CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen CDA inzake 1ste berap en kadernota.docx

Commissie Algemene Zaken 23 juni 2022, gemeente Vijfheerenlanden1.758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen CDA inzake 1ste Berap en Kadernota 1e bestuursrapportage P32: Jeugdzorg Vraag 1: Is het mogelijk om een uitgebreidere onderbouwing van de bedragen 1,5 miljoen en 1,8 miljoen te krijgen? Antwoord 1: De onderstaande berekening – gebaseerd op de 4e kwartaalrapportage 2021 van de RBL – is de onderbouwing geweest voor de melding in de 1e bestuursrapportage 2022. De factoren waarmee rekening is gehouden zijn: Verandering woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet op 1 januari 2022; De Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA index: de indexering van de personele kosten op basis van een percentage dat de overheid vaststelt); Geen groei toename jeugdigen VHL.

Dit levert dus samen een kostenstijging op van 3,3 miljoen op (€1,5 miljoen plus € 1,8 miljoen). Wij zijn uitgegaan van een structurele doorwerking van € 1,5 miljoen, omdat het Rijk in het regeerakkoord alleen extra middelen voor jeugd heeft toegezegd in de jaren 2022 en 2023. Voor de jaren 2024-2027 ontbreken vooralsnog de extra middelen Dit zijn de extra middelen voor de erkende tekorten Jeugdwet en hervormingen. In de hervormingen zitten ook thema’s in die zorgen voor de beperking van de kosten. Vraag 2: Graag een onderbouwing waarom 5 ton structureel meerkosten logisch is? Antwoord 2: Zoals blijkt uit de beantwoording van de voorgaande vraag is er in die berekening nog uitgegaan uit van een gelijkblijvend aantal jeugdigen. De verwachting is echter dat er wel rekening moet worden gehouden met de toename van het aantal jeugdigen waardoor het tekort daardoor extra zal oplopen met structureel € 0,5 miljoen. Vraag 3: Wanneer worden welke effecten verwacht van de reeds ingezette bezuinigingsmaatregelen / ombuigingsmaatregelen / preventieve maatregelen?

Antwoord 3: Hoewel de eerste effecten van betere sturing, kwaliteitsverbetering en strakkere indicering al gerealiseerd (en ingeboekt) zijn, heeft dit in de praktijk niet gezorgd voor lagere kosten maar voor een afremming van de (nog altijd flinke) kostenstijgingen. Sinds dit jaar kijken we daarom ook extra kritisch naar de wijze van indiceren door de sociaal teams. Dit proces vraagt een langere adem. Indicaties hebben over het algemeen een langere loopduur en daardoor volgen de effecten van ingezette ombuigingen pas op langere termijn. Daarnaast worden op dit moment alle processen opnieuw onder de loep genomen, nieuwe processen afgesproken en als gevolg daarvan ook nieuwe afspraken gemaakt met de partners op de 0e en 2e lijn. De inkoop in de regio loopt momenteel en de prestatieafspraken en accountafspraken worden strakker gedefinieerd. De hele verschuiving betekent echter ook hernieuwde afspraken met lokale partners (wie doet wat, zodat we een breed passend aanbod hebben). Dit alles zal (positieve) effecten hebben, die niet allemaal direct tot een besparing zullen leiden: • •

Korte termijn effect: nieuwe indicaties zijn helder en we indiceren dan wat moet Middellange termijn: accountgesprekken met aanbieders die (te) lang in zaken blijven hangen, trajecten niet tijdig afsluiten of stapelen in indicaties • Langere termijn: ombuigingen samen met het lokale veld. (gesprekken nu, ingang pilot 2023). Daarnaast zijn de kostenstijgingen sinds 2020 ook te verklaren door intensievere casussen als gevolg van Corona, zowel in de Jeugdzorg als binnen de Wmo. Casussen zijn minder enkelvoudig en meer complex van aard en vragen intensievere ( dus duurdere ondersteuning). Het is de verwachting dat dit effect op termijn weer afneemt. Vraag 4: Er wordt gesproken over een groei van het aantal jeugdigen. Betreft dit het aantal jeugdigen in onze gemeenten of het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt relatief of absoluut? Antwoord 4: Dit betreft het aantal jeugdigen in onze gemeente. Vraag 5: P38: Waarop is de verwachting gebaseerd dat er 4 ton nodig is voor toekennen nog in te dienen diverse aanvragen uit reserve woonvisie? Antwoord 5: Woonvisie 2020: € 400.000 nadeel reservepositie; incidenteel Er wordt voor het jaar 2022 € 400.000 onttrokken uit de reserve volkshuisvesting. Met deze € 400.000 kunnen initiatieven in het belang van de volkshuisvesting worden ondersteund.

