Beantwoording technische vervolgvragen CU inzake Begroting.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vervolgvragen CU inzake Begroting Vraag 6: Pag 11 Veiligheid In onze gemeente is een kwartiermaker aangesteld voor het project ‘Jonge aanwas’. Hierover lezen wij niets terug in de begroting. Welk resultaat hoopt u vanuit deze aanpak in 2023 te bereiken? Is hiervoor binnen het IVP 2023-2025 waarnaar verwezen wordt budget voor? Antwoord 6: Het voortzetten van de lijn die in 2022 is gestart. Deze start staat in het teken van bewustwording en het verbinden van samenwerkingspartners in het sociaal, onderwijs- en veiligheidsdomein, om samen aan de slag te gaan met het voorkomen van jonge aanwas in de drugscriminaliteit. In 2023 wordt deze samenwerking geoptimaliseerd, verstevigd en bestendigd voor de langere termijn, zowel in beleid als in de samenwerking met de diverse partners. Daarnaast is het streven om een gezamenlijk actueel informatiebeeld op te stellen. Dit geeft richting aan het inzetten van de juiste interventies, zowel op het gebied van preventie als repressie. Er worden zoveel mogelijk verbindingen gelegd met bestaande overlegstructuren en lopende projecten, zoals de wijkaanpak De Hagen, OKO en Vreedzame Wijk. Tenslotte zal het speelveld zich uitbreiden van de wijk De Hagen (waarop in 2022 de focus lag) naar een groter gebied binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Het IVP 2023 – 2025 zal inhoudelijk de verschillende veiligheidsthema’s bespreken.
Jonge Aanwas is hiervan een onderdeel. Wat betreft het budget: momenteel ontvangen wij hiervoor gelden vanuit de Rijksoverheid. Voor het komende jaar wordt gewerkt aan de voortzetting hiervan. Vervolgvraag 1: Klopt het dat het geld dat we van de Rijksoverheid krijgen, besteed wordt aan de kwartiermaker aanpak jonge aanwas? U geeft aan dat de Aanpak Jonge Aanwas onderdeel is van het IVP. Worden er binnen het nieuwe IVP ook financiële middelen gereserveerd voor het uitvoeren van interventies? Waarom wel/niet? Wanneer gaan wij het IVP 2023-2025 vaststellen? Vervolgantwoord 1: De afgelopen periode was een kwartiermaker aangesteld gericht op de overkoepelende samenwerking. Daarnaast is er één projectleider specifiek voor Vijfheerenlanden. Voor 2023 is er opnieuw bij het Rijk subsidie aangevraagd door het RIEC om een projectleider aan te stellen tbv Vijfheerenlanden. De rol van kwartiermaker is hierin niet meer opgenomen. De projectleider aanpak jonge aanwas wordt op dit moment gefinancierd vanuit het Rijk. De projectleider en de aanpak jonge aanwas zijn niet opgenomen in het huidige IVB. Het betreft een projectaanpak gericht op bewustwording, verbinding met relevante samenwerkingspartners én preventief aanbod ontwikkelingen ter voorkoming van de jonge aanwas in de drugscriminaliteit.
Afhankelijk van de uitkomsten van dit project én de financiële borging vanuit het Rijk, zullen we beslissen of we de deze aanpak zullen opnemen in de Kadernota 2024. Het vaststellen van het integraal veiligheidsbeleid (IVB) 2023-2025 volgt in Q2 2023. De aanpak jonge aanwas wordt in het nieuwe IVB opgenomen onder het thema jeugd. Vraag 8c: Welke concrete mogelijkheden ziet u om de toegang tot mantelzorgregelingen te verbeteren? En aan wat voor respijtmogelijkheden moeten wij hier denken? Antwoord 8c: Op dit moment worden onderzoeken uit reguliere budgetten gedekt.
