Beantwoording technische vragen ChristenUnie inzake begroting.docx
Tekst van het document
Technische vragen ChristenUnie inzake Begroting Vraag 1: Algemene vraag: Hoe moeten wij deze begroting lezen? Er staan onder de kopjes ‘wat gaan we daarvoor doen’ en ‘concrete resultaten in 2023’ gedetailleerde punten in waarbij we wisselend nieuwe onderwerpen en bestaand beleid tegen komen. Betekent dit dat wat we hierin zien alles is wat we gaan doen en we andere dingen niet (meer) doen? Waarom zijn bepaalde onderwerpen wel/niet opgenomen? Antwoord 1: Het kopje “wat gaan we daarvoor doen” geeft op hoofdlijnen de acties die de komende jaren gedaan gaan worden om daarmee naar verwachting de beleidsdoelstellingen te realiseren. Onder het kopje “concrete resultaten” zijn, zoal de titel al doet vermoeden, de resultaten opgenomen die wij voor het begrotingsjaar 2023 verwachten te realiseren, op basis van bestaand beleid en nieuw beleid (met name voortkomend uit het coalitieakkoord) Vraag 2: Financiën algemeen: Andere jaren werd de doorvertaling van de kadernota los in de financiële tabellen opgenomen, welke gevolgd werd door een korte toelichting. Graag ontvangen wij wederom een dergelijke uitsplitsing. Waarom is ervoor gekozen om dit nu niet meer te doen? Indien er ander nieuw beleid is opgenomen in deze begroting zien wij graag de concrete budgetten terug zodat wij bij de bestuursrapportages ook weten wat het gevolg van een eventuele overschrijding/onderbesteding is.
Antwoord 2: Bij de nieuwe programma indeling is ook een strakker format van de tabellen opgenomen op de programma’s. Dit omdat de bedoelde doorvertaling van de kadernota vooral een herhaling van de bedragen van de kadernota werd. Hiermee sluit de vormgeving van de tabellen meer aan bij de gebruikelijke vormgeving. Wellicht kan de vormgeving betrokken worden bij de discussie over de doorontwikkeling van de planning en controlcyclus. Vraag 3: p. 6 Wat wordt bedoeld met de zin ‘Daarom betrekken wij bij nieuwbouwplannen uitgangspunten voor het realiseren van onderwijsvoorzieningen waardoor een stevige basis in de lokale samenleving wordt gerealiseerd’? Antwoord 3: De uitgangspunten voor het realiseren van (eventuele) onderwijsvoorzieningen worden bij nieuwbouwplannen al direct meegenomen. Vraag 4: Pag 8 Wijk en dorpsgericht werken 2e bullet Hoe wordt de raad bij deze evaluatie en het vervolg betrokken? Antwoord: Over de aanpak van de evaluatie zal het college te zijner tijd een besluit nemen en de raad daarover informeren. In de evaluatie worden alle partijen benaderd die bij de wijkaanpak betrokken zijn. De raad zal in Q4 2023 geïnformeerd worden over de uitkomsten. De wijze waarop de raad bij het vervolg wordt betrokken is afhankelijk
van de vervolgstappen en de daaraan verbonden beleidsmatige dan wel financiële gevolgen, die naar aanleiding van de evaluatie worden geadviseerd Pag 8 Dienstverlening: wanneer verwacht u de uitkomsten van het onderzoek bij bullet 2 te kunnen delen met de raad? Antwoord 4: Antwoord: Het onderzoek wordt nog uitgevoerd door de griffie. Zodra dit gereed is wordt het gedeeld met de raad. Vraag 5: Pag 9 organisatie laatste bullet - Hoe zijn de lasten en verwachtte inkomsten vanuit het Rijk voor de opvang asielzoekers verwerkt in de begroting? Antwoord: Op dit moment is het als uitgangspunt verwerkt op het programma dat de uitgaven worden gecompenseerd door inkomsten vanuit het Rijk, zo nodig aangevuld vanuit beschikbare eigen middelen. We zijn nog in afwachting van de definitieve bijdragen. Zodra we hier meer over weten, wordt het aan u voorgelegd ter verwerking. Dit zal waarschijnlijk via de bestuursrapportage in 2023 zijn. - Klopt het dat u hier niet doelt op een brede verkenning van integraal werken, maar dat dit alleen gaat over integraliteit in werken in de 0e lijn binnen het sociaal domein? Antwoord 5: In de paragraaf Bedrijfsvoering (pagina 76/77) wordt hier verder op ingegaan. Het betreft inderdaad geen brede verkenning, maar is toegespitst op de 0de lijn. Vraag 6: Pag 11 Veiligheid In onze gemeente is een kwartiermaker aangesteld voor het project ‘ Jonge aanwas’.
