Beantwoording technische vragen CDA inzake Begroting 2023-2026.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen CDA inzake Begroting 2023-2026 Raadsvoorstel: Vraag 1: Welke indexeringspercentages gaan/ mogen verbonden partijen hanteren? Is hiermee rekening gehouden in de begroting? Antwoord 1: Er zijn geen vaststaande opgelegde indexpercentages voor verbonden partijen. Verbonden partijen stellen hun begroting in een eerdere fase op en baseren zich daarbij op de actuele inzichten van dat moment. De vastgestelde begrotingen zijn conform verwerkt in de voorliggende begroting. Daarnaast is rekening gehouden met toekomstige prijsontwikkelingen bij verbonden partijen, zoals ook aangekondigd bij de raadsinformatiebrief over de meicirculaire . Vraag 2: Handhaving tarief voor afvalstoffenheffing: in de begroting van 2022-2025 was aangegeven dat dit tarief zou gaan dalen? Wat is er veranderd? Antwoord 2: In de begroting van 2022 staat beschreven dat lasten als gevolg van nieuw beleid van Waardlanden in 2022 zullen stijgen en in 2023 zullen dalen. Behalve kosten van nieuw beleid zijn er echter ook andere variabelen die van invloed zi van het Gemeentefonds.jn op de uiteindelijke hoogte van de kosten en daarmee ook op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Kosten die in 2023 hoger uit zullen pakken dan destijds voorzien zijn bijvoorbeeld brandstofkosten.
Ook voor de hoogte van de tarieven voor grondstoffen geldt dat het moeilijk met zekerheid vast te stellen is wat 2023 gaat brengen. Om deze onzekerheid op te kunnen vangen hebben we een risico reservering opgenomen in de begroting. Alles bij elkaar opgeteld betekent dit dat het tarief niet omlaag kan maar gelijk blijft ten opzichte van 2022. Begroting: Vraag 3: P6: We volgen afspraken beter op? Het moet toch het streven zijn om afspraken ‘altijd’ op te volgen?!?!? Antwoord 3: In verband met capaciteitsproblemen is het niet ‘altijd’ mogelijk om afspraken op te volgen. Monitoring van verschillende dienstverleningsaspecten geeft ons inzicht om de afspraken beter op te volgen dan voorheen. Vraag 4: P6: wat wordt er veranderd aan het dienstverleningsconcept? Antwoord 4: Er vindt nog een gesprek plaats met u als gemeenteraad. Daarnaast peilen we de behoefte onder onze inwoners. De uitkomsten vormen mede de basis van de aanpassingen. De servicenormen worden aangepast indien nodig. Daarnaast nemen we de aanbeveling van de Rekenkamer Vijfheerenlanden over uit het onderzoek naar digitale dienstverlening. De digitale dienstverlening, en bijhorende servicenormen, wordt specifiek genoemd in het vernieuwde dienstverleningsconcept.
Vraag 5: P6: Waarom wordt er niet altijd aangifte gedaan bij grensoverschrijdend gedrag? Wat bepaald ‘indien noodzakelijk’? Antwoord 5: Het ligt aan de individuele keuze van de medewerker om al dan niet aangiften te doen. Vraag 6: P11: Wordt er bij het beheer van openbare ruimten ook al gewerkt met Right to Challenge? Welke mate van onderhoud is de maatstaf bij onkruidbestrijding? Antwoord 6: Vijfheerenlanden vraagt niet expliciet aan inwoners om ons uit te dagen maar het staat inwoners altijd vrij om dit te doen. Wat er wel gebeurd is bv dat inwoners de wens hebben voor een stukje groen in zelfbeheer. Wat betreft Beeldkwaliteit voor bestrijden onkruid op verhardingen, hier is geen eigen beeldkwaliteit voor vastgesteld maar loopt mee in de beeldkwaliteit van wegen. Dit betekent conform het vastgestelde beleid en beheerplan kwaliteit niveau B, waarbij de historische en moderne kern van Leerdam op niveau A wordt uitgevoerd. Laatstgenoemde beeldkwaliteit is ook van toepassing op de begraafplaatsen binnen Vijfheerenlanden. Vraag 7: P20: Wat is de wachttijden bij WMO op dit moment? Wordt de wettelijke termijn gehaald? Antwoord 7: De wachttijd is ongeveer 3 maanden voordat er contact opgenomen wordt met de inwoner. Dit betekent dat de inwoner dan pas gehoord wordt middels huisbezoek of telefonisch gesprek/intake.
