Beantwoording technische vragen CU inzake jaarrekening 2021, 1ste berap en kadernota.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen CU inzake jaarekening 2021, 1ste berap en Kadernota Vraag 1: Zowel in de jaarrekening 2021 als in de BeRap wordt gesproken over de persoonlijke internetpagina. Nu is er in het coalitieakkoord opgenomen dat er een nieuwe website ontwikkeld kan worden. Kan deze PIP ook aan de nieuwe website gekoppeld worden, of is het verstandiger om deze ontwikkeling uit te stellen tot de nieuwe website er is? Antwoord 1: De ontwikkeling om een persoonlijke internet kaart (met daarop alle lokale informatie voor inwoners in de wijk, dorp of gemeente) te realiseren is inhoudelijk afgerond. De persoonlijke internet pagina (PIP) voldoet technisch gezien aan de gestelde eisen. Het huidige systeem blijkt hiervoor echter (te) traag en daarmee voldoet de persoonlijke internet pagina niet aan de gestelde wensen. De huidige kaart is minder gebruikersvriendelijk, met Google Maps als referentiekader, om snel en eenvoudig online om te gaan met kaarten. Tot aan de realisatie van de nieuwe website zoeken we nog naar mogelijkheden om een tussen variant in te stellen. Bij de aanbesteding voor de nieuwe website nemen we de input mee en zorgen dat er een persoonlijke internet pagina komt die voldoet aan de gestelde eisen en wensen. Daarbij sluiten we aan bij bewezen software uit de markt Vraag 2: Pag.
116 Bij Openbare verlichting valt te lezen: Het vervangingsproject 2020 is voor 85% gereed en de uitvoering van het vervangingsproject 2021 is ook gestart. Is dit niet wat laat? Eind 2021 begin 2022? Terwijl er aan het begin van de alinea staat dat de achterstanden onderhoud zijn weggewerkt? Tekst lijkt zichzelf tegen te spreken. Klopt dit? Antwoord 2: De achterstanden op het dagelijks onderhoud zijn weggewerkt. De vervangingsprojecten zijn grootschalige vervangingen van masten en armaturen die het einde van de technische levensduur hebben bereikt. Deze projecten worden als zelfstandige projecten uitgevoerd. Vervangingsproject 2020 is inmiddels gereed en vervangingsproject 2021 is in uitvoering. Vanwege de lange levertijden van de materialen hebben deze projecten een lange doorlooptijd. De voorbereiding voor vervangingsplan 2022 is bijna afgerond zodat ook deze materialen besteld kunnen gaan worden. Vraag 3: Pag 211: het voorschot OAB heeft een gelijk begin en eindsaldo voor de jaren 2019 en 2020. Hadden deze middelen niet met voorrang ingezet kunnen/mogen worden zodat we de overgebleven middelen van 2021 weer in 2022 kunnen inzetten? Antwoord 3: De OAB middelen zijn middelen die we jaarlijks van het Rijk krijgen en die in principe in dat zelfde jaar besteed moeten worden.