Hierover lezen wij niets terug in de begroting. Welk resultaat hoopt u vanuit deze aanpak in 2023 te bereiken? Is hiervoor binnen het IVP 2023-2025 waarnaar verwezen wordt budget voor? Antwoord 6: Het voortzetten van de lijn die in 2022 is gestart. Deze start staat in het teken van bewustwording en het verbinden van samenwerkingspartners in het sociaal, onderwijsen veiligheidsdomein, om samen aan de slag te gaan met het voorkomen van jonge aanwas in de drugscriminaliteit. In 2023 wordt deze samenwerking geoptimaliseerd, verstevigd en bestendigd voor de langere termijn, zowel in beleid als in de samenwerking met de diverse partners. Daarnaast is het streven om een gezamenlijk actueel informatiebeeld op te stellen. Dit geeft richting aan het inzetten van de juiste interventies, zowel op het gebied van preventie als repressie. Er worden zoveel mogelijk verbindingen gelegd met bestaande overlegstructuren en lopende projecten, zoals de wijkaanpak De Hagen, OKO en Vreedzame Wijk. Tenslotte zal het speelveld zich uitbreiden van de wijk De Hagen (waarop in 2022 de focus lag) naar een groter gebied binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Het IVP 2023 – 2025 zal inhoudelijk de verschillende veiligheidsthema’s bespreken. Jonge Aanwas is hiervan een onderdeel. Wat betreft het budget: momenteel ontvangen wij hiervoor gelden vanuit de Rijksoverheid.
Voor het komende jaar wordt gewerkt aan de voortzetting hiervan. Vraag 7: p.12 Welk concreet resultaat wilt u boeken met de volgende passage: ‘Wij erkennen dat veiligheid
zich niet in een hokje laat duwen. Wat vandaag is, kan morgen anders zijn. Wij zien ons geconfronteerd met toenemende maatschappelijke onrust. Insteek is daarbij altijd allereerst contact te zoeken met de juiste partij en van daaruit verder te bouwen’.? Antwoord 7: Deze passage duidt op de onverwachtse zaken die op het gebied van veiligheid kunnen plaatsvinden. Denk hierbij aan de recente situatie in Hoef & Haag waarbij diverse woningen zijn gesloten n.a.v. (dreigingen van) explosies, maar ook de toenemende maatschappelijke onrust over de agrarische sector. Wanneer een dergelijke zaak op onze schouders terechtkomt, is de tactiek om met de juiste organisatie om tafel te gaan (partner of niet) om ervoor te zorgen dat de situatie handelbaar en acceptabel is. Vraag 8a: Pag 15 Sociaal domein algemeen Programmalijnen: klopt het dat de derde programmalijn ‘tegengaan van armoede en schulden’ hoort te heten ipv armoede en schulden? Antwoord 8a: Nee, de programmalijn heeft de naam “Armoede en Schulden”. Vraag 8b: Is/wordt er een nulmeting uitgevoerd om de monitoring mogelijk te maken en te ontdekken of de doelen ook bereikt worden? Is hier budget voor opgenomen? Zo niet, waarom niet? Antwoord 8b: Het visiedocument Sociaal Maatschappelijke Agenda wordt momenteel uitgewerkt in een programmaplan met drie belangrijke thema’s, de programmalijnen.
