Beantwoording technische vragen CU inzake Glasmuseum.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen ChristenUnie inzake Glasmuseum Door het achterstellen van de lening van € 1 mln. loopt de gemeente extra risico, immers door de achterstelling gaan bij een onverhoopt faillissement alle andere schuldeisers voor, voordat de gemeente geld kan claimen. Ook kan de gemeente voor dit gedeelte geen gebruik meer maken van haar hypotheekrechten., Vraag 1: Graag krijgen wij inzage in de jaarrekeningen van het Glasmuseum van 2020 en 2021 en de begroting 2022 Antwoord 1: Via de website van het Nationaal Glasmuseum is het Jaarverslag 2020 te raadplegen. We hebben dit verslag in de bijlage toegevoegd. De jaarrekening 2021 ligt momenteel ter behandeling voor aan het Ministerie van OCW en zal vanaf juli 2022 openbaar zijn. Wij kunnen u melden dat de jaarrekening 2021 een positief exploitatieresultaat kent waarmee de trend van positieve exploitatieresultaten vanaf 2017 ook in 2021 is voorgezet. Waarbij we opmerken dat financiële Coronasteun van zowel OCW als gemeente Vijfheerenlanden hierbij van groot belang is geweest. De Meerjarenbegroting 2022 – 2025 van het Nationaal Glasmuseum is geen openbare informatie. Deze begroting is vertrouwelijk besproken in de bestuurlijke overleggen met de gemeente Vijfheerenlanden. Vraag 2: De gemeente heeft nu hypotheekrecht op de panden van het Glasmuseum. Dus voor beide verstrekte leningen van in totaal € 2.850.000 A.
Hoe hoog zijn de hypothecaire inschrijvingen en wat zijn de huidige rangordes B. Zijn de hypotheekakten dusdanig opgesteld dat deze van toepassingen zijn voor alle huidige en toekomstige schulden van het glasmuseum of is er in de hypotheekakten een koppeling gemaakt met de door de gemeente verstrekte leningen van € 1 mln. en € 1,85 mln. Antwoord 2: A. De Stichting Nationaal Glasmuseum Leerdam heeft aan de gemeente het recht van eerste hypotheek verleend tot een bedrag van 2.850.000 euro + 855.000 euro (i.e. renten, vergoedingen, boeten en kosten begroot op 30% van de hoofdsom). De hypothecaire inschrijving betreft dus een totaalbedrag van 3.705.000 euro. Tussen de leningen is onderling geen rangorde aangebracht. B. De hypotheekakte is dusdanig opgesteld dat die strekt tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de gemeente van het Glasmuseum te vorderen heeft of mocht hebben uit hoofde van huidige en toekomstige geldleningen, kredietverstrekkingen, borgtochten, bank- en contragaranties, schulden, vorderingen, andere financiële instrumenten of uit welke anderen hoofde dan ook. Vraag 3: Door het achterstellen van de lening van € 1 mln neemt het risico voor de gemeente toe, omdat de gemeente deze lening bij een onverhoopt faillissement pas kan opeisen nadat alle andere schuldeisers van het Glasmuseum zijn betaald (in de huidige situatie valt deze € 1 mln onder de
preferente vorderingen o.b.v het hypotheekrecht en als de waarde van het onroerend goed onvoldoende is blijft het een concurrente vordering) In het raadsverslag wordt geconcludeerd dat op basis van een risicoinschatting er een extra risicovoorziening moet worden getroffen van € 500.000. Er is een onlosmakelijk verband tussen het verhogen van de risicoreserve en het besluit om de lening achter te stellen. A. Geeft het feit dat er door het besluit tot achterstelling een extra risicoreserve moet worden gevormd niet aan dat dit het budgetrecht van de Raad raakt en dat het derhalve niet tot de bevoegdheden van het college behoort om hierover te beslissen? B. Omdat dit besluit in 2022 wordt genomen en ook in 2022 het contract wordt aangepast met het Glasmuseum, is het dan juist dat deze voorziening ook in de jaarrekening 2022 moet worden meegenomen. C. Is hierover advies gevraagd aan de accountant en kunnen wij dit advies ontvangen? D. Omdat er een additionele voorziening moet worden getroffen die rechtstreeks samenhangt met het besluit om de lening achter te stellen, is het dan niet noodzakelijk om dit nu reeds in het raadsbesluit wordt opgenomen en niet pas bij de vaststelling van de jaarrekening 2022 Antwoord 3: In het raadsverslag is onjuist geconcludeerd dat er een risicovoorziening van € 500.000 voor de achtergestelde lening moet worden gevormd.
De achterstelling van de lening heeft nu alleen tot gevolg dat we als gemeente een nieuw risico in ons risicoprofiel moeten opnemen. De achterstelling van een lening levert namelijk een onzekerheid (ofwel een risico) op omdat deze lening mogelijk niet wordt terugbetaald. Dit risico schatten we in op 50/50, waardoor het netto risico op € 500.000 uitkomt. Pas vanaf een kans percentage van 90% of hoger (dus wanneer er vrijwel zeker vanuit kan worden gegaan dat terugbetaling niet gaat plaatsvinden) zullen we een voorziening moeten vormen maar dan mogelijk wel voor het maximale bedrag van € 1 miljoen. Vorming van een voorziening is dus nu niet aan de orde. Wanneer dit het geval zou zijn geweest, dan is hiervoor inderdaad een raadsbesluit benodigd omdat dan de algemene reserve hiervoor moet worden aangesproken. Tegenover alle netto risico’s die de gemeente loopt, dient wel een eigen weerstandscapaciteit van een gelijke omvang tegenover te staan. De eigen weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit onze algemene reserves. Op dit moment is de omvang van onze algemene reserves aanmerkelijk hoger dan het totaalbedrag aan risico’s inclusief het netto risico van € 0,5 miljoen op de achterstelling van de geldlening.
Aangezien we het hier wel hebben over een substantieel risico krijgt de gemeenteraad (minimaal 2 keer per jaar, bij de behandeling van de begroting en de jaarrekening), inzicht in de laatste stand van zaken. Antwoord 3A: Het achterstellen zelf is ingevolge artikel 160, eerste lid, onder d Gemeentewet een bevoegdheid van het college. Uit ons antwoord hierboven bij vraag 3, blijkt dat wij geen voorziening hoeven te treffen voor het risico op € 500.000. Als dit wel het geval was geweest, dan heeft u gelijk. Dan was de raad een concept-besluit hierover voorgelegd. Antwoord 3B: Zie het antwoord direct onder de vraag 3. Er is geen voorziening nodig.
Antwoord 3C: Zie het antwoord direct onder vraag 3. Er is geen voorziening nodig. Antwoord 3D: Zie het antwoord direct onder vraag 3. Er is geen voorziening nodig.