De middelen die niet besteed worden gaan in een reserve en kunnen we gedurende de lopende periode van 4 kalenderjaren uitgeven en deels meenemen naar een nieuwe periode. De lopende periode is 2019 t/m 2022. Er is voorrang gegeven aan het goed wegzetten van de jaarlijkse middelen. Dat is met ingang van 2021 goed gelukt. Met de betrokken partners kijken we nu hoe we de reserve het best kunnen inzetten, zodat het eenmalige geld langdurig kan renderen (bijvoorbeeld
door te investeren in extra opleidingen en nieuwe materialen, in lijn met het nieuwe beleid uit 2021). Vraag 4: Nieuwe set prestatie indicatoren wordt gekoppeld aan nieuwe P&C cyclus in 2022. In de auditcommissie werd getwijfeld of het dit jaar haalbaar was. Wat is nu juist? Antwoord 4: De invoering van de vernieuwde planning en control cyclus kan geleidelijk geschieden. Daarbij wordt de gehele jaarcyclus 2023 gebruikt voor de vernieuwing van de P&C producten. Daarbij zorgen we ook voor een kritische beoordeling op de waarstaatjegemeente.nl indicatoren en een keuze welke indicatoren beleidsrelevant zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden. Deze indicatoren worden dan opgenomen in de P&C cyclus (als kpi’s) en waar mogelijk intensiever gemonitord. Dit in het kader van de door de raad gewenste effectmonitoring. De verwachting is dat de eerste set van nieuwe prestatie indicatoren in de loop van 2023 wordt opgenomen. Vraag 5: Graag een schriftelijke uitleg van de vraag waarom concessierechten geboekt worden als dividendopbrengsten. Antwoord 5: De concessievergoeding worden gezien als Algemene Dekkingsmiddel. Omdat dit niet past onder de noemer belastingen en of algemene uitkering, is er voor gekozen deze onder het taakveld treasury overig te rubriceren. De term dividend is wat ongelukkig gekozen. Vraag 6: In de jaarrekening zijn onze kengetallen en saldo algemene reserve opgenomen.
Zijn dit de cijfers op basis van de verdeling van de middelen zoals in het raadsvoorstel is opgenomen, of voorafgaand aan die verdeling? Antwoord 6: Dit is opgenomen zoals voorafgaand aan de verdeling. Immers de voorgestelde verdeling uit het raadsvoorstel is nog niet besloten. a. Idem na de Bestuursrapportage en de kadernota. BERAP Vraag 7: pag 11 Toezichthouder scholen/ projectleider: Begrijpen wij nou goed dat er zowel een toezichthouder als een projectleider realisatie en renovatie maatschappelijk vastgoed wordt/is aangenomen? Of betreft het dezelfde persoon? Antwoord 7: Dit betreft 2 functies. Inhuur van een vastgoedbeheerder is te relateren in het team Beheer Openbare Ruimte. Dit betreft een beleidsfunctie. En de toezichthouder is te relateren aan het team Realiseren Openbare Ruimte. Dit betreft een uitvoeringsfunctie.
Vraag 8: Pag 11 Projectleider: Er wordt nu iemand aangenomen om te anticiperen op het pensioen van iemand anders in 2025. Als dat de enige reden is om deze junior aan te nemen, hoe is dan geregeld dat deze junior niet voor 2026 weer vertrokken is? Antwoord 8: Het is de bedoeling dat we de junior projectleider aantrekken met het perspectief op opleiding en het opdoen van ervaring en de mogelijkheid van doorgroei naar senior projectleider. Zo zetten we maximaal in op continuïteit in de leiding van onze ruimtelijke projecten, dat is nodig in deze krappe arbeidsmarkt en biedt tegelijk kansen voor de ontwikkeling van medewerkers. Dat werkt juist positief ten aanzien van de binding van mensen aan de organisatie. Anderzijds kunnen garanties dat iemand niet tussentijds vertrekt niet worden gegeven. Vraag 9: Pagina 16: sinds wanneer is coffeeshopbeleid toegevoegd aan het horecabeleid? Antwoord 9: Voorheen was er een integraal horecabeleid waarbij het coffeeshopbeleid onderdeel van was. Bij nader inzien behandelen we dit als twee aparte beleidsplannen. Het coffeeshopbeleid wordt vanaf de 2e bestuursrapportage zichtbaar als apart bestuurlijk resultaat. Vraag 10: Pagina 25: Onderwijs Leerbroek staat er dubbel in. Maar wel met verschillende indicatoren.