Eventuele inzet van een maatwerk voorziening is dan nog niet gerealiseerd. De wettelijke termijn is 6 weken (na melding) voor het onderzoek en 2 weken om te beslissen, totaal 8 weken. Dit wordt in het grootste gedeelte van de meldingen niet gehaald. Spoed meldingen worden eerder opgepakt. Vraag 8: P23; dorpsvisies: wat is de planning? Wanneer is welk dorp/ welke wijk aan de beurt? (zie vraag bij de 2e bestuursrapportage). Welke visies zijn eind 2023 gereed? Antwoord 8: P23; dorpsvisies: wat is de planning? Wanneer is welk dorp / welke wijk aan de beurt? (zie vraag bij de 2e bestuursrapportage). Welke visies zijn eind 2023 gereed? Antwoord: We verwijzen hiernaar naar de RIB met 530730 Aanpak Dorpsvisies met bijlagen. Vraag 9: P24: RES: is 0,072 Twh een streefgetal of het minimale getal voor opwekking? Antwoord 9: Het bod vanuit de gemeente Vijfheerenlanden aan de RES U16 waartoe besloten is betreft 0,072 TWh. Uit het geamendeerde besluit van 30 september 2021 door de gemeenteraad volgt dat het een streven is naar 0,072 TWh door middel van bouwblok 1,
2, 3 en 4 (respectievelijk: wat al gerealiseerd is aan duurzame opwek via grootschalig zon op dak en windturbines + ambitie grootschalig zon op dak tot aan 2030 + zoekgebieden wind + samenwerking en innovatie). In aanvulling hierop heeft de gemeenteraad in een motie van 8 juni 2022 unaniem opgeroepen aan het college om de 0,072 TWh als ondergrens te beschouwen voor de verdere uitwerking van de RES/coalitieakkoord. Dat betekent dat 0,072 TWh als minimaal getal wordt beschouwd voor duurzame opwek van elektriciteit. Vraag 10: P31: Een kinderboerderij: wat geven wij hier op dit moment structureel/ incidenteel aan uit per jaar? Wordt hierbij ook gekeken naar de mogelijkheden om de samenwerking met boeren in het buitengebied te realiseren? Antwoord 10: Circa € 35.000,-. Dit bestaat uit € 30.000 voor Hestia's Hof in Leerdam en 2 kleinere bedragen voor het hertenkamp in Vianen en Schoonrewoerd. Vraag 11: P33: Binnensportaccomodaties Leerdam: waarom geen visie voor geheel Vijfheerenlanden (per kern)? Antwoord 11: In het sportaccommodatiebeleid dat nog dit jaar aan u wordt voorgelegd, zijn de beleidsuitgangspunten voor de sportaccommodaties in onze gehele gemeente opgenomen. De huidige staat van de binnensportaccommodaties in Leerdam (met name sportcentrum Berenschot) vraagt om aanpassingen.
