b_NL.IMRO.1961.bpLMLakerveld133-VA01_3.Archeol..Onderzoek.pdf
Tekst van het document
Rapport 5501
LAKERVELD 133 EN 135 TE LEXMOND H.E. Bouter en J.Q. Hessing
Lakerveld 133 en 135 te Lexmond, gemeente Vijfheerenlanden Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
H.E. Bouter J.Q. Hessing
2
Colofon ADC Rapport 5501 Lakerveld 133 en 135 te Lexmond, gemeente Vijfheerenlanden. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek Auteur: H.E. Bouter, J.Q. Hessing In opdracht van: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 4 oktober 2021 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: J. Huizer
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Bijlage 1 Boorgegevens
5 7 9 9 9 9 13 15 15 16 16 17 18 18 33
4
5
Samenvatting In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de locatie Lakerveld 133 en 135 te Lexmond, gemeente Vijfheerenlanden. Op basis van het bureauonderzoek werd geconcludeerd dat het plangebied is gelegen langs een ontginningsas en er binnen het plangebied mogelijk resten van een woonheuvel aanwezig zouden kunnen zijn. Om deze verwachting te toetsen is aansluitend een verkennend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd. In de boringen zijn geen pakketten aangetroffen die geïnterpreteerd kunnen worden als woonheuvel. Ook zijn geen andere archeologische relevante niveaus aangetroffen. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt.
De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
6
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe tijd:
NT
1500 - heden
Middeleeuwen:
XME
450 – 1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
Vroege Middeleeuwen
VME
Romeinse tijd:
ROM
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd
ROML
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
ROMM
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr. - 70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500 - 250 voor Chr.
Vroege IJzertijd
IJZV
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
800 – 12 voor Chr.
800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege Bronstijd
BRONSV
2000 - 1800 voor Chr.
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
5300 – 2000 voor Chr. 2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450 - 4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
8800 - 7100 voor Chr.
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
35.000 - 8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000 – 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
tot 8800 voor Chr.
7
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de locatie Lakerveld 133 en 135 te Lexmond, gemeente Vijfheerenlanden (afb. 1 en 2). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van twee woonhuizen en de agrarische bebouwing, en vervolgens de bouw van twee nieuwe woningen verder van de weg. Het definitieve plan is nog niet bekend. De verstoring van de bodem zal meer dan 30 cm diep reiken. Voor het plangebied wordt een bestemmingsplanwijziging aangevraagd. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan.
In het vigerende bestemmingsplan Reparatieplan Buitengebied Zederik, dat op 19 november 2018 door de gemeente Zederik is vastgesteld, geldt voor een deel van het plangebied dubbelbestemming Waarde –Archeologie 1. In deze zone geldt dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m2 en dieper dan 30 cm –mv archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het overige deel heeft Waarde–Archeologie 2. In deze zone geldt dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm –mv archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aangezien de vrijstellingsgrenzen worden overschreden, is onderhavig onderzoek uitgevoerd. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).1 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Zederik heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom enkel de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.
1
SIKB 2018.
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44, 2967GB Langerak 0184-600240
fasen AMZ-cyclus:
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in
aanleiding:
Nieuwbouw
locatie:
Lakerveld 133 en 135
plaats:
Lexmond
de vorm van een verkennend booronderzoek
gemeente:
gemeente Vijfheerenlanden
provincie:
Utrecht
kadastrale gegevens:
Zederik, Sectie B, perceelsnummers 970 en 971
kaartblad:
38E (1:25.000)
oppervlakte plangebied:
3.800 m . Bouwvlak: ca. 400 m
coördinaten:
129.423 / 438.992
2
2
129.491 / 438.966 129.483 / 438912 129.405 / 438.938 bevoegde overheid met contactgegevens:
Gemeente Vijfheerenlanden Postbus 11 4140 AA Leerdam.
deskundige namens de bevoegde overheid met
Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
contactgegevens:
Mevr. Lauren Bruning Postbus 13101 3507 LC Utrecht Tel. 088 – 022 50 00 E-mail: info@odru.nl
Goedkeuring rapport door de bevoegde overheid:
Verondersteld (wijzigingen zijn doorgevoerd)
Archis-zaaknummer:
4945207100
ADC-projectcode:
4230086
auteurs:
H.E. Bouter, J.Q. Hessing
autorisatie:
J. Huizer
periode van uitvoering:
Januari-mei 2021
beheer en plaats documentatie:
ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
9
2
Bureauonderzoek 2.1
Doelstelling en vraagstelling
Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
2.2
Methodiek
Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, wat leidt tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als een belangrijke conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien relevant zal de omvang worden weergegeven op een kaart.
