b_NL.IMRO.1961.BPOntwLeerbroek-VS02_18.Compensatieplan.pdf
Tekst van het document
Blom Ecologie
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg
T.a.v. dhr. T. Versluis Lekdijk 44
0418 820 288
2967 GB Langerak
info@blomecologie.nl www.blomecologie.nl KVK
67221904
Compensatieplan weidevogels Leerbroek
BTW nr.
NL856882999B01
Datum:
26 oktober 2022
IBAN
NL21RABO0314240683
Project:
2021-1236
Samenstellers:
ir. ing. M. Vos en ir. T.W.D. Schrader
Onderwerp:
Aanleiding Voorliggend document is opgesteld inzake de compensatie van Belangrijk weidevogelgebied zoals vastgesteld in de beleidsregels van provincie Zuid-Holland. De aanleiding voor de compensatie is het bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ waarbij agrarische percelen worden ontwikkeld voor woningbouw en onderwijs. Ter toetsing van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is februari 2019 een quickscan Wet natuurbescherming en gebiedsbescherming uitgevoerd waaruit bleek dat het plangebied deels binnen het Belangrijk weidevogelgebied van de provincie ZuidHolland valt (Soethout & Blom, 2019). Door gemeentelijke herindeling vallen de percelen binnen dit bestemmingsplan sinds 1 januari 2019 onder de provincie Utrecht. De percelen zijn binnen de omgevingsverordening provincie Utrecht niet geclassificeerd als een weidevogelkerngebied of als weidevogelrandzone in zowel het Natuurbeheerplan 2022 als het Natuurbeheerplan 2023. In de uitspraak van de Raad van State (17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2401) is echter vastgelegd dat voor de ruimtelijke ontwikkelingen de beleidsregels Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) nog van toepassing zijn.
Ondanks dat het weidevogelgebied is geclassificeerd als niet relevant voor weidevogels (Soethout & Blom, 2019) heeft de Raad van State in de vorengenoemde uitspraak geconcludeerd dat de ontwikkeling leidt tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied aangezien het gebied door de ontwikkeling in de toekomst (permanent) ongeschikt raakt voor weidevogels. Voorliggende rapportage is opgesteld ter compensatie van het weidevogelgebied dat verloren gaat binnen het bestemmingsplan ´Ontwikkeling Leerbroek´. Beleid De beleidsregels van de provincie Zuid-Holland, begrepen in de "Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013" geven aan dat: Art. 2, lid 1: In gebieden waar het 'nee, tenzij'- regime van kracht is, zijn geen ingrepen toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd via de procedure zoals weergegeven in de artikelen 5 tot en met 8 van deze beleidsregel. Art.
2, lid 2: Het 'nee, tenzij'-regime is van toepassing bij ingrepen in de EHS 'op het land', in de belangrijke weidevogelgebieden, in de recreatiegebieden in de Zuidvleugel en in de gebieden in de strategische reservering natuur. In geval van een compensatieplicht conform de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap, Zuid-Holland 2013 wordt het ‘nee, tenzij’-regime doorlopen. Hier zijn geen ingrepen toegestaan met aantasting, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. De eerste twee voorwaarden worden geborgd in het
bestemmingsplan. Het beperken van negatieve effecten wordt geborgd door maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht (Soethout & Blom, 2019). Aan de noordkant van plangebied wordt de bestemming ‘groen’ toegewezen. Compensatie vindt plaats door fysieke compensatie met dezelfde natuurwaarden als die door de ingreep verloren zijn gegaan, aansluitend aan of nabij het gebied van de ingreep (art. 5 lid 4a). Beoordeling natuurwaarden plangebied In ‘Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Recht van ter Leede 40a te Leerbroek’ van J.E. Soethout en C.J. Blom (Kenmerk BE/2019/102) wordt gesteld dat het gedeelte waar de woningbouw gerealiseerd zal worden ongeschikt is voor weidevogels (figuur 1). In de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap, Zuid-Holland 2013 worden de ‘wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden’ gedefinieerd als “de hoge weidevogeldichtheden alsmede de factoren die deze dichtheden bepalen zoals het agrarisch (grasland) gebruik, de waterhuishouding, de landschapsstructuur, openheid en rust”. Uit het oriënteerde onderzoek bleek dat het plangebied geclassificeerd kan worden als algemeen leefgebied voor weidevogels (Soethout & Blom 2019). De kwaliteit van het gebied ten aanzien van weidevogels is echter slecht vanwege de constante verstoring van het gebied door de ligging nabij wegen en bebouwing.