Om hierin prioriteiten te stellen en keuzes te maken, stellen wij een visie op, op basis waarvan deze keuzes en prioriteiten gemaakt kunnen worden. Vraag 12: P34: Nieuwe stichting: wat gaat ons als gemeente dit kosten? Waar komt dit initiatief vandaan? Antwoord 12: Het gaat hier om een regulier project binnen bestaande capaciteit en middelen. Het is geen nieuw initiatief maar een te verwachten doorontwikkeling van een bestaand initiatief. Vanaf 2019, bij de start van de gemeente Vijfheerenlanden, is een project gestart om het ambacht en kunstenaarschap van glasblazen en glasslijpen te bevorderen. Dit project is de afgelopen drie jaar uitgevoerd onder de regie van de gemeente Vijfheerenlanden. In nauwe samenwerking met het Nationaal Glasmuseum en Glasblazerij De Oude Horn. Om het project verder te ontwikkelen wordt momenteel onderzocht of een nieuwe stichting hierin een rol kan betekenen. De nieuwe stichting, die zal bestaan uit onder andere betrokken oud bestuurders, dient er voor te zorgen dat er nog meer activiteiten gaan plaatsvinden (opleiding, evenementen, internationale uitwisselingen) en zal daarbij op zoek gaan naar sponsoring en subsidies.
Binnen de bestaande capaciteit en middelen blijft de gemeente Vijfheerenlanden actief op dit onderwerp en zet telkens, zoals feitelijk de werkwijze is bij alle culturele onderwerpen, het ‘vliegwiel’ aan om initiatieven in gang te zetten
Vraag 13: P34: Wat is er in de jaren 2021 en 2022 incidenteel en structureel verstrekt aan het Glasmuseum en Stedelijk Museum? Graag een gedetailleerde uitwerking. En wat is er de komende 4 jaren begroot structureel en incidenteel voor deze musea? Antwoord 13: Zie de bijlage Vraag 14: P36: Waarom geen toevoegingen aan reserves in 2024 en verder? Antwoord 14: Het betreft een toevoeging aan de reserve Corona voor een bijdrage die we in 2023 nog ontvangen. In 2024 en verder is die bijdrage er niet meer en voegen we dus ook niks meer toe aan een reserve. Vraag 15: P40: Waardoor de forse stijging op uitvoeringskosten? Antwoord 15: De uitvoeringskosten nemen niet toe. Voorheen was een bedrag voor de uitvoering verantwoord onder de noemer Overhead, terwijl deze als uitvoeringskosten aangemerkt moesten worden. Het is dus een verplaatsing, zonder dat de uitvoeringskosten daadwerkelijk toenemen. Vraag 16: P40: Over 2022 is er 330K te veel geïnd op OZB doordat de WOZ waardenstijging te laag was ingeschat. Wordt daarmee rekening bij de tariefstelling voor 2023 en verder? Wordt dit gecompenseerd naar inwoners? Of wordt er verder gerekend met de definitieve opbrengst van 2022 en wordt daar de inflatie voor 2023 op gerekend? Antwoord 16: Er is niet te veel geïnd zoals de vraag stelt, we hebben namelijk de door de raad vastgestelde tarieven opgelegd.
Wel is het zo dat de opbrengst hoger uit is gevallen dan vooraf verwacht. Dit komt omdat na het bepalen de tarieven de ontwikkeling op de woningmarkt qua prijzen natuurlijk gewoon doorgaat. Daardoor is de totale WOZ-waarde van de gebouwen in de gemeente op peildatum 1 januari iets hoger geweest dan op het moment van bepalen van de tarieven. Dit wordt niet gecompenseerd In de vorm van een teruggaaf of iets dergelijks. Wel wordt deze stijging betrokken bij de bepaling van de opbrengsten 2023, zodat de eerder genoemde toename van de WOZ-waarde niet nogmaals wordt meegenomen in de tariefsbepaling. Dat is ook een vorm van compensatie. Vraag 17: P40: Er heeft voor de OZB een wijziging van berekening plaatsgevonden van m3 naar m2. Zijn de grote uitschieters naar boven (meer dan 10%), zoals grote boerderijen, hiervoor gecompenseerd? Antwoord 17: Door het wettelijk verplicht omzetten van M3 naar M2 zijn er stijgingen in de WOZ waarden ontstaan van meer dan 10%. Hier is geen compensatie op toegepast, dit is formeel ook niet toegestaan. De belastingplichtige kan via een bezwaarprocedure bezwaar aantekenen tegen de waarde van het object.
