CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beheer- en uitvoeringsplan spelen Vijfheerenlanden 2021-2024.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 10 juni 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Beleids- beheer en uitvoeringsplan spelen4.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

foto’s: Abos

Beheer- en uitvoeringsplan spelen 2021-2024 Gemeente Vijfheerenlanden

2

Doel en aanleiding Dit beheer- en uitvoeringsplan spelen beschrijft hoe de gemeente Vijfheerenlanden uitvoering geeft aan het beheer van openbare speel- en sportplekken. De speelvoorzieningen, inclusief de valdempende ondergronden maar ook de sportkooien en fitnesstoestellen. Het beheerplan spelen beschrijft de periode 2021 t/m 2024. Met uitzondering van de kunstgras (trap)velden vallen de overige verhardingen op speelterreinen onder de discipline wegen. Banken en afvalbakken op speelplaatsen vallen onder discipline straatmeubilair. Verlichting van speelplaatsen gebeurt vanuit de discipline openbare verlichting. Extra of aparte geschakelde verlichting bij bijvoorbeeld sportkooien moet vanuit het netwerk georganiseerd worden en valt niet onder het beheer spelen. In aansluiting op de harmonisatie van het speelruimtebeleid scenario 1 (verder speelruimtebeleid genoemd) beschrijft het beheer- en uitvoeringsplan concreet het proces en de planning om het beleid uit te voeren. Ook benoemt het hoe de speelplekken functioneel voor spelende kinderen en volgens wettelijke veiligheidseisen wordt onderhouden. In de uitvoering staat samenwerking met bewoners centraal. Er moet gewerkt worden binnen het huidige beschikbare budget. Echt uitdagende, aantrekkelijke speel- en sportruimte hangt ook samen met de (groene) inrichting van de kernen en wijken.

En met aanpassingen die nodig zijn voor klimaatadaptie. Dit kan concreet gaan om een wateropgave of hittebestendig maken van een plek. Ook deze thema’s worden benoemd in dit beheer- en uitvoeringsplan.

3

Inventaris

4

Huidige typen toestellen en prikkels Diversiteit toestellen en speelprikkels In tabel 1 is de inventaris weergegeven naar subtype toestel (witte balken spelen, grijze balken sport). Dit geeft inzicht in de speelmogelijkheden en de diversiteit van toestellen die er buiten staan. Het percentage speeltoestellen is ca. 80% en sporttoestellen is ca. 20%. In tabel 2 staat de inventaris aan speelprikkels. Tabel 1 Per type toestel: aantal, percentage van totaal en waarde €

Tabel 2 Per type speelprikkel: aantal, percentage totaal en waarde €

5

Speelruimtebeleid: grotere diversiteit toestellen per buurt Bij de uitvoering van het beleid wordt erop gelet om de diversiteit aan toestellen per buurt te verbeteren en op de centrale plekken ook verschillende grote toestellen te plaatsen.

Huidige typen ondergronden en verhardingen Typen veiligheidsondergronden Speeltoestellen met een valhoogte van meer dan zestig centimeter dienen geplaatst te worden in een valdempende ondergrond. In afwijking van de NEN-normen heeft Nederland net als enkele andere landen in Europa gesteld dat tot 1,5 meter gras in veel situaties ook veilig kan zijn. Er is veel gekozen voor rubbertegels als ondergrond (zie tabel 3), 52% van het oppervlakte aan veiligheidsondergrond is rubbertegels. Daarna volgt valdempend zand met 21% en daarna kunstgras met 18%. Verhardingen Verhardingen op speelplekken vallen onder het beheer van wegen. In het beheerplan van wegen wordt rekening gehouden met de benodigde onderhouds- en vervangingskosten daarvan. Met uitzondering van kunstrgrastrapvelden, zie tabel 4. Tabel 3 Per type ondergrond: oppervlakte in m2’s, percentage oppervlakte, waarde €

Tabel 4 Per type verharding: oppervlakte in m2’s, percentage oppervlakte, waarde €

6

Speelruimtebeleid: meer natuurlijke valondergronden Bij de uitvoering staat het maken van speellandschappen voorop bij de ontwikkeling van speelplekken. Waar mogelijk worden valdempende ondergronden toegepast die tevens klimaatadaptief zijn, bijvoorbeeld waterdoorlatend.

