b_NL.IMRO.1961.bpLMLakerveld133-VA01_8.Onderzo..ouderijen.pdf
Tekst van het document
ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN LAKERVELD 133-135 LEXMOND
1
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Onderzoek achtergrondbelasting veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond 20211304.v01 27 september 2021 Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6
2.1. 2.2. 2.3.
Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.
Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 Achtergrondbelasting ................................................................................................................... 8 Geurbelasting versus geurhinder ................................................................................................ 9 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 10 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 10
4.
GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 12
4.1. 4.2.
Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 12 Beoordeling woon- en leefklimaat ............................................................................................. 14
5. CONCLUSIE.................................................................................................................................. 15 BIJLAGE I. KAART ACHTERGRONDBELASTING .................................................................... 16 BIJLAGE II. VEEHOUDERIJGEGEVENS ..................................................................................... 17
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
3
1.
INLEIDING
1.1.
Situatie
Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Lakerveld 133-135 te Lexmond twee burgerwoningen te realiseren. Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is dit onderzoek geurhinder veehouderijen. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
4
1.2.
Vraagstelling
Bij het beoordelen van het ruimtelijk plan speelde de volgende vraag: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd ten aanzien van het aspect achtergrondgeurbelasting? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
5
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Wet geurhinder en veehouderij
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
2.2.
Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten
Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.
2.3.
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak
1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
6
worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.
Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
7
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN
3.1.
Uitgangspunten veehouderijen
Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.
3.2.
Geuremissie en geurimmisie
De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.
3.3.
Achtergrondbelasting
De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m3
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
8
Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting
De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
3.4.
Geurbelasting versus geurhinder
In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 1. Tabel 1.
Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 0,7 ouE/m3 0 – 1,5 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 0,7 – 1,8 ouE/m 1,5 – 3,5 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 1,8 – 3 ouE/m 3,5 – 6,5 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 3 – 4,5 ouE/m 6,5 – 10 ouE/m3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 4,5 – 6,5 ouE/m3 10 – 14 ouE/m3 Slecht 25 – 30 % 6,5 – 8,5 ouE/m3 14 – 19 ouE/m3 Zeer slecht 30 – 35 % 8,5 – 11,3 ouE/m3 19 – 25 ouE/m3 Extreem slecht 35 – 40 % 11,3 – 14,7 ouE/m3 25 – 32 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor niet-concentratiegebieden, voor concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Vijfheerenlanden ligt niet in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
9
3.5.
Geurgevoelig object
Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.
Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.
3.6.
Bebouwde kom
Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
10
ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt. Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelige objecten maken geen onderdeel uit van het gebied binnen de bebouwde kom.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
11
4.
GEURBEREKENINGEN
In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies
4.1.
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. De veehouderij gegevens zijn aangeleverd door de Omgevingsdienst Regio Utrecht. De gegevens zijn opgenomen in bijlage II. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
12
De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 1 paragraaf 3.4).
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
13
Afbeelding 4. Achtergrondbelasting
De hoogst berekende achtergrondgeurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt ongeveer 0,2 ouE/m3.
4.2.
Beoordeling woon- en leefklimaat
De achtergrondbelasting van maximaal 0,2 ouE/m3 komt overeen met een ‘zeer goed’ woonen leefklimaat. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
14
5.
CONCLUSIE
In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan aan de Lakerveld 133-135 onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvraag, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In hoofdstuk 4 van dit rapport is toegelicht dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect achtergrondgeurbelasting.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
15
BIJLAGE
I. KAART ACHTERGRONDBELASTING
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
16
BIJLAGE
II. VEEHOUDERIJGEGEVENS
Onderzoek geurhinder veehouderijen Lakerveld 133-135 Lexmond Datum: 27 september 2021 ; Referentie: 20211304.v01
17
Bijlage II - Veehouderijgegevens IDNR
X 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Y 129541 129860 129188 129673 130724 130389 129275 129912 130086 130171 128157
EPH 438905 5.0 440746 5.0 437408 5.0 439263 5.0 437813 5.0 440627 5.0 437801 5.0 439847 5.0 440117 5.0 437364 5.0 437768 5.0
GEBH 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0
DIAM 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5
UITTR 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0 4.0
EVERG 16 1424 0 783 0 2570 3005 0 0 0 0
EMAX
Stal 16 mid 1424 mid 0 mid 783 mid 0 mid 2570 mid 3005 mid 0 mid 0 mid 0 mid 0 mid
Adres Lakerveld 206 Driemolensweg 9 Lakerveld 268 en 270 Lakerveld 184 Kanaaldijk 13A Lakerveld 72 Lakerveld 179 Lakerveld 136a Lakerveld 120 Middelkoop 43 Zouwendijk 79
Gemeente Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden
Dossiernr. VHL-D-00017687 VHL-D-00018021 VHL-D-00017665 VHL-D-00017832 VHL-D-00017990 VHL-D-00017696 VHL-D-00017677 VHL-D-00017834 VHL-D-00017982 VHL-D-00023279 VHL-D-00018043
Bedrijfstype Melkveehouderij Vleesveehouderij Melkveehouderij Rundvee- en varkenshouderij Melkveehouderij Rundveehouderij Rundveehouderij Melkveehouderij Melkveehouderij Melkveehouderij Melkveehouderij