Dit zijn gezondheid, een leven lang ontwikkelen en armoede en schulden. Bij het opstellen van de (sub)doelen op de drie thema’s wordt zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van beschikbare data/ registraties, informatie en (prestatie)indicatoren. Zodat de situatie van nu bij de start goed vergeleken kan worden met de situatie aan het eind van de programmaplan periode, medio 2026. Van belang daarbij is dat (sub) doelen helder en eenduidig geformuleerd worden en er gemeten wordt vanuit heldere definities. Er wordt nu goed bekeken welke (prestatie)indicatoren werkelijk iets zeggen over het bereiken van doelen en welke daar geen of minder inzicht in geven. Mogelijk moeten registraties her en der iets aangepast worden om uiteindelijk betere data op te leveren. De uitdaging is niet om veel (prestatie)indicatoren te gebruiken, maar juist die, die het meest informatief zijn en passend bij de doelen. Belangrijke bronnen van informatie zijn, naast de verplichte indicatoren uit de begroting, bijvoorbeeld de GGD-monitor, de Monitor Sociale Kracht (MSK, 2-jaarlijks), informatie van Avres en de Peutermonitor (start na 2022). De MSK is in 2022 voor de derde maal uitgevoerd en geeft per wijk/ dorp inzicht in hoe inwoners hun persoonlijke situatie en buurt op diverse aspecten ervaren; naast leefbaarheid onder andere ook gezondheid en financiën .
De rapportage zal naar verwachting medio december 2022 klaar zijn. Er is dus geen expliciete nulmeting uitgevoerd, maar er is/ komt wel informatie aan de hand waarvan we kunnen monitoren of het behalen van doelen dichterbij komt. Het opstellen van en werken met het programmaplan SMA is een proces en een nieuwe manier van werken die tijd vergt. Vraag 8c: Welke concrete mogelijkheden ziet u om de toegang tot mantelzorgregelingen te verbeteren? En aan wat voor respijtmogelijkheden moeten wij hier denken?
Antwoord 8c: Op dit moment worden onderzoeken uit reguliere budgetten gedekt. Vraag 9: Pag 16 Armoede en schulden Wat wilt u in 2023 concreet bereikt hebben? Graag SMART formuleren. Wat is uw definitie van ‘problematische schulden’, en wat gaat u concreet doen om inwoners te stimuleren, verleiden en uitdagen om naar vermogen mee te doen? Antwoord 9: Resultaten 2023 Vroegsignalering In 2023 willen wij samen met AVRES, Maatje Vijfheerenlanden en de welzijnsorganisaties (SamenDoen en Welzijn Vianen) komen tot een functionerend vroegsignalering systeem. In 2023 zullen hierbij ook de scholen betrokken worden. Het doel is om inwoners met schulden eerder te bereiken voordat de problematiek geëscaleerd is respectievelijk een problematische schuldensituatie is ontstaan. Problematische schulden Wij spreken van problematische schulden indien er een opstapeling van schulden is ontstaan, die niet meer regelbaar is of waarbij schuldeisers niet akkoord gaan met de aangeboden betalingsregeling. Ons doel is om inwoners eerder te bereiken zodat zover mogelijk door de 0de lijn een oplossing door bijvoorbeeld betalingsregelingen gerealiseerd kan worden. Wij zijn in gesprek met onze netwerkpartners om nadere afspraken te maken wanneer professionele schulddienstverlening bij AVRES aangevraagd moet worden.
Procesafspraken voor een sluitende ketenaanpak ‘financiële hulp’ Voor een efficiënte onderlinge samenwerking zijn in 2022 meerdere gesprekken gevoerd met de besturen van de welzijnsorganisaties en Maatje Vijfheerenlanden en hieraan aansluitend met de professionals op de werkvloer. Daarnaast worden ook het Sociaal Team en AVRES bij de vormgeving van het proces betrokken. In 2023 willen wij samen met AVRES, Maatje Vijfheerenlanden, het Sociaal Team en de welzijnsorganisaties tot samenwerkings- en procesafspraken komen voor een sluitende ketenaanpak. Participatie Samen met onze netwerkpartners bevorderen wij participatie en de activering richting werk. Inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden ondersteund en geactiveerd door persoonlijke ontwikkeling en sociale activering om naar vermogen mee te doen. Wij bieden persoonlijke- en talentontwikkeling, sociale activering en maatschappelijke participatie en bieden hulp bij het regelen van praktische voorwaarden t.a.v. aan jezelf werken en meedoen zoals taalonderwijs en kinderopvang. Aanvullend wordt collectieve ondersteuning aangeboden door middel van trainingen en bijeenkomsten. Resultaten 2023 Met de individuele partners zijn resultaatafspraken gemaakt. Voor de programmalijn armoede en schulden worden nu concrete uitvoeringsdoelen gemaakt.