Huidige verdeling speelplekken en toestellen Speelplekken en toestellen per kern Gemeente Vijfheerenlanden heeft lente 2020 185 speelplekken in beheer, zie tabel 5. In Hoef en Haag en de nieuwbouw Broekgraaf zullen op korte termijn nog plekken worden toegevoegd aan het areaal. Gedurende het jaar zijn er al 11 bijgekomen. Verspreid over de 185 speelplekken staan circa 794 speeltoestellen en 207 sporttoestellen (totaal 1.001 toestellen) (peildatum lente 2020). Zijderveld, Nieuwland, Ameide, Leerdam, Hagestein en Everdingen hebben duidelijk meer toestellen per plek dan het gemiddelde. Schoonrewoerd, Kedichem, Leerbroek, Lexmond en Tienhoven aan de Lek duidelijk minder. In tabel 5 staat ook de totale waarde die in toestellen en ondergronden is geïnvesteerd per kern vermeld, en tevens het aantal kinderen.

Tabel 5 Per kern: aantal plekken, toestellen, toestellen per plek (toestellen/plekken), aantal kinderen, waarde aan toestellen on ondergronden (€), (Hoef en Haag is nog in ontwikkeling)

7

Speelruimtebeleid: evenredige verdeling Bij de uitvoering van het beleid wordt erop gelet om de investeringen zo evenredig mogelijk te verdelen over de verschillende kernen. Per kern en in de grote kernen per buurt wordt gezocht naar een goede verdeling van centrale plekken en steunplekken met bijpassende inrichting om zo ook een evenredige verdeling na te streven.

Huidige inventariswaarde Totale huidige inventariswaarde De totale hoeveelheid aan speelen sporttoestellen, speelprikkels en veiligheidsondergronden op speelplekken vertegenwoordigt een waarde van € 4.718.705 (zomer 2020), zie tabel 6. Veranderingen inventariswaarde door uitvoering Speelruimtebeleid In de speelruimtevisie wordt het aantal speelplekken als totaal beoordeeld per buurt en er wordt bij voorkeur één grotere centrale plek per buurt gemaakt die veel speelwaarde heeft. Overige plekken in de buurt kunnen een wat alternatieve, maar nog steeds speelse inrichting krijgen zonder toestellen. Dit betekend dat er als geheel een waardedaling kan optreden.Welke plekken en hoe deze worden ingericht met toestellen, speelprikkels of andere groene inrichting wordt samen met de buurt bepaald binnen de beschikbare financiële kaders.

Tabel 6 totale inventariswaarde per onderdeel van de inventaris

Speelruimtebeleid: minder inventariswaarde, meer speelwaarde Bij de uitvoering van het beleid wordt gestreefd naar minder inventariswaarde in toestellen en ondergronden en juist meer speelwaarde doormiddel van landschapsvormgeving en groen zoals bomen waarin geklommen mag worden, struiken waarin verstoppertje gedaan kan worden. Dit zogenaamd speelgroen moet dan ook op een andere manier beheerd worden dan siergroen (niet opsnoeien, snoeiafval laten liggen). Financiële kaders per kern (of buurt) In de toekomstvisies van iedere kern is een beeld geschetst van een evenredige verdeling van de speelruimte naar type plek. Aan iedere type plek is een normbedrag gekoppeld voor de inventariswaarde aan toestellen en ondergronden, zie tabel 7. Daarbovenop is het gewenst dat andere beheervelden bijdragen aan overige inrichting (verharding, groen, meubilair). Door onderstaande richtlijnen te hanteren wordt toegewerkt naar een evenredige verdeling van de voorzieningen.

Tabel 7 Richtlijn inventariswaarde per type plek

8

Huidige inrichtingskwaliteit De inrichtingskwaliteit van de grotere (centrale) plekken is op dit moment al vaak goed op orde, er staan toestellen waarop kinderen kunnen samenspelen, het landschap is divers en groen. De inrichtingskwaliteit van de kleinere (steun-) plekken is op dit moment vaak matig, de inrichting is nog zo dat er vaak maar één type spel kan zijn en er geen ruimte is voor eigen verzonnen spel.

Speelruimtebeleid: meer speelwaarde In het beleid wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor kwaliteit van speelplekken. Plekken die uitdagend zijn en ruimte bieden voor samenspelen en eigen vrij spel middels meer groen en landschapsontwerp. Voor ieder project moet budget ingezet worden voor onder andere groen, verharding en landschapsverbetering. De spikkel is een goede checklist om na te gaan of een ontwerp voldoende speelwaarde heeft (zie ook Speelruimtebeleid).