Aanvragers kunnen in de periode 1 juli tot 1 september 2022 voor maximaal € 100.000 een gemotiveerde aanvraag doen die bijdraagt aan de Woonvisie 2020. Er zijn naar verwachting niet meer dan 4 initiatieven die aanspraak zullen doen op een budget van maximaal € 100.000 voor het jaar 2022. Als dat minder blijkt te zijn zal er minder onttrokken worden aan de reserve Volkshuisvesting. Vraag 6: P48: Klopt het dat Hagestein twee maal is opgenomen?

Antwoord 6: Het klopt dat dit per abuis twee maal is opgenomen in de monitor. Vraag 7: P30: Is er bij MFC De Linde ook gedacht aan een verplaatsing van dit gebouw naar een andere locatie i.p.v. verder opknappen en renoveren? Antwoord 7: Krediet verduurzamen MFC De Linde in Meerkerk ophogen met € 200.000 Vanuit het beheerplan vastgoed staat de renovatie en verduurzaming van het dak en de gevel van Multifunctioneel centrum De Linde in Meerkerk op de uitvoeringsagenda. Bij de aanbesteding bleek dat de kosten hoger uitkwamen dan begroot in 2019. Oorzaak is een zeer sterke prijsstijging van producten die aan olie gerelateerd zijn. Deze prijsstijging is (en de mogelijk nog verder stijgende kosten) voor nu een schatting. Het vervangen van de dakbedekking is noodzakelijk gezien de vele lekkages en al uitgevoerde noodreparaties de afgelopen periode. Daarnaast dient zowel het dak als de gevel geïsoleerd te worden om in de toekomst van het gas af te kunnen en de doelstellingen van CO2-reductie voor maatschappelijk vastgoed te behalen. Om deze werkzaamheden uit te kunnen voeren wordt een extra investeringsbedrag van € 200.000 gevraagd. Het uitstellen van werkzaamheden is niet wenselijk en zal op de langere termijn een hogere investering vragen. De kapitaallasten worden in de meerjarenbegroting 2023 verwerkt.

Het betreft een krediet dat beschikbaar is gesteld in de voormalige gemeente Zederik. Er is nooit sprake geweest van een verplaatsing van de Linde. In de dorpsvisie zal zeker ook aandacht gegeven worden aan voorzieningen in Meerkerk. En het is voor te stellen dat in dat kader er ook uitspraken gedaan gaan worden over de dorpshuis- en/of sportvoorziening de Linde. Maar het is nog volstrekt onbekend wat die uitspraken dan zullen zijn want dat zal pas in het totstandkomingsproces voor de dorpsvisie aan de orde kunnen zijn. Vraag 8: In de woningbouw monitor worden projecten genoemd waarbij geen jaartal wordt vermeld voor oplevering. Wat betekent dit? Gaan de projecten wel door of zijn ze nog niet zeker? Bijvoorbeeld bij Zijderveld Antwoord 8: Wanneer er bij projecten geen verwachte oplevering is vermeld, betekent dit dat de planning nog niet bekend is. Soms moet een plan gewijzigd worden. In sommige gevallen betekent het echter ook dat het nog niet zeker is of het plan of project daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Vraag 9: Reserve vitale dorpen wordt opgeheven.