Hoe moeten we dit lezen? Of hoort het resultaat bij het project slagboom en daarmee niet in programma onderwijs? Antwoord 10: De eerste (Leerbroek: Nieuwbouw Christelijke school Eben-Haëzer) gaat sec over de nieuwbouw van het schoolgebouw (vastgoedontwikkeling) en maakt volgens mij daarmee onderdeel uit van programma 4. De tweede (Leerbroek: Ontwikkeling voormalige locatie Slagboom - 34 woningen en nieuwe basisschool, prognose gereed 2027) is de gebiedsontwikkeling als geheel. Dus de ontwikkeling van een nieuwe buurt met woningen, een plek voor een schoolgebouw en de openbare ruimte. Deze hoort dus niet in programma onderwijs. Beide projecten hebben qua planning last van de vertraging op het bestemmingsplan. Maar de bouw van de school past dus nog wel in het daarvoor beschikbaar gestelde budget terwijl de (ambtelijke) kosten op de gebiedsontwikkeling de door de ontwikkelaar betaalde exploitatiebijdrage ruimschoots overstijgen. Vraag 11: pag 29: begrijpen wij goed dat het glasmuseum van plan is het oude ABN gebouw langdurig te blijven huren, nu wij die subsidie structureel gaan maken? Voor hoeveel jaar is het huurcontract afgesloten? Antwoord 11: In 2021 heeft het Nationaal Glasmuseum gratis het leegstaande ABN AMRO pand mogen gebruiken.
In de bestuurlijke overleggen tussen Glasmuseum en gemeente is afgesproken om het gebouw ook de komende jaren ter beschikking te stellen aan Nationaal Glasmuseum maar zowel het Glasmuseum als de gemeente wil duidelijker de kosten in beeld hebben. Dat betekent dat de gemeente, via de afdeling Vastgoed, huur in rekening gaat brengen. En via de afdeling Cultuur wordt tegelijkertijd de subsidie met eenzelfde bedrag verhoogd. Daarmee wordt het voor alle partijen duidelijk welke kosten
en welke subsidie er zijn gemoeid met het huren van ABN AMRO. Zodra uw raad akkoord is met deze boekhoudkundige wijziging in de begroting (via de 1e bestuursrapportage 2022), kunnen wij het huurcontract laten ondertekenen door Nationaal Glasmuseum. In verband met eventuele gemeentelijke plannen voor ABN AMRO in de toekomst, zullen wij het huurcontract met Nationaal Glasmuseum telkens voor 1 jaar vaststellen. Het Nationaal Glasmuseum heeft structureel een locatie nodig voor het bewaren van een deel van haar glascollectie. Het Ministerie van OCW stelt (via de Erfgoedinspectie) eisen aan de locatie voor deze opslag. Vooralsnog maakt het Glasmuseum gebruik van het ABN AMO gebouw. In de toekomst wordt duidelijk of deze locatie in voldoende mate geschikt blijft met het oog op de controle van de Erfgoedinspectie. Vraag 12: Pag 30: Hoe verhoudt de investering van de Linde zich tot de plannen die er middels de dorpsvisie voor Meerkerk gemaakt gaan worden. Maakt de Linde wel of niet onderdeel van de mogelijke plannen uit? Antwoord 12: In de dorpsvisie zal zeker ook aandacht gegeven worden aan voorzieningen in Meerkerk. En het is voor te stellen dat in dat kader er ook uitspraken gedaan gaan worden over de dorpshuis- en/of sportvoorziening de Linde.
Maar het is nog volstrekt onbekend wat die uitspraken dan zullen zijn want dat zal pas in het totstandkomingsproces voor de dorpsvisie aan de orde kunnen zijn. Vraag 13: Pagina 63: naar verwachting treden circa half mei de inrijverboden in werking? Het is al bijna half juni. Wanneer gaat dit gebeuren? Is er voldoende budget voor? Zo niet, hoeveel geld is er nodig? Antwoord 13: In overleg met de wethouder is afgesproken om de inrijverboden later in werking te laten te treden. Eerst was de bedoeling om dit met BOA-handhaving te doen maar vanwege beperkte beschikbaarheid van de BOA-inzet is er nu voor gekozen om dit met camera’s te doen. Hierdoor doet de implementatie langer. Vraag 14: Pagina 68: We zien de Schakel hier nog genoemd worden. Kunt u aangegeven wanneer de Schakel helemaal afgerond is? Antwoord 14: Streven is om de financiële afronding in 2022 te realiseren met de definitieve vaststelling van de subsidie. De subsidie is verstrekt aan Stichting Dorpshuis de Schakel ten behoeve van de nieuwbouw van het dorpshuis in Leerbroek. Vraag 15: We missen in de beleidsverantwoording tekst over de voortgang van onze lokale plannen in relatie tot de RES. Er staan alleen teksten over actualisatie en voortgang in U16 verband.