Figuur 1 Centrale plek als speellandschap, streven inrichtingskwaliteit

Figuur 2 Overzicht foto’s huidige inrichting diverse grotere en kleinere plekken

9

Veiligheid en onderhoud

10

Waarborgen veiligheid en informatie Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen In het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) zijn de algemene spelregels rondom veiligheid van speelvoorzieningen omschreven. Spelende kinderen en hun ouders moeten erop kunnen rekenen dat de speelvoorzieningen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico's vermeden kunnen worden. De risico’s dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Om te kunnen aantonen dat de veiligheid van toestellen wordt gewaarborgd worden bij plaatsing en verwijdering toestellen en ondergronden gecontroleerd. Zo worden toestellen en ondergronden geïnspecteerd en worden gegevens geregistreerd in een logboek. Dit geldt tevens voor onderhoud aan de toestellen en ondergronden. De veiligheid is geborgd, zegt de WAS, als deze handelingen zo vaak als nodig worden uitgevoerd. De controle en inspectie vinden plaats doormiddel van de praktische NEN-normen.

Op dit moment is dit in Vijfheerenlanden vertaald naar een situatie waarbij controle door een extern inspectiebureau tweemaal per jaar plaatsvindt. Onderhoud vind plaats zodra er een gebrek optreedt.

Figuur 3 Online registratiesysteem toestellen en ondergronden

Risicomanagement bij spelen Naast het WAS heeft de gemeente een algehele zorgplicht. Dus ook als een voorziening geen speeltoestel is conform het WAS, dan nog moeten deze veilig zijn. Verder is de gemeente aansprakelijk voor grondgebonden speeltoestellen (dus geen losse glijbanen en trampolines). Deze door bewoners geplaatste toestellen worden zo spoedig mogelijk verwijderd. Hierin wordt ookmeegenomen dat bij veel speelwaarde er bepaalde risico aanvaarding kan zijn en een risico binnen de gele of oranje hokjes rechts valt, zie figuur 4. Figuur 4 Risicotabel op basis van Fine & Kinney methodiek

Registratie informatie De informatie wordt geregistreerd in een onlinesysteem beheersysteem. Hierdoor zijn de gegevens overzichtelijk, altijd actueel en overal beschikbaar. In 2021 wordt het registratiesysteem overgezet naar GBI waarin ook alle andere beheerdisciplines de gegevens bijhouden. Dit heeft tegelijkertijd een koppeling met de BGT. Ook vindt er via dit beheersysteem terugkoppeling van reparaties plaats. Dit zorgt voor voldoende managementinformatie. Het is niet langer verplicht maar wel raadzaam om een digitaal logboek bij te houden. Veiligheidseisen gaan in 2021 ook gelden voor sporttoestellen. Die zijn reeds opgenomen in het beheersysteem waardoor Vijfheerenlanden voldoet aan haar wettelijke eisen.

11

De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) is de landelijke registratie van de fysieke leefomgeving. De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd.

Onderhoudsproces en -niveau Het onderhoud bestaat uit de werkzaamheden die fysiek aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden, inclusief de inspecties.

Onderhoudsproces De inspectiecyclus bepaalt in sterke mate het onderhoudsproces en vervangingsproces, zie tabel 8. Twee keer per jaar vindt er een inspectie plaats door een derde partij. In maart is de hoofdinspectie en in augustus een operationele inspectie. Daarnaast vindt er het hele jaar door een visuele controle plaats door eigen medewerkers waarbij ook de speelomgeving snel gescand wordt op gevaarlijke situaties zoals gebroken glas, blik en dergelijke. Tijdens de inspectierondes worden geconstateerde gebreken zo mogelijk gelijk opgelost (klein onderhoud) of indien groot onderhoud nodig is wordt hiervoor de leverancier of een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Van de inspecties worden aantekeningen gemaakt in het logboek. Voor de vervanging wordt op basis van afschrijvingen en geconstateerde gebreken een planning bepaald. Aansluitend zal het participatieproces ingegaan worden alvorens overgaan wordt op de uitvoering van de vervanging. Die vindt bij voorkeur buiten het speelseizoen plaats, in de winter. onderhoudsproces jan feb hoofdinspectie operationele inspectie visuele controle e e registratie klachten en meldingen e e klein onderhoud groot onderhoud vervanging bepalen participatie vervanging uitvoeren d d e = eigen dienst, d = derde partij

