Beantwoording technische vragen CU inzake Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren.docx
Tekst van het document
Technische vragen CU inzake Paraplubestemmingsplan Wonen en parkeren 1. Waarom is er inzake dit bestemmingsplan gesproken met de waterleidingbedrijven Dunia en Vitens, terwijl deze bedrijven helemaal niet actief zijn in onze gemeente. Dunea en Vitens zijn wel degelijk actief in de gemeente Vijfheerenlanden. Zij hebben leidingen lopen in de gemeente Vijfheerenlanden en zijn i.h.k.v. de drinkwatervoorziening mede verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van waterwingebieden en boringsvrije zones. Dunea en Vitens is gevraagd om een reactie in het kader van het bestuurlijk vooroverleg. Voorafgaand aan het bestuurlijk vooroverleg is de inschatting gemaakt dat de belangen van de partijen niet geschaad worden met de vaststelling van dit parapluplan. Ondanks dat is volledigheidshalve en conform onze interne werkafspraak beide partijen betrokken in het bestuurlijk vooroverleg. De vooroverlegpartners hebben enkele weken de tijd gehad om met een reactie te komen. Hierbij is expliciet aangegeven dat als een vooroverlegpartners geen reactie geeft wij ervan uitgaan dat het plan geen aanleiding geeft om te reageren. Dunea heeft een reactie gegeven en Vitens heeft zich onthouden van een reactie. 2. Waarom is er voor gekozen om twee verschillende onderwerpen die niets met elkaar te maken hebben samen te voegen in één paraplubestemmingsplan.
Is dit niet strijdig met het doel van een paraplubestemmingsplan (aanpassing van alle bestemmingsplannen met betrekking tot een thema) en voor een heldere (langdurige) communicatie met onze inwoners? Dat beide onderwerpen niets met elkaar te maken hebben, klopt ons inziens niets. De verbindende factor is de fysieke leefomgeving en de praktische impact van beide thema’s op deze fysieke leefomgeving. Vergelijkbare parapluplannen zijn door veel gemeenten in Nederland vastgesteld. Zo zijn er parapluplannen met de combinatie van beide onderdelen of aparte parapluplannen voor ‘wonen’ en ‘parkeren’. Ons inziens is een koppeling van beide onderwerpen in één parapluplan niet onlogisch en goed te verantwoorden. In de toelichting op het parapluplan is aangegeven wat het specifieke doel is van dit plan. De overkoepelende gedachte is verwoord in artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening:
De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Zoals beschreven in de toelichting van het parapluplan zijn er aantal gebreken en tekortkomingen geconstateerd op het gebied van ‘wonen’ en ‘parkeren’. De regels in het paraplubestemmingsplan zijn, met het oog op ‘de goede ruimtelijke ordening’, opgesteld om de tekortkomingen in de bestaande bestemmingsplanvoorraad te repareren/aan te vullen. De bundeling van de twee onderwerpen is niet in strijd met deze gedachtegang en het uiteindelijk doel van een parapluplan. Daarnaast is het ook een pragmatische keuze geweest om de twee onderwerpen te bundelen in één parapluplan. Aanvankelijk zou dit parapluplan enkel betrekking hebben op het aspect parkeren. Gelet op de achterliggende wens van (m.n. Toezicht en Handhaving) om meer regie te krijgen op woonvormen is deze gelegenheid aangegrepen om het aspect ‘wonen’ mee te nemen in de planvorming.
Aangezien beide onderwerpen gebundeld worden in één parapluplan is dit overzichtelijker en makkelijk vindbaar. Dat is wel zo prettig voor onze inwoners, ondernemers en het ambtenarenapparaat van onze gemeente. 3. Komen artikel 3.1 tot en met 3.4 van het bestemmingsplan parkeren te vervallen op het moment dat de gemeente haar parkeerbeleid gaat herformuleren en blijft dan alleen artikel 3.5 over? Nee, deze artikelen blijven bestaan. Dit parapluplan is zo opgezet dat al rekening gehouden wordt met de harmonisatie/actualisatie van het parkeerbeleid. Vanuit die gedachtegang is in de begripsbepaling en in de artikelen van dit parapluplan een dynamische verwijzing opgenomen naar het (nog te actualiseren/harmoniseren) parkeerbeleid. 4. Waarom is het deel paraplubestemmingsplan wonen (paragraaf 3.5) niet besproken en separaat besloten bij de behandeling van de woonvisie. Voor de duidelijkheid: ik ga ervan uit dat artikel 3.5 van de planregels wordt bedoeld. Zowel het parapluplan als de woonvisie spreken zich uit op het gebied van wonen. Echter gelet op de wezenlijk verschillende scope van beide documenten is dit niet besproken. De woonvisie is een zelfbindend document waarin wordt vooruitgeblikt naar de uitdagingen en kansen op het gebied van wonen en de ambities van de gemeente op dit vlak.