Klopt dit? Zo ja, waarom hebben we hier geen resultaat voor geformuleerd? En kunt u ons dan laten weten wat de voortgang/ stand van zaken is rondom onze lokale plannen? Hoe staat het bijvoorbeeld met de MER onderzoeken die gedaan zijn voor alle zoekgebieden?
Antwoord 15: Ja, het klopt dat er in de actualisatie alleen is ingegaan op de voortgang in (RES) U16 verband. Onze lokale plannen zijn immers ondersteunend aan de RES U16 (doelstellingen) en betreffen een zon op dak versnellingsprogramma en de plan m.e.r van de zoekgebieden wind. Ten aanzien van het zon op dak versnellingsprogramma: na de zomer wordt het conceptrapport met betrokkenen bespreken (augustus/september) en vervolgens definitief gemaakt. Ten aanzien van de plan m.e.r zoekgebieden wind: dit rapport wordt tezamen met de uitkomsten van het PWE (participatieve waarde evaluatie) en een beleidskader energietransitie aangeboden ter besluitvorming in de raadsvergadering van 13 december. Vraag 16: U stelt voor om middelen beschikbaar te stellen voor o.a. een aantal projecten in de arbeidsmarktregio waaronder het iLab. Kunt u toelichten waarom we deze investering via de Berap laten lopen en niet via een regulier raadsvoorstel? Liggen hier geen beleidsinhoudelijke keuzes onder? Antwoord 16: Arbeidsmarktregio: € 980.200 incidenteel; budgetneutraal Sinds 1 januari 2019 voert de gemeente Vijfheerenlanden het budgetbeheer uit van de Arbeidsmarktregio Gorinchem. De Arbeidsmarktregio is onderdeel van de Regionale Maatschappelijke Agenda. Bij de Eerste Bestuursrapportage 2022 wordt voorgesteld de ontvangen inkomsten van € 980.200 van o.a.
centrum gemeente Gorinchem en het Rijk en de verwachte uitgaven van € 980.200 voor onder andere het opstarten van een I-lab Gorinchem, bestrijden Jeugdwerkloosheid en de DOE agenda te verantwoorden in de begroting 2022. Bij de vaststelling van de Jaarrekening 2022 wordt voorgesteld het tekort of het restant van het budget van de Arbeidsmarktregio 2022 te verrekenen met de reserve Arbeidsmarktregio. Het voorstel om middelen beschikbaar te stellen heeft te maken met een financieel technische aangelegenheid. De financiering van de Arbeidsmarktregio gaat via de centrumgemeente van de Arbeidsmarktregio zoals vastgelegd in het Besluit SUWI, voor ons is dat de Gorinchem. In de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is afgesproken dat de gemeente Vijfheerenlanden bestuurlijk en ambtelijk de trekker is van het arbeidsmarktbeleid, opgave 8 van de RMA. Gedurende het jaar worden alle nodige uitgaven gedaan overeenkomstig besluitvorming van de Bestuurlijke Tafel Arbeidsmarktbeleid. Het geoormerkte geld staat op de bankrekening van de gemeente Vijfheerenlanden en is van de drie gemeenten, gezamenlijk de Arbeidsmarktregio vormend. De tussenrekening (arbeidsmarktreserve) maakt dat bedragen beschikbaar blijven. Aan het eind van het boekjaar wordt het totaal van de uitgaven in dat jaar in mindering gebracht op de arbeidsmarktreserve.
