Beantwoording technische vragen SGP inzake begroting 2023.docx
Tekst van het document
Technische vragen SGP inzake agendapunt 5.2.4 Begroting 2023 – 2026 Vijfheerenlanden Naar aanleiding van het raadsvoorstel Begroting 2023 – 2026 Vijfheerenlanden heeft SGP-fractie de volgende vragen: Raadsvoorstel: • Waarom is er gekozen om de opbrengsten voor 2023 te indexeren met een percentage ter correctie van 2022 en nog voor een percentage dat volledig betrekking heeft op 2023? Antwoord: Hiervoor is gekozen (zie ook argument 3.1 in het raadsvoorstel) omdat de methodiek die tot nu toe werd gehanteerd te plat/eenzijdig is. Die methodiek houdt namelijk geen rekening met voortschrijdende ontwikkeling ten aanzien van de prijsontwikkeling (positief of negatief). De voorgestelde methodiek doet dat wel. Zo corrigeren we in het begrotingsjaar T het gedeelte dat we in het jaar T-1 te veel of te weinig hebben geïndexeerd. Hierbij maken we gebruik van een vast en transparant uitgangspunt, namelijk de meicirculaire van het Gemeentefonds.
Programma A. Bestuur, dienstverlening en organisatie: Vraag 1: Bij ‘Dienstverlening’ onder het kopje ‘Wat gaan we hiervoor doen?’ (blz. 6) wordt een opsomming gegeven om tot een nieuw dienstverleningsconcept te komen. In hoeverre is onder de inwoners gepeild waar behoefte aan is in de verbetering van de dienstverlening en dat meegenomen in deze voornemens? Antwoord 1: Tijdens het project wordt er onder de inwoners gepeild waar behoefte aan is en de uitkomsten worden meegenomen in de herijking van het dienstverleningsconcept. De peiling onder de inwoners vindt eind 2022 plaats. Vraag 2: Wat zijn de voorgenomen aanpassingen in het dienstverleningsconcept (blz. 8)? Antwoord 2: Er vindt nog een gesprek plaats met u als gemeenteraad. Daarnaast peilen we de behoefte onder onze inwoners. De uitkomsten vormen mede de basis van de aanpassingen. De servicenormen worden aangepast indien nodig. Daarnaast nemen we de aanbeveling van de Rekenkamer Vijfheerenlanden over uit het onderzoek naar digitale dienstverlening. De digitale dienstverlening, en bijhorende servicenormen, wordt specifiek genoemd in het vernieuwde dienstverleningsconcept. Vraag 3: Bij ‘Communicatie’ onder het kopje ‘Wat gaan we hiervoor doen?’ (blz.
7) worden vluchtelingen en statushouders niet genoemd, terwijl wij hier in de actualiteit veel mee te maken hebben/krijgen: op welke manier is hier binnen de voornemens wel aan gedacht en wordt deze groep meegenomen? Antwoord 3: Het onderwerp Communicatie maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de onder vraag 5 en 6 bedoelde versterking, zoals in de begroting op pagina 7 beschreven met betrekking tot vluchtelingen en statushouders
Vraag 4: Onder ‘Concrete resultaten in 2023’ bij ‘De inwoner centraal’ (blz. 7) wordt gesproken over het oormerken van 6 voorbeeldprojecten. Wanneer wordt bekend welke projecten dit betreft, zodat er ruimschoots de tijd is om hiermee aan de slag te gaan? Antwoord 4: Voor 2023 staan er twee projecten op de lijst die in eerdere jaren al gestart zijn. 1. In Hagestein zijn we samen met de inwoners en stakeholders aan het onderzoeken of de bouw van de nieuwe basisschool een bredere invulling kan krijgen en kan transformeren naar een multifunctioneel gebouw. 2. De totstandkoming van Park de Looch te Vianen. De vier andere projecten willen we in Q1 en Q2 benoemen. Dit kunnen projecten zijn die al gestart zijn, maar die we nog niet goed in beeld hebben. En dit kunnen projecten zijn die we op dat moment starten. Vraag 5: Financieel: de verwachte lasten nemen in 2023 met ongeveer € 400k af, terwijl onder ‘Concrete resultaten in 2023’ bij ‘Organisatie’ staat dat de ambtelijke organisatie uitgebreid gaat wordt waarmee een bedrag van naar schatting € 1.200k mee gemoeid is. Op welke manier is dit bedrag in deze begroting verwerkt? Antwoord 5: Op dit moment is het nog als uitgangspunt neutraal verwerkt op het programma dat de uitgaven worden gecompenseerd door inkomsten vanuit het Rijk, zo nodig aangevuld vanuit beschikbare eigen middelen.
