Beantwoording technische vragen RES v 29 juni 2021 definitief.pdf
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen: Onderstaand zijn de vragen per fractie gebundeld, verdeeld over meerdere pagina’s. Op 24 juni is er een VHL plein gehouden over de Regionale Energie Strategie en nav van de presentatie willen wij een aantal technische vragen stellen: 1. Er werd gesproken over een geluidsdrukniveau van maximaal 45 dB dat de WHO adviseert. Waarom hanteert VHL uit veiligheidsoverweging dan niet deze 45 in plaats van de in NL aangehouden 47 dB. De landelijke normering van 47 dB is als vertrekpunt c.q. uitgangspunt genomen, omdat we in de RES de landelijke richtlijnen volgen. Dit is een weergave van de landelijke normering en wij kunnen daarvan af wijken. Zoals aangegeven zal in een eventuele volgende fase in samenspraak met direct betrokkenen bezien worden in welke vorm maatwerk gewenst en toepasbaar is. 2. De genoemde Lden 47 dB is de gemiddelde geluidsdruk over langere tijd. Is die genoemde geluidsdruk van 66 dB voor de snelweg ook een gemiddelde die over diezelfde tijd gemeten is? Zo nee, dan kun je die niet met elkaar vergelijken en is er sprake van misleiding op deze slide. Het klopt dat de 2 getallen niet direct zijn te vergelijken. Het is niet de doelstelling geweest om de getallen te vergelijken, maar slechts als illustratie dat beleving van geluid verschillend kan worden ervaren. 3.
Audiologen en artsen adviseren een afstand van 10 maal de masthoogte tot bewoning. Deze afstand wordt ook in een aantal omringende landen gebruikt. Nu blijken er ineens twee locaties binnen VHL aan deze norm te voldoen. Eén van de twee is blijkbaar de locatie bij Lexmond. Die andere is nooit eerder genoemd als zoekgebied, waarom niet? Omdat hierbij slechts 1 criterium is toegepast, namelijk de afstand tot woonkernen. Andere criteria, zoals nabij de snelweg, niet in een natuurgebied, niet in stiltegebied, aansluitbaarheid op het energienetwerk etc., zijn hierin niet meegenomen. Daardoor valt dat zoekgebied af. Overigens blijkt dat het zoekgebied van Lexmond door dit ene criterium wel wordt verkleind. 4. Naast de overige zoekcriteria blijken deze twee locaties als enige te voldoen aan het belangrijke advies van deskundigen i.v.m. gezondheidsaspecten voor omwonenden. Waarom blijven deze locaties niet als enige twee zoekgebieden over? Omdat dit niet naast de overige criteria is toegepast, maar het slechts 1 criterium is wat hierin is toegepast. Namelijk 1650 meter vanaf woonkernen.
1
Vragen: 1. Vijfheerenlanden is gevraagd om een bijdrage te leveren aan de opwekking van elektriciteit voor de RES 1.0. In hoeverre zijn de 3 extra windturbines noodzakelijk om te kunnen voldoen aan deze vraag? De vraag om een bijdrage te leveren vloeit voort uit de vertaling van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Hieruit is doorberekend dat Nederland 84 TWh op dient te wekken, waarvan 35 TWh op land om in 2030 70% van alle elektriciteit duurzaam op te wekken. Dit is verdeeld over 30 RES regio’s, waarvan de U16 er 1 is waarvan wij onderdeel uitmaken. Vanuit de U16 is aangegeven 1,8 TWh aan deze landelijke opgave te willen bijdragen. En hiervan is het deel van de gemeente Vijfheerenlanden 0,072 TWh. Zoals aangegeven in de presentatie kan de bijdrage van de gemeente via zonne- en/of windenergie worden opgewekt. Grofweg kan dit dus met ca. 70 ha aan zonnevelden of met de 3 extra windturbines van ca. 5,6 MW. Aangezien uw raad eerder heeft gekozen om grote zonnevelden uit te sluiten en juist voor windenergie in combinatie met zon op dak te kiezen, zijn de 3 windturbines noodzakelijk. Daarbij is er in de presentatie op gewezen dat dit ca. 23% is van de totale elektriciteit die in de gemeente Vijfheerenlanden wordt gebruikt. De drie windturbines zijn dus nodig om deze bijdrage te kunnen leveren.