Vraag 17: Op pagina 41 van de jaarrekening staat: ‘Dit valt echter vrijwel volledig weg tegen een lagere opbrengst (minder rijksmiddelen OAB 153 N)’ Kunt u aangeven hoe het bedrag voor OAB in de begroting wordt bepaald? In 2021 rapporteert u 153 N aan minder Rijksmiddelen. In de BeRap rapporteert u 303 V ten opzichte van de begrote middelen. In de jaarrekening lezen we dat het bedrag voor 2021 €1.782.000 (blz 211 jaarrekening) was en voor 2022 staat er €1.787.590 waarom waren deze middelen dan zo laag begroot?
Antwoord 17: Gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid: € 303.116 budgetneutraal; incidenteel De gemeente Vijfheerenlanden ontvangt van het Rijk € 1.787.590 voor de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid 2022. Dit is een toename van € 303.116 ten opzichte van de begrote middelen. De middelen worden besteed aan specifieke taken en achteraf verantwoordt. Daarom worden de lasten verhoogd en is het een budgetneutrale wijziging. De primaire begroting voor de huidige OAB-periode, 2019 t/m 2022, is voor alle jaren gebaseerd op de uitkering voor het eerste jaar, zijnde € 1.494.474,-. Het Rijk stelt die budgetten jaarlijks bij, meestal in het najaar voor het betreffende jaar. In 2020 was de jaarlijkse bijdrage € 1.685.052, in 2021 € 1.782.232 en in 2022 € 1.787.590. Vandaar de gemelde afwijkingen in Berap en jaarrekening. Vraag 18: Jaarrekening Pag 105 in de tekst over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne staat: ‘ Ook investeringen, zoals bijvoorbeeld de investering voor realisatie verbouw/nieuwbouw gemeentelijke huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. In de risicoanalyse ontwerpfase, zoals opgenomen in het Plan van Aanpak, wordt al gewag gemaakt van een hoge kans van optreden van kostenverhogingen. In de 1e bestuursrapportage 2022 zullen we een grove inschatting maken omtrent de mogelijke impact.’ In de BeRap zien wij geen grove inschatting terugkomen.
Kunt u ons toch de grove inschatting geven? Antwoord 18: In de 1e bestuursrapportage 2022 is onderstaande tekst opgenomen m.b.t. prijsstijgingen Loon en prijsinflatie: pm; incidenteel Op vele taakvelden binnen onze begroting is sprake van materiële uitgaven. Dat betreft bijvoorbeeld uitgaven voor de aankoop van materialen en de levering van diensten en energie. Deze materiële uitgaven zijn loon- en prijsgevoelig. Sinds medio 2020 lopen de prijzen in bepaalde sectoren (bijvoorbeeld de bouw) sterk op. Deze trend is versneld door de grote krapte op de arbeidsmarkt die sinds medio 2021 zichtbaar is en door de sterke oploop van de energiekosten in de aanloop naar en na de start van de Ukraineoorlog. De effecten van dit alles op de gemeentebegroting zijn nog ongewis. Zeker bij het beheer van de openbare ruimte is er sprake van sterk stijgende prijzen en van aannemers die niet meer tijdig kunnen leveren, bijvoorbeeld door een tekort aan materialen. Dit is ook het geval bij de realisatie van investeringen in bijvoorbeeld de openbare ruimte en gebouwen. Wat betreft dit laatste worden daarom in deze 1e bestuursrapportage voorstellen gedaan tot het verstrekken van enkele aanvullende investeringskredieten. Het beeld van de waarschijnlijke nadelen per taakveld is vooralsnog minder duidelijk. De mate van beïnvloedbaarheid van kosten verschilt immers per taakveld.
Bij de 2e bestuursrapportage hopen wij een scherper inzicht te hebben in de nadelen en deze ook beter te kunnen toewijzen aan de taakvelden en programma’s. Dan weten wij ook in hoeverre deze nadelen door het Rijk gecompenseerd worden door hogere ontvangsten uit het gemeentefonds als gevolg van een hoger accres (ter compensatie van het hogere loon- en prijspeil). Vandaar dat we deze vooralsnog als pm post opnemen. Vraag 19: In de bouwmonitor zien wij bij Schoonrewoerd 75 woningen staan onder de noemer ‘Principeverzoek in principe akkoord’ en waarbij de woningen blijkbaar al op dit moment opgeleverd worden. Over welk project gaat dit? En hoe loopt het met de oplevering?
