CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen CDA inzake verordening nadeelcompensatie Vijfheerenlanden (commissie RWD 29.11.2022).docx

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 29 november 2022, gemeente Vijfheerenlanden983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen CDA inzake verordening nadeelcompensatie Vijfheerenlanden (commissie RWD 29.11.2022) In het raadsvoorstel onder 1.2 Aansluiting gezocht bij het VNG-model staat o.a. het volgende aangegeven: Voor het heffen van recht (artikel 2) is het bedrag van € 500 opgenomen. In artikel 4 (Adviescommissie) is een bedrag van € 1000 opgenomen. De conclusie hierbij is dat als de schadevergoeding minder dan €1000 dan hoeft er geen advies aan de Adviescommissie te worden gevraagd en kan de gemeente het zelf beoordelen. Vraag 1: Moeten aanvragers van een nadeelcompensatie die minder dan € 1000 is en door de gemeente wordt behandeld óók een bedrag van €500 moeten betalen? Antwoord 1: Iedereen die een aanvraag om een verzoek tot nadeelcompensatie indient in het kader van planschade dient € 500 te betalen voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Dit betekent dat het ook kan voorkomen dat iemand maar recht heeft op bijvoorbeeld € 900 aan planschade en ook voor die aanvraag € 500 moet betalen. Dat is niet anders dan de huidige regeling nu.

Vraag 2: Mocht de eerste vraag met ja worden beantwoord, begrijpen wij het dan goed dat de aanvrager in ieder geval € 500 kwijt is om bijvoorbeeld € 900 nadeelcompensatie te krijgen? Antwoord 2: Een aanvrager die € 500 voor zijn aanvraag betaald heeft krijgt straks (net als dat het nu het geval is) deze € 500 weer terug als blijkt dat hij of zij recht heeft op nadeelcompensatie. In uw voorbeeld betekent dit dat aanvrager € 900 aan nadeelcompensatie vergoedt krijgt plus de € 500 die hij heeft betaald voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Vraag 3: Kortom kunnen wij uitleg krijgen hoe een en ander straks in zijn werk gaat. Antwoord 3: Hieronder volgt kort wat er nu is en wat er veranderd. Allereerst wat is planschade onder de Wro? Indien een planologisch regime, bijvoorbeeld een bestemmingsplan, wijzigt kan schade geleden worden doordat een woning minder waard wordt of doordat een inkomen daalt. Er kan sprake zijn van directe planschade of indirecte planschade. Bij directe planschade wijzigt bijvoorbeeld het bestemmingsplan van het eigen perceel waardoor er bijvoorbeeld minder gebouwd mag worden. Bij indirecte planschade wijzigt het bestemmingsplan van omliggende percelen waardoor bijvoorbeeld het uitzicht verslechtert of er meer geluidsoverlast ontstaat. Planschade wordt nu nog geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Hoe wordt er door de gemeente beoordeeld nu? Om te beoordelen of sprake is van planschade wordt het oude bestemmingsplan met het nieuwe bestemmingsplan vergeleken. Er wordt bekeken wat maximaal op grond van de beide bestemmingsplannen mogelijk is. Er wordt niet gekeken naar wat er daadwerkelijk gebouwd is. De volledige schade wordt niet vergoed. Tussen de 2% en 5% van de

waardevermindering van de woning blijft voor eigen rekening. Dit valt onder het normaal maatschappelijk risico. De eerste wijziging betreft de term planschade In de nieuwe Omgevingswet is het regime van de planschade gewijzigd. Allereerst komt de term ‘planschade’ niet meer terug. De vergoeding van planschade wordt in de Omgevingswet ‘nadeelcompensatie’ genoemd. In de Omgevingswet wordt een limitatieve opsomming van schadeoorzaken gegeven zoals een bepaling in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning en een projectbesluit. Tweede wijziging: maximale planologische maatregelen Ten tweede wijzigt de planologische vergelijking voor indirecte schade. Er wordt onder de Omgevingswet gekeken naar wat er daadwerkelijk is gerealiseerd en niet meer wat de maximale planologische mogelijkheden van bijvoorbeeld het omgevingsplan zijn. Hierdoor verandert ook het moment waarop de aanvraag voor nadeelcompensatie bij de gemeente, de provincie of het rijk kan worden ingediend. De aanvraag voor nadeelcompensatie kan pas worden ingediend wanneer de gemeente een omgevingsvergunning voor de bouw heeft verleend op basis van een nieuw omgevingsplan. Een nadelig gevolg hiervan is dat de aanvrager van nadeelcompensatie soms heel lang zal moeten wachten voordat een aanvraag voor nadeelcompensatie kan worden ingediend.

In plaats van het moment dat er een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld, dient onder de nieuwe Omgevingswet gewacht te worden tot dat de omgevingsvergunning aan bijvoorbeeld de buurman is verleend. Als de buurman geen omgevingsvergunning nodig heeft, dan kan de aanvraag voor nadeelcompensatie bij de gemeente worden ingediend als de bouw gestart is. Voor directe planschade wijzigt de planologische vergelijking niet. Derde wijziging; actieve risicoaanvaarding De ‘actieve risicoaanvaarding’ wordt beperkt onder de nieuwe Omgevingswet. Omdat bij de vaststelling van het omgevingsplan nog niet duidelijk is in hoeverre daadwerkelijk gebruik gaat worden gemaakt van de mogelijkheden die het omgevingsplan biedt, is het niet redelijk om de benadeelde tegen te werpen dat hij/zij op grond daarvan had kunnen voorzien dat zich een ongunstige wijziging kon voordoen. Het recht op nadeelcompensatie blijft dus bestaan indien de woning is gekocht heeft na de vaststelling van het omgevingsplan. Vierde wijziging: normaal maatschappelijk risico naar 4% Voor indirecte planschade komt er onder de Omgevingswet een standaardforfait voor het normaal maatschappelijk risico van 4%. De eerste 4% van de schade is voor de initiatiefnemer zelf. In tegenstelling tot de huidige regelgeving onder de Wro waar een bandbreedte van 2% – 5% gehanteerd wordt, is dit een vast percentage.

Er wordt dus niet meer van dit percentage afgeweken. Voor directe planschade komt er geen standaardforfait. Voor het overige zullen er geen veranderingen zijn ten opzichte van de huidige werkwijze en planschadeverordening. Met andere woorden: iemand die een planschadeverzoek indient bij de gemeente betaald voor het in behandeling nemen € 500 euro. Daarna zal een adviescommissie beoordelen of er daadwerkelijk schade is geleden op basis van wat er gebouwd is (zie tweede wijziging hierboven) en de hoogte van het bedrag bepalen. Op basis van dit rapport neemt de gemeente een besluit. Als uit het advies duidelijk naar voren komt dat er schade is geleden zal de gemeente het volgende uitkeren: de schade die is ontstaan, de € 500 euro voor het in behandeling nemen van de planschade en de wettelijke rente. Dit is niet anders dan in de huidige situatie. In veel gevallen zullen wij deze kosten kunnen verhalen op de initiatiefnemer van het bouwplan als hier een anterieure overeenkomst mee is gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=340a555a-e3c6-4f0c-9659-a32279e8e0c6