Bijlage 03 - Rapportage ÔÇô Calvijnschool, Leerdam (Mw. Meijer, 6 aug 2021).pdf
Tekst van het document
Haalbaarheidsonderzoek Joh. Calvijnschool, Leerdam door
Stichting Mevrouw Meijer in opdracht van
Gemeente Vijfheerenlanden
6 augustus 2021
1
Inhoudsopgave Samenvatting I.
Inleiding
II.
Kader
III.
Opgave
IV.
Gebouw
V.
Specifieke eisen en wensen
VI.
Vlekkenplan
VII.
Kostenraming
Bijlagen Bijlage 1 Winket en BuroP: Technische inventarisatie Bijlage 2 Winket en BuroP: Begrotingen van de scenario’s Bijlage 3 Winket: Berekening norm nieuwbouwbudgetten Bijlage 4 Trecodome: Energieberekeningen Bijlage 5 Winket: Onderhoudsprognoses Bijlage 7 Vlekkenplannen
2
Samenvatting De gemeente Vijfheerenlanden wenst een onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de schoollocatie van de Calvijnschool te Leerdam. Volgens prognoses zal de school in de toekomst nog een kleine groei krijgen, wat resulteert in extra benodigde m2. In dit onderzoek is gekeken in hoeverre een dergelijke uitbreiding en daarmee de toekomst van de Calvijnschool op deze locatie mogelijk is. Het onderzoek kent twee hoofdonderdelen. Enerzijds is aan de hand van vlekkenplannen en massastudies onderzocht in hoeverre op de locatie uitbreiding mogelijk is. Hierbij zijn twee scenario’s onderzocht: uitbreiding met ongeveer 200 m2 en uitbreiding met ongeveer 400 m2. Anderzijds is door middel van een bouwtechnische opname de kwaliteit van het huidige gebouw vastgesteld en op basis daarvan een berekening van kosten en milieu-impact van de verschillende scenario’s gemaakt. 1. Mogelijkheid van uitbreiding De vlekkenplanstudies voor de Calvijnschool laten zien dat programmatisch en ruimtelijk een goede uitbreiding op de locatie mogelijk is, zowel van 200 m2 BVO als van 400 m2 BVO. Door de uitbreiding te realiseren in een tweede bouwlaag hoeft de voetprint van de school niet te worden vergroot. De plek van de uitbreiding valt samen met het deel van de school waar de centrale hal zich bevindt. Deze wordt daarmee hoger en lichter.
Stedenbouwkundig heeft deze extra bouwlaag geen belemmeringen. Een knelpunt (ook al in de huidige situatie) is de niet optimale situatie rond het halen en brengen van kinderen met auto’s. In het onderzoek zijn enkele verbeteringen voorgesteld. Wij stellen voor een extra fietstoegang te maken zodat het halen en brengen zich meer spreidt rondom de school. De situatie kan verder worden verbeterd door spreiding in start van de lessen en door het bevorderen van fietsgebruik. De extra benodigde parkeerplekken voor het personeel kunnen in de wijk worden gevonden.
3
2. Kosten en duurzaamheid Het bouwkundige onderzoek heeft aangetoond dat het gebouw in de afgelopen periode goed is onderhouden en beheerd en in een goede staat verkeert. De begane-grondvloer van het oudste deel van de school bestaat uit kwaaitaal-vloeren die van een mindere kwaliteit zijn. Door de voorgestelde uitbreiding te laten samenvallen met de plaats waar deze vloeren zich bevinden, wordt met de uitbreiding ook dit probleem voor een groot deel opgelost. Het beoogde programma van eisen kan op de huidige locatie van de school kostenefficiënt en duurzaam (klimaatvriendelijk) worden gerealiseerd door hoogwaardige renovatie met uitbreiding van het bestaande gebouw. Dit geldt voor de beide onderzochte scenario’s, die zich vooral van elkaar onderscheiden door de omvang van de uitbreiding: ongeveer 200 m2 BVO (scenario 1) en ongeveer 400m2 BVO (scenario 2). Met deze ingrijpende renovatie-aanpak – in de tabel aangeduid met 0-ren(ovatie) – kan een kwaliteit worden verkregen die in afwerkingsniveau gelijkwaardig is aan nieuwbouw, terwijl de ruimtelijke lay-out royaler is dan bij nieuwbouw. De investering blijft in deze aanpak 6% tot 8% onder het budget voor nieuwbouw. De ‘Total Costs of Ownership’, het totaal van de jaarlijkse kapitaalslast en de kosten van energie en onderhoud, blijven 9% à 10% onder de genormeerde kosten.
Qua duurzaamheid is deze aanpak 13% tot 15% gunstiger dan wat bij nieuwbouw kan worden verwacht (gemeten naar CO2-emissies). Uitgangspunt hierbij is dat de renovatie en uitbreiding plaatsvindt volgens de actuele nieuwbouwnormen zonder daaraan concessies te doen. Het is af te raden om bij de renovatie concessies te doen aan de (energie-)prestaties van het te renoveren deel, zoals in de praktijk vaak gebeurt om de investeringen laag te houden. In de tabel wordt zo’n renovatie aangeduid met P-ren(ovatie). Zo’n beperkte renovatie kent weliswaar een lagere investering, maar over een periode van 30 jaar komen de ‘Total Costs
4
of Ownership’ hoger uit dan bij de ingrijpende, hoogwaardige renovatie. Op nog langere termijn wordt het voordeel van ingrijpende renovatie alleen maar gunstiger. De investeringskosten van vergelijkbare nieuwbouw zouden 16% tot 18% boven de normbudgetten volgens het VNG-model uitkomen. Dit betekent dat nieuwbouw dus slechts kan worden gerealiseerd met een aanzienlijke versobering van het bouwplan.
Tabel: Investeringskosten, Jaarlijkse lasten en CO2-emissies Scenario 1 BVO [m2]
Scenario 1 P-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 0-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 nieuwbouw 2.094
Scenario 1 nwb-budget 2.040
Investering Investering in %
€ 3.942.000 € 4.580.000 € 5.837.000 € 4.965.000 79% 92% 118% 100%
Kapitaalslast/jaar Energie / jaar Onderhoud / jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last / m2 TCO-30 in %
€ € € € €
151.233 € 41.387 € 59.423 € 252.043 € 120 € 91%
175.709 € 16.102 € 56.824 € 248.636 € 119 € 90%
223.933 € 15.813 € 56.824 € 296.571 € 142 € 107%
933 2.811 390 4.134 134%
1.178 1.077 375 2.630 85%
1.647 1.059 375 3.081 100%
BVO [m2]
Scenario 2 P-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 0-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 nieuwbouw 2.263
Investering Investering in %
€ 4.492.000 € 5.014.000 € 6.183.000 € 5.338.000 84% 94% 116% 100%
Kapitaalslast/jaar Energie / jaar Onderhoud / jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last / m2 TCO-30 in %
€ € € € €
CO2-Investering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal CO2-emissie CO2-emissie in % Scenario 2
CO2-Investering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal CO2-emissie CO2-emissie in %
190.480 17.850 67.830 276.160 135 100%
Scenario 2 nwb-budget 2.211
172.333 € 42.219 € 62.718 € 277.270 € 123 € 93%
192.359 € 16.934 € 60.119 € 269.413 € 119 € 91%
237.208 € 16.827 € 60.119 € 314.154 € 139 € 106%
1.103 2.868 411 4.382 134%
1.304 1.134 396 2.834 87%
1.746 1.125 396 3.267 100%
204.790 19.346 73.516 297.652 135 100%
5
3. Samenvattende tabel In onderstaande tabel zijn de verschillende afwegingscriteria in een tabel samen gevat voor de drie scenario’s. Scenario 0 is de huidige situatie. Scenario 1 is met een uitbreiding van 200 m2 bv0 en scenario 2 is met een uitbreiding van 400 m2.
Scenario 0 (1.804 m2) beperkte ren. renovatie
Scenario 1 (2.094 m2)
Scenario 2 (2.263 m2)
nieuwbouw
beperkte ren.
renovatie
nieuwbouw
beperkte ren.
renovatie
nieuwbouw
1a Ruimte/locatie/planologie: Is het gebouw goed inpasbaar op de locatie. Hoe scoort het scenario op bereikbaarheid en de verkeersituatie.
V*)
V*)
?
V*)
V*)
?
V*)
V*)
?
1b Ruimte/locatie/planologie: Is het gebouw goed inpasbaar op de locatie. Is er voldoende parkeergelegenheid
V
V
?
V
V
V
V
V
V
X
X
X
V
V
V
V
V
V
Gebouw: Leidt het scenario tot een bouwtechnisch en functioneel goede school. Is constructief een verdieping op de bestaande school mogelijk.
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Maatschappelijk: Hoe duurzaam is het scenario. Draagt de oplossing substantieel bij aan de vermindering van CO2-emissies.
X
V
.
X
V
.
X
V
.
Financieel: Is het totaal van de kapitaalslast en de jaarlijkse lasten voor energie en onderhoud toekomstbestendig.
V
X
.