Vervolgvraag 2: Onze vraag had geen betrekking op financiële budgetten maar op de inhoud. Graag alsnog inhoudelijk reageren. Vervolgantwoord 2: De toegang tot mantelzorgregelingen kan verbeterd worden op verschillende manieren. Concrete mogelijkheden zijn bv. het aanstellen van aandachtsvelders mantelzorg binnen de gemeente (oa sociaal team) en bij betrokken organisaties, het verbeteren van de informatieverstrekking over mantelzorgregelingen (bv. via krant, website en social media) en het in contact brengen van mantelzorgers met ondersteuners van bv. Mantelzorg VHL en een mantelzorgmakelaar. Ook het organiseren van casuïstiek overleg met aandachtsvelders mantelzorg hoort daar bijvoorbeeld bij, net als het organiseren van trainingen. Deze en andere concrete mogelijkheden zijn naar voren gekomen tijdens de uitvoering van het project “Verbeter de toegang tot mantelzorgregelingen”. Bij respijtzorg gaat het met name om dagactiviteiten, logeermogelijkheden en ondersteuning in de thuissituatie met als doel de mantelzorger te ontlasten. De taken van de mantelzorger worden dan even over genomen. Concrete mogelijkheden om de toegang tot respijtzorg te verbeteren zijn onder meer bekendheid genereren over de verschillende mogelijkheden tot respijtzorg onder professionals via het promoten van de Respijtwijzer en via informatiebijeenkomsten, meer delen informatie, bv.
naar aanleiding van open dagen en het onderzoeken of de toegang tot logeerzorg effectiever kan. Vraag 13: Pag. 20: De lasten van programma C liggen €2 miljoen lager dan de lasten van Programma Sociaal Domein in de 2e bestuursrapportage. Dit terwijl programma c een breder programma is (zit ook onderwijs en gezondheid in). Hoe moeten wij dit lezen? Gaat u een bezuiniging doorvoeren op deze onderwerpen? Zo ja, waar gaat die bezuiniging landen? Antwoord 13: De lasten van voormalig programma 6 uit 2022 en programma C in 2023 zijn niet 1 op 1 vergelijkbaar. Het bestaat namelijk uit een andere optelling van deelproducten en beleidsvelden. Om toch een vergelijking met het verleden mogelijk te maken staat in de begroting 2023 wel een overzicht per programma met de corresponderende begrotingsposten uit 2022. Daaruit blijkt dat de lasten op programma sociaal domein in 2023 per saldo met ongeveer € 3 miljoen zijn afgenomen ten opzichte van de (bijgestelde) begroting 2022. Er is echter geen sprake van een bezuiniging, maar dit is vooral het gevolg van het wegvallen van een flink aantal incidentele kostenposten. Per saldo is er sprake van een daling, omdat er een groot aandeel aan incidentele lasten in was opgenomen (opstartsubsidies, uitgaven arbeidsmarktregio, opstartkosten opvanglocatie Meerkerk).
Daarnaast is er sprake van structurele uitgaven die in 2022 hoger waren dan we voor 2023 verwachten. Zo geeft de begroting van Avres aan dat de kosten inkomensregeling lager zullen uitvallen dan in 2022 en is de ontwikkeling van de kosten voor Jeugdzorg in 2022 voor een deel als incidenteel aangemerkt. Dit alles heeft dus zeker niet het karakter van een bezuiniging, maar leidt in totaal wel tot lagere uitgaven tov 2022 voor een bedrag van ongeveer €10 miljoen. Daar tegenover staan aan de andere kant lagere inkomsten en een stijging van de lasten met ongeveer €7 miljoen. Het meenemen van actuele ontwikkelingen zoals nieuwe inkoopafspraken, hogere bijdrage aan apparaatskosten en uitvoeringskosten voor de GGD, minimabeleid, reïntegratiekosten, wmo-voorzieningen en indexering van subsidies/verstrekken van nieuwe subsidies hebben geleid deze hogere kosten. Vooral vanwege het incidentele karakter van een flink aantal begrotingsposten in 2022 valt het totaal van het programma per saldo lager uit in 2023 ten opzicht van het jaar daarvoor, zonder dat er sprake is van een bezuiniging.