2. Bij de presentatie werd aangegeven dat wordt ‘samengewerkt met de inwoners’. 1. Wat is hier precies bedoeld met ‘samenwerking’? Dit is expliciet benoemd omdat in een volgende fase een zoekgebied(en) nader wordt uitgewerkt samen met inwoners, een initiatiefnemer en bevoegd gezag/gemeente. Dan wordt in samenspraak met inwoners bepaald welk type windturbine het meest geschikt zou zijn, of het gewenst is om normeringen bij te stellen, welke opbrengst lokaal blijft (lusten/lasten verdeling), etc. De participatieaanpak wordt vastgelegd in een startnotitie participatie en deze wordt aan uw raad voorgelegd. Overigens is in de RES ook opgenomen dat naast de wettelijke en ruimtelijke kaders er rekening wordt gehouden met de uitgangspunten zoals beschreven in de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land. https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land/acceptatie-enparticipatie/gedragscodes
2. Waarover kunnen de inwoners precies meepraten? Over alles wat binnen de kaders van de participatieaanpak valt, zie ook het antwoord hiervoor. 3. Welke invloed geeft dat op het uiteindelijke resultaat? Uiteraard heeft de stem van de inwoners een groot gewicht in het geheel van afwegingen! Dus dat betekent ook dat hun stem daadwerkelijk invloed heeft op het uiteindelijke resultaat. Daarbij kan gedacht worden aan het stilzetten van een windturbine bij overlast van slagschaduw, aangescherpte normeringen, etc. Nederland is naast een democratisch land, ook een rechtstaat. Dus naast de samenwerking, heeft uiteindelijk ook elke belanghebbende het recht om via een juridische weg de rechter een finaal oordeel te vragen. Overigens wordt het projectplan voor het daadwerkelijk plaatsen van windturbines, wat na
2
samenwerking hieruit voortkomt, aan uw raad in een later stadium voorgelegd. Op dit moment ligt alleen nog voor op welke plek we de vervolgonderzoeken gaan uitvoeren en waarover we de gesprekken met onze inwoners aangaan. 3. Zon-op-dak wordt meegeteld bij de RES 1.0 vanaf 15 kWp, ofwel ca. 50 zonnepanelen. Momenteel worden vele grote(re) daken zoals bij bedrijven en agrarische gebouwen vol gelegd met zonnepanelen. 1. In welke omvang draagt dit nu al bij aan de bijdrage van de Vijfheerenlanden? Inderdaad tellen alle installaties groter dan 15 kWp mee voor de RES. De huidige omvang van deze bijdrage is ca. 100.000 kWh en kan volgens een eerste analyse naar ca. 586.000 kWh (van de totale bijdrage van 72.000.000 kWh van Vijfheerenlanden aan het RES bod). 2. In hoeverre is deze inbreng in de toekomst te verwachten? Naast dat deze verwachting als reëel wordt beschouwd, zetten wij erop in om dit te gaan realiseren. 4. Met name voor de grootschalige opwekking heeft Stedin aangegeven dat het bestaande netwerk (de bestaande netwerken) in de gehele Vijfheerenlanden (en verder) aangepast moet worden. 1. Betekent dit dat ALLE kabels in de grond versterkt moeten worden? Nee, niet alle kabels dienen te worden ‘versterkt’ c.q. verzwaard, maar het netwerk is in het verleden aangelegd als 1-richtingsnetwerk (distributienetwerk).