X
V
.
X
V
.
Politiek/bestuurlijk: Hierbij gaat het om draagvlak bij de Calvijnschool. De politiek/bestuurlijke haalbaarheid vult gemeente zelf in.
X
X
X
X
V
?
X
V
?
Juridisch: Past het plan in het bestemmingsplan en het ruimtelijk beleid van de gemeente voor Leerdam Noord.
V
V
?
V
V
?
V
V
?
V
V
?
V
V
?
V
V
?
2
3
4
5
6
7
8
Onderwijs-/samenwerkingsconcept: Is het door de school gewenste onderwijs/samen-werkingsconcept te realiseren.
Planning en milieu: Zijn er vertragingen te verwachten in verband met de stikstofproblematiek.
Legenda
V V*) X ? ? .
Positief antwoord (geen problemen te verwachten). Halen en brengen met auto is niet ideaal maar acceptabel. Negatief antwoord (ongewenst, draagt niet bij aan betreffende doelen). Uitkomst afhankelijk van te kiezen locatie (positief). Uitkomst afhankelijk van te kiezen locatie (negatief). Referentiewaarde (nieuwbouw) financieel en duurzaamheid.
6
I.
Inleiding
Mevrouw Meijer presenteert hierbij het Haalbaarheidsonderzoek en Vlekkenplannen voor Joh. Calvijnschool in Leerdam, zoals vastgelegd in de opdracht die ons door de gemeente is verstrekt d.d. 30 december 2020. Met dit document sluiten wij ons onderzoek af. Achtereenvolgend behandelen wij in de volgende paragrafen: - Het kader van de opgave, - De hoofdlijnen van de opgave - Bouwgeschiedenis: overzicht van ontwerp en ontwikkeling - Onze kostenraming op basis van een technische opname en de aangeleverde informatie - Onze bevindingen van het gebouw en zijn schoolerf, - De specifieke eisen en wensen die ons zijn gemeld, - Het vlekkenplan. - De begroting
De Johannes Calvijnschool is een Reformatorische basisschool met 327 leerlingen gelegen in Leerdam Noord. Een deel van het schoolgebouw is in 1969 gebouwd en in 2004 gerenoveerd. In de loop van de tijd is de school meerdere keren uitgebreid met extra lokalen; een deel hiervan is de komende jaren toe aan renovatie. Het onderzoek is inventariserend van karakter. Het is gebaseerd op (a) de informatie die u heeft aangeleverd, aangevuld met informatie die op ons verzoek door een aantal gemeentelijke diensten is verstrekt, en (b) onze eigen ruimtelijke inspectie. Tevens heeft Bureau Winket een bouwkundige opname verricht en een raming gemaakt van de reëel te verwachten kosten. Het concept-PvE is hiermee het product van een brede en integrale aanpak.
I.
Kader
De gemeente Vijfheerenlanden heeft haar strategische beleidsuitgangspunten voor onderwijshuisvesting geformuleerd in het Duurzaam Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (DIHPO). Op basis hiervan geven de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang nader vorm aan ontwikkelingen in de onderwijshuisvesting in de periode 2020-2035. De eerste concrete stappen zijn uitgewerkt in de Huisvestingsagenda 2020-2023. Hierin staan de concrete opgaven en ontwikkelingen geformuleerd die in deze vier jaren zullen plaatsvinden. De uitbreiding van de Joh. Calvijnschool is opgenomen in deze Huisvestingsagenda.
7
Opgave Hoofdpunten actuele opgave De actuele opgave bestaat uit zes onderdelen: - Leerlingengroei. De school heeft nu 326 leerlingen. Volgens de prognose van de gemeente zal de school groeien naar ruim 400 leerlingen in 2030-2040. Afhankelijk van de interpretatie van de groeicijfers betekent dit, dat het schoolgebouw moet worden uitgebreid met 200 tot 400 m2. (Zie ook verderop bij leerlingengroei.) o Uitbreidingsvariant 200 m2: 2 a 3 lokalen en extra kamers. o Uitbreidingsvariant 400 m2: 5 lokalen en extra kamers - Verouderd gebouw. Het schoolgebouw dateert uit 1969 en is in een aantal opzichten verouderd. - Verkeerssituatie. Rondom het halen en brengen ontstaat een gevaarlijke verkeersituatie. - Kinderopvang. De school wil wellicht kinderopvang bij de school realiseren. - Verduurzaming. Zoals alle schoolgebouwen moet ook dit duurzaam worden voor de lange termijn. De concrete invulling moet nog worden bepaald. - Krappe kavel. De kavel van de school is krap. Is hierop uitbreiding mogelijk? Onderwijskundige visie Grondslag De school is een Reformatorische basisschool. Het uitgangspunt voor het onderwijs wordt gevormd door de Bijbel met de drie Formulieren van Enigheid. Uitgangspunten In het onderwijs komt steeds naar voren dat wij niet alleen een leven hier op aarde hebben, maar dat wij voor de eeuwigheid geschapen zijn. Wij moeten met God verzoend worden.
Daarnaast zijn wij verplicht Hem in alles te eren. Wij hebben de taak om ontvangen gegeven en talenten steeds verder te ontwikkelen. Elke leerling is uniek en daar houden we zoveel mogelijk rekening mee. Lesvormen Op school krijgen leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd ongeveer dezelfde leerstof. In de onderbouw ligt de nadruk op het ontdekkend bezig zijn en op het ontwikkelen van (voorbereidend) taal, lezen en rekenen. In de groepen 3, 4 en 5 ligt het accent op het nauwkeurige aanleren van lezen, schrijven, taal en rekenen. In de bovenbouw zijn daarbij ook de zaakvakken geschiedenis, biologie en aardrijkskunde steeds gepaard. Ook Engels is belangrijk. De basisschoolleerling heeft een geschikte leeftijd om veel zaken uit het hoofd te leren. Ouders en Medezeggenschapsraad
8
Omdat het belangrijk is dat de opvoeding op school en thuis parallel loopt, wordt van de ouders verwacht dat ze een identiteitsverklaring ondertekenen. Ouders spelen een actieve rol op school. Ze helpen bij lezen, boekenuitleen, verkeersonderwijs, excursies, etc.
II.
Bouwgeschiedenis
Het gebouw van De Joh. Calvijnschool vierde in 2019 zijn vijftigste verjaardag. Het is ontworpen door Architectenbureau De Heer uit Rotterdam en geopend op 15 november 1969. Het eerste gebouw telde 4 lokalen op een perceel van 4000 m2. Het aantal leerlingen groeide snel. In 1970 was het aantal al bijna verdubbeld tot al 122. In 1976 kwam het aantal leerlingen boven de 200, en in 1982 boven de 300. Daarna bleef het stabiel tussen de 300 en 336. Het aantal groepen steeg van 3 naar 13 en zelfs 14. Het gebouw groeide mee en het is in de loop van de jaren dan ook meerdere keren uitgebreid. In 1972 kwam op het terrein ook een kleuterschool (klas van 32 kleuters) in een semipermanent lokaal. Er volgden uitbreidingen en verbouwingen in 1976 (handenarbeidlokaal), 1976, 1981, 1985 (drie nieuwe lokalen waaronder 1 leslokaal basisschool, 1 werklokaal en 1 speellokaal beide voor kleuteronderwijs, ontworpen door architectenbureau De Heer en Visser uit Rotterdam), 1987, 2004 en 2010. Na de uitbreiding van 1985 bestond het geheel uit een 11-klassige basisschool met 300 leerlingen uit Leerdam en omstreken. Op dit moment zijn er in totaal 16 lokalen. Zie voor een overzicht van deze bouwgeschiedenis de plattegrond op de volgende bladzijde.
9
Boven: schema bouwgeschiedenis. Onder: ansichtkaart circa 1970.
10
De architect In 1947 vestigde ing. Chr. de Heer zich als zelfstandig architect in Rotterdam. Vanaf de jaren vijftig ontwierp hij veel veiling- en andere bedrijfsgebouwen, waaronder de conservenfabriek van HAK in Giessen. Ook realiseerde hij een tiental kerken (o.m. Nieuwerkerk, IJsselmonde, Emmeloord) en 35 scholen (o.m. Kootwijkerbroek, Kruiningen en Elburg). Anders dan de Joh. Calvijnschool zijn veel van deze scholen inmiddels gesloopt. Het ontwerpbureau dat De Heer oprichtte bestaat nog altijd, nu onder de naam Convex Architecten. Afbeelding boven: architect De Heer (midden). Onder: MAVO, school Elburg, 1962.
Bronnen: websites van Convex Architecten (https://convexarchitecten.nl/bureau/historie) en van oud-medewerker Ed Schulte (https://www.edschulte.nl/HET%20VAK/deheer.html).
11
III.