Waar komt dit ineens vandaan? Moet daar technisch gezien een onderbouwing voor zijn? Waarom bij een 1e bestuursrapportage? Is er een mogelijkheid om deze reserve in stand te houden? Antwoord 9: Reserve vitale Dorpen: € 2.612.807 budgetneutraal reservepositie; incidenteel In de exploitatie staan bijdragen uit de reserve Vitale Dorpen geraamd voor de dekking van kapitaallasten van diverse kleine investeringen. Vanwege administratieve vereenvoudiging wordt deze werkwijze losgelaten. Hierdoor vervallen de bijdragen van

de reserve in de exploitatie. Dit levert een structureel nadeel op van € 36.900. Dit nadeel is verwerkt bij Programma 0. Voor de kapitaallasten van twee grotere investeringen – met een boekwaarde van € 364.000 - blijft een bijdrage uit de reserve (reserve kapitaallasten) gedaan worden. Deze reserve verhogen we daarom met € 364.000 ten laste van de reserve Vitale Dorpen. Voorgesteld wordt het restant van de reserve Vitale Dorpen van € 2.248.807 te storten in de algemene reserve. De reserve is ingesteld voor de dekking van kapitaallasten van een aantal geplande investeringen. Van deze geplande investeringen zijn er maar een paar gerealiseerd en andere geplande investeringen zijn nooit meer tot uitvoering gekomen. Er is ook geen raadsbesluit geweest om voor die geplande investeringen een krediet beschikbaar te stellen. De administratieve lasten voor de dekking van de kapitaallasten wegen niet op tegen het in stand houden van een reserve hiervoor. Via de nota reserves en voorzieningen is de richtlijn vastgesteld dat van reserves waar geen activiteiten meer plaats vinden een voorstel richting gemeenteraad gaat om een andere invulling te geven aan de reserve. Dit doen we nu via de 1e bestuursrapportage 2022. Dit is een gepast moment omdat het effect heeft op het begrotingssaldo.

Jaarrekening Vraag 10: Op pagina 71 wordt gesproken dat bij het afval (Waardlanden) is een voordeel gerealiseerd van 573.000 euro. Is het technisch mogelijk om dit bedrag in een reserve onder te brengen? Mag het bij de begroting 2023 dan verrekend worden met de tarieven voor 2023, zodat de tarieven lager uitkomen? Is bij de berekening van de tarieven voor 2022 met de verwachte kostenstijging van 2021 (die uiteindelijk meeviel) gerekend? Antwoord 10: Dit voordeel is niet in de voorziening wordt gestort, omdat er in 2019 en 2020 sprake was van hogere bijdragen uit de algemene middelen ter dekking van nadelen op de afvalinzameling. Een belangrijk deel van het voordeel is afkomstig vanuit een gunstige afrekening over 2020. Zie dat maar als een aflossing van een fictieve lening. Dit is met de accountant afgestemd. Maar als de raad wil besluiten dit bedrag in een reserve te storten, dan mag dat natuurlijk. Als de raad dan vervolgens besluit dit bedrag in 2023 te verrekenen met tarieven, dan mag dat natuurlijk ook. Dit wordt echter afgeraden, omdat het beleid is dat 100% van de kosten in rekening wordt gebracht bij de inwoners. Omdat er eerder (2019 en 2020) een bedrag uit de algemene middelen is gekomen, was er in 2019 en 2020 geen sprake van 100% kostendekkendheid. Daarnaast kunnen incidentele aanpassingen op de tarieven leiden tot een JoJo-effect.

Er is voor 2022 rekening gehouden met een kostenstijging. Of dat genoeg is is twijfelachting, immers bij het opstellen van de begroting is rekening gehouden met lagere inflatie, dan nu in 2022 werkelijkheid is geworden. Vraag 11: Op pagina 32 van de 1e Bestuursrapportage staat onder de financiële mutaties van het Sociaal Domein een tabel met Lasten en Baten. Als je in de onderstaande teksten leest, staan daar vele baten genoemd vermeld, maar slechts enkele zijn opgenomen in de tabel. Bij Maatschappelijke diensttijd en Arbeidsmarktregio worden wel baten vermeld. Voor Jeugdzorg zijn er geen baten. Voor de overige posten, zoals Zorgsalarissen, Energietoeslag en POK gelden, zijn er wel baten. Deze worden echter niet vermeld? Zijn deze in een ander programma opgenomen? Algemene uitkering?

Antwoord 11: De posten Zorgsalarissen, Energietoeslag en POK gelden betreffen taakmutaties vanuit het Gemeentefonds. Hiervan vindt de verantwoording van de ontvangst plaats op programma 0 (pagina 14 en 15 gemeentefonds) en zijn de uitgaven verantwoord op programma 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=311e0137-3fcd-4f85-b8b2-7708abf19bb5