Uit onderzoek is gebleken dat de verstoringsafstand van een gemeentelijke weg, zoals de Kerkstraat die langs de percelen loopt, 50 meter bedraagt, terwijl de verstoringsafstand van bebouwing binnen de bebouwde kom oploopt tot de 300 meter (Oosterveld et al, 2014). Verstoringsafstanden van andere elementen zoals wegverlichting, bebouwing en bomenrijen liggen tussen de 100 tot 1200 meter. Binnen deze zone geldt dat de verstoring een negatieve invloed heeft op het aantal broedende weidevogels (Van ’t Veer et al., 2010). Het gehele weidevogelgebied binnen het bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ valt binnen 100 meter van verstoringsbronnen waardoor de kwaliteit van deze percelen als weidevogelgebied in de huidige situatie als zeer slecht te beoordelen is. De planologische aanwijzing resulteert wel in het opschuiven van deze verstoringsbronnen. In praktijk blijft dit effect vrij beperkt doordat er in de richting van de toegenomen bebouwing in de huidige situatie ook al andere verstoringsbronnen (gebouwen, bomen, straatverlichting) aanwezig zijn, maar de planontwikkeling zal resulteren in een netto toename van verstoring. Het plangebied ligt daarnaast op een afstand van 150 tot 350 meter van Utrechts weidevogelkerngebied (figuur 1). Ook andere eigenschappen van het gebied wijzen op de lage kwaliteit van het gebied als weidevogelgebied.
Het perceel is hoofdzakelijk in gebruik als grasland, waarbij maximaal 20% van het perceel in gebruik mag zijn voor maisteelt. Het perceel heeft grondwatertrap VI met de gemiddeld hoogste grondwaterstand 40-80 en de gemiddeld laagste grondwaterstand > 120 in cm onder maaiveld. Hier is dus geen sprake van een hoge grondwaterstand. Cumulatief kan gesteld worden dat het plangebied nooit geschikt is geweest, of had kunnen zijn, als Belangrijk weidevogelgebied. Er is in het plangebied geen sprake van hoge weidevogeldichtheden, geen sprake van 100% graslandgebruik, geen hoge grondwaterstand en er is geen open landschapsstructuur of rust. Er is derhalve dus ook geen sprake van wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, zoals gedefinieerd door de provincie Zuid-Holland. Dit heeft tot gevolg dat effecten ter plaatse niet gemitigeerd kunnen worden. Door de planologische maatregelen blijft het plangebied ongeschikt voor weidevogels. Toetsing aan provinciaal beleid Ondanks dat de planlocatie in de huidige situatie geen belangrijke functie heeft voor weidevogels heeft de Raad van State terecht beoordeeld dat, ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, in de toekomst met zekerheid gesteld kan worden dat enige functie permanent uitgesloten zal zijn.
Daarnaast leidt de ontwikkeling van de percelen ervoor dat de verstoring dieper in het Belangrijk weidevogelgebied kan indringen aangezien percelen die momenteel buiten de verstoring vallen in de toekomst binnen de verstoringszone kunnen gaan vallen als gevolg van de nieuwbouw. Dit leidt ertoe dat de ontwikkeling leidt tot netto afname van onverstoord weidevogelgebied. Het plangebied ligt met een oppervlakte van 1,8 hectare in Belangrijk weidevogelgebied.
Groot openbaar belang Het plan voorziet in de herontwikkeling van huidige agrarische gronden naar een basisschool en 32 burgerwoningen. Uit een verkenningsstudie van diverse locaties in en rondom Leerbroek is de vrijkomende locatie als voorkeurslocatie naar voren gekomen voor de realisatie van een nieuwe basisschool. In Leerbroek is namelijk behoefte aan meer woningen. Door Hofstede Makelaardij Meerkerk B.V. is een marktanalyse van de woningmarkt in Leerbroek opgesteld met als conclusie dat er sprake is van een duidelijk tekort aan kwalitatieve en gangbare gezinswoningen. Ook uit de gemeentelijke woonvisie en de door Stec Groep opgestelde Ladderonderbouwing blijkt dat er sprake is van behoefte aan de voorziene woningen. Daarnaast is er in Leerbroek behoefte aan een nieuwe moderne basisschool op een veilige locatie. De bestaande basisschool voldoet niet meer aan de eisen die het onderwijs daaraan stelt. Verder is de huidige basisschool gesitueerd aan een doorgaande weg en op enige afstand tot de kern Leerbroek. Dat betekent dat de meeste schoolgaande kinderen circa 300 meter over een doorgaande weg moeten fietsen of lopen, wat de verkeersveiligheid niet ten goede komt. Gelet hierop wil de gemeente de school verplaatsen. Het plan voorziet in de gewenste nieuwe en moderne basisschool op een veilige locatie.