Nu gaat er steeds vaker energie de ‘andere kant’ op, wat maakt dat er grootschalige aanpassingen gedaan moeten worden. 2. Klopt het dat de extra financieringsvraag van Stedin uiteindelijk tussen de 1 en 7 miljard euro kan liggen? Het is juist dat Stedin – volgens hun publicatie van 13 mei 2020 – verwacht de komende jaren tussen de 750 miljoen en 1 miljard euro aan extra eigen vermogen nodig te hebben om de investeringen van ca. 7 miljard totaal te kunnen doen die tot 2030 nodig zijn. Uit eerste landelijke berekeningen blijkt dat het verzwaren van het landelijke netwerk ca. €15 per MWh aan kosten met zich mee gaat brengen. De netbeheerders hebben aangegeven dat verzwaren van het netwerk landelijk ca. 100 miljard euro gaat kosten. 3. Welke kostenstijging brengt de aanpassing van de netwerken van Stedin voor de inwoners met zich mee? Zoals hiervoor aangegeven is de verwachting dat de verzwaring van het netwerk, en de directe doorberekening op de energieprijs, ca. €15 per MWh ofwel per 1000 kWh gaat kosten voor inwoners van Nederland op hun energierekening. Voor een gemiddeld huishouden is het elektriciteitsverbruik ca 2750 kWh per jaar en betekent dit een verhoging van ca. €41,25 per jaar op de energierekening. 4. Is deze aanpassing ook noodzakelijk indien er géén grootschalige decentrale opwekking plaats vindt?
3
Ja, als wij duurzame opwekking voorstaan. Zoals hiervoor aangegeven is deze studie landelijk en zal de invloed op de energieprijs voor alle inwoners gaan gelden en niet afhankelijk zijn van regionale verschillen.
4
Vragen: Inleiding Bij een participatie over de RES werden de drie zoekgebieden voor windmolens benoemd: Autena, Zijderveld en Lexmond. Tijdens deze participatie heeft een aanwezige van Oasen aangeboden om op hun grond langs de A27 windmolens te plaatsen.
Vraag 1: Wat is er gebeurd of gaat er gebeuren met dit aanbod? Er heeft op ambtelijk niveau op 3 mei 2021 een eerste verkennend gesprek plaatsgevonden met de omgevingsmanager van Oasen, de heer Henri de Jong. Hieruit is naar voren gekomen dat de gronden in het bezit van Oasen (ver) buiten de zoekgebieden liggen, dicht bij een woonkern. We willen periodiek met elkaar in gesprek blijven en mogelijkheden onderzoeken.
Vraag 2: Past dit voorstel binnen het zoekgebied Lexmond? Nee, zoals hiervoor aangegeven liggen de gronden (ver) buiten de zoekgebieden en dicht bij een woonkern.
Vraag 3: Of, is dit een voorstel van Oasen, dat pas in een latere fase van het project relevant is/wordt? Zoals hiervoor aangegeven is naar aanleiding van het overleg afgesproken om periodiek (eens per jaar) met elkaar in gesprek te blijven. Ondanks dat de gronden in het bezit van Oasen niet geschikt lijken voor de opwek van duurzame energie door middel van windturbines, zouden deze gronden wellicht wel geschikt zijn voor bijvoorbeeld zonne-energie of andere vormen van duurzame energie.
5
Technische vragen over de Regionale Energie Strategie Betreft: Zoekcriteria -
Hoe zijn de criteria voor de zoekgebieden voor windturbines tot stand gekomen?
De zoekgebieden zijn gevonden door de wettelijke kaders voor de bouw van windturbines, en gebieden met ernstige beperkingen waarmee gebieden zijn uitgesloten, op de kaart in te tekenen. De gebieden die uitgesloten zijn, zijn gebieden die te dicht bij woningen (500 meter), in natuurgebieden, te dicht rondom woonkernen (900 meter) of in stiltegebieden vallen. -
Is er een lijst met zoekcriteria te beoordelen?