Op dit moment lopen de gesprekken met onze maatschappelijke samenwerkingspartners en zijn die afspraken nog in ontwikkeling. Zodra dit proces is afgerond zal de Raad hierover geïnformeerd worden en het programmaplan met de concrete resultaatafspraken ontvangen.
Vraag 10: Jongerenparticipatie Wanneer verwacht u de resultaten uit het onderzoek van de hogeschool Utrecht met ons als raad te kunnen delen? Antwoord 10: We verwachten het onderzoeksrapport over jongereninspraak en -participatie binnenkort te ontvangen, we zullen de raad hierover in november informeren middels een raadsinformatiebrief. Vraag 11: Pag 17: Gezondheid Met welke partners wordt het lokaal preventieakkoord opgesteld? Hoe is de samenhang tussenweg lokaal preventieakkoord en het lokaal sportakkoord. Wie maken er deel uit van de kerngroep positieve gezondheid? Antwoord 11: Het lokaal preventieakkoord zet zich in voor een gezonde omgeving om in te leven en op te groeien om de gezondheid van onze inwoners te verbeteren. Het richt zich primair op het terugdringen van roken, (problematisch) alcoholgebruik en overgewicht. Vanwege recente inzichten wordt hierin ook de mentale gezondheid meegenomen. De partners die worden betrokken zijn het brede bereik van partners dat met deze thema’s in aanraking komt of hier op een manier invloed op kan uitoefenen. Hiervoor willen we dus niet alleen partners uit het sociale domein uitnodigen, maar ook bijvoorbeeld lokale ondernemers. Er ligt een belangrijke relatie tussen het lokaal sportakkoord en het lokaal preventieakkoord, met name waar het gaat om de maatschappelijke aspecten en doelen van het lokaal sportakkoord.
We zetten in op een integrale benadering en sterke verbinding tussen de beide akkoorden. Daar waar mogelijk wordt input uit beide processen gedeeld en verwerkt. Gezien de overlap tussen de beide akkoorden onderzoeken we of we in de toekomst toekunnen werken naar een gezamenlijk leefstijlakkoord. Met de kerngroep positieve gezondheid zetten we in op het verbinden van welzijn en zorg op het thema positieve gezondheid. Voor deze kerngroep zullen we partners uit de verschillende domeinen benaderen. De kerngroep moet nog worden gevormd, dus concrete partijen kunnen nog niet worden genoemd. Vraag 12: Worden de resultaten uit het onderzoek naar zinvolle dagbesteding onderdeel van het lokaal gezondheidsbeleid? Antwoord 12: De resultaten uit dit onderzoek (naar zinvolle dagbesteding/daginvulling bij dementie) worden meegenomen in het onderzoek naar de haalbaarheid van de pilot recreatieve dagbesteding bij de WmoHet thema dementie heeft raakvlakken met het lokaal gezondheidsbeleid. De onderzoeksresultaten zullen waar relevant meegenomen worden bij de implementatie van het lokaal gezondheidsbeleid. Vraag 13: Pag. 20: De lasten van programma C liggen €2 miljoen lager dan de lasten van Programma Sociaal Domein in de 2e bestuursrapportage. Dit terwijl programma c een breder programma is (zit ook onderwijs en gezondheid in). Hoe moeten wij dit lezen?