2.3
Resultaten
2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen het buitengebied van Lexmond in de buurtschap Lakerveld. Het plangebied wordt begrensd door sloten aan de noord- oost- en zuidkant. Aan de westkant wordt het plangebied door grasland. Het plangebied is momenteel in gebruik als woonerf. Op basis van gegevens van het Bodemloket is voor het plangebied geen informatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering.2 Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van ca. 1.000 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen sloop van twee woningen, stallen en een werktuigloods en vervolgens de bouw van twee nieuwe woningen. Het definitieve plan is nog niet bekend. De bodem zal in ieder geval meer dan 30 cm diep worden vergraven.
Het voornemen is de funderingen van de bebouwing te verwijderen. Het is niet bekend hoe diep deze funderingen liggen. De twee nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd aan de west- en noordzijde van de huidige bebouwing. Een woning wordt op het perceel nr. 970 gebouwd en de andere woning op perceel nr. 971. De aanlegdiepte van de fundering is nog niet bekend. Naar verwachting zullen de woningen worden onderheid.
2
https://www.bodemloket.nl
10
De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden Tabel 2. Aardwetenschappelijke informatie Bron
Informatie
Geologische Kaart van Nederland Blad 38
Fm. v. Echteld / Fm. v. Nieuwkoop; rivierklei en -zand met
Oost Gorinchem 1:50.0003
inschakelingen van veen (Ec2) Een afwisselende gelaagdheid van Hollandveen met Afzettingen van Tiel en Afzettingen van Gorkum, aan de oppervlakte Afzettingen van Tiel als komklei (F3k) rivierkomvlakte
Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (afb.3)
4
Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (afb. 4) Meandergordelkaart (afb. 5)
6
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
5
kalkloze drechtvaaggrond (kaartcode Rv01C). Het plangebied ligt aan de rand van een crevasse van de lek.
7
-0,1 tot +0,3 m NAP van west naar oost
In het plangebied worden in de diepe ondergrond pleistocene rivierafzettingen verwacht, welke worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Rond 11.700 jaar (het Holoceen) geleden begon het klimaat op te warmen. Door de opwarming begonnen de ijskappen te smelten en begon de zee- en grondwaterspiegel te stijgen. Door deze stijging ontstond er een periode van veengroei. Het veenpakket wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket, onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. In grote delen van West-Nederland kwam een dik pakket veen tot ontwikkeling. Rondom het plangebied werden er in het Holoceen meanderende en anastomerende rivieren actief. De rivierafzettingen worden behoren tot de Formatie van Echteld. Perioden van rivieractiviteit en veengroei werden afgewisseld. Tijdens de veengroei ontstonden er grote veenmoerassen, terwijl in en langs de rivierlopen zandig materiaal werd afgezet. In de komgebieden, waar het plangebied in is gesitueerd, werden kleien en sterk organische lagen gevormd. De aantrekkelijke locaties voor bewoning, waren de oever- en beddingafzettingen na droogvallen van de rivier (afb. 6). Op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 ligt het plangebied binnen een Rivierkomvlakte (afb. 4). De meandergordelkaart (afb.5) geeft aan dat op een afstand van ca. 800 m van het plangebied de Zijderveld stroomgordel actief is geweest.
Op de oeverafzettingen is bewoning in het Neolithicum, de Bronstijd en de IJzertijd aangetoond. Op een afstand van ca. 400 m ten zuiden van het plangebied is de Achthoven stroomgordel in kaart gebracht. Hierop is bewoning mogelijk geweest in de Neolithicum en de Bronstijd. De stroomgordels liggen op een te grote afstand van het plangebied om in verband hiermee bewoningsresten te verwachten. Vanaf het begin van de jaartelling wordt de veenstroom de Laak actief ten oosten van het plangebied. Langs deze veenstroom kan vanaf de Romeinse tijd menselijke activiteit zijn geweest. . Op het AHN is een lichte verhoging te zien in het terrein van ca. een halve meter. Het centrale en westelijke deel liggen op ca. +0,3 m NAP en de oostrand op -0,1 m NAP. Er kan mogelijk sprake zijn van een woonheuvel. De woonheuvel lijkt iets verder naar het westen te liggen dan op de gemeentelijke beleidskaart staat aangegeven. De woonheuvels in dit gebied kennen een datering vanaf de 12e eeuw.