Nee, er zijn wettelijke criteria, die door ons zijn gehanteerd. Momenteel wordt de toepassing hiervan voor de gemeente Vijfheerenlanden uitgebreid beschreven. Dit document ontvangt u nog. Het bestuurlijk platform Groene Hart staat op het punt haar nieuwe waardekaarten uit te brengen. Daarin is duidelijk dat grote delen van Vijfheerenlanden tot de Top categorie worden gerekend. Is dit meegenomen in de criteria voor zoekgebieden? Uiteraard wordt rekening gehouden met allerlei criteria binnen de analyse, evenwel worden de landschappelijke structuren die kenmerkend zijn voor dit gebied, niet aangetast bij het toepassen van windturbines. Betreft: Zoekgebieden Volgens Tegenwind Zijderveld is het zoekgebied ten noordoosten van de A2 (schuin rechts boven zoekgebied Zijderveld) uitgesloten omdat volgens u het aangewezen is door de Provincie als beschermd gebied. Graag ontvangen wij een schrijven van de Provincie Utrecht waaruit dat blijkt. In een mail aan Tegenwind Zijderveld is toegelicht dat het gebied ten oosten van de A2 niet in aanmerking komt voor windturbines, omdat dit is aangemerkt als weidevogelgebied. Dit is opgenomen in de provinciale plannen. Een overzicht hiervan vindt u via deze link: https://webkaart.provincieutrecht.nl/viewer/app/Webkaart?bookmark=86513443ea3646c488d562e60c54fe81 Hieronder ziet u een uitsnede uit deze kaart.
6
Als deze informatie juist is, waarom geldt deze aanwijzing dan niet ook voor het zoekgebied Zijderveld? Volgens de recent uitgebrachte vogelkaarten van SOVON liggen beide gebieden in een en dezelfde gevarenzone voor vogels. Verwezen wordt naar het voorgaande. Veel woningen die de windturbines zullen omringen in de verschillende zoekgebieden zijn oud en hebben slechte (geluids) isolatie. In de huidige normen wordt uitgegaan van moderne isolatie. Welke tegemoetkomingen gaat Vijfheerenlanden doen om die betrokken bewoners te vrijwaren van overmatige herrie? In een volgende fase wordt samen met inwoners bezien welke uitwerking het meest passend is. Elke regio formuleert een regionaal bod voor hernieuwbare opwek op land, voor benutting van regionale warmtebronnen en voor de bijbehorende energie-infrastructuur. Dat vraagt om een afweging tussen vier onderdelen: • Kwantiteit wat betreft elektriciteit en warmte. • Ruimtegebruik. • Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. • Energiesysteemefficiëntie.
In het geval er geen bestuurlijk en/of maatschappelijk draagvlak is voor windmolens, is het dan in deze fase nog mogelijk om te kiezen voor zon op land? En dan alleen op onbenutte terreinen in bebouwd gebied of van slimme functiecombinaties zoals rondom bestaande windmolens, waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen? Momenteel kan niet geconcludeerd worden dat er onvoldoende draagvlak is voor windturbines, maar wel kan geconcludeerd worden dat er zorgen zijn bij het toepassen van windturbines. De keuze voor windturbines of het uitsluiten van grote zonnevelden is reeds bestuurlijk gemaakt. Daarbij is o.a. een overweging geweest om geen landbouwgronden ‘verloren’ te laten gaan omdat het ruimtebeslag voor windturbines zeer veel kleiner is dan bij zonnevelden (voor ons bod zou dat dan vergelijkbaar zijn met ca 70 ha zonneakkers/zonneweiden/zonnevelden). Rijkswaterstaat (RWS) heeft een programma OER (opwek energie op Rijksvastgoed), waaraan wij als gemeente meedoen. Zie voor meer informatie over het programma OER de website https://www.energieoprijksgrond.nl/
Betreft: gezondheid Is het college bekend met de oprichting van het meldpunt Windenergie en Gezondheid en de talloze onderzoeken die nu gaande zijn naar de invloed op de gezondheid. Ja, deze en andere ontwikkelingen hieromtrent worden op de voet gevolgd.