Gaat u een bezuiniging doorvoeren op deze onderwerpen? Zo ja, waar gaat die bezuiniging landen? Antwoord 13: De lasten van voormalig programma 6 uit 2022 en programma C in 2023 zijn niet 1 op 1 vergelijkbaar. Het bestaat namelijk uit een andere optelling van deelproducten en beleidsvelden. Om toch een vergelijking met het verleden mogelijk te maken staat in de begroting 2023 wel een overzicht per programma met de corresponderende begrotingsposten uit 2022. Daaruit blijkt dat de lasten op programma sociaal domein in 2023 per saldo met ongeveer € 3 miljoen zijn afgenomen ten opzichte van de (bijgestelde) begroting 2022. Er is echter geen sprake van een bezuiniging, maar dit is vooral het gevolg van het wegvallen van een flink aantal incidentele kostenposten. Per saldo is er sprake van een daling, omdat er een groot aandeel aan incidentele lasten in was opgenomen (opstartsubsidies, uitgaven arbeidsmarktregio, opstartkosten opvanglocatie Meerkerk). Daarnaast is er sprake van structurele uitgaven die in 2022 hoger waren dan we voor 2023 verwachten. Zo geeft de begroting van Avres aan dat de kosten inkomensregeling lager zullen uitvallen dan in 2022 en is de ontwikkeling van de kosten voor Jeugdzorg in 2022 voor een deel als incidenteel aangemerkt.
Dit alles heeft dus zeker niet het karakter van een bezuiniging, maar leidt in totaal wel tot lagere uitgaven tov 2022 voor een bedrag van ongeveer €10 miljoen. Daar tegenover staan aan de andere kant lagere inkomsten en een stijging van de lasten met ongeveer €7 miljoen. Het meenemen van actuele ontwikkelingen zoals nieuwe inkoopafspraken, hogere bijdrage aan apparaatskosten en uitvoeringskosten voor de GGD, minimabeleid, reïntegratiekosten, wmo-voorzieningen en indexering van subsidies/verstrekken van nieuwe subsidies hebben geleid deze hogere kosten. Vooral vanwege het incidentele karakter van een flink aantal begrotingsposten in 2022 valt het totaal van het programma per saldo lager uit in 2023 ten opzicht van het jaar daarvoor, zonder dat er sprake is van een bezuiniging. Vraag 14: Pag 26 verbindingen natuurgebieden: Kan hier een concreet voorbeeld worden gegeven van waar we aan zouden kunnen denken? Zowel van twee natuurgebieden die aan elkaar kunnen worden verbonden als ook voor welk herstel van biodiversiteit dat gaat leiden? Antwoord 14: Een van de voorbeelden is het laten ontstaan van zoveel mogelijk aaneengesloten natuurgebieden langs de rivieren, in de uiterwaarden van de Lek en Linge, met een natuurlijk systeem en bijbehorende dynamiek. Door deze te verbinden willen we de aanwezige natuurwaarden behouden en verder uitbreiden.
Dit is van groot belang onder meer voor vogels (zoals watervogels, maar ook weide- en akkervogels) en planten (bijvoorbeeld in de zeer waardevolle stroomdalgraslanden in de Middelwaard). Vraag 15: p.29 Kan bij het opstellen van het laadpalenplan Vijfheerenlanden ook een pilot rond kabelgoottegels worden betrokken? Antwoord 15: Nee, nav recente vragen over kabelgoottegels heeft het college in een RIB het standpunt hierover gedeeld. In deze RIB zijn alle bezwaren tegen kabelgoottegels op een rij gezet en is de conclusie getrokken dat Vijfheerenlanden, alle bezwaren overwegende, de kabelgoottegels in dit prille stadium nog niet aan onze bewoners wil aanbieden. Uiteraard houden we de ontwikkelingen in de markt voor andere technische oplossingen nauwlettend in de gaten en blijven we afwegen of we het gebruik daarvan kunnen toestaan. Vooralsnog zien wij meer heil in het verder uitbreiden van het aantal laadpalen
in de openbare ruimte waar wij ons de afgelopen jaren voor hebben ingezet. We gaan dus geen pilot rond kabelgoottegels houden. Vraag 16: Pag 32 bullet 2 onder Concrete resultaten. Wat wordt hier bedoeld? Antwoord 16: De gemeentelijke verantwoordelijkheid m.b.t. het beheer en onderhoud van sociale ontmoetingsplaatsen in de gemeente verschillen en dit is dus niet overal op gelijke wijze georganiseerd. Voor een aantal sociale ontmoetingsplaatsen zijn er in het verleden afspraken gemaakt dat de gemeente verantwoordelijk is voor (een deel van de kosten van) beheer en onderhoud van het pand en voor vervangingsinvesteringen. Vaak is dit gekoppeld aan het gemeentelijke eigendom. Daar waar we geen eigenaar zijn ligt over het algemeen de verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud niet bij de gemeente, maar in sommige gevallen dragen we wel financieel bij. Deze afspraken zijn soms minder duidelijk (vastgelegd) en met de tekst bij deze bullet wordt bedoeld dat dit wordt geharmoniseerd, maar tegelijkertijd moet het de komende jaren wel passend worden geregeld met de besturen van de dorpshuizen.