Daarom heeft dit nog geen effect op de omvang van de lasten op dit programma. We zijn nog in afwachting van de definitieve bijdragen. Zodra we hier meer over weten, wordt het aan u voorgelegd ter verwerking. Dit zal waarschijnlijk via de bestuursrapportage in 2023 zijn. Vraag 6: Financieel: in hoeverre is hierin ook al de tegemoetkoming vanuit het Rijk verwerkt m.b.t. de vluchtelingenopvang en voor welk bedrag? Antwoord 6: Op dit moment is het nog als uitgangspunt neutraal verwerkt op het programma dat de uitgaven worden gecompenseerd door inkomsten vanuit het Rijk, zo nodig aangevuld vanuit beschikbare eigen middelen. We zijn nog in afwachting van de definitieve bijdragen. Zodra we hier meer over weten, wordt het aan u voorgelegd ter verwerking. Dit zal waarschijnlijk via de bestuursrapportage in 2023 zijn. Programma B. Beheer en gebruik openbare ruimte: Vraag 7: Onder ‘Concrete resultaten in 2023’ bij ‘Veiligheid’ (blz. 12) wordt i.v.m. de aanpak van ondermijning het uitvoeren van 20 tot 40 integrale controles benoemd die gericht zijn op onder meer de agrarische sector, autobranche, garageboxen en industrieterreinen. Hoe is tot deze keuze gekomen en welke criteria liggen er aan deze selectie ten grondslag? Antwoord 7: Voor de aanpak van ondermijning werken wij als gemeente in samenwerking met het RIEC en politie met zogenaamde risicolocaties.
Risicolocaties zijn locaties waar een
voedingsbodem bestaat voor criminele activiteiten. Hierbij kunt u denken aan; jachthavens, horeca, industrieterreinen, kapperszaken, probleemgebieden etc. Om een gerichte focus aan te brengen en de aanpak meetbaar te kunnen maken, is voor het jaar 2022/2023 gekozen om de inzet van gemeente, politie en partners te richten op het buitengebied en de industriegebieden. Het buitengebied is een kwetsbare locatie, omdat relatief weinig toezicht is en waarbij “gemakkelijk” drugs geproduceerd kan worden. De bedrijventerreinen zijn erg interessant, omdat daar bedrijven zijn gevestigd die als dekmantel kunnen dienen voor criminele activiteiten. Hierbij kunt u denken aan de garagebedrijven en het onderverhuren van bedrijfsloodsen. De overige risicolocaties worden meegenomen op basis van signalen. De gemeente en partners zetten niet preventief in op deze overige gebieden, maar werken signaal gestuurd. Mochten er vermoedens of gegevens zijn dat er elders in het gebied bepaalde criminele activiteiten plaats vinden, dan nemen wij deze zeker mee in een integrale controle. Aanvullend hierop werken wij met diverse ludieke en aansprekende acties voor bewustzijn en meldingsbereidheid bij inwoners en ondernemers, zodat deze vermoedens boven tafel komen. Programma C. Sociaal Domein: Vraag 8: Financieel: de verwachting is dat de totale lasten voor dit programma in 2023 met ruim € 3.000k daalt.
