b_NL.IMRO.1961.bpLMLakerveld133-VA01_6.Huismusonderzoek.pdf
Tekst van het document
Huismusonderzoek aan de Lakerveld 133-135 te Lexmond Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
1
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2021/509
Datum:
7 juni 2021
Samensteller(s):
ing. G. Fairhurst
Collegiale toets:
ing. ir. K.J. Rebergen
Opdrachtgever: VAN DEN HEUVEL ONTWIKKELING & BEHEER B.V. Lekdijk 44 2967 GB Langerak Contactpersoon:
dhr. R. de Groot
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V./ Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
2
Inhoud 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel
4
1.2 Plangebied
5
1.3 Werkzaamheden
6
1.4 Mogelijk aanwezige soorten
6
1.5 Kader Wet natuurbescherming
7
2 Methode .......................................................................................................................................... 8 2.1 Theoretisch kader
8
2.2 Praktische uitvoering
8
2.3 Inventarisaties
8
2.4 Specifieke omstandigheden
9
2.5 Afwijkingen protocollen
9
3 Resultaten ..................................................................................................................................... 10 3.1 Huismus
10
3.2 Overige soorten
11
4 Conclusie ...................................................................................................................................... 12 4.1 Huismus
12
4.2 Overige soorten
12
4.3 Vervolgstap(pen)
12
4.4 Vooruitzicht projectplanning
13
5 Bronnen ......................................................................................................................................... 14 Bijlage 1 Overzicht waarnemingen ............................................................................................. 15
3
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Lakerveld 133 & 135 te Lexmond is een perceel gesitueerd met een woonhuis en braakliggende grond. Dhr. Kool is voornemens de bestaande bebouwing op de planlocatie te saneren. Er zullen twee nieuwe vrijstaande woningen met bijgebouwen en tuinen gerealiseerd worden. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (Poelman, 2021). (Poelman, 2021).
Figuur 1.1
De planlocatie is gelegen aan de Lakerveld 133-135 te Lexmond (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van nestlocaties van de huismus niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). De woning heeft een pannendak met dakbeschot aan de onderzijde van het dak. De dakpannen zijn toegankelijk voor huismussen. Tijdens het veldbezoek van de quickscan zijn ook diverse huismussen aangetroffen die onder de dakpannen kropen, wat duidt op de aanwezigheid van nesten. Er zijn derhalve huismusnesten aanwezig op de planlocatie. Om te kunnen beoordelen hoeveel nesten er precies aanwezig zijn en of er sprake is van aantasting van essentieel functioneel leefgebied dient er aanvullend onderzoek naar huismussen plaats te vinden. Doordat de quickscan heeft plaatsgevonden op 3 mei 2021, wat midden in het broedseizoen is, kon tijdens dit veldbezoek al een huismusonderzoek plaatsvinden. De initiatiefnemer heeft Blom Ecologie B.V. verzocht om een tweede veldbezoek naar de huismus uit te voeren, zoals is voorgeschreven in het Kennisdocument In voorliggende rapportage worden de bevindingen van hiervan beschreven. 4
Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •
Is de huismus aanwezig in het plangebied?
•
Op welke wijze maakt de huismus gebruik van het plangebied? Zijn in het plangebied nesten en/of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig?
•
Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de nesten en/of verblijfplaatsen en leefomgeving van huismus?
1.2
Plangebied De planlocatie is gelegen aan de Lakerveld 133 & 135 te Lexmond (figuur 1.1). Het betreft een boerenerf met een woonhuis met een kleine voortuin en een oprit met half-verharding. Er is een solitaire beuk aanwezig ten noorden van de woning en enkele perenbomen ten zuiden van de oprit. De overige bebouwing is reeds gesaneerd. Het omliggende terrein bestaat momenteel uit braakliggende grond en grasland. De woning is opgetrokken uit gemetselde muren zonder spouw en een zadeldak bedekt met dakpannen. Er is deels dakbeschot aanwezig aan de binnenzijde van het dak. Het perceel wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde grotendeels omkaderd door watergangen. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door agrarisch gebied met weilanden, kavelsloten en boerenerven. De A27 ligt ten westen op circa 750 m. De grote Vliet ligt ten noorden op circa 120 m en het Merwedekanaal bezuiden de Lek ligt ten westen op circa 150 m. Reservaat Scharperswijk ligt ten noordoosten op ongeveer 1,5 km (Poelman, 2021).
Figuur 1.2
Fotografische impressie van de planlocatie.
5
1.3
Werkzaamheden De beoogde ingrepen zijn permanent van karakter. De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van het woonhuis en de realisatie twee woningen met bijgebouwen. De woningen worden op andere locaties gerealiseerd dan de huidige woning. Er worden tevens enkele parkeerplekken gerealiseerd. Daarnaast worden er diverse knotwilgen en twee solitaire (erf)bomen aangeplant. De huidige aanwezig solitaire beuk blijft behouden. De kleine naaldboom in de voortuin wordt mogelijk gekapt. De drie perenbomen ten zuiden van de oprit worden waarschijnlijk verplaatst naar elders op het terrein. De functie van het perceel dient te wijzigen van agrarisch naar wonen. Onderstaand volgt een korte opsomming van de ingrepen en effecten: •
saneren van woonhuis: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal;
•
verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen;
•
egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport;
•
realisatie twee woningen en twee bijgebouwen: algemene bouwwerkzaamheden;
•
revitalisatie
terrein
en
aanleg
verharding:
allerhande
(straat-
en
hoveniers)
werkzaamheden.
