Beantwoording technische vragen frictiekosten.docx
Tekst van het document
De wettelijke transitie vergoeding is 1/3 maandsalaris voor elk dienst jaar. In de beantwoording wordt aangegeven een bedrag van totaal ca. € 650K (€ 589 + €69K)voor 2021 en 2022 nodig te hebben. De formatieplaatsen die vervallen worden benoemd, volgens mij zijn dit er 9. Daarmee is het gemiddelde salaris ca. € 72K per jaar en € 6K per maand. 1/3 maandsalaris is € 2 K. Stel dat alle personen 3 dienstjaren hebben (terwijl de gemeente pas 2 jaar bestaat!) dan is het totaal aan vergoeding dus: 3*1/3 (2K) = € 6K per persoon *9 personen = €54K. Voor 6 dienstjaren is dit € 108K etc..............€ 650K zou betekenen dat alle personen 36 dienstjaren hebben. Is dit een juiste vaststelling? Nee, dit is niet een juiste vaststelling. Hieronder geven we in blauw aan wat wij in eerder technisch antwoord hebben gemeld:
Bij het verminderen van de formatieplaatsen zijn de volgende geschrapt:
adviseur informatisering B, beleidsadviseur Documentatie en Informatievoorziening, een projectleider openbare ruimte, een medewerker Administratieve Organisatie/Interne Controle, een managementassistent, een toezichthouder WABO B, een beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling en een directeur voor in totaal een bedrag van € 588.880 in 2021. Vanaf 2022 nog een bedrag van € 69.259 extra. daarnaast betreft het aantal kleinere rest-formatieplaatsen van een 0,5 fte en minder in diverse teams voor een bedrag van € 384.816.
In totaal is dus voor € 588.880 + € 69.259 + € 384.819 aan fte geschrapt. Dat is in totaal € 1.042.958. De vragensteller veronderstelt dat we ca € 650.000 nodig hebben voor maatwerkregelingen. Dit is niet zo. In het eerdere technische antwoord hebben we aangegeven hoeveel frictiebudget we nodig hebben. Als het gaat om de vervallen fte’s hebben we het onderstaande opgenomen, ook weer in blauw aangegeven. Er is een eenmalig overbruggingsbudget (frictiebudget) voor twee jaren nodig om de besparingen te realiseren in 2021 en 2022. Het betreft een budget van € 580.706 ten behoeve van het structureel wegvallen van formatie zoals onder antwoord 1 beschreven. Dit zijn voor een deel formatieplaatsen die structureel worden geschrapt maar in 2021 en sommige ook in 2022 bezet zijn, en waar dus kosten aan zijn verbonden. Daarnaast zijn maatwerkregelingen nodig om uitstroom van een aantal medewerkers te realiseren. Uitstroom die bijdraagt aan het realiseren van de bovengenoemde bezuiniging. Het frictiebudget wat nodig is voor deze maatwerkregelingen stelt medewerkers in staat stelt van werk naar werk te gaan. Het gaat hier om een bedrag van € 289.000 voor 2021 en 2022 samen.
Het bedrag wat we voor maatwerkregelingen nodig hebben, bedraagt dus € 289.000. Dit is een huidige inschatting, waarbij is uitgegaan van 4 medewerkers. De berekening is gebaseerd op een gemiddelde van ervaringscijfers. Het genoemde bedrag bestaat niet alleen uit een transitievergoeding, maar ook bijvoorbeeld kosten voor een werk naar werk werktraject, zoals coaching, werkbemiddeling of outplacement. Dit is maatwerk. Dit soort rechtspositionele regelingen komen altijd tot stand in overleg met een extern juridisch adviseur. Zoals afgesproken zullen wij aan de raad op hoofdlijn rapporteren over de uitputting van dit budget.