Vraag 17: Pag 33 Waarom wordt er een losse visie voor de binnensportaccommodaties in Leerdam opgesteld? Maakt dit geen integraal onderdeel uit van het sportbeleid? Waarom wel voor de binnensportaccommodaties in Leerdam, maar niet voor bijvoorbeeld Lexmond? Antwoord 17: In het sportaccommodatiebeleid zijn de beleidsuitgangspunten ten aanzien van alle sportaccommodaties in onze gemeente opgenomen. De huidige staat van de binnensportaccommodaties in Leerdam (met name sportcentrum Berenschot) vraagt om een toekomstvisie, op basis waarvan keuzes gemaakt kunnen worden. Vraag 18: Pag 34: De huidige concrete resultaten bij kunst en cultuur beperken zich tot inspanningen m.b.t. Glas (in Leerdam) en onderwijs (gemeentebreed). Welke inspanning/ welk resultaat voor 2023 gaat u nastreven om kunst en cultuur-makers breder te ondersteunen dan alleen in Leerdam? Antwoord 18: Specifiek voor de begroting 2023 zijn vooral de knelpunten binnen Kunst & Cultuur benoemd, niet alle reguliere werkzaamheden binnen K&C. Een van de knelpunten is de problematiek met het Glas in Leerdam.
Sinds de start van de gemeente Vijfheerenlanden in 2019 is er onderkend dat er een risico is dat er in de toekomst te weinig ambachtslieden en kunstenaars worden opgeleid in het Glas (door onder andere het faillissement van Royal Leerdam Crystal in 2020 en ook de hoge gasprijzen vormen in Leerdam en wereldwijd een risico voor het ambacht van Glasblazen). Omdat de toeristische en economische promotie van de stad Leerdam (beleidsvelden Recreatie & Toerisme en Economie) sterk is gekoppeld aan het thema ‘Leerdam Glasstad’, is extra aandacht voor het Glas noodzakelijk. De ervaring die binnen de gemeente Vijfheerenlanden nu ontstaat met het ondersteunen van kunst- en cultuurmakers wordt uiteraard ook toegepast in geheel Vijfheerenlanden. Dit gaat wel op basis van initiatieven en kansen die zich voordoen in onze gemeente. Het Kunst & Cultuurfonds Vijfheerenlanden wordt ingezet om op zo breed mogelijk terrein, waaronder de ‘makers’, initiatieven te ondersteunen.
Een ander knelpunt / kans binnen Kunst & Cultuur is de ontwikkeling binnen het Stedelijk Museum Vianen. Bestuur en conservator van dit museum zijn zich aan het beraden op de toekomst van het Stedelijk Museum Vianen. Net als bij het Nationaal Glasmuseum geldt ook dat de huidige locatie van Stedelijk Museum Vianen haar beperkingen kent bij het organiseren van tentoonstellingen (beide museumpanden, zowel Glasmuseum als Stedelijk Museum Vianen betreffen voormalige woonhuizen en zijn daarmee niet voldoende geschikt voor het organiseren van tentoonstellingen). Het Stedelijk Museum Vianen is nu aan het onderzoeken in hoeverre zij zo mogelijk een deel van Stadhuis Vianen zouden willen gebruiken als museumlocatie. Vraag 19: Pag 41: Waardoor zijn de materiële huisvestingskosten zo sterk gestegen? Antwoord 19: De stijging betreft hoofdzakelijk hogere energielasten. Daarnaast nemen kapitaallasten toe als gevolg van noodzakelijke vervangingsinvesteringen in meubilair. Vraag 20: Pag 43 Overzicht incidentele baten en lasten: Bij programma E ontplooiing staan een drietal incidentele projecten die niet op een andere plek in deze begroting genoemd worden. Ons inziens horen deze projecten ook niet in programma E maar in programma C. Het zijn tenslotte onderwijs onderwerpen.