mrt d

apr

e d e

e

e

e

e

e d d e

e d d

e d d

e

d e d e

e/d

e/d

e/d

e/d

d

mei jun

jul

aug sep

okt

nov dec

e

e

e

e

e d d

e d d

e d d

e

e/d

e/d d

d

Tabel 8 Onderhoudsproces

Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau voor speeltoestellen mag en is in Vijfheerenlanden nooit lager dan ‘veilig’. Bij ‘veilig’ verkeren de voorzieningen in redelijke staat, schade is in beperkte mate zichtbaar. Onderhoudsniveau ‘veilig’ is vergelijkbaar met onderhoudsniveau B van groen. Voor de technische staat van de toestellen betekent dit dat er geen sprake is van fysieke hinder en dat het aanzien netjes is. Het onderhoudsniveau van de toestellen is in Vijfheerenlanden veilig of hoger.

12

HIOR, klimaatadaptatie en duurzaamheid In 2021 wordt het Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR) afgerond. In het Hior wordt de gemeente ingedeeld in gebieden bv. woon- werk, en verblijfsgebieden. Per gebied worden kaders gegeven voor inrichtingsprofielen, materialen en klimaat adaptieve oplossingen en duurzaamheid. Om de openbare ruimte zorgvuldig te kunnen beheren, risico’s en overlast te beperken, is het wenselijk om deze eenduidig in te richten. De handvatten voor het inrichten van speelplaatsen, in samenhang met de andere disciplines, zijn hier ook in opgenomen. De gevolgen van de klimaatverandering zijn ook merkbaar op de speelplaatsen. Trapvelden en slijtgaten die lang blank blijven staan waardoor de bespeelbaarheid verkleind wordt. En zal meer aandacht moeten komen voor infrastructurele werkzaamheden zoals bijvoorbeeld drainage, Ook het onderzoeken van de gevolgen van diverse type ondergronden zal uitgebreid worden. Een andere keus is om juist de groene speelplaatsen te gebruiken als infiltratie gebied. Zand (in tegenstelling tot bijvoorbeeld rubber tegels) is een natuurlijk infiltratiemateriaal. Deze onderzoeken en aanpassingen zijn vooralsnog niet voorzien in de beschikbare budgetten. Een ander gevolg van de klimaatverandering is hittestress.

Pleintjes van verharding of zelfs open grasvlaktes met speeltoestellen erin zullen in de (nabije) toekomst voorkomen moeten worden. Speelplaatsen moeten een meer groen karakter krijgen met bosschages en bomen die voor verkoeling en schaduw zorgen. De komende jaren zal er in toenemende mate aandacht moeten zijn voor duurzaamheid en circulariteit. Thema’s zoals uitputting en hergebruik van grondstoffen en gebruik van materialen, energieconsumptie voor productie en transport, CO2 uitstoot, kosten voor instandhouding, verwijdering- en verwerkingskosten zijn steeds meer van belang. In ieder ontwerp moet meegenomen worden wat de levensduur is van de voorzieningen in relatie tot het plan voor de plek in de buurt. Daarnaast moet de levensduur van het toestel en het gekozen materiaal kloppen. Dit materiaal moet daarbij zo circulair mogelijk zijn. In iedere jaarfase wordt gekeken wat er aan ‘grondstoffen’ te oogsten is en hoe deze weer bij kunnen dragen in de speelwaarde op de betreffende speelplek. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met gesloten balansen (grond, tegels etc.). Welke effecten deze andere manier van werken heeft op de kosten van het toekomstig beheer en onderhoud is op dit moment niet bekend.

13

Vervangingsbehoefte

14

Plaatsingsjaren Speelruimtebeleid: ander type valdempende ondergronden Door het vervangen van rubber tegels ondergronden door waterdoorlatende ondergronden zoals rubber snippers worden er geen overbodige oppervlaktes aangelegd. Bovendien vindt hiermee hergebruik plaats.

Aantal toestellen naar plaatsingsjaar Op basis van plaatsingsjaren van speel- en sporttoestellen en de afschrijvingsperiodes van toestellen kunnen de vervangingsjaren van toestellen bepaald worden. In grafiek 1 zijn de toestellen naar plaatsingsjaar gegroepeerd. Te zien is dat in de jaren voor 2000, 2007, 2010 en in 2019 veel toestellen geplaatst zijn. Verder is te zien dat er nog 83 toestellen staan die voor 2000 zijn geplaatst. De gemiddelde leeftijd van de huidige toestellen in Vijfheerenlanden is op dit moment 10,2 jaar. Aanlegjaren ondergronden De aanleg van veiligheidsondergronden zoals rubbertegels en kunstgras lopen mee met de plaatsing van speeltoestellen. De ondergronden zijn immers ten dienste van de veiligheid van het toestel aangebracht (valdemping). De kosten van het aanleggen van veiligheidsondergronden zijn in Vijfheerenlanden gemiddeld 41% van de waarde van de toestellen.