In de woonvisie wordt beaamd dat er een groeiende vraag is naar woonvormen die op maat aansluiten bij de persoonlijke woonwensen en –eisen. In de woonvisie wordt de intentie uitgesproken om hierin als gemeente waar mogelijk te faciliteren. Ook wordt beschreven dat we de unieke (ruimtelijke) kwaliteiten van de gemeente willen behouden en waar mogelijk versterken. Hier klinkt voorzichtig in door dat niet alle woonvormen mogelijk zijn. Of dit vanwege praktische of ruimtelijke bezwaren is of anderszins wordt niet duidelijk uit de tekst van de woonvisie. Waar het in de woonvisie tussen de regels door staat, staat in het paraplubestemmingsplan concreet beschreven wat wel/niet wenselijk is qua woonvormen. Het is nooit de opzet van de woonvisie geweest om te zien op een ruimtelijk beoordelingskader van woonvormen. De praktische invulling van de beoordelingsregels wordt ingevuld in beleid en regelgeving (o.a. bestemmingsplannen). Mede vanwege het ontbreken van een duidelijk ruimtelijk beoordelingskader op het gebied van woonvormen en de ruimtelijke impact hiervan is dit parapluplan opgesteld. Het doel en de opzet van dit parapluplan is dus wezenlijk anders dan het doel en de opzet van de woonvisie. Dit is een mogelijk verklaring waarom het aangehaalde artikel (of iets soortgelijks) niet besproken is tijdens de behandeling van de woonvisie. 5.
Wordt met dit bestemmingsplan uitsluitend het ombouwen van een bestaande woning tot kamerbewoning of het omzetten van een bestaande woning tot een zorgunit geregeld? Voor de duidelijkheid: er wordt vanuit gegaan dat gerefereerd wordt aan artikel 3.5 van de planregels en bijbehorende begripsbepaling Nee. Woonvormen die per definitie niet voldoen aan de begripsbepaling omtrent ‘wonen’, ‘woning of wooneenheid’, ‘huishouden’ etc. zijn in strijd met bestemmingsdoeleinden van de woonbestemming (of andere bestemmingen waarbinnen gewoond mag worden). Dus
dat is breder dan alleen kamergewijze verhuur. Kamergewijze verhuur is hier een verschijningsvorm van. Echter op deze manier wijs je impliciet ook woonvormen af die niet voldoen aan de regels en begripsbepaling van het parapluplan, maar misschien wel netjes ruimtelijk ingepast kunnen worden in omgeving zonder teveel overlast te veroorzaken voor derden. Dit kan gezien worden als ongewenste ‘bijvangst’. Wat ruimtelijk aanvaardbaar en welke effecten een bepaalde woonvorm heeft op een locatie is uiteraard locatie- en contextafhankelijk. Dit maakt het praktisch onmogelijk om een uitputtende lijst op te nemen waarin bepaald is op welke locatie en in welke context een woonvorm ruimtelijk aanvaardbaar is. Met de huidige opzet van het parapluplan is hier een oplossing voor bedacht. Voor de woonvormen die niet voldoen aan de begripsbepalingen kan een ieder een beroep doen op de afwijkingsmogelijkheid onder artikel 3.5 van de planregels. Onder dit artikel worden de voorwaarden (c.q. beoordelingsregels) opgesomd waarop de aanvraag wordt getoetst. Voldoet de aanvraag hieraan dan mag de aanvrager ervan uitgaan dat de vergunning wordt verstrekt. 6.
Moeten (als voorbeeld) twee mensen die geen huishouden vormen conform de definitie van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aanvragen als ze besluiten samen een woning te kopen of te huren omdat zelfstandig huren of kopen voor hen niet haalbaar of betaalbaar is. Ja, zie ook het antwoord op de vorige vraag. Woonvormen die per definitie niet voldoen aan de begripsbepaling omtrent ‘wonen’, ‘woning of wooneenheid’, ‘huishouden’ etc. zijn in strijd met bestemmingsdoeleinden van de woonbestemming (of andere bestemmingen waarbinnen gewoond mag worden). Zodoende zal een ontheffing moeten worden gevraagd voor dit strijdige gebruik. Hierbij moet gezegd worden dat dit altijd al de werkwijze is geweest bij de beoordeling van ruimtelijke plannen. Bouwplannen en wooninitiatieven worden getoetst aan de bestemmingsdoeleinden en bouwregels van het bestemmingsplan. Er wordt dus gekeken of de planinitiatieven voldoen aan de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan. Eenzelfde werkwijze wordt toegepast bij dit parapluplan. Bestemmingsplannen worden door de gemeenteraad vastgesteld. In de huidige bestemmingsplannen is, gelet op de begripsbepalingen en planregels, binnen de bestemmingsdoeleinden al vastgelegd wat/wel niet mag binnen de bewuste bestemming.