Op welk moment heeft de raad een besluit genomen om deze budgetten beschikbaar te stellen? Antwoord 20: de incidentele projecten hadden in dat overzicht onder programma C. Sociaal domein moeten staan. Ten aanzien van de besluitvorming: de raad besluit bij de definitieve vaststelling in december van het concept programma voorzieningen huisvesting onderwijs. Vooruitlopend daarop moet het wel een (voorlopige) plek hebben in de begroting. Vraag 21: p. 43 Wat is de achtergrond van het ‘onderzoek leegloop scholen’ en het ‘onderzoek betonrot’? Antwoord 21: Antwoord – leegloop scholen De raad heeft hier kennis van genomen van de wens tot dit onderzoek bij de toezending en bespreking van het DIHPO 2022-2036. Met de opname in de begroting 2023 wordt voorgesteld hier budget voor te reserveren. Antwoord – onderzoek betonrot Dit budget is opgenomen in het Concept-programma voorzieningen huisvesting onderwijs 2023, welke in december 2022 aan de raad zal worden voorgelegd. Dan besluit de raad definitief over het al dan niet toekennen van deze budgetten. Vraag 22: Pag 45: kunt u ons een totaaltelling geven van het overzicht van baten en lasten per taakveld?
Antwoord 22:
Vraag 23: Pag 51: werd voorgaande jaren ook door Coelho uitgegaan van een andere gemiddelde woningwaarde dan wij hanteren voor onze lokale lastendrukmeting? Antwoord 23: Bij het bepalen van de lokale lastendruk in de Paragraaf Lokale heffingen voor de begroting wordt altijd gebruik gemaakt van de gemiddelde woningwaarde zoals aangeleverd door het taxatiebureau. Dit is op het moment van opstellen van de paragraaf een aanname door het taxatiebureau omdat de waarden nog niet definitief vaststaan. Bij het overzicht vergelijking woonlasten met andere gemeenten worden gegevens uit de COELO gebruikt. Dit is een overzicht gebaseerd op gegevens van het afgelopen jaar . Deze systematiek wordt elk jaar zo toegepast. Vraag 24: Pag 51: de stijging van de afvalstoffenheffing was vorig jaar aangekondigd als eenmalig vanwege de invoering van het nieuwe beleid door Waardlanden. Vanaf 2023 zou dit weer omlaag kunnen. Waarom is dit niet doorgevoerd? Antwoord 24: In de begroting van 2022 staat beschreven dat lasten als gevolg van nieuw beleid van Waardlanden in 2022 zullen stijgen en in 2023 zullen dalen. Behalve kosten van nieuw beleid zijn er echter ook andere variabelen die van invloed zijn op de uiteindelijke hoogte van de kosten en daarmee ook op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Kosten die in 2023 hoger uit zullen pakken dan destijds voorzien zijn bijvoorbeeld brandstofkosten.
Ook voor de hoogte van de tarieven voor grondstoffen geldt dat het moeilijk met zekerheid vast te stellen is wat 2023 gaat brengen. Om deze onzekerheid op te kunnen vangen hebben we een risico reservering opgenomen in de begroting. Alles bij elkaar opgeteld betekent dit dat het tarief niet omlaag kan maar gelijk blijft ten opzichte van 2022. Vraag 25: Pag 53: ER zijn nu 22 risico’s minder? Hoe kan dat? De totale gevolgschade ligt wel 10 miljoen hoger. Waar zit dat hem in? Antwoord 25: In het voorjaar van 2021 is een eerste volledige inventarisatie van de risico’s verricht. Tot dat moment was het risicoprofiel nog gebaseerd op de profielen van de drie voormalige gemeenten. Zo’n eerste inventarisatie heeft een groot aantal risico’s opgeleverd. Het profiel wordt tweemaal per jaar (bij jaarrekening en begroting) geactualiseerd en ook gekwantificeerd. Verschillende kleinere risico’s zijn toen komen te vervallen omdat hiervoor een post onvoorzien is opgenomen, of konden worden samengevoegd op concernniveau. Bovendien nemen we nu louter risico’s met een waarschijnlijkheidspercentage lager dan 90% nog mee in het risicoprofiel. We zouden zelfs moeten kijken of er voor risico’s met een waarschijnlijkheidspercentage vanaf 75% (heel groot) niet op voorhand een voorziening moet worden getroffen.