Het plan voorziet dus in een hoger en passend woningaanbod en een school op een veiligere en bereikbare locatie. Zodoende dient het plan een groot openbaar belang. Alternatievenafweging Binnen het gebied dat door de provincie is aangewezen als bestaand stads- en dorpsgebied in Leerbroek, is geen mogelijkheid om 32 burgerwoningen en een basisschool toe te voegen. Inbreiding binnen het bestaand stads- en dorpsgebied is daarmee niet mogelijk. Er is een huidige basisschool aan de Leerbroekseweg te Leerbroek aanwezig. Dit pand is bijna zestig jaar oud en voldoet niet meer aan de eisen die het onderwijs stelt. Tevens is de huidige basisschool gelegen aan een doorgaande weg en op afstand van de kern Leerbroek. De bestaande schoollocatie is in het kader van de verkeersveiligheid niet veilig omdat de meeste kinderen circa 300 meter over een doorgaande weg moeten overbruggen. Gesteld kan worden dat er behoefte is naar een nieuw en modernere basisschool in de kern Leerbroek op een locatie die voor kinderen veilig is en dat renovatie van het huidige schoolgebouw geen bevredigend alternatief is. Daarnaast heeft de gemeente voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan een geschiktheidsonderzoek verricht naar zes locaties voor de basisschool, waaronder het plangebied. Daarbij is getoetst aan criteria, zoals ruimtelijke inpassing, verkeersafwikkeling en financieel.
Hieruit komt naar voren dat het plangebied de meest geschikte locatie is voor een nieuwe basisschool.
Beperken van effecten Gezien de aard van de planologische ontwikkeling is het niet mogelijk om binnen het plangebied weidevogelgebied behouden, de effecten te mitigeren of te versterken. Aan de noordzijde van het plangebied is een enkelbestemming ‘groen’ toegewezen als buffer tussen het nieuwe stedelijke en het agrarische gebied. Dit zal voor weidevogels weinig effect hebben. In het kader van de algemene zorgplicht wordt bij de definitieve planuitwerking geadviseerd om een lichtplan op te stellen. Compenseren van resterende effecten Om het verlies aan oppervlakte te compenseren en de verstoring van de nieuwbouw te compenseren is een compensatiegebied noodzakelijk dat (1) ten minste een oppervlakte heeft van 1,8 ha (oppervlakte huidig gebied binnen het Belangrijk weidevogelgebied) en (2) buiten de verstoringszone van bebouwing, beplanting en infrastructuur valt. Het perceel dat beschikbaar is voor de compensatie heeft een oppervlakte van 2,9 ha en grenst aan het weidevogelkerngebied van de provincie Utrecht (figuur 1) en grenst tevens aan belangrijk weidevogelgebied van Zuid-Holland zoals bepaald was tot 1 januari 2019. Toevoeging van dit compensatiegebied aan het weidevogelkerngebied Vijfheerenlanden vergroot dit oppervlakte van 379,1 ha naar 382,0 ha.
Het compensatiegebied grenst op zo’n 220 meter afstand van bebouwing in het buitengebied en valt derhalve buiten de verstoringszone die 200 meter is voor bebouwing in het buitengebied (Oosterveld et al, 2014). Het compensatiegebied valt binnen de Weidevogelrandzone en is, door de connectie met het kerngebied en de afwezigheid van nabije storingsbronnen zeer geschikt als weidevogelcompensatie gebied voor weidevogels van vochtig grasland zoals kievit, grutto, tureluur en scholekster. Het compensatiegebied ligt midden in open weiland wat, door de weidsheid (rust), het landgebruik (hoofdzakelijk grasland) en het ontbreken van (grootschalige) houtachtige structuren voor predatoren (vos, zwarte kraai, buizerd, marterachtigen en dergelijke) bij uitstek geschikt is voor weidevogels. Het huidig gebruik van het compensatiegebied is nog relatief intensief agrarisch, waardoor qua inrichting en beheer een meerwaarde gevonden wordt voor weidevogels.
Figuur 1 Overzicht van de ligging van het plangebied en het compensatiegebied ten opzichte van weidevogelgebieden van provincie Utrecht (bron: Interim Omgevingsverordening 2021-0310, provincie Utrecht).
Figuur 2 Overzicht van de ligging van het plangebied en het compensatiegebied ten opzichte van het Belangrijk weidevogelgebied van provincie Zuid-Holland (bron: Ruimtelijkeplannen, provincie Zuid-Holland).
Inrichting en beheer compensatiegebied Het perceel aangewezen als compensatiegebied (figuur 1) is in agrarisch gebruik. Het perceel grenst aan het weidevogelkerngebied van de Vijfheerenlanden waarin ten opzichte van 2019 een opvallende stijging van het aantal weidevogels is vastgesteld (Slaterus et al. 2021). In het kerngebied Vijfheerenlanden zijn hoge aantallen van kievit, grutto, krakeend en scholekster aangetroffen (Slaterus et al. 2021). De volgende maatregelen zullen getroffen worden voor het compensatiegebied: 1.