3
Verbraeck 1970.
4
Stichting voor Bodemkartering 1977.
5
Alterra 2014.
6
Cohen et al. 2012.
7
ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer.
11
2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) aarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afbeelding 7): Op een afstand van 170 m ten noorden van het plangebied ligt een huisterp, gedateerd in de Late Middeleeuwen en aangewezen als Rijksmonument. (nr. 330984). Het betreft vondstlocatie 2841718100 (ophogingslaag/huisterp). Direct ten noorden van het Rijksmonument is een andere vondstlocatie bekend waar ook een ophogingslaag/huisterp is vastgesteld. Het betreft vondstlocatie 2903756100. Het betreft een terrein met een terp van 25x30x1,5 meter uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, gelegen in klei op veen in komgrond in een veenontginningsgebied. De terp bevat een kleine vergraving aan de noordwestzijde. Mogelijk is de terp ook vergraven bij de slootaanleg aan de noord- en oostflank, maar dat is niet duidelijk. Een pad loopt over de terp en het terplichaam is over een breedte van 4 meter in de gehele lengte ingesleten. Volgens bronnen heeft een tijd lang een 18e-eeuws boerderijtje op de terp gestaan. Volgens de eigenaar van het perceel zijn er na de sloop van de boerderij bakstenen uit de terp "gewonnen". In april 2003 werd op een diepte van 1.10 meter een pijpaarden pijpenkop opgeboord. Op ca.
200 m ten zuidoosten van het plangebied is tijdens een verkennend booronderzoek 8 op de locatie met toponiem Vijfheerenlanden - Weilanddepots Lexmond. De boringen hebben laten zien dat in het centrale deel van de locatie van depot 202 een smalle beddinggordel behorende bij de stroomgordel van Achthoven aanwezig is waarvan de top van de afzettingen ligt tussen 185 en 340 cm -mv (2.74 en 4.65 m -NAP) en waarop nog archeologische resten verwacht kunnen worden. Hierboven is op twee smalle crevasses van de stroomgordel van Zijderveld nog een tweede potentieel archeologisch niveau aanwezig. Dit niveau ligt op een diepte van 150 tot 230. Voor depot 203 geldt dat het uiterste noorden en het zuidelijke deel ligt op de beddinggordel van Kapel en dat hier overal op de bijbehorende oeverafzettingen nog archeologische resten aanwezig zijn. Dit niveau bevindt zich op een diepte van 200 tot 320 cm -mv (1.72 – 3.04 m -NAP)9. Op een afstand van ca. 1 km ten zuiden van het plangebied is aan Lakerveld 256 een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de ondergrond in het plangebied uit komafzettingen (Formatie van Echteld) met inschakelde veenlagen (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket) bestaat. Beide hebben een geringe consistentie.