Betreft: Participatie
7
De fractie heeft meldingen gekregen van de inwoners die aanwezig waren tijdens het participatietraject over de openstaande/onvolledige antwoorden op de gestelde vragen. Krijgt de raad een verslag van de gestelde vragen en antwoorden van de sessies? Zo nee, waarom niet? De gestelde vragen voortkomend uit het participatietraject worden continu bijgewerkt in veel gestelde vragenlijst en zijn vanaf het begin gepubliceerd op https://www.natuurlijkvijfheerenlanden.nl/veelgestelde-vragen/webinar-zoekgebieden-wind
Participatie gaat niet alleen over meedenken en inhoudelijke betrokkenheid, maar ook over investeren en financiële betrokkenheid. Dit is niet alleen weggelegd voor ondernemers en maatschappelijke organisaties, maar ook voor inwoners. In het Klimaatakkoord is het streven afgesproken dat 50% van de productie van hernieuwbare opwek op land, in handen komt van de lokale omgeving (inwoners en bedrijven). Daarom is het wenselijk dat de regio regie voert op de ontwikkeling van duurzame energie en de wijze waarop inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen participeren. Het gaat daarbij om mee-investeren aan de voorkant van een project.
Hoe krijgt dit in VHL vorm? Wordt dit meegenomen in het participatietraject? Dit krijgt vorm in de volgende fase (projectfase) en wordt dus expliciet meegenomen in het vervolgtraject.
Algemene vraag: Andere transities De energietransitie heeft impact op andere transities zoals die in de landbouw, klimaatadaptatie, circulaire economie, enzovoorts. Daarnaast zijn er slimme verbindingen te leggen met andere opgaven en functies (meekoppel-kansen). Daarom is het zaak in het RESproces al tijdig de verbinding te leggen met andere transities.
Hoe worden deze meekoppel-kansen in VHL ingevuld? In regioverband en gemeentelijk verband wordt o.a. met de diverse andere programma’s afgestemd en indien mogelijk meekoppel-kansen benut, daarover bent u geïnformeerd in het vorige VHL plein. Ook wordt met buurgemeenten afgestemd omtrent projecten.
8
Beantwoording vragen Raadswerkgroep RES Vragen t.b.v. VHL-Plein van 24 juni 2021 m.b.t. RES Aanleiding In de Raadswerkgroep RES is gesproken over de kaders en plaatsing van windmolens zoals genoemd in de RES 0.1. Aanleiding hiervoor was de brief van ‘Tegenwind Zijderveld’ d.d. 8 april’21 aan Wethouder Hendriksen en het daarbij gevoegde Position Paper van de organisatie Windalarm. Beide stukken zijn via de mail verstuurd door de Stichting Tegenwind aan de Raadsleden. In de meeste fracties zijn deze stukken besproken hetgeen heeft geresulteerd in het agenderen hiervan bij de Raadswerkgroep RES. In de Raadswerkgroep RES is gesproken over de inhoud van deze stukken, waarbij aangetekend wordt dat deze inhoud wellicht wat selectief is en gebruikt wordt om de standpunten van de Stichting Tegenwind kracht bij te zetten. Dat neemt niet weg dat de thematiek wel degelijk aanleiding zou kunnen geven voor zorg over geluidsoverlast door windmolens. De Raadswerkgroep heeft dan ook behoefte aan informatie over dit thema uit onafhankelijke bronnen die een toelichting kunnen geven op dit thema tijdens het VHL-plein van 1 juni’21. Daarbij zouden wij graag ten minste de volgende vragen beantwoord willen zien: 1.
