgende stappen:

• •

1. Dakgebonden; zonnepanelen op het dak of aan de gevel 2. Grondgebonden; zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk; 3. Grondgebonden; zonnepanelen buiten het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk zijn niet toegestaan. Zonnepanelen op daken genieten de voorkeur ten opzichte van grondgebonden zonnestroomsystemen. Dit kan meestal vergunningvrij. Daarnaast kunnen grondgebonden zonnestroomsystemen binnen het bestemmingsvlak wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk overwogen worden. Deze verdienen de voorkeur wanneer plaatsing van zonnepanelen op het dak redelijkerwijs niet rendabel kan worden toegepast. Twee voorbeelden hiervoor zijn ongeschikte dakrichting en beschaduwing van het dak. Hiervoor is een reguliere omgevingsvergunning benodigd.

11

Voorwaarden grondgebonden zonnesystemen binnen bestemmingsvlak Een omgevingsvergunning ten behoeve van de plaatsing en het gebruik van een grondgebonden zonnestroomsysteem inclusief bijbehorende montagematerialen en bekabeling, kan worden verleend met dien verstande dat: 1. het zonnestroomsysteem wordt geplaatst ten behoeve van het voorzien in de energiebehoefte van de eigen woning of bedrijf; 2. Er mag enkel een grondgebonden zonnestroomsysteem binnen het bestemmingsvlak wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk worden geplaatst, indien volgens de voorkeursvolgorde plaatsing op het dak (stap 1) redelijkerwijs niet mogelijk is; a. voor wat betreft de situering van het zonnestroomsysteem geldt dat: i. het zonnestroomsysteem bij voorkeur achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw wordt geplaatst; ii. daarbij dient te worden voldaan aan de bebouwingsregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (bijvoorbeeld maximale hoogtes van bouwwerken).

Zonnestroomsystemen voor eigen gebruik buiten bestemmingsvlak Grondgebonden initiatieven buiten het bestemmingsvlak worden niet toegestaan, tenzij volgens de voorkeursvolgorde plaatsing op het dak (stap 1) of plaatsing in het bouwvlak (stap 2) redelijkerwijs niet mogelijk is;1 •

voor wat betreft de situering van het zonnestroomsysteem geldt dat: o het zonnestroomsysteem dient aansluitend aan het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk te worden geplaatst; o indien het voorgaande ruimtelijk gezien onmogelijk is, mag het zonnestroomsysteem worden geplaatst buiten het bestemmingsvlak, zo dicht mogelijk bij de woning, bedrijf binnen een maximale afstand van 25m tot de woning, bedrijf of in het geval van meerdere aansluitende zonnestroomsystemen binnen 25 m tot één van de woningen; o de hoogte van het zonnestroomsysteem mag niet meer dan 1,50 m bedragen; o het zonnestroomsysteem niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte

1 Zie voorbeeld Epe: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR652660/1

12

6. Verduurzamen van monumentale panden, cultureel erfgoed en woonhuismonumenten Begripsbepalingen •

•

•

•

Monument: dit kan gaan om een Rijks- of een gemeentelijk monument. Het betreft een onroerende zaak die is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988, dan wel een onroerende zaak die is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in de vigerende monumentenverordening; o Rijksmonumenten zijn beschermd op grond van de Erfgoedwet. o Gemeentelijke monumenten: bescherming wordt geregeld in de gemeentelijke erfgoedverordening. Erfgoed: is alles wat uit het verleden is overgebleven en waarvan wij het belangrijk vinden om het te bewaren. Dat kan van alles zijn, zoals landschap en gebouwen, maar ook gewoonten en gebruiken. Of spullen en voorwerpen zoals foto’s, schilderijen, oldtimers, de sierraden van een familielid, het servies van oma. Soms is erfgoed niet meteen zichtbaar. Veel ligt nog onder de grond te wachten om door een archeoloog opgegraven te worden. Ook heeft iedereen een eigen mening wat erfgoed is en wat niet. Beschermde stadsgezichten: Er zijn twee beschermde stadsgezichten in gemeente Vijfheerenlanden te weten Ameide en Vianen. Een beschermd stadsgezicht is een stedelijk gebied dat volgens het rijk van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele, dan wel wetenschappelijke cultuurhistorische waarde.

Het rijk heeft deze stedelijke gebieden op grond van de Monumentenwet als zodanig aangewezen. UNESCO Werelderfgoed: dit zijn Rijksmonumenten en UNESCO Werelderfgoed, waarbij bij Werelderfgoed geen aantasting mag plaatsvinden.