Antwoord 19: Uit de vraag begrijpen wij dat er gedacht wordt dat er 75 woningen in Schoonrewoerd op dit moment worden opgeleverd. Dat is niet het geval. De 75 woningen in Schoonrewoerd benoemd als ‘principe verzoek in principe akkoord’ is een verzameling van woningen uit verschillende plannen/projecten in deze kern. Enkelen hiervan zullen misschien op korte termijn worden opgeleverd. Vraag 20: Kunt u voor de vindbaarheid de woningbouwmonitor ook als losse bijlage meesturen? Antwoord 20: De woningbouwmonitor is als bijlage gevoegd in het document van de bestuursrapportage. Dit op verzoek van de “oude” Raad. Vraag 21: Kunt u ons een doorrekening geven van de meicirculaire en daarbij ook aangeven wat het effect hiervan is op de kadernota. Antwoord 21: Er vindt op dit moment een doorberekening plaats van de meicirculaire. Via een RIB wordt u tijdig op de hoogte gebracht van de effecten van de circulaire. Kadernota Vraag 22: Wat is het verschil tussen de ondersteuning planontwikkeling kleine kernen die in de kadernota staat vermeld t.o.v. de 4 ton die in de berap is vermeld om vanuit de woonvisie bouwprojecten te ondersteunen? Antwoord 22: De ondersteuning planontwikkeling kleine kernen is een budget gericht op kleine kernen, waarbij wordt ingezet op cofinanciering met de provincie.
De vier ton in de berap is een incidenteel budget, dat breder kan worden benut dan voor kleine kernen. Hier zetten we ook niet in op cofinanciering. Beiden richten zich uiteraard op de realisatie van woonwensen. Vraag 23: Kunt u aangeven waar de verhoging van het budget voor verkeerscirculatie en parkeren in 2024 voor ingezet wordt? Antwoord 23: In 2024 wordt rekening gehouden met het opstellen van verkeerscirculatieplannen in Leerdam en Vianen (€ 100.000) en parkeerbeleidsplan (€ 80.000). Dit verklaart de stijging in 2024. Vraag 24: Tijdens de sessie met de auditcommissie gaf u aan dat de hogere kosten vanuit de GR-en opgevangen kunnen worden doordat er in het accres rekening wordt gehouden met een grote loon- en prijsstijging. Verwacht u dat de stijging van het accres voldoende is om niet alleen de extra kosten van de GR-en maar ook de andere loon- en prijsstijgingen waarmee wij als gemeente geconfronteerd worden te compenseren?
Antwoord 24: Ja, dit is ook aangegeven tijdens de technische behandeling. Vraag 25: In de kadernota gaat u €500.000 extra bouwleges toerekenen vanuit de gedachte dat wij meer bouwen en dus meer leges krijgen. In de begroting 2022 staat echter dat het nog onzeker is hoeveel extra kosten we als gemeente moeten gaan maken vanaf 2025 in het kader van de wet kwaliteitsborging en het ook nog onzeker is of en in hoeverre wij als gemeente hiervoor door het rijk gecompenseerd worden. Hoe staan deze beide punten tot elkaar in verhouding? Antwoord 25: Deze punten staan los van elkaar. Wij zien dat het aantal aanvragen bouwvergunningen stelselmatig hoger ligt dan waar we rekening mee houden. Daardoor ontstaat een hogere opbrengst bouwleges dan geraamd. We stellen hier nu de begroting op bij. Hierdoor is het ook mogelijk om meer uitvoeringskosten toe te rekenen aan het taakveld bouwvergunningen, waar de opbrengsten ook staan. Dat laatste veroorzaakt het voordelig effect. Vraag 26: Kunt u ons een schriftelijke onderbouwing/analyse geven van de kengetallen zoals die vorig jaar in de kadernota waren opgenomen ten opzichte van dit jaar.
