Beantwoording technische vragen CU inzake jaarrekening, 1ste berap en kadernota.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vervolgvragen ChristenUnie inzake Jaarrekening, 1ste berap en kadernota Vraag 1: Kunt u aangeven hoe onze kengetallen (solvabiliteitsratio, netto schuldquote, weerstandsvermogen en structurele exploitatieruimte) eruit zien, na vaststelling van de jaarrekening conform raadsvoorstel. Antwoord 1: De netto schuldquote en de gecorrigeerde schuldquote zal circa 0,8% toenemen. Hierbij zijn we ervan uitgegaan dat de € 1.263.000 aan over te hevelen posten via de rekening courant met de bank betaald worden. Er worden geen nieuwe leningen aangetrokken, boven datgene dat al bekend is. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd gaan hiermee van 80.9% naar 81,7%. De solvabiliteitsratio zal met 0,9% afnemen. De overheveling van de € 1.263.000 wordt eerst in een andere reserve gestort. Dat leidt niet tot een wijziging. Maar uitgaande van het beschikbaar stellen van de € 1.263.000 in 2022 leidt wel tot een mutatie van circa 0,4%. Het doen van de storting in de voorziening voor wachtgeld wethouders leidt wel tot een directe verhoging van circa 0,5%. Het solvabiliteitspercentage gaat hiermee van 27,2% naar 26,3%. Het kengetal grondexploitatie wijzigt door deze transacties niet en blijft op 6,8% Ook de structurele exploitatieruimte wijzigt niet.
Immers het voorgestelde besluit betreffen incidentele posten en die worden bij deze berekening van dit kengetal buiten beschouwing gelaten. Het kengetal structurele exploitatieruimte blijft derhalve 6,5% Ook de kengetallen belastingcapaciteit en onbenutte belastingcapaciteit wijzigen niet. Dus respectievelijk 108,4% en 1,7% Het saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten daalt met 1,5%. Ook hier tellen alleen de posten in de overheveling en de storting in de voorziening. Hiermee daalt dit percentage van 5,0% naar 3,5%. De overheveling naar de reserves tellen niet mee. Immers er vindt een onttrekking plaats aan de AR en leiden tot stortingen in de reserve Sociaal Domein. Echter pas na het inzetten van deze reserve zal er een wijziging n dit kengetal plaatsvinden. Vraag 2: Idem voor de doorrekening na berap en kadernota. Antwoord 2: Technische vervolgvragen Berap Er wordt nu tussentijds een beoordeling gemaakt. Dit is niet gebruikelijk. Bij het opstellen van de Jaarrekening 2022 wordt er een gedetailleerd beeld weergegeven. - De netto schuldquote en de gecorrigeerde schuldquote zal circa 2,2% toenemen. Er worden geen nieuwe leningen aangetrokken, boven datgene dat al bekend is. - De solvabiliteitsratio zal met 1,2% afnemen. - Kengetal grondexploitatie wijzigt door vaststelling 1e bestuursrapportage 2022 niet. - De structurele exploitatieruimte zal met 1,7 afnemen.
- De kengetallen belastingcapaciteit en onbenutte belastingcapaciteit wijzigen niet. - Het saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten daalt met 2,2%. Technische vervolgvragen Kadernota Op basis van de kadernota zelf zijn geen kengetallen te berekenen. Doorrekenend vanuit de uitkomsten van de jaarrekening 2021 en de eerste bestuursrapportage 2022 is een berekening te maken van de gevolgen van de Kadernota voor de kengetallen. Het begrotingssaldo van 2023 verbetert in de Kadernota van een tekort van € 94 K naar een overschot van € 378 K. hierdoor neemt de solvabiliteit toe met 0,15%. Het heeft ook
een positief effect op de netto schuldquote, deze neemt af met 0,3%. De structurele exploitatieruimte verbetert met 0,3%. De kengetallen grondexploitatie, belastingcapaciteit en onbenutte belastingcapaciteit wijzigen niet. In de begroting 2023 worden de kengetallen opnieuw opgesteld. Vraag 3: Er is geen antwoord gekomen op onze vraag of er in de kadernota/begroting voldoende budget is opgenomen om de inrijverboden en de bijbehorende handhaving uit te voeren. En als er niet voldoende middelen zijn, hoeveel is er dan nodig? Antwoord 3 Er zijn afdoende middelen opgenomen om de voorgenomen plannen uit te voeren Vraag 4: Vervolgvraag op onze vraag nr 27: Voorheen werden alleen gerealiseerde woningen in de begroting opgenomen, nu de geplande woningen. Waar is deze andere werkwijze op gebaseerd? Waarom werd dit in het verleden anders gedaan? Welke risico's kleven aan deze nieuwe werkwijze? Daarnaast zijn er ook externe risico's zoals stikstofproblemen, personeelstekort, veranderingen door de omgevingswet etc. die ervoor kunnen zorgen dat de geplande realisatie vertraging oploopt of afgesteld wordt.