Vraag 18: P41: Waardoor de forste stijging op de loonkosten? Dit is komt toch ruim boven de inflatie uit? Antwoord 18: Een deel is stijging vanwege indexatie. Een ander deel komt voort uit een groei van de organisatie (bijvoorbeeld vanuit het coalitieakkoord of vanwege de overkomst van jeugdprofessionals). Daarnaast zijn in het getoonde bedrag over 2022 loonkosten afgeraamd vanwege vacatures en ingezet als inhuurbudget om externen tijdelijk in dienst te nemen. Vraag 19: P41: er staat een fors lager bedrag gereserveerd voor inhuur derden dan de aflopen jaren is gerealiseerd. Kan dit worden toegelicht? Wordt er niet te weinig gereserveerd? Antwoord 19: het geraamde bedrag in 2023 is het primair geraamde bedrag. In 2022 lag het primair geraamde bedrag ook veel lager, maar dat wordt lopende het jaar aangepast (met name vanuit het loonkostenbudget) vanwege vacatures. Vraag 20: P41: bijna alle kosten stijgen. Hoe kan het dat de kosten voor automatisering en huisvesting dalen? Antwoord 20: de daling in meerjarig perspectief komt vanwege afnemende kapitaallasten. Vraag 21: P41: Waarom Overig in 2023 340K hoger t.o.v. 2022? Antwoord 21: Dit verschil wordt veroorzaakt doordat in 2022 nog een voordeel op personeel was geraamd dat met ingang van 2023 is komen te vervallen.
Vraag 22: P42: Graag een specificatie per reserve voor de onttrekkingen per jaar? Antwoord 22: € 2,8 miljoen jaarlijks vanuit de reserve kapitaallasten ter dekking van de agio, voortkomend uit het financieringsarrangement. € 2,7 miljoen jaarlijks vanuit de 1e berap 2022 ter dekking van het resultaat, uit de algemene reserve. € 0,7 miljoen ter dekking van kapitaallasten uit de reserves dekking kapitaallasten. Vraag 23: P44: tabel mutaties reserves: Is resultaat 2021 en 2022 precies identiek? Antwoord 23: Dat betreft de verwerking van het rekeningsaldo 2021 in het jaar 2022
Vraag 24: P45: Kan de tabel worden weergegeven volgens de nieuwe programma’s? Antwoord 24: Nu niet. Dit is een verplichte tabel op basis van het BBV. Vormgeving van een aanvullende tabel-opmaak kan bij de discussie over de doorontwikkeling van de P&Ccyclus worden betrokken. Vraag 25: P46: Prijsontwikkeling energie: graag meer onderbouwing voor deze post? Welke gebouwen (gespecificeerd) betreft dit? Antwoord 25: Dit betreft alle gebouwen in gemeentelijk eigendom, van gemeentewerven en stadskantoren tot sportaccommodaties, schoolgebouwen, ontmoetingsplaatsen, aula’s en ruimtes op begraafplaatsen en alle overige gemeentelijke eigendommen waar verbruik van energie plaats vindt. De oorspronkelijk raming bedroeg ongeveer € 1,3 miljoen, via HVC hebben we bericht ontvangen dat onze energielasten het komende jaar ongeveer gaat toenemen met € 1,8 miljoen. Dit bedrag is niet volledig opgenomen, rekening houdend met mogelijke gunstige ontwikkelingen ten aanzien van de prijzen. Vraag 26: P51: Wat kost het voor 2023 als we de OZB voor iedereen/ ieder adres precies hetzelfde houden? Areaaluitbreiding zorgt dan natuurlijk nog wel voor een verhoging van de totaalopbrengst Antwoord 26: Als hiermee bedoeld wordt wat het betekent als er geen indexatie voor de inflatie wordt toegepast, dan is het antwoord dat een verlaging met één procent voor wat betreft de OZB € 144.000 kost.