Uitgangspunten zonnestroomsystemen monumenten of panden binnen beschermde stadsgezichten Zonnestroomsystemen plaatsen op het hellende voor- of zijdakvlak (gevels) en op platte daken van monumenten of in een beschermd stadsgezicht kan niet zomaar, daarvoor gelden speciale regels en is in de meeste gevallen een vergunning noodzakelijk. Voorkeursvolgorde: 1. Plaatsing uit het zicht, op het hellende achterdakvlak 2. Plaatsing in het zicht, op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels Voor zonne-energie op monumenten of binnen beschermde stadgezichten hebben wij de voorkeur voor plaatsing van uit het zicht op het hellende achterdakvlak boven plaatsing in het zicht, op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels, omdat zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van het pand. Plaatsing op het hellende achterdakvlak wordt toegestaan zonder vergunning indien: o o o o

Plaatsing elders op het pand uit het zicht niet mogelijk is. Elders opwekken voor eigen gebruik niet mogelijk of rendabel is. De collectoren of panelen niet gekeerd zijn naar openbaar toegankelijk gebied, zoals een straat, gracht of park De collectoren of panelen niet uitsteken voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden

13

o o o

De collectoren of panelen direct in of op het dakvlak staan, dus zonder een opbouw ertussen De hellingshoek van de collectoren of panelen gelijk is aan die van het dak Alle overige delen van de installatie zoals het buffervat of elektrische apparatuur binnen het gebouw staan.

Plaatsing op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels is alleen toegestaan met vergunning wanneer: o o o

Plaatsing uit het zicht niet mogelijk is. Elders opwekken voor eigen gebruik niet mogelijk of rendabel is. Er geplaatst wordt op basis van een zorgvuldig afgewogen ontwerp waarmee visuele verstoring zoveel mogelijk wordt voorkomen.

14

7. Innovatie als sleutel voor de energietransitie De focus van het toets- en afwegingskader ligt op technieken die op dit moment technisch haalbaar zijn voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Dit komt overeen met het ‘soort’ opwek dat wordt meegenomen in de RES. Er wordt immers op korte termijn een bijdrage aan duurzame elektriciteit verwacht. Hierdoor worden de pijlen op de korte termijn vooral gericht op technisch haalbare technieken (technical readiness level is hoog). Echter vindt binnen de energietransitie veel innovatie plaats, zowel binnen de zonne- en windenergie, als rondom nieuwe technieken. Naast bestaande duurzame technieken wil de gemeente Vijfheerenlanden daarom ook ruimte bieden aan de inzet van nieuwe, innovatieve technieken. •

• •

Als nieuwe vormen van duurzame opwek zich aandienen die minder impact op de omgeving hebben, stimuleren en faciliteren wij deze nieuwe opwekvormen om onze energieambities te behalen. Op het moment dat andere technieken ook technisch haalbaar zijn, kan dit invloed hebben op dit beleidskader. Het kan gaan om innovaties op het gebied van opwek, warmtetransitie, mobiliteit, transport en opslag van energie en nog veel meer. De gemeente heeft een open houding ten aanzien van innovatie en zal aanvragen in behandeling nemen wanneer deze passen binnen de generieke beoordelingskaders uit dit beleidskader. Per aanvraag zal dit worden beoordeeld aan de hand van een maatwerkbenadering.

15

8. Maatschappelijke kaders bij windprojecten Ieder projectvoorstel dat bij de gemeente wordt ingediend voor een lokaal energieproject, wordt beoordeeld op basis van een aantal maatschappelijke uitgangspunten. Zodat inwoners op een volwaardige en tijdige manier worden betrokken en geïnformeerd bij het plaatsen van windturbines in hun omgeving. Dit kader beschrijft hoe dit proces moet plaatsvinden en de rol van initiatiefnemers en de gemeente daarbij.

De verschillende fases van een initiatief De gemeente onderscheidt verschillende fases van een initiatief: • • • • •

Verkenningsfase: de fase waarin een initiatiefnemer verkent of het mogelijk is in een bepaald gebied duurzame elektriciteit grootschalig op te wekken. Planfase (altijd via een project m.e.r.): de fase waarin de specificaties van het energieproject worden bepaald, zoals exacte locatie, aantal, hoogte en opbrengsten. Realisatiefase: de fase waarin het lokale energieproject daadwerkelijk wordt ontwikkeld en gebouwd. Exploitatiefase: de fase waarin het lokale energieproject elektriciteit opwekt. Eindfase: waarin het energieproject wordt gesaneerd.

De betrokkenheid van bewoners start in de verkenningsfase. In overleg met de gemeente stelt de initiatiefnemer een participatie- en communicatieplan vast, waarin wordt toegelicht wie, wanneer en op welke wijze wordt geïnformeerd en betrokken bij het lokale energieproject en hoe de participatie wordt georganiseerd. Bij voorkeur wordt het initiatief gestart vanuit de bewoners in het gebied.

