CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen VVD inzake TVW 25 nov'21.docx

Commissie Ruimte, Verkeer en Economie 30 november 2021, gemeente Vijfheerenlanden1.642 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De visie als geheel biedt zeker meer ruimte tot maatwerk en afstemming met de inwoners en bedrijven dan bij de RES het geval was. Wij hebben grote vraagtekens bij het onderdeel ‘van het gas af’ van bestaande woningen. De proefprojecten elders in het land zijn nagenoeg allemaal grote mislukkingen met hoge kosten en weinig resultaten. In de nota wordt gesproken over een zekere vorm van dwang als inwoners géén medewerking willen verlenen aan ‘van het gas af’ van hun bestaande woning. Zoals ook uit de enquête blijkt hebben inwoners grote bedenkingen t.a.v. de kosten! 1. Hoe is precies de activiteit ‘van het gas af’ te zien in de concrete uitvoering? De visie geeft vooral aan dat ‘van het gas af’ een proces is dat samen met inwoners wordt ingericht. Dus als eerstvolgende stap worden er wijkuitvoeringsplannen (WUP) gemaakt. Het is de bedoeling dat die wijkuitvoeringsplannen in nauwe samenwerking met inwoners van die wijken tot stand komen. Vanwege de technische ontwikkelingen is specifiek gekozen om dit stapsgewijs te doen naar de toekomst. De inspanningen van de gemeente zullen gericht zijn op het betrekken, informeren en verleiden van bewoners en gebouweigenaren om vrijwillig over te gaan op een duurzaam alternatief. Het Rijk laat weten: “De genoemde bevoegdheid en de handhaving hiervan zullen gemeenten op het eind van het proces alleen als sluitstuk daadwerkelijk kunnen inzetten.

Het gaat hier om een nog nader in te vullen bevoegdheid. Het is aan het volgende kabinet om deze bevoegdheid in te vullen. De bevoegdheid wordt – conform de afspraak in het Klimaatakkoord – voorzien van waarborgen bewoners. Hoe deze waarborgen kunnen worden vormgegeven, wordt momenteel ambtelijk uitgewerkt.” 2. Welke huizen, wijken of kernen worden hiervoor ‘aangewezen’ en op grond van welke criteria zou dat moeten gebeuren? Zoals hiervoor aangehaald zal de prioritering met bijbehorende warmteoplossingen in samenspraak gaan met de inwoners in de wijkuitvoeringsplannen. Uiteraard ligt de verplichting er vanuit de rijksoverheid om in 2050 alle woningen aardgasvrij te hebben gemaakt. Hoe langer we de overstap – en het beginnen hieraan – uitstellen, des te groter zal de druk worden op de navolgende jaren. Dus het doorschuiven naar de komende decennia is niet handig. Verder wordt verwezen naar de technische analyse in de Transitievisie Warmte onder hoofdstuk 4. 3. Welke kosten zijn voorzien voor de activiteit ‘van het gas af’ van bestaande woningen? Uiteraard wordt in principe gestart met het isoleren, dat er voor moet zorgdragen dat de ‘schil’ van een gebouw dusdanig effectief is dat er zo weinig mogelijk warmte verloren gaat.

Vaak kan daarna volstaan worden met lage temperatuur verwarmingsoplossingen zoals een warmtepomp of een lokale warmtebron en zo mogelijk andere warmtebronnen. Dergelijke investeringen zijn afhankelijk van de woningen zelf (o.a. bouwjaar, huidig isolatieniveau, etc.) en kunnen variëren van enkele duizenden euro’s tot tientallen duizenden euro’s. De maatregelen die gebouweigenaren moeten nemen, moeten proportioneel zijn. Dat maakt dat alleen een nieuwe warmtevoorziening in het Omgevingsplan kan worden aangewezen als duidelijk is dat de gebouweigenaren voldoende middelen hebben of krijgen om de aanpassingen te doen, bijvoorbeeld in de vorm van financiering of subsidies. Uitgangspunt is dan ook (zie ook onder hoofdstuk 2 van de Transitievisie Warmte (TVW)) dat de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is. Dat komt er op neer dat een investering gefinancierd kan worden door de lagere kosten van de energienota. Dus de energielasten blijven per maand gelijk, maar het bedrag dat ‘verdiend’ wordt, dient als dekking voor de investering (over een lange periode). Bij stijgende energieprijzen is het maandelijks ‘verdien bedrag’ uiteraard ook hoger. Dat is dan ook de reden dat momenteel veel inwoners meer geïnteresseerd zijn in alternatieve verwarmingsoplossingen anders dan gas. Verder zijn er vanuit de rijksoverheid subsidiemogelijkheden beschikbaar gesteld.