Het lagere aantal risico’s heeft nu wel een voordeel dat de nog meer de focus gelegd kan worden op de risico’s met een mogelijk grote impact wanneer deze daadwerkelijk optreden. Dit is ook de reden dat de totale gevolgschade ondanks het minder aantal risico’s sterk is toegenomen. Mede op basis van advies van onze accountant hebben we bij de bepaling
van de mogelijke gevolgschade onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s. Bij structurele risico’s is nu consequent rekening gehouden dat bij optreden van een dergelijk risico er rekening moet worden gehouden met een termijn van vier jaar om de structurele impact geleidelijk binnen de exploitatie te kunnen opvangen. Dit doen we door de gevolgschade met de factor X2 (= 200%) te vermenigvuldigen. De 200% is de optelling van het meenemen van 100% jaarlijkse impact in het 1e jaar, 67% in het 2e jaar, 33% in het derde jaar en 0% in het vierde jaar. Het risicoprofiel van de gemeente bevat relatief veel structurele risico’s (zoals binnen het sociaal domein) waardoor gevolgschade hoger is komen te liggen. Andere oorzaken voor de hogere impact is het effect van verschillende externe ontwikkelingen (zoals de explosieve inflatie, energiecrisis, mogelijk economische recessie). Deze ontwikkelingen zijn oorzaken voor oorzaken risico’s op kostenverhogingen, hogere investeringen, lagere grondopbrengsten.
Vraag 26: Pag 57: waardoor de sterke stijging immateriële vaste activa? Is dat de nieuwe leningporteuille? En waardoor de sterke stijging financiele vaste activa? Waarom staan de voorzieningen op 0? Wat betekent de * achter Eigen vermogen? Antwoord 26: Met het afsluiten van de nieuwe leningportefeuille heeft ook vervroegde aflossing plaats gevonden van de oude leningportefeuille. Vanwege de vervroegde aflossing moest ook een “boete” worden betaald, ofwel agio. Conform onze beleidsregels schrijven we agio af over 5 jaar, dit komt dan inderdaad op de balans onder de noemer immateriële activa. We hebben geen activa-voorzieningen, daarom staan deze op 0 gewaardeerd. We hebben uiteraard wel zogenaamde passiva-voorzieningen, denk aan de voorziening rioolheffing van waaruit we groot onderhoud bekostigen en de positieve of negatieve rekeningresultaten op het taakveld riolering verwerken. De * heeft geen verdere betekenis en had hier niet meer hoeven staan. Vraag 27: Pag 59: financiële positie ‘matig tot onvoldoende’. Waar zit dat hem in? Antwoord 27: Dit is vooral afgeleid uit het kengetal van de ‘de solvabiliteitsratio’. Deze ratio geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De jaren 2023 en 2024 zijn nog matig te noemen om vervolgens voor de jaren 2025 en 2026 te zakken onder de 20% en daarmee een waardering onvoldoende te krijgen.
Vraag 28: Pag 95 nota grondbeleid Welke zaken zitten er in deze begroting verwerkt op basis van de nieuwe nota grondbeleid die wij nog niet kennen? Antwoord 28: De nota grondbeleid gaat vooral over het grondbeleid, actief en/of passief. In deze begroting zijn de cijfers verwerkt zoals opgesteld in de actualisatie grondexploitaties bij de jaarrekening 2021. Derhalve zitten er geen zaken in die nieuw zijn.
Vraag 29: Pag 100 Investeringsplan Wij kunnen de bedragen die opgenomen zijn voor investeringen of voorbereidingskredieten voor onderwijshuisvesting niet 1-1 herleiden uit de besluiten die genomen zijn in de raadsvoorstellen over het DIHPO en de Oplegger DIHPO. Kunt u dat toelichten? Antwoord 29: Deze budgetten zijn opgenomen in het Concept-programma voorzieningen huisvesting onderwijs 2023, welke in december 2022 aan de raad zal worden voorgelegd. Dan besluit de raad definitief over het al dan niet toekennen van deze budgetten.