Welke ontwikkelingen hebben bijgedragen aan de grote wijzigingen in de grafieken? Antwoord 26: Grote wijzigingen doen zich vooral voor bij de solvabiliteit en komen met name voort uit het rekeningresultaat 2021 (€ 8 miljoen voordelig) en een andere verwerking van de lange termijnfinanciering (we mogen geen € 14 miljoen disagio direct als last te verwerken ten laste van de vermogenspositie maar moeten deze over vijf jaar uitsmeren). Hierdoor verbetert onze vermogenspositie sterk ten opzichte van de vorige kadernota. Bij de begroting 2023 worden de kengetallen nader geanalyseerd. Vraag 27: Zijn de 2000 woningen die u de aankomende 4 jaar wilt bouwen al opgenomen in de lopende begroting/ woonvisie? Of worden hier nieuwe plannen voor ontwikkeld? Antwoord 27: De bedoelde woningen komen voornamelijk voort uit al bestaande plannen. Ze worden nu ingeboekt in de meerjarenbegroting. Dit werd tot op heden pas gedaan na realisatie.
Vraag 28: Areaaluitbreiding: Klopt het dat je alleen een hogere vergoeding voor areaaluitbreiding krijgt voor woningen die afgerond zijn of zijn er ook andere zaken waar je deze vergoeding voor krijgt? Kunt u aangeven waarop de extra areaaluitbreidingvergoeding voor 2023 en 2024 is gebaseerd? Is die gebaseerd op de huidige bouwplannen die in de bouwmonitor zitten? Zo ja, zitten die bedragen dan niet al in de lopende begroting verwerkt? Zo niet, waarom niet? Antwoord 28: De algemene uitkering is gebaseerd op de werkelijke aantallen (woningen en inwoners in dit geval). Dus wat we daadwerkelijk krijgen uitgekeerd is inderdaad gebaseerd op de afgeronde woningen. Dit laat onverlet dat je in de meerjarenbegroting rekening kunt houden met de verwachte oplevering en bewoning van woningen. Dit werd tot op heden
niet gedaan, daarmee boeken we dus al de toekomstig te verwachten inkomsten in. De verwachte oplevering is gebaseerd op vastgestelde bouwplannen. Vraag 29: Kunt u ons een onderbouwing geven van de verwachte inkomsten uit areaaluitbreidingen voor de aankomende jaren? Wat krijgen wij binnen, welke kosten staan daar tegenover? Hoe wordt dit berekend? En hoe en waar wordt dit zichtbaar voor de raad? Antwoord 29: Uitgaande van een gelijkmatige verdeling van de 2.000 woningen over vier jaar is een scenario voor de algemene uitkering van het gemeentefonds berekend met 500 extra woningen per jaar en een gemiddelde van 2,5 inwoner per woning. Daarbij wordt dan ook rekening gehouden met de doorwerking in de diverse maatstaven waaruit de algemene uitkering is opgebouwd. Daaruit volgt de hogere opbrengst van de algemene uitkering zoals opgenomen in het coalitieakkoord en kadernota. Er staan nog geen direct aanwijsbare kosten tegenover. Echter is het logisch te veronderstellen dat bij de toename van woningen ook meer kosten gemaakt moeten gaan worden voor bijvoorbeeld het onderhoud van de openbare ruimte (wegen, groen etc.). Omdat dit nog niet te berekenen is (dit is allemaal afhankelijk van de wijze waarop de openbare ruimte vorm wordt gegeven) is een aanname gemaakt. Deze aanname is als stelpost onderhoud toegenomen areaal opgenomen in het coalitieakkoord en de kadernota.
De raad wordt via de P&C-documenten geïnformeerd over de kosten en opbrengsten. Daarnaast wordt de raad via raadsinformatiebrieven separaat geïnformeerd over de gevolgen van de mei- en septembercirculaires op de omvang van onze algemene uitkering uit het gemeentefonds.