Daarnaast zijn er diverse andere financieringsmogelijkheden (zowel vanuit de overheid als commercieel). Denk daarbij aan de energiebespaarlening. Als deze mogelijkheden niet toereikend zijn dan kan gedacht worden aan het leveren van een bijdrage aan een fonds t.b.v. energiearmoede bijvoorbeeld vanuit een

energiecoöperatie (Energiecoöperatie Huibertstroom is bijvoorbeeld bezig om dit te initiëren) of vanuit een initiatiefnemer van bijvoorbeeld een windturbine/windpark.. 4. Wie draagt deze kosten? In principe de woningeigenaar zoals hierboven verwoord. 5. Indien inwoners bezwaar maken tegen ‘van het gas af’, waar kunnen ze dan bezwaar aantekenen en hoe wordt dit bezwaar beoordeeld? Uiteraard zal een wijkuitvoeringsplan (WUP) in samenwerking met inwoners worden opgesteld. Vervolgens krijgt een WUP via de Omgevingswet, vorm. De uiteindelijke keuze voor de (nieuwe) aardgasvrije warmtevoorziening van een wijk wordt door de gemeenteraad vastgelegd in het Omgevingsplan. De Omgevingswet bevat regels over de voorbereiding van een omgevingsplan en de participatie van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden daarbij. De gemeente geeft bij de vaststelling van het Omgevingsplan aan hoe het participatietraject eruit heeft gezien. Bovendien wordt het omgevingsplan voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van de Omgevingswet kan iedereen daarbij zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren brengen. Nadat de gemeenteraad het plan heeft vastgesteld kunnen belanghebbenden – net zoals nu bij bestemmingsplannen - zo nodig beroep tegen het besluit indienen. 6.

Kan sprake zijn van dwang voor inwoners bij ‘van het gas af’? Uiteraard ligt de verplichting er vanuit de rijksoverheid om in 2050 alle woningen aardgasvrij te hebben gemaakt. Hoe langer we de overstap – en het beginnen hieraan – uitstellen, des te groter zal de druk worden op de navolgende jaren. Dus het doorschuiven naar de komende decennia betekent dat de dwang alleen maar groter zal worden. Uitgangspunt voor particuliere woningeigenaren is evenwel dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen, maar dat is ook afhankelijk van voornamelijk financiële en technische (on)mogelijkheden. Het is maatschappelijk bijvoorbeeld niet kosteneffectief om een dubbele infrastructuur aan te leggen. De maatregelen die gebouweigenaren moeten nemen, moeten zoals al eerder aangehaald, wel proportioneel zijn.

In de nota wordt gesproken van ‘vernieuwbaar gas’. 1. Welke soorten ‘vernieuwbaar gas’ worden hier bedoeld? Onder ‘vernieuwbaar/hernieuwbaar gas’ wordt verstaan: alle soorten gas die worden opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Dit betekent dat de grondstoffen van het gas snel te ‘vernieuwen’ zijn, zoals GFT, houtsnippers of mest. Anders dan fossiele brandstoffen raken deze hernieuwbare grondstoffen niet op. De meest bekende hernieuwbare gassen zijn groen gas en waterstof. Volledigheidshalve verwijzen wij u naar bijgaande routekaart van het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). https://www.rvo.nl/sites/default/files/2014/07/Routekaart%20Hernieuwbaar%20gas.pdf 2. Hoe wordt daarin voorzien? Zie het voorgaande antwoord. 3. Op welke schaal wordt dit toegepast? Per woning, per wijk of kern of nog groter? Zie het voorgaande antwoord.

