Beantwoording technische vragen ChristenUnie inzake Zoeklocaties RES en definitief bod (commissie RWD 06.12.2022).docx
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen ChristenUnie inzake Zoeklocaties Regionale Energie Strategie en definitief bod (commissie RWD 06.12.2022)
De strategie van het college voor het RES bod is nu met een zeer sterke focus op zon-op-dak (groter dan 15 kWp). > Omdat het niet eenvoudig is om te bepalen hoeveel zon-op-dak (groter dan 15 kWp) er nu al ligt, zal het ook niet eenvoudig zijn om te bepalen wanneer het versnellingsprogramma afdoende resultaat oplevert. Daarom hierover de volgende vragen: Vraag 1: Op welke wijze monitort u de groei (autonome groei en versnellingsplan) van het aandeel zon-op-dak van de doelgroep (groter dan 15 kWp)? Antwoord 1: In 2023 zal, vanwege de opstartfase van het Versnellingsprogramma Zon op Dak [VZOD] en het naijleffect, niet direct een grote groei waarneembaar zijn. Daarom is aangegeven dat de eerste monitoringsresultaten in 2024 bekend zullen worden gemaakt. De monitoring zal bestaan uit de totaal geplaatste oppervlakte, en de groei door het versnellingsprogramma (op basis van verstrekte subsidie). Daarnaast zal uiteraard ook de autonome groei en de eventuele groei van kleine windturbines worden meegenomen. Momenteel wordt op rijksniveau gewerkt aan een monitor voor betrouwbare gegevens. Vraag 2: Welk effect verwacht u hierin van de afbouw van de salderingsregeling? Antwoord 2: De afbouw van de salderingsregeling gaat waarschijnlijk op zijn vroegst in op 1 januari 2025 (maar er kan ook nog tot een latere datum worden besloten.
Immers de behandeling in de Tweede Kamer staat weliswaar nog voor het kerstreces gepland, maar is al diverse keren uitgesteld. Als het nu wederom niet wordt behandeld, dan kan de afbouw vanaf 1 januari 2025 waarschijnlijk praktisch onhaalbaar zijn). En wordt daarna stapsgewijs afgebouwd tot en met 2030 (of later). Dit geldt voor huishoudens en kleine bedrijven. Juist bedrijven die energie verbruiken gedurende de dag (dat zijn overigens de meeste bedrijven) hebben dan ook direct rendement van hun opgewekte energie via zonnepanelen. Met een steeds toenemend elektriciteitsgebruik – ook bij bedrijven omdat ook zij van het gas af moeten – zal de vraag nog steeds groeien en daarmee ook het rendement voor de opgewekte energie voor het eigen gebruik bij bedrijven. De verwachting is dan ook dat de afbouw van de salderingsregeling een gering effect zal hebben. Vraag 3: Op welk moment bepaalt u dat de totale groei van deze doelgroep afdoende is om het RES bod van 0,072 TWh te kunnen behalen? Antwoord 3: In 2024 zullen de eerste monitoringsgegevens worden opgemaakt en zal bezien worden of we op koers liggen of dat er bijgestuurd dient te worden. Daarbij zal ook breder gekeken worden naar de context waarbinnen de ontwikkelingen gaande zijn. Daarna zal elk jaar de monitoring worden opgemaakt of er een afwijking van de koers wordt geconstateerd en of bijgestuurd dient te worden.
De verhoging van de inzet zal daarbij worden afgestemd op de deviatie.
Vraag 4: Wat is de uiterste datum om deze beslissing te nemen zodat er nog voldoende tijd is om de dan noodzakelijke windturbines op tijd (2025) vergund te hebben? Antwoord 4: Doordat geadviseerd wordt om de trajecten van het VZOD en de project m.e.r. gelijktijdig te laten verlopen, kan de ontwikkeling verdergaan en kan besloten worden om in 2024 verder gaan met de uitvoering van een zoekgebied en de vergunningverlening. Vraag 5: Kunt u het tijdspad aangeven van het proces dat doorlopen moet worden terugrekenend vanaf het moment dat de windturbines vergund moeten zijn. Waarbij helder is op welk moment de keuze gemaakt moet zijn? Antwoord 5: Dat is niet exact te zeggen omdat een aantal zaken nog niet bepaald zijn zoals het aantal windturbines, de hoogte, de uitkomsten van de project m.e.r., etc. Grofweg kan het navolgende worden weergegeven. 2021-2022 plan m.e.r. (verkenningsfase) 2023/2024 project m.e.r. en plan inwoners (ontwikkelfase). 2024-2027 uitwerking definitief ontwerp, contracten en financiering (contractfase). 2026-2030 inkoop, levering en bouw windturbine(s) (realisatiefase). 2030-2050 levering van duurzame energie (exploitatiefase). Vraag 6: Welke afwijking van de tabel in de bijlage Verwachte opwek duurzame elektrische energie in VHL acht u daarbij acceptabel? Antwoord 6: Elke afwijking zal jaarlijks worden weergegeven.
Wanneer een afwijking wordt geconstateerd is het aan de raad om te beslissen of en in welke mate men dat acceptabel vindt.
Intussen blijkt dat er een voorkeur is uitgesproken voor het verder onderzoeken (plan m.e.r.) van twee locaties. Indertijd is er uitspraak gedaan door de Raad om de zoeklocatie Zijderveld te onderzoeken. Over deze twee locaties is nooit een raadsvoorstel aangenomen. Vraag 7: Welke argumentatie ligt er ten grondslag aan de locatiekeuze van het college? Antwoord 7: Op basis van het amendement c.q. het beleidskader energietransitie [BET] om eerst onderzoek te doen bij de bestaande zoeklocatie (Autena) en de rangorde uit de plan m.e.r. is gekozen voor de voorkeurslocatie zoekgebied 12 en als alternatieve locatie zoekgebied 10. Daarbij zijn de uitkomsten van de participatieve waarde-evaluatie [PWE] ondersteunend aan deze keuze.
Zoeklokatie 12 (Autena) voldoet niet aan de gestelde criteria in het beleidskader. Bovendien is het niet wenselijk om bij de drie bestaande windturbines een vierde, hogere, erbij te plaatsen. En er ligt eenmalig vanuit de bestaande eigenaar op vergoeding van minderopbrengsten bij bijplaatsing. Ook in het RV staat dat deze locatie niet voldoet aan de criteria in het Beleidskader. Vraag 8: Locatie 12 lijkt in strijd met het beleidskader (afstandsgrens). Zien wij dat goed? Zijn er gevolgen voor ons beleid als wij nu afwijken van dit kader? Antwoord 8: In het beleidskader energietransitie [BET] op pagina 4 is aangegeven dat als eerste optie de bestaande locatie, te weten Autena, onderzocht zal worden via een project m.e.r. Dit betreft dan ook geen nieuwe zoeklocatie. In het beleidskader is aangegeven dat de afstandscriteria van 1200 m t.o.v. woonkernen wordt gehanteerd voor nieuwe te ontwikkelen windlocaties. Locatie 12 is dan ook niet in strijd met het beleidskader.
Ter verduidelijking, hierbij de tekst van het amendement: Bij “Aan te houden afstand bij windturbines” waarbij geen nieuwe locaties voor windturbines geplaats mogen worden binnen een straal van 900 meter van een woonkern, te veranderen in 1200 meter, (inclusief 100 meter voor uitbreidingsmogelijkheden van een woonkern.) Vraag 9: Op welke manier is dit Antea rapport meegenomen/meegewogen in de voorgestelde zoeklocaties? Antwoord 9: Verwezen wordt hiervoor naar het antwoord onder 7.