Procesparticipatie: het betrekken van de omgeving De gemeente Vijfheerenlanden vindt het belangrijk dat de omgeving van een toekomstig lokaal energieproject een actieve en betrokken rol heeft in de verschillende fases van een lokaal initiatief. De gemeenste streeft ernaar dat de lokale omgeving zelf de rol van initiatiefnemer op zich neemt. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het proces om inwoners te betrekken. De gemeente stelt een aantal minimumeisen en uitgangspunten die de initiatiefnemer in acht dient te nemen voor het informeren en betrekken van omgeving bij de planvorming. •

•

•

De gemeente wil in het voorstel minimaal terugzien hoe o Direct omwonenden (binnen een straal van 500-900m van het windproject worden betrokken in de ontwikkeling van het project; o Direct omwonenden tot een straal van 2 km worden betrokken in de ontwikkeling van het project; o De woonkernen in de nabijheid van het gebied worden betrokken o Overige inwoners en bedrijven binnen de gemeente worden betrokken. De gemeente wil dat de initiatiefnemer openheid en transparantie betracht in haar communicatie en vraagt in het participatie- en communicatieplan hoe de initiatiefnemer dit uitwerkt en waarborgt. Dit kan bijvoorbeeld door te werken met: o Openbaar toegankelijke bijeenkomsten. o Openbare verslagen van bijeenkomsten en daarin aangeven wat met de input van de aanwezigen is gedaan. De gemeente vraagt van de initiatiefnemer om de input vanuit de omgeving mee te nemen in het ontwerp van het project en aan te geven hoe dat gedaan is.

16

Financiële participatie: de lusten zoveel mogelijk lokaal laten landen Windturbines hebben een impact op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk dat inwoners ook de voordelen ervaren van het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in hun omgeving en zeggenschap hebben over het project. Als gemeente zien wij het liefst dat projecten 100% lokaal geïnitieerd en in lokaal eigendom ontwikkeld worden, door bedrijven en inwoners van onze gemeente. Als gemeente zullen wij dit stimuleren en ondersteunen. Is 100% lokaal initiatiefnemerschap niet of gedeeltelijk het geval, dan willen wij minimaal dat inwoners kunnen delen in de opbrengsten van het project en (mede-)zeggenschap hebben over de ontwikkeling van het project. Dit heet financiële participatie, vaak ook wel projectparticipatie genoemd. Hiertoe moet minimaal 51% lokaal eigendom van een bij een project gerealiseerd worden.

Algemene uitgangspunten financiële participatie: • • •

• •

•

De gemeente wil dat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te doen, ongeacht financiële draagkracht. De initiatiefnemer bepaalt samen met belanghebbenden rondom het project welke vormen van (financiële) participatie het meest geschikt zijn voor het specifieke project. Direct omwonenden ervaren meer lasten van een project dan mensen die verder weg wonen van het initiatief. In ieder geval bewoners en ondernemers in het projectgebied dienen daarom de gelegenheid te hebben om op gelijke voet financieel te participeren bij de ontwikkeling van nieuwe windturbines vanaf de eerste risicodragende fase, waarbij de initiatiefnemers zelf uitwerken hoe de impact van het project vertaald wordt naar financiële compensatie. Dat kan bijvoorbeeld zijn in de vorm van vergoedingen of in de vorm van andere participatieruimte). Afspraken omtrent financiële participatie zijn minimaal in lijn met de gedragscode van de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA). Ten minste 51% van het project wordt voor lokaal eigendom aangewend: zowel financieel als qua zeggenschap. o Financieel eigendom kan in de vorm van lokaal eigendom, omgevingsfonds, omwonendenregeling, sociale vergoedingen; Eventuele planschade is altijd voor rekening van de initiatiefnemer.

Indien de initiatiefnemer in het projectvoorstel afwijkt van de bovengenoemde uitgangspunten van de gemeente, dan dient de initiatiefnemer dit te verantwoorden in het projectvoorstel. De gemeente kan dan medewerking aan het project weigeren.