Beoordeling gebouw
Wij hebben onderzocht wat er goed is aan het gebouw van de Joh. Calvijnschool, en wat niet. Ook hebben we bekeken hoe zwaar elk daarvan weegt. Hier volgt onze beoordeling op vier onderdelen: - Functionele sterkten en zwakten - Buitenruimte - Uitstraling - Omgevingsfactoren, stedenbouw, verkeer
Functionele sterkten en zwakten Ons algemene oordeel is positief. Het is een ruim, degelijk gebouw van een eenvoudige maar doordachte architectuur. Het heeft ruime, lichte en frisse lokalen; beperkte gangen; en een indeling die deels aan veranderende gebruikseisen kan worden aangepast. De gangen zijn wel doodlopend. Het zijn nu een soort fuiken. Het gebouw kent gebreken, maar die zijn ondergeschikt aan deze kwaliteiten. Wat niet goed aan het gebouw is, kan worden verbeterd; daaruit bestaat de opgave. Er is alle reden om het gebouw te handhaven en als uitgangspunt te nemen voor de toekomst. De knelpunten zitten niet in de hoeveelheid ruimte maar in de indeling van het gebouw. De opgave bestaat eruit om zodanig te schuiven dat alle bestaande en nieuwe functies een optimale plaats krijgen. Hier liggen belangrijke opgaven: Leerlingengroei De school heeft nu 327 leerlingen. Volgens de gemeentelijke prognose zal de school groeien naar ruim 400 leerlingen in 2030-2040. Dit betekent dat de school moet worden uitgebreid met 200-400 m2. Een uitbreiding van 200 m2 betekent 2 lokalen en extra kamers; een uitbreiding van 400 m2 resulteert in 5 lokalen en extra kamers. De school zet zelf echter vraagtekens bij deze voorspelde groei. Zij baseert zich op de doopcijfers en voorziet een beperkte groei. Zou er een kinderopvang bijkomen, dan is er wel weer een forse groei.
Er zit dus een ruimte marge tussen de prognoses van de gemeente en de school zelf. Verouderd gebouw Het schoolgebouw dateert uit 1969 en is op onderdelen verouderd. Na de nulmeting wordt duidelijk welke onderdelen aangepast moeten/kunnen worden. Kinderopvang 12
De school wil op termijn kinderopvang in het eigen gebouw realiseren. De school heeft de afgelopen jaren geprobeerd om zelf de kinderopvang op te zetten. Maar de gecompliceerde regelgeving belemmerde dit. Voor de toekomst wil de school eventueel graag in zee met een professionele organisatie. Gevraagde ruimte voor 2 groepen van 25 a 30 kinderen in de leeftijd van 2,8 tot 4 jaar. Eventueel BSO dubbelruimtegebruik in de toekomst. Verbetering vieringsfunctie De aula wordt intensief gebruikt voor vieringen en de bibliotheek. Deze is nu gekoppeld aan het handenarbeidlokaal. Optimalisatie is nodig. Verduurzaming Zoals alle schoolgebouwen moet ook dit duurzaam worden voor de lange termijn. De concrete invulling moet nog worden bepaald. Krappe kavel De kavel van de school is krap. Is hierop uitbreiding mogelijk? Op het eerste gezicht is die ruimte er nu niet. Door stapeling en deels sloop kan de buitenruimte groter worden.
Schoolerf: de buitenruimten Het schoolplein is nu ingedeeld in een zone voor de onderbouw en de bovenbouw. Er zijn nu geen harde scheidslijnen. Hierdoor kan het soms wat onrustig zijn voor de kleinsten. Kijken hoe dit eventueel aangepast kan worden.
Uitstraling Het gebouw heeft nu een eenduidige no nonsens uitstraling. Alle uitbreidingen zijn in de loop der jaren in een zelfde architectuur uitgewerkt waarmee het gebouw wel een eenheid uitstraalt. Dit is een kwaliteit. Uiteraard draagt een goed verzorgde buitenruimte ook bij aan de uitstraling van de school; zie boven bij ‘Schoolerf’.
Omgevingsfactoren, stedenbouw, verkeer De Joh. Calvijnschool staat in de wijk Leerdam Noord. Het past in de stedenbouwkundige visie van de jaren zestig en zeventig om een school een vanzelfsprekend onderdeel van de woonwijk te laten zijn. Dat uitgangspunt is ook nu nog van waarde. Tegelijkertijd heeft de Joh. Calvijnschool in de loop der tijd steeds sterker een regionale functie gekregen, met als
13
gevolg dat er meer breng- en haalverkeer is dan waarvan bij de opzet van de wijk werd uitgegaan. De verkeerssituatie is dan ook een belangrijke opgave. Circa 30% van de leerlingen komt van buiten Leerdam. De meesten van hen worden met de auto naar school gebracht. (Dit geldt ook voor een deel van de leerlingen uit Leerdam zelf.) Het gaat iedere ochtend en middag om circa 40 auto’s die in korte tijd komen, stoppen en gaan. Dit levert een gevaarlijke verkeersituatie op voor de school en de omwonenden. In het verleden werd het leerlingenvervoer van buiten Leerdam collectief georganiseerd, doordat de kinderen met busjes werden gebracht en gehaald. Deze collectieve oplossing met busjes is tegenwoordig echter duurder dan individueel autogebruik. Het verkeersprobleem kan dus ook worden gezien als een organisatieopgave of een financiële kwestie. Relevant is voorts het stedenbouwkundig onderzoek van de wijk, dat de gemeente samen met woningcorporatie Kleurrijk Wonen heeft uitgevoerd (‘Stedenbouwkundig onderzoek Leerdam Noord’, sept. 2020). De belangrijkste invalshoek is hier het woningbestand in de wijk. Uit de samenvatting: “Een meer gedifferentieerde woningvoorraad zou de wijk ten goede komen. Dit moet echter niet ten koste gaan van de kwaliteit van de wijk.” Op zoek naar ruimte voor extra woningen doet het onderzoek enkele suggesties, waaronder de verplaatsing van de Joh.
Calvijnschool naar een andere locatie.
Ligging van de school in de wijk
14
IV.
Specifieke eisen en wensen
Naast de algemene uitgangspunten, kansen, eisen en wensen die hierboven zijn genoemd, gelden de volgende concrete en specifieke eisen en wensen: Lokalen: Is het mogelijk om ruimte te creëren om in kleine groepjes te werken? Bijvoorbeeld tussen 2 lokalen? Centrale hal: is donker. Graag meer ruimte, licht en lucht. Vieringsruimte: aula is te laag en te klein. Graag optimaliseren. Handenarbeidlokaal: slechte akoestiek, onhandig, te open en onderdeel van de aula. Graag weer apart, goed werkend handenarbeidlokaal. Kantoorruimte: Graag extra overlegkamers/werkruimte:, ..ruimtes voor 4 personen Plus/klusklas: Graag ruimte voor 10 kinderen (zorgklas) met keuken. Wc’s: beter spreiden over gebouw. Een gunstig binnenklimaat: Zonwering en ramen kunnen openen. Kinderopvang: 2 ruimtes voor kinderen van 2,8 tm 4 jaar. BSO mogelijk in dubbelgebruik Kleuterruimten: moeten gerenoveerd. Opbergruimte: meer opbergruimte voor grote materialen. Entree: Is klein en donker. Graag meer ruimte en openheid. Buitenruimte - Betere afbakening voor de kleuters - Plein vergroten? Goed overzicht op het plein - Overdekte fietsenstalling Verkeerssituatie: Rondom het halen en brengen ontstaat een gevaarlijke verkeersituatie
15
V.
Vlekkenplan
Het vlekkenplan is in bijlage 7 opgenomen. Het vlekkenplan onderzoek behelst twee onderzoeksonderdelen: 1- Een vlekkenplan onderzoek hoe de bestaande school uitgebreid kan worden met ongeveer 200m2 en een variant met een uitbreiding van ongeveer 400 m2. 2- Een onderzoek naar het halen en brengen van de leerlingen in de huidige situatie als ook bij de voorgestelde varianten in combinatie met de bijbehorende parkeer voorzieningen. Bestaande situatie
Vlekkenplan onderzoek Op basis van het pve dat uit gesprekken met het team naar voren is gekomen zijn de beide varianten uitgewerkt. Als randvoorwaarde hebben we meegenomen dat we de voetprint van het gebouw niet groter willen maken zodat er voldoende buitenruimte over blijft. Daarnaast hebben we gekeken naar de bouwkundige kwaliteit om te zien waar de meest logische plek voor een uitbreiding in twee bouwlagen mogelijk is. Er is gekozen voor het zuidelijke deel van het gebouw dat onderdeel is van het oudste bouwdeel. Dit past ruimtelijk 16
goed omdat daarmee een hoge centrale hal als centrum van de school ontstaat. Tevens is deze plek voorzien van een relatief slechte begane grond vloer die daarmee ook vervangen wordt. Om de verkeersstromen van fietsen en auto’s zoveel mogelijk te scheiden stellen we tevens voor een extra fietsentree aan de zuidzijde te maken die ontsloten wordt vanaf het fietspad. Daarmee is tevens een goede vluchtweg gegarandeerd voor de uitbreiding. Variant A met een uitbreiding van ongeveer 200 m2 bvo Variant A heeft op de verdieping een uitbreiding met drie lokalen. Daarmee kan het enigszins ongelukkige ‘ingebouwde’ lokaal bij de bovenbouw vervallen en veranderen in een kleinere spreekkamer. De docentenkamer schuift door naar de centrale hal waarmee het aantal bovenbouwlokalen gelijk blijft. Een lokaal kan een permanent handvaardigheidslokaal worden. Dit lokaal kan ook ingezet worden voor naschoolse opvang. Grenzend aan de centrale hal komt een keuken. Voor de onderbouw is een extra toiletgroep voorzien. Totaal heeft de school dan 16 leslokalen, 1 handvaardigheid lokaal en een speellokaal. Het aanvullende programma bestaat uit 4 spreekkamers, een kantoorruimte voor de directeur, de administratie en de leidster voor de onderbouw en een teamkamer.