Vervolgvraag 3: Uw antwoord schrijft alleen over posten uit het huidige programma sociaal domein. Echter omvat programma c ook het oude programma onderwijs en Volksgezondheid. Hoe zijn de financiën voor deze onderdelen geland in programma c? als wij de bedragen in de Berap 2022 bekijken en bij elkaar optellen komen wij voor de programma’s onderwijs, sociaal domein en het taakveld volksgezondheid op een totaalbedrag van €82.984.000 Als we de taakvelden uit de begroting 2023 op pagina 45 bij elkaar optel: komen we voor Onderwijs, Sociaal domein en Volksgezondheid op een totaal van €78.151.000. Dat is dus al bij 5 miljoen euro minder. De lasten die u opgeeft voor programma c bedragen echter slechts €68.480.000. Er zit dus 10 miljoen euro verschil tussen de optelling van de bedragen uit de taakvelden en het bedrag in programma c. En 15 miljoen euro verschil tussen de Berap 2022 en de begroting 2023 voor programma c. Kunt u dit duidelijker toelichten waar dit verschil inzit? Vervolgantwoord 3: Het overzicht op pagina 45 van de begroting is opgenomen voor de vergelijkbaarheid met de voorgaande begroting, maar het is lastig om 1 op 1 de link te leggen tussen dit overzicht en de nieuwe programmatotalen. De belangrijkste oorzaak van het verschil betreffen de lasten van onderwijs (taakvelden 4.1 tm 4.3).
Hoewel het onderwijs een nauwe inhoudelijke link heeft met het sociaal domein, is deze financieel opgenomen onder het programma ontplooiing. In het programma sociaal domein zitten nu alleen die zaken die rechtstreeks te relateren zijn aan zorg voor de inwoners. Onderwijs is financieel verwerkt onder ontplooiing. Enerzijds vanuit de gedachte van een leven lang leren en de inhoudelijke relatie met bibliotheekwerk en anderzijds vanuit de koppeling van het vastgoed van de scholen (onderwijshuisvesting) met het vastgoed van bijvoorbeeld de sociale ontmoetingsplaatsen en sportaccommodaties. De € 10 miljoen verschil die u constateert wordt dus voor € 9,3 miljoen (optelsom lasten taakvelden 4.1 tm 4.3) veroorzaakt door onderwijs. Dit zorgt daarbij ook voor een iets evenwichtiger verdeling tussen de verschillende taakvelden. Programma sociaal domein is al erg groot, en met onderwijs erbij zou het een nog groter aandeel van de gemeentelijke begroting beslaan. De precieze uitwerking (en bruikbaarheid voor de raad) van de nieuwe programma-indeling wordt uiteraard geëvalueerd en – waar nodig – in overleg met de raad bijgesteld.
Vraag 26: Pag 57: waardoor de sterke stijging immateriële vaste activa? Is dat de nieuwe leningporteuille? En waardoor de sterke stijging financiële vaste activa? Waarom staan de voorzieningen op 0? Wat betekent de * achter Eigen vermogen? Antwoord 26: Met het afsluiten van de nieuwe leningportefeuille heeft ook vervroegde aflossing plaats gevonden van de oude leningportefeuille. Vanwege de vervroegde aflossing moest ook een “boete” worden betaald, ofwel agio. Conform onze beleidsregels schrijven we agio af over 5 jaar, dit komt dan inderdaad op de balans onder de noemer immateriële activa. We hebben geen activa-voorzieningen, daarom staan deze op 0 gewaardeerd. We hebben uiteraard wel zogenaamde passiva-voorzieningen, denk aan de voorziening rioolheffing van waaruit we groot onderhoud bekostigen en de positieve of negatieve rekeningresultaten op het taakveld riolering verwerken. De * heeft geen verdere betekenis en had hier niet meer hoeven staan. Vervolgvraag 4: We missen in de beantwoording de toelichting op de sterke stijging van de financiële vaste activa
Vervolgantwoord 4: De sterke (tijdelijke) toename wordt veroorzaakt door de inrichting van het nieuwe financieringsarrangement. Daarin is bepaald dat we de komende jaren het resterende (nog niet opgenomen) deel van de geldlening opnemen in delen van € 20 miljoen. Omdat het deel dat in 2022 is opgenomen nog niet direct benodigd is ten behoeve van een financieringsvraagstuk, is dit deel als een deposito weggezet bij de BNG. Dit is op de balans opgenomen onder de financiële vaste activa en verklaart de stijging.