Grafiek 1 Aantal speeltoestellen geplaatst per jaar

96 83

87

83

68

48

49

48

53

51

47

42

48 42

42 29

15

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

7

2004

8

2003

14

2002

16

2001

2000

voor 2000

13

27

Vervangingsjaren Het theoretische vervangingsjaar van een toestel wordt berekend door bij het plaatsingsjaar de theoretische afschrijvingsperiode op te tellen, voor de theoretische afschrijvingsperiode per type toestel zie bijlage 1. De afschrijvingsperiode is bepaald aan de hand van de slijtage gevoeligheid van het type toestel. Toestellen met bewegende onderdelen zullen wat minder lang meegaan dan statische toestellen. Ook gaan houten toestellen minder lang mee dan kunststof of stalen toestellen. In grafiek 2 is voor de komende 20 jaar per jaar het aantal toestellen weergegeven dat theoretisch vervangen moet worden. 199 toestellen hebben hun levensduur reeds bereikt, dit is een theoretische achterstand in vervanging, en bedraagt circa 20%. Landelijk schommelt deze theoretische achterstand tussen de 10 en 30%. Het gemiddelde over de jaren 2021 tot 2040 is ook een stuk lager, circa 63 toestellen per jaar. De theoretische achterstand kan prima worden opgevangen de komende jaren. Wanneer blijkt dat een toestel na de gestelde afschrijvingsperiode nog een of meer jaren veilig kan functioneren, kan de vervanging worden uitgesteld. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingsperiode niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, dan zal de vervanging vervroegd worden uitgevoerd. 199

Grafiek 2 Aantal speeltoestellen te vervangen per jaar 153

90

89 76

55

16

2040

2039

2038

2037

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

57

39

31

voor 2021

56

2036

42

40

48

2035

50

2034

57 48

44

71

70

2032

69

2033

80

Fasering uitvoering en vervanging

17

Aanpak uitvoering en vervanging Complexiteit uitvoering en vervanging De uitvoering van het speelruimtebeleid scenario 1 in combinatie met gewone vervanging is een complex project. Ingeschat is dat er circa 10% van het uitvoerings- en vervangingsbudget nodig is voor nodig is voor andere kosten dan de daadwerkelijke vervanging van het toestel. Hieronder vallen VAT-uren (voorbereiding, administratie en toezicht) , formatie-uren voorprojectleiding, werkvoorbereiding, aanbesteding, participatie, communicatie en realisatie. Projectteam opzetten voor uitvoering en vervanging Voor de uitvoering in combinatie met vervanging is een projectteam noodzakelijk. In de optimale situatie zitten hierin: o Projectleider/coördinator die project organiseert en inhoudelijke kwaliteit bewaakt; o Projectmedewerker/toezichthouder die per jaarfase de plekinformatie administreert; o Communicatiemedewerker die alle communicatie uitvoert op aanwijzing van de projectleider; o Speelruimte ontwerper die ontwerpen kan maken in de lijn van het nieuwe beleid; o Participatiemedewerkers die samen met een groepje bewoners een ontwerpschetsen kunnen maken; o Uitvoerende partij en/of leverancier die vertaalslag van ontwerp naar uitvoering kan maken; Een uitvoerende partij (contractant) kan ook meerdere functies met elkaar combineren in het projectteam.

Door slim in te zetten op contractanten ontstaat een flexibel team dat snel kan schakelen. Jaarfasering Bij een cyclus van 8 jaar langs alle kernen en wijken worden in principe alle speelplekken met bewoners besproken (ziet uitleg hiernaast). Bij die cyclus worden natuurlijk alleen die plekken waar daadwerkelijk vervanging nodig is aangepakt. Zo komen alle kernen en wijken binnen een redelijke termijn aan bod. Op de volgende pagina is een concept planning gemaakt voor de kernen en wijken. Projectstappen Per jaarfase zijn er steeds dezelfde stappen te maken. Per kern of wijk wordt: o een projectplan als handvat voor de uitvoering opgesteld; o de participatie uitgevoerd om de eisen en wensen van kinderen en bewoners op te halen; o ontwerpen gemaakt voor de inrichtingskwaliteit per buurt en plek; o een offerte opgesteld om het ontwerp te vertalen in uitvoeringstekening; o uitvoering gegeven aan het ontwerp en offerte door realisatie van de speelruimte buiten.