Afhankelijk van de ontwikkeling in de leerlingenpopulatie en de wens van de ouders zou één van de lokalen ook ingezet kunnen worden als peuterspeelzaal.
17
Variant B met een uitbreiding van ongeveer 400 m2 bvo Variant B heeft veel overeenkomsten met variant A. De uitbreiding op de verdieping heeft vier lokalen gekregen. Het totale programma bestaat dan uit 16 leslokalen, 1 handvaardigheid lokaal, 1 kooklokaal en een speellokaal. Het aanvullende programma bestaat uit 6 spreekkamers, een kantoorruimte voor de directeur, de administratie en de leidster voor de onderbouw en een teamkamer. Afhankelijk van de ontwikkeling in de leerlingenpopulatie en de wens van de ouders zou één van de lokalen ook ingezet kunnen worden als peuterspeelzaal.
18
19
Parkeren, halen en brengen in de Varianten A en B Twee auto-gerelateerde zaken vragen op deze locatie speciale aandacht. Dit zijn het parkeren voor het personeel, en het met de auto brengen en halen van leerlingen door ouders. Zij zijn in beide varianten, A en B, relevant. Parkeren personeel Tot nu toe parkeren personeelsleden hun auto op straat in de buurt. Dit gebeurt al jaren en het heeft tot dusver geen problemen gegeven. Een uitbreiding van het programma (en van het personeel) leidt tot de noodzaak drie extra parkeerplekken te vinden. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning moet formeel worden aangetoond hoe deze drie parkeerplekken op eigen terrein kunnen worden gegarandeerd. Ruimtelijk gezien is parkeren op eigen terrein echter niet reëel mogelijk. Dit vanwege de stedenbouwkundige situatie waarbij de school in de bocht van de weg ligt, in combinatie met de grootte van de bouwmassa ten opzichte van het terreinoppervlak. Volgens Mevrouw Meijer is het reëel en verdedigbaar om de drie extra parkeerplekken buiten het eigen terrein te vinden, zoals dat ook nu al met de andere auto’s van het personeel gebeurt. De school staat in een woonwijk waar veel bewoners overdag met de auto naar hun werk gaan, zodat de beschikbare parkeerruimte efficiënt dubbel kan worden gebruikt.
Een niet-officiële telling door Mevrouw Meijer wijst uit dat er in de directe omgeving 57 lege parkeervakken aanwezig waren (meting binnen een straal van 200 meter op een woensdagochtend circa 8:30 uur). De drie extra parkeerplekken kunnen ons inziens zonder bezwaar buiten het eigen terrein worden gevonden.
Lege parkeerplekken rond de school (straal 200 meter), woensdagochtend circa 8:30 uur. 20
Wij stellen voor dat de gemeentelijke afdeling Verkeer een formele parkeerdrukmeting in de directe omgeving van de school uitvoert, om vast te stellen of hier inderdaad voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Mocht deze officiële meting aantonen dat de parkeerdruk in de directe omgeving het toelaat om drie extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te vangen, dan vervalt de noodzaak van parkeren op eigen terrein en is de uitbreiding op deze locatie wat dit betreft mogelijk. Brengen en halen van leerlingen In de huidige situatie zijn er aan de Sperwerlaan twee plaatsen aangewezen als officiële breng- en haalplekken. Hier stoppen de auto’s, maar het zijn ook de plaatsen waar leerlingen met de fiets aankomen op het schoolterrein. Deze huidige verkeerssituatie voldoet niet aan de norm; twee breng- en haalplekken zijn formeel te weinig voor het aantal leerlingen. De school is echter actief en succesvol in gedragsbeïnvloeding, o.m. met regelmatige veilig-verkeeracties om ook de ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Door deze inzet is de verkeersveiligheid voldoende. Bij een uitbreiding van de school moeten er formeel 5 tot 6 extra breng- en haalplekken worden gerealiseerd. Dat is in de directe omgeving niet mogelijk. Op basis hiervan adviseert de gemeentelijke afdeling Verkeer negatief over een eventuele uitbreiding.
Er is echter een alternatieve mogelijkheid om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit kan door het fietsverkeer en het autoverkeer te ontvlechten. Voor de fietsers kan een nieuwe toegang tot het terrein worden gerealiseerd vanaf het Mussenpad. Dit verhoogt de verkeersveiligheid aanzienlijk en maakt daarmee de uitbreiding mogelijk. Verdere verbetering van de verkeersveiligheid is denkbaar door de bestaande gedragsbeïnvloeding voort te zetten en uit te breiden. Zo kan worden ingezet op fietspromotie, door samen met kinderen, ouders en de gemeente veilige fietsroutes door Leerdam naar de school te verkennen. De gemeentelijke afdeling Verkeer ondersteunt deze optie maar stelt twee voorwaarden. Zij wil in de omliggende buurt met een enquête het draagvlak peilen voor een uitbreiding van de school zonder extra parkeerplaatsen voor brengen en halen. Ook moet uit de parkeerdrukmeting duidelijk worden of er voldoende ruimte is voor brengen en halen.
21
Voorstel nieuwe verkeerssituatie met nieuwe toegang fietsers aan het Mussenpad
22
VI. begroting
Op 17-03-2021 heeft Winket een beknopte technische inventarisatie van de bestaande toestand uitgevoerd. Het doel van deze inventarisatie is het verzamelen van de bouwkundige gegevens, die nodig zijn om een goede inschatting van de financiële gevolgen en de milieu-impact te kunnen maken van verschillende scenario’s met betrekking tot renovatie met uitbreiding, of nieuwbouw. Deze rapportage geeft een overzicht van de bevindingen uit de technische inventarisatie (bijlage 1). Vervolgens worden de investeringskosten van de verschillende door Mevrouw Meijer voorgestelde planvarianten (scenario’s) naast elkaar gezet, evenals de CO2-impact daarvan (bijlage 2). Voor alle scenario’s zijn ook ramingen gemaakt van het te verwachten energiegebruik (bijlage 4) en de te verwachten kosten voor bouwkundig en installatietechnisch onderhoud (bijlage 5). Ook daarvan is de CO2-impact geraamd. Combinatie van alle uitkomsten biedt een overzicht van de financiële gevolgen en milieuimpact van de scenario’s op het niveau van de totale huisvestingslasten (investering plus exploitatie).
Bestaande school en uitbreidings-scenario’s De Johannes Calvijnschool is oorspronkelijk gebouwd in 1969 en heeft sindsdien verschillende renovaties en uitbreidingen gehad. Afgezien van kleinere tussentijdse uitbreidingen onderscheiden we 4 bouwdelen met de bouwjaren 1969, 1984, 2004 en 2010.
23
De onderhoudstechnische staat van de school is voor een gebouw van die leeftijd uitzonderlijk goed. In de termen van NEN 2767 is dat overwegend goed (niveau 2) of redelijk (niveau 3). Uitzondering hierop is de vloerconstructie van het gebouwdeel uit 1969. Die bestaat uit Kwaaitaal-vloeren en laat de voor dat vloertype uit die periode bekende gebreken zien. De vloeren zijn weliswaar verstevigd met een speciaal voor deze gebreken ontwikkelde staalconstructie, maar de corrosieschade aan de oorspronkelijke vloerelementen blijft daarbij aanwezig. Dit maakt het realiseren van warmte-isolatie (uit het oogpunt van duurzaamheid gewenst) een twijfelachtige ingreep. Mevrouw Meijer heeft voor de school een tweetal uitbreidings-scenario’s ontworpen en is voor beide scenario’s uitgegaan van het bouwen van een verdieping bovenop het gebouwdeel uit 1969. Een dergelijk uitbreiding met een verdieping brengt hoe dan ook met zich mee, dat de ruimten op de begane grond eronder volledig gestript en opnieuw opgebouwd moeten worden. Door in ieder geval op die plaatsen ook de vloer van de beganegrond te vervangen, wordt ruimte gemaakt voor het toevoegen van een aantal funderingspalen. Daarop kan dan een eenvoudige draagstructuur in twee bouwlagen gerealiseerd worden.