Extensief landgebruik. Intensief landgebruik is desastreus voor weidevogels. Ouderdieren ondervinden veel stress bij veel activiteiten zoals hoge beweidingsdruk of veel landbewerkingen. Daarnaast is er een groot risico op sterfte van kuikens of mislukken van een broedsel omdat een nest is kapot gemaaid of vertrapt door vee. Het compensatieperceel wordt specifiek ingericht met het doel om de een kwalitatieve impuls te geven aan het weidevogelgebied. Andere vormen van gebruik zijn wel mogelijk maar altijd ondergeschikt aan de functie voor weidevogels. Bij de beheer maatregelen wordt hier nader op in gegaan. 2. Ecologisch beheer. Om het compensatiegebied functioneel te laten zijn dient het gebied goed beheerd te worden. Dit betekent dat er pas na het broedseizoen van weide- en akkervogels (vanaf 15 juni, maar bij voorkeur pas vanaf 1 juli) gemaaid dient te worden. Daarbij dient er gelegenheid gegeven te worden aan vogels en hun kuikens (en andere fauna) om te kunnen vluchten. Dit betekent dat er niet van buiten naar binnen gemaaid mag worden, omdat dieren dan opgesloten raken, maar van binnen naar buiten zodat dieren kunnen ontsnappen. Bemesting middels injecteren van drijfmest, onkruidbestrijding en andere gewasbescherming zijn ongewenst. Het uitrijden van vaste stro-mest is wel mogelijk.
Indien noodzakelijk dienen de slootkanten en sloten pas in de winterperiode geschoond te worden. Hierbij is het streven om het extensief landgebruik en het ecologisch beheer zo snel mogelijk in te laten gaan.
Samenvatting De percelen binnen het bestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’ hebben in de huidige situatie een zeer lage kwaliteit als weidevogelgebied. Echter vanwege aangewezen Belangrijk weidevogelgebied binnen Zuid-Holland (tot 1 jan. 2019) heeft de Raad van State geoordeeld dat de compensatie van dit weidevogelgebied dient plaats te vinden conform de beleidsregels van Provincie Zuid-Holland. Compensatiegebied wordt aangelegd aansluitend aan de weidevogelkerngebieden van de provincie Utrecht en Zuid-Holland. Het perceel wordt ingericht om dit geschikt te maken voor weidevogelsoorten die al in hoge aantallen in het naastgelegen kerngebied Vijfheerenlanden aanwezig zijn. Vanwege de geschiktheid van het nieuwe perceel ten opzichte van de lage kwaliteit van het oude perceel zorgt de aanwijzing, inrichting en beheer van het ‘compensatiegebied’ voor een aanzienlijke verbetering van het habitat van weidevogels. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsregels voor compensatie van Belangrijk weidevogelgebied.
Literatuur Gemeente Zederik. 2017. Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek. Oosterveld, E.B., L.W. Bruinzeel, E. Wymenga. 2014. Ecologie van weidevogels: Kennisbundeling voor bescherming en beheer. A&W-rapport 1831. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Soethout, J.E. & Blom, C.J. 2019. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan Recht van ter Leede 40a te Leerbroek. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. Slaterus R., Majoor F. & van Kleunen A. 2021. Weidevogels in de provincie Utrecht in 2021. Sovonrapport 2021/69. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Timmen B., Huiskens, L. & Gradussen, M. 2021. Laddertoets Slagboom-locatie Leerbroek. Woningbouwontwikkeling met 32 woningen in gemeente Vijfheerenlanden. Stec groep. Van ’t Veer, R., H. Sierdsema, C.J.M. Musters, N. Groen & W.A. Teunissen, 2008. Weidevogels op landschapsschaal. Ruimtelijke en temporele veranderingen. Van ’t Veer, R. & C.J.G. Scharringa, 2008. Weidevogelonderzoek Laag-Holland 2006. Analyse en interpretatie van de aangetroffen soorten, aantallen en dichtheden in 30.000 hectare weidevogelgebied. Landschap Noord-Holland, in opdracht van Provincie Noord-Holland. Van ’t Veer, R., N. Raes & C.J.G. Scharringa, 2010. Weidevogelonderzoek in Noord-Holland; ecologie, beleid en ontwikkelingen. Landschap Noord-Holland, in opdracht van Provincie Noord-Holland.
Blom Ecologie B.V. Koeweistraat 2 - 4181 CD Waardenburg Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.