In boring 1 zijn vanaf 150 cm en dieper zandige oeverafzettingen aangetroffen, die waarschijnlijk gerelateerd zijn aan de Laak. De oeverafzettingen, die ongerijpt zijn, gaan naar boven toe geleidelijk over in komafzettingen. De aangetroffen bodemopbouw representeerde een nat milieu, kenmerkend voor rivierkommen. Dergelijke gebieden waren in gebruik als weiland en werden niet uitgekozen als vestigingslocatie. In of op de oeverafzettingen van de Laak zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat deze in het verleden bewoonbaar zijn geweest. Waarschijnlijk zijn de afzettingen van de Laak relatief snel weer afgedekt door komafzettingen. De kans dat in deze afzettingen archeologische resten aanwezig zijn, werd klein geacht. Ook zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een terp aangetroffen.10 Op een afstand van ca. 1,5 km ten noorden van het plangebied is aan Lakerveld 57 een verkennend booronderzoek uitgevoerd, ter hoogte van de verwachte Zijderveld stroomgordel. Uit het booronderzoek bleek dat er sprake was van oevernabije komafzettingen van deze stroomgordel en er geen aanwijzingen waren voor een (gerijpt) niveau dat voor langere tijd aan de oppervlakte
8
Archis 3 zaakID 4859064100Op
9
Uit het booronderzoek is gebleken dat het grootste deel van de locatie van depot 200 een lage archeologische verwachting
heeft. Alleen in het noordelijke deel zijn mogelijk nog archeologische resten aanwezig in de top van een crevasse van de stroomgordel van Kortenhoeven. De top van deze afzettingen ligt hier op een diepte van 300 à 305 cm -mv (2.93 à 2.98 m NAP). Binnen de locatie van depot 201 kunnen op de oeverafzettingen van de stroomgordel van Achthoven, waarvan de top ligt tussen 295 à 490 cm -mv (3.22 en 5.06 m -NAP), mogelijk nog archeologische resten/sporen aanwezig zijn. Hierboven kunnen op een zandige crevasse van de stroomgordel van Zijderveld (200 à 265 cm -mv; 2.34 à 2.97 m -NAP) in een klein deel ook nog archeologische resten/sporen verwacht worden. 10
Archis 3 zaakID 2435065100
12
heeft gelegen. Bovendien is de top van de natuurlijke afzettingen verstoord en opgenomen in de bovenliggende pakketten.11 In de wijdere omgeving zijn vooral resten uit de Bronstijd en IJzertijd bekend op de stroomgordel van Zijderveld. In de dorpskern van Lexmond en langs de ontginningsas van Lakerveld zijn resten bekend uit de periode vanaf de veenontginningen, die in de 11e eeuw zijn aangevangen. Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de voormalige gemeente Zederik heeft het plangebied een middelmatige verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd op basis van de ligging in een ontginningslint (afb. 7). Bij de AWN Lek- en Merwestreek en de Vereniging Historisch Lexmond en Hei- en Boeicop is nagevraagd of de leden mogelijk aanvullende informatie hebben over de omgeving van het plangebied. Bij het schrijven van dit rapport is nog geen reactie ontvangen. 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Jaartal
Bron Kadastrale minuut12
Historische situatie
1811-1832
akkerland, weiland
Topografische kaart (afb. 8)13
1815
akkerland, weiland
Bonnekaart (afb. 9)
1880
boomgaard, weiland/bouwland
Bonnekaart (afb. 10)
1894
Bebouwing aanwezig in het plangebied
Bonnekaart (afb. 11)
14
Topografische kaart (afb. 12)15
1937
idem
1980
idem
In de Romeinse tijd wordt de veenstroom de Laak actief direct ten oosten van het plangebied. Deze veenstroom verbond rond 1000 na Chr. de rivier de Zederik (ten zuiden van het plangebied) met de Lek. De dorpskern van Lexmond ontstond langs de Laak. De oudste vermelding van Lexmond komt uit 1132. Vanaf de oevers van de Laak werden afwateringssloten gegraven. Er ontstond een weidelandschap met veeteelt. De kavels liggen nu nog haaks op de voormalige veenstroompjes. De veengrond begon door de ontwatering te zakken, waardoor bijvoorbeeld graanteelt niet langer mogelijk was. Om wateroverlast tegen te gaan begon men vanaf de twaalfde eeuw met het opwerpen van kleine terpen opwerpen (woonheuvels). Vanaf de 13e eeuw namen de overstromingen in het gebied toe. Als reactie op de toenemende wateroverlast werd in de 13e eeuw een ringdijk rondom de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden aangelegd. In de Late Middeleeuwen heersten de Heren van Brederode en Van Arkel over dit deel van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Zij verbeterden de waterhuishouding en trachten het gebied economisch tot ontwikkeling te brengen. Op de kadastrale minuut uit 1811-183216 en de Bonnekaarten van 1876-1894 is te zien dat het plangebied in gebruik is geweest als akkerland/weiland. Vanaf 1894 is er bebouwing aanwezig in het plangebied.
In de rest van de 20e eeuw en in de 21e eeuw is het plangebied deels in gebruik als boomgaard. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd in het noordwesten van het plangebied een schuur gerealiseerd.