Hiermee slaan we dus twee vliegen in een klap: het probleem van de Kwaaitaal-vloeren kan definitief verholpen worden en er wordt op een efficiënte manier een verdieping gebouwd. Berekening Investeringskosten Voor elke planvariant (scenario) is een begroting gemaakt van de investeringskosten. Om de uitkomsten daarvan in perspectief te zetten, zijn ook de investeringskosten van een nulscenario en van vergelijkbare nieuwbouw op dezelfde locatie begroot. Onder nul-scenario verstaan we een renovatie van de bestaande toestand, zodanig dat die weer voor 40 jaar onderwijshuisvesting geschikt is, maar zonder aanpassingen of uitbreiding voor het huisvesten van (nieuw) programma. Dit nul-scenario resulteert dus in de “bestaande school” met een kwaliteit van afwerking en energieprestaties vergelijkbaar met die van nieuwbouw. Gezien de onderhoudstechnische staat, die voor de leeftijd van het gebouw uitzonderlijk goed is, is voor de onderzochte school het nul-scenario wel een heel theoretische aanpak. Het ligt niet voor de hand dingen te verbeteren, die al goed zijn. Daarom is ook een praktisch scenario begroot: renovatie van het bestaande gebouw, waarin concessies gedaan zijn ten aanzien van het afwerkingsniveau en de bouwfysische prestaties om onnodige desinvesteringen te voorkomen.
Het verschil in kosten tussen dit scenario P en het nulscenario geeft de financiële bandbreedte weer van mogelijke keuzes ten aanzien van kwaliteit bij renovatie. Berekening CO2-emissies In verband met besluitvorming in het kader van de klimaatdoelstellingen, die de overheid stelt aan het bouwen en de gebouwde omgeving, zijn voor alle scenario’s ook de CO2emissies geraamd, die gemoeid zijn met de bouwactiviteiten en het materiaalgebruik. Deze CO2-emissies krijgen hun ware betekenis, als we ze afzetten tegen de CO2-emissies van het energiegebruik en van het onderhoud gedurende de gebruiksfase van de scenario’s. 24
Tabel 1: Investeringskosten en CO2-emissies van planvarianten m2BVO Scenario P
Renovatie Vergelijkbare nieuwbouw €/m2 € totaal CO2-ton €/m2 € totaal CO2-ton 1.804 € 1.359 € 2.451.000 468
Scenario 0 Scenario 1 Scenario 2
1.804 € 2.002 € 3.611.000 2.094 € 2.187 € 4.580.000 2.263 € 2.216 € 5.014.000
914 € 2.808 € 5.065.000 1.178 € 2.787 € 5.837.000 1.304 € 2.732 € 6.183.000
1.453 1.647 1.746
Scenario P Praktisch. Een indicatie van de investering en CO2-impact bij een renovatieplan met concessies ten aanzien van afwerkingsniveau en bouwfysische prestaties. Scenario 0 Renovatie van het bestaande gebouw, zodat het weer 40 jaar voor onderwijs geschikt is, maar zonder aanpassing aan te huisvesten (nieuw) programma. Scenario 1 Renovatie met uitbreiding en aanpassing aan te huisvesten (nieuw) programma, en hetzelfde programma door volledige sloop en nieuwbouw. Totaal 2094 m2 BVO. Scenario 2 Renovatie met uitbreiding en aanpassing aan te huisvesten (nieuw) programma, en hetzelfde programma door volledige sloop en nieuwbouw. Totaal 2263 m2 BVO.
Investeringen (resultaten) De tabel laat zien, dat de beoogde (en ontworpen) scenario’s 1 en 2 een investering met zich meebrengen van respectievelijk € 4.580.000 en € 5.014.000. Dat is per m2 bruto vloeroppervlakte € 2.187 en € 2.216. (Scenario 2 kost per m2 meer dan scenario 1, doordat scenario 2 voor een groter deel uit nieuwbouw bestaat.) Beide investeringen zijn duidelijk veel lager dan de investeringen, die met vergelijkbare nieuwbouw gemoeid zouden zijn; die bedragen respectievelijk € 5.837.000 en € 6.183.000. Scenario 2 is qua investering 19% goedkoper dan vergelijkbare nieuwbouw en scenario 1 (meer renovatie) zelfs 22%. De begrotingen van de investeringen voor scenario’s 1 en 2 gaan ervan uit, dat het te handhaven deel van de school zodanig gerenoveerd wordt, dat het wat betreft afwerking en energieprestaties een kwaliteit heeft die vergelijkbaar is met nieuwbouw. Door dit uitgangspunt zijn de kosten van beide scenario’s goed (“eerlijk”) te vergelijken met de kosten van nieuwbouw. Het renoveren van de hele bestaande school - zonder uitbreiding op dit niveau, zou een investering van € 3.611.000 vragen. Dat is het nul-scenario. Zoals al opgemerkt, ligt het in dit geval niet direct voor de hand met een renovatie coûte que coûte een nieuwbouwniveau te willen nastreven. De tabel laat het kosteneffect hiervan zien door middel van scenario P.
Dit scenario zou gerealiseerd kunnen worden voor een investering van € 2.451.000. Dat is ruim 1,1 miljoen euro lager dan de investering bij het nulscenario. Bij de uitbreidingen conform de scenario’s 1 en 2, wordt een (kleiner of groter) deel van de bestaande school gesloopt en opnieuw – in 2 bouwlagen – opgebouwd. Dat nieuwe gebouwdeel krijgt uiteraard een nieuwbouwkwaliteit. Omdat in de scenario’s 1 en 2 de renovatie maar een deel van het bestaande gebouw betreft, zal het doen van concessies ten aanzien van de (renovatie-) kwaliteit minder invloed hebben op het totaal van de investering. Afhankelijk van de keuzes ten aanzien van de (renovatie-) kwaliteit, komen de investeringen uit op: 25
voor scenario 1 een bedrag tussen € 3.942.000 en € 4.580.000, voor scenario 2 een bedrag tussen € 4.492.000 en € 5.014.000. CO2-emissies (resultaten) Wat betreft de CO2-emissies van bouwactiviteiten en -materialen, laat de tabel zien dat renovatie met uitbreiding conform scenario 1 en 2 beduidend minder CO2-emissies veroorzaakt dan vergelijkbare nieuwbouw. Voor scenario 1: 1.178 ton CO2 tegenover 1.647 ton dat is 469 ton ofwel 28% minder CO2uitstoot. Voor scenario 2: 1.304 ton CO2 tegenover 1.746 ton dat is 442 ton ofwel 25% minder CO2-uitstoot. De uitkomsten van de CO2-berekeningen bij de scenario’s 0 en P laten het effect zien van concessies ten aanzien van de kwaliteit: 914 – 468 = 446 ton CO2. Met andere woorden het streven naar nieuwbouwkwaliteit door renovatie levert bijna een verdubbeling op van de CO2-uitstoot ten gevolge van bouwactiviteiten en -materialen. (Nieuwbouw zelf brengt overigens 1.453 ton CO2-uitstoot met zich mee en is daarmee ruim 3x zo milieu-belastend als scenario-P-renovatie.) Afhankelijk van de keuzes ten aanzien van de (renovatie-) kwaliteit, komt de CO2-uitstoot ten gevolge van bouwactiviteiten en -materialen uit op: voor scenario 1 tussen 933 ton en 1.178 ton CO2, voor scenario 2 tussen 1.103 ton en 1.304 ton CO2.
Omdat een deel van de concessies ten aanzien van de (renovatie-) kwaliteit betrekking heeft op de energieprestaties van het gebouw, zou men hierin kunnen zoeken naar een optimalisatie met de CO2-uitstoot ten gevolge van energiegebruik voor verwarming en ventilatie.