Waarop is dit gebaseerd en in hoeverre zijn hierin de huidige/actuele ontwikkelingen in meegenomen? Antwoord 8: Het programma sociaal domein is een groot programma met veel beleidsonderwerpen en grote budgetten. Het genoemde verschil van circa € 3 miljoen betreft het saldo van een flink aantal begrotingsposten die lager zijn uitgevallen dan in de (bijgestelde) begroting 2022 van in totaal 10 miljoen en een vrijwel even groot aantal begrotingsposten waarbij de uitgaven zijn gestegen (ongeveer € 7 miljoen). Per saldo is er sprake van een daling, omdat er een groot aandeel aan incidentele lasten in was opgenomen (opstartsubsidies, uitgaven arbeidsmarktregio, opstartkosten opvanglocatie Meerkerk). Daarnaast is er sprake van structurele uitgaven die in 2022 hoger waren dan we voor 2023 verwachten. Zo geeft de begroting van Avres aan dat de kosten inkomensregeling lager zullen uitvallen dan in 2022 en is de ontwikkeling van de kosten voor Jeugdzorg in 2022 voor een deel als incidenteel aangemerkt. Dit alles leidt in totaal tot lagere uitgaven tov 2022 voor een bedrag van ongeveer €10 miljoen. De stijging van de lasten met ongeveer €7 miljoen geeft antwoord op het tweede deel van de vraag.
Het meenemen van actuele ontwikkelingen zoals nieuwe inkoopafspraken, hogere bijdrage aan apparaatskosten en uitvoeringskosten voor de GGD, minimabeleid, reïntegratiekosten, wmo-voorzieningen en indexering van subsidies/verstrekken van nieuwe subsidies hebben geleid tot hogere kosten. Vooral vanwege het incidentele karakter van een flink aantal begrotingsposten in 2022 valt het totaal van het programma per saldo lager uit in 2023 ten opzicht van het jaar daarvoor. Programma D. Ruimtelijke ontwikkeling: Vraag 9: Onder ‘Wat willen we bereiken?’ bij ‘Samen bouwen en wonen’ (blz. 21) wordt gesproken over woningbouw die past bij de behoefte, het karakter en de kwaliteit van de betreffende wijken en dorpen. De rol van de gemeente is daarbij faciliterend, maar desgewenst pro-actief: in welke situaties gaat de gemeente pro-actief handelen?
Antwoord 9: Pro-actief wil in deze context zeggen dat wij op basis van ons bekende behoeften en mogelijkheden, partijen benaderen of bekende of betrokken partijen willen bewegen om voor die behoeften te bouwen. Vraag 10: Onder ‘Wat willen we bereiken?’ bij ‘Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar’ (blz. 22) wordt gesproken over het voornemen van een eenduidig parkeerbeleid en een geode afwikkeling van het verkeer in de centra van Leerdam en Vianen. Waarom wordt hier afgeweken van het coalitieakkoord, waarin staat dat er een nieuw parkeerbeleid (en dus niet persé eenduidig beleid) voor geheel Vijfheerenlanden komt? Antwoord 10: In het parkeerbeleid gaan we bepalen waar er geparkeerd wordt, en welk parkeerregime we waar gaan voeren: gratis, betaald, blauwe zone enz. Dit geldt voor de gehele gemeente Vijfheerenlanden. Vraag 11: In de geplande Verkeerscirculatieplannen (VCP’s) Leerdam centrum en Vianen centrum wordt gekeken hoe het verkeer in beide binnensteden zo goed mogelijk afgewikkeld kan worden. In hoeverre wordt er bij het opstellen van dit nieuwe parkeerbeleid rekening gehouden met de verschillende wensen vanuit o.a.
de ondernemers in Leerdam ten opzichte van Vianen? Antwoord 11: Bij het opstellen van parkeerbeleid in 2024 wordt rekening gehouden met de wensen van ondernemers, bewoners in Leerdam en Vianen maar ook in de kleinere kernen Vraag 12: Onder het kopje ‘Economie en werken’ (blz. 27) wordt aangegeven dat de economische visie van Vijfheerenlanden de basis is voor alle inzet. Om dit goed aan te pakken zou per 2023 de formatie uitgebreid worden uitgebreid (zie Coalitieakkoord 2022 – 2026, het voornemen is om hier € 50k per jaar voor uit te trekken). Welke stappen worden hiervoor gezet en waar kunnen is dit terug te vinden in de begroting? Antwoord 12: In de huidige arbeidsmarkt vraagt het vervullen van een vacature een uiterst zorgvuldige en weloverwogen wervingsprocedure. Samen met HRM wordt hieraan gewerkt. Het doel blijft de formatie van het team Werken uit te breiden om aansluitend de dienstverlening aan ondernemend Vijfheerenlanden te optimaliseren. De €50K voor de formatie uitbreiding is niet direct te herleiden uit de begroting 20232026. Deze €50K is vanuit het coalitieakkoord 2022-2026 verwerkt in de begroting op programma 3. Vraag 13: Onder ditzelfde kopje op blz. 27 staat ook dat er samengewerkt gaat worden met de arbeidsmarktregio’s en Avres om in te zetten op een leven lang ontwikkelen, maar waarom wordt de aansluiting met het onderwijs etc.
niet genoemd, terwijl dit wel in het coalitieakkoord staat?