11
Archis 3 zaakID 4839292100
12
Kadaster 1811-1832
13
Topotijdreis.nl
14
Topotijdreis.nl
15
Topotijdreis.nl
16
Kadaster 1811-1832
13
2.4
Gespecificeerde verwachting en conclusie
De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Voor de gespecificeerde verwachting gelden de volgende karakteristieken: Het plangebied ligt in een rivierkomvlakte (kaartcode 1M48). De bodem bestaat naar verwachting uit een kalkloze drechtvaaggrond (kaartcode Rv01C).Vanaf het begin van de jaartelling wordt de veenstroom de Laak actief ten oosten van het plangebied. Langs deze veenstroom kan menselijke activiteit zijn geweest vanaf de Romeinse tijd. Langs het veenriviertje kan menselijke activiteit zijn geweest hoewel er sprake was van een drassig veenmoeraslandschap. Men moet rekening houden met rituele deposities zoals begraven bijlen en muntschatten, resten van veenwegen en losse vondsten gerelateerd aan de jacht en houtkap. In het veengebied zijn zogeheten knuppelpaden aangelegd die hogere gebieden met elkaar verbonden. Hier zouden mogelijk ook aanwijzingen voor kunnen worden gevonden. In de Late Middeleeuwen wordt het gebied ontgonnen en dient de Laak als ontginingsas. Er kan een ophogingspakket aanwezig zijn dat is gerelateerd aan een woonheuvel uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd. De huidige boerderij (nr. 133-135) dateert volgens de BAGviewer uit 1902 en de aangrenzende schuur uit 1910.
De stallen/werktuigenloods aan de westzijde dateren uit 1978 en 2014. Op basis van historische kaarten uit het eind van de 19e eeuw kunnen in het oostelijk deel van het plangebied resten van vroegere bebouwing worden aangetroffen. Een mogelijke vondstenlaag bevindt zich in of net onder een ophogingslaag en/of in onderliggende oeverafzettingen of geulvullingen van de voormalige veenkreek. Organische resten zullen door de hoge grondwaterstand goed zijn geconserveerd. Als gevolg van grondbewerking en bouwwerkzaamheden in de 20e eeuw kunnen eventueel aanwezige resten zijn verstoord. Karakteristiek
Omschrijving
datering:
ROM-NT
complextype(n):
Nederzetting, boerderij-erf en ontginningssporen
omvang:
Onbekend
diepteligging:
Direct vanaf de onderkant bouwvoor tot nog onbekende diepte
locatie:
Hele plangebied; resten van vroegere bebouwing vooral in de oostelijke helft.
Uiterlijke kenmerken: Eventuele archeologische resten manifesteren zich naar verwachting als een archeologische laag, bestaande uit een vermenging van onder meer kleine fragmenten aardewerk, houtskool en bot met het oorspronkelijke substraat. Tevens kan een ophogingslaag worden aangetroffen bestaande uit klei en puin, een vondststrooing, resten van funderingen en/of grondsporen. Gaafheid, conservering en verstoringen: Organische resten (zoals bot, hout, leder en textiel) zullen op basis van het verwachte grondwaterpeil mogelijk goed zijn geconserveerd. Andere type indicatoren (aardewerk) kunnen ook zijn geconserveerd, mits ze buiten het bereik van moderne bodemverstorende activiteiten zijn gebleven. Op basis van de grondwaterstand zijn eventueel aanwezige organische resten zoals hout , bot en leer matig geconserveerd zijn in de bovenste meter van het profiel. Handgevormd aardewerk zal minder goed geconserveerd zijn dan harder gebakken geglazuurd aardewerk. Vuursteen en overig natuursteen zal goed geconserveerd zijn. Bekende verstoringen Ter plaatse van de agrarische bebouwing en de woonhuizen/schuur zijn waarschijnlijk verstoringen opgetreden tot in ieder geval 1m –mv. In het overige deel kan de bodem verstoord zijn door ploegen tot ongeveer 40 cm –mv. De mate waarin de bodem op dit moment reeds is verstoord zal vastgesteld moeten worden door veldonderzoek.
14
De beantwoording van de overige onderzoeksvragen is als volgt: Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Nee, het plangebied is niet voldoende onderzocht. Het is mogelijk dat door de voorgenomen ingrepen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Geadviseerd wordt om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van verkennend booronderzoek, met als doel de gespecificeerde verwachting te toetsen en zo mogelijk aan te vullen.