Vormen van financiële participatie Er zijn verschillende vormen van financiële participatie mogelijk. De gemeente onderscheidt hierbij vier vormen: • • • •

Lokaal eigendom; Omgevingsfonds; Omwonendenregeling; Sociale grondvergoedingen;

Uitgangspunten ten aanzien van lokaal eigendom •

De gemeente Vijfheerenlanden vindt het bij de ontwikkeling en exploitatie van lokale energieprojecten van groot belang dat partijen, inclusief de omgeving, op een gelijkwaardige

17

•

manier samenwerken. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied, waarbij de initiatiefnemer streeft naar 100% lokaal eigendom, met een minimum van 51% lokaal eigendom (burgers en lokale bedrijven). De gemeente stelt 100% lokaal eigendom nadrukkelijk als streven, en niet als harde eis. Of lokaal eigendom wordt behaald, is immers afhankelijk van de mate van interesse onder inwoners. De initiatiefnemer moet aantonen welke stappen zijn ondernomen om lokaal eigenaarschap te verwezenlijken in het project.

Uitgangspunten ten aanzien van een omgevingsfonds De gemeente Vijfheerenlanden wil dat vanuit een project een bijdrage wordt geleverd aan een omgevingsfonds. De baten van het omgevingsfonds worden ingezet voor de gemeenschap, waardoor inwoners die niet in staat zijn zelf financieel deel te nemen, wel baat hebben bij de realisatie van het project. De wijze waarop dit omgevingsfonds wordt beheerd en de wijze waarop besluitvorming geschiedt wat betreft de besteding van de opbrengsten, wordt opgenomen in het projectvoorstel. De minimale bijdrage aan een omgevingsfonds is minimaal gelijk aan de bijdrages zoals deze genoemd worden in de gedragscode wind op land dan wel gedragscode zonne-energie.

Uitgangspunten ten aanzien van een omwonendenregeling De gemeente vindt dat inwoners, die in de nabijheid wonen van een windturbine, recht hebben op een redelijke omwonendenvergoeding. De inwoners die hiervoor in aanmerking komen worden middels maatwerk bepaald. Indien hierbij afgeweken wordt van de groep inwoners die als ‘direct omwonenden’ wordt gerekend, dan dient dit door de initiatiefnemer helder verantwoord te worden in het projectvoorstel. Voor het bepalen van de omwonendenvergoeding voor inwoners wordt gebruik gemaakt van een rechtvaardige verdeelsleutel die door de initiatiefnemer, de gemeente en inwoners uit de nabije omgeving van een windturbine, transparant en gemeenschappelijk te worden vastgesteld. De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel aan te geven op welke wijze deze vergoeding wordt bepaald en hoe deze is afgestemd en vastgelegd met de betrokken omwonenden.

Uitgangspunten ten aanzien van grondvergoedingen De gemeente wil voorkomen dat een initiatiefnemer een lokaal energieproject opzet met als startpunt zijn of haar eigen grondposities, en daarbij geen onderzoek meer verricht naar wat de beste locatie is voor een windturbine. Het is immers mogelijk dat percelen, die aangrenzend liggen aan de eigen grondposities, uiteindelijk een betere locatie blijken voor een lokaal energieproject. Om te voorkomen dat initiatieven worden ontwikkeld op niet optimale locaties, heeft de gemeente de voorkeur dat de initiatiefnemer voorafgaand aan de planfase afspraken maakt over de verdeling van grondvergoedingen. Deze afspraken worden vermeld en toegelicht in het projectvoorstel dat de initiatiefnemer indient bij de gemeente. Afspraken over de verdeling van grondvergoedingen worden gemaakt met grondeigenaren die hun grond ter beschikking stellen voor de realisatie van een windturbine op eigen terrein én grondeigenaren die (waarschijnlijk) geen windturbine op hun terrein krijgen maar wel grond bezitten in de omgeving van de locatie waar volgens de conceptplannen – opgesteld in de verkenningsfase van het energieproject – een windturbine wordt geplaatst.

Voor het bepalen van de verdeling van de grondvergoedingen wordt gebruik gemaakt van een rechtvaardige verdeelsleutel die door de initiatiefnemer en grondeigenaren in het gebied transparant en gemeenschappelijk vastgesteld wordt. De verdeelsleutel wordt vastgesteld voordat de exacte locatie van het lokale energieproject is bepaald.

18

9. Ambitie verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed De gemeente Vijfheerenlanden is ook alert om zelf haar bijdrage te leveren in de klimaatdoelen en dus de energietransitie. • •

Daarom is de Gemeente Vijfheerenlanden voornemens om voor al haar eigen maatschappelijk vastgoed 2030 zonnepanelen te plaatsen. Daarnaast is het streven om voor dit maatschappelijke vastgoed zoveel mogelijk energie lokaal af te nemen, bijvoorbeeld via lokale stroomafnamecontracten of afname via lokale energiecoöperaties.

19

Bijlage 1: Kaart zoekgebieden uit m.e.r. rapport

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=7ff88c4b-f1fa-4dd0-ba22-7bf83b65592c