Antwoord 13: De arbeidsmarktregio is een samenwerking tussen de drie O’s (onderwijs, ondernemingen en overheid). Als er over de arbeidsmarktregio gesproken wordt gaat het dus automatisch over de samenwerking met het onderwijs. Vraag 14: Onder ‘Concrete resultaten in 2023’ bij ‘Een duurzame toekomst’ (blz. 28) wordt gesproken over een dialoog met inwoners en (agrarische)ondernemers: waarom wordt op dit terrein geen burger- en/of inwonerberaad ingezet? Antwoord 14: Momenteel is reeds de dialoog ingezet met onze inwoners en (agrarische) ondernemers – om samen tot toekomstbestendige keuzes te komen – en wordt per thema bezien welke vorm daarbij het meest passend wordt geacht. Dit kan dus ook een burger- en/of inwonerberaad zijn. Zo is bijvoorbeeld de participatieve waarde evaluatie (PWE) recent ingezet bij de duurzame opwek van elektrische energie. Maar er vinden ook diverse gesprekken plaats met (agrarische) ondernemers en inwoners op dit thema. Vraag 15: Op dezelfde pagina onder ‘Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar’ (blz. 28) wordt niet het opmaken van een parkeerbeleid en verkeerscirculatieplan voor de binnensteden van Leerdam en Vianen genoemd, terwijl dit een jaar naar voren is gehaald (naar 2023 i.p.v. 2024). Waarom is dit niet opgenomen? Antwoord 15: Alleen het Verkeerscirculatieplan centrum Leerdam is naar voren gehaald: naar 2023.
Het verkeerscirculatieplan centrum Vianen en het parkeerbeleid blijven in 2024 staan Vraag 16: Financieel: hoe komt het dat zowel de baten (-/- € 3.500K) als de lasten (-/- € 6.500k) van ‘Ruimtelijke ontwikkeling’ in 2023 een forse daling laten zien? Antwoord 16: dit volgt uit de administratieve verwerking van grondexploitaties in de begroting. In grondexploitaties verschillen de lasten en baten jaarlijks aanzienlijk, maar per saldo heeft dit geen invloed op de begroting. Daarnaast is er ten opzichte van 2022 een lagere toerekening van uitvoeringskosten aan dit programma en voorzien we hogere opbrengsten uit bouwleges doordat het aantal aanvragen voor een vergunning hoger ligt dan waar we voorheen rekening mee hielden. Programma E. Ontplooiing: Vraag 17: Onder ‘Wat gaan we hiervoor doen?’ bij ‘Rust, ruimte en recreatie’ (blz. 31) wordt niets genoemd over het actief faciliteren vanuit de gemeente van (startende) ondernemers van B&B’s of recreatieve (natuur)campings etc., terwijl dit wel in het coalitieakkoord is afgesproken. Waarom is dit niet opgenomen voor het aankomende jaar? Antwoord 17: Momenteel hebben we een externe ingehuurd die in Q1 2023 een advies gaat uitbrengen over de aanpak mbt kleinschalige overnachtingsmogelijkheden en welke rol de gemeente hierin het beste kan spelen. Op basis daarvan gaan we een aanpak bepalen waar het
actief faciliteren een onderdeel van kan zijn, maar mogelijk blijkt uit het onderzoek/advies dat dit niet de beste aanpak is. Mocht dat wel de beste aanpak zijn, dan zullen we verder uitwerken wat dat actief faciliteren dan inhoudt. Programma F. Financieel gezond: Vraag 18: Financieel: onder ‘Concrete resultaten 2023’ bij de 4de bullet (blz. 35) wordt gezegd dat wij de solvabiliteit in stand houden door het jaarlijks toevoegen van zich voordoende rekenvoordelen aan de algemene en/of bestemmingsreserves. In hoeverre is dit ook een argument voor het voorstel om een nieuwe rekenmethode te gebruiken voor het indexeren van de opbrengsten? Antwoord 18: Deze zaken staan nadrukkelijk los van elkaar en hebben geen relatie. We willen geen andere systematiek hanteren, om zodoende hogere saldo’s te creëren. Dat is nooit het uitgangspunt. Bovendien heeft de voorgestelde systematiek nu juist ook de mogelijkheid om de indexatie naar beneden bij te stellen als het jaar ervoor een te hoog percentage is toegepast. Vraag 19: Financieel: onder ‘Wat worden de inkomsten en uitgaven?’ (blz. 36) wordt vanaf 2023 onder ‘Algemene uitkering uit het Gemeentefonds’ een last van € 4.000k opgenomen.