26
Investeringen tegenover normbedragen In de tabel zijn naast investeringen voor de scenario’s 1 en 2 op basis van renovatie met uitbreiding de investeringen van vergelijkbare nieuwbouw gezet. Daarbij zijn de gerealiseerde gebouwen wat betreft grootte, vorm en programma gelijk gehouden met het resultaat van renovatie met uitbreiding. De investeringskosten van deze nieuwbouw-scenario’s wijken iets af van de normbedragen, die op grond van de onderliggende leerlingenaantallen zijn berekend (zie bijlage 3). Tabel 2: Investeringskosten en CO2-emissies van planvarianten met normbedragen nieuwbouw Scenario P-0 BVO [m2] Investering Investering in % CO2-Investering CO2-emissie in %
Scenario P obv P-ren. 1.804
Scenario 0 obv 0-ren. 1.804
Scenario 0 nieuwbouw 1.804
Scenario 0 nwb-budget 1.840
€ 2.451.000 € 3.611.000 € 5.065.000 € 4.528.000 54% 80% 112% 100% 468 32%
914 63%
1.453 100%
BVO [m2]
Scenario 1 P-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 0-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 nieuwbouw 2.094
Investering Investering in %
€ 3.942.000 € 4.580.000 € 5.837.000 € 4.965.000 79% 92% 118% 100%
Scenario 1
CO2-Investering CO2-emissie in %
Scenario 1 nwb-budget 2.040
933 57%
1.178 72%
1.647 100%
BVO [m2]
Scenario 2 P-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 0-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 nieuwbouw 2.263
Investering Investering in %
€ 4.492.000 € 5.014.000 € 6.183.000 € 5.338.000 84% 94% 116% 100%
Scenario 2
CO2-Investering CO2-emissie in %
1.103 63%
1.304 75%
Scenario 2 nwb-budget 2.211
1.746 100%
Op grond van tabel 2 kunnen we vaststellen, dat de investeringen voor renovatie met uitbreiding in scenario 1 en scenario 2 onder de budgetten voor nieuwbouw blijven: 8% en 6%. Als er concessies gedaan worden aan de kwaliteit van de renovatie, geldt dat in nog sterkere mate: 21% en 16%. Als men nieuwbouw wil realiseren binnen de daarvoor geldende budgetten, zal een eenvoudiger ontwerp nodig zijn, waarbij het gebouw een minder gelede plattegrond krijgt. De investeringen voor nieuwbouw met de vormfactoren als in de scenario’s 1 en 2 komen immers beide boven de normbudgetten uit: 18% en 16%. Energiegebruik Voor alle scenario’s is met behulp van het PHPP-model (PassiefHuis Projecterings Pakket) het te verwachten jaarlijkse energiegebruik berekend. 27
Tabel 3 laat het energiegebruik van de verschillende scenario’s zien in euro’s en in tonnen CO2-equivalent. De onderliggende berekeningen zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 3: Kosten en CO2-emissies van energiegebruik per jaar bij de verschillende scenario’s / balansventilatie (met warmteterugwinning) Scenario P-0
Scenario P obv P-ren. 1.804
BVO [m2] € energie / jaar Energie in %
€
BVO [m2] € energie / jaar Energie in %
BVO [m2] € energie / jaar Energie in % CO2 energie / jaar CO2-emissie in %
Scenario 0 nwb-budget 1.840
15.258 € 95%
14.248 € 88%
92 289%
34 107%
32 100%
Scenario 1 P-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 0-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 nieuwbouw 2.094
€
16.102 € 90%
15.813 € 89%
94 265%
36 102%
35 100%
Scenario 2 P-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 0-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 nieuwbouw 2.263
€
16.100 100%
Scenario 1 nwb-budget 2.040
41.387 € 232%
CO2 energie / jaar CO2-emissie in % Scenario 2
Scenario 0 nieuwbouw 1.804
40.542 € 252%
CO2 energie / jaar CO2-emissie in % Scenario 1
Scenario 0 obv 0-ren. 1.804
17.850 100%
Scenario 2 nwb-budget 2.211
42.219 € 218%
16.934 € 88%
16.827 € 87%
96 255%
38 101%
38 100%
19.346 100%
Tabel 3 laat zien, dat – als bij de renovaties uitgegaan wordt van balansventilatie - het energiegebruik bij renovatie en nieuwbouw maar weinig van elkaar verschilt. Tenminste bij ingrijpende renovaties (het kwaliteitsniveau van de nul-scenario’s). Het energiegebruik bij scenario’s gebaseerd op renovaties, waarbij concessies aan (energie-) kwaliteit wordt gedaan (scenario P), ligt veel hoger. Ten aanzien van de CO2-emissies ten gevolge van het energiegebruik, zien we hetzelfde beeld. Onderhoud Voor alle scenario’s is ook een indicatieve onderhoudsplanning opgesteld (bijlage 5). Tabel 4 laat de jaarlijkse reserveringen voor het onderhoud bij de verschillende scenario’s zien, plus de CO2-emissies ten gevolge van materiaal en arbeid van het onderhoud, gemiddeld per jaar. Tabel 4: Onderhoudskosten en CO2-emissies van scenario’s per jaar
28
onderhoud per jaar Scenario P Scenario 0 Scenario 1 Scenario 2
[€] ton CO2 € 53.557 11,6 € 50.958 11,1 € 56.824 12,5 € 60.119 13,2
Het onderhoud is voor de renovatie en nieuwbouw per scenario gelijk. (Het uitgangspunt is immers, dat het resultaat wat betreft kwaliteit van de renovatie vergelijkbaar is met nieuwbouw.) Alleen bij scenario P pakt het onderhoud hoger uit dan bij het nul-scenario, omdat bij scenario P gebouw-onderdelen in hun huidige staat worden gehandhaafd. Daardoor is het vervangingsonderhoud van die onderdelen eerder aan de beurt, wat per saldo tot hogere onderhoudskosten leidt. Conclusies Investeringen, energie en onderhoud zijn met elkaar de kostensoorten, waarop keuzes, die gemaakt worden met betrekking tot een renovatie- of nieuwbouwaanpak voor de school, bij uitstek van invloed zijn. In het kader van deze besluitvorming (met betrekking tot renovatie of nieuwbouw) beschouwen we deze kosten samen als TCO (“Total Costs of Ownership”). Om een overzicht te krijgen van het totaal van alle kosten en alle CO2-emissies bij de verschillende scenario’s, is tabel 5 gemaakt (bladzijde 8). Daarin zien we per scenario eerst de investeringen. Vervolgens de jaarlijkse lasten van die investeringen (de kapitaalslasten), het energiegebruik en de jaarlijkse reservering voor het (bouwkundige en installatietechnische) onderhoud. Alle kosten zijn op het prijspeil van 2021 en zullen jaarlijks voor de kostenontwikkeling (inflatie) aangepast moeten worden.
Deze benadering sluit aan bij de bekostigingssystematiek van het basisonderwijs. De jaarlijkse kapitaalslast is bepaald met behulp van de contantewaardemethode, op basis van een periode van 30 jaar en een reële rente van 1%. Dat betekent, dat als het bedrag van de kapitaalslast jaarlijks wordt gecorrigeerd voor inflatie, het in 30 jaar de investering terug opbrengt. Daarbij wordt over het uitstaande geld een reële rente van 1% betaald (dat is nominaal ongeveer 3% rente bij een langjarige inflatie van 2%). Tenslotte zijn in tabel 5 ook de CO2-emissies van de investering, 30 jaar energiegebruik en 30 jaar onderhoud weergegeven en bij elkaar opgeteld, om uit te rekenen wat de CO2impact voor die periode is in de scenario’s. Voor al deze berekeningen is een periode van 30 jaar aangehouden en geen 40 of 45. Dat wil niet zeggen dat de school na renovatie zo’n langere periode niet zou kunnen functioneren, integendeel. Maar omdat de technische ontwikkelingen in de toekomst niet zullen stilstaan, wordt een rekenexercitie voor een periode langer dan 30 jaar erg wankel. Met name de ontwikkelingen op het gebied van installatietechniek leiden vaak al tot aanpassingen na een periode van 15 jaar (de gemiddelde levensduur van centrale installatiedelen, zoals cv-ketels, warmtepompen, luchtbehandelingskasten).
29
Als we de cijfers in tabel 5 evalueren, komen we tot de volgende conclusies: Het beoogde programma van eisen voor de Johannes Calvijnschool kan op de huidige locatie van de school kostenefficiënt en duurzaam (klimaatvriendelijk) worden gerealiseerd door renovatie met uitbreiding van het bestaande gebouw. Door uit te gaan van een ingrijpende renovatie, kan een kwaliteit verkregen worden, die qua afwerkingsniveau vergelijkbaar is met en qua de lay-out (iets) royaler dan nieuwbouw. De investering blijft 6% tot 8% onder het budget voor nieuwbouw en de TCO blijven 9% à 10% onder de genormeerde kosten. Qua duurzaamheid – in de zin van (lage) CO2-emissies – blijft renovatie met uitbreiding 13% tot 15% onder de emissies, die met nieuwbouw bereikt worden. Dat is niet alleen duurzamer dan nieuwbouw, maar ook (veel) duurzamer dan renovatie met uitbreiding, waarbij concessies gedaan worden aan de (energie-) prestaties van het te renoveren deel. Die laatste variant heeft wel een lagere investering, maar over een periode van 30 jaar, komen de TCO hoger uit dan bij de ingrijpende renovatie. En op nog langere termijn wordt het beeld voor ingrijpende renovatie alleen maar gunstiger. Vergelijkbare nieuwbouw zou wat betreft investeringskosten 16% tot 18% boven de normbudgetten (volgens het VNG-model) uitkomen.
Dat betekent dat nieuwbouw dus alleen gerealiseerd kan worden met een aanzienlijke versobering van het bouwplan. De eindconclusie is dan ook, dat zowel voor scenario 1 als voor scenario 2 de variant op basis van ingrijpende renovatie met uitbreiding financieel èn qua milieu-impact duidelijk de gunstigste keus is.