1.4
Mogelijk aanwezige soorten Uit het oriënterend onderzoek (Poelman, 2021) is gebleken dat de bebouwing op de planlocatie geschikt is voor huismusnesten (tabel 1.1). Binnen de planlocatie is tevens potentie voor essentieel leefgebied van de soort. Daarnaast is de planlocatie geschikt als nest van overige vogelsoorten die in bebouwing nestelen (als spreeuw). Tabel 1.1
Overzicht van de Soortenbescherming. Voor de benoemde soorten geldt dat aanvullend onderzoek benodigd is (Poelman, 2021).
Soortgroep
Vaatplanten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Reptielen Vissen Insecten en andere ongewervelden Vogels Huismus Spreeuw
6
Soortenbescherming Beschermings- Soortspecifiek regime Wet nb onderzoek
Mogelijk functie plangebied
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Artikel 3.1 Artikel 3.1
Ja Ja
Nestlocaties/foerageergebied Nestlocaties
1.5
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen
en
nationaal
beschermde
soorten,
uiteen
in
drie
verschillende
beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en de overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Wnb, art 3.1 lid 2 en 4 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
7
2 Methode 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). In tabel 2.1 wordt beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van huismusonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017).
Huismus Nest: Aantoonbaar door: - Visueel onderzoek in periode 1 april t/m 15 mei (2x veldbezoek avond/ochtend) - Visueel onderzoek in de periode 10 maart t/m 20 juni (4x veldbezoek avond/ochtend) - Inspectie (oplichten dakpannen) in de periode 15 september/1 maart (1x veldbezoek) Functioneel leefgebied: Bestaat met name uit foerageer en slaapplekken. Wordt vastgesteld door waarnemingen en gedrag van alle aanwezige huismussen. (Kennisdocument huismus BIJ12) Spreeuw (cat. 5) De nesten spreeuw (cat. 5) zijn jaarrond beschermd indien er sprake is van ecologische zwaarwegende redenen. Aanwezigheid van nesten van deze soort wordt vastgesteld door het tellen van in gebruik zijnde nesten. In praktijk gebeurt dit in de periode 1 april tot eind juli, betreffende de broedperiode. Voor de spreeuw en andere categorie 5 soorten zijn geen richtlijnen voor inventarisatie opgesteld, maar wordt de inventarisatie uitgevoerd gedurende het aanvullende onderzoek naar overige jaarrond beschermde broedvogels.
2.2
Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes.
2.3
Inventarisaties Veldbezoeken De planlocatie is 2x bezocht (eerste veldbezoek ten tijde van de quickscan) door medewerkers van Blom Ecologie B.V. (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken zijn de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van huismus. Tijdens het onderzoek is met name gelet op nestindicerend gedrag van huismus. Tevens is gelet op de veelgebruikte structuren door huismus.
8
Tabel 2.2
Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. De weersomstandigheden voldeden aan de minimumcriteria zoals opgenomen in de Kennisdocumenten (2017).
Veldbezoek
Functie
Aantal
Datum
Zon ▼ ▲
Tijd
Weersomstandigheden
1
03-05-2021
06.06
Overdag
6/8, droog, 3-4 Bft, 14˚C
1
14-05-2021
05.46
06.15-08.15
8/8, droog, 0-1 Bft, 10˚C
pers. Huismus 1
Nest + leefgebied
Huismus 2
Nest + leefgebied
Gebruikte materialen Het huismusonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker.
2.4
Specifieke omstandigheden Tijdens het onderzoek was er (voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan) geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
2.5
Afwijkingen protocollen Het Kennisdocument Huismus stelt dat de afwezigheid van huismussen kan worden aangetoond indien de onderzoeken worden uitgevoerd conform de criteria zoals onder andere verkort benoemd in tabel 2.1. Aangezien er tijdens de quickscan al huismussen zijn waargenomen en hier ook nadrukkelijk is op gelet tijdens dit onderzoek was er geen sprake meer van het vaststellen van aan-/dan wel afwezigheid (zie Poelman, 2021). Het uit te voeren onderzoek is veelmeer uitgevoerd om het gebruik van de planlocatie nader te duiden. Vanwege het aflopen van de onderzoekstermijn (1 april-15 mei, 2 rondes met 10 tussenliggende dagen) en omdat reeds huismussen waren aangetroffen is er voor gekozen om het veldbezoek ten behoeve van de quickscan aan te merken aan de eerste onderzoeksronde huismus. Het veldbezoek is weliswaar overdag uitgevoerd (suboptimaal) echter omdat er langdurig onder goede omstandigheden is geïnventariseerd zijn ons inziens geen nestlocaties gemist.