Wat is de reden hiervan en om welke lasten gaat het dan concreet? Antwoord 19: Bij de raadsinformatiebrief over de meicirculaire van het gemeentefonds is aangegeven welke kostenontwikkelingen wij op ons af zien komen. Daarbij is ook aangegeven dat wij hier middelen voor beschikbaar moeten houden. Denk aan oplopende kosten voor bijdragen aan verbonden partijen, kostenstijging van overige uitgaven, stijging van personele verplichtingen etc. Algemene dekkingsmiddelen en overheid: Vraag 20: Financieel: in het ‘Overzicht van algemene dekkingsmiddelen’ (blz. 40) is per 2023 de post ‘OZB, woningen’ structureel met € 500k toegenomen. Wat is hier de oorzaak van en waarom blijft het vervolgens naar verwachting stabiel? Antwoord 20: Dit is de verwachte OZB-opbrengst op basis van de voorgestelde indexatie en rekening houdend met areaalontwikkeling. Omdat we werken met een begroting op basis van constante prijzen passen we geen meerjarige “gestapelde” indexatie toe maar blijft de opbrengst stabiel. Vraag 21: Financieel: in ditzelfde overzicht (blz. 40) staat de post ‘Parkeerheffingen’ voor € 509k opgenomen. Waar is deze post uit opgebouwd? Antwoord 21: Dit betreft opbrengsten vanuit het betaald parkeren. Vraag 22: Financieel: onder het kopje ‘Overhead’ (blz. 41) is een structurele toename van loonkosten en overige personele kosten te zien van ruim € 3.000k:
- Aan welke personele kosten moeten wij hier denken? - Welke inhuur valt onder ‘Overhead’? - In hoeverre valt de € 1.200k uit Programma A i.v.m. de uitbreiding van de ambtelijke organisatie hieronder? Antwoord 22: Een deel is stijging vanwege indexatie. Een ander deel komt voort uit een groei van de organisatie (bijvoorbeeld vanuit het coalitieakkoord of vanwege de overkomst van jeugdprofessionals). Daarnaast zijn in het getoonde bedrag over 2022 loonkosten afgeraamd vanwege vacatures en ingezet als inhuurbudget om externen tijdelijk in dienst te nemen. Inhuur die valt onder overhead is het algemene inhuurbudget voor vervanging bij ziekte. Hiervoor is standaard een budget ingeraamd dat gedurende het jaar gericht wordt ingezet. Tot het moment dat inzichtelijk wordt waar vervanging bij ziekte noodzakelijk is, is deze post een algemeen budget onder de noemer “Overhead”. Hier valt niet de genoemde € 1.200K onder. Vraag 23: Financieel: de solvabiliteit ontwikkelt zich de komende jaren negatief (van 22,1% in 2022 naar 18,1% in 2025).
In hoeverre zijn er al scenario’s/strategieën om doel vanuit het coalitieakkoord te realiseren en een gezonde financiële positie te behouden/verkrijgen? Antwoord 23: Er zijn nog geen actieve strategieën ingezet om de solvabiliteit te verbeteren, anders dan het uitgangspunt dat wij positieve jaarrekeningresultaten inzetten ter verbetering van het eigen vermogen en daarmee de solvabiliteit.