Beantwoording Technische vragen alternatieve dekking frictiekosten.docx
Tekst van het document
Technische vragen betreffende agendapunt 6.3 Alternatieve dekking frictiekosten Agenda cie AZ 8 april 2021. In de notitie staat dat de frictiekosten kosten betreffen van maatwerkregelingen om uitstroom (van werk naar werk) te realiseren die bijdraagt aan de bezuinigingstaakstelling. Daarnaast wordt er structureel bespaard op de opleidingskosten; vanuit het frictiebudget wordt een eenmalige opleidingsimpuls voorzien. Ook is bij de bezuiniging op de organisatie een aantal formatieplaatsen structureel geschrapt die het komende jaar nog bezet zijn en waarvan de kosten incidenteel moeten worden gedekt. Hierover hebben we de volgende vragen: 1. Kan concreet aangegeven worden welke functies zijn geschrapt en wat is de besparing daarvan die in de begroting is ingeboekt. Antwoord: Zoals eerder aangegeven in het raadsvoorstel “Alternatieve dekking frictiekosten als gevolg van personele bezuiniging” is in de meerjarenbegroting 2021 -2024 een structurele bezuiniging van € 2,5 miljoen doorgevoerd op de begroting. Een groot deel daarvan, bijna € 1,9 miljoen, betreft besparingen op personeelskosten. Grofweg de helft daarvan betreft het schrappen van formatieplaatsen; de andere helft betreft het schrappen van overige personeelsbudgetten, waaronder een deel van het opleidingsbudget en een deel van de flexibele schil.
Bij het verminderen van de formatieplaatsen zijn de volgende geschrapt: adviseur informatisering B, beleidsadviseur Documentatie en Informatievoorziening, een projectleider openbare ruimte, een medewerker Administratieve Organisatie/Interne Controle, een managementassistent, een toezichthouder WABO B, een beleidsadviseur ruimtelijke ontwikkeling en een directeur voor in totaal een bedrag van € 588.880 in 2021. Vanaf 2022 nog een bedrag van € 69.259 extra. daarnaast betreft het aantal kleinere rest-formatieplaatsen van een 0,5 fte en minder in diverse teams voor een bedrag van € 384.816. Deze bedragen – dus grofweg de helft van de besparing op de personeelskosten - zijn in de begroting verwerkt. Dit betekent dat deze formatieplaatsen zijn vervallen. Ook de andere helft van de besparing, namelijk op de overige personeelskosten, is in de begroting verwerkt. Dit betekent de facto dat er onder andere minder opleidingsbudget is en minder mogelijkheden zijn om via een flexibele schil zieke medewerkers te vervangen. 2. Kan gespecificeerd worden welke kosten in 2021 onder het frictiekosten zijn begroot. Antwoord: In dit antwoord gaan wij uit van 2021 en 2022. Er is een eenmalig overbruggingsbudget (frictiebudget) voor twee jaren nodig om de besparingen te realiseren in 2021 en 2022.
Het betreft een budget van € 580.706 ten behoeve van het structureel wegvallen van formatie zoals onder antwoord 1 beschreven. Dit zijn voor een deel formatieplaatsen
die structureel worden geschrapt maar in 2021 en sommige ook in 2022 bezet zijn, en waar dus kosten aan zijn verbonden. Daarnaast zijn maatwerkregelingen nodig om uitstroom van een aantal medewerkers te realiseren. Uitstroom die bijdraagt aan het realiseren van de bovengenoemde bezuiniging. Het frictiebudget wat nodig is voor deze maatwerkregelingen stelt medewerkers in staat stelt van werk naar werk te gaan. Het gaat hier om een bedrag van € 289.000 voor 2021 en 2022 samen. Tot slot is incidenteel een frictiebudget van € 300.000 voor een eenmalige opleidingsimpuls voor organisatieontwikkeling nodig in verband met structureel besparen op een deel van het opleidingsbudget. Daarnaast is dit nodig om deels nog te voorzien in een flexibele schil om zieke medewerkers te vervangen. Bij elkaar opgeteld maakt dit een bedrag van € 1.169.706. Vraag 3. Eerder is aangegeven dat het betalen van de Niemansclaim geen gevolgen heeft voor de begroting en de belastingbetaler. De vraag die we hierbij hebben is of er nog meer kosten verwacht worden die een relatie hebben met de Niemansclaim? Antwoord: Dit voorstel gaat over een alternatieve dekking van de frictiekosten voor een bezuiniging op het gemeentelijk apparaat. Bij de Kadernota wordt ingegaan op de gevolgen van de Niemansclaim in relatie tot de ambities en financiële positie van de gemeente.