18

Scenario 1 beleid: vervanging per kern/wijk Om precies te weten wat er in een kern/wijk vervangen en verbeterd gaat worden aan de speelruimte wordt in het jaar van de planning exact opgenomen welke toestellen en ondergronden aan vervanging toe zijn op welke plekken . Ook wordt er bekeken wat de gewenste verbeteringen zijn volgens het speelruimtebeleid en welke investering hierbij hoort. Met deze twee budgetten samen en de plankaart voor die kern/wijk wordt in samenspraak met de buurtbewoners de speelruimte heringericht. Dit kan alle plekken betreffen als er veel op de lijst staat met toestellen die vervangen moeten worden, dit kan ook op slechts enkele plekken zijn als de vervangingslijst wat kleiner is. Een achtjaarscyclus van vervanging past bij de behoeftecylcus. De kinderen zijn dan een doelgroep ouder en omwonenden vertrekken of komen hier nieuw wonen. De vervangingscylus zou prima in een achtjaarscyclus passen. Zo komen we iedere 8 jaar weer even in een kern/wijk en pakken we ongeveer een derde van de eindbeeldinvulling op. De cyclus is dan globaal: jaar 1 budgetbepaling, projectplan, gebruiksonderzoek, ontwerp en participatie, subsidieaanvragen. Jaar 2 ontwerp en participatie, planvorming, werkvoorbereiding en uitvoering. Overige jaren nazorg, noodzakelijk onderhoud en vervanging, doorlopend kleine eigen initiatieven van bewoners. Na 8 jaar begint de cyclus opnieuw.

Dit houdt wel in dat er soms levensduur verlengend onderhoud gepleegd moet worden, wat zeer duurzaam is. Soms worden werkzaamheden iets naar voren gehaald, zonder te veel kapitaalsvernietiging. Onderhoud en inspectie kunnen hiermee in één lijn worden uitgevoerd.

Fasering uitvoering en vervanging per buurt Op basis van het speelruimtebeleid (toe- of afname geïnvesteerde waarde per kern of wijk) en op basis van vervangingsbehoefte (gemiddelde leeftijd van toestellen, percentage toestellen die voor 2021 vervangen moeten worden) is een ordening gemaakt. Deze ordening is vertaald in een concept planning naar jaarfase, zie tabel 9. Voor een visuele weergave en toelichting om welke plekken het gaat zie bijlage 2.

Tabel 9 Concept planning uitvoering Speelruimtebeleid en vervanging naar kern- of wijk op basis van prioriteit uit beleid en vervanging

19

Budgetten

20

Raming onderhoudskosten Koppeling inventariswaarde met benodigd budget voor onderhoud De basis voor instandhouding ligt in de inventaris aan toestellen en ondergronden. Hoe hoger de waarde hoe meer uren er besteed moeten worden aan beheer en onderhoud. Ook de kosten voor materiaal lopen met deze waarde mee. Dit bedraagt in de huidige situatie (zomer 2020) circa€ 90.000 per jaar. Daarbovenop komen kosten voor inspectie van de toestellen, in de huidige situatie circa € 20.000 per jaar. Totaal bedragen het geraamde onderhoudsbudget in de huidige situatie € 110.000 per jaar. Dit neemt bij uitvoering van het speelruimtebeleid geleidelijk af. Nieuwe woonwijken, extra inventaris toestellen en ondergronden Bij nieuw te ontwikkelen gebieden worden ook nieuwe speelplekken aangelegd (bijvoorbeeld Hoef en Haag en Broekgraaf). Het gaat hier om areaaluitbreiding wat zorgt voor een hogere inventariswaarde. De kosten hiervoor zijn niet gedekt in de onderhouds- en investeringsbudget. Aanpassing hiervan gebeurt eens per 4 jaar bij de actualisatie van het beheerplan. Inwonersinitiatieven Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad hebben bepaald dat er met ingang van 2020 jaarlijks 1 miljoen beschikbaar moet zijn voor kleine aanpassingen van de openbare ruimte als gevolg van inwonersinitiatieven.