Welke externe risico's ziet u en hoe heeft u deze risico's afgedekt om te verantwoorden dat wij niet alleen gerealiseerde, maar ook geplande woningen al verwerken in de kadernota/ begroting? Antwoord 4: Voorheen werd hier voorzichtige mee omgegaan, mede omdat de fase waarin de bouwplannen verkeerden nog minder zeker waren. Nu is er voor gekozen om het effect van de plannen al wel in de begroting op te nemen. Een keuze, waarmee je al wel een voorschot neemt op de toekomstige realisatie (die nog moet gaan plaats vinden). Daarmee zijn inderdaad risico’s gemoeid, zoals omschreven in de vraag. Meer risico’s dan met de vorige werkwijze, maar we schatten wel in dat de realisatie realistisch is. Met de risico’s houden we rekening in onze risicoparagraaf van de begroting en in de risicoparagraaf van bouwgrondexploitaties. Vraag 5: Vervolgvraag op vraag 28: In het antwoord staat: De algemene uitkering is gebaseerd op de werkelijke aantallen (woningen en inwoners in dit geval). Dus wat we daadwerkelijk krijgen uitgekeerd is inderdaad gebaseerd op de afgeronde woningen. Dit laat onverlet dat je in de meerjarenbegroting rekening kunt houden met de verwachte oplevering en bewoning van woningen. Dit werd tot op heden niet gedaan, daarmee boeken we dus al de toekomstig te verwachten inkomsten in. De verwachte oplevering is gebaseerd op vastgestelde bouwplannen.
Vraag: Als wij het goed hebben begrepen is het bedrag voor de areaaluitbreiding gebaseerd op 2000 woningen in de aankomende 4 jaar. Op basis van uw laatste zin, trekken wij de conclusie dat al deze 2000 woningen dus vastgestelde bouwplannen zijn. Klopt dit? Zo niet, hoe moeten wij deze laatste zin dan lezen? En is het van deze vastgestelde bouwplannen dan ook al vastgesteld/ vastgelegd dat ze in de periode tot 2026 gebouwd en opgeleverd zijn? Antwoord 5:
De 2000 woningen komen nagenoeg allemaal uit bestaand vastgestelde bouwplannen. Daarmee is niet gezegd dat de plannen altijd conform plan worden opgeleverd, er zijn diverse factoren die daarop van invloed zijn. Zie ook de benoemde risico’s bij vraag 27. Er bestaat dus altijd een risico op uitloop. Maar we schatten wel in dat het een realistisch beeld is van de op te leveren woningen. Vraag 6: Vervolgvraag areaaluitbreiding: wordt er ergens in de kadernota en/of de begroting vermeld welke bedragen wij binnen krijgen voor areaaluitbreiding? Is het voor de gemeenteraad zichtbaar wat we hiervoor ontvangen? Antwoord 6: In het coalitieakkoord is toegelicht wat het effect is van de areaaluitbreiding op de algemene uitkering. (2023: € 466K, 2024: € 925K, 2025: € 1.646K en 2026: € 2.381K). Dit is een grove inschatting op basis van de aanname dat de 2000 woningen gelijkelijk over vier jaar worden opgeleverd en uitgaande van een bewoning met gemiddeld 2,5 inwoners per woning. Deze bedragen zijn voor iedereen zichtbaar, via het coalitieakkoord en via de opname van de effecten van het coalitieakkoord in de kadernota.