9
3 Resultaten 3.1
Huismus Waarnemingen en aantallen Tijdens de onderzoek rondes zijn in totaal circa 20-25 huismussen (Passer domesticus) waargenomen tijdens de piekmomenten. Gemiddeld waren er circa 20 individuen binnen en rondom het plangebied. De hoogste concentratie waargenomen huismussen bevond zich in de groenstructuren rondom de woning. Gezien het aantal waarnemingen is er sprake van een gemiddelde populatie binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Nesten Gedurende het onderzoek zijn 8 nesten van de huismus vastgesteld. Alle nesten bevonden zich binnen het plangebied. 3 van de 8 nesten zijn aangetroffen tijdens het eerste veldbezoek en de overige nesten, waaronder de 3 zelfde zijn aangetroffen tijdens het tweede veldbezoek. Dit wijst erop dat er geen nestlocaties zijn gemist. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de ruimtelijke spreiding van de nesten weergeven en welke delen van de planlocatie veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. In bijlage 1 is een grotere afbeelding met een totaaloverzicht van alle aanwezige soorten opgenomen. Functioneel leefgebied Het waargenomen functionele leefgebied is geconcentreerd rondom de woning (ten noorden, oosten en zuiden).
Op deze plaats zijn een afwisseling van stofplekken, inheems groen en, groenblijvende struiken en water aanwezig. Er was tevens veel uitwisseling van huismussen van en naar het zuiden buiten de planlocatie. Hier bevindt zich tevens een woning met pannendak en groenstructuren. Tabel 3.1
Locaties huismusnesten plus omschrijving. * deze woningen vallen binnen het plangebied.
Adres Lakerveld 133 te Lexmond *
10
Aantal 8
Omschrijving onderste rij pannen woning
Figuur 3.1
Overzicht van de nesten en het functioneel leefgebied van huismus op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).
3.2
Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken overige soorten waargenomen. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: koolmees. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. Er zijn geen nesten van andere vogelsoorten aangetroffen.
11
4 Conclusie 4.1
Huismus In de periode mei 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in de woningen aan het plangebied. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de woning op de planlocatie nesten (8) biedt voor de huismus. In totaal zijn in de woningen op de planlocatie 8 nesten van huismussen waargenomen. Tevens maakt de planlocatie onderdeel uit van het functioneel habitat. De beoogde sanering leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.1, lid 2 (wegnemen nesten en functioneel leefgebied). Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep uitgevoerd kan worden.
4.2
Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot het vaststellen van de aan- dan wel afwezigheid van huismus. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op nesten en/of verblijflocaties van andere soorten op de planlocatie. Er zijn geen nesten van andere vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen (indicatief betreft dit de periode 15 maart t/m 15 juli). Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Samenvatting van de nestlocaties op de planlocatie: •
4.3
Huismus: 8 nestlocaties.
Vervolgstap(pen) Voor de uitvoering van een deel van de saneringswerkzaamheden is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (3.1 lid 2). Conform het Kennisdocument huismus wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1)
Er is sprake van een wettelijk belang (Wnb, art. 3.3, lid 4b)
2)
Bepaal waarborging van gunstige staat van instandhouding (Wnb, art. 3.3, lid 4c
3)
Onderbouw de meest bevredigende oplossing (alternatieven afweging) (Wnb, art. 3.3, lid 4a)
4)
Bepaal mitigerende en compenserende maatregelen (Wnb, art. 3.3, lid 4c)
Een ontheffingsaanvraag is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de werkzaamheden geen wettelijk belang kennen of indien er vergelijkbare maatregelen zijn die gunstiger zijn voor de aanwezige soorten kan een ontheffing mogelijk geweigerd worden.
De ontheffingsaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen: 12
4.4
▪
Aanvraagformulier (dient nog opgesteld/ingevuld te worden);
▪
Projectplan met ecologisch werkprotocol (dient nog opgesteld te worden);
▪
Oriënterend onderzoek (reeds uitgevoerd);
▪
Aanvullend onderzoek (reeds uitgevoerd);
▪
Eventueel aanvullende documentatie (bijv. machtiging).
Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden. Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of vaste verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. In tabel 4.1 staat een overzicht van de aangetroffen nesten en verblijfplaatsen en de minimale gewenningsperiode. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundige. Tabel 4.1 Overzicht van de nesten en verblijfplaatsen die weggenomen worden door de geplande ontwikkeling. Per type nest en verblijfplaats staat de vereiste gewenningsperiode vermeld. Raadpleeg voor het treffen van voorzieningen een ter zake deskundige. Soort
Type
Aantal
Gewenningsperiode
Huismus
Nest
8
3 maanden
13
5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument huismus, Passer domesticus. BIJ12, Utrecht Poelman, M., 2021. Quickscan Wet natuurbescherming Lakerveld 133 & 135 te Lexmond. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.
Gebruikte websites www.arcgis.nl www.sovon.nl
14
Bijlage 1 Overzicht waarnemingen
15
16