4. Welke kosten zijn hiermee gemoeid en wie draagt deze kosten? De kosten hiervoor zullen naar de toekomst concurrerend moeten zijn en zullen daarmee ook door de afnemers c.q. gebruikers worden gedragen in combinatie met de maatschappij in zijn geheel. Wij missen de financiële onderbouwing van deze plannen. Nu wordt volstaan met algemene opmerkingen zoals ‘goed kijken naar de maatschappelijke kosten, woonlasten neutraliteit als uitgangspunt (realistisch??), kosteneffectieve oplossingen, goed nadenken en er zijn subsidie mogelijkheden.’ 1. Is er nagegaan of dit plan ook maar enigszins betaalbaar is? Gebleken is dat dergelijke plannen haalbaar en betaalbaar zijn, wat ook het uitgangspunt is. Dit ondanks dat uit de proeftuinen blijkt dat er nog veel verbeterd moet worden. 2. Kan de financiële onderbouwing worden geleverd, inclusief waar de financiering vandaan komt? De financiële onderbouwing is een onderdeel van de WUP en is nu dus nog niet te geven. Bovendien zal deze o.a. afhankelijk zijn van de dan geldende energietarieven en technische ontwikkelingen de komende jaren. We hebben grote twijfels bij de technische haalbaarheid van de TVW gezien de omvang van de problematiek. Een gemiddeld huishouden verbruikt jaarlijks 1.480 m3 gas. Eén kuub gas heeft een energiewaarde van ongeveer 9,7 kWh.

De gemiddelde gebruiker zal (bijvoorbeeld bij all-electric) 1480*9,7 = ruim 14.000 kWh extra nodig hebben. Het gemiddeld stroom gebruik per huishouden in NL is nu 3.250 kWh/jr. Dat betekent een toename met een factor 5! 1. Hoe denkt men over de ontwikkeling van stroomnet capaciteit in VHL om deze warmtevisie te kunnen uitvoeren? In de praktijk blijkt de all-electric verwarming wat minder vermogen te vragen dan uit uw berekening blijkt en er zijn daarvoor ook diverse kengetal tabellen van warmtepompen op internet te vinden. Dat ligt vooral aan het feit dat een woning eerst goed geïsoleerd dient te worden om deze geschikt te maken voor een all-electric oplossing als bijvoorbeeld een warmtepomp. Maar het is een feit dat als gekozen zou worden voor een all-electric oplossing dat het inderdaad een grote impact heeft voor het elektriciteitsnet. Dit wordt uiteraard meegenomen in de verdere uitwerking in de WUP en zou bijvoorbeeld ook kunnen betekenen dat in de toekomst buffering door middel van opslag kosteneffectiever blijkt. 2. Op welke wijze en tegen welke kosten is hierbij aan een oplossing gedacht? De netbeheerder is vanaf het begin aangehaakt, zodat knelpunten tijdig inzichtelijk worden. De kosten om het netwerk te verzwaren worden over langere periodes worden verdeeld, zodat dit geen evident knelpunt zal worden binnen de gemeente Vijfheerenlanden.

Dan een vraag over warmtenetten. Bij grootschalige warmtenetten, verval je aan grote monopolistische aanbieders. Het is nog maar de vraag welke voorwaarden en kosten daaraan verbonden zijn. Echter geheel niet genoemd in de notitie zijn kleine warmtenetten in handen de inwoners zelf op blok of buurtniveau. Hierbij gaan de inwoners zelf over de kosten en kunnen die in toom houden. 1. Is in beeld te brengen of inwoners zelf bereid zijn om, bijvoorbeeld via een lokale energie coöperatie, een eigen warmtenetje op te zetten en te exploiteren?

Momenteel zijn er al dergelijke initiatieven in de opstartfase die wij ook ondersteunen. Bijvoorbeeld in Everdingen en Ameide. 2. Zijn hier wellicht voorbeelden van elders in het land? Zoals aangegeven zijn dergelijke initiatieven al in onze gemeente aanwezig en deze zijn ook in de TVW benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=67483752-23e1-4167-b80d-971776814eb1