Welke geluidsoverlast is te verwachten bij de verschillende windmolens van verschillende typen, hoogte en vermogen? Zoals tijdens het VHL plein van 24 juni is aangegeven, zijn er heel veel verschillende typen windturbines met bijbehorende specificaties. Het is onmogelijk om al die verschillende windturbines aan te geven en ook in dit stadium minder relevant omdat in een volgende fase samen met inwoners een totale afweging wordt gemaakt. Evenwel kan verwezen worden naar bijgaande links ter indicatie: https://www.enercon.de/en/products/; https://www.windmolenskopen.nl of omtrent gezondheid naar: https://www.rivm.nl/windenergie/windmolens-gezondheid 2. Wat is/zijn de geluidsniveau(s) in decibel van deze typen molens? Verwezen wordt naar het hiervoor aangehaalde. 3. Welke andere geluidseffecten kunnen optreden, waarbij te denken valt aan laagfrequent en wellicht ook hoogfrequente geluidsniveaus? Tijdens het VHL plein van 24 juni is aangegeven dat geluidsoverlast van windturbines momenteel veel aandacht krijgt. De daaropvolgende ontwikkelingen worden op de voet gevolgd, waarbij de beleving van geluid ook een rol lijkt te spelen. 4. Zijn effecten van deze vormen van geluid(soverlast) op de omgeving, mensen en dieren bekend? Zo ja, welke effecten? Verwezen wordt naar het hiervoor aangehaalde en het onderzoek van het RIVM hieromtrent. 5.
Welke afstanden tot deze molens moet tenminste in acht genomen worden om géén schadelijke effecten van deze vormen van geluid(soverlast) te hoeven verwachten? Dit is nu nog niet aan de orde en is voor een volgende fase. Elke windturbine geeft een bepaalde geluidsproductie, en dit heeft invloed op mens en natuur. Zoals is aangegeven binnen de bijdrage van de gemeente Vijfheerenlanden aan de RES 1.0, is alles erop gericht om technisch haalbare en maatschappelijk aanvaardbare keuzes te maken. Aanvullende vragen die misschien door de organisatie beantwoord kunnen worden : 9
1.
2. 3.
4.
Wat is de maximale opwekcapaciteit van “Zon op het dak “en hoeveel daarvan willen wij opwekken in 2030? Alle installaties groter dan 15 kWp tellen mee voor de RES. De huidige omvang van deze bijdrage is ca. 100.000 kWh en kan volgens een eerste analyse naar ca. 586.000 kWh (van de totale bijdrage van 72.000.000 kWh binnen de bijdrage van de gemeente Vijfheerenlanden). Welke soorten windmolens zijn er allemaal en hoeveel energie kunnen zij opwekken? Verwezen wordt naar het hiervoor aangehaalde. Hoeveel energie wil de Vijfheerenlanden in 2030 gaan besparen? De hoeveelheid van de energiebesparing is moeilijk aan te geven en bedraagt landelijk ca. 1,5% per jaar. In zijn algemeenheid geldt dat elke besparing helpt omdat die dan niet (duurzaam) opgewekt hoeft te worden. Echter de verwachting is dat richting 2050 de elektriciteitsbehoefte zal verdubbelen of zelfs verdrievoudigen vanwege het verwarmen/koelen van woningen (met o.a. warmtepompen), de overgang naar elektrisch vervoer/auto’s en de impuls aan de woningbouw de komende jaren. Wat is de huidige energiebehoefte van de Vijfheerenlanden en hoe groot is de verwachting dat deze in 2030 en 2050 zal zijn? Verwezen wordt naar het hiervoor aangehaalde.
Een beantwoording van deze vragen door een onafhankelijke en géén belang hebbende deskundige, bijvoorbeeld van een technische universiteit of van TNO, zou onze voorkeur hebben. Dat zou kunnen gebeuren tijdens een presentatie m.b.t. deze thematiek op het VHLplein van 24 juni 2021. Deze antwoorden zijn gebaseerd op algemene openbare bronnen, die door onafhankelijke deskundigen zijn opgesteld en gesteund op het landelijk beleid en normeringen. Daarnaast volgen wij de ontwikkelingen hieromtrent nauwgezet. Namens de Raadswerkgroep RES Teus Meijdam
10