Oftewel de gemeenteraad heeft impliciet al ingestemd met de beperking van gebruiksmogelijkheden binnen de woonbestemming (en andere bestemmingen waarbinnen gewoond mag worden). Het grootste manco tot op heden is dat in de huidige bestemmingsplanvoorraad bepaalde begrippen omtrent ‘wonen’ en ‘parkeren’ ontbraken en onvolledig waren, waardoor deze werkwijze niet consequent kon worden toegepast. Tevens waren er verschillen in de begripsbepalingen tussen de verschillende bestemmingsplannen van de oud gemeenten. Met de vaststelling van dit parapluplan wordt de begripsbepaling omtrent ‘wonen’ en ‘parkeren’ geharmoniseerd N.B. Al vragen wij onszelf af hoe vaak een dergelijk aanvraag in praktijk zal voorkomen én bij ons bekend worden gemaakt. Daarnaast is onze verwachting dat dergelijk initiatieven niet altijd bekend worden gemaakt bij de gemeente. Dan wordt het pas bekend als er een melding van wordt gemaakt. Wij willen hiermee niet afdoen aan het belang van de woonwensen en het woongenot van de mensen in kwestie, maar wij willen
hiermee aangeven dat de nadelige effecten van deze (mogelijke) ongewenste ‘bijvangst’ niet opweegt tegen het risico op woonexcessen dat we nu lopen met de gebrekkige begripsbepaling en regelgeving. 7. Kan duidelijk worden gemaakt welke doelen met dit bestemmingsplan worden gerealiseerd die zijn geformuleerd in de woonvisie. Zie ook beantwoording vraag 4. Het doel en de insteek van dit parapluplan is niet zozeer om invulling te geven aan de doelen en ambities in de woonvisie, maar is ingestoken als soort reparatieplan om de huidige bestemmingsplannen op de onderdelen ‘wonen’ en ‘parkeren’ aan te vullen en te corrigeren. Ondanks dat heeft het parapluplan wel raakvlak met de centrale doelstelling van de woonvisie. De doelstelling wordt in woonvisie als volgt geformuleerd: Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen! Met dit parapluplan wordt in aanvulling en ter correctie op de begripsbepaling van de bestaande bestemmingsplannen de begripsbepaling omtrent ‘wonen’ geharmoniseerd. Doordat je dit vastlegt in een begripsbepaling wordt bepaald welke woonvormen wel/niet binnen de bestemmingsdoeleinden passen.
Hiermee wordt dus gedeeltelijk invulling gegeven aan de term ‘goed wonen’ uit de bovengenoemde doelstelling. Je geeft hiermee aan dat je medewerking wilt verlenen aan woonvormen die aansluiten bij de bestemmingsdoeleinden. Voor sommige wooninitiatieven die niet aansluiten bij deze bestemmingsdoeleinden kan onder voorwaarden ontheffing worden verleend. Hiermee wordt aangegeven dat je tot op zekere hoogte wil meewerken aan dergelijke wooninitiatieven, maar niet tegen elke prijs. Vandaar dat er ruimtelijke beoordelingskaders zijn opgenomen om samen met elkaar een fijn woon- en leefklimaat te waarborgen. 8. Kan worden aangegeven hoe artikel 3.5 moet worden geïnterpreteerd in relatie tot het beleid van de gemeente inzake het huisvesten van arbeidsmigranten. Een beleidsstuk hierover is door wethouder Verweij aangekondigd bij het debat over het leegstaande pand tegenover Karwei. Het artikel 3.5 heeft alleen betrekking op bestemmingen waar in beginsel woningen/en of wooneenheden zijn toegestaan. Deze afwijkingsregel ziet dus op planinitiatieven waarbij de woning of wooneenheid anders wordt gebruikt dan de bestemmingsplanregels en bijbehorende begripsbepaling voorschrijven. In dit geval wordt een huisvestingslocatie (c.q. nieuwe (tijdelijke) woonlocatie) toegevoegd op een plek die niet bestemd/bedoeld is als woonlocatie.