Een verlaging met 6,2% betekent dus dat het € 892.800 kost. Vraag 27: P53: Waarom worden extra kosten voor onderwijshuisvesting niet als risico opgenomen? Antwoord 27: Dit risico maakt onderdeel uit van het algemene risico ten aanzien van rpijsstijgingen in de bouwsector. Vraag 28: P53: Risico Nieuwe Huisvesting: is dit een stiekeme winstwaarschuwing/ extra kosten waarschuwing? Antwoord 28: Nee. Het is de uitwerking van de constatering dat daar risico’s zijn. Vraag 29: P57: Voorraden en Overlopende activa dalen fors in 2024 en 2025, maar in 2026 weer hoog. Graag een toelichting op de forse daling in 2024 en 2025 en forse stijging in 2026? Antwoord 29: dit volgt met name uit de administratieve verwerking van grondexploitaties in de begroting. In grondexploitaties verschillen de lasten en baten jaarlijks aanzienlijk, maar
per saldo heeft dit geen invloed op de begroting, omdat het resultaat gedurende looptijd van een grondexploitatie wordt verrekend met de balanspost Voorraden. Bij (tussentijdse) winst- en verliesneming wordt dit in de jaarrekening als resultaat verwerkt. De overlopende activa wisselen vooral als gevolg van fluctuerende kortlopende financieringsbehoefte. Vraag 30: P58: Welke maatregelen zijn er doorgevoerd om de solvabiliteit in 2025 en 2026 omhoog te brengen naar de afgesproken 20% in het coalitieakkoord? Antwoord 30: Er zijn nog geen actieve maatregelen doorgevoerd. In het coalitieakkoord staat het uitgangspunt dat positieve jaarrekeningresultaten worden ingezet ter verbetering van onze financiële positie. Vraag 31: P60: Bij alle beheerplannen zijn er achterstanden? Bij de begroting van 2022-2025 was dit niet het geval. Wat is er gebeurd? Antwoord 31: In de begroting 2022 was er op 2 plannen na al een achterstand. Doordat er in 2022 een tekort is aan personeel op de arbeidsmarkt worden de uitvoeringsplannen ook niet gerealiseerd zoals vastgesteld. Dit is helaas een gegeven. Belangrijk is dat er geen achterstallig onderhoud ontstaat waardoor kapitaalvernietiging optreed. Vraag 32: P76: Invoering omgevingswet: bij de Kadernota 2024 wordt toch geen herziening van de begroting vastgesteld? Antwoord 32: Nee.
Hiermee wordt ook niet bedoeld een herziening van de dan lopende begroting 2023, maar een vaststelling van kaders die bij het opstellen van de begroting 2024 leiden tot een herziening ten opzichte van 2023. Vraag 33: P97: In de tabel staat bij Sluiseiland 2014. Klopt dit wel? Antwoord 33: Dat moet 2024 zijn in plaats van 2014 Vraag 34: P100: Mist het voorbereidingskrediet voor de Rank in Meerkerk? Antwoord 34: Staat op p.100 echter de naam de Rank is weggevallen. Nu staat er alleen €100k voorbereidingskrediet OBS Springplank. Vraag 35: P100: Wordt bij de Rank en Springplank in Meerkerk niet eerst de dorpsvisie afgewacht? We hebben eerder de uitkomsten ontvangen van onderzoeken onder medewerkers over de wijze van werken (waaronder zelfsturing), krijgen wij deze niet meer?
Antwoord 35 Het onderzoek naar De Rank en Springplank is afgestemd met de trekkers van de dorpsvisie. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in de dorpsvisie. Indien gewenst kan de dorpsvisie alternatieve locaties aandragen. Deze zijn na de fusie 4 jaar achtereen gehouden. Na deze periode worden de onderzoeken minder frequent gehouden. Het volgende onderzoek komt naar verwachting begin 2023.