15
3
Inventariserend Veldonderzoek 3.1
Plan van Aanpak
3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar nodig aanvullen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting (par. 2.4). Het inventariserend veldonderzoek zal bestaan uit een verkennend booronderzoek. Volgens het bureauonderzoek is er mogelijk sprake van een woonheuvel in het plangebied. De onderzoeksstrategie wordt daarop afgestemd. Er wordt een raai van oost naar west dwars over de vermoede locatie van de woonheuvel gezet. Het Plan van Aanpak is op 8 februari 2021 akkoord bevonden door mevr. L. Bruning, regioarcheoloog bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht.
Het verkennende booronderzoek leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? 3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de in par. 3.1.1 genoemde onderzoeksvragen geldt de volgende onderzoeksmethode: aantal boringen:
5
boorgrid:
raai van west naar oost
diepte boringen:
4 boringen tot maximaal 200 cm –mv, 1 boring tot maximaal 400 cm -mv.
boormethode:
Edelmanboor met diameter 7 cm (handmatig), eventueel guts met diameter 3 cm
bemonstering:
Per laag zal het materiaal worden doorzocht op archeologische indicatoren: versnijden en/of verbrokkelen van het opgeboorde sediment met behulp van een boormes en het visueel inspecteren van het snijvlak
De lithologische en bodemkundige kenmerken van de boringen zijn beschreven conform respectievelijk NEN 510417 en het Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus18 en vastgelegd middels het invoerprogramma Deborah. De X- en Y-coördinaten worden
17
Bosch 2005; Nederlands Normalisatie-Instituut 1989.
18
De Bakker 1989.
16
bepaald met een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van de aan de hand van AHN-beelden. Hoewel een verkennend booronderzoek niet als primair doel het opsporen van archeologische vindplaatsen en indicatoren heeft, zullen eventuele archeologische vondsten wel worden verzameld en (indien mogelijk) worden gedetermineerd.
3.2
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
De locatie van de boringen is weergeven in afb. 13. De boorgegevens worden gepresenteerd in bijlage 1. De bodemopbouw zoals deze is aangetroffen in de boringen is tamelijk uniform en kan als volgt worden samengevat: Pakket
Diepte (cm –mv)
Omschrijving
Interpretatie
1
0-15/80
Zwak humeuze matig siltige klei met veen- en
Bouwvoor/verstoord
2
15/80 -190/>200
kleibrokken
3
190/>200 - >200/>400
Veen, mineraalarm, bruin, plaatselijk met
Formatie van Nieuwkoop,
kleilagen
Hollandveen Laagpakket
Klei, matig siltig, onderin sterk siltig
Formatie van Echteld
Vanaf een diepte van ca. 190 cm –mv is een pakket matig tot sterk siltige klei aangetroffen met enkele plantenresten en een slappe consistentie. Dit pakket is geïnterpreteerd als komafzettingen (Formatie van Echteld). Gezien de ligging van de Achthoven meandergordel ten zuiden van het plangebied, zijn deze komafzettingen vermoedelijk grotendeels aan deze meandergordel te relateren. Hierboven bevindt zich een veenpakket (Hollandveen Laagpakket, Formatie van Nieuwkoop). Op enkele plekken is ingeschakeld sprake van een kleilaag in het veen; dit betreft eveneens komafzettingen. Het bovenste pakket bestaat uit zwak humeuze, matig siltige klei (in boring 1 sterk zandig). Dit pakket is geïnterpreteerd als bouwvoor. De bouwvoor is ontwikkeld in komafzettingen; daarnaast is deze met name in boring 1 sterk verstoord. Hier is het pakket van alle vijf boringen tevens het dikst (80 cm). Er zijn in dit pakket nauwelijks puin- en/of aardewerkfragmenten aangetroffen, bovendien is het materiaal in boring 1 dermate heterogeen van samenstelling (klei- en veenbrokken), dat het aannemelijk is dat het pakket in korte tijd (waarschijnlijk sub)recentelijk is opgebracht en dat hier niet gesproken kan worden van een woonheuvel.
3.3
Conclusies
De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? In het plangebied is sprake van een rivierkomvlakte / ontgonnen veenvlakte met kalkloze drechtvaaggronden. De ondergrond bestaat geologisch gezien uit een afwisseling van komafzettingen met veen.
Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bodemopbouw is met name in het westen (boringen 4 en 5) natuurlijk. In de overige boringen is de bouwvoor in meer of mindere mate verstoord.
Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? Nee.
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? N.v.t.
17
4
Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Nee.
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Hoewel het gebied is gelegen langs een ontginningsas, zijn binnen het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een woonheuvel.
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? N.v.t.
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is voldoende onderzocht.
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
18
Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker. H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Bureau Militaire Verkenningen, 1876 - 1925: Tienhoven, blad 484, schaal 1:25.000. Kadaster, 1811-1832: Oorspronkelijke aanwijzende tafel der grondeigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Lexmond (Zuid-Holland) sectie C blad 1 Mulder, F.J. de, Geluk M.C., Ritsema I.L., Westerhoff W.E. en Wong T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Groningen Rijks Geologische Dienst, 1985: Geologische Kaart van Nederland 1:50.000. Haarlem. SIKB, 2013: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems. Gouda.
Stichting voor Bodemkartering, 1984: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, Blad 51 West Wageningen. Stichting voor Bodemkartering / Rijks Geologische Dienst, 1982: Geomorfologische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Wageningen. Topografische Dienst Nederland, 1940-2015: Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000, blad 38E TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Verbraeck, A. 1970: Geologische kaart van Nederland 1: 50.000, Blad Gorinchem (Gorkum) oost (38 O). Haarlem: Rijks Geologische Dienst.
Geraadpleegde websites http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/ https://easy.dans.knaw.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.bodemdata.nl http://www.bodemloket.nl http://www.topotijdreis.nl https://www.vhlhb.nl/ https://www.leidenarchief.nl
19
Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Locatie van het plangebied Afb. 2. Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart. Afb. 4. Locatie van het plangebied op de bodemkaart Afb. 5 Locatie van het plangebied op de meandergordel kaart Afb. 6 Locatie van het plangebied op de paleografische kaart Afb. 7 AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Zederik (lichtgeel = hoge verwachting dieper dan 5 m –mv; bruin = hoge verwachting aan of nabij het oppervlak; lichtpaars = middelmatige verwachting voor LME en NT (ontginningsas); donkerpaars = zeer hoge verwachting voor LME en NT (woonheuvel)) Afb. 8 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1815 Afb. 9 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1880. Door de afwijking in de kaart zou het plangebied meer noordoost moeten worden geplaatst richting de weg Lakerveld. Afb. 10 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1894. Door de afwijking in de kaart zou het plangebied meer noordoost moeten worden geplaatst richting de weg Lakerveld. In het plangebied zijn twee gebouwen aanwezig. Afb. 11 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1937 Afb. 12 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1980 Afb. 13 Boorplan Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Tabel 2.
Aardwetenschappelijke informatie
20
Afb. 1. Locatie van het plangebied
21
Afb. 2. Detailkaart van het plangebied
22
Afb. 3 Locatie van het plangebied op de geomorfologische kaart.
23
Afb. 4. Locatie van het plangebied op de bodemkaart
24
Afb. 5 Locatie van het plangebied op de meandergordel kaart
25
Afb. 6 Locatie van het plangebied op de paleografische kaart
26
Afb. 7 AMK-terreinen en ARCHIS-meldingen op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Zederik (lichtgeel = hoge verwachting dieper dan 5 m –mv; bruin = hoge verwachting aan of nabij het oppervlak; lichtpaars = middelmatige verwachting voor LME en NT (ontginningsas); donkerpaars = zeer hoge verwachting voor LME en NT (woonheuvel))
27
Afb. 8 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1815
28
Afb. 9 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1880. Door de afwijking in de kaart zou het plangebied meer noordoost moeten worden geplaatst richting de weg Lakerveld.
29
Afb. 10 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1894. Door de afwijking in de kaart zou het plangebied meer noordoost moeten worden geplaatst richting de weg Lakerveld. In het plangebied zijn twee gebouwen aanwezig.
30
Afb. 11 Locatie van het plangebied op de Bonnekaart uit 1937
31
Afb. 12 Locatie van het plangebied op de topografische kaart uit 1980
32
Afb. 13 Boorplan
33
Bijlage 1 Boorgegevens
34
35