30
Tabel 5: Investeringskosten, Jaarlijkse lasten en CO2-emissies Scenario P-0
Scenario P obv P-ren. 1.804
BVO [m2]
Scenario 0 obv 0-ren. 1.804
Scenario 0 nieuwbouw 1.804
Scenario 0 nwb-budget 1.840
Investering Investering in %
€ 2.451.000 € 3.611.000 € 5.065.000 € 4.528.000 54% 80% 112% 100%
Kapitaalslast/jaar Energie / jaar Onderhoud / jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last / m2 TCO-30 in %
€ € € € €
94.031 € 40.542 € 53.557 € 188.131 € 104 € 75%
138.534 € 15.258 € 50.958 € 204.750 € 113 € 82%
194.316 € 14.248 € 50.958 € 259.522 € 144 € 103%
468 2.754 348 3.570 130%
914 1.023 333 2.270 83%
1.453 954 333 2.740 100%
BVO [m2]
Scenario 1 P-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 0-ren.+uitbr. 2.094
Scenario 1 nieuwbouw 2.094
Investering Investering in %
€ 3.942.000 € 4.580.000 € 5.837.000 € 4.965.000 79% 92% 118% 100%
Kapitaalslast/jaar Energie / jaar Onderhoud / jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last / m2 TCO-30 in %
€ € € € €
CO2-Investering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal CO2-emissie CO2-emissie in % Scenario 1
173.714 16.100 61.180 250.994 136 100%
Scenario 1 nwb-budget 2.040
151.233 € 41.387 € 59.423 € 252.043 € 120 € 91%
175.709 € 16.102 € 56.824 € 248.636 € 119 € 90%
223.933 € 15.813 € 56.824 € 296.571 € 142 € 107%
933 2.811 390 4.134 134%
1.178 1.077 375 2.630 85%
1.647 1.059 375 3.081 100%
BVO [m2]
Scenario 2 P-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 0-ren.+uitbr. 2.263
Scenario 2 nieuwbouw 2.263
Investering Investering in %
€ 4.492.000 € 5.014.000 € 6.183.000 € 5.338.000 84% 94% 116% 100%
Kapitaalslast/jaar Energie / jaar Onderhoud / jaar Jaarlijkse last totaal Jaarlijkse last / m2 TCO-30 in %
€ € € € €
CO2-Investering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal CO2-emissie CO2-emissie in % Scenario 2
CO2-Investering CO2-30 jr energie CO2-30 jr onderhoud Totaal CO2-emissie CO2-emissie in %
190.480 17.850 67.830 276.160 135 100%
Scenario 2 nwb-budget 2.211
172.333 € 42.219 € 62.718 € 277.270 € 123 € 93%
192.359 € 16.934 € 60.119 € 269.413 € 119 € 91%
237.208 € 16.827 € 60.119 € 314.154 € 139 € 106%
1.103 2.868 411 4.382 134%
1.304 1.134 396 2.834 87%
1.746 1.125 396 3.267 100%
204.790 19.346 73.516 297.652 135 100%
31
Colofon Haalbaarheidsonderzoek: Mevrouw Meijer, Tjeerd Wessel en Wilma Kempinga Vlekkenplannen: Mevrouw Meijer, Tjeerd Wessel Technische inventarisatie, begrotingen van de scenario’s: Winket, Tim de Jonge en BuroP, Pim Foppele: Berekening norm nieuwbouwbudgetten, onderhoudsprognoses: Winket, Tim de Jonge Energieberekeningen: Trecodome, Chiel Boonstra Onderzoeksperiode: 31 december 2020-15 mei 2021 Rapport: 18 mei 2021 (CONCEPT) 6 augustus 2021 (Definitief)
32
Bijlagen
Bijlagen Bijlage 1 Winket en BuroP: Technische inventarisatie Bijlage 2 Winket en BuroP: Begrotingen van de scenario’s Bijlage 3 Winket: Berekening norm nieuwbouwbudgetten Bijlage 4 Trecodome: Energieberekeningen Bijlage 5 Winket: Onderhoudsprognoses Bijlage 7 Vlekkenplannen
33
Bijlage 1: Technische inventarisatie Conditiescore (NEN 2767)
bodem skelet daken dakopeningen gevel-/daklichten bovendaks gesloten gevels (afwerking) gevelpanelen gevelopeningen
bouwdeel 1969 bouwdeel 1984 oorspronkelijk uitbreiding 4 3* 4 2 2 2 3 3 nvt nvt 2 2 2 2 2 2
bouwdeel 2004 uitbreiding 2* 2 2 3 nvt 2 2 2
bouwdeel 2010 uitbreiding 2* 2 2 3 nvt 2 2 2
binnenwanden vloeren trappen plafonds
2 3 nvt 3
2 3 nvt 3
2 3 nvt 3
2 3 nvt 3
W-brand, afvoer, water, gas W-klimaat cv W-klimaat lb W-regelingen E-centraal E-energie E-signaal T-lift
2 2 2 2 2 2 2 nvt
2 2 2 2 2 2 2 nvt
2 2 2 2 2 2 2 nvt
2 2 2 2 2 2 2 nvt
1 uitstekend 2 goed 3 redelijk 4 matig 5 slecht 6 zeer slecht 2* goed - ingeschat 3* redelijk - ingeschat
nieuwbouwkwaliteit, incidenteel geringe gebreken incidenteel beginnende veroudering plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar duidelijke veroudering, functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar veroudering is onomkeerbaar technisch rijp voor sloop geen waarneming, ingeschat op basis van bouwjaar geen waarneming, ingeschat op basis van bouwjaar
Bijzonderheden: De uitbreidingen in 1984, 2004 en 2010 zijn in een vergelijkbaar bouwsysteem, materialisatie en afwerkingsniveau uitgevoerd. Het (planmatig) onderhoud is goed bijgehouden/uitgevoerd, waardoor het geheel een vergelijkbaar technische kwaliteit heeft. In beginsel geldt onderstaande technische omschrijving en conditie dus voor het hele gebouw, eventuele afwijking worden, indien te relateren aan het bouwjaar, met opgave van het bouwjaar van de betreffende uitbreiding vermeld. Asbestinventarisatie: de beheerder heeft aangegeven dat er voor zover bekend geen asbest meer aanwezig is. Bovenstaand overzicht geeft de staat van onderhoud van de betreffende elementen weer. De technische specificaties van de elementen (met name verwarming en luchtbehandeling) zijn voor een substantiele levensduurverlenging mogelijk niet toereikend i.v.m. de actuele eisen van energiezuinigheid en binnenluchtkwaliteit. Bodem
Oorspronkelijk, bouwjaar 1969: ongeïsoleerde prefab betonnen vloer (kwaaitaalvloer). De vloer is in het verleden hersteld door middel van springwerken. Waarneming in kruipluik entree (bj. 1969): - Kruipruimte over het algemeen droog, echter ter plaatse van de entree nat i.v.m. defecte leiding/koppeling. Waarneming wandluik vanuit kelder (bj. 1969, opslag/CV-ketels): - Aanzienlijk hoeveelheid water in de kruipruimte. - Plaatselijk corrosieschade aan betonnen balken en vloeren Vloer overige bouwdelen (1984, 2004, 2010); systeemvloeren, technische staat niet kunnen beoordelen.
Skelet
Taditioneel metselwerk (schoonwerk) plaatselijk met stukwerk, (hulp)staalconstructie, houten dakplaten voorzover zichtbaar (in centrale ruimte). Bitumineuze dakbedekking overlaagd met extra isolatie in 2010. Geen ankerpunten valbeveiliging aanwezig. In de gangen, toiletgroepen, teamkamer, keuken en centrale ruimte diverse vierkante koepels; rechthoekige lichtstraten in de lokalen. Schoon metselwerk met plaatselijk verweerd voegwerk en enkele vochtplekken. Houten gevelbeplating / boei boven de kozijnen, goed geventileerd (geen grote schade zichtbaar). Schilderwerk in goede conditie.
Daken afbouw & afwerking Dakopeningen Gesloten gevels (afwerking) Gevelpanelen
34
Gevelopeningen
Binnenwanden
Binnenwandopeningen Vloeren afbouw & afwerking Trappen Plafonds
Houten kozijnen. Draairamen groot formaat, sommige in gebruik als nooduitgang (en in coronatijden als uitgang), bovenlichten handbediend met hefboomsysteem, zonwering uitvalscherm, paneelbekleding goed, schilderwerk goed. Beglazing - bouwjaar 1969: grotendeels enkel, kantoren aan de noordzijde zijn (later) voorzien van dubbelglas. - 1984: enkel, lerarenkamer voorzien van dubbel glas - 2004 en 2010: dubbel glas Waterslagen van geglazuurde tegels; voegwerk op enkele plaats uitgespoeld. Metselwerk, schoonmwerk (plaatselijk gestuct), grotendeels dragend. In de lokalen en gangen ter hoogte van de aansluiting op het lage dak boven de gang: geschilderde panelen. Houten kozijnen en puien met glas, stompe deuren met en zonder glasopening. Ter plaatse van de spreekkamer(s): structurele glaswanden en -deuren. Grote schuifwanden teren plaatse van projecttapijt. de toegang tot het handenarbeidlokaal. In gangen, klaslokalen kantoren: Sanitaire ruimten: vloertegels. Handenarbeidlokaal: marmoleum. De staat is in het algemeen redelijk tot goed. N.v.t. Over het algemeen: systeemplafond met minerale platen. In de gangen platen met PVC afwerking (houtnerf structuur). Plaatselijk zijn sporen van lekkage zichtbaar (o.a. speellokalen).