Op basis van ervaring is hier € 7.500 per jaar voor nodig aan extra onderhoudskosten voor spelen. Dit is een vorm van areaaluitbreiding voor spelen. Abonnementskosten Voor alle beheerdisciplines moet jaarlijks een bijdrage gereserveerd worden voor het up-todate houden en de abonnementskosten van het beheerprogramma. Hiervoor moet € 5.000 per jaar gereserveerd worden. Actualiseren beleid en beheer spelen Eens per 4 jaar zal het speelruimtebeleid geactualiseerd moeten worden om aan te sluiten bij de wensen en behoefte van kinderen en bewoners. Ook het beheerplan spelen moet actueel blijven, tevens eenmaal per 4 jaar. Hiervoor dient een bedrag van € 20.000 gereserveerd te worden. Regiekosten Voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) en kosten voor opstellen en uitvoeren aanbesteding, opstellen ontwerpen en toezicht en directie bij uitvoering (AK/UK/WR) wordt een ophogingspercentage van 10% gerekend met een uurtarief van € 85. Dit zijn de formatiekosten voor onder andere de projectleider, ontwerper, toezichthouder en directievoerder. 21

Speelruimtebeleid: minder inventariswaarde, minder onderhoudsbudget Naarmate de inventariswaarde daalt kan ook het onderhoudsbudget geleidelijk dalen.

Raming vervangingskosten Speelruimtebeleid: minder vervangingskosten Bij uitvoering van het beleid dalen de vervangingskosten.

Voor het berekenen van de vervangingskosten is per type toestel gerekend met vaste gemiddelde aanschafwaardes, zie bijlage 1. In grafiek 3 zijn de aanschafwaardes per toestel opgeteld naar vervangingsjaar van de toestellen (zie grafiek 2) met een percentage erbij voor ondergronden, dit is de totale huidige situatie (grijze balk). De gemiddelde jaarlijkse vervangingskosten komen in de huidige situatie uit op circa € 307.000 (grijze streep). In het scenario waarin het speelruimtebeleid wordt uitgevoerd dalen de vervangingskosten voor toestellen en ondergronden met circa 50% over een periode van 16 jaar. Voor de totalen per jaar zie roze balken in de grafiek. De gemiddeld jaarlijkse vervangingskosten komen in het scenario Speelruimtebeleid uit op circa € 170.000 (roze streep).

€ 860

totaal huidig

€ 836

totaal toekomstvisie gemiddeld visie gemiddeld huidig

€ 461 € 417 € 370

€ 199

€ 198

€ 187

€ 155

2038

2037

€ 107

Grafiek 3 Vervangingskosten per jaar (*€ 1.000), onderscheid naar huidige inventaris en toekomstvisie plus gemiddelden van beide scenario’s

22

€ 376

2040

€ 214

2036

2030

2028

2027

2025

2024

€ 121 € 86

€ 79

2034

€ 89

€ 79

2023

€ 143

€ 158

€ 181

€ 163

2032

€ 141

€ 159

2029

€ 159

€ 173

2031

€ 178

€ 116

2022

2021

voor 2021

€ 243

€ 230

2026

€ 185

€ 101

€ 397 € 310

2033

€ 232

€ 326

€ 317

€ 286

2035

€ 283 € 203

€ 398

€ 363

2039

€ 429

Raming totaal speelruimtebeleidsplan De onderhoudskosten hangen samen met de inventariswaarde aan toestellen en ondergronden. Er zijn een aantal onzekere factoren in de ontwikkeling van de inventariswaarde, door onder andere inwonersinitiatieven ten aanzien van speelplekken. De onderhoudskosten dalen de komende 16 jaar structureel omdat oudere toestellen vervangen worden door nieuwe, en andere toestellen niet vervangen worden. De vervanging van de toestellen en ondergronden (afschrijving) is goed te voorspelen op basis van de plaatsingsjaren en theoretische afschrijvingsperiode. In praktijk kan een toestel echter korter of langer meegaan. Voor de komende vier jaar staat hieronder in tabel 10 weergegeven wat de totale onderhoudskosten zullen zijn en wat de totale investeringen zullen zijn bij uitvoering het speelruimtebeleid scenario 1.

Tabel 10 Totaal onderhoud en investeringen (bij uitvoering speelruimtebeleidsplan)

23

De eerste focus van dit beheer en uitvoeringsplan is op de komende vier jaar.

Bijlagen

24

BIJLAGE I. Aantal en kosten speeltoestellen In deze bijlage is een overzicht gegeven van de typen toestellen en ondergronden. De gebruikte normen zijn gemiddelden voor alle toestellen en ondergronden die binnen dit type vallen in de gemeente Vijfheerenlanden. Per type toestel en ondergrond is weergegeven: • de leeftijdscategorie die over het algemeen van het type gebruik maakt; • de gemiddelde afschrijvingsperiode (levensduur); • de geraamde aanschafwaarde (nieuwwaarde inclusief plaatsingskosten en exclusief btw); • het aantal toestellen; • de omvang van speelprikkels, verhardingen, ondergronden; • totale aanschafwaarde per type.

speeltoestel wipveer meerpersoons wipveer wip enkel duikelrek meerdelig duikelrek schommel evenwichtstoestel bokspringpaal (set) glijbaan laag glijbaan hoog taludglijbaan zandbak zandspeeltoestel/pomp draaitoestel klein draaitoestel groot klimelement ruimtenet speelhuisje laag combinatie klein combinatie klein oud combinatie middel combinatie groot uitgebreide combinatietoestel speelelement jongeren/overkapping kabelbaan tafeltennistafel voetbaldoel basket-korfbalpaal voetbal-basketbaldoel voetbalkooi pannaveld volleybal/tennisset jeu de boulesbaan fitness toestel skateboard middel skateboard klein speelprikkel divers speelprikkel divers duur knikkertegel hinkelbaan stapstammen groep poef/kei-stapstenen kruip-/betonbuis schaaktafel asfaltvloer elementverh (betontegels/klinkers) halfverharding (gravel) halfverharding (grind) kunstgrastrapvelden valdempend zand houtsnipper: gekleurd verkleind/gezeefd rubbertegels 50 x 50 / 100 x 100 rubber snipper /gegoten rubber kunstgras (m2) totalen

25

leeftijdscategorie 4-6 jaar (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 4-6 jaar (+0-3) 7-11 jaar 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 7-11 jaar 12+ers 7-11 jaar 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers n.v.t. 7-12+ers 7-12+ers 7-12+ers 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) 4-11 (+0-3) n.v.t. n.v.t. 4-11 (+0-3) 7-12+ers n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

aanschafwaarde incl.10% plkst

afschrijvingsperiode 15 € 15 € 15 € 17 € 17 € 15 € 16 € 12 € 20 € 20 € 20 € 15 € 10 € 20 € 20 € 20 € 10 € 15 € 15 € 15 € 15 € 15 € 16 € 10 € 15 € 10 € 18 € 20 € 15 € 15 € 20 € 20 € 12 € 12 € 20 € 20 € 15 € 15 € 20 € 20 € 20 € 20 € 20 € 14 €

15 25 9 15 15 15

€ € € € € €

883 1.925 2.365 825 1.155 1.870 1.210 693 2.640 4.620 3.850 3.190 6.050 2.200 3.850 3.520 7.590 2.530 5.390 6.050 10.450 15.950 33.000 4.950 7.150 1.430 2.013 2.090 4.950 49.500 6.050 1.210 5.005 3.850 15.000 3.850 275 2.750 72 275 360 1.650 385 1.045

aantal 127 37 37 7 77 102 80 33 37 2 2 6 7 25 20 3 2 30 98 3 45 3 1 1 9 36 82 29 4 9 7 8 3 13 5 11

99 33 66 132 231 94 1.001

totale aanschafwaard e omvang

3

2 5 16 11 53 19 2 3 3.027 6.482 272 200 1.308 2.600 455 6.537 400 2.285 23.680

€ 112.179 € 71.225 € 87.505 € 5.775 € 88.935 € 190.740 € 96.800 € 24.948 € 97.680 € 9.240 € 7.700 € 19.140 € 42.350 € 55.000 € 77.000 € 10.560 € 15.180 € 75.900 € 528.220 € 18.150 € 470.250 € 47.850 € 33.000 € 4.950 € 64.350 € 51.480 € 165.066 € 60.610 € 19.800 € 445.500 € 42.350 € 9.680 € 15.015 € 50.050 € 75.000 € 42.350 € 550 € 13.750 € 1.144 € 3.025 € 19.080 € 31.350 € 770 € 3.135 €0 €0 €0 €0 € 129.523 € 85.813 € 30.030 € 862.826 € 92.511 € 213.670 € 4.718.705

BIJLAGE II.Concept planning per kern/wijk

26

BIJLAGE II.Concept planning per kern/wijk In deze bijlage is een overzicht gegeven van de planning voor de komende 5 jaar van de investeringen uitgesplitst naar jaartal en kern / wijk.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=d185e3f7-303a-444d-a1ba-5967cc48da9f