W-brand, afvoer, water, gas
H.w.a. buiten langs gevel, beschermd door stalen omkleding. Water en afvoer in lokaal en sanitaire ruimte, gas n.v.t.
W-klimaat: koeling cv lb
HT-cv radiatoren gekoppeld aan (cascade) CV-opstelling in de kelder: 3 stuks Nefit ketels (vermogen onbekend), 2018. Leidingverloop boven (systeem)plafond, plaatselijk ook onder vloer (speellokaal). Lokale ventilatie-units in de lokalen, de huidige lokalen 1, 5, 6 en 11 zijn voorzien van koeling (split-unit). Mechanische afzuiging in sanitaire ruimten
W-regelingen E-centraal E-energie licht & gebruik E-signaal alarm & data T-lift Vaste inrichting Sanitair
Niet onderzocht. Centrale meterkast in bouwdeel bouwjaar 1969. Verlichting met TL ingebouwde armaturen, wandcontactdozen inbouw en zeer plaatselijk opbouw. Inbraaksignalering middels bewegingsdetectie; rookmelder in plafond; data-aansluiting in lokaal. Beamer? N.v.t. Garderobes naast lokalen, keukenblok in personeelskamer. Kleuterkeukentjes in lokaal; toiletgroepen wandtegels, vloertegels, staande potten, wastafels. De twee toiletten nabij de directiekamer zijn recent vernieuwd.
35
Bijlage 2: Begrotingen van de scenario’s Mevrouw Meijer Joh.Calvijnschool - scenario P renovatie (praktisch) Primair Onderwijs; projectdelenbegroting renovatie BVO Projectdelen
prijspeil 01-01-2021
1.804
m2
bouwkosten
hvhd
ehd
€/ehd
€ subtot.
1.804 949 1.750 1.804 1.804
m2 m2
50 10
m2
30
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m m2 m2
135 92 10 89 10 60 757 775 45
18.040 28.470 17.501 18.040 -
65 583 413 347 1.804
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
105 97 400 742 701 112 275 186 275 285 402 180 178 150
25.920 65.109 117.692 62.276 -
16,0 1,0 1,0 1,0 6,0 1,0 12,0 326,0 1.804
st st st st st st st st st st st st st st st st st st st st m2 m2 m2 m2
12.775 15.154 15.246 20.379 23.884 30.164 39.152 60.149 4.946 9.051 8.429 4.384 7.029 6.493 29.946 34.051 33.429 3.030 3.770 3.346 110 250 240 215
204.398 20.379 30.164 4.946 26.307 29.946 36.359 35.857 -
1.804 1.804 1.804 1.804 1.804
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 st m2
7 7 50 113 107 107 46 165 25.000 210
12.628 89.839 193.587 82.623 -
2.087 1.804
m2 m2 m2 m2
40 60 50 46
83.468 -
1.804
m2
667
CO2-eq. € totalen
ton/ehd
ton subtot.
0,00 0,01
20,4 5,7 23,4 13,7 -
ton totalen
CASCO
compleet bouwdeel slopen fundering+beg.gr.vloer; herstel fundering+beg.gr.vloer; na-isoleren
fundering+beg.gr.vloer; nieuw verdiepingsvloeren; nieuw dakvloeren, plat; herstel dakvloeren, plat; nieuw hoofddraagconstr./dragende wanden; herstel hoofddraagconstr./dragende wanden; nieuw rand vide; nieuw trappen; nieuw
0,01
0,15 0,13 0,01 0,12 0,01 0,05 0,32 0,22 82.051
0,04
63,2
SCHIL
dak, dicht - platdak/dakranden; vernieuwen dak, dicht - platdak/dakranden; nieuw dak, open - lichtstraten/koepels; herstel dak, open - lichtstraten/koepels; vernieuwen dak, open - lichtstraten/koepels; nieuw gevel, dicht - metselwerk; herstel gevel, dicht - metselwerk; vernieuwen gevel, dicht - metselwerk; nieuw gevel, dicht - beplating/delen; vernieuwen gevel, open - kozijnen; herstel gevel, open - kozijnen; nieuw gevel, open - zonwering; vernieuwen gevel, open - zonwering; nieuw
0,05 0,05 0,13 0,25 0,24 0,02 0,19 0,08 0,13 0,09 0,11 0,06 0,06 270.997
8,6 12,8 38,5 20,7 -
0,04
80,5
INBOUW (afwerking en vaste inrichting)
inbouw, klaslokaal; herstel inbouw, klaslokaal; vernieuwen inbouw, klaslokaal; nieuw inbouw, speellokaal; herstel inbouw, speellokaal; nieuw inbouw, aula; herstel inbouw, aula; vernieuwen inbouw, aula; nieuw inbouw, teamkamer; herstel inbouw, teamkamer; vernieuwen inbouw, teamkamer; nieuw inbouw, kantoor; herstel inbouw, kantoor; vernieuwen inbouw, kantoor; nieuw inbouw, keuken personeel; herstel inbouw, keuken personeel; vernieuwen inbouw, keuken personeel; nieuw
inbouw, toilet; herstel inbouw, toilet; vernieuwen inbouw, toilet; nieuw inb_overig school; herstel inb_overig school; vernieuwen inb_overig school; nieuw
3,65 4,21 4,51 6,01 7,18 9,37 9,85 17,24 1,48 2,72 2,53 1,22 1,84 1,80 8,98 10,22 10,03 0,91 1,13 1,00 0,04 0,08 0,08 388.356
58,5 6,0 9,4 1,5 7,3 9,0 10,9 12,0 -
0,06
114,5
INSTALLATIES
vloeistoffen en gassen; vernieuwen vloeistoffen en gassen; nieuw verwarming; vernieuwen verwarming; nieuw luchtbehandeling; vernieuwen luchtbehandeling; nieuw elektra; vernieuwen elektra; nieuw lift; nieuw
0,00 0,00 0,01 0,03 0,03 0,03 0,01 0,04 6,25 378.678
3,2 22,5 48,4 20,7 -
0,05
94,7
TERREIN
terrein; herstel terrein; vernieuwen terrein; nieuw
Subtotaal (directe bouwkosten)
0,00 83.468 1.203.550
8,3 -
0,00
8,3 361,3
0,20
Nadere detaillering en Overhead bouwbedrijf
Nadere uitwerking / detaillering Algemene bouw(plaats)kosten Algemene bedrijfskosten Winst & risico Opslagen planuitwerking en bouwbedrijf Totaal bouwkosten exclusief BTW Totaal bouwkosten inclusief BTW Totaal incl. bijkomende kosten en incl. BTW Exclusief tijdelijke huisvesting
10,0% 10,0% 7,0% 4,0%
120.355 132.390 101.941 62.329
36 40 31 417.015
1.804 m2 21% BTW 25%
898 1.087 1.359
1.620.565 1.960.884 2.451.000
106 0,26 0,26
468 468
36
Mevrouw Meijer Joh.Calvijnschool - scenario 0 renovatie (hoog kwaliteitsniveau) Primair Onderwijs; projectdelenbegroting renovatie BVO Projectdelen
prijspeil 01-01-2021
1.804
m2
bouwkosten
hvhd
ehd
€/ehd
€ subtot.
949 949 855 1.750 1.804 1.804
m2 m2
50 10
m2
30
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m m2 m2
135 92 10 89 10 60 757 775 105
9.490 28.470 115.145 17.501 18.040 -
1.750 65 583 99 413 347 1.804
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
105 97 400 742 701 112 275 186 275 285 402 180 178 332
183.335 48.095 160.369 27.331 117.692 62.276 -
11,0 5,0 1,0 1,0 1,0 2,0 4,0 1,0 1,0 11,0 28,7353,6 1.804
st st st st st st st st st st st st st st st st st st st st m2 m2 m2 m2
12.775 15.154 15.246 20.379 23.884 30.164 39.152 60.149 4.946 9.051 8.429 4.384 7.029 6.493 29.946 34.051 33.429 3.030 3.770 3.346 110 250 240 267
140.524 75.770 20.379 39.152 9.051 8.769 28.117 29.946 3.030 41.466 3.15488.411 -
1.804 1.804 1.804 1.804 1.804
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 st m2
7 7 50 113 107 107 46 165 25.000 210
12.628 89.839 193.587 82.623 -
terrein; herstel terrein; vernieuwen terrein; nieuw
2.087 1.804
m2 m2 m2 m2
40 60 50 69
125.202 -
Subtotaal (directe bouwkosten)
1.804
m2
983
CO2-eq. € totalen
ton/ehd
ton subtot.
0,00 0,01
10,8 5,7 130,5 23,4 13,7 -
ton totalen
CASCO
compleet bouwdeel slopen fundering+beg.gr.vloer; herstel fundering+beg.gr.vloer; na-isoleren
fundering+beg.gr.vloer; nieuw verdiepingsvloeren; nieuw dakvloeren, plat; herstel dakvloeren, plat; nieuw hoofddraagconstr./dragende wanden; herstel hoofddraagconstr./dragende wanden; nieuw rand vide; nieuw trappen; nieuw